Iemand, niets ‘iets’, heeft de kosmos gemaakt


In debat met atheïst Herman Philipse eergisteren in Felix & Sofie vertelde filosoof Emanuel Rutten dat als de kosmos inderdaad is begonnen te bestaan, zij dan een oorzaak moet hebben voor haar ontstaan. Het is immers redelijk om ervan uit te gaan dat alles wat is begonnen te bestaan, waaronder dus de kosmos zelf, een oorzaak moet hebben voor zijn of haar ontstaan.

De ontstaansoorzaak van de kosmos is echter de ontstaansoorzaak van alle ruimte, tijd en materie. Maar dan dient deze oorzaak zelf buiten ruimte, tijd en materie te bestaan. ‘Iemand heeft de kosmos gemaakt,’ verklaarde filosoof Emanuel Rutten in zijn openingstoespraak afgelopen dinsdag in Felix en Sofie, waar hij inging op de vraag of geloof in God rationeel aanvaardbaar is. Hij deed dit in debat met Herman Philipse over de vraag over de houdbaarheid van het geloof in God.

Nu zijn er redelijkerwijs twee kandidaten voor een immateriële, boventijdelijke en bovenruimtelijke oorsprong van de kosmos, namelijk enerzijds een abstracte entiteit, zoals proposities of wiskundige objecten en anderzijds een immaterieel bewustzijn. Nu zijn abstracte entiteiten causaal inert, zij kunnen niets veroorzaken. Maar dan volgt dat de oorzaak van de wereld een intentionele act betreft van een immaterieel bewustzijn. De oorsprong van de kosmos is dus niet gelegen in een iets, maar in een iemand, in een persoon in plaats van in een ding.

Rutten verklaart in zijn toespraak ‘Is geloof in God rationeel aanvaardbaar?’ dat het theïsme als wereldbeeld niet alleen consistent, coherent, sterk integratief en compatibel is met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft volgens de filosoof tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.

Bovendien is het theïsme in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verklaren, zoals het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets, het bestaan van contingente objecten en stabiele logische en fysische wetten, het feit dat ons universum een absoluut begin heeft gehad oftewel een eindige tijdsduur geleden is ontstaan, de saillante fine-tuning van de kosmos, de opmerkelijke effectiviteit van de wiskunde als beschrijvingstaal van de natuur, de persistentie van objecten, de objectiviteit van het verleden, het bestaan van bewustzijn, het bestaan van vrije wil, het vertrouwen in de betrouwbaarheid van ons redevermogen en onze zintuigen, de ervaring van de objectiviteit van morele waarden en van mathematische waarheden, ervaringen van schoonheid en van het sublieme, en allerlei vormen van mystieke en religieuze ervaringen.

Zie voor de volledige openingstoespraak van Emanuel Rutten:
Is geloof in God rationeel aanvaardbaar? (26-06-2012)

Emanuel Rutten heeft wiskunde en filosofie gestudeerd, en beide studies afgerond met het judicium cum laude. In 2010 begon hij met een promotie in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit. Zijn werkterrein betreft de systematische wijsbegeerte met als specialisaties formele ontologie en epistemologie. Dit najaar promoveert hij met zijn dissertatie: A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism. (Foto: pd)

Illustratie Big Bang Explosion: scilogs.be: ‘De geschiedenis van het heelal in een notendop: vlak na het ontstaan van het heelal treedt er een korte periode van inflatie op waarbij het heelal zeer snel groter wordt.  Hieruit komt het vlakke, homogene en isotrope heelal voort dat we nu kennen.  400000 jaar later ontkoppelen straling en materie doordat elektronen zich aan atoomkernen binden in elektrisch neutrale atomen. Lange tijd gebeurt er niets, maar 400 miljoen jaar later ontstaan de eerste sterren. Nog later groeperen deze zich in sterrenstelsels en ontstaan de eerste planeten.  Sinds de inflatie-periode vertraagt de uitdijing van het heelal onder invloed van de gravitatiekracht, maar uiteindelijk steekt de mysterieuze donkere energie de kop waardoor de uitdijing van het heelal opnieuw versnelt.’

