Fascinerende geschiedenis van de westerse esoterie

Boekrecensie – Esoterie is kennis van de werkelijkheid met behulp van inzicht in de bovenzinnelijke wereld. Het is de tegenhanger van natuurwetenschappelijke kennis, die is gebaseerd op waarnemingen, logica en verifieerbaarheid. – Voor wie zich nog weinig verdiept heeft in esoterie kan Geschiedenis van de westerse esoterie een indrukwekkende inwijding zijn. Het boek behandelt een groot aantal esoterische stromingen. De lezer wordt ingewijd in een ‘zo volledig mogelijk én toegankelijk overzicht van de rijke westerse esoterische traditie door de eeuwen heen’. En daarmee zeggen de auteurs niets te veel.

‘Van de lezer vragen wij een open opstelling: ‘Just say oh, don’t say no!’
(John van Schaik, Jacob Slavenburg)

Esoterische werkelijkheidsbeleving
D
e auteurs, godsdienstwetenschapper dr. John van Schaik en cultuurhistoricus dr. Jacob Slavenburg, schetsen hoe Plato van mening was dat de waarheid/werkelijkheid in de geestelijke wereld is te vinden en hoe vanaf de achttiende eeuw het rationele/materialistische paradigma ging domineren. Wat in de Oudheid algemene en openbare kennis was wordt vanaf dan weggezet als ‘obscuur, zweverig en buiten het mainstream-denken staande’. Dat betekende dat een aanzienlijk deel van het religieuze sindsdien wordt genegeerd. Historici en andere wetenschappers blijven daardoor onwetend van de omvangrijke westerse esoterische traditie. Neem de Bijbel; die alleen al staat bol van de ‘esoterische werkelijkheidsbeleving’.

Wiskunde
V
erhelderend vind ik de vergelijking van esoterie met wiskunde. Niet gauw zullen mensen wiskunde obscuur, zweverig of niet-mainstream noemen. Toch kan voor velen ook wiskunde esoterisch en onbegrijpelijk zijn. Wiskundige formules blijven esoterisch (geheim) totdat je er kennis van krijgt door middel van inzicht (gnosis). ‘Kennis verkrijgen kan iedereen. Dat is openbaar. Inzicht verkrijgen: daar moet je iets voor doen.’

Oorspronkelijke eenheid
V
anaf het moment dat de mens uit het paradijs is geworpen zoekt hij de weg terug naar de oorspronkelijke eenheid. Die zoektocht loopt van de verre Oudheid, waar de geschiedenis van de westerse esoterie begint, tot de Nieuwe Tijd. In de Oudheid al trachtte de mens de breuk tussen ‘boven en beneden’ te herstellen. In de Nieuwe Tijd uit dit streven zich in het besef dat gevoel en intuïtie belangrijker zijn dan ratio, geld en macht. Of, zoals de auteurs stellen: ‘Nooit is de “esoterische werkelijkheidsbeleving” uit de westerse cultuur verdwenen’.

De vier pijlers van esoterie
D
e geschiedenis van de westerse esoterie begint dus in de verre Oudheid. Vier kenmerken zijn de rode draden door alle eeuwen heen: religie, kosmologie, magie en alchemie. Religie is per definitie verbonden met gnosis, met inzicht. Ze is tegelijk filosofie en theologie. Kosmologie is kennis van de hemellichamen, waarin astronomie en astrologie samenvallen, en wordt gezien als kennis van het goddelijk plan. De oude wereld is doortrokken van magie en onlosmakelijk verbonden met kosmologie en religie. In de alchemie (de voorloper van de moderne scheikunde) zijn religie, kosmologie en magie eveneens met elkaar verbonden.


Jacob Slavenburg (li) en John van Schaik

Fascinerende stromingen
I
Geschiedenis van de westerse esoterie komen deze kenmerken steeds weer terug, in allerlei vormen. Met de kennisname van de ‘esoterische werkelijkheidsbeleving’ gaat voor de lezer een bijzonder boeiende wereld open. Het voert te ver om de talrijke opmerkelijke mensen en fascinerende stromingen te noemen. Om een idee te geven noem ik slechts enkele hoofdstuktitels, zoals Esoterie in het Oude Egypte, Ketterse kerken langs de zijderoute, Natuurfilosofie in de Renaissance, De joodse esoterie, Esoterie in de Gouden Eeuw, Vital spirit of elektriciteit? en Het spirituele in de kunst.

