Mysticus Benedictus de Spinoza

medium_spinoza (1)
Spinoza wordt in Levenskunst volgens Spinoza omschreven als één van de meest consequent rationele filosofen die we kennen. Hij was zelfs zo rationeel dat zijn werk soms mystieke trekken kreeg, een ongewoon fenomeen in filosofie en wetenschap. Tot op de dag van vandaag zijn allemaal even gefascineerd door zijn levenskunst, die rigoureuze rationaliteit koppelt aan individualisme en een mystiek besef van de eenheid van alles.

Volgens de HGU verwijst het woord mystiek naar een werkelijkheid waarin het geheim van het bestaan aan de mens geopenbaard en voltrokken wordt: langs de eindeloze weg van het innerlijk leven gaat de mysticus dag na dag op zoek naar de verborgen God om deel te krijgen aan diens liefde. Volgens mij was dat precies wat Spinoza – Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting van Sefardisch-joodse afkomst – bezielde, in ieder geval wat betreft de zoektocht naar die verborgen God.

Dr. J.H. Carp in Het spinozisme als wereldbeschouwing. Inleiding tot de leer van Benedictus de Spinoza (1931), was ervan overtuigd dat aan Spinoza’s filosofie een werkelijk beleefde mystieke ervaring, van een Unio Mystica, ten grondslag lag.

Unio mystica: ‘Het ervaren van de eenheid met de natuur als een spirituele verbondenheid, waarbij het ‘ik ‘van het subject wegvalt en er sprake is van een identiteitsloze eenheid.’ (Dolf van der Weij)

Naast Levenskunst volgens Spinoza verwijst blogger Stan Verdult op zijn Spinoza-blog onder anderen naar Carp en vindt hij inderdaad plaatsen ‘welke uitnodigen tot mystieke duiding’, onder meer in Spinoza’s Traktaat over de verbetering van het verstand en in de Ethica.

Het is dat wat Spinoza volgens Carp deed: aan het rationele substantiebegrip hechtte hij het intuïtief gevormde symboolbegrip God. Daarmee vulde hij het louter rationeel-logisch gedachtesysteem inhoudelijk met metafysische realiteit, n.l. van de Spinozistische God – de godsidee die hij vanuit de mystieke ervaring intuïtief-creatief gevormd had. Aan het begin en aan de hele opzet van de Ethica lag volgens Carp dus een daadwerkelijke mystieke ervaring van de unio mystica ten grondslag.’ 

fokke.en.sukke.spinoza Carp zegt dat als de Spinozistische Godsidee op het beleven der realiteit van de oneindige Aleenheid berust, dat dan hiermee de mystieke visie aan het Spinozisme ten grondslag is gelegd.

De symbolische omvorming der in de Unio Mystica beleefde ervaring van de Aleenheid, welke zich in de intuïtie voltrekt, voert tot een idée, die door de gedachte van een a-logische en transrationeele rest een stempel op de wereldbeschouwing drukt en deze, voorzoover zij door het begrippen onderscheidend denken bepaald is, doet berusten in de grenzen harer mogelijkheid onder erkenning, dat de werkelijkheid, welke in de ervaring van de oneindige Aleenheid beleefd wordt, alszoodanig niet kenbaar is, omdat de Aleenheid in het denken niet is te omvatten. [p. 162-164]’

Maar, uiteindelijk, is het Spinozisme toch geen mystiek. Carp noemt het echter gerationaliseerde mystiek. Dus toch mystiek? Volgens Verdult is een unio mystica bij Spinoza nergens te vinden. In volgende artikelen gaat Verdult daar verder op in, onder meer verwijzend naar godsdienstfilosoof H. G. Hubbeling.

Het Spinozisme is derhalve noch als rationalisme, noch als mystiek aan te duiden: niet als rationalisme, omdat de beschouwingswijze haar laatsten grond vindt in de mystieke visie, niet als mystiek, omdat de beschouwingswijze in rationeelen vorm ontwikkeld en op het verkrijgen van rationeel inzicht gericht is. Het Spinozisme is gerationaliseerde mystiek’.

In de discussie, zo vervolgt Verdult, waarvan een persoonlijke impressie van Hubbeling aan het eind van het boek werd opgenomen, bleek dat hij met De Dijn van mening was dat de ‘mystieke structuur… is gefundeerd in de tweede kennisweg’.

