Bewijzen of weerleggen bestaan God onmogelijk

blaise-pascal-par-Resonance
‘We krijgen pas oog voor het mysterie van God als we de idee laten varen dat hij een ordelijke, geheel begrijpelijke wereld voor ons heeft ingericht,’ stelt filosoof Jan Riemersma. ‘Dan is het ook niet verwonderlijk dat God verborgen is en dat het bestaan niet paradijselijk is:
God is ondoorgrondelijk, maar zijn bestaan is alomtegenwoordig.’
 

‘Wij weten niet of God bestaat noch hoe Hij is’. En deze uitspraak is van Blaise Pascal, een Franse wis- en natuurkundige, christelijk filosoof, theoloog en apologeet. Hij was de schrijver van Pensées (Gedachten), waarin hij deze uitspraak deed.

‘Maar wij weten niet of God bestaat noch hoe Hij is, omdat Hij noch uitgebreidheid bezit, noch grenzen heeft. Maar door het geloof onderkennen wij Zijn bestaan en als we zalig zijn zullen we weten hoe Hij is.’ (BP) 

Godsdienstfilosoof Jan Riemersma, alias De Lachende Theoloog, wijdt een blog aan Pascal, onder de titel De God van Pascal, waarin Riemersma stelt dat Pascal alle Godsbewijzen van de hand wees, maar met een ander Godsbewijs kwam. 

blaisepascal‘Pascal schreef: ‘Als er een God is, is Hij oneindig onbegrijpelijk (…)’ Om aannemelijk te maken dat God inderdaad niets minder dan ‘oneindig onbegrijpelijk’ is, zet Pascal zich er toe om te tonen dat onze wereld de ‘oneindige onbegrijpelijkheid’ van God weergeeft. Bij het aanschouwen van de werkelijkheid ligt het ons op de lippen om te denken: dit moet wel het werk van een machtig wezen zijn! (JR) 

De rede faalt, zegt Pascal, want ons verstand kàn de werkelijkheid niet doorgronden, maar we kunnen wel weten dat er een God is, zonder dat we Hem begrijpen. Riemersma:

‘Dit is inderdaad een waarheid als een koe. Als de werkelijkheid zo ingewikkeld is dat ons verstand (bij lange na) niet alle verschijnselen kan ordenen, dan kunnen we het bestaan van God eenvoudigweg niet ontkennen.’ (JR) 

Riemersma vindt dat het bevredigende van Pascals invalshoek is dat we op ons gevoel mogen vertrouwen en dat we niet verplicht zijn om ons geloof in God verder te verantwoorden.

‘Wie echter wil bewijzen dat God bestaat, zal heel de wereld in de steigers moeten slaan: hij zal een loopplank moeten hebben die hem in staat stelt om zijn redelijke beginselen mee te voeren naar het begin van alle tijden en naar de uiterste grenzen van de werkelijkheid.’ (JR) 

janriemersmaDe Lachende Theoloog (foto: JR) stelt dat, uitsluitend als ons verstand zo krachtig is dat we de gehele werkelijkheid kunnen doorgronden, onze rede geschikt is als instrument om een fel zoeklicht op onze verborgen God te laten schijnen.
Ten slotte citeert hij nogmaals Pascal:

‘De metafysische godsbewijzen liggen zo ver af van de manier waarop de mensen denken en zijn zo ingewikkeld, dat men er niet door geraakt wordt; en al zouden sommige er baat bij hebben, ze hebben er alleen iets aan op het moment dat deze bewijsvoering hen voor ogen staat, maar een uur later zijn ze bang dat ze zich vergist hebben.’ (BP) 

Zie: De God van Pascal

Illustr Blaise Pascal: maverickphilosopher.typepad.com

Blog illustr: Blaise Rascal par Resonance

Elektronen net zo onzichtbaar als God

atoom.01
‘Geloof in elektronen is de conclusie van een redenering en niet het resultaat van directe waarneming.’ Dat zegt wetenschapper Jeroen de Ridder. ‘Nu krijgen gelovigen wel eens het verwijt dat ze geloven in iets dat niemand ooit heeft gezien, namelijk God. Ook als God zelf onobserveerbaar is, kunnen we prima redenen hebben om toch in zijn bestaan te geloven.’