Nieuw elan?
I
n het midden van de negentiende eeuw valt het doek voor welke vorm van esoterie of spiritualiteit dan ook. Andere geluiden klinken: Darwin verkondigt dat de mens van de aap afstamt, Het Nieuwe Testament wordt weggezet als mythe en het idee dat er alleen materie is wordt heersend. Maar in de tweede helft van de negentiende eeuw en de overgang naar de twintigste begint de esoterie aan een nieuw elan. Onder meer de theosofie doet haar intrede, met Helena Blavatsky als grondlegster. Een van haar lijfspreuken luidt: ‘Er is geen godsdienst hoger dan de Waarheid’. Tegen het einde van de negentiende eeuw laten ook magische inwijdingsorden van zich horen, zoals de vrijmetselarij en de romantische natuurfilosofie. Ook ontstaan er nieuwe bewegingen, zoals het neo-katharisme, de neo-tempeliers en de neo-graalbeweging.

De inspirerende twintigste eeuw
H
et laatste deel van Geschiedenis van de westerse esoterie beschrijft ‘De inspirerende twintigste eeuw’, met stromingen waarover velen wel iets over hebben gehoord, zoals de antroposofie, de psychologie van Carl Gustav Jung, de leringen van Gurdjieff over de innerlijke mens en de spirituele nalatenschap van Ouspensky. Het symbolisme wordt geboren ofwel kunst als uitdrukkingsmiddel voor de geest. Wat  betreft de Nieuwe Tijd besteden de auteurs aandacht aan onder andere de hippies, de kabouterbeweging, new age, ufo’s en eco-spiritualiteit. Wel zijn zij auteurs teleurgesteld over het esoterische landschap van de Nieuwe Tijd: zij noemen deze periode ‘verschrikkelijk onoverzichtelijk’. Bovendien lopen ‘door de toenemende individualisering de kerken leeg en neemt het ledental van esoterische verenigingen af’. De auteurs vragen zich af of er anno nu nog plaats is voor traditionele religieuze en esoterische instituties.

Geschiedenis van de westerse esoterie| John van Schaik en Jacob Slavenburg | Uitgeverij van Warven | 713 blz. | € 44,99 | Deel I: Bronnen – deel II: De eerste vijf eeuwen – deel III: De middeleeuwen – deel IV: Renaissance en Gouden Eeuw – deel V: Verlichting en Romantiek – deel VI: De zinderende negentiende eeuw – deel VII: De inspirerende twintigste eeuw.

‘Er zijn mensen die zich afvragen wat de schreeuw van Edvard Munch op de cover doet van een boek over esoterie. Ik heb me dat ook afgevraagd toen de auteurs dit schilderij voorstelden. Toen me werd uitgelegd dat de figuur op het schilderij reageert op de schreeuw van de natuur, werd het me duidelijk. Munch is een esotericus….net als velen van ons. Als we luisteren naar wat er binnen ons leeft, horen we ook wat de ons omringende wereld vertellen wil. Blavatski, Swedenborg, Blake, Munch en vele, vele anderen, ze komen allemaal voorbij…. Teveel om op te noemen.’ (Rinus van Warven)

Tip! Zie ook: Hét geschiedenisboek over de westerse esoterie: “Het schrijven hiervan is een soort afsluiting” (Koorddanser)

Foto Jacob Slavenburg en John van Schaik: Koorddanser
Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht

Transcendentie is datgene wat ons draagt en vervult

Boekrecensie: Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster. Levensduiding is betekenis geven aan het leven. Transcendentie staat voor ‘God’, of het ‘heilige’, soms ook voor ‘het andere’ of ‘iets dat in de mist van een weinig verplichtende vaagheid blijft hangen’. Dit boek gaat over de ervaring van transcendentie, bezien in het licht van het werk van de Duitse liberale theoloog Jörg Lauster. Voor hem is de ervaring van transcendentie het centrale element van religie, en niet slechts ‘het vreemde’ en ‘andere’. Hij noemt het ‘datgene wat ons draagt en vervult’.

Liberale theologie

De auteurs zijn hoogleraar vrijzinnige theologie Rick Benjamins en emeritus hoogleraar protestantse kerk en cultuur Wouter Slob. Het boek begint met een interview door journalist Andreas Main met Lauster. Hierin wordt de liberale theologie gedefinieerd, ook wel cultuurprotestantisme genoemd. Het gesprek gaat over de toekomst van het christendom. De liberale theologie wil het ‘absolute tegendeel van elke vorm van religieus fundamentalisme’ zijn. Zij wil de boodschap van het christendom vertalen in een andere, moderne taal en de grenzen tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims ‘een beetje vloeibaar maken’.