Spinoza’s mystiek berust dan ook ‘niet op ervaring maar op een bepaalde wijze van denken op een rationeel-logische wijze’. In die discussie bleek ook dat (Jon, PD) Wetlesen de overtuiging had dat Spinoza wél een ervaring van unio mystica in de Ethica liet zien. Hij verwees daarvoor naar 5/23s: ‘we weten en ervaren dat we eeuwig zijn: At nihilominus sentimus experimurque nos aeternos esse’.’

Elders kwam ik ook Wetlesen tegen, over wie zenmeester Rients Ritskes in Trouw zegt dat Wetlesen gelijk heeft met zijn conclusie dat Spinoza een persoonlijke verlichtingservaring heeft gehad. Filosofe Miriam van Reijen verwijst eveneens naar Wetlesen die ervan overtuigd is dat Spinoza een mystieke eenheidservaring moet hebben gehad, omdat hij anders nooit zo prachtig en vol overtuiging over intuïtieve kennis had kunnen schrijven.

Spinoza_And_Other_Heretics_1Terug naar het Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana van Stan Verdult, die momenteel al zijn zevende blog schrijft over het al dan niet mystieke van Spinoza, verwijzend naar discussies die hierover nog altijd gevoerd worden. In het laatste blog heeft Verdult het over de verbinding die Spinoza lijkt te maken tussen het naturalistische en religieuze/mystieke. Dat vraagt volgens Verdult om een oplossingen en als voorbeeld van duiding om met beide aspecten in het reine te komen noemt hij Yirmiyahu Yovel in Spinoza and Other Heretics: The Marrano of Reason (1989). 

Zie: Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana (vanaf dl. 1)
Illustr: penningkunst.nl
Cartoon: foksuk.nl

Pleidooi voor een mystiek manifest

Wat we nodig hebben is een mystiek manifest. Volgens theoloog Karl Rahner zal de christen van de toekomst een mysticus zijn, of hij zal niet zijn. De Verlichting heeft de wereld vooralsnog onttoverd. Dit kan veranderen wanneer we (ons) realiseren wie we zijn. Voor de tempel van Delphi stond de spreuk Ken jezelf. Wij zijn complexe, geconditioneerde, wezens. We kunnen kiezen: blijven we ronddraaien in oude bekende patronen? Of zoeken we steeds meer contact met de stilte in ons?’

Psycholoog Vincent Duindam zegt dit in zijn onlangs verschenen artikel Begroet het goddelijke in jezelf. Daarin stelt hij dat we in een tijd leven van wantrouwen en we niet meer weten wie we ten diepste zijn. Hij houdt een pleidooi voor een meer mystieke benadering van onszelf en onze wereld.

Mensen weten niet meer wie ze zijn. We moeten haast wel geloven dat we niet meer zijn dan een speelbal van blinde krachten. De grote religies gaan uit van een goddelijke kern in de mens. Dit kunnen we eigenlijk niet meer geloven. En wat houd je dan over?’ 

Volgens Duindam brengen alle grote religies, en vooral hun mystieke ‘binnenkant’ goed nieuws (evangelie). God is geen man met een baard achter de draaitafel van het heelal, maar je eigen diepste kern. Je hoeft dus ‘alleen maar’ te ontwaken tot wie je al bent. Iets ‘wakkerder’ (verlichter) door het leven te gaan. Daar zijn veel concrete oefeningen en praktijken voor (stilte, meditatie, gebed, rechtvaardigheid, belangeloosheid, vrijgevigheid, mantra’s, mindfulness, etc.)

Wanneer je hier enkele stappen in zet, begint de wereld om je heen langzaam mee te veranderen. Je wordt niet naïever. Je kunt nog steeds zien wat er niet klopt. Maar achter dubbele lagen, dubbele agenda’s en dubbele bodems weet je de bestaansgrond.’ 

God bestaat wel degelijk: in onszelf, zegt Duindam, en we hoeven geen ruzie te maken met Galileo, Darwin of Freud, want er zit nog iets diepers in ons.

