God koning door executie van Jezus?

Calvary-244x183-cm-1024x771

God ontlaadt zijn toorn op zijn Zoon? Jezus als hitteschild of bliksemafleider? Het is niet Bijbels Vader en Zoon zo tegenover elkaar te zetten. Moeten wij beschermd worden tegen een vader uit wiens handen wij gered moeten worden? Kan ik die vader wel vertrouwen? Wat is dat voor vader, die eerst je vijand is? – Deze gedachten hielden Reinier Sonneveld, de auteur van Het vergeten evangelie, erg bezig. Hij schreef er een dik boek over. ‘Een nieuwe kijk op de laatste 18 uur van Jezus verandert inderdaad alles’, luidt een recensie.

IHet vergeten evangelie stelt Reinier Sonneveld scherpe vragen bij de gedachte dat God genoegdoening zou eisen, en dat Jezus plaatsvervangend de straf draagt en de schuld betaalt. – Nogal een heftig thema. Mensen haken vaak af als het over de kruisiging gaat, zoals Sonneveld zelf ervaart als hij er met anderen over spreekt. Welke God wil een kruisiging?

Het kruis staat niet voor niets symbool voor het christelijk geloof zelf: Jezus’ kruisdood vormt de diepste kern ervan. Jezus brengt verlossing door aan het kruis een gruwelijke dood te sterven. Maar hoe kan het leven, de dood en de opstanding van één mens verlossing betekenen voor de mensheid?’ (weetwatjegelooft.nl)  

Christus Victor versus Verzoening door voldoening
Er zijn twee gedachten over de executie van Jezus. Dat zijn de oudchristelijke Christus Victor-benadering en het model van Verzoening door voldoening.

De kern ervan [van de Christus-Victor-benadering, PD] is dat God koning wordt, en wel door de executie van Jezus. Toen Jezus werd gekruisigd, werd de mensheid gered. Verzoening gebeurt door wat God en mens van elkaar scheidt – het kwaad in en buiten ons – te overwinnen. Waar velen de Christus Victor-benadering combineren met die van Verzoening door voldoening, wijst Sonneveld dit laatste model resoluut van de hand en betitelt hij aspecten ervan als ‘on-Bijbels’.’ (Studiedag over verzoening)

Het gaat Sonneveld vooral om de herontdekking van Christus Victor, zegt hij in een vraaggesprek in het ND, waarin hij met theoloog Kees van Kralingen de degens kruist over het ‘vergeten evangelie’, zoals theologisch onderzoeker Solleveld de kijk op het verzoeningswerk van Jezus betiteld. De discussie gaat morgen in de Theologische Universiteit Kampen uitgebreid verder op een studiedag voor predikanten: ‘Hoe Jezus’ kruisdood ons kan verlossen’. Iedereen moet dan wel minstens Het vergeten Evangelie gelezen hebben.

Het-vergeten-evangelie-omslag

Onderzoeker Sonneveld vertelt over de karikaturen over Jezus als offerlam, die elke zondag vele keren van de kansels worden verkondigd, en vraagt zich af dat als Gods genade en vergeving gratis wordt aangeboden, waarom je dan zegt dat daarvoor betaald moet worden. En dan ook nog weer door de dood van een mens? Dan wordt het volgens hem een transactie.

Sonneveld zag onlangs een evangelisatiefoldertje in een ziekenhuis liggen, over een strenge God met een baard, en een kloof met een kruis eroverheen. Dat vindt hij een onbegrijpelijk verhaal, tenzij je er dertig jaar mee bent opgevoed. Volgens Sonneveld werkt dat niet en vindt dat mensen gediend zijn met een groter evangelie.

Als ik tegen een ongelovige zeg dat Jezus de overwinning van de liefde is, dan snapt iedereen dat zinnetje. Ik kan daarbij het verhaal vertellen over vergeving voor een overspelige vrouw of de beulen die Jezus bij het kruis vergeeft. Dan voelt iedereen aan dat dit is wat we allemaal willen: dat het kwaad verslagen wordt, leven met een God die helemaal liefde is. Dan vertel je een begrijpelijk verhaal, dat bovendien veel aantrekkelijker is.’ (ND)

En toch wordt ‘de kruisiging een kroning’, volgens een van de vele recensenten: daar kom je pas achter als je het boek Het vergeten evangelie uit hebt. – Het doet mij encyclopedisch aan, uitermate boeiend, met veel foto’s, tekeningen en uitstapjes naar alle kanten: poëzie en techniek; verwijzingen zowel naar filosofen, theologen en psychologische onderzoeken als naar televisieprogramma’s; naar artikelen uit vele kranten en Bijbelcitaten; van Monty Python tot Theo Maassen; van De Correspondent tot Twitter. Duidelijk is de lange queeste van Sonneveld naar het hoe, wat en waarom van God en Jezus. 

