Rob Mutsaerts: ‘De waarheid zal u vrijmaken’

Rob Mutsaerts, afgestudeerd op Nederlands Recht (1984), stelt dat sommige opiniemakers en politici gelijkheid reduceren tot het delen van één moderne, liberale visie op mens en moraal. Jurist Mutsaerts, sinds 2010 hulpbisschop met staf om zijn kudde in toom te houden, hanteert echter vooral de pen om zijn wapenspreuk Veritas vos LiberabitDe waarheid zal u vrijmaken te prediken.
– Welke waarheid?

Keuzevrijheid vindt Rob Mutsaerts een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. Hij vraagt zich af wie het voor het zeggen heeft als het gaat om de ziel van het kind.

Het einde van vrijheid van godsdienst, en van onderwijs. Dat stelt Mutsaerts als hij in Trouw de uitslag leest van een stemming over een motie van VVD-Kamerlid Arend Kisteman in de Tweede Kamer.

‘Een krappe meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de vrijheid van onderwijs niet mag botsen met artikel 1 van de Grondwet waarin staat dat iedereen gelijk behandeld moet worden, zo bleek vorige week na een stemming over een motie hierover.’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)

Religie
Onderwijs mag, zegt jurist Rob Mutsaerts, ‘niet verworden tot indoctrinatie door de heersende mode. Media plaatsen orthodox-religieus onderwijs in het verdachtenbankje, en politieke stemmen beweren zelfs dat religie in een land als het onze geen invloed op de maatschappij mág uitoefenen’.

‘Critici zeggen dat godsdienstvrijheid wordt ‘misbruikt’ om bijvoorbeeld lhbti+-personen te discrimineren, of dat onderwijsvrijheid ‘giftige’ ideeën laat verspreiden. Met andere woorden: juist in onze seculiere samenleving staan vrijheid van godsdienst en onderwijs onder druk – door overheidsbeleid, publieke opinie en culturele trends.’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)

‘Kinderen zijn van de ouders, niet van de staat’
Vrijheid van onderwijs vloeit, volgens Mutsaerts, voort uit het principe: ‘het recht en de verantwoordelijkheid om kinderen te vormen volgens diepe overtuigingen over waarheid en goedheid’.

‘Kinderen zijn van de ouders, niet van de staat. Het is om die reden dat ouders de ruimte moeten houden om hun visie op het goede leven in de opvoeding en scholing door te geven. Deze keuzevrijheid is een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. De vraag is: wie heeft het voor het zeggen als het gaat om de ziel van het kind?’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)


‘Woke-evangelie’
In zijn boek Van waarheid tot woke, stelt Mutsaerts dat we terechtgekomen zijn in een cultuur van censuur waarin mensen doodsbang zijn om hun mening te geven en dat zaken die tot voor kort als normaal en vanzelfsprekend werden aangenomen, nu worden aangevallen.

‘Het bestaan van objectieve waarheid wordt ontkend en inmiddels worden ook wetenschappers gecanceld. Bestaat er zoiets als objectieve waarheid? Hoe denken klassieke en moderne filosofen hierover? En wat heeft God hier mee te maken? Een ding is duidelijk: een wereldbeschouwing die zich zo verwijdert van de realiteit heeft verwoestende gevolgen.’
(Rob Mutsaerts, in: Van waarheid tot woke)

Waarheid als filosofische vraag
Bestaat er zoiets als ‘waarheid die voor iedereen en altijd geldt’, vraagt Mutsaerts zich af in Van waarheid tot woke. De vraag naar waarheid tracht hij te beantwoorden als filosofische vraag.

‘Als niets waar is, valt er ook nergens over te praten. Als niets waar is, zijn argumenten waardeloos. De vraag naar de waarheid is een filosofische vraag. Filosofen hebben daar zinnige dingen over te zeggen. De klassieke filosofen hebben de tand des tijds doorstaan. Dat is niet voor niets, mij dunkt.’
(Rob Mutsaert in: Van waarheid tot woke)


Socrates en Jezus zijn op zichzelf al invloedrijke figuren die een belangrijke rol
hebben gespeeld in het historische en filosofische debat.’ (Shawn Buckles)

Socrates en Jezus
Onze westerse cultuur is gebouwd op het fundament van Athene en Jeruzalem, zegt Mutsaerts, ‘op de rede en de religie die beiden uitgaan van objectiviteit’.

‘Voor zowel Socrates als Jezus is waarheid objectief en universeel. Democratie en mensenrechten zijn er de vruchten van. Dat is de cultuur die nu sterft met wantrouwen en het ontbreken van consensus als gevolg.’
(Rob Mutsaerts in: Van waarheid tot woke)

De nieuwe Antoine Bodar?
Ook bekritiseert Mutsaerts processen binnen de kerk zoals de ‘synodaliteit’ die hij hevig door woke vindt geïnfecteerd. De jurist maakt zich in dit boek sterk voor de waarheid van alle eeuwen, die we al even lang hartstochtelijk zoeken, vinden en aanbidden. Is de nieuwe Antoine Bodar opgestaan?

‘Als de meerderheid vindt dat God dood is, is Hij al bijna dood. Die opvatting van de waarheid als democratisch principe is niet de mijne. Ik ben ervan overtuigd dat er een absolute waarheid bestaat, onafhankelijk van ons denken. De Bijbel leert dat ook. Christus zegt het zelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
(Rob Mutsaerts in: Bodar)


‘Jezus sprak over ‘de waarheid’ over leven in de diepe verbinding
van mens en God, en over de moed om te zien wat er is.’ (Arjan Broers)

Als het gaat om de ziel van het kind
Keuzevrijheid vindt Mutsaerts een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. De jurist vraagt zich af ‘wie het voor het zeggen heeft als het gaat om de ziel van het kind’. Dat antwoord heeft hij al klaar en is net zo absoluut als die van Bodar:

 ‘Als je Bodar goed leest, heeft de rooms-katholieke kerk als enige de absolute waarheid in pacht. Bodar denkt sterk Rome-centrisch als hij – weliswaar glimlachend – zegt dat er veel wegen naar Rome leiden, alle wegen zelfs.’
(Rob Mutsaerts in: Bodar)

‘De absolute waarheid’
Het kind blijkt dus ‘niet van de ouders te zijn’ of ‘de staat’, maar van de rooms-katholieke kerk...

Bronnen:
* Opinie: Wie afwijkt van de moderne liberale visie op de mens, wordt als bedreigend gezien (Trouw, 18 december 2025)
* Van waarheid tot woke | Rob Mutsaerts | Uitgeverij De Blauwe Tijger | oktober 2023 | € 23,00
* God en de absolute waarheid van Antoine Bodar (de Bibliotheek, 2017)
*
Paarse Pepers (Boeken van bisschop Mutsaerts)
*
Bossche encyclopedie ( Antonius Petrus Lambertus Bodar, 1944)
* Blog kloosterhuissen Commentaar van auteur Arjan Broers: ‘Jezus zei: ‘De waarheid zal je vrij maken’ (Johannes 8,32). Hij had het daarbij niet over de catechismus van de katholieke kerk of over je persoonlijke levensproject, maar over leven in de diepe verbinding van mens en God, en over de moed om te zien wat er is. In een wereld waarin alles marketing, framing, eigenbelang en reclame lijkt te zijn is dat een dappere daad. Maar wat hebben we het nodig: mensen die zo in waarheid willen leven, zichzelf ontwikkelen om het geheel te kunnen dienen.’

Beeld: Wapen van bisschop Rob Mutsaerts
Beeld Socrates en Jezus: WisdomShort – “Socrates leefde ongeveer 400 jaar vóór Jezus en heeft dus niets over hem gezegd. De filosofieën van Socrates maken deel uit van het oude Griekse denken, terwijl de leer van Jezus centraal staat in het christendom en veel later is ontstaan.” (‘Wat zei Socrates over Jezus? – Wijsheid over tijdloze bruggen slaan’, door Shawn Buckles, online uitgever)
Beeld paus: Credo:‘De Paus: De abolute leider van de Katholieke Kerk?

