Is de mens de aarde nog nabij?

ESSAY – In het gedicht Vlinder raakt dichteres M. Vasalis ontroerd door ‘de zomerwei des ochtends vroeg. En op een zuchtje dat hem droeg vliegt een geel vlindertje voorbij’. De slotregel luidt: ‘Heer, had het hierbij maar gelaten’.
Hoe mooi kan de aarde zijn zonder mensen. Miljoenen grazende vissen en zee-egels genieten van het rijkste ecosysteem van de zee: de koraalriffen, ook wel de regenwouden van de zee genoemd. Zij zorgen ervoor dat algen het rif niet overwoekeren. Volgens een onderzoek van UNESCO zullen vele riffen niettemin binnen dertig jaar bezwijken onder hittestress als gevolg van de opwarming van de aarde.
 

‘De prijs die we voor snelle vooruitgang betalen is de ondermijning van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven’
(Historicus Philip Blom, in De Groene Amsterdammer)

Antarctica
H
ittestress is een van de vele bedreigingen waaraan de aarde wordt blootgesteld. In een opwarmende wereld kan de ijskap op Antarctica smelten. Een computersimulatie in het natuurwetenschappelijk tijdschrift Nature toont aan dat het westelijk deel van de ijskap niet gelijkmatig, maar met sprongen zal smelten. Nature gaat uit van het feit dat de gemiddelde temperatuur op aarde in de afgelopen 150 jaar 1,1 °C is gestegen. De eerste sprong voltrekt zich in de simulatie bij een opwarming van 2 graden Celsius. Hierover zegt NRC dat als het smelten eenmaal begonnen is, dit proces nauwelijks meer is te stoppen. ‘Een stille aanloop en ineens is het zover.’


Smeltende gletscher, 30 mei 2025, Oostenrijke Alpen, Op 2750 m(!).

Intussen sterven dieren uit, stikken vissen in oceanen, sterven koraalriffen af en komen er steeds meer broeikasgassen zoals methaan en CO2 in de atmosfeer. De aarde kan uiteindelijk in zijn geheel bezwijken als de mens in het huidige tempo doorgaat met zijn destructieve gedrag. Historicus Philip Blom stelt dat ‘de prijs die we voor snelle vooruitgang betalen de ondermijning is van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven.’

Rentmeesterschap
G
od heeft de mens de aarde toevertrouwd. Hoe beziet hij dat rentmeesterschap? Vraagt hij zich af of de mens de aarde nog nabij is?
In het Bijbelboek Genesis staat geschreven: ‘God ziet dat alle mensen op aarde slecht zijn, want alles wat ze uitdenken is steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen heeft gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ Hoe zou hij nu over de mens oordelen? Is het te verwachten dat hij onze nabijheid nog verdraagt? Vermoedelijk gelooft God al lang niet meer in de mens en wil hij die zomerweide ‘s ochtends vroeg graag opnieuw scheppen, maar dan zonder ons.

Nietzsche
E
n kan de mens God nog in zijn nabijheid dulden? Volgens theoloog Marinus de Jong, in zijn boek Altijd groter, nemen mensen steeds meer afstand van God en is het atheïsme de snelst groeiende overtuiging ter wereld, en niet alleen in de westerse wereld. De mens en God, ze zijn elkaar niet meer nabij. Al weten we dat van God niet zeker, want zijn wegen zijn volgens de Bijbel ondoorgrondelijk.


Waarin: De dolle mens

De dolle mens
I
n het verhaal De dolle mens van filosoof Friedrich Nietzsche hebben wij zèlf God gedood, zijn wij allen zijn moordenaars. ‘Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed,’ roept de dolle mens uit in De vrolijke wetenschap. ‘Dolen in het niets’ is het gevolg. Het lijkt alsof Nietzsche de mens verwijt zich afgekeerd te hebben van God, maar volgens de filosoof bestaat er niet eens een eeuwige macht en staat de mens alleen. In zijn redenering leidt de dood van God tot nihilisme. Nietzsche klinkt nogal ambigu daar hij er tegelijkertijd van overtuigd is dat de mens zich zonder God vrij kan ontwikkelen. ‘Het ontbreken van een dergelijk wezen vind ik geweldig’, zegt hij in Der Wille zur Macht.

Zingevingsvraagstukken
D
at dolen in het niets valt nogal mee. Volgens de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond, Boris van der Ham, is de ongelovige zeker niet goddeloos. Ook niet-gelovigen houden zich bezig met zingevingsvraagstukken. Van der Ham verwijst naar een representatieve enquête van het Humanistisch Verbond. Hierin wordt gezegd ‘dat vooral “de ander” belangrijk is voor niet-gelovigen’. Voor Christenen geldt dat zeker. Volgens het Nieuwe Testament predikt Jezus immers naastenliefde, en zorg voor de zwakken en degenen die in nood verkeren. De toestand van de wereld lijkt echter volstrekt onbelangrijk voor veel mensen, gelovig of niet.

Dit essay wordt hier vervolgd: Verder lezen Onze naasten, Waartoe zijn wij op aarde, Gulden Regel, Is er hoop? Nu het nog kan.

Beeld: PtHU
Foto Vasalis: Straatpoezie
Foto Smeltende gletscher, Oostenrijke Alpen, 2750 m.: Paul Delfgaauw, 30 mei 2025
UPDATE: 09092023 / 05062025 (Lay-out, links)

De onmiskenbare Joodse identiteit van Jezus

In zijn boek Jezus – Reconstructie en revisie schrijft theoloog Henk Bakker over de bronnen die er over het leven van Jezus zijn, zoals de evangelieboeken en geschriften die daar direct en indirect verband mee houden. Ook geeft hij een reconstructie en interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan. Hij zegt goed te luisteren naar Nederlandse en internationale onderzoekers die belangrijke bouwstenen voor het onderzoek naar de historische Jezus hebben aangedragen.

 ‘Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus’

‘Jezus jood-zijn ondergeschikt gemaakt’
Volgens de auteur hebben christenen de neiging om Jezus’ identiteit buiten het Jodendom te verankeren, in aannames over Gods eeuwige op-Zichzelf-zijn, of sterker nog: in de grenzeloze verbeelding van modieuze theologie.

