Redelijke bezwaren tegen het christelijke geloof

godbewijzen
Volgens Rik Peels en Stefan Paas – in hun boek God bewijzen – is God onbegrijpelijk voor ons en kunnen wij uit het feit dat het bestaan naar, bruut en kortstondig is, niet afleiden dat God niet bestaat. Volgens theoloog Jan-Auke Riemersma moet je dan óók verklaren hoe het kan dat God onbegrijpelijk is voor de mens, maar gaan Paas en Peels niet in op deze (heikele) kwestie.

‘Gods verborgenheid en het lijden van de mens zijn toch geen onredelijke bezwaren tegen het christelijke geloof? Zelf ondervind ik de verborgenheid van God en het lijden van de mens onder het bewind van een almachtige God als een nijpend probleem: moet ik nu tegen de atheïst zeggen dat hij onredelijk is wanneer hij van mij uitleg wil voor mijn geloof in God?’ 

Riemersma geeft als voorbeeld dat mensen die aan geestesziekten lijden die de oorzaak ervan is dat mensen niet kùnnen geloven in het bestaan van God, bijvoorbeeld omdat de ziekte zulke krachtige wanen doet ontwaken in de geest van de patiënt dat er geen enkele ruimte meer is voor geloof.

‘Moet ik nu denken dat God zélf deze patiënten alle hoop heeft willen ontnemen? Is het werkelijk onredelijk dat de naturalist gelooft dat er domweg geen sprake is van enige liefde of medeleven in de schepping? Je hebt wel een erg sterk geloof in het gebruik van argumenten als je [op basis van argumenten] denkt dat de ongelovige inzake deze kwesties ‘onredelijk’ is.’ 

Over het argument van Peels en Paas dat mensen een neiging hebben om te geloven – ‘het is natuurlijk om te geloven’ – hetgeen tot een bepaalde religie kan leiden, vraagt Riemersma zich af of de atheïst dan wel of niet het recht heeft om de gelovige enige vragen te stellen over deze keuze.
De docent filosofie alias De Lachende Theoloog, ziet dan ook werkelijk niet in waarom het redelijk is om de gelovige de status van onschendbaarheid te verlenen, want je zou kunnen betogen dat een dergelijke instelling bij voorbaat antisociaal is.

delachendetheoloogJan-Auke Riemersma (foto: JR) schrijft een en ander als reactie – geen recensie – op het boek God bewijzen, onder de titel Wie heeft de bewijslast? Hij vindt dat de auteurs Paas en Peels een zeer goed werk hebben afgeleverd dat geïnteresseerden in het geloof niet ongelezen kunnen laten.

‘De schrijvers eisen echter van de ongelovige voortdurend dat deze zijn bezwaren tot in de puntjes uitwerkt. Nergens lijken ze de redelijkheid van bepaalde argumenten toe te willen geven. Het laat zich raden dat de atheïst niet in staat is om al zijn bezwaren tot achter de komma uit te werken.’ 

Zie: Wie heeft de bewijslast? (Jan-Auke Riemersma)

God bewijzen – Argumenten voor en tegen geloven | Uitgeverij Balans | Rik Peels & Stefan Paas | 280 pag. | ISBN10: 9460037240 | ISBN13: 9789460037245 | € 19,95 | Twee wetenschappers zetten hierin de argumenten voor en tegen Godsgeloof op een rij. Ze doen dat op een milde manier, zonder polemiek of bekeringsijver, al zijn ze zelf wel gelovig. Het boek is geschreven met vaart en humor en het bevat de laatste wetenschappelijke en filosofische inzichten over religie en Godsgeloof. Het is tot stand gekomen met medewerking van gelovige en niet-gelovige wetenschappers uit verschillende vakgebieden en bedoeld voor mensen die openstaan voor argumenten. (Balans)

Theologie en het claimen van de waarheid

een-wereld-religie
Hoogleraar praktische Theologie Ruard Ganzevoort schreef in juni dat de theologie haar claim op de waarheid moet opgeven: ‘Als we de oude begrippen uit hun strikt religieuze tradities losmaken, ontdoen van waarheidsclaims en bevrijden uit het kerkelijke jargon, kunnen ze opnieuw vruchtbaar worden.’ Filosoof en theoloog Rik Peels zegt nu dat elke vorm van theologie zonder waarheidsaanspraak gedoemd is tot inconsistentie en intolerantie.