Voor de PKN is van God getuigen best ongemakkelijk

Van filosoof en theoloog Tomáš Halík is de uitspraak: ‘De manier waarop iemand mens is, zegt meer over zijn geloof dan wat hij denkt en zegt over God’. In De namiddag van het christendom, waarnaar magazine Petrus verwijst, citeert Halík wat paus Franciscus zegt over God: ’Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: God is aanwezig is ieders leven’.
Halík is opmerkelijk genoeg te vinden in Petrus, het magazine van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin God slechts aanwezig blijkt in het christendom. Zegt dat meer over het christendom dan over God die immers ‘aanwezig is in ieders leven’? Het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? leest ongemakkelijk.

‘De Kerk moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is’
(Tomáš Halík)

In het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? door Jedidja Harthoorn, hoofdredacteur van het magazine Petrus van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), zegt Harthoorn dat ‘er genoeg theologen en gelovigen zijn die ervoor pleiten om het gesprek over het geloof bewust op te zoeken’. Om te getuigen. De nieuwe scriba van de PKN, dr. Kees van Ekris, kijkt in Petrus terug op de inzichten die dat getuigen hem hebben gebracht.

Geen dialogen
Opvallend in het gehele essay is dat er in Getuigen wel gesprekken zijn over geloof maar geen dialogen. Consequent zijn ze eenzijdig gericht tegen andersdenkenden en niet-gelovigen om te getuigen van het christelijke geloof. Van Ekris wil zijn mede-christenen vooral sterken in dat getuigen.

‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook. (…)   We moeten zó leren spreken over het christelijke geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Abraham
Het voelt ongemakkelijk dat niet-christelijke gelovigen en andersdenkenden blijkbaar christenen moeten worden (hen te ‘koloniseren’, zoals Tomáš Halík dat verwoordt). Heeft Van Ekris weleens geluisterd naar moslima’s die in steeds groteren getale in vooral dienstverlenende sectoren te zien zijn? Allemaal getuigen zij van hun geloof en velen maken dat zelfs fier zichtbaar met hun hoofddoek. Zij zijn, net als christenen, volgers van Abraham waarover Franciscus spreekt in een interview.

‘Abraham is op reis gegaan, zonder echt te weten waarnaartoe, louter op grond van geloof.(…) Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als een operalibretto, waarin alles al vast staat. Ons leven is op weg zijn, wandelen, doen, zoeken, vinden enzovoort. We moeten dus binnenstappen in het avontuur van de zoektocht naar de ontmoeting, in het zich door God laten zoeken en het zich door God laten vinden’.
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík in Interview Antonio Spadaro S.J. met paus Franciscus (1938 – 2025)


Het ☧-teken, een belangrijk symbool in de protestantse beeldtaal

‘Als de Kerk haar grenzen wil overschrijden en alle mensen wil dienen, dan moet haar dienst verbonden zijn met respect voor het anders-zijn en de vrijheid van hen tot wie ze zich richt. Ze moet ontdaan zijn van de intentie om iedereen in haar gelederen te trekken en de controle over hen te krijgen, hen te ‘koloniseren’. Ze moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is.’
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík)

Anders-zijn
Moslima Saïda bijvoorbeeld. Zij begon als schoonmaakster in een ziekenhuis en werkte daar uiteindelijk als gediplomeerd islamitisch geestelijk verzorger. Als moslim staat zij volledig open voor andersdenkenden, werkt aan de samenleving met iedereen die er ook voor de ander is, en toont de kracht en de wil om samen te werken met mensen met uiteenlopende levensbeschouwingen.


“joods-christelijke beschaving’, dat doet de geschiedenis geen recht.
De islam hoort al eeuwen bij Nederland.’

(Religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane, in deKanttekening)

Moslimgemeenschap
Ook is het waardevol om kennis te nemen van ‘Verhalen van de Nederlandse moslimgemeenschap die lang onderbelicht zijn gebleven, maar onmiskenbaar deel uitmaken van ons gezamenlijke verleden’. De tentoonstelling Wij zijn hier liet de afgelopen maanden juist zien hoe moslims, generatie op generatie, een fiere rol spelen in het maatschappelijke, culturele en religieuze landschap van Nederland. Soms zichtbaar, vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig.

Zonde
Interessant en spiritueel is de omschrijving die scriba Van Ekris geeft aan het begrip ‘zonde’, een nogal zwaar beladen term in het christendom dat nog altijd angst zaait door dreigend vagevuur en hel. Van Ekris over ‘zonde’:

‘Als je zonde omschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)


Scriba PKN Kees van Ekris

‘Iets van God ontdekken’
Voor Van Ekris ontstaat in contact met de ander een ‘heel betekenisvol gesprek’. Maar ook dan wordt er niet aan die ander gevraagd: “Vertel jij eens over de betekenis van jouw geloof?” Terwijl Harthoorn toch zo mooi schrijft:

‘Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te leren.’
(Jedidja Harthoorn in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Paus Franciscus
Saïda, ook geraakt door God, heeft dit al lang geleden geleerd. Zij kent de kern van de Abrahamitische godsdiensten waarnaar paus Franciscus verwijst: joden, christenen en moslims hebben dezelfde God. En vol vertrouwen brengt de geestelijk verzorger dat in de praktijk.

Getuigen van God
Door te getuigen, bevestig je je persoonlijke ervaringen van je geloof als waarheid. Een ongemakkelijke opdracht als je slechts van je eigen godsdienst kan getuigen en niet van God.

Bronnen:
Jedidja Harthoorn
* Magazine Petrus, Nr 30 – Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? (Jedidja Harthoorn)“Al zo’n 200.000 Nederlanders krijgen het christelijk magazine Petrus [4x per jaar gratis] in de brievenbus.” (Petrus)
Saïda
*Academie voor Geesteswetenschappen, Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger – Jeroen Jeroense & Trijnie Nielen-Rosier (Boekrecensie: Paul Delfgaauw)

*Wij zijn hier – Een gedeeld verleden, moslims vertellen – Tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdok (14 juni – 6 september 2025)
* De namiddag van het christendom – op weg naar een nieuw tijdperk (Tomáš Halík, Kokboekencentrum Uitgevers) – Opgedragen aan paus Franciscus, met eerbied en dankbaarheid)
*deKanttekening: Het Moslim Archief wil The Black Archives achterna: ‘Groepen bij elkaar brengen’ (Historicus en journalist Ewout Klei)

Beeld: PKN
Het ☧-teken: Petrus / De Glashut +Designer
Foto joods-christelijke beschaving: Universiteit Utrecht
Foto Van Ekris: AD / ANP

Patriot. De laatste brief van Navalny aan de wereld

UITGELICHT – Aleksej Navalny vertelt in Patriot hoe hij zijn denken zo aanpaste, dat hij bij een verlenging van straf er niet onzekerder maar juist overtuigender van zou zijn, dat hij de juiste beslissing had genomen toen hij in het vliegtuig terug naar Moskou stapte. Een van die denkwijzen noemt hij in zijn autobiografie ‘zo oud dat je je hoofd misschien ten hemel heft en met je ogen rolt als je het hoort’. Navalny vond kracht in het christelijke geloof, in de Bergrede van Jezus.

 ‘De tweede techniek is zo oud dat je je hoofd misschien ten hemel heft en met je ogen rolt als je het hoort’
(Aleksej Navalny in Patriot)

Oppositiepolitiek
Navalny heeft het over religie. Voor hem was het echter niet van belang of je gelooft dat ‘de zee letterlijk voor iemands ogen uiteen spleet’. Altijd heeft hij wel gedacht, en ook in het openbaar gezegd, dat het voor een gelovige gemakkelijker is het leven te leven, en in nog belangrijker mate om je bezig te houden met oppositiepolitiek.
In Patriot zegt de vertaler dat Navalny in 2020 werd vergiftigd door de Russische veiligheidsdiensten. ‘Tijdens zijn wonderbaarlijk herstel begon hij aan het schrijven van Patriot. Het eindigt met zijn gevangenisboeken die hij schreef tot kort voor zijn dood in een wrede Siberische gevangenis en die hier voor het eerst gepubliceerd worden’.

