De verloren wijsheid uit religies

Karen Armstrong2017FPA

Eind deze maand verschijnt van Karen Armstrong: De verloren kunst van de heilige geschriften. Op 2 juli in Amsterdam geeft zij de lezing De verloren wijsheid uit religies in de Oude Lutherse Kerk. Volgens Armstrong schiet de uitleg van heilige geschriften tegenwoordig flink tekort. Arrogantie, intolerantie en ook geweld worden gerechtvaardigd door naar deze teksten te wijzen. ‘De Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden’. Armstrong stelt dat dit ver af staat van hoe de teksten ooit bedoeld waren.

De heilige geschriften waren altijd een middel voor mensen om hun materiële bestaan te ontstijgen en in aanraking te komen met het goddelijke. In onze seculiere samenleving hebben de teksten deze unieke functie verloren om een meer praktische toepassing te krijgen: de Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden.

Karen Armstrong signaleert ten opzichte van de heilige geschriften een groot onbegrip, wat volgens haar de hoofdoorzaak is van de huidige religieuze geschillen in de wereld. Weloverwogen en deskundig pleit ze voor een terugkeer naar de oude interpretatie van de religieuze teksten als basis van een betekenisvol en empathisch wereldbeeld. Armstrong wijst ons de weg bij het beteugelen van de arrogantie, de intolerantie en het geweld die het gevolg zijn van de gebrekkige hedendaagse uitleg van de heilige geschriften.’ (Samenvatting: De Bezige Bij)

Karen Armstrong (1944) is een van de meest geliefde auteurs op het gebied van religie. Nadat ze zeven jaar als non in een klooster woonde, verliet ze de orde om Engels te studeren in Oxford. Armstrongs oeuvre omvat bestsellers als Een geschiedenis van God (1993)De strijd om God (2001)Islam (2004)De wenteltrap (2003), Compassie (2011) en In naam van God (2014).

Gevaarlijk? Achterhaald? Onderdrukkend? Dit is hoe we tegenwoordig vaak denken over religieuze teksten. Maar op 2 juli wijst de beroemde historica Karen Armstrong ons op de oorspronkelijke betekenis van de teksten. Kom erachter welke levenswijsheid te vinden is in heilige geschriften als de Bijbel, Koran en Thora.’ (The School of Life)

Lost art of Scripture | Karen Armstrong |2 July 2019 | 20:00 – 21:30 uur | Tickets €35,- via The School of Life | Voertaal: Engels

De verloren kunst van de heilige geschriften | Karen Armstrong | Verschijnt 27 juni | Luxe paperback| 496 pag. | €29,99 | ISBN: 978 94 031 6630 8 | E-book: € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Lost Art of Scripture | Vertaling: Bep Fontijn, Carola Kloos, Albert Witteveen

Gerelateerd: De verloren kunst van de heilige geschriften

Beeld: Karen Armstrong, 2017 Prinses van Asturië Award voor sociale wetenschappen, tijdens haar ontmoeting in de bibliotheek van het historische gebouw van de universiteit van Oviedo (Spanje). © FPA | Daniel Mora

Atheïst roept de échte God aan

even-better-than-knowing-god-s-name-hddpdv5i-desiringgod.org

Volgens Bart Klink, van De Atheïst, zijn ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens en gaan ze daar ook niet uitkomen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’. Hij schrijft hierover in zijn blog Wil de échte God alstublieft opstaan, en verzoekt de Eeuwige eens wat duidelijkheid te verschaffen, ‘omdat de theologen na vele eeuwen nog geen stap verder zijn’. – Curieus, een atheïst, gefascineerd door de Bijbel en theologie, die een beroep doet op iemand die niet bestaat, en dan ook nog roept om de ‘échte’.

Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).’ (Bart Klink)

Dat het ‘gewone volk’ hiervan de schuld krijgt is nogal een bewering. Onder het ‘gewone volk’ vind je nu net niet de oorlogsstichters, terroristen, homo-‘intoleranten’ en creationisten. De ‘gewone’ gelovige is doorgaans vredelievend en wil samenleven en -wonen met andere gelovigen en ook met niet-gelovigen. Klink ziet extremisten blijkbaar als ‘gewoon volk’ en dan kan ik me indenken dat hij alleen maar in atheïsme gelooft, want overal om hem heen zijn ‘gewone’ gelovigen, miljoenen, miljarden.

Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (überhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.’ (Bart Klink)

Theoloog des Vaderlands Stefan Paas – op 30 december 2018 nog bij Het Vermoeden (waarin de ambassadeur van de theologie in Nederland op een heel zuivere manier, als een ‘gewone’ gelovige, over zijn geloof vertelt aan Marleen Stelling) – reageert op de site Geloof & Wetenschap op Klinks artikel. Paas zegt het absurd te vinden dat Klink wetenschappen verdacht maakt door te stellen dat ze ‘gekenmerkt worden door veel debat, of omdat ze met moeilijke vragen bezig zijn’.

De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn? Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen, met een wildgroei aan speculaties tot gevolg. Hoe kunnen we dan ook maar iets zeggen over God?’ (Bart Klink)

Volgens Klink, ook gefascineerd door atheïstische filosofen zoals Etienne (Over God) Vermeersch en Herman (God in the Age of Science?) Philipse, zijn theologen ‘het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens over God’. Integendeel, zegt Stefan (God bewijzen) Paas, theologen zijn het vaak genoeg eens, ook over God. Het is volgens hem best mogelijk om, in de context van een filosofische of theologische discussie, afspraken te maken over de definities die gehanteerd worden.

Zo kunnen we ook prima een zinvol gesprek voeren over God. De geschiedenis laat dat ook zien. Rond grote woorden zoals ‘God’ vormen zich tradities waarin mensen gedeelde opvattingen hebben over de betekenis van die begrippen. De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt. In de christelijke traditie zijn die bijvoorbeeld opgeslagen in credo’s, waarvan sommige zelfs oecumenisch ofwel universeel erkend zijn. Kom daar eens om in de filosofie bijvoorbeeld.’ (Stefan Paas)

rightgodsuchanek.name

Klinks claim dat theologen niet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims (over God) getoetst kunnen worden’ wordt door Paas gelogenstraft, want theologen spreken over God op basis van ‘ruwe data’ die ze vinden in geschriften zoals de Bijbel en de Koran, en op basis van wat hierover in een lange traditie is geschreven.

Zij verwerken die data, zetten die in een theoretisch kader, brengen dit in relatie tot andere bronnen van kennis, en komen zo tot voorstellen hoe vandaag verantwoord gesproken kan worden over God. Zij doen dat volgens transparante en rationele methoden, doorgaans tekstanalyse en filosofische reflectie. Daarbij zijn zij in gesprek met theorieën en inzichten uit andere wetenschappen, doorgaans literatuurwetenschap, historiografie, sociale wetenschappen, en filosofie. Maar vaak ook met natuurwetenschappen. Aan dit alles is niets esoterisch of geheimzinnigs.’ (Stefan Paas)

Paas is benieuwd op welke wetenschap Klinks eigen criteria voor wetenschappelijkheid zijn gebaseerd, daar de atheïst in de langere versie van zijn artikel op zijn weblog over filosofie zegt: ‘Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook’.

Klinks benadering is, zo te zien, van het tweede soort: deductief. Een ‘gezonde’ wetenschap moet leiden tot consensus onder de beoefenaren, en zij moet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden’ en toetsingscriteria. En de ‘betrouwbaarheid’ van die methoden en criteria lijkt weer in hoge mate afhankelijk van de vraag of zij consensus produceren (de cirkelredenering in het betoog is nogal opzichtig.)’ (Stefan Paas)

De universiteit lijkt Paas bij uitstek de plek waar de mensheid haar belangrijkste vragen bespreekt, ook vragen over hoe een bedrijf menswaardig wordt geleid, wat het goede leven is en wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven.

Dat de ene discipline tot meer consensus leidt of tot meer economisch gewin dan de andere, dat zal waar wezen. Sommige vragen zijn nu eenmaal moeilijker dan andere. ‘Het begrijpen van kernfysica is kinderspel vergeleken met het begrijpen van kinderspel’ (Niels Bohr). (Stefan Paas)

Zie:

* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Geloof & Wetenschap)
* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Langere versie – De Atheïst)
* Theologie als wetenschap: respons op Bart Klink (Geloof & Wetenschap)

Beeld: desiringgod.org

Jesaja’s dubbelrol in Händels Messiah

Messiah2018-2_b20

Na het juichende en tegelijk ontroerende Halleluja in Händels ‘Grand Musical’ Messiah – uitgelicht in subtiele Rembrandtiaanse kleurschakeringen en bij de finale klanken ervan stralend wit – leidt dit voorstelbaar tot een open doekje in de Grote Kerk van Den Haag. Lichtcomponist Teus van der Stelt verheft het Halleluja tot extra grote hoogte. The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands zingt en speelt met Messiah de sterren van de hemel – onder leiding van een ronduit swingende dirigent Pieter Jan Leusink. Al ‘schaatsend en twistend’ haalt hij alle klankkleuren op zijn mooist uit zijn ploeg. Zijn lange grijze krullen deinen mee in alle mogelijke – en bijna onmogelijke ritmes – die Leusinks handen in alle toonaarden aangeven. Als toegift laat de artistiek leider het Halleluja nogmaals de oren van het dankbare publiek strelen.