Zingeving
D
it boek gaat uitgebreid in op transcendente ervaringen en hoe deze (religieus) te duiden. Door transcendente ervaringen kan de wereld op een onuitsprekelijke manier als zinvol worden ervaren, stellen de auteurs, waardoor het niet zinloos is om aan zingeving te doen. Transcendentie-ervaringen kan je opdoen binnen religie, in het samenleven, de natuur of de kunst. De ervaringen zelf worden echter nauwelijks beschreven. Levensduiding in het licht van transcendentie is vooral een literatuurstudie van Lausters boeken door Benjamins en Slob.

Het werk van Jörg Lauster
W
e maken kennis met de boeken zoals Religion als Lebensdeuting, waarin Lausters opvattingen over de duiding van het leven, de Bijbel en transcendentie beschrijft. Een mens kan ‘iets’ ervaren en dat alleen maar duiden met woorden die naar transcendentie verwijzen, zoals ‘God’, ‘heilig’ of ‘onwerelds’, omdat iedere andere duiding tekortschiet.
In Gott und das Glück gaat het over God, het geluk en het goede leven. De transcendentie-ervaring zou een perspectief op geluk kunnen openen dat naar een veranderde levensvoering kan leiden, gericht op het goede leven.

Lausters bewering dat de werkelijkheid ‘meer’ is dan ze is, vanwege een transcendente dimensie die zich kenbaar maakt, beschrijft hij in Die Verzauberung der Welt. Hij zegt dat die transcendente dimensie de werkelijkheid is, zich op bijzondere momenten op een onuitspreekbare manier zinvol toont en door de mens van zingeving wordt voorzien.
In Der ewige Protest zegt hij dat het religieuze profaan en leeg wordt als het niet meer naar transcendentie verwijst. Transcendentie-ervaringen vormen ‘het hart van het religieuze’ en worden in verschillende tijden op verschillende manieren met verschillende middelen tot uitdrukking gebracht. Volgens Benjamins en Slob is de transcendentie-ervaring de kern van Lausters theologie en van zijn hele oeuvre.

Middenweg
D
e theoloog lijkt vooral een middenweg te zoeken tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. Hij bestudeert de opvattingen van subjectiviteitstheoretici en de openbaringstheologen. Volgens de subjectiviteitstheorie is de weg naar God geen weg naar buiten via de wereld, maar naar binnen via jezelf. De mens zelf is een verschijningsvorm van het transcendente en kan op zijn eigen manier naar de wereld kijken, geworteld in God. Daarentegen gaat de openbaringstheologie ervan uit dat de band met God langs de Bijbel gaat, en niet langs onszelf.

Lauster bedient zich van de hermeneutiek (= alles wat zich tussen de tekst en de lezer afspeelt) om inzicht te krijgen in de transcendentie-ervaring en relateert die aan de Bijbel, de geschiedenis, de moderniteit en de christelijke religie. Zo wil hij een middenweg vinden tussen het transcendente dat zich spontaan bij de mens aandient of dat juist begint bij de mens die via zijn eigen bewustzijn toegang tot de werkelijkheid heeft.

Religie als innerlijk beleven
L
auster is van mening dat de kerk het transcendente niet moet veronachtzamen, omdat daarmee de ziel uit de kerk zou verdwijnen en slechts lege hulzen zouden overblijven. Hij zegt dan ook dat ‘religie niet het simpele voor-waar-houden is van kerkelijke leerstellingen, maar een innerlijk beleven en een persoonlijke overtuiging’ zijn. Hij vindt het kleingeestig om te zeggen dat lege kerken de ondergang van het christendom betekenen. Desondanks blijft voor hem de kerk wel de plek waar mensen ‘de boodschap van het christendom leven en aan anderen doorgeven’.


Jörg Lauster

Mijn conclusie
D
e liberale theoloog zoekt verbinding tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims. Zijn uitgangspunt is evenwel alleen de christelijke kerk. De auteurs stellen terecht dat wie bijvoorbeeld het woord ‘God’ niet in zijn bagage heeft, geen ervaring van God zal opdoen. In het boek wordt nauwelijks stilgestaan bij hoe niet-religieuzen transcendentie beleven. Het transcendente lijkt zo alleen vanuit de christelijke religie woorden te kunnen geven die leiden tot een ‘dieper verstaan van de wereld en zichzelf en daarmee tot een betere duiding van het leven’.
Blijft de vraag of en hoe Lauster de moderne samenleving die het transcendente vooral vanuit de eigen (seculiere) levensfilosofie ervaart, kan betrekken in zijn middenweg.

Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster | Rick Benjamins en Wouter Slob | Uitgeverij Van Warven | ISBN 978-94-93175-45-7 | Druk: 1 | februari 2021 | 124 pagina’s | €16,95

Beeld: Journey of the Human Spirit (johns-consciousness.com)
Foto Jörg Lauster: devrijzinnigelezing.wordpress.com

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

!Tip: Op 25 maart 2022 is ’s avonds in de Geertekerk in Utrecht de Vrijzinnige Lezing. Jörg Lauster betoogt hierin dat een ervaring van transcendentie licht werpt op het bestaan en dat religie in staat stelt om bij te dragen aan de duiding van het leven. De titel van de lezing die hij uitspreekt is The Idea of a Religion. Prospects of a Liberal Christianity Today. De voertaal is Engels.

Wonderlijke verhalen van een mysticus

Boekrecensie Merakels – Droomconsulent en hypnotherapeut Jacques Caron heeft een goede, misschien wel een bevoorrechte basis voor zijn merakelse ervaringen. Opgegroeid in een christelijk gezin met Bijbelse verhalen voelde hij op zijn veertiende al een ‘persoonlijke relatie met het goddelijke’. Wonderlijk snel deed hij inzichten en ervaringen op die hoger en dieper gingen dan religie hem leerde. Later ontmoette hij in de vader van zijn Indische vriendin zijn eerste leermeester op het spirituele vlak. Urenlange gesprekken volgden, over filosofie, religie, mystiek, geesten, en veel meer.

‘Dark night of the soul’
Uiteindelijk bracht een vastenweek in een grot hem inzichten die fundamenteel waren voor een nieuwe koers in zijn leven. Hij ervaarde onder meer de ‘dark night of the soul’, een spirituele crisis in de reis naar de vereniging met het goddelijke, en ontwikkelde een relatie met het onbewuste. Dat hij ook zijn licht opstak bij ‘leermeester’ Carl Jung wordt duidelijk als je zijn boek leest.  

Synchroniciteit
I
s het synchroniciteit of niet? Op de ochtend waarop ik het boek Merakels van Jacques Caron opensla, vind ik een grote witte veer. In zijn boek wordt een veer omschreven als ‘een geschenk uit de hemel’, symbolen van hogere gedachten en spirituele groei. Veren op je pad, zegt Caron, betekent dat je op een hoger spiritueel pad bent beland, of dat er een beschermengel bij je is.

Een duale octahedron
C
aron schrijft overvloedig over wonderlijke ‘incubatie’-dromen, die hij zelf ‘aanvraagt’ voor het slapengaan. Tijdens afdalingen in meditaties krijgt hij vreemde beelden en ingevingen, visioenen, fantasieën en trances als poorten naar het onbewuste. Het zijn soms onvoorstelbare dromen, zeker wanneer hij beelden ziet van een ‘lingam in een yoni’ (vereniging van mannelijke en vrouwelijke energie) of van een ‘duale octahedron’ (de vereniging van hemel en aarde). De auteur put uit uiteenlopende bronnen, van het hindoeïsme tot Carl Jung (synchroniciteit, unio mystica, individuatie), van Joseph Campbell tot de Ziggurat (de bovenpersoonlijke reis) en van zielsgesprekken tot beschermengeltjes.

Je droomt wie je bent
D
ie vele bronnen staan ongetwijfeld aan de basis van zijn bijzondere dromen, ingevingen en visioenen. Iemand die zich daar niet of nauwelijks mee bezighoudt, zal dit soort ervaringen waarschijnlijk zelden (bewust) opdoen, want kort door de bocht gezegd, je droomt wie je bent. Zijn vele ervaringen bieden Caron in ieder geval ‘zin in ons schijnbaar zinloze leven’. Hij noemt ze in Merakels ‘een inkijkje in het leven vanuit een ruimer bewustzijn’, en zegt te leven ‘in verbondenheid met het mysterie’.

