Is de mens de aarde nog nabij?

ESSAY – In het gedicht Vlinder raakt dichteres M. Vasalis ontroerd door ‘de zomerwei des ochtends vroeg. En op een zuchtje dat hem droeg vliegt een geel vlindertje voorbij’. De slotregel luidt: ‘Heer, had het hierbij maar gelaten’.
Hoe mooi kan de aarde zijn zonder mensen. Miljoenen grazende vissen en zee-egels genieten van het rijkste ecosysteem van de zee: de koraalriffen, ook wel de regenwouden van de zee genoemd. Zij zorgen ervoor dat algen het rif niet overwoekeren. Volgens een onderzoek van UNESCO zullen vele riffen niettemin binnen dertig jaar bezwijken onder hittestress als gevolg van de opwarming van de aarde.
 

‘De prijs die we voor snelle vooruitgang betalen is de ondermijning van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven’
(Historicus Philip Blom, in De Groene Amsterdammer)

Antarctica
H
ittestress is een van de vele bedreigingen waaraan de aarde wordt blootgesteld. In een opwarmende wereld kan de ijskap op Antarctica smelten. Een computersimulatie in het natuurwetenschappelijk tijdschrift Nature toont aan dat het westelijk deel van de ijskap niet gelijkmatig, maar met sprongen zal smelten. Nature gaat uit van het feit dat de gemiddelde temperatuur op aarde in de afgelopen 150 jaar 1,1 °C is gestegen. De eerste sprong voltrekt zich in de simulatie bij een opwarming van 2 graden Celsius. Hierover zegt NRC dat als het smelten eenmaal begonnen is, dit proces nauwelijks meer is te stoppen. ‘Een stille aanloop en ineens is het zover.’


Smeltende gletscher, 30 mei 2025, Oostenrijke Alpen, Op 2750 m(!).

Intussen sterven dieren uit, stikken vissen in oceanen, sterven koraalriffen af en komen er steeds meer broeikasgassen zoals methaan en CO2 in de atmosfeer. De aarde kan uiteindelijk in zijn geheel bezwijken als de mens in het huidige tempo doorgaat met zijn destructieve gedrag. Historicus Philip Blom stelt dat ‘de prijs die we voor snelle vooruitgang betalen de ondermijning is van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven.’

Rentmeesterschap
G
od heeft de mens de aarde toevertrouwd. Hoe beziet hij dat rentmeesterschap? Vraagt hij zich af of de mens de aarde nog nabij is?
In het Bijbelboek Genesis staat geschreven: ‘God ziet dat alle mensen op aarde slecht zijn, want alles wat ze uitdenken is steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen heeft gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ Hoe zou hij nu over de mens oordelen? Is het te verwachten dat hij onze nabijheid nog verdraagt? Vermoedelijk gelooft God al lang niet meer in de mens en wil hij die zomerweide ‘s ochtends vroeg graag opnieuw scheppen, maar dan zonder ons.

Nietzsche
E
n kan de mens God nog in zijn nabijheid dulden? Volgens theoloog Marinus de Jong, in zijn boek Altijd groter, nemen mensen steeds meer afstand van God en is het atheïsme de snelst groeiende overtuiging ter wereld, en niet alleen in de westerse wereld. De mens en God, ze zijn elkaar niet meer nabij. Al weten we dat van God niet zeker, want zijn wegen zijn volgens de Bijbel ondoorgrondelijk.


Waarin: De dolle mens

De dolle mens
I
n het verhaal De dolle mens van filosoof Friedrich Nietzsche hebben wij zèlf God gedood, zijn wij allen zijn moordenaars. ‘Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed,’ roept de dolle mens uit in De vrolijke wetenschap. ‘Dolen in het niets’ is het gevolg. Het lijkt alsof Nietzsche de mens verwijt zich afgekeerd te hebben van God, maar volgens de filosoof bestaat er niet eens een eeuwige macht en staat de mens alleen. In zijn redenering leidt de dood van God tot nihilisme. Nietzsche klinkt nogal ambigu daar hij er tegelijkertijd van overtuigd is dat de mens zich zonder God vrij kan ontwikkelen. ‘Het ontbreken van een dergelijk wezen vind ik geweldig’, zegt hij in Der Wille zur Macht.