Jezus’ jood-zijn is vrij snel na zijn dood en opstanding ondergeschikt gemaakt aan een hogere identiteit, die tot speculeren uitnodigde. Dit speculeren leidde volgens [theoloog Arnold Albert, PD] Van Ruler tot ‘gedrochtelijkheden’, maar niet alleen in de theologie.
Ook werden gedrochtelijkheden bedacht die hun oorsprong hadden in volksreligie en persoonlijke vroomheid. De kerk zelf was hier verantwoordelijk voor, omdat de verankering van haar christologie niet uit te leggen was. Het ging om een hogere wiskunde, vol paradoxen en tegenstellingen, die onnavolgbaar was.
Zo leidden gedrochtelijkheden tot gedrochtelijkheden (‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’, Novalis). Nog altijd zijn er beelden van Jezus die (letterlijk en figuurlijk) van enig verband met het evangelie zijn losgezongen.’
(Deel I, Hfst. 2)

Bakker ziet ook om naar (een deel van) de bronteksten om in het licht van recente discussies opnieuw gericht naar de bronnen te vragen.

Christologisch onderzoek
In deel I: Kritisch onderzoek naar Jezus, bespreekt de auteur een aantal visies uit het moderne onderzoek naar de historische Jezus, en geeft een exemplarische inleiding in de discussie, waarbij hij in sommige kwesties aan Nederlandse bijdragen de voorkeur geeft. Dit om de inhoudelijke kwaliteit, daar Nederlandse exegeten en theologen wezenlijk hebben bijgedragen aan het christologisch onderzoek.

‘[De joods-Duitse theoloog en godsdienstfilosoof, PD] Franz Rosenzweig schreef dat de historische Jezus onze geïdealiseerde Jezus altijd van zijn sokkel zal stoten. Mentale fabricages die in fantasieën wortelen – hoe oprecht en gemeend ook – en niet in historische christelijke bronnen, hebben in het christelijk belijden niets te zoeken.
Om aan de schijn voorbij te komen heeft de christelijke kerk een joodse historische bedding nodig, niet alleen bij haar exegese, maar ook bij haar handelen in het heden.’
(Deel II, Hfst. 9)

‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’
(Novalis)

De betekenis van Jezus
Het tweede deel van het boek is getiteld: Getuigen van het eerste uur. Het gaat de auteur daarin om vroege teksten die vertellen wat christenen hebben meegemaakt, wat Jezus volgens hen zei, deed en teweegbracht, en hoe zij die gebeurtenissen binnen de Joodse wereld van toen betekenis gaven.

Jezus – Reconstructie en revisie. Het poogt een reconstructie en revisie te geven van de persoon, de geschiedenis en de betekenis van Jezus. Reconstructie en de revisie zijn met het historisch onderzoek gegeven. Een reconstructie van de gebeurtenissen die plaatsvonden, waaronder Jezus’ woorden en daden, is uitgebreid aan de orde geweest.
Ik heb daarbij steeds naar gebeurtenissen, ervaringen en duidingen teruggevraagd, zoals bij Jezus’ conflict in de tempel, maar ook bij zijn doop en zijn dood. In mijn methodologie heb ik uitgelegd dat historische reconstructie en narratieve betekenisgeving niet los van elkaar kunnen worden gezien.’
(Deel II, Hfst. 9)

Jezus’ relatie tot God
Volgens Wolter Huttinga, in Trouw, brengt dit boek je ‘dichter op de huid van Jezus’. Volgens deze krant kiest Bakker een helder en consequent uitgangspunt om over Jezus’ identiteit te spreken en was Jezus een Joodse man die in de brede stroom aan Joodse verwachtingen stond over het komen van God tot zijn volk Israël. ‘Zo en niet anders kunnen we aan hem recht doen,’ aldus Trouw, dat het boek vier **** geeft.  

Dus overal waar het denken en spreken over Jezus los komt te staan van deze Joodse bedding wordt verraad gepleegd aan wie Jezus werkelijk was. Niet alleen aan zijn concrete menszijn, maar juist ook aan de specifieke manier waarop zijn relatie tot God ervaren en beleden werd, door hemzelf en door de gelovigen van de vroege kerk.’
(Trouw)

Inzicht in Jezus
Hoe wetenschappelijk het boek ook is, aldus Tjerk de Reus in het Friesch Dagblad, het is zeker ook geschikt voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Wie er voor wil gaan zitten, wordt met dit boek rijk beloond.

Bakker vertelt vanuit de context van het Israël van toen, en je ziet het voor je ogen gebeuren: Jezus’ optreden, zijn omgang met mensen en natuurlijk zijn verkondiging. Tegelijk zorgt de brede blik van Bakker ervoor dat het inzicht in Jezus, ondanks alle complexiteit, een heldere theologische diepgang krijgt.
(Friesch Dagblad)

Jezus – Reconstructie en revisie | Henk Bakker | KokBoekencentrum | 296 blz. | € 27,50 | E-book € 14,99 | ‘Wie altijd al een goed boek over Jezus had willen lezen, moet nu zijn slag slaan. Deze week [22 september 2020, PD] verscheen Jezus – Reconstructie en revisie, geschreven door Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit. Een verrassend en informatief boek.’ (Friesch Dagblad)

Zie ook:

* Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus (Trouw)
* Theoloog Henk Bakker denkt breed: het gaat om de joodse Jezus
(Friesch Dagblad)

Beeld:
Cover Jezus – Reconstructie en visie
(detail)
Update: 21122024 (Layout)

‘Religie nog steeds opium van de massa’

Jordy Meow Pixabay

Dat zegt Theoloog des Vaderlands Samuel Lee. Je verwacht dat niet, maar als je zijn artikel in De Linker Wang leest, begrijp je al gauw dat hij niet houdt van religie, van religieuze systemen. Jezus heeft volgens hem ook nooit de intentie gehad om een religieus systeem te bouwen. ‘Hij was niet eens een christen.’ En God zelf? ‘Die heeft geen religie.’ Lee wil niet verstrikt raken in dogma’s en doctrines, en is God dankbaar dat hij niet in een christelijke omgeving werd geboren. Lee gelooft dat religie nog steeds opium is van de massa. ’Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik.’