‘Mystic call’
W
at kan Merakels de ‘gewone man of vrouw’ bieden? Lang niet iedereen verkeert regelmatig in bewustzijnstoestanden als die van Caron. De een wordt geboren met een ruimer bewustzijn, de ander ontwikkelt dat of overkomt het spontaan. ‘Wonderlijke zaken gebeuren iedereen, maar niet iedereen herkent ze’, schrijft hij in de inleiding. ‘Lastig alleen dat ze vaak symbolisch zijn en vertaling nodig hebben.’ Om Carons merakels ook te ervaren moet je toch wel een behoorlijk gevulde spirituele rugzak hebben. Hoe hoor je anders zo luid de ‘mystic call’ die de mysticus in je wakker roept?


Symboliek
T
och kan je spiritueel groeien, dat maakt dit boek wel duidelijk, maar dan dien je vooral bewust met je leven om te gaan. Caron beschrijft in de inleiding over een vriendin die zwaarmoedig in het bos loopt. Ze vindt een leeggelopen, hartvormige ballon aan een touwtje. Ze gaat er niet aan voorbij en beseft de symboliek: ‘ik sleep mijn leeggelopen hart achter me aan’. Volgens Caron onderstreept dit haar situatie en ziet zij plotseling helder in hoe die is, om vervolgens een heldere keuze te kunnen maken.

Lantaarns die je bijlichten
H
et boek blijft merakels, want sommige verhalen lijken wel van heel ver weg of erg diep uit het onbewuste te komen. Het zijn dan ook verhalen van een mysticus. Ze bevestigen wel de gedachte dat er meer is tussen hemel en aarde en dat we daar soms – de een meer dan de ander – een glimp van mogen ontvangen in onze dromen. ‘Om je eigen schatten te ontdekken. Ze zijn er daar voor jou. Ze liggen op je te wachten.’ Als ‘lantaarns die je bijlichten op je pad’. Je moet er wel voor openstaan, het toeval toelaten, niet aan je ingevingen, dromen of visioenen voorbijgaan, ze binnenlaten komen. Ook als je niet droomt, maar ‘gewoon’ in het bos wandelt.

Merakels – wonderlijke verhalen | Jacques Caron | Uitgeverij Van Warven | Verschenen op 6 mei 2020 | 203 blz. | € 16,95

Beeld: Lingam in een yoni –‘De Yoni wordt meestal symbolisch weergegeven in de vorm van een horizontaal geplaatste vierkante, ellips of ronde basis met een rand en een opening in het midden. Meestal zie je een cilindrische Lingam (de mannelijke tegenhanger van de Yoni) in het midden rechtop staan. Men kan Yoni-iconen tegenkomen in de Vedische literatuur, in veel Indiase kunstvormen, heiligdommen en in hindoetempels.’ (traditionalbodywork.com)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

‘Mystiek is om te beginnen vrijheid’

Mystiek heeft de naam nogal zweverig te zijn: ‘Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen,’ zei Theresa van Avila ooit. God heeft de naam nogal abstract te zijn. Alleen al het woord ‘God’. Dat beladen, misverstandelijke woord. Theoloog Wim Jansen zegt dat wie moeite heeft met dat woord, hij iedereen van harte uitnodigt om de titel vrijelijk aan te passen aan het eigen levensgevoel: Brandend verlangen om op te gaan in liefde. Jansen schreef Brandend verlangen, opgezet als een mystiek dagboek in de periode van mei 2019 tot mei 2020. ‘Mystiek is om te beginnen vrijheid,’ meldt uitgever Van Warven op de boekomslag.

Z
ijn boek Brandend verlangen – om op te gaan in God/Liefde verscheen 18 juni. Als inspiratiebron noemt Jansen de drieledige bron waaruit hij leeft: de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven; het geheim van de liefde, dat hij God noemt: GOD achter God; en contemplatie, dat voor hem betekent: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten.

De theoloog, schrijver en dichter vindt inspiratie in de liefdesmystiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart; de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici; de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme; en poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg.