Zingevingsvraagstukken
D
at dolen in het niets valt nogal mee. Volgens de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond, Boris van der Ham, is de ongelovige zeker niet goddeloos. Ook niet-gelovigen houden zich bezig met zingevingsvraagstukken. Van der Ham verwijst naar een representatieve enquête van het Humanistisch Verbond. Hierin wordt gezegd ‘dat vooral “de ander” belangrijk is voor niet-gelovigen’. Voor Christenen geldt dat zeker. Volgens het Nieuwe Testament predikt Jezus immers naastenliefde, en zorg voor de zwakken en degenen die in nood verkeren. De toestand van de wereld lijkt echter volstrekt onbelangrijk voor veel mensen, gelovig of niet.

Dit essay wordt hier vervolgd: Verder lezen Onze naasten, Waartoe zijn wij op aarde, Gulden Regel, Is er hoop? Nu het nog kan.

Beeld: PtHU
Foto Vasalis: Straatpoezie
Foto Smeltende gletscher, Oostenrijke Alpen, 2750 m.: Paul Delfgaauw, 30 mei 2025
UPDATE: 09092023 / 05062025 (Lay-out, links)

De boeddhistische robotincarnatie van Kannon

Mindar – de robotincarnatie van Kannon, de godheid van genade en mededogen in het Japanse boeddhisme – staat tegenover Tensho Goto, een monnik in de Kodaiji-tempel in Kyoto, Japan. Mindar, gemaakt door een team onder leiding van roboticus Hiroshi Ishiguro van de Universiteit van Osaka, kan boeddhistische leringen reciteren. In het septembernummer (2020) van National Geographic staat het artikel De robots komen eraan, waarin ingegaan wordt op de vraag hoe de robotrevolutie onze manier van leven verandert. Het laatste dat je verwacht is in een boeddhistisch klooster iets levenloos aan te treffen als een monnikrobot die religieuze vragen beantwoordt.

H
et lijkt me erg wennen oog in oog te staan met een ‘onverlichte’ android-versie van een monnik; de eerste indruk is toch dat je tegenover iets doods staat, iets leegs, metalen en siliconen geüpload met nullen en enen door computerprogrammeurs met daarmee voorgeprogrammeerde antwoorden op religieuze vragen. En boeddhistische teksten om te reciteren.
Mijn voorkeur gaat uit naar een echte monnik en niet een veredeld soort mechanisch toestel op pootjes dat ‘opleeft’ als je in de buurt komt. Helemaal niet om aan te zien is dat een groep monniken zelfs voor Mindar eerbiedig buigt, voor een niet voelend ‘brein’, een apparaat zonder enige vorm van begrip, beleving, bewustzijn, inlevingsvermogen en inzicht.

Mindar doet me denken aan roboticus Masahiro Mori die in het NG-artikel van David Berreby zegt dat als een robot er te menselijk uitziet, dat we dan belanden in ‘de griezelvallei’ (Uncanny Valley): dat is de term die bedacht is voor onze gevoelens wanneer een robot er niet meer uitziet als een geavanceerde machine, maar als een griezelig mens of een lijk.

Tensho Goto is een monnik in de Rinzai-school van het Japanse zenboeddhisme. Goto, van de Kodai-ji, de 17e-eeuwse tempel in Kyoto waar hij de belangrijkste rentmeester is. Hij droomt al jaren van robots.

Hij leek het beeld van traditie. Toch droomt hij al jaren van robots. Het begon decennia geleden, toen hij las over kunstmatige geesten en erover nadacht om de Boeddha zelf te reproduceren in siliconen, plastic en metaal. Met Android-versies van de wijzen, zei hij, konden boeddhisten ‘hun woorden rechtstreeks horen’.’
(National Geographic, september 2020, update november 2020)

Goto ontdekte dat ‘aangezien AI-technologie tegenwoordig bestaat, het onmogelijk is om menselijke intelligentie te creëren, laat staan ​​de personages van degenen die verlichting hebben bereikt.’ Maar zoals veel robotici gaf hij niet op, maar nam hij genoegen met wat vandaag mogelijk is.
Mindar staat aan het ene uiteinde van een kamer met witte muren op het tempelterrein: een incarnatie van metaal en siliconen van Kannon, de godheid die in het Japanse boeddhisme mededogen en genade belichaamt. 