Navalny’s laatste woorden in Patriot
‘Je ligt op bed, kijkt naar het bed boven je en vraagt je af of je diep vanbinnen een christen bent. Het is niet van belang of je gelooft dat er vroeger oude mannen in de woestijn rondliepen die achthonderd jaar oud werden of dat de zee letterlijk voor iemands ogen uiteen spleet.
Maar ben je een aanhanger van de godsdienst waarvan de stichter zichzelf heeft opgeofferd voor ander mensen en de prijs voor hun zonden betaalde? Geloof je in de onsterfelijkheid van de ziel en meer van die mooie dingen?

Als je de vraag in alle eerlijkheid met ja kunt beantwoorden, waarover moet je je dan nog zorgen maken? Waarom zou je honderd keer een tekst fluisteren die je leest in een lijvig boek dat je op je nachtkastje bewaart? Maak je geen zorgen om de dag van morgen, want de dag van morgen is prima in staat voor zichzelf te zorgen.

Het is mijn taak op zoek te gaan naar het Koninkrijk van God en de rechtschapenheid daarvan, en ik kan het aan die goeie ouwe Jezus en zijn familie overlaten om alle andere zaken te regelen. Ze zullen me niet in de steek laten en een oplossing vinden voor al mijn problemen. Of zoals ze hier in de gevangenis zeggen: zij zullen die klappen voor me opvangen.’
(Navalny in Naschrift, in Patriot)

‘Poetin bedient zich vooral van terreur. De belangrijkste boodschap van Navalny was hoop’
(Uit de documentaire van KRO-NCRVzie verder in dit blog)

Sacharovprijs
‘Aleksej Navalny was een Russische oppositieleider, politicus, anticorruptieactivist en politiek gevangene die internationaal geroemd en gerespecteerd werd. Hij werd onder meer geëerd met de Sacharovprijs – de jaarlijkse mensenrechtenprijs van de Europese Unie – de Courage Award en de Dresden Peace Prize. Hij overleed in 2024.’
(Patriot. Vertaler Frans Reusink: ‘Het inspirerende verhaal van een van de moedigste mensen van onze tijd’.)


Aleksej Navalny (1976 – 2024)

‘Ontaard staatsbestuur’
Patriot geeft een uitermate informatief beeld van hoe het er in Rusland daadwerkelijk aan toe gaat en ging in de jaren van Navalny. Veelal schrijft hij lakoniek, met humor, passie en hoop. Maar zegt ook dat ‘het staatsbestuur onder leiding van Poetin volledig is ontaard’. Het lukt Navalny als intelligente èn integere student die alleen maar achten, negens en tienen haalt, pienter te laveren, hoewel ook hij ‘nu en dan slinkse wegen heeft bewandeld’. Hij noemt dat laatste in Patriot ‘schaamtevol, belachelijk en volledig onnodig’.

Universiteiten ten dienste van de staat
Intrigerend vind ik wat hij zegt over de universiteiten: die staan alleen ten dienste van de staat. Voor de veiligheidsdiensten (FSB). Of alleen bedoeld voor KGB-gezinnen en Sovjet-elite. Of bij de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren: voor buitenlandse studenten (‘voornamelijk uit Afrika’) om KGB-agent te worden met als taak die studenten te bespioneren.
Op 17-jarige leeftijd besluit Navalny naar de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit van Moskou te gaan (‘heel Moskou wilde daar toegelaten worden’). Daar zag hij ‘hoe het systeem ervoor zorgde dat buitenstaanders ook echt buiten de deur gehouden worden’. Hierover vertelt hij een typerende grap.

Joden toelaten was tegen de wet
‘Het was bijvoorbeeld praktisch tegen de wet om joden toe te laten op de faculteit Wiskunde. (…) Een grap die typerend was voor die tijd: de examinatoren van de toelatingscommissie voor de Staatsuniversiteit in Moskou willen een joodse kandidaat afwijzen, dus ze gaan eindeloos door met het stellen van moeilijke vragen. Maar hij weet alle antwoorden, en ten slotte weten ze alleen nog deze vraag: “Hoe verklaart u dat Leo Tolstoj in staat was zich zaken te herinneren uit de tijd dat hij nog maar veertig dagen oud was?”
“Daar is niets verbazingwekkends aan. Ik herinner me zaken uit de tijd dat ik acht dagen oud was.”
“Wat herinnert u zich dan?”
“Ik herinner me dat er een oude jood met een baard en bakkebaarden kwam die mijn bevoegdheid om naar de universiteit te gaan kwam afsnijden.”.’
(Uit: Patriot, Hfst. 6)

Documentaire
Op 27 oktober 2024 zond KRO-NCRV een indrukwekkende documentaire uit over Aleksej Navalny, ‘de onvermoeibare Russische oppositieleider die begin dit jaar stierf in een strafkamp in Siberië’.


De Russische journalist en televisiepresentator Mikhail Fishman kende Navalny goed.

Terugkeer naar Rusland
‘Aleksej Navalny, de onvermoeibare Russische oppositieleider, stierf begin dit jaar in een strafkamp in Siberië. Deze week is zijn autobiografie
Patriot verschenen, met daarin dagboekaantekeningen die hij in de gevangenis schreef. In zijn cel vond hij kracht in het evangelie, met name in de Bergrede van Jezus*. Het speelde ook een rol bij zijn keuze om terug te keren naar Rusland, terwijl hij wist dat hij in de gevangenis zou belanden. “Hij daalde vrijwillig af in de hel”, zegt orthodox priester Andrej Kordochkin, “maar hij behield zijn hoop en optimisme. Hij toonde ons dat je in de hel kan zijn, zonder er deel van uit te maken”.’
(Uit de documentaire van KRO-NCRV)

Navalny toonde ons dat je in de hel kan zijn, zonder er deel van uit te maken’
(Orthodox priester Andrej Kordochkin)

In de documentaire vertelt Mikhail Fishman, journalist bij TV Rain – een onafhankelijk tv-station dat vanuit Nederland uitzendt – over Navalny, die hij goed kende. De orthodoxe priester Andrej Kordochkin ziet in het geloof van Navalny de kracht van het christendom, vooral tijdens zijn gevangenschap. Ook theologe Heleen Zorgdrager, hoogleraar Intercultural Theology / Missiology, vertelt haar gevoelens en gedachten over Navalny. Enkele citaten:

Inspiratie
‘Het geloof was voor hem een persoonlijke bron van inspiratie om goed te handelen.’ – ‘Ook Navalnys allerlaatste notities vonden hun weg naar buiten en geven een kijkje in de ziel van de man op wie veel Russen hun hoop hadden gevestigd.’ – ‘Ik ben niet religieus. Maar wat ik meemaakte was een daad van waarlijk Bijbelse omvang.’

(Uit de documentaire van KRO-NCRV)

* ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (School voor Spiritualiteit)

Bronnen:
Patriot – Mijn verhaal | Aleksej Navalny | Uitgeverij Atlas Contact | 520 blz. | € 32,99 | E-book € 16,99 | Vertaling: Frans Reusink | ‘Dit is het levensverhaal van Aleksej Navalny in zijn eigen woorden: zijn jeugd in de Sovjet-Unie, zijn politieke ontwaken, zijn huwelijk en geliefde gezin, zijn totale toewijding aan de strijd tegen een corrupt regime, zijn blijvende liefde voor zijn land en landgenoten en zijn hartstochtelijke geloof dat het goede zal zegevieren.’ (Uitgeverij Atlas Contact)
KRO-NCRV Kruispunt Het evangelie volgens Navalny: Stream bij NPO.