Waarheidsclaim? Is er een waarheid dan? Is er al een app van? Dat zouden vele apps worden, ieder mens heeft zijn waarheid. Daar kun je het over hebben, zonder elkaar naar het leven te staan, maar gewoon uit onderlinge nieuwsgierigheid. Wat denk jij? Wat is jouw waarheid?

En dan is er hopelijk nergens een scheidsrechter die beslist welke waarheid de waarheid is. Over alles kan je spreken, al of niet stellig, al of niet over God, of liever over geloof, hoop en liefde, zoals Ganzevoort zo graag doet.

‘De godsdienstpsycholoog Paul Pruyser schreef eind jaren zeventig over geloof als kenmerk van geestelijke gezondheidszorg. Hij doelde daarbij niet op ‘het geloof’ als een set van leerstellingen en normen, maar over een levenshouding waarbij iemand het leven beaamt en zich engageert met idealen en dromen.’ (Ruard Ganzevoort in: Spelen met heilig vuur.)

Ganzevoort stelt dat mensen geen behoefte meer hebben aan godgeleerden die de waarheid in pacht hebben, maar aan theologen die oude en nieuwe spirituele bronnen kunnen duiden. Zij moeten buiten de veilige kaders van kerken en religieuze tradities durven stappen. Rik Peels stelt nu juist dat Ganzevoort zelf allerlei waarheidsclaims stelt, bijvoorbeeld zijn bewering dat (het waar is dat) de theoloog over God niets zinnigs kan zeggen en alleen zinnig kan spreken over mensen, hun bronnen en tradities.

‘De een denkt bij ‘God’ aan de dwang van de klassieke kaders terwijl de ander die zich niets aantrekt van officiële religieuze verhalen. Daarmee is het woord ‘God’ niet geschikt als eenduidig concept; het kan echter bij uitstek dienen om de veelkleurigheid van persoonlijke betekenissen te verduidelijken.’ (Ganzevoort)

spelenmetheiligvuur
Eigenlijk hangt Ganzevoort een heleboel waarheden aan – die hij wijsheden noemt – en bespreekt in zijn pamflet Spelen met heilig vuur dan ook de wijsheidstradities, zoals bij de Griekse filosofen en de religieuze heilige boeken, en noemt ook het humanisme dat teruggrijpt op oudere bronnen, en volkse en alledaagse tradities met hun tegeltjeswijsheden. 

‘De preken die Dietrich Bonhoeffer van 1931 tot 1933 in Berlijn hield, staan vol met claims omtrent waarheid en onwaarheid van dingen die in zijn tijd geroepen werden. Zijn preken houden zijn gehoor een spiegel voor.’ (Rik Peels)

Peels stelt dat de theoloog op basis van ervaringen, tradities, intuïties, de Bijbel en andere bronnen wel degelijk allerlei dingen over God zeggen en daar een redelijke publieke discussie over voeren, terwijl Ganzevoort stellig en zonder argumentatie stelt dat de theoloog niets zinnigs over God kan zeggen.

‘Een redelijke publieke discussie’ betekent volgens mij dat er geen enkele claim te beluisteren zal zijn, maar iedereen ruimte krijgt voor zijn eigen waarheid. De theoloog kan van alles (of niets) over God zeggen, al naar gelang die bron die hij gebruikt. Het kan allemaal zinnig zijn, zolang je naar elkaar luistert, zonder verplicht te zijn de waarheid te moeten slikken. Zonder echter een claim op de waarheid worden de waarheden pas echt interessant. Het blijft altijd jouw of zijn/haar waarheid. En daar mag over en weer best kritisch mee worden omgegaan.

