Biblebelt schept refoband

CatharijneconventPDDenHertog

Wel een tamelijk losse, want de vele gereformeerde afscheidingen van de orthodoxe protestanten lopen allemaal op hun eigen smalle weg. Zo is er gelijk plaats genoeg, zou je zeggen en hoef je niet eens op die brede weg. Op de smalle weg kan je elkaar ook beter in de gaten houden, want de sociale controle blijkt enorm binnen deze Nederlandse minderheidscultuur. Je kan er alleen maar onderuit komen door… ook weer een eigen gemeente te beginnen. Maar daar is direct weer die sociale controle.

Toch zijn er kleine vlammetjes van Verlichting te vinden in de Bijbelgordel, zo blijkt uit een bezoek Bij ons in de Biblebelt in Museum Catharijneconvent in Utrecht.

‘Thuislezers’
B
iblibelt, Bijbelgordel, refoband. Allemaal benamingen van een minderheidscultuur die de smalle weg bewandelt om uiteindelijk het grootse hiernamaals te bereiken. Orthodoxe protestanten blijken heel veel smalle wegen te kennen en op elke weg wandelt wel een van de vele afscheidingen. Veel kleine protestantse gemeenten en vaak waren de gemeenten zelf ook nog eens niet goed genoeg. Mensen bleven dan thuis en werden ‘thuislezers’ omdat in de gemeente niet goed werd gepreekt. Ze waren het niet eens met de moderne uitleg van de predikant in de officiële protestantse kerk.

Dag des Heeren
R
eformatorische kunstenaars zijn orthodox aangepast – iets dat je juist niet van kunstenaars verwacht. Hun kunstwerken moeten op zondag achter een gordijn verscholen worden. Ook van kunst mag je op zondag dus niet genieten. Het Reformatorisch Dagblad hangt op internet op de Dag des Heeren eveneens achter een virtueel gordijn. Vandaag, dinsdag, is het – weer – enorm druk. Waar komen al die mensen vandaan? Vele honderden per dag. Van de Biblebelt? Zou kunnen gezien de hoge gemiddelde leeftijd van de bezoekers. Maar ook zijn er duidelijk ook young elderly persons (yeps) te vinden, wellicht op zoek naar fundamentele zingeving.

CatharijneconventPDZwaarLicht

Van zwaar naar licht
De Middelburgse kunstenares Liesbeth Labeur, zelf afkomstig uit een reformatorisch milieu, geeft in deze tekening een eigen overzicht van het brede spectrum van de protestantse kerken. Geheel links plaatst zij de ‘zwaren’ zoals de oud gereformeerden  die samenkomen in eenvoudige schuurkerkjes. Aan de lichte zijde bevinden zich onder andere de evangelische kerken – die hun groei gedeeltelijk danken aan de toestroom vanuit de reformatorische, ‘zware’ hoek.’ (Foto (PD) en tekst van tekening in Catharijneconvent)


Beeldschermen
E
igenlijk kijken de bezoekers van de tentoonstelling voortdurend televisie. Naast vele boekwerken en schilderijen vullen vele beeldschermen Museum Catharijneconvent. Vol vraaggesprekken met orthodoxe christenen. En je kan er niet bij gaan zitten, je moet staan en tussen vele hoofden doorkijken om iets op te vangen van de beeldschermen. Vele orthodoxen mannen en vrouwen leggen daarop hun orthodoxe visie uit. En die klinkt soms verrassend genuanceerd.

Kinderen worden gezien
S
oms verrassend open. Bij een beeldscherm-interview over opvoeding van kinderen speelt de open dialoog een opmerkelijke rol. Niets dwingends. Gesprekken vinden plaats, kinderen mogen eigen keuzes maken, want ze hebben immers (straks) hun eigen verantwoordelijkheid. Het contact tussen ouders en kinderen in orthodoxe kringen lijkt een voortdurende dialoog te zijn. Geen onverschilligheid maar bezieling, geen dwang maar voorlichting en informatie, oprechte opvoeding vanuit orthodox christelijk geloof. Kinderen worden gezien.

Internet
V
ia internet en smartphone heeft de jeugd daarnaast een ander zicht op de wereld gevonden naast het toch wel benauwde orthodoxe wereldje. Kinderen zien op zondag zo televisie op hun smartphone en leren de wereld nog beter kennen via het wereldwijde web dat ze in handen hebben gekregen. De wereld zoals deze ook is, wordt erop zichtbaar.