Een werkelijk universeel geloof
T
om Holland stelt in zijn boek Heerschappij dat ‘een kleine joodse sekte’ ertoe bijdroeg dat een nieuw volk kon ontstond waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, vrij zouden zijn. Er ontstond een werkelijk universeel geloof waar iedereen bij mag horen. – Nu is in de loop der eeuwen dat geloof veelal verworden tot religie als opium, maar in de kern kon iedere gelovige indertijd vrij zijn. In deze tijd proberen steeds gelovigen meer tot een nieuw, vrij, geloof te komen.)
(Zie: Het revolutionaire van christelijke waarden)

Geloof kan revolutionair zijn
Samuel Lee zegt in De Groene Amsterdammer dat vrijheid centraal staat in zijn denken. ‘Vrijheid is een kernwaarde van mijn geloof. We vergeten alleen vaak om buiten onze groep te denken, we vergeten dat dit ook iets zegt over hoe we moeten omgaan met moslims en hindoes en gays en atheïsten, met zwart en met wit.’ – Lee denkt als theoloog zo vrij als Jezus, kan je zeggen. Zijn geloof heeft niets met religie als systeem te maken. In die zin kan religie (lees: geloof) ook nu revolutionair zijn. Er zijn steeds meer tekenen die daarop wijzen. Een mooi voorbeeld is Overvecht waarover De Groene verslag doet.


Religie als machtsinstrument
L
ee zegt uit een land in het Midden-Oosten te komen, een land dat hij liever niet noemt. Er heerst daar een theocratie, in dit geval een islamitische heerschappij, die zich bemoeit met de meest elementaire zaken uit het persoonlijke leven. 

Van wie mag je houden? Met wie mag je trouwen? Het klinkt belachelijk, maar ook bijvoorbeeld met welke voet je als eerste de WC moet betreden. Als kind stond ik wel open voor godsdienst, maar langzamerhand ontdekte ik dat het niet klopte. Ik zag mensen dood in bomen hangen, ter dood gebracht, met daarbij juichende mensen die God prezen. Religie als machtsinstrument. Het beeld van God dat daar uit oprijst is angstaanjagend. Ik was boos op God en op religie.’

‘Wereld groter dan doctrines en traditie’
H
ij is heel blij juist van buitenaf naar de dingen te kunnen kijken, zegt de doctor in de theologie. Hij komt immers niet uit een christelijke omgeving. Dat verrijkt hem en geeft hem misschien ook kans om christenen in Nederland een spiegel voor te houden, om uit hun bubbel te komen.

De wereld is groter dan jouw doctrines en traditie. De wereld is zoveel rijker.’

Vermoeide discussies
L
ee heeft respect voor christenen en kerken, en hij begrijpt ze ook wel.

Maar als ik discussies hoor over de kinderdoop of de heilige maaltijd, dan word ik daar zo moe van. Het zijn vermoeiende discussies, waardoor je mensen van je vervreemdt in plaats van dat je ze kunt binden en boeien.’

Jezus stelde geloofstraditie al ter discussie
I
n zijn leven heeft Jezus al zijn zekerheden neergelegd, de wetten en regels van zijn geloofstraditie ter discussie gesteld, omwille van liefde, omwille van een mens, zegt Lee. Hij denkt daarbij aan acties zoals een genezing op de sabbat.

Dat ging in tegen de heersende doctrine. Hij sprak als jood met een Samaritaanse vrouw en ging om met melaatsen en prostituees. Jezus heeft niet alleen zijn leven gegeven, maar alle heersende regels en codes op zijn kop gezet. En wat doen veel kerken vandaag? Vasthouden aan regels en opvattingen terwijl ze daardoor mensen kwijt raken. Durf je omwille van de liefde normen en doctrines opzij te zetten?’

‘Doorbreek de muren!’
J
e moet niet exclusief blijven denken, maar inclusief gaan kijken en handelen, stelt Lee, niet alleen houden van je eigen club, je eigen groep en je eigen doctrines, maar van de hele wereld. In deze tijd, aldus Lee, zou Jezus zeggen dat je uit je systeem moet komen, muren moet doorbreken en de wereld liefhebben.

Niet alleen je eigen club, de farizeeërs, maar ook de Samaritaan. Heb de moslims lief, heb de Palestijn lief, heb de Jood lief, heb de LHBT-er lief! Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar heb elkaar werkelijk lief. Doorbreek de muren!’

Afscheid van religie
D
e theoloog nam afscheid van religie als systeem en omarmde de boodschap van Jezus.

Jezus is een deur, maar wij trekken muren op. Voor mij persoonlijk is de kerk niet een gebouw of instituut, maar de plek waar twee of meer mensen in de naam van Jezus samenkomen om op weg te gaan. Niet volgens theoloog zus of zo, maar de Jezus van de Bergrede.’

Zie De Linker Wang – mei 2020: Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik’

Foto: Jordy Meow  (Pixabay) – ‘Tempel Otagi Nenbutsu-Ji wordt bewoond door ruim 1200 rakan, expressieve stenen weergaven van Boeddha’s volgelingen. Je ziet ze met een brutale grijns en bedekt met mos, schreeuwend met hun armen richting de hemel en verlegen weggedoken in een hoek. De een heeft een tennisracket in de hand, de ander een fles sake en er schijnt zelfs een Super Mario-figuur aanwezig te zijn.’ (National Geographic, Kyoto, Japan)
Update 24 01 2025 (Lay-out)

Thomasevangelie toont authentieke Jezus

Het Thomasevangelie is niet alleen maar een verzameling losse uitspraken. Het blijkt een zorgvuldig opgebouwd handboek voor spirituele groei. – Filosoof Bram Moerland zegt dit duidelijk te willen maken in zijn boek Het Evangelie van Thomas. TV-presentatrice en documentairemaakster Annemiek Schrijver zegt in het Voorwoord dat ‘dit “Hartelijk Handboek” voor haar door zijn precisie, z’n sobere vorm en oneindig rijke inhoud een handboek voor het leven is, een gids voor Eerste Hulp bij Reflectie’.