‘Ik denk verder dat ik niet de enige ben die gelooft in dingen die hij nog nooit heeft gezien. De meeste mensen doen het. Nog sterker: net als de meeste mensen geloof ik zelfs in dingen die geen mens ooit gezien heeft. Elektronen bijvoorbeeld. Elektromagnetische velden. De Big Bang. Ik geloof dat die dingen bestaan (of gebeurd zijn) en dat ze de eigenschappen hebben die natuurkundigen zeggen dat ze hebben.’ 

De Ridder zegt dat in het artikel Geloof in dingen die je niet ziet. Hij vraagt zich daarin af waarom hij gelooft in dingen die hij nooit gezien heeft.

‘Waarom geloof ik dat allemaal? In mijn geval voornamelijk omdat natuurkundigen het zeggen. Ik ga af op de consensus onder experts. Voor de meesten onder ons is dat een prima stelregel: geloof wat de experts zeggen, vooral als ze het roerend met elkaar eens zijn.’ 

spo051005gif
Volgens De Ridder kunnen we, ook als God zelf onobserveerbaar is, prima redenen hebben om toch in zijn bestaan te geloven. Uit alleen het feit dat iets onobserveerbaar is, aldus de wetenschapper, kun je niet zomaar concluderen dat het niet bestaat: God kan namelijk de beste verklaring zijn van ‘effecten’ die we wel kunnen waarnemen.

‘Om een paar bekende voorbeelden te geven: het feit dat er iets en niet niets bestaat, de fine-tuning voor intelligent leven van het universum, natuurwetten, het bestaan van een objectieve moraal, religieuze ervaringen, en het overleven en de snelle groei van het christendom in de eerste eeuwen na Christus. Wat je verder ook kunt zeggen van vliegende theepotten, in elk geval niet dat ze de beste verklaring zouden kunnen zijn van al deze dingen.’

jeroenderidderJeroen de Ridder (foto: VU) is NWO Veni-onderzoeker en universitair docent in de filosofie, met name de epistemologie, wetenschaps- en godsdienstfilosofie. Sinds 2010 werkt hij op de VU aan een NWO Veni onderzoeksproject waarin hij analyseert hoe de commercialisering van wetenschap van invloed is op het delen en verspreiden van wetenschappelijke kennis. Eerder heeft hij veel colleges wijsgerige vorming gegeven op de VU, TU Delft, en TU Eindhoven.
In 2007 is De Ridder aan de TU Delft gepromoveerd in de filosofie op een proefschrift over technische verklaringen en ontwerpprocessen. Nog langer geleden is hij cum laude afgestudeerd in zowel de Wijsbegeerte (VU) als de Technische Bestuurskunde (TU Delft).

Zie: Geloof in dingen die je niet ziet (Geloof en Wetenschap)

Illustr: aljevragen.nl

Cartoon: freethinker.nl

Een definitie van God en hoe Deze bestaat

UITGELICHT – Over welke God gaat het eigenlijk, is een veelvoorkomende vraag. Vandaag over Die van filosoof Emanuel Rutten. Hij definieert God als een lichaamloos bewustzijn en de eerste oorzaak van de wereld. God als eerste oorzaak, dus zelf onveroorzaakt en bovendien de directe of indirecte oorzaak van alles wat buiten God bestaat. En God is een immaterieel bewustzijn, dus een subject in plaats van een object, een iemand in plaats van een iets.

‘Maar dat is wat wij allen God noemen, zou Thomas van Aquino zeggen’ 

Geen ding maar een persoon
Goed, maar bestaat die God ook? En hoe dan? In zijn argumentatie begint Rutten met de stelling dat er een eerste oorzaak van de wereld bestaat. Vervolgens laat hij zien dat deze eerste oorzaak redelijkerwijs geen object, maar een subject, geen iets, maar een iemand, geen ding, maar een persoon is, zodat inderdaad volgt dat God bestaat.

In zijn lezing Redelijke argumenten voor theïsme: een cumulatieve casus zegt de filosoof dat het voor mensen lastig is – onmogelijk zelfs – om ons een wereld voor te stellen zonder ‘laatste grond’: de uiteindelijke oorsprong van de wereld. 

csfrgroningenrutten (1)

‘Wij kunnen haast niet anders denken dan dat de wereld uiteindelijk teruggaat op een absolute onvoorwaardelijke drager, iets dat het laatste antwoord vormt op de vraag waarom er überhaupt iets is en niet veeleer niets.’ 