Beeld Aleksej Navalny: ANP / KRO-NCRV
Beeld Mikhail Fishman: ANP / KRO-NCRV

Ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel

Boekrecensie Het raadsel van God. In zijn tienertijd is Alister McGrath wars van irrationaliteit. Hij kan niet tegen onzekerheid en ‘verschuilt zich in een stalen kooi van zekerheden’. Wetenschap is voor hem al op jonge leeftijd heilig. Hij roemt de logica en objectiviteit ervan, en het onthult alles. Zo komt hij erachter waar het universum en hijzelf uit bestaan. Echter, iets blijft knagen aan hem: de diepere vragen over doel en zin. Wat zeggen wetenschappelijke theorieën over de betekenis van de kosmos?

1 + 1 + 1 = 1
G
odsdienst is voor McGrath onbegrijpelijk en onnodig. God is als een extra maan die om Saturnus draait: vaag-interessant, maar zonder enige betekenis voor de aarde. Hij wil niet dat er een God is, maar zelf de regie over zijn leven houden. Als hij in aanraking komt met het Marxisme vindt hij dat een instrument om de wereld te zien en te begrijpen. Als ‘weldenkend mens’ komt hij zo tot het atheïsme, voor hem het enig juiste wereldbeeld. Een helder beeld van zijn denken geeft hij in het hoofdstuk over het dogma van de drie-eenheid. Hierin wijst hij als rusteloze intellectuele tiener de drie-eenheid als irrationeel af en stelt dit op één lijn met de wiskundige quatsch 1 + 1 + 1 = 1.   

Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie
D
oor in aanraking te komen met wetenschapsgeschiedenis en -filosofie komt hij er achter dat veel wetenschappelijke theorieën steeds weerlegd worden. Hoe betrouwbaar is de menselijke rede? Ook het Marxisme blijkt niet veel meer dan een hypothese. Om het te kunnen blijven omarmen, moet je andere visies op de wereld onderdrukken. Hij vraagt zich af of zijn atheïsme ook een geloof is.

Betekenis en zingeving
M
cGrath blijft zoeken naar een alternatief ‘totaalbeeld’ van de wereld dat hem zal helpen de ‘basale samenhang van dingen te begrijpen en weer te geven’. Hij zoekt voorbij de natuurwetenschappen en menselijke logica. Maar ook zijn aangeboren aversie tegen onzekerheid wil hij uitdiepen. Intussen groeit het besef dat wetenschap aanvulling nodig heeft ‘om toegevoegde waarde te hebben voor de diepste menselijke levensvragen over betekenis en zingeving’. McGrath gaat op jacht naar een ‘achterliggend groots perspectief van de werkelijkheid’.

C.S. Lewis
Alister McGrath verslindt, vanuit zijn voortdurend getwijfel, het ene boek na het andere over wetenschap en geloof, voortdurend op zoek naar het grotere geheel. Vooral wordt hij geboeid door de Britse christelijke apologeet C.S. Lewis die hem structuur biedt in zijn liefde voor wetenschap en geloof. Het leidt er toe dat hij theologie gaat studeren. Uiteindelijk geeft hij zijn liefde voor wetenschap en geloof vorm als docent op zowel het gebied van natuurwetenschappen als van religie.

Het raadsel van God
Het raadsel van God is een indrukwekkend en meeslepend verhaal over de intellectuele en spirituele ontwikkeling van een jonge man die de beperkingen ontdekt van de wetenschap, maar ook die van het Marxisme. McGrath onderzoekt alles, laat zich niets wijsmaken, zoekt steeds achter de dingen en blijft zoeken naar doel en zin. Hij stelt zichzelf voortdurend vragen, ook over zijn resolute verwerping van het christelijke geloof, waar hij een karikatuur van had gemaakt.

Het raadsel van wetenschap en religie
W
ie verwacht dat Het raadsel van God het raadsel van God oplost, komt bedrogen uit. Dit boek gaat niet over wie of wat God is, maar vooral over het zoeken naar houvast, een manier om de werkelijkheid te begrijpen. Kan dat door wetenschap of religie? Of beide? McGrath vindt het in het christendom. ‘Geloof brengt in kaart wat de wereld betekent’. Samen met de wetenschap die in kaart brengt hoe de wereld werkt, verschaft geloof voor McGrath een vollediger begrip van de wereld die ze uitbeelden.

Het raadsel van God – Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel  | Alister McGrath | ISBN: 9789043536035 | 240 pagina’s | Uitgever: Kokboekencentrum Non-fictie | Publicatiedatum: 12-05-2021 | € 24,99

Beeld: Houtsnijwerk van Camille Flammarion – L’Atmosphère: Météorologie Populaire (Parijs, 1888) (Wikimedia Commons)
(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Zoektocht naar zingeving in het techtijdperk

Filmmaker Hans Busstra vindt het naïef om te denken dat we zonder geloof kunnen. Hij heeft zich nooit senang gevoeld bij dat materialistische wereldbeeld, een koud, ontzield verhaal. Busstra is altijd op zoek gebleven naar een vorm van zingeving. In zijn indrukwekkende VPRO Tegenlicht-documentaire Technologie als religie van afgelopen zondag praat Busstra met mensen die volgens hem juist in materialisme en technologie een nieuw geloof vinden: dataïsme.

Het geloof dat alles ter herleiden is tot bits en bytes hangt volgens Busstra samen met de materialistische grondbeginselen van de moderne wetenschap: met de overtuiging dat slechts materie bestaat en dat uiteindelijk ook bewustzijn of ‘ziel’ het product is van fysieke processen, aldus Hans van Wetering in zijn artikel Dood aan het dataïsme.

Het wereldbeeld achter het dataïsme is dat van het materialisme. Het gaat ervan uit dat er een objectieve buitenwereld bestaat die we kunnen observeren, meten, beschrijven, en dat we, als we al die kwantitatieve beschrijvingen goed hebben, alles hebben verklaard. Ik wil laten zien dat het een aanname is, een geloof, en helemaal geen harde wetenschap.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

Het materialisme heeft de wereld ontzield door te stellen dat God niet bestaat. Dat levert een grote zingevingscrisis op in het Westen, kijk maar naar de depressiviteit en leegte die gepaard gaan met zo’n wereldbeeld. NRC interviewde Hans Busstra.

Wat ik ironisch vind, is dat we nu met datzelfde materialisme de wereld weer proberen te bezielen. Het lijkt erop dat we religieuze wezens zijn en dat die religieuze aspiraties een weg zoeken – dat komt nu tot uiting door technologie.’
(NRC)

Voor Busstra lijkt het wel het menselijke noodlot dat we in de wens de mens te verheffen onszelf nu in een chaos storten.

Dat is de afgelopen twintig jaar wel gebeurd. We moeten kijken naar wat we als Westen allemaal weggegooid hebben sinds de Verlichting. De religies waren er niet alleen om de werkelijkheid te verklaren, maar ook om richting en zin in het leven te geven. En dat doet technologie vooralsnog niet.’
(NRC)

ITechnologie als religie komt Busstra er al snel achter dat het dataïsme hem persoonlijk vreugde noch troost brengt. Van zingeving is hoe dan ook geen sprake.

Integendeel zelfs, het dataïsme staat zingeving volgens hem in de weg. ‘Het idee dat ik kreeg toen ik die uitzending maakte was: we hebben allemaal wel heel veel kritiek op het machtsmisbruik van die techbedrijven, we bekritiseren de uitwassen – vergelijk het met kritiek op seksuele misstanden in de katholieke kerk – maar ondertussen zitten we zonder dat we het weten nog steeds in haar dogma’s gevangen.
Wil je verandering teweeg brengen dan moet je echt de dogma’s bekritiseren en zeggen: dat is volgens mij gewoon onzin. Wat je nodig hebt is een heuse reformatie. Ik hoop met de uitzending daar een steentje aan bij te dragen.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

In NRC vraagt Casper van der Veen of Busstra via technologie alsnog bij een metafysische werkelijkheid denkt te komen.