‘Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat’ 

‘Het boek dat nu voor u ligt bevat alle korte en krachtige uitspraken van Het Evangelie van Thomas zoals het is gevonden in Nag Hammadi. Het zijn uitspraken van Jezus. En Moerland heeft deze uitspraken van commentaar voorzien. (…) De toon is net als in Thomas zelf, niet belerend en prekend, maar liefdevol en uitnodigend. En ik voel me daarbij thuis. Alsof mijn ziel welkom wordt geheten.’ 
(Annemiek Schrijver)

Strijd om de christelijke waarheid
M
oerland vertelt dat het Thomasevangelie oorspronkelijk alleen maar van horen zeggen bekend was. Het ‘gesteggel’ hierover door de kerkvaders uit de eerste eeuwen bleek bewaard te zijn.

‘De tekst zelf was al kopje onder gegaan in de vroege strijd om de christelijke waarheid in de eerste eeuwen na Jezus, en, naar het leek, voorgoed verdwenen in die aloude strijd.’


Pagina uit Codex II The Nag Hammadi manuscripten

Nag Hammadi-geschriften
M
aar Het Evangelie van Thomas dook in 1945 op in de Nag Hammadi-geschriften. Het bestond dus echt. De strijd over de datering ervan dook eveneens op.  De betekenis van deze tekst voor de wordingsgeschiedenis van het christendom, en zelfs voor het christelijke geloof zoals dat ook nu nog beleden wordt, is belangrijk – en boeiend! – genoeg om kennis van te nemen.

De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk geheel anders dan die van de kerkelijke overlevering.’

Begintijd christendom
V
olgens Moerland wordt de opvatting dat Thomas een onafhankelijke traditie uit de begintijd van het christendom vertegenwoordigt steeds vaker als geldig erkend. Het staat volgens hem geheel los van de Nieuwtestamentische evangeliën. Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat. De ‘oer-Thomas’, aldus Moerland, zou zijn opgetekend zo’n tien jaar na de dood van Jezus.

‘Het is zelfs aannemelijk dat Thomas Jezus werkelijk heeft gekend en ook een van zijn volgelingen was.’


Bram Moerland

Vondst van Thomas
D
at de enige zaligmakende waarheid alleen maar te lezen zou zijn in het Nieuwe Testament… in die geloofszekerheid is volgens Moerland door de vondst van Thomas onmiskenbaar een flinke deuk geslagen.

‘Er is nu, met Thomas, in elk geval een andere zienswijze overgeleverd dan die van de kerken.’

‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet’
(Uit: Het evangelie van Thomas, deel van logion 113)

Spirituele samenhang
T
ot Moerlands grote verrassing ontdekte hij bij de bestudering van het Thomasevangelie dat de volgorde van de teksten een zorgvuldige didactische opbouw vertoont.

‘Ze vertonen als geheel een opmerkelijke spirituele samenhang. En die samenhang bleek veel groter dan ik aanvankelijk al had verwacht.’

Wie is Jezus?
D
e filosoof maakt er een spannend boek van, nieuwsgierig als je wordt als hij zich afvraagt of de belangrijkste vraag een antwoord krijgt: wie is Jezus? Daarover gaat het al gelijk in het hoofdstuk De ongelovige Thomas?

‘Wie is de Jezus van het Thomasevangelie in vergelijking met het Nieuwe Testament? ‘Verrassend genoeg geeft het Evangelie van Johannes daarop een helder antwoord.’


Apostel Johannes

Annemiek Schrijver: ‘precisie’
D
it alleen al en het voorwoord van Annemiek Schrijver plus de intro Het belang van Thomas door Moerland maakt van het boek een pageturner, vooral ook door de consequent heldere commentaren op de 114 soms niet (onmiddellijk) te begrijpen uitspraken (logions) van Jezus. Wat dat betreft klopt het als Schrijver spreekt van de ‘precisie’ waarmee Moerland schrijft.


Logion 25: Met naastenliefde de weg op

‘Jezus zei: Heb je broeder lief als je ziel, behoed hem als je oogappel.’

Commentaar van  Bram Moerland:
‘Wat een mooi beeld is dat: ‘behoed je broeder als je oogappel’. Je oog is heel gevoelig voor aanraking. Het is misschien wel je meest kwetsbare lichaamsdeel. Wees dus even gevoelig voor je naaste als je zelf bent voor je eigen oogappel.
Dit logion is een commentaar op een tekst uit het Oude Testament. In Spreuken 7:1 staat: ‘Koester mijn lessen als je oogappel’. Het verschil met dit logion is groot en wezenlijk.

In het Oude Testament moet de leer gekoesterd worden. Maar in Thomas is het je broeder die behoed dient te worden. De mens gaat boven de leer. Zoek de antwoorden op je levensvragen niet in het verhevene, maar in de eenvoudige, alledaagse praktijk. De praktijk van het leven is de weg, niet de leerschool. Een leerschool kan nooit meer zijn dan een voorbereiding, een vingerwijzing. En de vinger die wijst naar de maan is niet de maan.

Maar, je naaste liefhebben, is dat wel zo makkelijk?’


Het Evangelie van Thomas – het weten van een ongelovige | Bram Moerland | ISBN: 9789020210774 | Pagina’s: 196 | 21-05-2014 | € 26,50 | E-book € 15,99 | Uitgeverij AnkhHermes | (Zie ook bij Athenaeum | Scheltema)

Gerelateerd: Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Beeld: Andreas en Thomas (schilderij van Gian Lorenzo Bernini) – thomasevangelie.nl
Foto Evangelie van Thomas en het geheime boek van Johannes: (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Foto Bram Moerland: wijsheidsweb.nl
Beeld Apostel Johannes: olvternood.nl
Updates: 24 november 2021 / 11-04-2025 (Lay-out)

‘Niet voor onze zonden stierf Jezus’

Er is geen bloedige dood nodig voor het herstel van Gods relatie met de mensheid. De boodschap van Jezus zet mensen zelf aan het werk.’ Docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Fulco Y. van Hulst, onderzocht invloedrijke theologen en laat zien dat de kruisdood heel anders kan worden uitgelegd. In zijn proefschrift Vrede hebben met het kruis van Christus luidt de conclusie dat niet de kruisdood van Jezus centraal zou moeten staan in de verkondiging, maar de boodschap van vrede en afwijzing van geweld. Dat Jezus gestorven zou zijn voor onze zonden vindt de onderzoeker fake news.