Eeuwenlang hebben tempels en heiligdommen beelden gebruikt om mensen aan te trekken en hen te laten focussen op boeddhistische leerstellingen. ‘Nu beweegt voor het eerst een standbeeld,’ zei Goto.
(National Geographic)

Mindar houdt vooraf opgenomen preken met een krachtige, niet helemaal menselijke vrouwenstem, zachtjes gebarend met haar armen en haar hoofd heen en weer draaien om het publiek te overzien. 

Als haar ogen op je vallen, voel je iets – maar het is niet haar intelligentie. Er is geen AI in Mindar. Goto hoopt dat dit in de loop van de tijd zal veranderen en dat zijn bewegende beeld in staat zal worden om gesprekken met mensen te voeren en hun religieuze vragen te beantwoorden.’
(National Geographic)

Liever een monnik. Stel je voor dat we mensen gaan vervangen door robots. Berreby zegt in NG dat het – door COVID-19 – plotseling medisch verstandig lijkt en misschien zelfs noodzakelijk om mensen te vervangen door robots, al is over de hele wereld een meerderheid van de mensen ertegen.
De menselijke evolutie neemt dan wel een snelle sprong bergafwaarts. Laten we met mens en macht liever het virus bestrijden totdat het zo dood is als een robot.

Bron: De robots komen eraan (National Geographic)

Foto van Spencer Lowell: ‘Mindar is een robotincarnatie van Kannon, de godin van genade en compassie in het Japanse boeddhisme. Hier zien we haar met Tensho Goto, monnik in de Kodai-jitempel in Kyoto. Mindar is geproduceerd aan de Universiteit van Osaka en reciteert boeddhistische teksten.
(National Geographic, 092020)

Staat God boven de wet?

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo bespreekt in het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) op boeiende wijze de balans tussen democratie en de goddelijke wet aan de hand van de symboliek van de chanoekia (de negenarmige kandelaber, PD.) Volgens de halacha (de joodse wet) bestaat er een ‘fascinerende balans tussen de goddelijke wet en democratie’. Beide zijn vertegenwoordigd en samen zorgen ze ervoor dat een maatschappij kan functioneren, terwijl de Tora wordt gezien als de ultieme spirituele en morele bestemming.

De halacha schept de mogelijkheid voor een democratisch model waarin de mens over de wet beslist, en niet alleen God. Met Gods volledige toestemming. Zelfs op het initiatief van God, zoals weerspiegeld in Tora.

Met andere woorden, de Tora zelf geeft de aanzet tot het Staatsrecht: Stel shoftim (rechters in het Sanhedrin) aan, én shotrim (magistraten die oordelen volgens ‘de wet van de koning’, het civiel recht, Devarim 16:18). Evenzo schrijft de Tora: Tzedek tzedek tirdof (streef zuivere rechtspraak na, 16:20). De herhaling van het woord tzedek (rechtvaardigheid) kan worden uitgelegd als rechtspraak die in overeenkomst is met zowel de wetten van de Tora als de ‘wetten van de koning’.’
(NIW)

De grote Talmoedgeleerde en denker Rabbi Nissim van Gerona (14e-eeuws Spanje), ook wel Ran genoemd, dacht na over het Judaïsme. Het Judaïsme vertegenwoordigt een theocentrisch wereldbeeld waarbij God in het centrum wordt geplaatst. Hij is de focus en absolute autoriteit. Terwijl het democratische wereldbeeld de mensheid centraal stelt. Ran kwam met een theorie waarin hij uiteenzette dat Judaïsme niet het idee propageert van volledige theocratie, maar eigenlijk een halachische democratie voorstaat.

Hij zette een moedige en zeer intrigerende politieke theorie neer waarin de wet van de Tora gescheiden werd van ‘de wet van de koning’, de maatschappelijke wet.’
(NIW)

De koning en het politieke systeem echter, is het toegestaan – en zelfs aan te bevelen – om burgers te beoordelen op andere criteria die in overeenstemming zijn met de tijd, en die soms zelfs tegen het standaard oordeel van de Tora ingaan, aldus Lopez Cardozo. Ran, zo zegt hij, vond het nodig wetten in te voeren die te maken hebben met ‘de werkelijkheid van het dagelijks leven, die vaak niet beantwoorden aan de spirituele eisen van de Tora‘.