Continuo
Grand Musical’ mag ik eigenlijk niet zeggen. Maar zo wordt Händels Messiah wel aangekondigd bij de première op 13 april 1742 in Dublin, door de componist zelf gedirigeerd. Net als in 1742 bestaat het koor vandaag uit 16 zangers, onder wie nu sopraan Olga Zinovieva en tenor Martinus Leusink. Het orkest – dat authentieke instrumenten uit Händels tijd bespeelt – bestaat uit strijkers, continuo, trompet en pauken. De continuo – kistorgel – klinkt authentiek doordat het een ‘transpositieklaver’ bezit, zo leert de informatie bij de CD, opgenomen in de Grote Kerk in Elburg (2013.) Het kistorgel ziet er inderdaad uit als een – zware rechthoekige – kist, compleet met de noodzakelijke transportwielen.

Händels Messiah is geen specifieke kerkmuziek maar meer een combinatie tussen vermaak en een kerkdienst. In het begin werd het werk alleen in theaters en concertzalen uitgevoerd en aangekondigd als ‘Grand Musical’. (messiahhandel.nl)

Godslasterlijk
In Londen wordt de benaming ‘Grand Musical’ als godslasterlijk bestempeld als er ook uitvoeringen worden gegeven – vanaf 1750 – in kerken. De kerkelijke gemeenschap dwingt Händel Messiah aan te kondigen als ‘een nieuw sacraal oratorium’.

‘De hemel en God’
Messiah is zeker niet godslasterlijk, maar over welke messias hebben we het eigenlijk in dit ‘ultieme kerstoratorium’, waarvan Händel zei: ‘Ik geloof dat ik de hemel en God voor me heb gezien’. Hij sprak dit geëmotioneerd uit, met tranen in de ogen, nadat hij het tweede deel van zijn Messiah had voltooid.

Dubbelrol Jesaja
De ‘koninklijke profeet’ Jesaja lijkt in Messiah een dubbelrol te spelen. Hij verwijst eerst naar een koning die in de toekomst Israël vrede en redding zal brengen, en later profetisch naar Jezus van Nazareth. De Tenach (de Joodse Bijbel) spreekt echter van een messias als een toekomstige koning die de Joden van Palestina zal verenigen. Zijn komst zal ook de eindtijd aankondigen. Voor Jesaja is Jahweh groot en machtig, de Heilige van Israël.

‘Kind dat ons is geboren’
Messiah begint met ‘Sinfony’ en direct daarna klinkt een spraakzang van Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God…’ Jesaja betekent: ‘God is mijn redding’. De profeet leefde rond 750 v.Chr. In zijn boek staan teksten die door de joden als Messiaans worden gezien, en profetisch naar de toekomst verwijzen. Die gaan niet over Jezus – want niet geaccepteerd door de joden – maar over een toekomstige joodse koning of priester en eerder ‘gezalfde’ genoemd dan messias. Als (toekomstige) naam die gegeven zal worden, sprak Jesaja van ‘Wonderbaar’, ‘Raadsman’, ‘De machtige God’, ‘De Eeuwige Vader’ en ‘Vredesvorst’, ‘Heer’, ‘Jahweh’, en uiteindelijk over een ‘Kind dat ons is geboren’ en een ‘Zoon aan ons gegeven’.

Messiah2018_90d

Jezus’ wederkomst
Het eerste deel van Messiah bestaat voor de helft uit liederen en spraakzangen uit teksten van Jesaja. Dit kerstoratorium gaat heel concreet over het leven van Jezus van Nazareth; bezingt de aankondiging van de komst en de geboorte van Jezus; Zijn kruisiging en opstanding en de episode van de hemelvaart. Het laatste deel gaat over de betekenis van dit alles voor de gelovigen. Messiah gaat ook over Jezus’ wederkomst en heerschappij. In het (christelijke) Nieuwe Testament is Jesaja ook weer terug te vinden, en dan alleen in citaten, met profetieën over de komst van… de Messias (Jezus.)