Alle ideologieën zijn ingestort


UITGELICHT – De dogmatische religie die ons één waarheid zou brengen; het sciëntisme dat geloofde dat de wetenschap de wereld kon redden; het nationalisme waarvoor men zijn leven gaf; het communisme dat iedereen gelijk zou maken… Nu beleven we de grenzen van de laatste ideologie: het economisch liberalisme. We merken dat ook geld de mens niet gelukkig maakt. – Lenoir zegt dit in gesprek met Margot Dijkgraaf in haar blogartikel Filosoof Frédéric Lenoir over geluk, levenskunst en religie.

‘Ons levenspad bestaat uit de overgang van onwetendheid naar kennis, van angst naar liefde’
(Frédéric Lenoir)

Volgens filosoof en onderzoeker Frédéric Lenoir (Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales, Paris) komen we ook bij onze ziel terecht. ‘De ziel is iets in de mens dat je niet kunt zien of aanraken, maar dat wel ons diepste innerlijke leven bestuurt. Daar komt ons vermogen vandaan liefde te ervaren, ons te verwonderen over de schoonheid van de wereld, ontroerd te zijn door iets wat ons verstand te boven gaat.’ 

‘Daarom komen we terug bij de filosofie, een filosofie die wezenlijke vragen stelt en die zich bezig houdt met het individu. We hebben begrepen dat we de wereld niet kunnen veranderen, tenzij we zelf veranderen.’
(Frédéric Lenoir)


Frédéric Lenoir geeft in 2026 diverse lezingen in Frankrijk, België en Zwitserland in het kader van de Boekenbeurs van Genève. De data en praktische informatie om uw tickets te reserveren vindt u op deze pagina in de kalender.

Een prachtige ziel
De Franse filosoof en religiewetenschapper Frédéric Lenoir (nu 63) was 13 jaar geleden in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van zijn meest recente boek Petit traité de vie intérieure, dat hier de titel heeft gekregen: Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed

Volgens Lenoir komt van de ziel ons vermogen vandaan liefde te ervaren, ons te verwonderen over de schoonheid van de wereld, ontroerd te zijn door iets wat ons verstand te boven gaat.

‘Wat ons écht karakteriseert komt voort uit de ziel en niet uit het lichaam. Er zijn mensen wier lichaam gehandicapt is en toch is er iets stralends in hun blik. Je ziet dat ze een prachtige ziel hebben.
Anderzijds zijn er mensen met een goede opvoeding, geluk in het leven en een gezond lichaam, die nauwelijks een innerlijk leven hebben, die zich geen vragen stellen over de zin van het leven.’
(Frédéric Lenoir)

Zie: Filosoof Frédéric Lenoir over geluk, levenskunst en religie – Margot Dijkgraaf
Illustratie: Stichting Beroepseer – werken met moed en vertrouwen

Frédéric Lenoir: filosoof en socioloog. Doctor aan L’École des Hautes Études En Sciences Sociales (EHESS)
Auteur van zo’n vijftig werken (essays, romans, verhalen, encyclopedieën), vertaald in ongeveer twintig talen en wereldwijd tien miljoen keer verkocht. Lenoir schrijft ook voor het theater, televisie (documentaires) en stripverhalen.
In 2016 was Lenoir medeoprichter van de SEVE Foundation en vereniging Savoir Être et Vivre Ensemble (onder auspiciën van de Fondation de France) en in 2017 richtte hij de vereniging Ensemble pour les Animaux.
In november 2024 richtte Lenoir La Maison des sagesses om filosofische kennis te verspreiden in de zin van een levenskunst, zoals de Grieken die begrepen.


‘Bestaan is een feit, leven een kunst.’

Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed | Frédéric Lenoir | Uitgeverij Ten Have | 30-3-2012 | ISBN 9789079001286
‘Van al mijn filosofische en spirituele boeken is dit het meest toegankelijke, maar waarschijnlijk ook het nuttigste’, aldus Frédéric Lenoir. Hij laat niet alleen de levenslessen van grote denkers als Confucius, Aristoteles, Spinoza en Montaigne de revue passeren. Hij beschrijft ook hoe hij zelf geworsteld heeft met het ware, het goede en het schone.’ (Ten Have) – Lenoir: “Ons levenspad bestaat uit de overgang van onwetendheid naar kennis, van angst naar liefde.”

‘Duizenden jaren heeft religie de rol van opvoeder van het innerlijk leven vervuld. We kunnen alleen maar vaststellen dat ze deze rol steeds minder vervult. Niet alleen omdat ze veel minder invloed op het bewustzijn heeft, althans in Europa, maar ook omdat ze is verstard.

Meestal biedt ze dogma’s en normen, waar mensen op zoek zijn naar zingeving. Ze vaardigt geloofsbelijdenissen en regels uit die nog slechts een kleine minderheid van gelovigen aanspreken. Zij slaagt er echter niet in haar visie, taalgebruik en methoden te vernieuwen en onze tijdgenoten in hun ziel te raken, hoewel zij zich blijven afvragen wat het raadsel van hun bestaan is en hoe ze een goed leven kunnen leiden.

Ingeklemd tussen een ontmenselijkende consumptie-ideologie en een verstikkende, dogmatische religie, richten we ons op de filosofie en de grote spirituele tradities.’

(Gedeelte uit de Handleiding)

Update februari 2026, lay-out, links, illustraties, kleine actuele tekstaanpassingen)

‘Misschien moet ik maar gelovig worden’


Laatst had columnist Stephan Sanders (Vrij Nederland) vrienden te eten en liet hij zich achteloos ontvallen: ‘Misschien moet ik maar gelovig worden.’ Een week later begon hij aan het boek van de filosoof Peter Sloterdijk, virtuoos vertaald door Hans Driessen: ‘Je moet je leven veranderen’. ‘Het is wat in meisjesboeken wel ‘een echte kluif’ wordt genoemd, en ik ben nog niet eens halverwege, maar ik raak steeds enthousiaster.’

‘Misschien moet ik maar gelovig worden.’ Dat was niet als lolletje bedoeld, maar als eerzame overweging die ik wilde testen bij mensen die mij al lang kennen. Er viel een stilte – geen verbijsterende stilte waarbij monden openvallen, maar een bedachtzame. Het was een beschaafde kring, de sfeer deed me denken aan de oude Duitse theoloog Schleiermacher, die een betoog hield over het belang van religie ‘voor de ontwikkelden onder haar verachters’. Ik wil maar zeggen: niemand begon te lachen of vuur te spuwen. ‘Zou je dat nu wel doen?’ vroeg goede vriend ten slotte.

Een en ander komt doordat Sanders op zondagochtend graag de televisiezenders langsgaat op zoek naar een mis, een dienst of een samenkomst van religieuze aard. Hij krijgt geen genoeg van de symboliek, de rituelen, het samen zingen, samen bidden.

Foto Peter Sloterdijk: VN 

De eerste zin (van het boek van Sloterdijk, pd) luidt: ‘Er waart een spook door de westerse wereld – het spook van de religie’. Die zin is natuurlijk gejat uit het Communistisch Manifest – ‘het spook van het communisme’ – maar terwijl Marx en Engels in 1848 een nieuw ‘spook’ wilden aankondigen, betoogt Sloterdijk dat religie niet aan een terugkeer bezig is, maar nooit is weggeweest ‘om de eenvoudige reden dat zoiets als “religie” of “religies” niet bestaat, maar dat alleen verkeerd begrepen oefensystemen bestaan.’