We komen nu door middel van die technologie en onze inzichten in de aard van de werkelijkheid tot het besef dat ons bewustzijn misschien geen materialistisch proces is. Dat leidt weer tot een nieuwe metafysica, maar wel dankzij die technologie. Dat vind ik interessant, maar we moeten ons er wel altijd van bewust zijn dat het naïef is om te denken dat we zonder geloof of metafysische aannames kunnen.’
(NRC)

Zie: Tech als religie: ‘Met het geloof in data verkopen wij onze ziel’ (NRC)

Kijk terug: Zo 24 jan 22:10 | Seizoen 2021 | Afl. 3 | Technologie als religie | ‘Godsdienst heeft een nieuwe concurrent: dataïsme. De belofte is een paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven en geluk schenkt. Een zoektocht naar zingeving in het techtijdperk. Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme, de overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data. De belofte is een programmeerbaar paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven, geluk en schoonheid schenkt. Wat betekent het dataïsme voor de toekomst van religie en spiritualiteit?’ (VPRO)

Zie ook: Dood aan het dataïsme (Hans van Wetering, VPRO-gids, nr. 4)

Beeld: Hans Busstra (VPRO)
Still uit Technologie als religie: ‘We staan hier in ‘What a beautiful loving world’, een installatie van het Japanse kunstenaarscollectief Team Lab. Het wil laten zien hoe AI uiteindelijk mens, natuur en techniek dichter bij elkaar zal brengen.

Religie, humanisme, en de mystieke ervaring

Boekrecensie: Religions, Values, and Peak-Experiences (Religie en topervaring) – Abraham H. Maslov was een humanistisch psycholoog die religieuze (top)ervaringen bestudeerde vanuit de gezonde ontwikkeling van de mens. Hij vatte die op als mystieke ervaringen, losstaand van enige religie en die voor kunnen komen bij zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Religie en topervaring, uit 1964, blijkt nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet, zo visionair was het al in die tijd.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende’

De mens en zijn mogelijkheden
H
et bijzondere van Maslov (1908 – 1970) is dat hij inderdaad, zoals H.C.J. Duijker in het voorwoord schrijft, een essay schreef als ‘pleidooi voor een niet-dogmatische, onbevangen, realistische bezinning op de mens en zijn mogelijkheden’. In deze tijd van eindeloze discussies over seculariteit en religie, schreef Maslov meer dan vijftig jaar geleden over topervaringen, en haalde ze uit het beperkende straatje van religieuze of mystieke ervaringen.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos.’
(Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont, blz. 172)

Topervaringen
I
eder mens, religieus of niet, kan topervaringen (ook wel piekervaringen genoemd) meemaken. Maslov maakt het woord ‘religieus’ los van zijn begrensde ‘samenhang met het bovennatuurlijke, kerken, rituelen, dogma’s, beroepsgeestelijken, enzovoorts. Hij past het in principe toe op heel het leven. Maslov noemt godsdienst in die zin dan ook een geestesgesteldheid die men in iedere levensactiviteit kan bereiken. Een atheïst zou ook een ‘religieuze ervaring’ kunnen doormaken. Maslov verhaalt bijvoorbeeld van een overtuigd marxiste die echter een echte topervaring wel moest ontkennen, omdat deze ervaring in strijd was met heel haar materialistisch-mechanische levensfilosofie.

Natuurlijke betekenis
Maslov noemt topervaringen eerder een kenmerk van gezondheid dan een van een neurose of psychose. Ze kunnen pathologisch zijn, stelt de humanistisch psycholoog, maar ze zijn dit vaker niet dan wel: ‘ze moeten vaker hoog gewaardeerd dan gevreesd worden’. Hij wil aantonen dat ‘geestelijke waarden een natuurlijke betekenis hebben, dat ze niet het uitsluitend bezit van georganiseerde kerken zijn’. Die geestelijke waarden vindt hij behoren ‘tot de algemene verantwoordelijkheid van heel de mensheid’. Het geestelijk leven lijkt eerder alleen maar tot het terrein van de georganiseerde godsdienst te behoren. Maslov zet zich hier met kracht en argumenten tegen af.

Wetenschap en religie
D
e psycholoog stelt dat er iets aan het veranderen is, zowel binnen de wetenschap als binnen de religie. De wetenschapsbeoefenaar gaat hierdoor ‘minder bekrompen’ naar religieuze vraagstukken kijken. De wetenschap maakt zich los en onafhankelijk van de georganiseerde religie, en er ontstaat een nieuw type humanistische wetenschapsbeoefenaar die ‘bestrijdt dat de gevestigde godsdiensten de enige arbiters zijn in alle vraagstukken van geloof en zeden’. Voor gelovigen, maar natuurlijk ook voor ieder ander mens, pakt dit positief uit en wordt er niet meer slechts vanuit religieus oog- en standpunt naar hen gekeken. De wetenschap kan, onafhankelijk, vragen beantwoorden van mensen die topervaringen meemaken.

Voor bij de religieuze beperking
D
it is dan ook van belang voor atheïsten. Immers, wat moeten zij met hun topervaringen als die alleen maar mogelijk zouden zijn binnen een religieuze context? ‘Religieuze antwoorden zouden zij moeten verwerpen,’ zo stelt Maslov. En dat is wat Maslov nu juist niet wil. Hij wil voorbij de religieuze beperkingen. 
Nu ook de wetenschap er open voor staat, kunnen religieuze- of topervaringen bekeken worden als ‘diep geworteld in de menselijk natuur’ en dus wetenschappelijk worden bestudeerd. Zonder de beperkingen van de georganiseerde religie. Maslov: ‘Wij kunnen thans bestuderen wat in het verleden gebeurde en toen slechts in bovennatuurlijke termen verklaarbaar was.’ Mensen met allerlei top- en transcendente ervaringen konden vanaf toen ook beter terecht voor hulp en erkenning. Daarvòòr hielden zij zich veelal bezig met het afweren van hun ervaringen, waarvan ze vaak niets snappen of weten wat er binnen in henzelf gebeurt.

Uit de enge hokjes
M
aslov stelt ook dat door onderzoek van topervaringen wij de gegronde hoop mogen koesteren dat ‘wij meer zullen begrijpen van de grote openbaringen, bekeringen en verlichtingen, waarop de georganiseerde godsdiensten gebaseerd zijn’. Hij laat onder andere hiermee zien, dat hij religie niet afschrijft, maar ook de moeite waard is te bestuderen. Er ontstaat een toenemende mogelijkheid tot het samengaan van religieuze en niet-religieuze visies, vooral ook dat ze niet zo veel van elkaar hoeven te verschillen. We zullen de mens niet langer in enge hokjes hoeven zetten, maar erkennen dat menselijke ervaringen en ideeën zowel religie als het secularisme overstijgen.

Humanistische psychologie
D
e psycholoog zegt hierover dat met ‘onlangs ter beschikking gekomen psychologische gegevens een nieuwe mogelijkheid tot een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde. Of tegenwoordig ook wel: humanistische psychologie. In onze tijd, waarin nog altijd veel verhitte discussies, congressen en symposia plaatsvinden over religie en het seculiere, is dat pure winst. Er is wellicht helemaal niet zo veel verschil tussen mensen. We kijken echter niet ver genoeg, te veel nog naar verschillen en te weinig naar overeenkomsten.

Vrijzinnig godsdienstigen en non-theïsten
M
aslov maakt melding van het feit dat vrijzinnig godsdienstigen, maar ook de non-theïsten, te veel de nadruk leggen op kennis van de onpersoonlijke wereld. Het gaat hen slechts om rationele kennis en zij laten het irrationele, het anti-rationele, het niet-rationele, links liggen. ‘Zij ruimen in hun systemen geen fundamentele plaats voor het geheimzinnige, het onbekende, het onkenbare, het gevaar opleverende weten of het onuitsprekelijke’. Hij heeft het dan ook onder meer over het feit dat zij ook voorbij gaan aan ‘ervaringen van overgave, van eerbied, van devotie, van toewijding, van nederigheid en offervaardigheid, van ontzag en het gevoel van kleinheid’. Dit noemt hij naast het feit dat die ervaringen veel als ‘lager’ of ‘niet goed’ worden beschouwd, dat ‘inexacte, onlogische, metaforische, mythische, symbolische, tegenstrijdige, dubbelzinnige en ambivalente’.