Er moet dus een uiteindelijke oorsprong van de werkelijkheid zijn, een eerste beginsel. Volgens Rutten accepteren ook atheïsten de idee dat de hele wereld teruggaat op een absolute grond, een eerste oorzaak, want er is een onveroorzaakte entiteit die zelf de directe of indirecte oorzaak is van alles wat buiten deze entiteit bestaat.

Stringtheorie
Een tweede argument is tweeledig en luidt dat alles wat bestaat uiteindelijk opgebouwd uit fundamentele enkelvoudige bouwstenen (tegenwoordig zouden we wijzen op ‘de strings’ van de stringtheorie) en is alles wat bestaat onderdeel van het causale weefsel van de werkelijkheid. Het betreft hier atomisme en causalisme; deze begrippen komen voort uit alle moderne natuurwetenschappelijke theorieën van ruwweg de afgelopen driehonderd jaar die samen impliceren dat er een eerste oorzaak van de wereld moet zijn.

csfrgroningenrutten (2)

Van een eerste oorzaak naar God
Het derde argument zegt dat het aantal ‘gerealiseerde entiteiten’ in de werkelijkheid noodzakelijk eindig is, zodat een oneindige regressie van oorzaken onmogelijk is, en er dus een eerste oorzaak moet zijn. Van deze eerste oorzaak gaat Rutten naar God.

‘Het eerste argument vertrekt vanuit een reflectie op de aard van geest en lichaam. Geest is naar haar eigen wezen het actieve, terwijl materie in zichzelf louter passief is. Nu moet de eerste oorzaak van de wereld, als datgene wat al het andere direct of indirect veroorzaakt, uiteraard actief in plaats van passief zijn. Maar dan is het alleszins redelijk om te denken dat de eerste oorzaak geest in plaats van stof is, zodat God dus inderdaad bestaat.’

Immanuel Kant
Rutten verwijst dan naar de Duitse filosoof Immanuel Kant die stelt dat de mens als autonoom zelfbewust vrij wezen een waarde heeft die boven dat van alle onbewuste levenloze objecten uitgaat. De conclusie die Rutten daaruit trekt, is dan dat de wereldgrond dus géén object kan zijn.

‘De wereldgrond heeft immers zoals gezegd een waarde die juist niet lager is dan dat van een individueel mens. Nu is alles wat bestaat subject of object. Maar dan moet de wereldgrond een subject zijn. De wereldgrond is geen ‘iets’, maar een iemand. Kortom, God bestaat.’ 

Vrije wilsact
Wat is dan de optie voor de wereldgrond? Rutten gaat er een aantal langs, verwerpt ze en stelt dan dat de enige optie voor de wereldgrond die over blijft een concrete entiteit is, die op grond van een vrije wilsact de wereld voortbrengt.

csfrgroningenrutten (3)

‘Een vrije wilsact is namelijk per definitie zelfverklarend. Nu is echter een contingente concrete entiteit niet zelfverklarend. De entiteit in kwestie had er immers niet hoeven zijn.
We concluderen dus dat de wereldgrond een noodzakelijk bestaande concrete entiteit moet zijn die de wereld voortbracht op grond van een vrije wilsact. De grond van de wereld is dus een noodzakelijk bestaand en vrij subject. Nu veronderstelt vrijheid bewustzijn. Een onbewust subject kan immers niet vrij zijn. De wereldgrond is dus een noodzakelijk bestaand, vrij en bewust subject. Dus God bestaat.’
 

Bovennatuurlijke bewuste entiteit
Rutten geeft ook een argument vanuit de oorsprong van het bewustzijn en stelt dat op enig moment in de geschiedenis van de kosmos bewustzijn haar intrede deed; hij noemt dit – zich toen in de kosmos manifesterende bewustzijn – ‘natuurlijk bewustzijn’.

