Terug naar onze oorspronkelijke religieuze bronnen?

bronneneninvloedenUU

‘Het publieke domein in Nederland is een lege polder waar iedereen mag zeggen wat hij of zij wil, maar waar zo min mogelijk diversiteit gedoogd wordt,’ zegt Wim Hofstee, universitair docent sociale en culturele antropologie van religie aan Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden. ‘Nederlanders lijken zich niet bewust van hun eigen identiteit als tolerante natie.’

Een ander aspect is de verdraagzaamheid jegens andere religies zoals de islam. Van moslims wordt gevraagd ‘zich aan te passen’. Maar waaraan, aan wat? Het publieke domein in Nederland is een lege polder waar iedereen mag zeggen wat hij of zij wil, maar waar zo min mogelijk diversiteit gedoogd wordt. Aanpassen en participeren in een leeg publiek domein. Dit is wat vrijheid betekent in Nederland.’

Ook filosoof Emanuel Rutten ziet een lege polder, zelfs een leeg Europa, en volgens hem beschikken we niet langer over een gedeelde zinsamenhang die onze eigen concrete individualiteit overstijgt, en missen we een overstijgend samenhangend zinverband dat ons bezielt en waarin wij onszelf opgenomen weten. Het religieuze is in Europa grotendeels aan het teloorgaan, stelt hij.

Het zich terugtrekken van met name het christendom uit onze Europese cultuur leidt tot een uitwissing van bindende betekenisvolle zinverbanden. Hierdoor worden we teruggeworpen op onze eigen individuele particulariteit.’

Volgens de filosoof is het door meer en meer mensen gevoelde verlies van binding dan vooral het gevolg van het inmiddels al decennialang verwaarlozen van de bezielende religieuze dimensie van het menselijk bestaan.

En dit terwijl juist religie cruciaal is om tot een hechte leefgemeenschap te komen. Religie gaat niet voor niets terug op het Latijnse ‘religare’ wat ‘verbinden’ betekent. Religie ligt ten grondslag aan de eenheid van elke samenleving.’ 

Maar intussen is het dus aanpassen en participeren in een leeg publiek domein, want dat is wat vrijheid betekent in Nederland. Hofstee:

De overheid creëert de opstandigheid tegen en van andersdenkenden helemaal zelf. Het gevolg is een toenemende politieke apathie bij de bevolking die zich o.a. vertaalt in lage opkomstcijfers bij verkiezingen, een dalend vertrouwen in bestaande politieke instituties. Dat bedreigt op termijn vrijheid en democratie, omdat de legitimiteit van het handelen van de overheid een publiek draagvlak nodig heeft.’

Volgens Rutten is het wegvallen van een gemeenschappelijke horizon van zin en betekenis verantwoordelijk voor een erodering van onze maatschappij.

Het sociaal atomisme is in Europa te ver doorgeschoten. Dat heeft geleid tot een vergaande maatschappelijke onthechting en verlies van bestemming. Door het in Europa weer teruggrijpen op onze oorspronkelijke existentiële religieuze bronnen, kan binding en gemeenschapszin hersteld worden. Alléén zo kan Europa de verwarring achter zich laten.’

Zie:
* De leegheid van het publieke domein (Hofstee)
* Wat veroorzaakt de Europese onthechting? (Rutten)

Beeld: © iStockphoto.com/1001nights

‘God laat zich niet in een vacuüm persen’

doortoheaven
En wat is dat vacuüm dan? Volgens de Russische fysicus Yury Kronn komen daar alle beroemde vergelijkingen uit de natuurkunde vandaan, waarbij de invloed van alle andere energieën is uitgesloten. In dat vacuüm laat God zich niet persen. Zou die zich dan in de donkere materie bevinden? Immers, 4% is alles wat we kunnen zien, horen, bouwen, organiseren, meten en weten. Dan is er nog de 96% die we niet zien, maar alles schijnt te bepalen…

Natuurkundige dr. Alan Ross Hugenot stelt ook dat wat sterrenkundigen met hun telescopen hebben gezien slechts vier procent van het heelal omvat. De overige 96 procent bestaat uit donkere energie en donkere materie. ‘Dat is meer dan genoeg ruimte voor zowel ons bewustzijn als het hiernamaals,’ zegt Hugenot.