Jezus was een radicale, vreedzame activist die opkwam voor de zwakken in de samenleving. Maar hij leefde in de verkeerde tijd en moest dat met de dood bekopen.’
(Van Hulst, NPO Radio 1)

Dat Jezus is gestorven aan het kruis als straf voor de zonde van de mensheid is de dominante interpretatie van zijn dood, maar volgens Van Hulst moet de interpretatie van die bruuske daad nodig worden herzien. In gesprek met journalist Jort Kelder zegt Van Hulst dat voor de doopsgezinde kerk, die ook wel bekendstaat als ‘vredeskerk’, het een onaanvaardbaar idee is dat God gewelddadig zou zijn om de mensheid te straffen.

Dat beeld dat Jezus gestraft wordt voor de zonden van de mensheid is eigenlijk een beeld dat zijn oorsprong had in de gedachten van Anselmus, een middeleeuwse theoloog, (…) en uiteindelijk uitgebouwd door Calvijn, maar dat vindt in mijn ogen helemaal geen basis in het Bijbelverhaal.’
(Van Hulst, NPO Radio 1)

Voor Van Hulst heeft altijd de praktische navolging van Jezus voorop gestaan, met nadruk op de afwijzing van geweld: ‘Dat is wat God in Jezus heeft voorgeleefd.’ De gedachte dat je moet geloven dat Jezus gestorven is voor onze zonden, is hem altijd vreemd voorgekomen. Die manier van denken wilde Van Hulst leren begrijpen en doorgronden. De relatie tussen God en Jezus verwoordt de onderzoeker in termen van Gods activiteit in en door Jezus.

God maakt zich kenbaar als een God die op geweldloze wijze in Jezus de kwade machten overwint. Hij geeft zichzelf in de kruisdood om de mens te bewegen tot inkeer. Tegelijk is de kruisdood een blijk van zijn toorn: het is het gevolg van de keuze van de mens voor het kwade. Het kruis is daarmee niet Gods instrument, maar wel het symbool van de overwinning.’
(Uit: proefschrift Vrede hebben met het kruis van Christus)

De gedachte is niet dat Jezus komt om te sterven, zegt Van Hulst. Hij is verbaasd hoe makkelijk mensen elkaar napraten in de theologiegeschiedenis, met soms schrikbarend weinig kritisch vermogen. Dat God geweld zou gebruiken om zijn doel te bereiken, gaat in tegen het doopsgezinde godsbeeld dat God geweld afwijst.

Je kunt de schriftteksten die worden gebruikt om te bewijzen dat het geweld van de kruisdood noodzakelijk is, ook anders interpreteren. Er is geen bloedige dood nodig voor het herstel van Gods relatie met de mensheid. De boodschap van Jezus zet mensen zelf aan het werk.’
(Uit: De Linker Wang, maart 2020)

Zie:
* De Linker Wang, maart 2020: Fulco van Hulst: Het verhaal over Jezus wordt verdraaid
* Friesch Dagblad, september 2019: Theologische bouwsteen als bijdrage aan het vredesgetuigenis van de kerk
* Proefschrift, september 2019: Vrede hebben met het kruis van Christus (samenvatting)

Luister:
* NPO Radio 1, november 2019:
‘Dat Jezus zou zijn gestorven voor onze zonden is fake news’

Beeld: cover proefschrift (detail)

Brain Uploading als menselijke verrijzenis

Brain Uploading

Verrijzen deed Jezus beter. Met lichaam en brein vol bewustzijn voorbij de cloud naar de hemel. Met Brain Uploading kom je niet verder dan de cloud. Willen je hersens daar nog iets voorstellen dan moet wel je hele lichaam mee, want zonder lichaam kan je niet denken en verlies je je bewustzijn en persoonlijkheid. Je wordt een eeuwigdurende computer die van alles kan maar zonder bewustzijn en persoonlijkheid. Zelf ben je dus digitaal dood, niet meer dan een machine. Dit rijst op als ik VN van januari 2020 lees. Brain Uploading als menselijke verrijzenis. Bijna religieus speelt futuroloog Ray Kurzwell hiermee.


Kurzweil is de profeet van de singulariteit, de filosofie die in de nabije toekomst een eindeloos snelle technologische innovatie voorziet waarin mens en machine volledig fuseren. Levenden worden onsterfelijk, de doden worden opgewekt, om te beginnen Kurzweils vader. Al jaren bewaart hij daarom in een grote loods alle documenten, foto’s en bezittingen van Kurzweil senior. Een artificiële intelligentie (AI) die de cognitieve capaciteit van mensen ver zal overstijgen, een ‘superintelligentie’, moet al ­deze analoge data inscannen om zijn vader een digitale wederopstanding te geven.’ (Trouw)


De (joods-)christelijke cultuur lijkt nog altijd van grote invloed op sommige wetenschappers. Blijkbaar willen zij uiteindelijk eeuwig leven en als God dat (nog) niet voor ze verwerkelijkt, dan proberen ze Jezus te volgen: opstijgen naar het eeuwige leven en als dat niet naar de hemel kan, dan maar in de cloud proberen. Maar verrijzen is veel meer dan simpel Brain Uploading. Cultuursocioloog Siri Beerends schrijft over Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud.

Techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van interfaces om onze hersenen over te zetten op een computer. Zo zouden we eeuwig kunnen voortleven. Maar wat moeten we ons voorstellen bij een digitaal bestaan zonder einde? En wát leeft er precies voort?’ (VN)

De Braziliaanse hersenwetenschapper Miguel Nicolelis koppelde brein en machine, en hersenen onderling, en laat volgens Trouw zelfs zien dat het brein de ware schepper is van het universum. De schepper!