‘Dit oefenaspect,’ zegt Sanders, ‘dit eindeloos testen van jezelf om tot een betere prestatie te komen, ziet Sloterdijk als essentie van religies en van sporten. Oefensystemen voor de geest en het lichaam.’

Oefenen, oefenen, oefenen – het wordt in dat opzicht dus een zomer van de religieuze ijver. En dat boek van Sloterdijk is de beste programmagids die je je kan wensen.

Zie: Het talent voor het religieuze (VN, 13-06-2012)

Boek: Je moet je leven veranderen Peter Sloterdijk
Vertaling Hans Driessen | Boom | 510 p. | € 39,90

De Süddeutsche Zeitung schreef over het boek van Sloterdijk: ‘Dit scherpzinnige boek is een handleiding voor iedereen die het zat is afgepoeierd te worden met conservatieve propaganda of links-romantische regressie. Als filosofie haar tijd in de kern kan raken, dan is het hier gelukt.’

Valt er nog redelijk over God te debatteren?


En alweer komt er een debat over het bestaan van God. Gezien de uitnodiging zal God Bacchus rijkelijk vloeiend aanwezig zijn, dus die bestaat alvast. Traditionele godsbewijzen worden door analytische filosofen nieuw leven in geblazen. De argumenten ervoor worden steeds vernuftiger. De houdbaarheid van het geloof in God wordt verdedigd. Deze keer gaan Herman Philipse en Emanuel Rutten de geloofsstrijd aan in Felix Meritis.

Felix & Sofie – Is het redelijk om nog in God te geloven? Ik ben al een paar keer naar dit soort debatten geweest, maar nooit vind ik overtuigend bewijs dat God werkelijk bestaat en ook niet dat Hij niet bestaat. Ruttens argument is redelijk, maar helpt mij niet als plausibel argument voor het bestaan van God:
‘1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.’

Herman Philipse legt zich toe op de argumenten van deze filosofen, en in het bijzonder op die van Richard Swinburne. Philipse stelt dat, ondanks het vernuft van hun redeneringen, deze filosofen er niet in slagen het bestaan van God overtuigend te beargumenteren. Gebrek aan overtuigende argumenten betekent voor Philipse dat het geloof in God als een ‘epistemische zonde’ kan worden bestempeld.(Felix Meritis)

Als ik de visies van Rutten en Philipse probeer te vatten, vraag ik me af of het nog wel redelijk is om over God te debatteren. Voor mij bestaat Hij er niet duidelijker of echt door. Ik geloof in God, blijkbaar op irrationele gronden. Wetenschappelijk gezien geloof ik dus blijkbaar in Iets Onwaarschijnlijks, maar ook analytisch filosofisch geloof ik dan nog steeds niet – die redeneringen immers maken het voor mij ook niet echt plausibel. Ik geloof gevoelsmatig, diep vanbinnen. Niet in de Bijbelse God, maar in God als Kosmische Intelligentie die geen (Bijbelse) beperkingen kent.

Filosoof Emanuel Rutten beweert dat de argumenten van Philipse niet slagen in het definitief weerleggen van het bestaan van God. Hij zal bepleiten dat het theïsme wel degelijk als een redelijke positie kan worden ingenomen. (Felix Meritis)

In zo’n debat gaat het om steeds weer nieuwe wetenschappelijke en filosofische theo-rema’s. Zo’n dispuut werkt veelal verwarrend, wakkert niet bepaald mijn geloof aan, al die ‘verlichte’ en soms onnavolgbare premissen en conclusies. Ik sluit me liever aan bij Albert Einstein. Hij zei glashelder:

De religie van de toekomst zal een kosmische religie zijn. ‘Het zou een persoonlijke God moeten transcenderen, en dogma en theologie vermijden. Zowel het natuurlijke als het spirituele betreffende, zou het gebaseerd moeten zijn op een religieuze intuïtie, afkomstig van de ervaring van alle natuurlijke en spirituele dingen als een betekenisvolle eenheid. Het boeddhisme beantwoordt deze beschrijving. Als er een religie is die om zou kunnen gaan met de moderne wetenschappelijke behoeften, zou dat het boeddhisme zijn.