In The Optimist vraagt Jurriaan Kamp zich af of het realistisch is aan te nemen dat 96 procent geen enkele invloed op ons leven heeft. Yury Kronn, over wie Kamp schrijft, is ervan overtuigd dat alles wordt bepaald door de onbekende en nauwelijks begrepen energieën van die 96 procent van onze werkelijkheid.

In zijn onderzoek komt Kronn, verbonden aan de Quantum University, Honolulu, Hawaii, uit bij chi en prana, de ‘levenskracht van het universum’. Maar ook bij chakra’s, meridianen en mantra’s. Inmiddels vindt hij in zijn onderzoeken steeds meer bewijs voor ‘subtiele energie’: de term die steeds vaker opduikt als aanduiding voor die 96 procent van onze werkelijkheid. Het lijkt wel of new age terug is. Volgens The Optimist ontmoeten de werelden van spiritualiteit en wetenschap elkaar. De brug tussen ‘new age’ en de nieuwe wetenschap?

We kunnen die subtiele energie niet zien. We kunnen haar niet meten. Maar we weten dat zij bestaat, omdat we de effecten ervan op levenloze materie en levende wezens kunnen waarnemen. Zij beïnvloedt alles wat er is.’ (The Optimist)

Dit is in strijd met de reguliere natuurwetenschap: de donkere energie heeft geen enkele invloed op ons, is het idee. De reguliere wetenschap weigert volgens Kronn ernaar te kijken en bestempelt iedereen die dat wèl doet als pseudowetenschapper. Dat noemt hij een enorme vergissing.

Als je een vis vraagt wat de basisvoorwaarde voor zijn bestaan is, zal hij zeggen: ‘water’. In werkelijkheid is het echter de zuurstof die in het water is opgelost – zuurstof die hij niet kan zien of proeven – die hem in staat stelt te leven. Net zo, betoogt Kronn, is het de subtiele energie – en niet datgene wat we kunnen meten in die minuscule 4 procent van onze werkelijkheid – die de sleutel vormt tot ons bestaan.

Volgens The Optimist is de meest raadselachtige eigenschap van subtiele energie de interactie ervan met het bewustzijn. De menselijke geest is in staat subtiele energie te sturen en te instrueren om te doen wat zij wil. In het artikel in de papieren The Optimist staan veel voorbeelden van ervaringen met de subtiele energie.

En zo gaat het in The Optimist over chi-energie, dat tot de subtiele energie behoort; pranische geneeskunde; energetische methoden zoals reiki; homeopathie; aura’s; acupunctuur; foto’s van watermoleculen door de Japanse onderzoeker Masaru Emoto; piramiden; en Stonehenge en subtiele energievelden.

Kronn, die volgens The Optimist hecht aan de strenge wetenschappelijke normen waarmee hij werd opgeleid, ondanks het feit dat hij werkzaam is op een terrein dat door de wetenschap niet wordt erkend, heeft geen zin te wachten tot de wetenschap in staat is te bewijzen hoe subtiele energie werkt.

We kunnen niet verklaren wat er in het veld van subtiele energie gebeurt, maar voor de feiten die we tijdens experimenten vaststellen, kunnen we wel degelijk wetenschappelijk bewijs leveren.’

Kronn leeft en werkt sinds een jaar of twaalf in Medford, Oregon, waar hij zijn onderzoeksprogramma voortzet en steeds meer bewijs vindt voor het feit dat subtiele energie ‘de software van het leven’ bevat.