Als we kunnen geloven dat we meer zijn dan hersenen, lichaam, gedachten, beelden en emoties, ons verhaal, dan veranderen we zelf – en dan verandert ook de wereld om ons heen. Dan kun je de diepe goddelijke kern waarnemen, en je ook anders gaan gedragen. De premie op achterdocht corrumpeert de sociale cohesie. Het wordt tijd dat we het goddelijke in onszelf en (dus) in de ander herkennen en begroeten.’

vincent duindam

Vincent Duindam (1958) (foto: VPJD) studeerde af in de psychologie aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1991 geeft hij aan deze universiteit les, maar is ook als freelance-docent verbonden aan de Vrije Hogeschool in Driebergen en de SPSO (Stichting Psycho-sociale Opleidingen) in Utrecht. Hij doet onderzoek naar ouderschap, zorgende vaders, taakverdeling, relaties, mannelijkheid/vrouwelijkheid, en (echt)scheiding. Hij publiceerde tien boeken waaronder een proefschrift over ouderschap, een haikubundel over zijn dochters en boeken over relaties, ouderschap, opvoeding, onderwijs en spiritualiteit. Over deze onderwerpen houdt hij ook regelmatig lezingen en verzorgt hij workshops. Verder schrijft hij artikelen voor Happinez, VolZin, Psychologie, etc.


Elke religie begint met mystiek

Mystiek is de poëzie van de religie. Het is hemelse muziek gezet op aardse tonen. Het begeleidt de religie. Ze voedt de religie met haar ervaring. Maar wordt de mystiek te machtig, dan dreigen de structuren en de theologie te vervagen. Worden daarentegen de structuren te machtig,  dan komt de levende stroom van de mystiek in de verdrukking.

Mystiek begint met ervaring, elke religie begint met mystiek. ‘Mensen gaan ontdekken dat er een kracht is die groter is dan je zelf bent. De boeddhist noemt het anders dan de christen en de jood, maar de kern is hetzelfde. Het gaat om de oermomenten van het geloof. Wat Jezus in de woestijn meemaakte was een mystieke ervaring.

Volgens Van Zijll Langhout is de grote waarde van de mystiek dat de grenzen tussen de geloofssystemen verdwijnen. ‘De namen zijn verschillend – God, Allah, Jezus, Boeddha – maar de termen waarin de weg beschreven wordt, zijn frappant gelijkluidend.’ Mystiek heeft vele kwaliteiten. Ze is in staat om in menselijke taal, die de geloofssystemen te boven gaat,  te verwoorden wat leven tot zinvol leven maakt. 

Volgens (de boeddhistische monnik, PD) Sogyal Rinpoche heeft de mystiek een transformerende kracht en dat is wat zo broodnodig is om engagement te doen ‘slagen’. ‘Het onderricht van alle mystieke tradities in de wereld,’ zo schrijft hij, ‘maakt duidelijk dat zich in ons een enorm reservoir aan kracht bevindt, de kracht van wijsheid en mededogen, de kracht van wat Christus het Koninkrijk des Hemels noemde. Wanneer wij leren hoe wij deze kracht kunnen gebruiken – en dat is waar het om gaat in de zoektocht naar verlichting – kan dit niet alleen onszelf transformeren, maar ook de wereld om ons heen. Nooit eerder was er een tijd waarin het zo urgent was deze heilige kracht in te zetten, en nooit eerder was er een tijd waarin het van vitaal belang was de natuur van deze zuivere kracht te begrijpen, haar te leren kanaliseren en aan te wenden voor het welzijn van de wereld.’ 

(Mystiek en religie kunnen elkaar voeden, Rinus van Warven) 

rinus_van_warvenweb

Drs. Rinus van Warven is journalist en programmamaker. Hij studeerde cultuurfilosofie en theologie. Hij verzorgt het programma ‘Tendens’ over religie, spiritualiteit, kerk en samenleving, dat wordt uitgezonden door Radio Gelderland. Hij is programmamaker bij het programma ‘De Lotusvijver’ van de Organisatie voor Hindoe Media. Hij schrijft met de nodige regelmaat voor de bladen Prana, Profiel en Ken U Zelve. Hij doceert cultuurfilosofie aan diverse Centra voor Volwasseneducatie en houdt in den lande lezingen over tal van onderwerpen.