God als het ‘Zijn zelf’
W
anneer Maslov zegt dat ‘als God gedefinieerd wordt als het ‘Zijn zelf’; als het ‘integratieprincipe in het heelal’; als ‘de zinrijkheid van de kosmos’ of op een andere niet-persoonlijke wijze, waartegen zullen de atheïsten dan nog vechten?’
Hij zet dit naast de gedachte van theoloog en filosoof, Paul Tillich, in zijn formulering van godsdienst als ‘bekommering om uiteindelijke zaken’.
Maslov formuleert de humanistische psychologie op dezelfde manier en stelt vervolgens de vraag wat dan nog het verschil is tussen een gelovige in het bovennatuurlijke en een humanist. Voor Maslov mogen verschijnselen als mysterie, dubbelzinnigheid, gebrek aan logica, tegenstrijdigheid, mystieke en transcendente ervaringen, geacht worden geheel binnen het domein der natuur te liggen. Ook het onverklaarde en op het ogenblik onverklaarbare, ESP [buitenzintuiglijke waarneming, PD] vallen hieronder.


Humanistische psychologie
Maar indien kan worden aangetoond dat de religieuze vragen (die tegelijk met de kerken werden uitgebannen) gerechtvaardigde vragen zijn, dat deze vragen bijna hetzelfde zijn als de diepgaande, ernstige, essentiële problemen van het soort, waarover Tillich spreekt en van het soort, op grond waarvan ik de humanistische psychologie zou willen definiëren, dan zouden deze humanistische sekten veel nuttiger voor de mensheid kunnen worden dan nu het geval is.
Ze zouden inderdaad zeer wel een sterke overeenkomst kunnen gaan vertonen met de gereorganiseerde kerkorganisaties. Het is best mogelijk dat er op de lange duur niet veel verschil tussen hen zou bestaan, indien beide groepen het primaire belang en de realiteit van de fundamentele persoonlijke openbaringen (en hun gevolgen) aanvaarden.
En indien ze het erover eens konden worden al het overige te beschouwen als secundair, bijkomstig, als niet noodzakelijke, niet wezenlijk bepalende kenmerken van religie, zouden ze zich kunnen concentreren op het onderzoek van de persoonlijke openbaringen – de mystieke ervaring, de topervaring, de persoonlijke verlichting – en van het B-kennen [de topervaring, PD] dat daaruit zal voortvloeien.

(Uit: Religie en topervaring)


Slotsom
D
oorredenerend komt Maslov tot de slotsom dat een van de gevolgen van de aanvaarding van ‘de opvatting van een natuurlijke, algemene, fundamentele, persoonlijke religieuze ervaring is, dat daardoor ook atheïsme, agnosticisme en humanisme hervormd zullen worden’. Genoemde richtingen hebben volgens Maslov godsdienst te veel met kerken vereenzelvigd: ze hebben te veel verworpen.

Religions, Values, and Peak-Experiences | Abraham H Maslow | 7 oktober 2019 | 122 pagina’s | 20,75 – (Ook via Amazon)

Beeld: apofyliet.nl
Update 18/19 03 2025 (Lay-out, links) Boekrecensie op basis van Nederlandse editie Religie en Topervaring – 2018.

Religieuze heimwee

heimwee

‘De secularisering is te snel gegaan’, stelt Alain Verheij, maar het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven. Hij zegt als theoloog te maken te hebben met een onderbelicht aspect van deze storm in de tijdgeest die religieuze heimwee heet. De ‘theoloog des Twitterlands’ stelt dat zij die zich bedreigd voelen in hun nationale identiteit vaak ook lijden aan een ontworteld gevoel op het gebied van godsdienst. 

Als ik met generatiegenoten over mijn vakgebied spreek, zie ik sporen van verstrooide heimwee in hun ogen, soms gemengd met frisse nieuwsgierigheid. Niet zelden volgt er een warm verhaal over een oudtante of een grootmoeder.’

Volgens Verheij hoef je tegenwoordig geen kerkse reactionair meer te zijn om te vinden dat de secularisering zich in Nederland overhaast heeft voltrokken.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hebben enkele generaties zich in rap tempo losgemaakt van hun religieuze roots. Vaak om heel begrijpelijke redenen. Helaas werd de vraag naar het kind en het badwater daarbij te laat en te weinig gesteld. De erfenis waarmee zij ons opzadelden, zal nog lang voelbaar blijven.’

De ‘randkerkelijk theoloog’ stelt dat onder ouderen en in de slinkende traditionalistische bolwerken met toenemende vervreemding wordt gekeken naar een maatschappij waar een deel van het hart uit lijkt te zijn geslagen.

Van de twintigers, dertigers en veertigers die als religieuze analfabeten uit hun opvoeding kwamen, valt een enkele kwetsbare voor een sektarische vorm van geloven en shopt een enkele creatieve een eigen religie bij elkaar uit uiteenlopende bronnen.’

We hebben religie onderschat, stelt Verheij, door te denken dat alle vormen van geloof vanzelf uit de wereld zouden verdwijnen, en door te vergeten dat religie meer is dan een set theoretische denkbeelden over het ontstaan, de aard en de toekomst van het universum.

Wie religie uit de maatschappij verwijdert, kan niet volstaan met Darwin en Dawkins als substituut – dan bedek je alleen de krater van de dogma’s. Terwijl religie behalve uit believing ook uit behaving en belonging bestaat. Met onze ontkerstening verloren wij ook onze gedeelde morele denkkaders én onze vastomlijnde groepsidentiteit: wij, christelijke Nederlanders.’

Alain Verheij (foto: Twitter) stelt dat religie een heilzaam verzachtende rol had kunnen spelen, als de secularisering niet decennialang de poten onder haar stoel had weggezaagd. De ontkerkelijking raakte volgens hem ons groepsgevoel.

alainverheijtwitterHij spreekt van anywheres en somewheres, en vindt die begrippen bij de Britse publicist David Goodhart. Anywheres zijn dan mensen die de wereld vanuit alle perspectieven kunnen beschouwen. De somewheres, aan de andere kant, beschouwen de wereld het liefst vanaf één specifieke plaats, een somewhere. Zij voelen zich graag sterk geworteld en zijn gehecht aan groepsidentiteit, zekerheid en vastigheid. Zelf noemt Verheij zich een anywhere, omdat hij zich als christelijk theoloog zich vrij flexibel staande kan houden in een geseculariseerde wereld.

Dat lukt zonder dat ik de neiging voel om te radicaliseren in de richting van struisvogelorthodoxie of juist weg te zakken in een ‘weet het ook niet maar er zal wel wat zijn’ agnosticisme.’

Maar, zo zegt Verheij, de maatschappij wordt er ook niet mooier van als we terugkeren naar een wit, christelijk patriarchaat waar we met de gulden betalen. De oplossing ligt volgens hem ergens tussenin. Hij stelt dat als de christelijke erfenis ergens nog een open zenuw is, waarom we die wond dan niet zouden verzorgen en respectvol laten helen.

Juist gezonde kennis van wie je bent, waar je vandaan komt en tot welke nationale, culturele en spirituele groep je behoort is een buffer die kan beschermen tegen radicalisme dat het roer omgooit. Het medicijn tegen patriottische destructie is niet de globetrotter-arrogantie van de anywhere. Eerder is het de welwillende, gunnende, open-minded herwaardering van de oude groepsidentiteit zonder de ouderwetse uitsluiting van de Ander.’

Verheij gelooft in een hervonden christelijk erfgoed dat kan voldoen aan het verlangen van een grote groep Nederlanders naar religieuze groepsidentiteit en grond onder de voeten. Met medeneming van alle waardevolle lessen uit de afgelopen halve eeuw. Op die manier probeert hij als theoloog een nieuwe brug te zijn tussen de somewhere en de anywhere.