‘Omdat er ruimte is voor waarheidsclaims, wordt het ook mogelijk kritisch te schiften. We kunnen dan schadelijke visies, zoals de morele opvatting dat een weduwe met haar man levend begraven moet worden wanneer hij overleden is, en empirisch aantoonbare onwaarheden, zoals de opvatting dat de aarde niet meer dan een paar duizend jaar oud zou zijn, kritisch bevragen.’ (Peels)

Zie: Theologie als makelaar in levenswijsheid?

en: De theologie moet haar claim op de waarheid opgeven

Illustr: xandernieuws.nl

Rik-PeelsDr. Rik Peels (foto: VU) is postdoctoraal onderzoeker en docent aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam, mail@rikpeels.nl, website: http://www.rikpeels.nl. Hij doet onderzoek naar de grenzen van de wetenschap binnen het project Science beyond Scientism en is verbonden aan het Abraham Kuyper Center for Science and Religion.

ruardRuard Ganzevoort (foto: hetgoedeleven.nl) daagt de theologie uit zich buiten de kaders van de christelijke kerk te richten op wat hij ‘publieke theologie’ noemt. Dit betekent dat theologen hun claim op de waarheid moeten opgeven en het gesprek aan moeten gaan over levenswijsheid in kunst, cultuur, politiek en economie, zorg en onderwijs, wetenschap en sport, kortom in het gehele leven. De theoloog moet een makelaar in levenswijsheid worden die kennis niet langer alleen uit de christelijke traditie haalt, maar vanuit diverse bronnen mensen kan helpen keuzes te maken op het gebied van de levensbeschouwing. (ruardganzevoort.wordpress.com)

Hoe een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zet

fabre_brein2
‘De geest kan los staan van ons lichaam.’ Volgens de zwaartekrachttheorie van Newton trekken de zon en de aarde elkaar op afstand aan. Newton kon op geen enkele manier ook maar bij benadering duidelijk maken hoe deze werking op afstand precies in haar werk gaat. Dit vormde geen onoverkomelijk bezwaar tegen de acceptatie ervan.

‘In de moderne fysica worden talloze onvoorstelbare conclusies getrokken, zoals elementaire deeltjes die op enorme afstand met elkaar verstrengeld zijn, deeltjes die ontstaan uit een absoluut vacuüm, deeltjes die terug in de tijd reizen, deeltjes die ook golf zijn, enzovoort. De ondoorgrondelijkheid van dit alles vormt echter geen reden om deze conclusies als onzinnig te verwerpen. En dat is maar goed ook, want de theorieën die fysici ontwikkelen worden de laatste decennia alleen nog maar onbevattelijker.’ 

erFilosoof Emanuel Rutten, onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, geeft bovenstaande voorbeelden in zijn artikel Dualisme van materie en geest zo gek nog niet in Wijsgerige reflecties waarin hij stelt dat de geest niet samenvalt met het brein.

‘Hij bestaat er los van en staat ermee in een onderlinge wisselwerking. (…) Het zou volkomen onduidelijk zou zijn hoe een geest een wisselwerking zou kunnen aangaan met de hersenen. ‘Hoe kan een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zetten?’ 

De eerste reactie van Rutten hierop is dat de geest het lichaam natuurlijk niet beweegt op dezelfde manier als waarop bijvoorbeeld materiële dingen, zoals botsende biljartballen, elkaars beweging veroorzaken. Er moet sprake zijn van een ander soort oorzakelijkheid, namelijk mentale veroorzaking.
Rutten vraagt zich verder af wat de argumenten zijn voor de opvatting dat onze geest identiek is aan ons brein, daar er vaak wordt gewezen op het principe van de ‘oorzakelijke geslotenheid’ van de fysische natuur.

‘Alle materiële gevolgen zouden slechts materiële oorzaken hebben. Wil onze geest iets materieels kunnen veroorzaken, dan moet ze dus zelf materieel zijn. De geest is daarom niets anders dan ons brein. Genoemd principe volgt echter niet uit modern natuurkundig onderzoek en wordt er evenmin door verondersteld. Het is vooral een metafysische overtuiging van materialisten. Een dualist hoeft het niet te accepteren.’ 

Er is volgens Rutten een goede reden om te denken dat mentale ervaringen inderdaad niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

‘Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke, subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat hij van een andere aard is. En dit is precies wat de dualist beweert.’ 