Hoeren en tollenaars
E
en grote affiche in een vitrine met een foto van een meisje en de tekst: ‘Ik kom uit de kast – (g)een probleem’, ligt naast een exemplaar van de Nashvilleverklaring, een verklaring over Bijbelse seksualiteit. Een orthodoxe moeder vertelt een van haar kinderen weer te accepteren nadat zij de tekst onder ogen kreeg dat Jezus liefdevol omging met hoeren en tollenaars, dus waarom zij niet met haar homo-zoon?

Gezien: Bij ons in de Biblebelt – Museum Catharijneconvent Utrecht (17-09-2019)

Foto (PD): Kerk of kater?
De oude, in het zwart geklede man loopt in een bijna verlaten straat. Is hij een kerkganger, op een vroege zondagochtend op weg naar het godshuis terwijl de laatste cafégasten zich naar huis spoeden? Of is het precies andersom? En verraadt zijn ietwat rode neus  dat de man ondanks zijn zondagse kledij iets te diep in het glaasje heeft gekeken? En waarheen is hij dan eigenlijk op weg?  
Piet den Hertog (1955)  studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. Hij houdt zich naast het schilderen en het uitvoeren van opdrachten bezig met het schrijven van methodes beeldende vorming voor het reformatorische basis- en voortgezet onderwijs.’ (Foto en tekst van schilderij in Catharijneconvent)

‘Het verlichte universum draagt zichzelf’

spiral-galaxy-ngc1232-1600

Bij Meister Eckhart en zenmeester Dōgen mondt ‘levenskunst niet uit in navelstaarderij, maar juist in een actief in het hier en nu in de wereld staan om met je volle aandacht te doen wat er hier en nu door de omstandigheden van je gevraagd wordt’. – Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schrijft op zijn blog een heldere en pakkende recensie van In alle dingen heb ik rust gezocht, van Michel Dijkstra.Het boekje begint met de vraag naar de zin van het leven. Want dat is waar het in religie en in filosofie ten diepste om draait’.

Dijkstra stelt evenwel dat zowel Eckhart als Dōgen die vraag als inadequaat beschouwen, omdat die een tweedeling impliceert van leven en zin. Beide denkers zijn het er ten diepste over eens ‘dat het leven zijn eigen zin vormt.’

Het grootste verschil tussen beide denkers lijkt erin te bestaan dat Eckhart God als bron van alles accepteert. De werkelijkheid is substantieel verbonden met God als bron van volheid waaruit deze werkelijkheid is voortgekomen. (Ik zeg hier: ‘substantieel’, maar besef dat dit eigenlijk geen recht doet aan de genuanceerde visie van Eckhart zelf, die het zijn van de wereld en het Zijn van God toch scherp onderscheidt). Een substantiële visie van de werkelijkheid is Dōgen volstrekt vreemd, de clou van de metafoor van Indra’s net is immers ‘dat het verlichte universum zichzelf draagt: er is geen substantie of andere ‘drager’ in, achter of boven het heelal’.’ (Smedes)

Indra’s net’ wil zeggen dat de werkelijkheid is als een web van juwelen die schitteren en elkaar reflecteren. Dijkstra bedoelt hiermee, zegt Smedes, dat ‘ieder ding alle andere dingen weerspiegelt op zijn eigen, unieke manier en alle andere dingen zich tonen in de ‘spiegel’ van het ene ding op hun bijzondere wijze’.

Op die manier komt de identiteit van de particuliere edelsteen tot stand door zijn banden met het collectief van de andere juwelen.’  (Smedes)

Smedes zou in zijn boek Thuis in de kosmos – ‘Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan’ – zeker naar dat beeld van Indra verwezen hebben als hij dat eerder had gekend, zegt hij enthousiast.

Smedes stelt dat de verschillen tussen beide denkers volgens Dijkstra niet wegnemen dat zij in de concrete uitwerking van hun levenskunst op heel veel punten dicht bij elkaar komen.

Hun gemeenschappelijke levenskunst vat Dijkstra prachtig samen onder de noemer ‘bevrijdende intimiteit’: ‘De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen leidt van geslotenheid naar openheid, van geïsoleerd-zijn naar verbinding en van versplintering naar concentratie.’ (Smedes)

Het is geen gemakkelijk boek, zegt de recensent, je moet wel enige voorkennis hebben van Dōgen en Eckhart: denkwerk is geboden! Dōgen komt ‘vreemd’ over door zijn Chinese manier van schrijven en Eckhart door zijn ‘vreemde’ godsbeeld.