Omdat materie en natuurlijk bewustzijn niet aan elkaar gelijk zijn; niemand oprecht gelooft dat al onze subjectieve innerlijke ervaringen – zoals het beleven van muziek of het voelen van verdriet – niets meer of minder zijn dan bewegende materie; en het evenmin redelijk is om te beweren dat natuurlijk bewustzijn wordt geproduceerd door onbewuste materie; moet de bron van natuurlijk bewustzijn daarom gelegen zijn in een bovennatuurlijke bewuste entiteit, oftewel in een aan de kosmos transcendent bewustzijn, hetgeen op het bestaan van God wijst.

csfrgroningenrutten (4)

‘De gedachte dat stof bewustzijn kan produceren is niet alleen contra-intuïtief, maar we kunnen ons zelfs geen enkele voorstelling maken van de wijze waarop deze productie zou moeten plaatsvinden.
De herkomst van natuurlijk bewustzijn kan dus niet gelegen zijn in onbewuste materie. De oorsprong van natuurlijk bewustzijn moet daarom zelf een bewuste entiteit zijn. Deze bewuste entiteit kan dan zelf niet natuurlijk zijn. Immers, we vragen naar de herkomst van natuurlijk bewustzijn als zodanig en het zou circulair zijn om te beweren dat natuurlijke bewustzijn is voortgekomen uit natuurlijk bewustzijn.’

Morele waarden
Voorts stelt Rutten dat als God niet bestaat, er in de hele wereld niets meer is dan een geheel van ruimte, tijd, materie en energie. Maar dan is er in de wereld niets dat kan optreden als de waarheidsmaker van bepaalde morele waarheden: Ruimte, tijd, materie of energie kunnen immers nooit tot objectieve morele waarden leiden.

‘De atheïst heeft in zijn wereldbeeld dan ook niets om de objectiviteit van bepaalde morele waarden in te funderen. Maar dan volgt, gegeven de redelijkheid van het bestaan van objectieve morele waarden, dat atheïsme onhoudbaar is. Let echter op. Dit argument wil uiteraard niet zeggen dat atheïsten niet moreel zijn. Natuurlijk niet, dat zou onzin zijn. Het argument doet juist een beroep op het algemeen menselijke inzicht dat er bepaalde objectieve morele waarden bestaan, zoals dat lustmoord verwerpelijk is. En dit is een inzicht dat ieder weldenkend mens kan accepteren, of hij of zij nu gelovig is of niet. Het punt is dat het atheïsme de objectieve geldigheid van dit soort morele waarden ontologisch niet kan grondvesten, zodat we atheïsme moeten verwerpen en dus volgt dat God bestaat.’ 

csfrgroningenrutten (5)

Vervolgens stelt Rutten dat enerzijds ‘alles wat mogelijk waar is, mogelijk kenbaar is’, en anderzijds dat ‘het onmogelijk is te weten dat God niet bestaat’, waaruit logisch de conclusie volgt dat God noodzakelijk bestaat.

Tegenwerpingen
In het artikel gaat Rutten vervolgens in op tegenwerpingen op zijn argumenten. Ten slotte stelt hij dat het alleszins redelijk is om te denken dat er een ultieme grond van de wereld is en dat deze grond een iemand is in plaats van een iets, een persoon in plaats van een ding.

‘Maar dat is wat wij allen God noemen, zou Thomas van Aquino zeggen.’ 

Bron:
Sla er vooral het artikel Redelijke argumenten voor theïsme: een cumulatieve casus op na: het uitgebreide betoog van filosoof Emanuel Rutten dat hij afgelopen maart hield voor de C.S.F.R. in Groningen over rationele argumenten voor theïsme.

Gerelateerd: De atheïst gelooft dat God niet bestaat

Foto’s: Sfeerimpressie van de lezing ‘Bewijs (jouw) God’ – CFSR Groningen
Update layout 30 12 2024

De atheïst gelooft dat God niet bestaat

god-sign-saltlakecity
De atheïst gelooft dat God niet bestaat, wat evenzeer een overtuiging is, en waarvoor de atheïst dus ook argumenten zal moeten geven. ’
Dat stelt filosoof Emanuel Rutten op 10 mei in zijn artikel Pariteit, in het blog Wijsgerige Reflecties. Rutten beweert hierin dat de atheïst in een argumentatief debat over het bestaan van God niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst kan leggen.

‘De theïst gelooft namelijk dat iets, namelijk God, bestaat. Dit betreft een positieve (affirmerende) claim. De atheïst daarentegen gelooft slechts dat iets, namelijk God, niet bestaat. Dit is alleen maar een negatieve (ontkennende) claim.’ 

emanuelruttendissertatie (1)Zowel de theïst als de atheïst zullen volgens Rutten met argumenten voor hun overtuiging moeten komen. In zijn artikel weerlegt Rutten de repliek van de atheïst dat de bewijslast bij de theïst ligt. Hij verwijst hiervoor naar zijn proefschrift ‘A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments – Towards a Renewed Case for Theism’, waarin hij onder meer stelt dat God metafysisch noodzakelijk bestaat.