Bij een van de citaten in Het vergeten evangelie, van theoloog en kerkvader Ireneüs van Lyon – de man van de Verzoeningsleer, de leer die bij het Eerste Concilie van Nicea tot grondslag van het christendom werd uitgeroepen – blijf ik even mijmeren als ik op blz. 96 lees: ‘De glorie van God is de mens die voluit leeft.’ Hoe zou Jezus over zo’n uitspraak denken, destijds op Golgotha? – Het vergeten evangelie zou vooral over Goed Nieuws gaan, een ontdekking die voor Sonneveld een openbaring bleek: ‘We zijn een deel van het ‘goede nieuws’ uit de Bijbel vergeten.’
Het boek leest als een detective. En dan een van de betere. Heeft God het gedaan?

Bronnen:
* Zijn we een deel van het ‘goede nieuws’ uit de Bijbel vergeten?
* Studiedag over Verzoening

Het vergeten Evangelie – Het geheim van Jezus verandert alles | Reinier Sonneveld | 2018 | Uitgever Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam | E-books via reiniersonneveld.nl/shop

Beeld: David Mach – Dadiani Fine Art – Calvary, 2011, Mixed Media

Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Update: 25 06 2019

Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

El_Evangelio_de_Tom.s.Gospel_of_Thomas._Codex_II_Manuscritos_de_Nag_Hammadi.The_Nag_Hammadi_manuscripts

Het Thomasevangelie, een gnostische tekst uit de begintijd van het christendom en in 1945 in Nag Hammadi (Egypte) teruggevonden, bestaat uit 114 logia (uitspraken) – ook wel leerstellingen of wijsheidsspreuken genoemd – van Jezus zelf. Dus niet over Jezus. Het zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die Didymus Judas Thomas, een van de twaalf apostelen van Jezus, opschreef. Jezus zegt hierin dat ‘wie het Al denkt te kennen, maar niet zichzelf, volkomen in gebreke blijft’: ook wel de kerntekst van het Thomasevangelie genoemd.

Frappant, daar je dit gedachtegoed al tegenkomt bij de (gnostische) geschriften van Hermes Trismegistos, een ‘hoogstwaarschijnlijk mythische gestalte uit het oude Egypte, min of meer gelijk gesteld met de Egyptische god Toth’, ook wel de vader van de gnosis genoemd. Van hem is de uitspraak: ‘Wie zichzelf kent, kent het Al’. (1)

Gnostisch geschrift
Volgens de in 2006 overleden prof. dr. Gilles Quispel, hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, is de oudste laag van het Thomasevangelie geschreven rond het jaar 40 in Jeruzalem. Een tweede laag zou ontstaan zijn rond het jaar 100 in Alexandrië. Rond het jaar 140 zouden, waarschijnlijk in Edessa (vroeger Turkije, nu Rusland), die twee lagen samengevoegd zijn in een eindredactie, ongeveer in de vorm zoals die teruggevonden is bij Nag Hammadi. Nieuwtestamenticus Riemer Roukema stelt echter dat het Thomasevangelie ‘ergens in de tweede eeuw’ is ontstaan. Quispel en veel Amerikaanse wetenschappers houden daarentegen de ontstaansdatum ervan op het midden van de eerste eeuw. (2)

In de Nag Hammadi geschriften I  (3) wordt verwezen naar Helmut Koester van de Harvard Divinity School (VS), die het Thomasevangelie als een onafhankelijke bron van Jezus-woorden ziet die nog ouder is dan Q, een bron, waaruit de schrijvers van de evangeliën volgens Mattheüs en Lucas beiden zouden hebben geput. Hij dateert het evangelie een kleine twintig jaar na de kruisiging van Jezus. (4)