Zie:

Begroet het goddelijke in jezelf  (de Bezieling)
Foto: © Mystiek 5
(iks-foto.nl)
Update 31032024: layout / foto / links

Religie en de zoektocht naar absolute kennis

esoterie (1)

Volgens de Groningse hoogleraar Religiewetenschap Kocku von Stuckrad is de esoterie allesbehalve een duister zijspoor van de Europese geestesgeschiedenis. Ze heeft eerder juist een onuitwisbaar stempel op de grote theologische en natuurwetenschappelijke discussies gedrukt en de esoterie dient dan ook serieus te worden genomen als een belangrijke rode draad in de Europese godsdienstgeschiedenis.

‘In de esoterie, en vooral in de mystiek, is er altijd een focus geweest op het individu. Je gelooft niet zomaar wat de priester zegt, nee, je onderzoekt dat zelf, door tekenen, visioenen of andere religieuze ervaringen. Zo kon je onafhankelijk denken.’

Niemand weet wat ‘esoterie’ is: ja, iets heel vaags en zweverigs, verder komen mensen niet.’ Dat zegt Von Stuckrad, in het interview Magie en ratio gaan prima samen. Hij is de schrijver van Esoterie – de zoektocht naar absolute kennis. ‘Het gaat om ‘eigenlijke’ kennis, waar de goegemeente – zeg maar: de verzamelde Schriftreligies – geen weet van heeft.’

Vanuit religiewetenschappelijk perspectief delen de aanhangers van verschillende verschijningsvormen van esoterie de zoektocht naar een absolute, verborgen kennis die hun door een mystiek visioen, door een goddelijke autoriteit of door persoonlijke ervaring zal worden geopenbaard.  

KVonStuckrad

Volgens Kocku von Stuckrad (foto: rug.nl) is wat je in de esoterische boekhandel vindt en in Happinez leest geen nieuwe traditie en begon esoterie al vroeg, bij Plato. Er is een ziel, veronderstelt de esoterie, die los staat van het lichaam. Volgens de hoogleraar zijn magie en irrationalisme niet het tegengestelde van wetenschap en rationeel inzicht.

Ons beeld van de Europese cultuur is veel te simpel. Idem dito voor de Verlichting. Wij denken: nu zijn we verlicht, en vroeger was hier het christendom, en dan had je nog een beetje jodendom, en een nog kleiner beetje islam, en dat was het dan wel. Maar de religieuze vormen van de Oudheid zijn al die tijd springlevend gebleven, en, sterker nog, ze zijn nog steeds onderdeel van wat we vandaag doen. Oók van waar harde wetenschappers zich mee bezighouden.’ 

Op de vraag hoe de esoterie dan bijdroeg aan harde wetenschappen, antwoordt Von Stuckrad dat gnostici er vanaf het begin vanuit gaan dat je God niet alleen kunt begrijpen, maar zelfs zijn plek kunt innemen.

Iets dergelijks zit in de Verlichtingsgedachte: door natuurwetenschappelijke kennis kun je de plaats van God innemen. (…) Van Newton zijn we vergeten dat zijn hoofdbezigheid de alchemie was. Zijn ‘natuurwetenschappelijke’ boeken liggen in een glazen vitrine in het British Museum, maar zijn ‘alchemistische’ geschriften duiken op vlooienmarkten op. Dat is heel scheef. Wij denken nu: alchemie is een soort middeleeuws bijgeloof. Maar dit was gewoon onderdeel van Newtons wetenschap, zijn zoeken naar de verborgen wetten in de natuur. Met experimenten zocht hij dat uit. Hij zag geen onoverbrugbaar probleem. ’

Zie: Magie en ratio gaan prima samen (Trouw)

esoterie (1)

Kocku von Stuckrad is hoogleraar Religiewetenschap en Decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Kocku van Stuckrad: Esoterie. De zoektocht naar absolute kennis | Uitgeverij AUP | Paperback | € 19,95 288 blz | ISBN 978 90 8964 621 7 | Ook als e-book verkrijgbaar

‘Verwetenschappelijking gevaar voor geloof’

ikdenkdusikgeloof
‘We moeten weer terug naar de kinderlijke onbevangenheid, alleen dan kan er nog toekomst zijn voor het christendom in het westen.’ Aldus D. Koole in het artikel Kerk moet weer leren geheimen te spellen. Terug naar de onbevangenheid waardoor dominees en priesters het volk, dat veelal laag opgeleid was en weinig wetenschappelijk inzicht had, konden bespelen? En dan weer op de kansel orakelen over de geheimen van God en zo het volk kinderlijk klein houden, opdat zij God vrezen?

