‘Kwalitatieve bronnen van geluk zijn onuitputtelijk’

Vreugde (en God) vinden in extreme economische tijden? Volgens econoom en schrijver Paul Schenderling is er ‘leven na de groei’. Hij blijkt een passievol mens die er gloedvol over kan vertellen. En hij weet waar hij het over heeft. In twee grote crises van nu verdiepte hij zich: de economische en ecologische crisis. Dat leidde tot zijn boek Er is leven na de groei, waarin hij glashelder en wetenschappelijk onderbouwd aantoont hoe we ‘onze toekomst realistisch veiligstellen’.

‘Alle beleidsafwegingen worden getoetst op:
wat betekent het voor de economie’
(Paul Schenderling)

Mammon
In De Ongelooflijke Podcast #145 van 18 juni 2023 is Schenderling hierover in gesprek met journalist David Boogerd en (vaste gast) theoloog Stefan Paas van de VU Amsterdam en de Theologische Universiteit Utrecht. Podcastluisteraars tipten Schenderling al vaak voor De Ongelooflijke. Zo’n bevlogen spreker, dat het nauwelijks lukt het gesprek binnen anderhalf uur te houden, zegt de podcast. De mens vereert rijkdom als God: Mammon. Dat moet anders. ‘Stel, je zet de Gemeenschap, of God, op 1 in plaats van, zoals nu, de economie…’

Paul Schenderling is econoom en schrijver, en heeft zich verdiept in twee grote crises van nu: de economische en ecologische crisis. Beide crises zijn volgens hem onlosmakelijk met elkaar verbonden maar de oorzaak en oplossing van de problemen gaat dieper. Dan kom je op het gebied van religie, en daar voelen we ons als Ongelooflijke wel thuis.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Groei maakt niet gelukkig
In Er is leven na de groei schrijft Schenderling dat groei niet gelukkig maakt. Dan word je nieuwsgierig als hij stelt dat er toch leven is na de groei. De schrijver boort dan ook kwalitatieve bronnen van geluk aan die onuitputtelijk zijn.
Hij gaat uit van ‘een van de belangrijkste vragen in het leven, zo niet de belangrijkste: wat maakt het leven de moeite waard?’ Waardoor er ruimte ontstaat die het (samen)leven ‘écht de moeite waard maken’.

Het is relevant om het hierover te hebben in deze tijden van inflatie, energieschaarste en koopkrachtverlies. Misschien worden we allemaal daadwerkelijk wel armer de komende tijd, hoe ga je daar goed mee om?’
(De Ongelooflijke Podcast)


‘Sinds het verschijnen van Er is leven na de groei staat auteur Paul Schenderling vrijwel wekelijks voor uitverkochte zalen om te praten over zijn visie voor een economisch model waar we wel gelukkig van worden.’ (Bot Uitgevers)

Geluk
De schrijver stelt dat als we in Nederland meer geluk willen nastreven, we er dan goed aan doen om ons te richten op andere bronnen van geluk dan economische groei. 1: Sociale relaties maken het leven de moeite waard, maar ook 2: ertoe doen, ervaren dat jij als persoon met jouw bijdrage aan de wereld zinvol bent: ‘dé reden om ’s ochtends uit je bed te komen’.
Maar vooral ook 3: het ontdekken van de ultieme werkelijkheid: ‘een glimp van pure schoonheid, een glimp van zuivere waarheid, een glimp van echte goedheid’. Naar deze drie bronnen is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan. Het blijkt dat deze geluksbronnen onuitputtelijk zijn.

In tegenstelling tot geld blijken deze drie geluksbronnen onuitputtelijk te zijn. Een rijk sociaal leven, vrijwilligerswerk of andere verantwoordelijkheden, en cultuur, wetenschap en levensbeschouwing: ze dragen allemaal significant bij aan een gelukkiger leven, zonder dat hun potentie voor geluksbevordering opraakt.’ (Argyle, M. (2001), The Psychology of Happiness. Londen, Taylor & Francis)
(Uit: Er is leven na de groei – Hfst. 6)

Bovenstaand blog geeft slechts een glimp van wat voor waardevols in Schenderlings boek staat. Luister ook naar de podcast. Ze vullen elkaar goed aan.