Maar Eckhart is geen theïst in onze moderne zin van het woord. Hij werd ook in zijn eigen tijd niet begrepen en uiteindelijk is hij tot ketter verklaard. Dit komt door zijn negatief-theologische insteek (dus de mystieke herneming en ontkenning van alles wat positief over God wordt uitgesproken) en zijn non-duale visie die voor veel gelovigen – helaas ook vandaag nog, zij het volstrekt ten onrechte – naar pantheïsme riekt.’ (Smedes)

Smedes las het boek twee keer, ook omdat sommige gedachtegangen gewoon meerdere keren gelezen moeten worden om echt doorzien te worden. Smedes, die ook journalist en auteur is, zegt hierbij niet te weten of ‘begrepen’ het goede woord is. ‘Doorzien’ lijkt mij een mooie omschrijving, al zou ‘aanvoelen’ ook op zijn plaats kunnen zijn, in de zin van intuïtief lezen met de rede paraat.

In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen | Michel Dijkstra | Van Tilt | ISBN 9789460044496 | € 15,- | ‘Dijkstra is in de filosofische gemeenschap in Nederland geen onbekende. Hij publiceerde al eerder artikelen en boeken over taoïsme, zen en over Eckhart. In alle dingen heb ik rust gezocht is een boekje van slechts 152 pagina’s dat de publieksversie van zijn proefschrift dat hij op 10 september 2019 aan de Radboud Universiteit verdedigt.’ (Smedes)


Michel Dijkstra, Radboud University:In mijn scriptie richt ik me op Eckharts en Dōgens denken over de grote metafysische kwestie van de relatie tussen het Ene en het Vele. Ik onderzoek deze vraag op basis van het concept van ‘wederzijdse verlichting’ van Arvind Sharma: het idee dat filosofische teksten uit verschillende culturen elkaars spiegel kunnen zijn en dus kunnen leiden tot een dieper begrip van beide. 

De enige grote parallel tussen Eckhart en Dōgen is dat ze de relatie tussen het Ene en het Vele als niet-duaal zien. In het geval van Eckhart kan men God en Zijn schepping niet scheiden; in het geval van Dōgens zijn de Boeddha-natuur en de tienduizend dingen onafscheidelijk. Het filosofische pad dat tot dit inzicht leidt, verschilt: de Dominicaan begint met eenheid, terwijl de Zenmeester zegt dat we de diversiteit van dingen moeten bestuderen.’


Bronnen: De mystiek van Oost en West: Michel Dijkstra over Meister Eckhart en Dōgen (Taede A. Smedes) en Radboud University

Beeld: Grand Spiral Galaxy NGC 1232 – Image Credit: FORS , 8,2-meter VLT Antu , ESO

Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (2)

ToneelgroepDeAppel

Bij Pim van Lommel draait het in zijn boeken en lezingen om de rol van bewustzijn in onze samenleving en het doorbreken van het taboe rond bijna-doodervaringen. Dat taboe is in de afgelopen tien jaar veel minder geworden, zegt hij in het voorwoord Tien jaar later… van de jubileumuitgave van Eindeloos bewustzijn (2017): Hoe Eindeloos bewustzijn zijn eigen weg zocht. Hij stelt hierin dat wetenschap vragen stellen is met een open geest en het loslaten van oude concepten en ideeën. Echter, veel bewustzijnsonderzoekers vinden bewustzijn niets anders dan materie en menen dat ons bewustzijn iets zuiver persoonlijks is.

Bewustzijn komt volgens deze wetenschappers volledig voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan, en zo zou ons gedrag, en onze vrije wil, dus onontkoombaar alleen het gevolg van de chemische en elektrische werking van onze zenuwcellen zijn. Nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen worden afgewezen omdat ze niet passen in bestaande visies en denkbeelden. Of omdat ze niet aansluiten op het huidige materialistische paradigma waarmee men is opgegroeid en waarin men is opgeleid. Maar we moeten aannames durven loslaten.’ (Pim van Lommel)

Op een sceptische website werd Van Lommel agressief aangevallen, vertelt hij, maar die boosheid laat hij bij die mensen zelf. Sceptici, zo zegt hij, hebben nu eenmaal altijd gelijk, zij staan niet open voor een wetenschappelijke en open discussie:

Zij leven vanuit hun vooroordelen en hun dogma. Zoals Albert Einstein (1879 – 1955) ooit heeft gezegd: ‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.’ (PvL)

Op de stelling van Van Lommel (op het voorgaande blog) dat er een postmaterialistische wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert, reageerde wiskundige en filosoof Emanuel Rutten via Facebook met de opmerking: ‘Mooi gezegd. De filosoof David Chalmers wees hier eind jaren negentig eveneens op. Het gaat inderdaad die kant op. Materialisme als ‘wordview’ heeft zijn langste tijd gehad.’