Alles wat zich aan ons voordoet is door het brein gecreëerd, het brein is de ‘ware schepper’. Tijd en ruimte bestaan niet als zodanig, maar zijn constructen van het brein, die onze evolutie en ons overleven mogelijk hebben gemaakt.’ (Trouw)

Volgens Beerends is een van de misvattingen dat, wanneer je iemands hersenen overzet op een digitale drager, persoonlijkheid en bewustzijn automatisch meeverhuizen.

Onder invloed van technologieën als fMRI en EEG zijn we onze identiteit steeds meer gaan ophangen aan ons brein. De theorie dat wij een klompje zenuwcellen zijn met een bewustzijn dat zich in onze hersenen bevindt, wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines ontkracht.’ (VN)

Filosoof en psycholoog Pim Haselager, hoofdonderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat we tegenwoordig te neurocentrisch denken:

Ik ontken niet dat het brein een rol speelt bij alles wat ik doe, maar dat geldt ook voor mijn lichaam en mijn omgeving. Zo blijkt het metabolische systeem in ons lichaam ook cognitief heel belangrijk te zijn. We moeten niet denken dat bewustzijn, geheugen, persoonlijkheid en waarneming gelokaliseerd zijn in één onderdeel van onszelf.’ (VN)

De Amerikaanse neurowetenschapper Alva Noë weidde een heel boek aan de misvatting dat bewustzijn en persoonlijkheid in onze hersenen zouden zitten. In We zijn toch geen brein? legt Noë uit dat bewustzijn iets is wat we doen in dynamische interactie met de wereld om ons heen.

Om het leven te kunnen ervaren, zijn we afhankelijk van de samenwerking tussen hersenen, lichaam en een betekenisvolle omgeving. Zonder deze verknoping kunnen we de wereld niet bewust ervaren. Waarschijnlijk blijft er dus maar een gedeelte van je over wanneer alleen je hersenen worden overgezet op een digitale drager.’ (VN)

Volgens kunstmatige intelligentie-experts zoals David Watson worden de overeenkomsten tussen mensen en zelflerende computersystemen schromelijk overdreven.

Zowel binnen als buiten zijn vakgebied worden ten onrechte menselijke eigenschappen zoals bewustzijn, intuïtie en empathie toegedicht aan computers.’ (VN)

Aan het slot van haar artikel is Beerends zeer uitgesproken:

Voor toekomstige generaties zal het een zegen zijn dat hun bewustzijn niet gekopieerd kan worden. Dan zijn ze zich in elk geval niet bewust van hun existentiële leegte wanneer ze ronddwalen in de cloud als datamelkkoe voor een handjevol techbedrijven.’ (VN)

Bronnen o.a.:
* VN:
Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud
* Trouw: De ware schepper van onze wereld? Ons brein
* Trouw: Kunstmatige intelligentie: De nieuwe God die ons onderwerpt

Foto: Kerrie Grist looks at a real human brain being displayed as part of new exhibition at the @Bristol attraction on March 8, 2011 in Bristol, England – Matt Cardy/Getty Images

Update: 14 02 2024 (Lay-out)

God koning door executie van Jezus?

Calvary-244x183-cm-1024x771

God ontlaadt zijn toorn op zijn Zoon? Jezus als hitteschild of bliksemafleider? Het is niet Bijbels Vader en Zoon zo tegenover elkaar te zetten. Moeten wij beschermd worden tegen een vader uit wiens handen wij gered moeten worden? Kan ik die vader wel vertrouwen? Wat is dat voor vader, die eerst je vijand is? – Deze gedachten hielden Reinier Sonneveld, de auteur van Het vergeten evangelie, erg bezig. Hij schreef er een dik boek over. ‘Een nieuwe kijk op de laatste 18 uur van Jezus verandert inderdaad alles’, luidt een recensie.

IHet vergeten evangelie stelt Reinier Sonneveld scherpe vragen bij de gedachte dat God genoegdoening zou eisen, en dat Jezus plaatsvervangend de straf draagt en de schuld betaalt. – Nogal een heftig thema. Mensen haken vaak af als het over de kruisiging gaat, zoals Sonneveld zelf ervaart als hij er met anderen over spreekt. Welke God wil een kruisiging?

Het kruis staat niet voor niets symbool voor het christelijk geloof zelf: Jezus’ kruisdood vormt de diepste kern ervan. Jezus brengt verlossing door aan het kruis een gruwelijke dood te sterven. Maar hoe kan het leven, de dood en de opstanding van één mens verlossing betekenen voor de mensheid?’ (weetwatjegelooft.nl)  

Christus Victor versus Verzoening door voldoening
Er zijn twee gedachten over de executie van Jezus. Dat zijn de oudchristelijke Christus Victor-benadering en het model van Verzoening door voldoening.

De kern ervan [van de Christus-Victor-benadering, PD] is dat God koning wordt, en wel door de executie van Jezus. Toen Jezus werd gekruisigd, werd de mensheid gered. Verzoening gebeurt door wat God en mens van elkaar scheidt – het kwaad in en buiten ons – te overwinnen. Waar velen de Christus Victor-benadering combineren met die van Verzoening door voldoening, wijst Sonneveld dit laatste model resoluut van de hand en betitelt hij aspecten ervan als ‘on-Bijbels’.’ (Studiedag over verzoening)

Het gaat Sonneveld vooral om de herontdekking van Christus Victor, zegt hij in een vraaggesprek in het ND, waarin hij met theoloog Kees van Kralingen de degens kruist over het ‘vergeten evangelie’, zoals theologisch onderzoeker Solleveld de kijk op het verzoeningswerk van Jezus betiteld. De discussie gaat morgen in de Theologische Universiteit Kampen uitgebreid verder op een studiedag voor predikanten: ‘Hoe Jezus’ kruisdood ons kan verlossen’. Iedereen moet dan wel minstens Het vergeten Evangelie gelezen hebben.