Mystiek van alledag
Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen’, zoals Theresa van Avila het noemde [in haar boek De innerlijke burcht, PD]. Hoe verhoudt Godverlangen zich tot simpele levensvreugde en alledaagse zorgen? Geen flauw idee had hij [Jansen] hoe bewogen dat jaar zou zijn. Niet alleen vanwege de maatschappelijke stikstofonrust en wereldwijd de coronacrisis, maar ook persoonlijk, toen hij te horen kreeg dat een ongeneeslijke kanker zich in zijn lichaam had uitgezaaid. Wat blijft erover van een ‘brandend verlangen om op te gaan in God’ met de dood op je hielen? Een spannend relaas over hectiek en stilte, crisis en mystiek.’
(Uitgeverij Van Warven)

Predikant Bert Altena schreef een recensie en vertelt dat Jansen zijn dagelijkse beslommeringen, mijmeringen en belevenissen beschrijft, dat hij telkens zoekt naar de verbinding met God, wat voor hem niet moeilijk is.

Jansen ervaart zijn leven als een bestaan in God, lezen we al in de eerste bijdrage, zegt Altena, een werkelijkheid die Jansen altijd omringt. Het is een zeker weten dat hem van jongs af aan begeleidt. Voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij zich soms verwondert over wie dat niet zo beleeft. Dat zijn opgetogen godsbeleving weleens fronsende reacties oproept onder generatiegenoten en in zijn omgeving, deert hem niet. 

Niettemin weet ik mij geroepen om het te blijven proberen, juist vanuit de verdeeldheid en het verschil. De Godervaring uitstralen, uitdragen, vertalen, vertellen. Het is geen keuze. Ik kan het niet laten.’
(Wim Jansen)

Het is de paradox, zegt Altena, dat Jansen zoekt naar een mystieke godsbeleving waarin de hoogste wijsheid is zichzelf verliezen in God…

Dit is het wat ik het aller allerliefste wil. Mijzelf uitvlakken, verdwijnen, opgaan in het niets zodat alleen God overblijft’.’
(Wim Jansen)

maar dat hij tegelijkertijd juist daarin zijn eigen ego ultiem bevestigd ziet:

Het verdwijnen van dat ‘ik’ is niet minder, maar meer. Het is geen verlies, maar winst. Want ik word God. Wat kan een mens meer verlangen dan God zijn?’
(Wim Jansen)

Zie: Wim Jansen, Brandend verlangen (Bert Altena)

Brandend verlangen | Wim Jansen | 300 pagina’s | Met illustraties | 18 juni 2021 | Uitgeverij Van Warven | € 19,95

Beeld: Pixabay 

Een kinderboek over vrede en vreugde

De Tao Te Tjing voor kinderen en andere volwassenen. Het boek over vrede en vreugde van Roeland Schweitzer kreeg in april 2021 van de vakjury de Berrie Heesen prijs voor kinderfilosofie en een eervolle vermelding voor het toegankelijk maken van de Tao Te Tjing. De jury is vol lof over dit materiaal dat kinderen aanzet om na te denken over ‘het leven’, door zowel beeld als tekst. Het AD kopte: ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’. ‘Zware kost misschien, maar voor kinderen (en ook hun ouders) is het eenvoudig een boek over vrede en vreugde’.

De jury prijst de mooie uitgebreide website en het prachtig boek voor kinderen. Fijn om op een vertaalde manier met het Oosters gedachtegoed in aanraking te komen! De vertaalde citaten zijn een prima aanzet om de kinderen aan het denken te zetten over ‘het leven’.
(Uit het juryrapport)

Het is een boek geworden, aldus het AD, met foto’s van George Burggraaff. Geschreven voor kinderen die in de laatste klassen van de basisschool zitten. Het boek kreeg de prijs van het Centrum voor Kinderfilosofie voor Nederland en België.

De weg van de vrede.
Een wijs kind wacht rustig af.
Een dapper kind wordt niet boos.
Het sterkste kind vecht niet.
Het grootste kind is bescheiden.
Dit is de vreugde die je voelt als je niet gaat vechten.
Zo volg je de weg van de vrede, zo kom je tot elkaar.
Heel vroeger al was dit het beste wat je kon doen.

(Uit: Het boek over vrede en vreugde, tekst 68)

Het is ook een mooi boek waar je veel van kunt leren, zeggen de makers. De kinderen van de keizer van China leerden al uit dit boek. Nu leren nog steeds heel veel mensen uit de Tao Te Tjing. Je kunt er jaren op studeren.