Zie voor het uitgebreide artikel: Het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven – Reporters online (Blendle)

Beeld: jampasmandala.wordpress.com

De moderne droom van de Godgeworden mens

12

‘Wie kan de definitieve uitkomst voorzien?’ vroeg Freud zich ooit af, geciteerd door filosoof Ger Groot in De geest uit de fles. Freud had het toen over ‘de eindeloze reeks van zelfontwerpen zonder richtsnoer of doel die tot een gevoel van onbehagen leidt’. Religie speelt bij de uitkomst ervan misschien een grotere rol dan Groot zelf vermoedt, ook gezien het feit dat er op aarde vele malen meer gelovigen dan ongelovigen zijn, aldus Simone Bassie & Michel Dijkstra in een recensie over zijn boek in hun artikel De denker en de dode God.  

De filosofie wil net als haar tweelingzusje de wetenschap, de mens en zijn wereld begrijpen en daar zijn altijd onvermijdelijk dromen, visioenen en beloften mee gepaard gegaan.’ (Ger Groot)

Kennis en inzicht gaan volgens de auteurs – in Volzin – nu eenmaal gepaard met zulke zaken. Het bijzondere van filosofie is volgens Groot echter dat zij ‘nooit bij zichzelf blijft stilstaan, altijd op zichzelf vooruitloopt en een toekomst ontwerpt – die zich zelden op die manier waarmaakt.’ Wijsgerig denken wordt dus gekenmerkt door openheid en het kritisch bevragen van eerdere ideeën en vooronderstellingen, aldus Bassie en Dijkstra.

Volgens Groot is de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte ‘één aanhoudende poging in het reine te komen met dit verlies van een goddelijk ankerpunt. De betekenis daarvan gaat veel verder dan de religieuze vraag of iemand in God gelooft’.’

degeestuitdeflesHoewel de filosoof atheïst is, schuift hij volgens Bassie en Dijkstra het fenomeen religieus geloof niet zomaar terzijde.

Groot stelt dat de zogenaamde ‘architectuur van het denken’ radicaal veranderd is door de reflectie op de dood van God. De Schepper viel namelijk samen met de absolute waarheid en werkelijkheid, maar de mens kan zich die rol nooit aanmeten: ‘Wanneer de mens in de moderne tijd ‘God wordt’ of minstens ‘voor God speelt’, zoals soms gezegd wordt, moet hij zich tegelijk rekenschap afleggen van de eindigheid of beperkingen die voor hem nu eenmaal wezenlijk zijn.’ Op die manier heeft het verdwijnen van het goddelijke fundament van de werkelijkheid de moderne mens gemaakt tot wie hij is.’ 

Paradoxaal genoeg, zo zeggen de auteurs, heeft het christendom zelf de afsterving van het geloof voorbereid. Het protestantisme brengt door zijn nadruk op de intimiteit van de gelovige met God, aldus de auteurs, namelijk het instituut kerk ongewild in diskrediet, en zo komt de absolute, uit de middeleeuwen stammende macht van de religie over de mens in gevaar:

Juist in haar toespitsing op de individuele mens bereidde de Reformatie in veel opzichten het moderne perspectief voor, waarin God steeds minder en de mens steeds meer de spil en grondslag van de wereld werd.’

Of je deze ontwikkeling nu positief of negatief beoordeelt, zeggen zij, maakt volgens Groot niet zoveel uit. Tenminste, als je de filosofische problematiek goed tot je laat doordringen:

Zolang de moderne droom van de Godgeworden mens duurt, ontkomt de filosofie niet aan de contradictie tussen de humanistische pretentie in hem een nieuwe grondslag van alles te hebben gevonden en het menselijk onvermogen daaraan te beantwoorden.’ 

04_oratio_de boer-groot_omslag_voorzijdeOp het eerste gezicht lijkt Groot zich met deze analyse in De geest uit de fles puur negatief uit te spreken over de rol van religie in de moderne tijd, aldus de recensenten, en zij stellen dat in een eerder werk, de met Theo de Boer gepubliceerde dialoog Religie zonder god (2013), Groot echter een ander perspectief schetst op religieus geloof.

Godsdienst laat ‘een opening in de werkelijkheid zien die het denken niet kan dichten’.’

Bassie en Dijkstra stellen dat volgens Groot een plechtige religieuze handeling de mens op het transcendente wijst en dat deze transcendentie echter uitdrukkelijk niet slaat op een de zichtbare werkelijkheid overstijgend wezen.

Integendeel: met Sartre vult Groot dit begrip juist zeer aards in. Door het bijwonen van een ritueel wordt de mens namelijk geconfronteerd met datgene wat zijn ego of bewustzijn overstijgt, namelijk de wereld of de medemens. Deze ontmoeting met de ander of het andere is precies wat de moderne mens nodig heeft.’

De auteurs vinden dat de moderniteit zich namelijk niet alleen kenmerkt door een reflectie op het verlies van God als de absolute waarheid, maar ook door de gerichtheid van het subject op zichzelf.

Met andere woorden: in de moderne tijd trekt de filosofie zich terug uit de werkelijkheid om zich puur op de inwendigheid van het bewustzijn te richten. Groot: ‘Als er immers íets is dat dit moderne subject kenmerkt, dan is het wel het feit dat het een zuivere innerlijkheid geworden is’.’

De vraag die zich bij deze these opdringt aan Bassie en Dijkstra is of Groot niet te veel aan de buitenkant van religie blijft staan.

Is religie voor een gemiddelde gelovige inderdaad hoofdzakelijk een praxis en denkt hij nooit na over wie God is en wat zijn verhouding ten opzichte van de Schepper inhoudt? Beschouwt hij God niet als iets dat of iemand die de zichtbare werkelijkheid overstijgt, dus de transcendente instantie die een ritueel als bidden zin geeft? Het is zeer de vraag of een gelovige zichzelf in het betoog van Groot kan herkennen.’

Ger Groot | De geest uit de fles | Lemniscaat | 360 blz. | € 34,50 | Theo de Boer & Ger Groot | Religie zonder God. Een dialoog | Sjibollet | 119 blz. | € 17,95

Zie: De denker en de dode God

Beeld: despiertacordoba.wordpress.com

Godsdienst is er omdat God er is

religiao-jpg

Filosoof Ger Groot draait bovenstaande om: God is er omdat er godsdienst is. Hij moet wel, als ‘overtuigd ongelovige’. Blijkbaar als een soort uitkomst van een lange worsteling van de filosofie met religie. Of van radicale twijfel. De mens is echter van nature religieus, ongetwijfeld, met of zonder twijfel. Dan krijg je vanzelf vele vormen van godsdienst. Vanuit de bron van innerlijk weten ontstaan geloofsleren, rituelen en tradities, omdat je met lichaam en ziel aanvoelt dat er meer is in dit ondermaanse. Dat kan je God noemen, of de Alomvattende, of Kosmische Intelligentie.

Er is in de filosofie natuurlijk niet zoiets als een ‘uitkomst’ van een lange worsteling. Het is ook geen worsteling, we denken gewoon na over het leven en God, en dat is geen gevecht maar wel een boeiend treffen. God zit nu eenmaal in de mens, in vele gedaanten en gedachten. Hij ‘ademt’ God.

Toen we nog wat eenvoudiger dachten, waren we animisten en zagen de kracht in donder, regen, wind en vuur. Het ontzag voor de natuur was groot. We zagen de geest erin, het woord God was er nog niet. We geloofden wel in de geestkracht van onze overleden dierbaren. Niet voor niets begroeven we hen. We geloofden in het onzichtbare. In het woord animisme, ook wel een natuurgeloof genoemd, zit de Latijnse betekenis adem en geest. Dan kom je al gauw uit bij de oude Grieken.