Het-vergeten-evangelie-omslag

Onderzoeker Sonneveld vertelt over de karikaturen over Jezus als offerlam, die elke zondag vele keren van de kansels worden verkondigd, en vraagt zich af dat als Gods genade en vergeving gratis wordt aangeboden, waarom je dan zegt dat daarvoor betaald moet worden. En dan ook nog weer door de dood van een mens? Dan wordt het volgens hem een transactie.

Sonneveld zag onlangs een evangelisatiefoldertje in een ziekenhuis liggen, over een strenge God met een baard, en een kloof met een kruis eroverheen. Dat vindt hij een onbegrijpelijk verhaal, tenzij je er dertig jaar mee bent opgevoed. Volgens Sonneveld werkt dat niet en vindt dat mensen gediend zijn met een groter evangelie.

Als ik tegen een ongelovige zeg dat Jezus de overwinning van de liefde is, dan snapt iedereen dat zinnetje. Ik kan daarbij het verhaal vertellen over vergeving voor een overspelige vrouw of de beulen die Jezus bij het kruis vergeeft. Dan voelt iedereen aan dat dit is wat we allemaal willen: dat het kwaad verslagen wordt, leven met een God die helemaal liefde is. Dan vertel je een begrijpelijk verhaal, dat bovendien veel aantrekkelijker is.’ (ND)

En toch wordt ‘de kruisiging een kroning’, volgens een van de vele recensenten: daar kom je pas achter als je het boek Het vergeten evangelie uit hebt. – Het doet mij encyclopedisch aan, uitermate boeiend, met veel foto’s, tekeningen en uitstapjes naar alle kanten: poëzie en techniek; verwijzingen zowel naar filosofen, theologen en psychologische onderzoeken als naar televisieprogramma’s; naar artikelen uit vele kranten en Bijbelcitaten; van Monty Python tot Theo Maassen; van De Correspondent tot Twitter. Duidelijk is de lange queeste van Sonneveld naar het hoe, wat en waarom van God en Jezus. 

Bij een van de citaten in Het vergeten evangelie, van theoloog en kerkvader Ireneüs van Lyon – de man van de Verzoeningsleer, de leer die bij het Eerste Concilie van Nicea tot grondslag van het christendom werd uitgeroepen – blijf ik even mijmeren als ik op blz. 96 lees: ‘De glorie van God is de mens die voluit leeft.’ Hoe zou Jezus over zo’n uitspraak denken, destijds op Golgotha? – Het vergeten evangelie zou vooral over Goed Nieuws gaan, een ontdekking die voor Sonneveld een openbaring bleek: ‘We zijn een deel van het ‘goede nieuws’ uit de Bijbel vergeten.’
Het boek leest als een detective. En dan een van de betere. Heeft God het gedaan?

Bronnen:
* Zijn we een deel van het ‘goede nieuws’ uit de Bijbel vergeten?
* Studiedag over Verzoening

Het vergeten Evangelie – Het geheim van Jezus verandert alles | Reinier Sonneveld | 2018 | Uitgever Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam | E-books via reiniersonneveld.nl/shop

Beeld: David Mach – Dadiani Fine Art – Calvary, 2011, Mixed Media

Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Update: 25 06 2019

Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Het Thomasevangelie, een gnostische tekst uit de begintijd van het christendom en in 1945 in Nag Hammadi (Egypte) teruggevonden, bestaat uit 114 logia (uitspraken) – ook wel leerstellingen of wijsheidsspreuken genoemd – van Jezus zelf. Dus niet over Jezus. Het zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die Didymus Judas Thomas, een van de twaalf apostelen van Jezus, opschreef. Jezus zegt hierin dat ‘wie het Al denkt te kennen, maar niet zichzelf, volkomen in gebreke blijft’: ook wel de kerntekst van het Thomasevangelie genoemd.

‘Intensief onderzoek leidde eind jaren vijftig van de vorige eeuw al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie’

Hermes Trismegistos
F
rappant, daar je dit gedachtegoed al tegenkomt bij de (gnostische) geschriften van Hermes Trismegistos, een ‘hoogstwaarschijnlijk mythische gestalte uit het oude Egypte, min of meer gelijk gesteld met de Egyptische god Toth’, ook wel de vader van de gnosis genoemd. Van hem is de uitspraak: ‘Wie zichzelf kent, kent het Al’. (1)

Harvard Divinity School
V
olgens de in 2006 overleden prof. dr. Gilles Quispel, hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, is de oudste laag van het Thomasevangelie geschreven rond het jaar 40 in Jeruzalem. Een tweede laag zou ontstaan zijn rond het jaar 100 in Alexandrië. Rond het jaar 140 zouden, waarschijnlijk in Edessa (vroeger Turkije, nu Rusland), die twee lagen samengevoegd zijn in een eindredactie, ongeveer in de vorm zoals die teruggevonden is bij Nag Hammadi. Nieuwtestamenticus Riemer Roukema stelt echter dat het Thomasevangelie ‘ergens in de tweede eeuw’ is ontstaan. Quispel en veel Amerikaanse wetenschappers houden daarentegen de ontstaansdatum ervan op het midden van de eerste eeuw. (2)

In de Nag Hammadi geschriften I  (3) wordt verwezen naar Helmut Koester van de Harvard Divinity School (VS), die het Thomasevangelie als een onafhankelijke bron van Jezus-woorden ziet die nog ouder is dan Q, een bron, waaruit de schrijvers van de evangeliën volgens Mattheüs en Lucas beiden zouden hebben geput. Hij dateert het evangelie een kleine twintig jaar na de kruisiging van Jezus. (4)

Orale traditie oude wereld
V
an het Thomasevangelie, dat een van de vroege gnostische geschriften wordt genoemd, wordt dus gezegd dat het de werkelijke woorden van Jezus zouden zijn. Bijzonder omdat die woorden kort na de dood van Jezus op schrift moeten zijn gesteld. (5) Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg en neerlandicus Willem Glaudemans is het zeker dat er direct na de dood van Jezus al mondelinge ‘spreuken-verzamelingen’ circuleerden, iets dat geenszins ongewoon was in de rijke orale traditie van de oude wereld. Later zijn deze verzamelingen opgeschreven. (6)