‘Wij hebben geleerd en aangewend de werkelijkheid die zich aan ons voordoet uit te pluizen en onze waarnemingen te objectiveren. Dat is uitgangspunt van ons denken geworden, wat heeft geleid tot het doorbreken van mythologische en theologische kaders. Wij zijn meesters geworden in het ordenen van kennis en in het beschouwend denken.’ (D. Koole)

Het artikel van een ouderling in het Reformatorisch Dagblad geeft te denken. Je hebt eerst de neiging om ‘onzin!’ uit te roepen, maar aan de andere kant is de verwetenschappelijking die Koole ziet, misschien wel de oorzaak ervan dat mensen het zicht verliezen op de mystieke en spirituele kanten van religie. En meegaan in het valse idee dat de wetenschap steeds weer bewijst dat God niet bestaat of niet nodig is.

‘Te hopen is dat allereerst in de plaatselijke gemeenten, maar ook in de andere verbanden van het brede kerkelijk leven, de door hoogmoed, zelfgenoegzaamheid, eigenzinnigheid en puur intellectualistisch denken aangekoekte en vastgeroeste denkbeelden worden doorbroken.’ (DK)

Het is wel gek om te lezen dat iemand van de kerk tekeer gaat tegen vastgeroeste denkbeelden. Die kwamen nog niet zo lang geleden eerder van de kansel dan van de wetenschap.

‘Anders gezegd: zijn wij in de kerken door ons denken niet zodanig versteend dat de diepste waarheden van het geloof geen kans meer krijgen om in ons leven door de werking van de Heilige Geest werkelijk tot gelding te komen?’ (DK)

De wetenschap doet echter juist zijn best om vastgeroeste denkbeelden te doorbreken met steeds weer nieuwe inzichten. Filosofen als Emanuel Rutten krijgen het zelfs voor elkaar om op wetenschappelijke wijze God juist terug te halen vanonder de onttoverende seculiere deken die religie tracht te smoren.

‘Wanneer de hoog ontwikkelde systematische wetenschapsbeoefening op het terrein van het geloof in het Westen zich niet mengt met de milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken en waarin zo veel ruimte wordt gelaten voor het besef dat de Heere ons bij veel zekerheden toch ook nog veel te raden heeft overgelaten, dan kan het niet anders of men komt in de kerk voortdurend met elkaar in aanvaring.’ (DK)

Er is duidelijk werk aan de winkel voor de kerken om die ‘diepste waarheden van het geloof’ terug te geven aan de gelovigen in plaats van uit armoe de schuld te leggen bij de verwetenschappelijking. Dat betekent wel dat de geestelijkheid het volk vooral de mystiek en de spiritualiteit leert, de dogma’s en de starheid van religie voorbij. Spréék dan vanaf de kansel – of liever nog via de (sociale) media – over die gewenste ‘milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken’. Voordat de laatste gelovige de kerkdeur achter zich dichtsmijt.

Zie: Kerk moet weer leren geheimen te spellen

‘Toekomst religie zal mystiek-introspectief zijn’

Dat voorspelde Simon Vestdijk al in 1947, in De toekomst der religie. Volgens filosofe Welmoed Vlieger lijkt die voorspelling te zijn uitgekomen, getuige de groeiende aandacht voor mystieke geschriften en contemplatie. Maar, vraagt ze zich vervolgens af, waarom zijn kerken en levensbeschouwelijke organisaties over het algemeen maar niet in staat, of bereid, zich met deze ontwikkelingen te verbinden, er een huis voor te bieden?

De behoefte aan (met name ondogmatische vormen van) spiritualiteit en zingeving is vandaag de dag enorm. Steeds meer mensen hebben geen eenduidige levensbeschouwelijke identiteit, maar putten voor hun zingeving uit verschillende religieuze bronnen en wijsheidstradities.’ 