De acceptatie onder artsen is nog altijd vrij laag, stelt Van Lommel. Ook zij leren dat alles meetbaar moet zijn, het gaat om fysiek meetbare gegevens.

Maar we kúnnen simpelweg niet alles meten. Ons bewustzijn, en de inhoud van ons bewustzijn (gedachten, gevoelens, emoties), is niet te meten, niet te objectiveren, niet te reproduceren en niet te falsificeren.’ (PvL)

Daarom pleit cardioloog Van Lommel voor een andere benadering vanuit de wetenschap waarbij ruimte is voor subjectiviteit. Die ruimte leidt bij godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes tot de uitspraak dat veel mensen bijna-doodervaringen als religie op zich behandelen en hij vindt dat het al dan niet accepteren van Van Lommels ideeën tot een sterk ‘wij-zij’ denken leidt.

Van Lommel wordt onder degenen die een BDE hebben gehad als een soort messias behandeld. Een tamelijk onzinnige en onwetenschappelijke houding, lijkt me. Het zou een leuke eigenaardigheid zijn, als zou blijken dat bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan.’ (Smedes)

Smedes zei in 2008 een grootschalig onderzoek naar bijna-doodervaringen af te wachten van de Universiteit van Southampton. In zijn blog kwam hij daar echter niet meer op terug. Inmiddels is het resultaat van dat onderzoek gepubliceerd in Journal Resuscitation (2014), een interdisciplinair tijdschrift voor de verspreiding van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot acute zorggeneeskunde en cardiopulmonale reanimatie.

Artsen deden met een speciale test onderzoeken of bijna-doodervaringen van patiënten echt zijn, of alleen in hun verbeelding plaatsvinden. Volgens metro.co.uk, dat erover publiceerde, blijkt leven na de dood een reëel fenomeen, een misschien niet langer uit de lucht gegrepen term, want als het over een korte periode gaat, blijkt er wel degelijk een soort leven na de dood te bestaan. Volgens wetenschappers aan de Universiteit van Southampton blijft het bewustzijn minstens nog enkele minuten intact nadat de hersenen gestopt zijn met werken.

Het is iets dat tot voor kort onmogelijk werd geacht. De dood is een onvermijdelijk gevolg van het leven, maar onderzoekers geloven nu dat het misschien niet zo zwart-wit is. In de grootste studie rond het onderwerp ooit onderzochten ze gedurende vier jaar de bijna-doodervaringen na een hartstilstand van 2.000 mensen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Oostenrijk. Wat blijkt? 40 procent van de mensen die de hartstilstand overleefden, beschreven een soort bewustzijn nadat ze eigenlijk al klinisch dood waren.’ (metro.co.uk)

In Journal Resuscitation zegt dr. Sam Parnia, voormalig onderzoeker aan de Southampton University, die de studie leidde:

De man beschreef alles wat er in de kamer was gebeurd, maar belangrijker nog, hij hoorde twee piepgeluiden van een machine die met tussenpozen van drie minuten geluid maakt. We konden dus bepalen hoe lang de ervaringen duurden. Hij leek heel geloofwaardig en alles wat hij zei was hem overkomen, was eigenlijk ook gebeurd.’ (Journal Resuscitation)

Parnia, nu verbonden aan de State University van New York, voegt eraan toe dat anderen beschreven dat ze zich vredig voelden, of zeiden dat de tijd versnelde of vertraagde, terwijl sommigen zeiden dat ze een licht zagen. Anderen zeiden dat ze angst voelden of dat het leek dat ze verdronken of hun lichamen door diep water werden gesleept. Van de 2.060 patiënten die in de studie werden gevolgd, overleefden 330. 140 patiënten zeiden dat ze ervaringen van uit het lichaam treden hadden. Smedes heeft dit waarschijnlijk niet gelezen, en blijft blijkbaar bij zijn laconieke overtuiging – overigens wel een mooi statement – uit 2008 dat de essentie van het menselijk bestaan te vinden is in het hier-en-nu:

Want wat we na onze dood ook mogen zijn, mens zijn we dan niet meer. Elkaar menselijk behandelen kan dus alleen hier en nu…’ (Smedes)

Foto: © Serge Ligtenberg, van het toneelstuk: Ben ik al geboren? – Toneelgroep De Appel – ‘Geïnspireerd door het onverklaarbare verschijnsel van de bijna-doodervaring. Een verschijnsel dat door het recent verschenen boek Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel in het middelpunt van de belangstelling staat.’ (2008)

Zie ook: Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

(Wordt vervolgd: deel 3: 19 augustus)