Thomas en zijn evangelie

Concilie van Nicea
E
r ligt dus een link met de gnostiek, een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. En daarmee komen we direct op een strijdtoneel terecht, want al in de tweede eeuw werd de gnostiek fel bestreden en als ketterij veroordeeld. De geloofsbelijdenis die tijdens het Concilie van Nicea aanvaard werd, verwierp de gnostische leringen. Volgens de Tilburg School of Catholic Theology vormde het gnosticisme een van de omvangrijkste dwalingen waarmee het jonge christendom zich geconfronteerd zag. (7)

Ketters geschrift
R
oukema wijst een gnostische Jezus nadrukkelijk af. Hij stelt vraagtekens bij de gedachte dat in het Thomasevangelie de ware Jezus naar voren treedt. Ook heeft hij zijn twijfels of het Thomasevangelie ouder en daardoor origineler is dan de Bijbelse evangeliën. Volgens hem is dat niet te bewijzen. Wel vindt Roukema het historisch-wetenschappelijk interessant, maar houdt hij afstand van de oude gnostiek. Hij vindt de geheimzinnige gnostiek-Jezus onhistorisch. (8)

‘Rebellie tegen God’
C
hristen Martie Dieperink noemt gnostiek in diepste wezen rebellie tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Volgens Dieperink bevatten niet de gnostische geschriften, maar de Bijbel zoals wij die kennen, de boodschap van het oorspronkelijke christendom. Zij schreef het boek Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek ‘om religieuze zoekers de waarheid te laten ontdekken, en om christenen te helpen inzicht te krijgen in de gnostische denkwereld en te wapenen tegen misleiding’. (9)

Waardevol geschrift
W
at is dan de waarde van het Thomasevangelie? Het zou immers ketterij zijn? We zouden kunnen zeggen dat in deze tijd de gnostiek nog steeds verketterd wordt door het christendom, de Kerk. Het streven naar kennis, in eerste instantie naar zelfkennis, zoals Jezus dat volgens het Thomasevangelie daadwerkelijk heeft gepredikt, zegt Slavenburg, vormde voor de kerk een bedreiging. ‘Het zette de mens aan tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en leidde uiteindelijk tot een hoge mate van individualisme en dus ook tot een zich onttrekken aan gezag en autoriteit van buitenaf’. (10)


Carol W. NicholsHarper Collins, San Francisco

Jezus, dé gnostische ingewijde
F
eit is dat het Thomasevangelie bestaat, en dat het enorm populair is. Volgens Jacob Slavenburg en John van Schaik (middeleeuwse mystiek en gnostiek) presenteert Jezus zich hierin als een gnostisch ingewijde, zelfs dé gnostische ingewijde. Het is wel opvallend dat gnosis het bekendst geworden is in het christendom. En dat progressieve wetenschappers het materiaal gebruiken om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het vroege christendom.

Joods-christelijke traditie
E
en toenemend aantal nieuwtestamentici stemmen in met Quispel. Volgens journalist Cokky van Limpt is de overgrote meerderheid van onderzoekers die het Evangelie van Thomas serieus hebben bestudeerd er vast van overtuigd dat het een onafhankelijke traditie van woorden bevat, die Jezus eens sprak. Zij noemt gnosis de niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent mens, kosmos en het goddelijke, en niet gebonden aan één levensbeschouwing of religie. Wel leidde intensief onderzoek eind jaren vijftig al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie. (11)

Rijke bron van inspiratie
W
ellicht komen we nooit achter het werkelijke verhaal over het Thomasevangelie. De waarheid over dit evangelie, ketterij of inzicht, ligt vermoedelijk ergens in het midden. We kunnen beter naar de bijzondere waarde ervan kijken, die volgens Slavenburg en Glaudemans ligt in het feit dat het een rijke bron van inspiratie is voor christelijke en niet-christelijke mensen. Zij zeggen dat juist het ontbreken van iedere vorm van theologie en de pure onopgesmuktheid de uitspraken tot juwelen maken. ‘Je bekijkt ze, je legt ze weg, je pakt ze weer op; en telkens zie je een andere, nog diepere betekenis, een schittering die je voorheen niet opviel’. (12)

(1) De Hermetische Schakel, Jacob Slavenburg, blz. 17, 121
(2) Westerse esoterie en oosterse wijsheid, Jacob Slavenburg, John van Schaik, blz. 185
(3) Nag Hammadi geschriften I, J. Slavenburg, W. G. Glaudemans, vijfde druk, 2000, blz. 129
(4) Q is een veronderstelde gemeenschappelijke bron, waaruit Mattheüs en Lucas zouden hebben geput. Er bestaat een vertaling van de gereconstrueerde tekst van Q: Het verloren evangelie, door de Amerikaanse theoloog Marcus Borg, uitgeverij Meinema, 1997.
(5) Christus zonder kruis, Hendrik Spiering, NRC, 2005
(6) Nag Hammadi geschriften I, blz. 129
(7) De gnostiek in de oudheid, Laela Zwollo, Tilburg University, Lucepedia
(8) Thomasevangelie / ‘Geheimzinnige gnostiek-Jezus is onhistorisch’, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(9) De verraderlijke zuigkracht van de gnostiek, Gert-Jan Schaap, EO-Visie
(10) De Jezus uit Thomas’ evangelie is geen ‘bleke halfgod’, Geert J. Peelen, de Volkskrant, 1995
(11) Gilles Quispel: het Thomasevangelie geeft een ander beeld van de historische Jezus, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(12) Nag Hammadi geschriften I, blz. 134

Beeld: Fragment Evangelie van Thomas – het geheime boek van Johannes (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Beeld Thomas en zijn evangelie: detail cover Thomas en zijn evangelie
Beeld Evangelie van Thomas Manuscript 2010: kalligrafie en illustraties van Carol W. Nichols. Afmetingen: 23 x 30 x 2,5 cm, handgeschept Twinrocker-papier, 65 aquarel- en/of 23-karaats gouden illustraties. Vertaald uit het Koptisch (circa 350 n.Chr.): Marvin Meyer, copyright 2005, met toestemming van Harper Collins, San Francisco.

Zie: Tekst Thomasevangelie
Update: 16 04 2025 (Lay-out)