Vlieger vraagt zich af of dit knip- en plakwerk is of diepere inspiratie. En hoe het zit met de religieuze ervaring? En de evolutie in de godsdiensten? Is de evolutie, deze oer-ervaring inmiddels, samen met de door Nietzsche in 1882 doodverklaarde God, geheel en al voorbij geschreden? Schuilt die evolutie…

‘…in het feit dat we inmiddels, op basis van voortschrijdend natuurwetenschappelijk inzicht, spreken van Inspirerende Verhalen in plaats van Waarheid, als het om de heilige schriften gaat?’

Kerken en levensbeschouwelijke organisaties verliezen in snel tempo aan terrein, zegt Vlieger, maar intussen raken en inspireren mensen als bijvoorbeeld de Dominicaanse monnik Meister Eckhart de geseculariseerde mens. De filosoof en mysticus geniet meer belangstelling dan ooit tevoren. Vlieger legt die belangstelling voor Eckhart uit aan de hand van twee ‘sleutels’ waarmee de filosoof zich bedient, namelijk ‘bezieling’ en ‘techniek’. Bezieling die altijd samenvalt met iets omvattends, iets wat je inspireert en raakt. Bezieling die wortelt in ontvankelijkheid, openheid. 

Levensbeschouwelijke communicatie is in het beste geval bezielde communicatie, die niet invult, uitlegt of voorschrijft maar ruimte schept voor beide elementen en zo de aanraking met het numineuze of heilige opnieuw mogelijk maakt.’ 

Die levensbeschouwelijke communicatie vraagt om een andere insteek of techniek die Vlieger, opnieuw aan de hand van Meister Eckhart, toelicht. 

Communicatie gebeurt niet in en voor jezelf maar in relatie tot de ander. Er moet nog iets bijkomen om bezieling een uitlaatklep te geven, ‘over te laten stromen’, zodat ook de ander er door uitgenodigd wordt, eraan kan deelnemen.’

De crisis waar kerken en levensbeschouwelijke organisaties in gevangen zitten, vraagt volgens Vlieger om nieuwe taal- en communicatievormen.

Medewerkers van levensbeschouwelijke organisaties hebben nog weinig voeling met de – vaak in ouderwetse en hoogdravende bewoordingen geformuleerde – missie of doelstelling. Het wordt steeds moeilijker aanknopingspunten te vinden tussen de eigen identiteit en de snel veranderende wereld ‘out there’. In de kerken neemt de rol van de Bijbel en het gebed af en doet men verwoede pogingen om het instituut van nieuwe inhoud en elan te voorzien, tot nog toe zonder veel succes. Dat de kerken in rap tempo leeglopen en inmiddels bij dozijnen worden verkocht en gesloopt is oud nieuws.’ 

Vlieger stelt dan ook dat statisch geworden overtuigingen, structuren, praktijken en bijbehorend jargon moeten worden opgegeven of desnoods opgeschort.

Concreet houdt dit de uitdaging in dat we die ene specifieke taal- en communicatievorm  even laten voor wat het is en ons oprecht (en oordeelloos!) verdiepen in de belevingswereld, de dilemma’s en achterliggende waarden van anderen. De nieuwe taal- en communicatievormen die hieruit ontstaan, zijn niet zozeer gericht op het overbrengen van een boodschap maar op het creëren van verbinding, het betekenis geven aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke ontwikkelingen en het scheppen van transformaties.’ 

Bron: ‘God is een woord dat zichzelf spreekt’ – levensbeschouwelijke communicatie in een nieuwe tijd (Welmoed Vlieger)

Foto: PD

welmoed-vlieger

Welmoed Vlieger (1976) (foto: Twitter) studeerde Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is sinds 2009 voorzitter van de Vrije Gemeente. Welmoed houdt zich – via onderzoek en het geven van lezingen en cursussen – bezig met het grensvlak tussen filosofie en mystiek, tussen fictie en werkelijkheid; steeds weer in relatie tot het grondbegrip ‘vrijheid’. Zij laat zich in grote mate inspireren door Meister Eckhart en Martin Heidegger, in wier leven en denken zij zich tijdens haar studies gespecialiseerd heeft. Verder is zij geïnteresseerd in poëzie, film, kunst en muziek – uitingsvormen waarin de menselijke verbeelding vrijuit spreken kan.

Update 08112023