Van het Thomasevangelie, dat een van de vroege gnostische geschriften wordt genoemd, wordt dus gezegd dat het de werkelijke woorden van Jezus zouden zijn. Bijzonder omdat die woorden kort na de dood van Jezus op schrift moeten zijn gesteld. (5) Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg en neerlandicus Willem Glaudemans is het zeker dat er direct na de dood van Jezus al mondelinge ‘spreuken-verzamelingen’ circuleerden, iets dat geenszins ongewoon was in de rijke orale traditie van de oude wereld. Later zijn deze verzamelingen opgeschreven. (6)

Er ligt dus een link met de gnostiek, een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. En daarmee komen we direct op een strijdtoneel terecht, want al in de tweede eeuw werd de gnostiek fel bestreden en als ketterij veroordeeld. De geloofsbelijdenis die tijdens het Concilie van Nicea aanvaard werd, verwierp de gnostische leringen. Volgens de Tilburg School of Catholic Theology vormde het gnosticisme een van de omvangrijkste dwalingen waarmee het jonge christendom zich geconfronteerd zag. (7)

Ketters geschrift
Roukema wijst een gnostische Jezus nadrukkelijk af. Hij stelt vraagtekens bij de gedachte dat in het Thomasevangelie de ware Jezus naar voren treedt. Ook heeft hij zijn twijfels of het Thomasevangelie ouder en daardoor origineler is dan de Bijbelse evangeliën. Volgens hem is dat niet te bewijzen. Wel vindt Roukema het historisch-wetenschappelijk interessant, maar houdt hij afstand van de oude gnostiek. Hij vindt de geheimzinnige gnostiek-Jezus onhistorisch. (8)

Christen Martie Dieperink noemt gnostiek in diepste wezen rebellie tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Volgens Dieperink bevatten niet de gnostische geschriften, maar de Bijbel zoals wij die kennen, de boodschap van het oorspronkelijke christendom. Zij schreef het boek Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek ‘om religieuze zoekers de waarheid te laten ontdekken, en om christenen te helpen inzicht te krijgen in de gnostische denkwereld en te wapenen tegen misleiding’. (9)

Waardevol geschrift
Wat is dan de waarde van het Thomasevangelie? Het zou immers ketterij zijn? We zouden kunnen zeggen dat in deze tijd de gnostiek nog steeds verketterd wordt door het christendom, de Kerk. Het streven naar kennis, in eerste instantie naar zelfkennis, zoals Jezus dat volgens het Thomasevangelie daadwerkelijk heeft gepredikt, zegt Slavenburg, vormde voor de kerk een bedreiging. ‘Het zette de mens aan tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en leidde uiteindelijk tot een hoge mate van individualisme en dus ook tot een zich onttrekken aan gezag en autoriteit van buitenaf’. (10)

Feit is dat het Thomasevangelie bestaat, en dat het enorm populair is. Volgens Jacob Slavenburg en John van Schaik (middeleeuwse mystiek en gnostiek) presenteert Jezus zich hierin als een gnostisch ingewijde, zelfs dé gnostische ingewijde. Het is wel opvallend dat gnosis het bekendst geworden is in het christendom. En dat progressieve wetenschappers het materiaal gebruiken om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het vroege christendom.

Een toenemend aantal nieuwtestamentici stemmen in met Quispel. Volgens journalist Cokky van Limpt is de overgrote meerderheid van onderzoekers die het Evangelie van Thomas serieus hebben bestudeerd er vast van overtuigd dat het een onafhankelijke traditie van woorden bevat, die Jezus eens sprak. Zij noemt gnosis de niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent mens, kosmos en het goddelijke, en niet gebonden aan één levensbeschouwing of religie. Wel leidde intensief onderzoek eind jaren vijftig al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie. (11)

Wellicht komen we nooit achter het werkelijke verhaal over het Thomasevangelie. De waarheid over dit evangelie, ketterij of inzicht, ligt vermoedelijk ergens in het midden. We kunnen beter naar de bijzondere waarde ervan kijken, die volgens Slavenburg en Glaudemans ligt in het feit dat het een rijke bron van inspiratie is voor christelijke en niet-christelijke mensen. Zij zeggen dat juist het ontbreken van iedere vorm van theologie en de pure onopgesmuktheid de uitspraken tot juwelen maken. ‘Je bekijkt ze, je legt ze weg, je pakt ze weer op; en telkens zie je een andere, nog diepere betekenis, een schittering die je voorheen niet opviel’. (12)