Het ‘verboden hoofdstuk’ Jesaja 53
Jezus werd zo’n 750 jaar na Jesaja geboren. In Messiah wordt Mattheüs aangehaald als profetie voor Christus’ geboorte. In deel 2 van Messiah – in Jesaja 53 – zegt de profeet ‘de HEER heeft op Hem gelegd ons de ongerechtigheid van ons allen’. ‘Hem’ lijkt dan sterk naar Jezus te verwijzen. Dat lijkt dan wel een nadere specificatie van zijn eerdere profetie. Sla er Jesaja 53 maar op na en zie dit ‘verboden hoofdstuk’ in de Tenach. Het is niet echt verboden, maar werd weggelaten op het leesrooster, volgens de christelijke site CIP. Veel Joden kijken daar van op.

Jahweh
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 v.Chr.) wordt Jesaja geroepen tot het profetenambt. En als Achaz in 736 v.Chr. de nieuwe koning wordt, vallen de koningen Resin (Syrië) en Pekach (Israël) Juda aan. Achaz besluit daarop de hulp van Assyrië in te roepen. Dan betreedt Jesaja het politieke toneel en spreekt Achaz moed in, en zegt dat de koning zijn vertrouwen uitsluitend moet stellen op Jahweh (God): de Heilige van Israël – en niet op bondgenootschappen met andere staten.

Messiasverwachting
Sommige bronnen stellen dat in het Oude Testament er een Messiasverwachting gewekt wordt die sterk leeft in de harten van de joden, en dat die verwachting goed aansluit op de beloften van de profeten. Jezus, zo wordt gezegd, spreekt deze verwachting ook nooit tegen, maar zou ook geen ‘ja’ gezegd hebben op de vraag of Hij de Messias is; dat Jesaja uiteindelijk op Hem gedoeld heeft.

TheJewishAnnotatedNewTestament

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament
Maar de onderzoeken gaan wereldwijd door, de discussie ook. In dit kader is het interessant dat in 2011 het boek The Jewish Annotated New Testament verscheen, waarin staat dat er nooit een editie van het Nieuwe Testament verschenen is, gericht op de Joodse achtergrond en de cultuur waaruit het groeide. Tot dit boek dan. In 2017 verscheen een tweede editie, grondig herzien en sterk uitgebreid, met nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament werd voor het eerst gepubliceerd in 2011 en was een baanbrekend werk dat de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament onder de aandacht bracht van studenten, geestelijken en algemene lezers. In deze nieuwe editie brengen tachtig Joodse geleerden een ongeëvenaarde studie samen om een nieuw licht op de tekst te werpen. Deze grondig herziene en sterk uitgebreide tweede editie [2017] levert nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.’ (amazon.com)

Dode Zeerollen
Oudheidkundige Jona Lendering schrijft over editie 2011 op zijn blog Het joodse Nieuwe Testament dat er teksten bestaan die door de joodse en christelijke religieuze autoriteiten zijn afgewezen, maar dat deze documenten wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen laten zien. Dat geldt volgens Lendering – naast de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo – ook voor de Dode Zeerollen:

‘…ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw n.Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.’

The Jewish Annotated New Testament biedt de tekst van de christelijke geschriften (in vertaling) en eindeloze hoeveelheden aanvullende informatie. Een zeer aanbevolen boek.’ (Lendering)

Prettige en zalige kerstdagen gewenst, met of zonder Messiah, messias of Messias. (In de monotheïstische religies is er maar één God, waarschijnlijk zal er dan ook maar één Messiah zijn?) – Wie weet waar Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament nog toe leidt…

Recensie: Messiah – G.F. HÄNDEL (HWV 56) – Den Haag, Grote Kerk – 16 december 2018 – Pieter Jan Leusink dirigent

Foto’s: Lichtcomposities door Teus van der SteltPD (N.B. Fotograferen tijdens Messiah is verboden)

God, ik, en de Bijbel anno nu

godenik (1)

‘Het is de uitdaging van het progressieve christendom om Bijbelverhalen opnieuw te ontdekken en van betekenis te laten zijn in deze tijd,’ zegt Brian McLaren. Dat is wat de theoloog des Twitterlands, Alain Verheij, doet in zijn nieuwe boek ‘God en ik’. Aldus website Lazarus. Daarop staat ook dat deze week God en ik verschijnt, het eerste boek van Verheij. Hij schrijft over zijn weg binnen het geloof: soms een triomftocht, soms een worsteling. En hij laat zien wat je als 21e-eeuwer nog kunt leren van die oeroude Bijbel.