Zie: Dualisme van materie en geest zo gek nog niet (Emanuel Rutten)

Illustr: Johan Sanctorum op Alphavillle: ‘Onlangs openbaarde kunstenaar Jan Fabre dat we na zijn dood zijn brein kunnen bewonderen, als middelpunt van een postume installatie. ‘Ik kijk ook graag naar mijn hersenen. In scans en in sculpturen,’ aldus de cultartiest. Grappig en pathetisch tegelijk: een hoofdarbeider die onder de schedelpan gaat kijken, om te zien waar al dat moois vandaan komt. Niets kan schoner zijn, dan dat wat schoonheid produceert.
Toch vermoed ik achter deze extreme uiting van ijdelheid een vorm van perplexiteit: hoe hebben die hersenen dat klaargespeeld? De gearriveerde meester-kunstenaar beseft plots dat hij nooit dat zal beheersen wat hem tot de creatie dreef. Gevoelens van ontzag, (zelf)liefde, maar misschien ook van (zelf)haat en afkeer komen boven in deze confrontatie.
Dat wat men doorgaans inspiratie noemt (letterlijk: ‘de geest die binnentreedt’, zoals in het Pinksterwonder), blijkt nu wat gesuis van neuronen in een gesloten circuit. Met het kunstwerk als onbeheersbaar, flatulair neveneffect.’

De evolutietheorie kan het ontstaan van leven niet verklaren

ThomasNagel
‘Waar komt het leven eigenlijk vandaan? Want met de oorsprong van de soorten beginnen we in hoofdstuk twee van de geschiedenis van het leven op aarde. Hoofdstuk één (van On the Origine of Species, PD) is nog altijd niet geschreven.’ Aldus filosoof Bert Keizer in zijn artikel Oorsprong in het digitale Filosofie Magazine.

Keizer reageert op het boek Mind and Cosmos – Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost Certainly False waarin de schrijver, filosoof en atheïst Thomas Nagel zich afvraagt of de huidige chemie en fysica het spontane ontstaan van leven, gebaseerd op zichzelf reproducerende macromoleculen, kunnen verklaren. En als het antwoord ja is, waarom we dat dan niet doen. Nagel denkt dat het antwoord nee is.

‘Geestelijk leven is volgens Nagel niet iets dat halverwege de geschiedenis van het leven ontstond, zeg maar ergens tussen de mieren en de reptielen, nee, het is een aspect van levende wezens dat we vanaf de primitiefste bacterie aanwezig moeten achten. Misschien is geest zelfs net zo fundamenteel als ruimte en tijd. Dit kan ik niet helemaal meer volgen, maar na lezing van het boek had ik het prettige gevoel dat je soms krijgt bij filosofie, dat de ramen weer even helemaal schoongemaakt zijn. De evolutietheorie kan het ontstaan van leven niet verklaren. Fysici en biochemici denken te makkelijk dat zij dat klusje wél kunnen klaren. En wat de geest betreft: hoe waarschijnlijk is het dat die ergens halverwege aan het leven werd toegevoegd?’ 

Carel Peeters schreef eerder dit jaar in Vrij Nederland dat het volgens hem op neerkomt dat Nagel bedoelt dat er ten aanzien van het onderzoeken van het bewustzijn een paradigmawisseling plaats moet hebben.

‘Er moet met hele andere, frisse ogen (‘reconceived’) naar gekeken worden. Het moet eerder gezocht worden in wat schijnbaar onwaarschijnlijk is, zoals elektromagnetische velden ooit ongeloofwaardig waren, of radiogolven, of de kwantummechanica nog steeds is (voorbeelden die H. Allen Orr geeft). Nagel zoekt het in de natuur zelf. Zijn hypothese is dat er van een ‘natural teleology’ sprake zou kunnen zijn: geen mechanische, maar doelgerichte (teleologische) natuurwetten die voor complexe organismen en bewustzijn zouden zorgen.’ 

Nagel zegt volgens Peeters dat de materialistische benadering van het leven fundamenteel ‘incompleet’ is, aangezien ze geen goede verklaring heeft voor het bewustzijn, voor betekenis en voor het ontstaan van waarden, en… dat creationisten denken dat Nagel misschien aan hun kant staat.

‘Maar Nagel is een atheïst die een verklaring zoekt zonder God erbij te hoeven halen.’ 