(1) De Hermetische Schakel, Jacob Slavenburg, blz. 17, 121
(2) Westerse esoterie en oosterse wijsheid, Jacob Slavenburg, John van Schaik, blz. 185
(3) Nag Hammadi geschriften I, J. Slavenburg, W. G. Glaudemans, vijfde druk, 2000, blz. 129
(4) Q is een veronderstelde gemeenschappelijke bron, waaruit Mattheüs en Lucas zouden hebben geput. Er bestaat een vertaling van de gereconstrueerde tekst van Q: Het verloren evangelie, door de Amerikaanse theoloog Marcus Borg, uitgeverij Meinema, 1997.
(5) Christus zonder kruis, Hendrik Spiering, NRC, 2005
(6) Nag Hammadi geschriften I, blz. 129
(7) De gnostiek in de oudheid, Laela Zwollo, Tilburg University, Lucepedia
(8) Thomasevangelie / ‘Geheimzinnige gnostiek-Jezus is onhistorisch’, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(9) De verraderlijke zuigkracht van de gnostiek, Gert-Jan Schaap, EO-Visie
(10) De Jezus uit Thomas’ evangelie is geen ‘bleke halfgod’, Geert J. Peelen, de Volkskrant, 1995
(11) Gilles Quispel: het Thomasevangelie geeft een ander beeld van de historische Jezus, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(12) Nag Hammadi geschriften I, blz. 134

Beeld: Evangelie van Thomas en het geheime boek van Johannes (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)

Zie: Tekst Thomasevangelie

Pleidooi voor inclusief christendom

bergredeKarolyFerenczy (1)

‘Een christendom dat niet meteen roept dat je eerst echt moet geloven voor je erbij hoort,’ zegt filosoof en docent journalistiek Karel Smouter als hij de documentaire Leaving my father’s faith en de film Heretic: The movie bekijkt en terstond weer begint te dromen over een nieuw soort christendom. ‘De beweging rondom Jezus werd onderweg op een of andere manier gekaapt’, zo haalt Smouter bestseller-theoloog Rob Bell aan. ‘Het is tijd om het christendom terug te claimen.’

Bell is volgens Smouter de leidsman geworden van vele duizenden Amerikanen die zich niet langer kunnen vinden in een tribaal soort evangelicalisme dat zijn ziel aan de Republikeinse Partij van Trump verkocht heeft, maar nog altijd een soort religieus verlangen bij zichzelf ontwaren.

Die eigenlijk helemaal niet weg willen, omdat ze ergens het gevoel hebben dat ze helemaal nog niet klaar zijn met het verhaal van Jezus, die naar de aarde kwam om Gods liefde aan de mensheid te openbaren.’

Smouter zet de site dogmavrij.nl – waarin volgens hem een gitzwart beeld van religie wordt getoond, gevoed door de hardhandige confrontatie met de uitsluitingsmechanismen die nu eenmaal horen bij orthodox christendom – tegenover Franca Treur voor wie een permanente campagne wordt gevoerd om haar terug te winnen voor de club.

Het traditionele script schrijft voor dat Bell verbitterd afhaakt en vanuit zijn nieuwe woonplek, Los Angeles, boze blogs en boeken schrijft over alles wat hem is aangedaan. Maar Bell doet iets bijzonders: hij blijft geloven. En hij blijft preken. Niet langer in kerken, maar in theaters en via blogs, boeken en zijn RobCast, een veelbeluisterde online radioshow.’

Volgens Bell vragen deze tijden om het besef dat het christelijke verhaal tribalisme overstijgt. Dat de hele mensheid sámen één tribe is. Hij voert een pleidooi voor kerken waar belonging voorafgaat aan behaving en believing. Duidelijk geen kerk waar de volgorde nog andersom is: ‘geloofsverlies’ leidt in zo’n scenario bijna automatisch tot kerkverlating.

Zeker, er zijn groepsleden die zich intussen atheïst noemen, zegt Smouter, maar ook zij houden zich in werk en leven bezig met het sublieme, bijvoorbeeld in de kunsten. Of ze jagen hun droom van een rechtvaardiger wereld na met belangrijke journalistieke projecten.

En de uitgesproken gelovigen? Die bedienen zich wellicht van een andere taal dan de twijfelaars en de afhakers. Maar als er iets in onze levens gebeurt, verstaan we elkaar nog altijd uitstekend. Onze appgroep is op zulke dagen een levendig meeleefmechanisme waarin we elk in eigen woorden om elkaar heen staan. We zijn anders gaan denken over de inhoud van ons geloof, maar stuk voor stuk zijn we geïnfecteerd door de concepten die in het christelijk geloof centraal staan.’