Zie:
* The Optimist, lente 2016 / Nr. 168
A Physicist’s View of the Afterlife: Weird Quantum Physics

Illustr: Concept image of a ‘door to heaven’ (Shutterstock)

‘Zwijg dus, en klets niet over God’

thomasvanaquino
Er was weer een debat over God. Met Philipse & Rutten. Zinvol? De Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino was een vertegenwoordiger van de theologische stroming die er grote nadruk op legde dat God een geheim is dat ons ver te boven gaat en dat wij nooit in de greep krijgen. Aldus Jozef Wissink, emeritus-hoogleraar praktische theologie van de Universiteit van Tilburg op de publieksite de Bezieling. ‘Thomas wilde God steeds beter leren niet-kennen’.

Over God weten we met name, wat Hij niet is. Dat komt omdat God de Schepper is van alles. Dat houdt in dat God niet zelf deel uitmaakt van de schepselwereld en dus anders van die wereld verschilt dan de schepselen van elkaar verschillen. Onze begrippen en woorden functioneren binnen ‘alles’ en zijn ontworpen om zicht te krijgen op de schepselen en hun onderlinge samenhang. Ze zijn dus niet zomaar geschikt om over God te denken en te spreken. Er is Thomas veel aan gelegen om in het denken dit geheim-karakter van God te eerbiedigen.’

Voor Van Aquino bleef God onuitputtelijk, niet te vatten, elke morgen nieuw, want hoe, zo dacht hij, zouden we een eeuwigheid toe kunnen met een God, die niet op deze wijze geheim zou zijn?

Dat betekent wel dat we nooit bezitters worden van God. Als we bidden tot ‘onze’ Vader, betekent dat eerder dat wij van Hem zijn dan dat Hij van ons is. Het betekent ook dat we alle beelden van God, die we ons telkens weer maken, ook steeds opnieuw moeten terugnemen, stuk slaan.’

Late-middeleeuwer mysticus Meister Eckhart, aangehaald door hoogleraar godsdienstfilosofie aan de VU, Henk Vroom (1945-2014), in Een waaier van visies, stelde dat God naamloos is omdat niemand iets van hem kan kennen.

Daarom zegt een heidense meester: wat wij van de eerste oorzaak kennen of uitzeggen, zijn we meer zelf dan dat het de eerste oorzaak zou zijn, want die is boven ieders uitzeggen en verstaan verheven.’

Eckhart op zijn beurt haalde Augustinus aan die zei dat het schoonste wat een mens over God kan zeggen hierin bestaat dat hij uit wijsheid van innerlijke rijkdom kan zwijgen.

Zwijg dus en klets niet over God, want doordat je je mond vol hebt van hem, lieg je en doe je zonde. Maar wil je zonder zonde zijn en volkomen, klets dan niet over God! Ook moet je God niet willen kennen, want God is boven alle kennen verheven.’

Filosofen Emanuel Rutten en Herman Philipse ‘kletsten’ toch en filosoof Jan-Auke Riemersma spoedde zich 14 april naar hun debat over God bij de Katholieke Studentenvereniging Utrecht. Hij botste tegen beslisbomen, het kosmologisch argument en finetuning. Als God bestaat, zegt Riemersma, waarom kunnen we dat dan niet gemakkelijk ontdekken of zien? De hele oefening maakt de indruk dat iemand ons iets wil laten geloven, niet dat iemand ons de waarheid uit de doeken doet.

Het mag dan zo zijn dat ’t bewijs voor het bestaan van God nog nooit zo goed in de verf gezeten heeft als de laatste jaren, veel effect sorteert ’t niet. De mensen, ’t publiek dat alles zwijgend aanhoort, stemt met de voeten: feit is dat de bewijzen voor God niet ernstig worden genomen en dat het geloof in het bestaan van God in hoog tempo afkalft. Om een of andere reden doen de argumenten voor het bestaan van God hun werk niet. Vermoedelijk omdat ze onverhoopt toch teveel mankementen hebben. Een andere verklaring is er niet.’

Terug naar Eckhart. Want God blijkt zo nabij! Filosofe Welmoed Vlieger zegt dat er iets bijzonders is – met de mystieke eenwording – bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn.