Voor de oude Grieken was de wereld vol van ademtocht, psuchè (van psuchein: blazen.) De psyche werd niet als mysterieuze kracht gezien, maar als energie die door de kanalen van het lichaam stuwt. Dat is al zo vanaf de eerste mens. ‘Psyche’ kreeg in de loop der tijden een goddelijke status. En op alle mogelijke manieren geven we daar vorm aan. Ger Groot laat dat zelfs uitgebreid zien en horen in zijn boek De geest uit de fles – hoe de moderne mens werd wie hij is.

Dit boek is een geschiedenis van de moderne filosofie en een zinnenprikkelende beschouwing ineen. Ger Groot laat zien en horen hoe wij, zelfbewuste én onzekere mensen aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zijn geworden wie we zijn. Sinds Descartes heeft de radicale twijfel zijn intrede gedaan en is ‘de geest uit de fles’. De filosofie van de afgelopen vier eeuwen laat zich beschrijven als één lange worsteling met de erfenis van de religie. (Lemniscaat)

pk-geest-uit-de-fles-w-

Filosofie is geen worsteling met (de erfenis van) de religie, het zijn meer talloze denkwijzen erover, niemand weet immers wie of wat God precies is. Godsdienst geeft er slechts een onbeholpen vorm aan, maar kan ook leiden tot een schitterende opera. Of tot een lied als God is mijn licht, mijn zaligheid van Clemens non papa, waarnaar bijzonder hoogleraar Filosofie en literatuur Ger Groot verwijst in zijn boek. Hij geeft er trouwens vele beeld- en geluidsfragmenten bij. Het lijkt me een interessant boek. Waar een ieder zijn eigen conclusies uit kan trekken.

Niet alleen de filosofie, maar de hele cultuur is van die worsteling doordrongen. In muziek is ze te horen, in beeldende kunst te zien, in de keuken te proeven, in de architectuur te bewonen, in de tuinaanleg te doorwandelen. Dit boek doet een beroep op alle zintuigen. Het bevat een groot aantal schitterende illustraties en verwijzingen naar de geschiedenis van de muziek, opera, toneel en film. De bijbehorende beeld- en geluidsfragmenten zijn te bekijken en beluisteren via qr-codes in het boek en de site degeestuitdefles.com. Dichterbij kan filosofie niet komen!’ (Lemniscaat)

En via de adem kom je ook al gauw bij de Griekse filosoof Plato die over levensadem of psyche spreekt. Psyche noemen we tegenwoordig geest of bewustzijn. Of de eeuwige geest. De ziel van de mens behoort tot de zijnssfeer van de geest, zei Plato. De ziel is onsterfelijk en vormt de brug tussen het aardse leven en de eeuwige Ideeën, de bron van alle kennis. Voor Groot blijft religie een raadsel: dat het nog altijd kan voortbestaan en waarover we niet uitgepraat raken. Inderdaad, en dat komt omdat God er is en dan zal er altijd iets zijn als godsdienst. En niet andersom, zoals Groot in NieuwWij denkt.

De fles uit de geest – hoe de moderne mens werd wie hij is | Ger Groot | ISBN 9789047709435 | € 34,50 | 260 pag.

Bovenstaande citaten komen van Lemniscaat Filosofie

Beeld: tele-fe.com

God en de absolute waarheid van Antoine Bodar

antoinebodar (1)

Antoine Bodar weet precies hoe het zit met de waarheid. Voor de mediagenieke katholieke priester bestaat er een waarheid buiten ons. En voor die waarheid staat Bodar pal. Dat is actueel in een tijd van feiten en meningen, waarheden en nepnieuws. Bodar, een man van de prikkelende stellingen en massieve zekerheden. Niets moet hij hebben van het moderne relativisme en gruwt van de waarheid die teruggebracht is tot een afspraak, de afspraak dat de meeste stemmen gelden.

Als de meerderheid vindt dat God dood is, is Hij al bijna dood. Die opvatting van de waarheid als democratisch principe is niet de mijne. Ik ben ervan overtuigd dat er een absolute waarheid bestaat, onafhankelijk van ons denken. De bijbel leert dat ook. Christus zegt het zelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ (uit: Bodar) 

De naam die Bodar aan de waarheid geeft, is dus Christus. Achter die waarheid kom je op twee manieren. Via het geloof en via het redenerend vermogen. Alleen wordt volgens Bodar het belang van de ratio bij het achterhalen van de waarheid enorm overschat. Hij citeert bij deze uitspraak Frans Kellendonk die in Geschilderd eten schreef:

Alle wetenschappelijke ondernemingen hebben aangenomen dat de wereld rationeel geordend is rond een geheim, een kern.’ (uit: Bodar) 

Bodar concludeert dat de waarheid zich door het verstand wel laat benaderen, maar nooit omvatten. Voor hem wordt de waarheid vooral gekend in geloof. Het verstand moeten we op zijn plaats terugzetten, dan komt er meer ruimte voor het hart en gevoel: het niveau van de geloofsopenbaring. Het hart kan zich dan meer openstellen voor het mysterie en derhalve ook voor God.

Waar geloof louter menselijk wordt, doet ongeloof zijn intrede. Niet de realiteit die toegankelijk is voor de zintuigen en het redenerend vermogen, maar juist hetgeen verborgen blijft vormt de bron van het leven. Uiteindelijk zijn het niet de zichtbare, maar de onzichtbare dingen die er werkelijk toe doen, omdat zij het eeuwige openbaren.’ (uit: Bodar) 

Als geloof en verstand botsen, volgt Bodar het geloof. Hij snapt niets van de maagdelijke geboorte van Christus. Zijn verstand blijft achter bij dat mysterie en dan neemt zijn geloof het over. Het geloof benadert het mysterie meer dan het verstand ooit zal kunnen, is zijn verklaring.

Bodars waarheid staat op gespannen voet met andere godsdiensten. De rooms-katholieke kerk benadert volgens Bodar de waarheid het meest zuiver, ook al zegt de kerk niet dat de waarheid niet ook elders te vinden is. Andere godsdiensten hebben volgens Bodar ook deel aan de waarheid. Daar schuilt gelijk het addertje in het gras, want ‘deel hebben aan’, blijkt volgens de priester iets anders dan ‘de waarheid bezitten’.

Er is dus een rangorde in het deelhebben aan de waarheid. Die wordt volgens Bodar het meest zuiver gevonden in de rooms-katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken die over belangrijke zaken dezelfde opvattingen hebben. Minder zuiver zijn andere godsdiensten, zoals de verschillende protestantse kerken, de joden en de moslims. In het boeddhisme en hindoeïsme zijn volgens Bodar glimpen van de waarheid te vinden, maar de vele goden van het hindoeïsme blijken uiteindelijk losgemaakte eigenschappen van die ene, ware God te zijn…

Relativisme is volgens Bodar overal op zijn plaats, maar niet in het geloof. Als hij niet meer in de eucharistie zou geloven, verwordt dat tot ‘dippen en delen’. Als hij zich met een orthodoxe protestant vergelijkt, laat hij het aan de Heilige geest over wie het bij het rechte eind heeft.

En toch kan Bodar aangenaam relativeren. Er zijn volgens hem niet-katholieken die dichter bij God leven dan katholieken. Van sommige orthodox-protestantse studenten denkt hij dat hij daar nog heel wat van kan leren. De waarheid blijkt dan toch zoiets te zijn als een beslagen spiegel, zoals Bodar Paulus parafraseert. De waarheid kunnen we dus slechts zo goed mogelijk benaderen, uiteindelijk praat je toch over een mysterie, aldus Bodar.

Maar toch, maar toch… Als je Bodar goed leest, heeft de rooms-katholieke kerk als enige de absolute waarheid in pacht. Bodar denkt sterk Rome-centrisch als hij – weliswaar glimlachend – zegt dat er veel wegen naar Rome leiden, alle wegen zelfs.

Lang geleden dachten we dat de aarde het centrum van het heelal was.

Bron: Bodar | De binnenzijde van een omstreden priester | door Petra Pronk | Hoofdstuk 4. Waarheid.

Foto: Antoine Bodar (pers.kro-ncrv.nl)