Je begrijpt de Tao Te Tjing niet in één keer.
Ook grote mensen vinden het een raadselachtig boek.
Als je het maar half leest, dan kun je het nog verkeerd begrijpen ook.
Bijvoorbeeld dat kogels jou niet zullen raken of dat kennis onzin is.
Iedere keer als je het leest, kom je iets verder.
Als je het boek goed kent, dan heb je er je hele leven plezier van.
En: ‘jong geleerd is oud gedaan.’ Wat je als kind leert, dat doe je als groot mens.
Daarom hebben we een ‘Tao Te Tjing voor kinderen’ gemaakt.
‘En voor andere volwassenen’, zeggen we erbij.’
(Fotograaf George Burggraaff en schrijver Roeland Schweitzer)

Het was de vrouw van Schweitzer die hem op het idee bracht om een kindervertaling te maken. ‘Ze snapte het na die tweede vertaling nog steeds niet en zei dat ik ermee moest stoppen,’ vertelt Roeland. Maar ze zei ook: ‘Ga het nou eens aan kinderen vertellen, zo eenvoudig mogelijk’.

Ik dacht dat dat  veel te moeilijk zou zijn. Maar het idee was leuk en ik heb een paar verzen voor kinderen vertaald. Kinderen, onze kleinkinderen vonden dat leuk. Opa’s en oma’s lezen het voor, het wordt in de klas gebruikt. Dat was een groot succes en uiteindelijk is het uitgegroeid tot dit boek.’
(AD)

Taoïsme is een filosofie en meer gericht op yoga, mindfulness, ratio,’ zegt kunstenaar en journalist Schweitzer.

’De gedachte er achter is niet dat je er een beter mens van kunt worden, want dat moet je zelf doen. Soms denk je ‘dit boek gaat me helpen’, maar dan blijkt de weg modderig te zijn. Aan die weg heb je niets. Het gaat om spontaan leven, vanuit je hart. Je moet structuren loslaten, anders wordt het niets. Je moet het zelf doen en spelen als een kind.’
(AD)

Zie:
* ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’  (AD, 21042021)
* De TAO voor kinderen | Roeland Schweitzer & George Burggraaff | 183 pag. | Uitgeverij Van Warven | € 20,-

Carl G. Jung en de confrontatie met het onbewuste

Recensie Het Rode Boek van C. G. Jung –  Liber Novus is het levenswerk van Jung en dit zag als Het Rode Boek in september 2019 het licht. Daar de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus rood is, kreeg het al gauw deze naam. Het werk telt 581 bladzijden en is door de uitgever verrijkt met het inleidende en uitgebreide hoofdstuk Liber Novus, door Jung-expert Sonu Shamdasani. Dit geeft een indrukwekkende kijk op het leven en werk van Jung en biedt een welkome achtergrond bij het lezen. De ontwikkeling van Jung wordt er boeiend in beschreven. Het Rode Boek zelf bestaat uit drie delen, drie boeken, en daarvan geef ik een korte indruk om enigszins een beeld te krijgen van de inhoud.

Mooi van taal
D
e betekenis en bedoeling van Jungs teksten zijn niet altijd direct duidelijk. Soms moeten ze bezinken en overdacht worden. Ze zijn mooi van taal, waarvoor een compliment voor de vertaler, Hans Huisman, hier op zijn plaats is. In de noten geeft hij duidelijk uitleg en legt verantwoording af voor zijn vertaling.
Het enorme aantal noten in Het Rode Boek (1027!) is een indrukwekkend boek op zich. Behalve de vele verwijzingen naar aanvullende literatuur en verhelderingen bij de tekst krijg je extra inzicht in de wereld waarin Jung zich verdiept, zoals onder meer de vele filosofen die hij leest; over kunst; psychologie; zijn mandala’s; briefwisselingen met Freud; de Gnosis; Boeddha; Thomas a Kempis; verwijzingen naar teksten uit de Bijbel en seminars die hij volgt.

Dromen, visoenen en fantasieën
I
n het Eerste Boek, Liber Primus: De weg van wat komen moet, doet Jung ervaringen op via talrijke dromen, visioenen en fantasieën. Hij denkt onder meer na over de essentie van God, en beschrijft ook hoe hij zijn eigen ‘goddelijke waanzin’ te boven komt. Jung beschrijft zijn ‘ondraaglijk innerlijke dwang’ om in contact te komen met zijn ziel, met wie hij lange gesprekken voert. Zijn ziel leidt hem vele dagen rond in de woestijn van zijn eigen Zelf.
Mooi vind ik vooral het onderscheid dat hij beschrijft tussen de ‘Geest van het hier en nu’ en de ‘Geest van de diepten’, met wie hij ook in gesprek gaat. Dit thema komt in het Tweede Boek terug. De Geest van het hier en nu gaat uit van nut en waarde, en de Geest van de diepten voert naar het domein van de ziel. De Inleiding Liber Novus meldt dat de opgave van Jung is beide geesten met elkaar te verzoenen. Dit zou uiteindelijk het hoofdmotief vormen van zijn daaropvolgende wetenschappelijke werk.