Smouter zegt dat ze vooral hun menselijkheid met elkaar delen. Hijzelf bezoekt nog regelmatig een kerk – waar hij zich elke keer weer diep verbonden voelt met de tweeduizend jaar durende zoektocht in het voetspoor van Jezus, naar wat het nu betekent een mens te zijn op aarde. En als ze hem vragen of hij nog gelooft, antwoordt hij in een snedige bui: ‘Ja, gisteren nog, toen ik langs de IJssel liep’. Of hij zegt tegen zo’n vragensteller: ‘Het ligt er maar net aan wat je bedoelt’. Hij zegt al lang niet meer ja en amen tegen de exclusivistische pretentie van het christelijk geloof, dat het ‘ja’ zeggen tegen een aantal geloofsaannames de weg tot behoud is.

Al is het maar omdat elke geloofsuitspraak per definitie een momentopname is. Wat mij bovendien zo tegenstaat aan de vraag of ik ‘nog geloof’, is de aanname die daaronder ligt: dat geloofsverandering altijd tot minder geloof zou leiden. Dat je op een hellend vlak terecht zou komen. Terwijl zo’n hellend vlak, in de woorden van Rachel Held Evans, een paar jaar geleden in dit tijdschrift [De Nieuwe Koers], evengoed tot mooiere vergezichten kan leiden.’

Het zijn bij uitstek tijden voor een geloof dat stammen en groepen overstijgt, vindt Smouter, een christendom, dat zijn universele pretenties opnieuw leert omarmen. Een inclusief christendom in plaats van een christendom uitsluitend voor christenen.

Laat christenen zich nu eens bezighouden met wat het betekent mens te zijn, in plaats van christen, vindt de filosoof, dat ze daar vanuit de wijsheid en traditie waarin ze opereren als het ware experts in zijn. Wie goed om zich heen kijkt, ziet bovendien mensen allerlei schatten uit de christelijke traditie opdelven, oppoetsen en van nieuwe glans voorzien.

Zou het mogelijk zijn om in het postchristelijke tijdperk waarin we nu beland zijn het radicale idee aan de basis van het christendom – dat het niet goed is dat de mens alleen is, dat er gemeenschap nodig is, en dat we niet zonder hoop, liefde, dankbaarheid en vergeving kunnen – buiten het ‘christendom’ om te behouden? Dat we, terwijl de kerk zoals we die kennen langzaam ten onder gaat, een nieuw soort christendom zien verrijzen?’

Zie: Wie zijn geloof verliest, hoeft de kerk niet uit (De Nieuwe Koers, mei 2018)

Beeld: Bergrede (1896) door Károly Ferenczy – In de Bergrede geeft Jezus in zeer concrete, radicale en pakkende woorden ‘geestelijke en zedelijke’ waarden door. Het is deze Bergrede die in de geschiedenis gewerkt heeft, gewetens heeft gewekt en verontrust, mensen bemoedigd heeft en wanhopig gemaakt heeft. Het is deze Bergrede, die onafscheidelijk met de gestalte van Jezus Christus verbonden blijft, zoals Hij door ons gekend wordt, door Zijn belijders zowel als door degenen die Hem verwerpen. (jesusinsite.wordpress.com)

Spinoza in gesprek met Jezus

spinoasintuitiejanknol (1)

‘Niemand heeft zich op zo’n zelfde manier als Jezus over God uitgelaten als Spinoza,’ stelt theoloog Jan Knol in de onlangs uitgebrachte vierde druk van Spinoza – uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen. Over Spinoza wordt wel gezegd dat de kennismaking met hem van beslissende invloed kan zijn op je leven. In dit boek illustreert Knol aan de hand Spinoza’s gelijkenissen en voorbeelden Spinoza’s gedachtegoed in begrijpelijke taal en blijft daarbij dicht bij diens tekst. ‘Het traditionele geloof is voor velen geen weg meer, maar er is wel behoefte aan een nieuwe oriëntatie. Spinoza’s filosofie kan daarin uitstekend voorzien,’ zegt de theoloog.

De in 2016 overleden Knol introduceert in het laatste deel van dit boek – en alleen hierover gaat dit blog – de gesprekspartners Jezus en Spinoza, van wie hij zegt dat hun leven en denken frappant op elkaar lijken. Bovenal zijn beiden vol van Gods Geest. Maar ook de verschillen tussen hen steekt hij niet onder stoelen of banken.