Zie: Oorsprong (Bert Keizer) 

en: Naar een nieuw paradigma voor het brein (Carel Peeters)

Foto: Thomas Nagel (Wikicommons)

Thomas_Nagel_Mind_and_CosmosMind and Cosmos | Thomas Nagel | Oxford University Press Inc | ISBN 9780199919758 | € 24,95

Thomas Nagel is een Amerikaans filosoof. Hij is hoogleraar rechten en filosofie aan de New York University. Zijn publicaties gaan vooral over de filosofie van de geest, politieke filosofie en de ethiek. (Wikipedia)


You Tube: Professor William Lane Craig PhD, Amerikaans filosoof en theoloog, spreekt in onderstaande Religion-Philosophy You Tube Video over het materialistische probleem met de menselijke geest, in het licht van Eben Alexander’s Bewijs van de  Hemel en over het boek Mind and Cosmos: Mind and Cosmos: Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature Is Almost Certainly False van de atheïst Thomas Nagel. (Biofides)

Christendom geen vlucht in wereldvreemd ascetisme

DSCF1536
‘Het christendom is vooral in het leven geïnteresseerd.’ Dus niet, zoals regelmatige beweringen stellen, ‘een vlucht in een onthecht wereldvreemd ascetisme’. Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel Is het christendom een vorm van wereldverzaking? Hij stelt dit met behulp van criteria uit de hermeneutische wetenschappen voor tekstinterpretatie. ‘Deze criteria helpen ons om een verantwoord onderscheid te maken tussen meer en minder geslaagde tekstinterpretaties.’

‘Het christendom, zoals dat uit de Bijbel naar voren komt, verzet zich juist tegen de gedachte dat de stoffelijke zijde van de werkelijkheid minderwaardig is. En dit ligt zelfs voor de hand. Volgens het christendom heeft immers alles in de kosmos, zowel de geest als de materie, God als uiteindelijke oorsprong. En in Genesis lezen we dat God, nadat de schepping van wereld en mens voltooid was, zag dat heel de schepping goed is. Hieruit volgt dat het materiële niet als inferieur gezien kan worden.’

In het artikel gaat Rutten in tegen de bewering dat het christendom een ascetische vlucht betreft uit ons alledaags bestaan en zich af zou keren van de concrete materiële ervaringswereld. Hij doet dat aan de hand van vele teksten uit de Bijbel – primair houdt hij zich bezig met de centrale grondmotieven ervan: wat willen de Bijbelverhalen werkelijk zeggen?

Rutten brengt Jezus regelmatig voor het voetlicht en bespreekt onder meer Zijn aanvullen van een wijnvoorraad, Zijn kritiek op de sabbat: ‘De sabbat is gemaakt voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’ Zijn wonderbaarlijke genezingen: Hij is gericht op de gehele mens, zowel op zijn ziel als op zijn lichaam. Jezus stond met Zijn stoffelijk lichaam op, dat zou niet passen bij een religie die het materiële als minderwaardig beschouwt. Ook haalt Rutten het Hooglied aan, ook niet verenigbaar met een ascetische loochening van het aardse.

‘De centrale gedachte van de Bijbel staat dan ook haaks op een gespleten visie op de kosmos. Het past niet bij Bijbelse verhalen om uit te gaan van twee verschillende sectoren van de schepping, namelijk enerzijds een ontaard profaan gebied van de materie, het lichaam en de hartstochten waar God niets mee te maken zou willen hebben, en anderzijds een geestelijk contemplatief domein waar men God waarlijk kan dienen. Een dergelijke dichotomie, met bijbehorend pessimisme ten aanzien van het materiële en zinnelijke, is het christendom volkomen vreemd.’ 

Kierkegaard wordt aangehaald: ‘Is dan alleen de rede gedoopt, zijn de hartstochten heidenen?’ De rede staat hier volgens Rutten voor de contemplatieve geestelijke sfeer, terwijl de hartstochten verwijzen naar het aardse, het zinnelijke, het lichamelijke. Inderdaad, natuurlijk zijn ook de hartstochten gedoopt.

‘Het christendom is dan ook niet alleen maar in het geestelijke geïnteresseerd. Zij omarmt ook het aardse. De hele mens, lichaam en geest, is voor het christendom van belang.’ 

Zie: Is het christendom een vorm van wereldverzaking?

Foto: PD – Engel met gsm op het dak van de Sint Janskathedraal Den Bosch