God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording (in de zin van ‘vereniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

We zijn er al! 😉

Zie:
Geloof als inzicht
Een waaier van visies
Philipse en Rutten debatteren over God
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meister Eckhart

Illustr: Gebed van Thomas van Aquino: ‘Grant me, O Lord my God, a mind to know you, a heart to seek you, wisdom to find you, conduct pleasing to you, faithful perseverance in waiting for you, and a hope of finally embracing you. Amen.’  (sphotos-b.xx.fbcdn.net (Pinterest – Lorie Holtmeier)

Markus Gabriel, wetenschappers en ‘achterlijke religieuzen’


Het Westen,’ zegt hoogleraar kennistheorie Markus Gabriel, ‘maakt een pathologische denkfout. We zien onszelf als een wetenschappelijk en technologisch ontwikkelde gemeenschap die afstand heeft gedaan van religie. De Ander beschouwen we dientengevolge als een stelletje achterlijke religieuzen.’ De Volkskrant sprak met hem over zijn net verschenen boek Waarom we vrij zijn als we denken – filosofie van de geest voor de eenentwintigste eeuw. 

‘Zolang we religie vooral als bijgeloof zien en menen dat wij verder ontwikkeld zijn omdat we een wetenschappelijk wereldbeeld hebben, zijn wij echt degenen die blind zijn’

‘Dat God vanuit nergens alles kan overzien, dat wisten we natuurlijk al, maar dat wetenschappers hetzelfde proberen te doen, beseffen helaas minder mensen.’

Het wetenschappelijk wereldbeeld wil ons doen geloven dat de geest niet bestaat, dat alles materie is, dat we geen vrije wil hebben en uiteindelijk halen ze daarmee de menselijke waardigheid onderuit, stelt Gabriel. – En dat doet het…

‘…door ons te reduceren tot een ding. Neem Darwinitis. Dat is een wijdverbreid fenomeen. Het is een poging een verschijnsel dat zich nu voordoet te verklaren door een verhaal te bedenken over premenselijke dieren. Stel, ik hou vooral van de blauwe periode van Picasso en niet zo van de rode. Dan zou ik het volgende kunnen beweren. Een miljoen jaar geleden was er iemand, van wie ik toevallig afstam, en die had een serieus probleem met een rode leeuw. Vanaf dat moment haten de Gabriels rood.’ 

De wereld bestaat uit meer dan materie, er zijn ook mogelijkheden en concepten en droombeelden. Aldus Gabriel op een TedX-bijeenkomst in München, nu twee jaar geleden, waar hij in achttien minuten zijn filosofie uitlegde, en verklaarde waarom de wereld niet bestaat en witte wonderpaarden wel. Om recht te doen aan alles wat bestaat, moeten we af van de gedachte dat er één wereldbeeld is dat alles verklaart. De wereld is niet de som van de natuurwetten en evenmin een schepping, zei hij in Vrij Nederland.

Religie hebben wij volgens Gabriel – de ‘jonge god van de Duitse filosofie’ – nodig als corrigerende factor. Niet omdat God bestaat, maar omdat religie een bepaalde vorm van denken met zich meebrengt die we niet mogen vergeten. De wereld willen vatten in één enkele formule komt volgens Gabriel voort uit angst, uit de wil om grip te krijgen op iets dat oneindig gefragmenteerd en in zichzelf gebroken is; er zijn geen uitspraken die algemeen geldig zijn.

‘De naturalisten, dat zijn types zoals Dick Swaab, die ons voorhouden dat we gedetermineerd zijn door de neurobiologische processen in ons brein, of dat we niet meer voorstellen dan een radertje in een mechanische wereld. De constructivisten, dat zijn de opvolgers van Immanuel Kant, die ons willen doen geloven dat niets is wat het lijkt en dat waarheid slechts een constructie is van het menselijk bewustzijn.’

Volgens de filosoof is het heel goed mogelijk om adequate kennis te hebben van de dingen die ons omgeven, alleen niet door alles te reduceren tot een hoop elementaire deeltjes. Gabriel staat wellicht mede daarom niet onwelwillend tegenover religie. Het natuurwetenschappelijke wereldbeeld vindt hij een ontoelaatbare versimpeling van de wereld waarin wij leven als je alles reduceert tot een berg elementaire deeltjes.