De enige manier om volwassen door het leven te gaan, is de weg van de tweede naïviteit van Paul Ricœur. Accepteer de magische kant in je ziel en je heimwee naar Sinterklaas, maar erken gelijktijdig dat de realiteit geen sprookje is: het is hier geen paradijs. Het zoeken van een goede balans tussen de droom en de scepsis is een levenslange koorddans. (Lazarus)

Bij Reporters Online zegt Verheij dat het wel lijkt alsof je tegenwoordig weer gewoon over geloof mag praten – omdat religie nooit dood is geweest en de helft van Nederland nog altijd een vorm van godsgeloof heeft: stichtingen, scholen, politieke partijen, buren, evangelisten… je moet je best doen om nooit een christen tegen te komen.

Daarnaast brengt immigratie ons in contact met voorheen minder bekende vormen van geloven, met name in de vorm van moskeeën en migrantenkerken. Wereldwijd groeit het aantal gelovigen nog steeds, dus wie de mensheid wil begrijpen doet er goed aan om iets van religie te weten.’ (Reporters Online)

Verheij toog naar het hol van de seculiere leeuw – ergens aan de grachtengordel van Amsterdam – om plannen te maken voor een nieuw boek – dat vanavond gepresenteerd wordt in Rotterdam – waarin hij het mooie van de Bijbel zal laten zien aan de weldenkende 21e-eeuwer.

De nieuwe generatie zit niet meer te wachten op de vuile was van een gefrustreerde ex-gelovige. Die problematiek kennen we nu wel. De tijd is nu juist weer rijp voor een bescheiden eerherstel voor de wijsheden in de Bijbel die er nog altijd zijn, onder heel veel lagen onbegrip, historische missers, kerkelijke starheid en anti-kerkelijke allergie.’ (Reporters Online)

Seculiere manieren om al je dromen in te leveren en in de kritische fase te blijven hangen zijn er ook, zegt Verheij.

Er is een naturalistisch wereldbeeld waarin men alles voor zichzelf kan verklaren door het te reduceren tot toeval en chemische processen. Er zijn pragmatisten die de magie voor de techniek hebben verruild en geloven dat er voor alle problemen op aarde een fix of een pil kan worden uitgevonden. Ten slotte kun je het luchtkasteel uit je jeugd vervangen door een bunker van schijnveiligheid: rijkdom en comfort, ellebogenwerk en agressie, succes of verdoving. (Lazarus)

Volgens uitgeverij Atlas Contact analyseert Verheij als theoloog, schrijver en blogger onze tijd en ziet hij hoe de christelijke verhalen en gebruiken wel degelijk iets te zeggen hebben over de wereld van nu.

Zo kun je de vastentijd zien als een detox die zorgt voor meer zelfreflectie, solidariteit en een gezond lichaam en gezonde geest. Verhalen over Jezus, Job, Mozes en Petrus zetten aan tot denken over hoop, vertrouwen en volharding. Verheij is niet bang om tegen heilige huisjes te schoppen.’ (Uit: God en ik)

godenik

Persoonlijk, scherp, kritisch en een tikje ironisch schrijft Verheij volgens de uitgever over zijn weg binnen het geloof. God en ik werpt licht op levensvragen die de mens al eeuwen bezighouden – nu misschien wel meer dan ooit.

De Bijbel en het christendom hebben een enorme invloed op de westerse cultuur gehad, van de taal en het wetboek tot het collectieve levensgevoel. Dat is ook terug te zien in de kunst, of je nu in het Rijksmuseum bent of op vakantie in Italië een van de monumentale kerken daar bewondert. In songteksten van Bob Dylan en Beyonce, maar ook motieven in films en literatuur – als je even de ogen van een theoloog leent, zie je de Bijbel overal om je heen. (Uit: God en ik)

In God en ik stelt Verheij dat de Bijbel nog heel veel te melden heeft aan mensen in een ontkerkelijkt Nederland anno 2018. Daarom gaat hij steeds op zoek naar de hedendaagse relevantie van die woorden uit een andere wereld en die rituelen uit een andere tijd.

In dit boek veronderstel ik zo weinig mogelijk voorkennis, zodat het juist voor niet-ingewijden goed te volgen is. Ook ga ik je op geen enkele manier proberen te bekeren.’ (Uit: God en ik)

God en ik – Wat je als weldenkende 21e-eeuwer kunt leren van de Bijbel | Alain Verheij | Atlas Contact | ISBN 9789045035734 | 192 blz. | 11 mei 2018