De roep om een vrije religiositeit

© Mystiek 8

‘Spiritualiteit is ‘in’, zegt Marc De Kesel in Zelfloos, de mystieke afgrond van het moderne zelf, waarin een aantal essays zijn te vinden over mystiek. Weg met religie, leve mystiek, luidt de titel van een van de essays. Of eigenlijk: leve spiritualiteit. De Kesel stelt bij monde van geestelijk begeleider Jean-Pierre de Caussadesj (1675 – 1751), dat ‘de naam mystiek vandaag slecht ligt bij de publieke opinie’. Dus waarom niet spreken over ‘spiritueel’, beter gekend, zachter en met hetzelfde effect’. In het essay schrijft De Kesel over het sociale succes van spiritualiteit.

Sociaal gezien lijkt spiritualiteit te slagen waar traditionele religies doorgaans falen. En waar religie zich inspant om spiritualiteit positief te omhelzen en in haar eigen praktijken te integreren, is het vaak de spiritualiteit die met de winst gaat strijken. Naderhand blijkt ze de achteruitgang van de betreffende religie alleen maar in de hand gewerkt te hebben. Zo levert zenmeditatie in katholieke kloosters vooral meer zen-aanhangers op.’

Voordat De Kesel beschrijft wat spiritualiteit is, vraagt hij zich eerst af wat er met het sociale is gebeurd dat het positief reageert op spiritualiteit, terwijl men religie en het religieuze als negatief is gaan zien.

Wat is er met het sociale aan de hand dat het voor traditionele religies zo moeilijk maakt om daarin hun plaats te vinden, terwijl spiritualiteit zich daarin spontaan thuis lijkt te voelen?’

In het essay werkt De Kesel de term ‘sociaal’ diep uit. Via het Latijnse ‘socius’ en ‘societas’ komt bij  ‘civis’ en ‘civitas’ en uiteindelijk bij Augustinus’ De civitate Dei. En veel later bij Thomas Hobbes’ De Cive.  De Kesel vertelt dat dat Ignatius van Loyola de kleine groep volgelingen van zijn mystieke weg een societas noemde: de sociëteit van Jezus. En vandaag de dag bij ‘maatschappij’, ‘maatschappelijk’ en ‘sociaal’. Spiritualiteit heeft alles met het sociale te maken. ‘Spiritualiteit’ vindt Van Kesel al terug in de eerste eeuwen van het christendom. Hij noemt hierbij mystici als Bernardus van Clerveaux  en Hildegard van Bingen. En ‘spirituele reuzen’ als Ruusbroec, Eckhart, Terese van Avila, Johannes van het Kruis.

Het Latijnse ‘spiritualitas’ verwees nog hoofdzakelijk naar ‘clerici’ of, algemener, naar de bovennatuurlijke orde, de orde tegengesteld aan de natuurlijke, aardse orde waarin leken vertoefden’.

Het woord ‘spiritualiteit’ maakte volgens De Kesel pas echt zijn opgang in Frankrijk, eind zestiende, begin zeventiende eeuw, toen alles wat met het ‘mystieke pad’ of ‘het innerlijk geestelijk leven’ te maken had, ‘spiritualité’ ging heten. Nadat De Kesel vervolgens onder meer stilstaat bij de ‘passies van de ziel’ bij Descartes, gaat hij dieper in op het woord spiritualité, en de vroegmoderne mystieke ervaring. Daarna komt hij uit bij ‘de lokroep van de moderne vrijheid’.

De lokroep van die vrijheid ligt aan de basis van de populariteit die de spiritualiteit ook vandaag geniet. Het is de roep om een vrije religiositeit, een religiositeit die de subjectieve vrijheid van de mens positief waardeert en op de plaats situeert waar voordien de metafysische God troonde. Zodoende verandert die laatste echter ook in een moderne God. Op die manier dat ze de metafysische pretentie van haar zoektocht opgeeft. In de plaats van de ontologische grond van onze vrijheid, wordt God de ultieme referentie in onze pretentie ons van elke grond vrij te weten.’

De Kesel noemt bijvoorbeeld de Franse activiste en filosoof Simone Weil: , niet haar ideeën over of engagement in samenleving en politiek maken haar fundamenteel sociaal, maar haar spiritualiteit:’

Daar treft ze de open ruimte die wordt gedeeld én door haar ‘innerlijke ervaring’ als mystica én door de ervaring van de grond van de moderne socialiteit: vrijheid.’

Bron: Zelfloos – De mystieke afgrond van het moderne ik. Hoofdstuk 3: Weg met religie, leve mystiek.

Beeld: © Mystiek 8 (iks-foto.nl)