‘Het Zwarte Woud bestaat dankzij een onverklaarbare toevalstreffer van het universum, maar als je zo over de beboste hellingen uitkijkt, denk je niet alleen aan de geologische processen die het hebben gevormd. Je kan het zien als inkomstenbron wanneer je het hout verkoopt, als habitat van de dieren die er leven of je kan er een frisse neus halen. Als je wilt begrijpen wat zien inhoudt, is het eenzijdig om alleen de zenuwen te onderzoeken die ons brein met onze ogen verbinden. Het bekijken van een schilderij van Monet kan ook veelzeggend zijn. Je hebt verschillende perspectieven nodig.’

Gabriel heeft vaak het gevoel ergens toe op aarde te zijn en zegt dat de bron van het gevoel dat wij ergens voor bestaan ’m daarin zit dat we met andere mensen samenleven.

‘De bron van de zin van ons eigen leven zijn de mensen, de anderen. Niet goden of het lot. De anderen en niets buiten de mens.’

Bronnen:
* ‘Terwijl wij feestten maakten zij wapens’ (de Volkskrant 26 maart 2016)
* ‘Je moet zo veel mogelijk goeds bereiken’
(VN 8 april 2014)

Waarom we vrij zijn als we denken | ISBN 9789089538727 | Paperback | 304 p. | 2016 | 1e druk | Boom

‘Wij zijn door en door vrij, juist omdat we levende wezens met een geest zijn. Dat betekent echter niet dat we daarom niet gewoon tot het dierenrijk behoren. Wij zijn noch genenkopieermachines waarin een stel hersenen is geplaatst, noch engelen die in een lichaam zijn verdwaald, maar werkelijk de vrije levende wezens met een geest die we al duizenden jaren denken te zijn en die ook in politiek opzicht voor hun vrijheid opkomen.’
– In Waarom we vrij zijn als we denken gaat Markus Gabriel op zoek naar onze persoonlijke identiteit. Welke eenheid verbergt zich achter onze zintuiglijke indrukken, emoties en ideeën? Volgens Gabriel is ons handelen niet te herleiden tot neurale processen, maar ook niet tot een goddelijke orde of een andere vorm van ideologie. Gabriel neemt ons mee op een verrassende reis waarin we onszelf eindelijk leren kennen. (Uitgeverij Boom)

Update 10-02-2025 (Lay-out, herstel links)

‘Eerst waren er heel veel goden, en toen maar Eentje’

Avatars_of_Vishnu
‘Maar was die God er nu eerst, of hebben de mensen hem verzonnen? Typisch zo’n vraag waar ik me vroeger heel druk over kon maken (het moest en zou een verzinsel zijn) en waarvan ik nu denk: het maakt niet veel uit. Diep gevoelde overtuigingen worden reëel in hun effecten. De mensen die God bedachten, werden, terwijl ze daar mee bezig waren, ook weer uitgevonden door die God. Verzinsels kunnen waar worden.’ Dit schrijft filosoof Stephan Sanders aan journalist Yvonne Zonderop in de briefwisseling Geloofsbrieven van twijfelaars in de Groene Amsterdammer.

In De Groene Amsterdammer staat dat Stephan Sanders denkt dat hij gelovig is. Samen met Yvonne Zonderop gaat hij per brief op zoek naar wat die hang naar het religieuze nu eigenlijk is. ‘Ik wil alleen geloven als ik niet per se hoef te geloven.’ De briefwisseling is vorig jaar november gestart en duikt af en toe op in het opinieblad.

Ik kan er maar niet over uit dat mensen, zoveel duizenden jaren geleden, zich een God uit de grond hebben gestampt. Eerst heel veel goden, en toen maar Eentje, waarmee dankzij de joden het monotheïsme was geboren. Die ene God is voor mij van belang, omdat daarmee ook één (1) geweten werd geschapen. Je kunt met je gewetensbezwaren niet meer shoppen langs verschillende goden, net zo lang tot je vindt wat je belieft; er is er maar één toetssteen waaraan je je moraal en gedrag kunt toetsen. De geboorte van het ene, ondeelbare geweten, dat mogen de joden op hun naam zetten.’ (Sanders)

Sanders heeft lang niets van zich laten horen, omdat hij aan het dubben was.