In deze samenspraak zegt Spinoza dat er steeds minder mensen naar de kerk van Jezus komen, waarop Jezus antwoordt dat toe te juichen als dat beter is voor hen, maar als er daardoor minder contact met de bron van het leven is [God], dan niet. Ook zegt hij dat hij God aan de mensen voorstelt als een vader die liefde en zorg aan zijn kinderen geeft. Spinoza zegt hierop dat dat dat nu juist is wat velen tegenwoordig niet meer zo kunnen volgen.

God als een menselijk persoon ergens boven in de lucht, met ogen die ons zien, met oren die ons horen, met een stem die tot ons spreekt, en die ons beloont voor het goede en bestraft voor het kwade.’ (Spinoza)

Jezus maakt duidelijk dat hij eigenlijk sprak over God als geest, maar de meeste mensen hem beter begrepen als hij over God als ‘Onze Vader in de hemel’ sprak. Hij vraagt aan Spinoza hoe hij God dan zou omschrijven.

God is alles. God valt samen met het universum dat onbegrensd, eeuwig, perfect en energiek is. Eigenlijk bestaat alleen God. God drukt zich uit in alles wat is. Zoals de oceaan zich uitdrukt in talloze grote en kleine golven. Daarom is alles ook een eenheid en niet die verscheidenheid van duizend en één dingen zoals vaak gedacht wordt.’ (Spinoza)

Dat vindt Jezus vaag klinken. Een persoonlijk God vindt hij toch wat warmer aan doen.

Vooral als mensen in nood door niemand meer geholpen kunnen worden, hebben ze het nodig dat ze tot iemand daarboven hun hart kunnen uitstorten. Of niet dan?’ (Jezus)

Spinoza

Spinoza vindt dat Jezus God ‘hem’, dus een persoon, blijft noemen. Zelf ziet de filosoof het meer zo dat er één eindeloze, eeuwige substantie is, namelijk God of de natuur, die twee aspecten heeft, materie en geest. Alles en iedereen heeft volgens hem daar deel aan: ons lichaam maakt deel uit van het materiële aspect van God en onze geest van het geestelijke aspect van God.

Omdat onze geest deel heeft aan Gods Geest, kunnen we rechtstreeks iets van God weten zonder hulp van profeten, heilige boeken, tempels of andere vormen van openbaring.’ (Spinoza)

Jezus zegt hierop dat hij begrijpt wat Spinoza bedoelt en vertelt dat hij bij zijn rondwandeling als rabbi door Israël de dag al vroeg begon, liefst alleen in de woestijn, in de stilte met God.

Daar had mijn geest verbinding met Gods Geest. Daaruit putte ik alle energie om de verdere dag mensen te genezen, vergeven en weer op weg te helpen.’ (Jezus)

Spinoza verbaast zich erover dat christenen, die zich naar Jezus noemen, het daar zo weinig over hebben.

In hun belijdenis is niks over dat gebruikelijke contact tussen God en jou te lezen. Terwijl dat toch de krachtbron is van waaruit alles moet gebeuren.’ (Spinoza)

Jezus en Spinoza bespreken in de laatste veertig bladzijden van genoemd boek verder van alles, over onder meer hel en duivel, zonde, de vrije wil, over de menselijke geest die slechts een stukje van Gods Geest is. Maar ook over heiligdommen en rituelen, de Messias, heilige boeken, wonderen, bidden, het eeuwig leven en verzoening. Het valt op dat ze beiden regelmatig naar de Bijbel verwijzen en hieruit citeren.

Spinoza |Jan Knol | Uitgeverij Wereldbibliotheek | ISBN10 9028421947 | ISBN13 9789028421943 | 208 pagina’s | Vierde druk 2018 | € 14,50 | E-book € 4,99 | ‘Knol geeft tevens een kleine schets van Spinoza’s leven en in een fictieve samenspraak van Spinoza en Jezus maakt hij contrasten en overeenkomsten tussen Spinoza’s denken en het christendom goed helder. Dit boek is geschikt als inleiding in Spinoza’s filosofie voor een zeer breed lezerspubliek. Bovendien kan het de komende jaren goed dienst doen als aanvulling bij de filosofielessen over religie op het vwo.’ (Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes)

Beeld: Detail cover Spinoza’s intuïtie (Jan Knol)