‘Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. De repliek van de atheïst hierboven is dan dus inderdaad inadequaat. Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar.’ 

Volgens Rutten kan de atheïst in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.

emanuelrutten-1

Emanuel Rutten (foto: PD) behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. De laatste twee met het judicium cum laude. Begin 2010 begon Emanuel aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte bij Prof. Dr. R. van Woudenberg. Eind september 2012 promoveerde hij. De titel van zijn dissertatie luidt: A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism. Het werkterrein van Emanuel betreft metafysica, epistemologie en esthetiek. Nu zijn promotie is afgerond zal Emanuel als postdoc verbonden zijn aan The Abraham Kuyper Centre for Science and Religion van de faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit.

Zie: Pariteit

Foto: godschrift.nl

Jezus rees op uit ‘duizelingwekkend ingewikkeld religieus laboratorium’

endemensschiepgod


‘In Galilea liepen talloze heilige mannen rond die moeiteloos water in olie veranderden en vele wonderen verrichtten. Velen noemden zich net als Jezus Messias. ‘Messiassen schoten als paddenstoelen uit vochtige grond,’ citeert O’Grady de Duitse theoloog Martin Hengel.’ – Dit schreef Eildert Mulder gisteren in Trouw in het artikel Het reli-lab van 2000 jaar geleden.
 

‘Waarom werd uit al die duizenden godsdiensten die bloeiden in de begindagen van het Romeinse rijk, uitgerekend de jaloerse God van een kleine, roerige provincie drie eeuwen later gekozen als de enige ware godsdienst? Waarom koos men niet voor de veel populairdere cultus van Isis? Waarom werden de lessen van de Stoïcijnen of Zarathustra niet gevolgd, waar geen martelaren nodig waren? Waarom niet Apollonius, Boeddha, Confucius? Waarom was het christendom bij uitstek geschikt? Selina O’Grady geeft op boeiende, heldere wijze antwoord op de grootste vraag van onze én alle tijden.’
(Uitgeverij Kok)

‘Misschien was het toeval,’ schrijft ook Mulder  in een recensie in Trouw van het boek En de mens schiep God van Selina O’Grady – als antwoord op de vraag waarom juist het christendom de trotse staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk werd. In haar boek komt ze wel met verklaringen die volgens Mulder een boeiend beeld geven van het duizelingwekkend ingewikkeld religieus laboratorium dat de bekende wereld van 2000 jaar geleden was. ‘Uiteindelijk werd Rome christelijk. Maar Isis-verering of de Mithrascultus hadden evengoed uit de godsdienst-chaos tevoorschijn kunnen komen.’

SelinaOGrady

Selina O’Grady: ‘Ik werd opgevoed door zeer religieuze ouders. Mijn vader was Iers en streng katholiek. We hadden een altaar in ons huis en baden elke avond voor het beeld van de Maagd Maria. Mijn moeder was Joods, maar had zich als jonge vrouw aangesloten bij wat nu waarschijnlijk beschouwd zou worden als een sekte, een soort gemeenschap in New Jersey onder de geestelijke leiding van de Russische pedagoog Ouspensky. Hoewel ze zich tot het katholicisme bekeerde toen zij met mijn vader trouwde, bleef mijn moeder vasthouden aan leringen van Ouspensky. Ik verloor mijn geloof in God toen ik een kind was, maar bleef altijd positief tegenover en gefascineerd door religieus geloof en het verlangen naar het transcendente.’
(Uit de biografie van Selina O’Grady – foto: mvagency.com.) 

Mulder in Trouw:

‘Een gistend en explosief mengsel van Romeinse keizercultus, antiek polytheïsme van allerlei soort en geografische komaf, streng monotheïsme, verlossingsgodsdiensten, mysteriecultussen, messiassen, wonderdoeners, stervende en weer opgestane goden met bijbehorende passiespelen, en bij dat alles ook nog eens een flinke portie intellectuele scepsis bij de elite’. 

Zie voor het artikel van Eildert Mulder: Het reli-lab van 2000 jaar geleden, in de papieren Trouw (2 mei) en op de site achter betaalmuur en voor abonnees.

En de mens schiep God – de wereld in de dagen van Jezus | Selina O’Grady | ISBN 9789059778436 | € 22,50

Gerelateerd: Pasen en de mythes uit de klassieke oudheid