De Ongelooflijke Podcast #145 – Vreugde (en God) vinden in extreme economische tijden (met Paul Schenderling en Stefan Paas)
Er is leven na de groei | Paul Schenderling | Postgroei Nederland & Bot Uitgevers | 2022 | € 15,00 / € 25,00
Beeld: Bot Uitgevers
Foto Paul Schenderling: Bot Uitgevers

Tip 27 JUN ’23: Haarlem PLETTERIJ DEBAT & CULTUUR – 20:00 uur: Debat Er is leven na de groei – met Paul Schenderling en Merlijn Twaalfhoven

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

De stilistische kracht van Marieke Lucas Rijneveld

Volgens de dominee is ongemak goed: ‘in ongemak zijn we echt’, zegt Jas in De avond is ongemak. Zij is in gesprek met twee padden over de verschillen tussen hen en haar. ‘Het belangrijkste verschil tussen jullie en mij is dat jullie geen vader en moeder meer hebben of ze niet meer zien’. In de zin die erop volgt – en typerend is voor de buitengewone en sterke stijl van schrijven van Rijneveld – zegt Jas: ‘Ik mis vader en moeder vaak, terwijl ik ze iedere dag zie’.

‘Het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies’

Niemandsland
Vrijwel alles wat Jas ervaart koppelt zij aan een herinnering of gedachte die nog meer van haar en haar leven laat zien; veelal met speelse, fraaie maar ook pijnlijke metaforen die ten dienste staan van wat ze als tienjarige beleeft, of beter gezegd ondergaat, in het boerengezin.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.’
(Uitgeverij Atlas Contact)

De overkant
Het verlangen naar ‘de overkant’ is bij Jas (ze leeft in een jas die ze nooit uitdoet) sterk aanwezig, een thema dat je ook terugvindt in Rijnevelds dichtbundel Kalfsvlies. Aan de overkant ‘waar de wereld pas echt zou beginnen’. Zo opgesloten voelt Jas zich in het gezin waar ‘vader en moeder er wel zijn en ook weer niet’. Eigenlijk wil ze ‘andere ouders’, ‘ouders die je zien’. En aan ‘de overkant’ kan ze misschien eindelijk zichzelf zijn. Jas zegt niet zozeer naar ‘tietjes’ of ‘jongens’ te verlangen, maar naar zichzelf.

Beklemmend
Donker christelijk orthodox denken en leven slaat koud op je neer als je de roman De avond is ongemak (2018) leest. Ik schrik ervan, verkeren velen nog altijd in de tijd van Wolkers, ’t Hart en Reve? Bestaat dat leven nog altijd, terwijl ik, als veertienjarige, al in 1962 naar ‘de overkant’ kon gaan? En ik verliet slechts een milde vorm van (katholiek) geloof. – Duister, beklemmend, doodmakend is het leven waarin Jas, met zusje Hanna en broertje Obbe klem zitten. En de overkant lijkt voor hen onbereikbaar.

‘Ik ben voor de schemering thuis,’ riep hij naar moeder. In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen, tot zijn arm niet meer omhoogging en ik begon te twijfelen of we überhaupt wel afscheid hadden genomen.’
(uit: De avond is ongemak)

Afstandelijk heel dichtbij
Rijneveld schrijft op een bepaalde manier afstandelijk, klinisch observerend. Met een loep zit ze weliswaar boven op het leven, maar doet dat alsof ze het boerengezin wetenschappelijk, met een helicopterview, bestudeert: zo op afstand schrijven lukt tenminste. Maar juist met die afstandelijkheid komt Rijneveld in de roman akelig dichtbij dat leven. Als lezer zit je er midden in, je wordt erin getrokken, soms tot in het detail, het verhaal laat je niet los. Naargeestig, terwijl je denkt: hoeveel gelovigen zitten hier nog in vast? Wat een wereld laat ze zien!

God verliezen
Jas schrijft erachter te zijn gekomen ‘dat je op twee manieren het geloof kwijt kunt raken: sommige mensen verliezen God als ze zichzelf vinden, sommige mensen verliezen God als ze zichzelf verliezen’. Jas denkt dat zij bij de laatste groep gaat horen.

Gedachtewereld
Literair gezien een juweel van een boek, met soms een hele gedachtewereld achter één woord of één zin. Mooi bijvoorbeeld als Jas zich afvraagt of dit ons oorspronkelijk bestaan is, of ‘wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?’ Over haar vader: ‘Hij zegt nooit “sorry”. Hij krijgt het woord niet over zijn lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit’.

De wereld is ongemak | Marieke Lucas Rijnveld | 2018 | uitgeverij atlas contact | 272 pagina’s | 15,00 |
De avond is ongemak verscheen in 2018 en werd meteen een succes, bekroond met de ANV Debutantenprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De Engelse vertaling (The Discomfort of Evening) werd bekroond met de prestigieuze International Booker Prize.

Beeld Marieke Lucas Rijneveld (2022): wikiportret.nl – Michaël Roumen, CC-BY-SA 4.0
Update 06052025