Dat zal de rest van mijn leven wel doorgaan. Maar zo’n onwrikbaar geloof in God dat nooit eens wankelt, is dat niet de uiterste blasfemie? In die zin ben ik heel religieus.’ (Sanders)

Het wachten is nu weer op Zonderop. Zij reageerde in eerste instantie op Sanders die in Vrij Nederland schreef dat hij denkt dat hij gelovig is. Sanders, door Zonderop een vrijdenkend en weldenkend boegbeeld genoemd, is volgens haar – tegen de  officiële stroom in – religieus aan het worden. En raakte bij haar een gevoelige snaar. Ze wilde het graag onderzoeken, in een briefwisseling met Sanders, hoe lastig ook. Want, schrijft ze, schrijven over geloven is als glibberen op het ijs: geloof, de kerk, de bijbel, probeer het maar eens te ontwarren.

Over de vraag of het bestaan van God te bewijzen valt, wordt, liefst wetenschappelijk, serieus debat gevoerd. Maar waar wordt de beleving erkend? Ook daarom vond ik jouw ‘bekentenis’ zo mooi. De vraag of God dood is of toch bestaat, vind ik steeds trivialer, schrijf je. Het gaat om willen of niet willen geloven. Dat lijkt mij helemaal waar.’ (Zonderop)

Geloven of niet is voor mij een kwestie van denken, net zo goed als willen. Dat is meer protestants dan katholiek, zo begrijp ik. Het reflecteert mijn leven nu, niet de relicten uit mijn jeugd. Wel de hoop en wel vertrouwen voelen, zonder te zeggen: ik geef mij over. Wat denk je, geloof ik dan al?’ (Zonderop)

Sanders schrijft terug en probeert een antwoord te formuleren. Hij vindt het een mooie laatste zin van haar en verwondert zich over haar reactie als zij eerst schrijft ‘wel de hoop en vertrouwen te voelen’ zonder dat zij wil spreken van overgave, en dan hem nota bene vraagt: ‘Wat denk je, geloof ik dan al?’ Uiteindelijk zegt hij:

Ik ben geneigd, Yvonne, te zeggen: ‘Ja, jij gelooft.’ Jij bent bezig met geloven, en dat is het. Dit twijfelen, ineens denken: ‘Laat ik gvd stoppen met die onzin’, om daarna toch weer tegen heug en meug te moeten constateren dat het Evangelie van het Niets je te mager is. Te resoluut ook, te stellig. ‘In geval van twijfel, grijp naar het iets’, heb ik mijzelf de laatste jaren geleerd. Nee, dat betekent in mijn geval niet het ‘ietsisime’, waar oud-columnist Plasterk zo fijntjes gehakt van heeft gemaakt – geheel ten onrechte, vind ik inmiddels: iets­isme lijkt me heel wat realistischer dan het nietsisme, waarin bijvoorbeeld Heidegger zo uitblonk, en waarvan de filosoof Carnap dan weer filosofisch gehaktbrood maakte. Zeker van het Niets dat ook nog eens kan ‘Nietsen’. Daarbij is geloven in God: appeltje, eitje.’ (Sanders)

Zie: ‘In geval van twijfel, grijp naar het iets’ – Briefwisseling – Geloofsbrieven van weifelaars (De Groene Amsterdammer)

Foto: Vishvarupa (Sanskriet voor ‘die met alle/vele vormen/kleuren’) was in de oudste Indiase mythologie een kosmogone godheid, die aan de oorsprong van de schepping ligt en deze ook weer kan absorberen. (flickr.com –  Steve Jurvetson) – In India verdrong uiteindelijk de allerhoogste Brahman de vele goden uit de veda’s. (PD)