God staat niet boven de wet.

Zie:
* De diepgaande betekenis van de menora (NIW)

Beeld: Arnold Friberg – Impressie van het ontvangen van de stenen tafelen door Mozes

God schiep geen wereld vol liefde en geluk

Steunpilaar onder het denkwerk van wiskundige en filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz was God, van wie Leibniz het bestaan op verschillende manieren beredeneerde, onder meer met behulp van de ‘wet van de toereikende grond’. Die hield in dat niets zonder oorzaak kan gebeuren, en dat voor alles wat er is voldoende oorzaak moet bestaan. Omdat alle ‘gewone’ dingen in de kosmos oorzakelijk samenhangen, konden ze geen van alle voldoende grond voor elkaar zijn. Dus moest er iets onafhankelijk van die dingen bestaan dat al het overige veroorzaakte. Dat was God, stelde Leibniz.

Krachten, actie en denken vond Leibniz fundamenteler dan materie. In Filosofie Magazine schreef Geertje Dekkers een historisch profiel. Dit blog richt zich vooral op de Theodicee van de filosoof. Leibniz introduceerde deze term voor het vraagstuk van het lijden, bedoeld als verdediging van de rechtvaardigheid van God in het licht van het kwaad in Gods schepping.

Theodicee
Een van de meest invloedrijke werken van Leibniz was zijn Theodicee (1710). Een theodicee is een betoog die het geloof in het bestaan van een almachtige en volmaakt goede God rechtvaardigt ondanks dat er kwaad in de wereld bestaat. Leibniz stelt in zijn versie twee eeuwenoude basisvragen: ‘Wat is de ultieme reden voor het bestaan van de wereld?’ en  ‘Waarom bestaat deze wereld en niet een andere mogelijke wereld?’. Leibniz wilde met dit werk zijn filosofische ideeën verzoenen met het Christelijke geloof en een argument formuleren tegen een van de centrale kritieken op het Christelijke geloof: als God goed, wijs en almachtig is, hoe komt het kwaad dan in de wereld?’
(Uit: We leven in de best mogelijke wereld – isgeschiedenis)

De individuele bouwstenen van de wereld noemde Leibniz ‘monaden’, en dat waren primair geestelijke dingen. De wereld bevatte er talloze, die zich allemaal ook nog eens bewust waren van alle monaden om zich heen. Samen vormden ze alles wat er was.

God moest goed zijn, want dat hoorde bij de perfectie van een wezen dat uit zichzelf kon bestaan. Dus als God een wereld creëerde, zou hij dat doen met de beste bedoelingen. Daaruit volgde dat God de best mogelijke wereld ontwierp, met de optimale monaden erin en de best mogelijke onderlinge afstemming. Als er een betere combinatie mogelijk was geweest, had God die ongetwijfeld gekozen.’
(Filosofie Magazine)

Maar al het lijden in de wereld dan, vroeg Leibniz zich af, had God dan geen wereld vol liefde en geluk kunnen maken? Of desnoods niets kunnen scheppen? Dan had er ook geen ellende bestaan.’

God had gekozen voor de grootste netto goedheid, vond Leibniz, voor de wereld waarin de optelsom van goed en kwaad het beste resultaat op­leverde.’
(Filosofie Magazine) 

In die optelsom wogen zaken als bestaan en vrijheid volgens Leibniz zwaar mee aan de kant van het goede.

Dat maakte onze wereld beter dan bijvoorbeeld een waarin iedereen werd gedwongen zich aangenaam te gedragen. Daarin bestond geen wreedheid, maar ook geen vrijheid.’
(Filosofie Magazine)

Bronnen:
* Een optimale wereld vol ramspoed
(Filosofie Magazine) (Of via Blendle)

* We leven in de best mogelijke wereld (isgeschiedenis.nl)

Beeld: Leibniz, door Olaf Hajek (farmboyfinearts)