Voor wie naar het debat gaat, vind ik de volgende, zeer heldere, uitspraak van Lachende Theoloog Jan Riemersma wel een mooi nadenkertje om mee te nemen:

Wie het bestaan van God uitsluit op rationele gronden, moet eigenlijk het volgende bewijzen: a. dat onze rationele denkwijze universeel is, b. dat religie niet te verenigen is met onze rationele denkwijze. – Het verbijsterende is dat filosofen zonder mankeren altijd de eerste stap overslaan. Vervolgens is het, vanzelfsprekend, niet moeilijk om aan te tonen dat God vermoedelijk niet bestaat.

Zie: Felix & Sofie – Is het redelijk om nog in God te geloven? 

Ilustr: creatov.nl 

Possibilisme: het atheïsme en ietsisme voorbij

De Amerikaanse neurowetenschapper David Eagleman is het atheïsme (achterhaald) en het agnosticisme en ietsisme (een zwaktebod) voorbij. De nieuwe redelijke religie heet Possibilisme. Dat voorspelt Eagleman, die een van de meest interessante denkers van tegenwoordig genoemd. Waarom zouden we ons, als het om werkelijk grote vragen gaat, moeten beperken tot een geloof in God ofwel een ontkenning van God?

Bekeer je tot het Possibilisme, stelt hij voor. Dat wil zeggen: onderzoek zoveel mogelijk nieuwe mogelijkheden en weersta de drang naar zekerheden.(…) Bewaar en erken het mysterie zonder je aan één doctrine of godsdienst uit te leveren.

‘Een uitstekend uitgangspunt voor een redelijke religie,’ vindt Volzin, het tijdschrift voor zinvol leven. Atheïsten en ietsisten zijn Eagleman veel te beperkt. ‘We weten te weinig over de kosmos om de zekerheid van het atheïsme te omarmen,’ zegt hij.

Het gebrek aan kennis over de kosmos is te groot om ons tot het atheïsme te bekeren. En toch weten we ook weer te veel om ons tot een afzonderlijke religie te kunnen bekennen,’ zei Eagleman in de New York Times.

In het artikel van Cees Veltman ‘Weersta zekerheid, wordt possibilist’ in het zojuist verschenen nummer (12) van Volzin. Hij roept ons op om ons heen te kijken in de wereld en te kijken of we de mogelijkheid kunnen vieren en de onzekerheid kunnen prijzen.

Religies bieden de optimale verhalen om precies die hersendelen aan te spreken die onze emoties regelen. De tegenwerpingen van het verstand kunnen weinig uitrichten tegen hun aantrekkingskracht, zegt hij: ‘Kijk maar eens wat het religieuze geloof heeft bijgedragen aan het verzet tegen het communisme.’

Bestsellerauteur David Eagleman schreef onder meer Scènes uit het hiernamaals (2009), waarin hij op een ingenieuze en grappige manier veertig mogelijke opzetten van het hiernamaals beschrijft. Hij doet allerlei suggesties omtrent de zin van ons bestaan: we zijn mobiele robotten van kosmische kaartenmakers, we zijn een reünie van verspreid geraakte atomen, we zijn proefkonijnen van goden die willen weten waarom sommige echtparen bij elkaar blijven en andere niet.

Eagleman schreef ook Incognito: The Secret Lives of the Brain (2011), zijn eerste filosofische boek voor een breed publiek. Hij leidt het Laboratorium for perception and action van het Baylor College of Medicine in Houston.

Zie (in de papieren) Volzin – een deel van het artikel, een verkorte weergave is (misschien nog) hier te vinden. (Met dank aan Lucas Blijdschap.)
Update oktober 2025 (lay-out, links)