Poëtisch beschreven avonturen
L
iber Secundus is het Tweede Boek: De voorstellingen van hen die dwalen. Hierin beschrijft Jung onder meer negen avonturen in veelal mooie, poëtische zinnen. De vertellingen met verschillende fantasiefiguren staan voor de inhouden van het collectief onbewuste. Jung wil die integreren in het bewustzijn.
Hij ontmoet bijvoorbeeld De Rode. Is dat de duivel, vraagt Jung zich af. Het gaat dan over de Hel die voor iedereen anders uitwerkt: ‘al het weerzinwekkende en walgende is jouw eigenste Hel’.
In een sprookjesachtige vertelling over een ontmoeting in een kasteel, heeft hij een gesprek met een tenger, doodsbleek meisje. Maar Jung ziet haar schoonheid, haar gezicht straalt, in haar ziet hij de schoonheid van de ziel.
Op een nacht ontmoet Jung een landloper die over zijn leven vertelt en die nacht overlijdt. Jung ziet ‘de hand des doods’ op hem liggen. Hij denkt hierover na en vindt dat de dood het verschrikkelijke van het leven onthult. De overleden man is naar de maan vertrokken, ‘de verzamelplaats van vertrokken zielen’. Een mooie gedachte vind ik de opmerking van Jung dat ‘uiterlijk sterven’ beter is dan de innerlijke dood. Daarom zoekt hij de plek van het innerlijk leven.
De kluizenaar die Jung vervolgens ontmoet staat symbool voor ‘het alleen zijn en het innerlijk leven’. Hij wil zichzelf vinden, maar volgens Jung nog meer ‘de veelvoudige betekenis van Het Heilige Boek’. De man leest de Evangeliën steeds opnieuw en legt uit dat sommige zaken zich als nieuw voordoen en hem zelfs op nieuwe gedachten kunnen brengen.


Fantasie weegt niets
Veel mooie vertellingen volgen, waarin Jung meer ontmoetingen heeft, zoals met ‘de meest strenge vorst van de lege wereldruimte’, de ‘koude stilte van het steen’: de Dood. Hierin filosofeert Jung over leven en dood ‘die in ons een balans moeten vinden’.
Ook ontmoet hij Izdubar, de stier-mens, met wie hij filosofeert over sterven, waarheid en wetenschap. Jung dwaalt een aantal dagen met hem door het land. Maar Izdubar is enigszins verlamd en heeft hulp nodig. Jung wil hem dragen en doordat hij Izdubar als een fantasie ziet, is de stier-mens zo licht als een veertje, want een fantasie weegt niets. En zo gaan zij samen op zoek naar hulp.

Pleroma

In het Derde Boek, Liber Tertius: Nader Onderzoek, gaat Jung zelfkritisch in gesprek met zijn ‘broeder Ik’, en daarmee doelt hij op het ego met al zijn egoïstische eigenschappen. De stem van zijn ziel laat zich ook weer horen. Deze openingsparagraaf is voor Jung de ontmoeting met de schaduw, waarover hij zegt dat als je ‘in staat bent je eigen schaduw te zien en de kennis inzake de schaduw te verdragen’ (…) dat je dan tenminste het persoonlijk onbewuste aan de oppervlakte hebt gebracht.  
Een groot gedeelte van Liber Tertius gaat over het Pleroma (‘Volheid’) en daarmee brengt Jung, mede door de introductie van magiër Philemon – in een negental preken van de magiër tot de doden – de lezer naar de wereld van de Gnosis.

Tot slot
L
iber Novus moet je eigenlijk langzaam lezen en herlezen om alles tot je door te laten dringen. Denk ook aan de kluizenaar die Jung uitlegt dat je dan steeds wat nieuws ontdekt en het nieuwe gedachten oplevert. Dit boek, samen met anderen lezen en bespreken, of/en er workshops en lezingen over volgen, zal het inzicht en verdieping ervan zeker versterken.   

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Derde druk mei 2020 | Hardcover | Uitgeverij Van Warven | september 2019 | 581 pagina’s | € 38,50

Beeld: Carl G. Jung (verkenjegeest.com)

(Eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)