God en de absolute grens van de werkelijkheid


UITGELICHT (2014) – We doen de werkelijkheid tekort als we die logisch benaderen. – Religiefilosoof Jan-Auke Riemersma gooit muren omver om aan te tonen dat de wereld er heel anders uit kan zien. Hij gaat voorbij het logisch nulpunt en stelt uiteindelijk dat we niet hoeven te twijfelen aan het bestaan van God. ‘Als de wereld geen logisch nulpunt heeft, dan betekent dit dat zelfs de meest absurde denkbeelden deel uitmaken van de werkelijkheid.’ 

En als alles mogelijk is, dan hoeven we niet te twijfelen aan het bestaan van God: het bestaan van God is dan ook ‘gewoon’ mogelijk’

‘In deze voordracht hoop ik te kunnen laten zien dat men echter wél een waarachtig gelovige kán zijn, zonder dat men daarom als lichtzinnig of dwaas moet worden versleten. (…) Kortom, het is mogelijk om waarachtig te kunnen geloven. Maar dan is het zelfs onredelijk om niet te geloven!’
(J-A R)

Het ontbreken van absolute grenzen verklaart mooi waarom wetenschap met de dag ingewikkelder en exotischer wordt, stelt Riemersma – alias De Lachende Theoloog – in zijn voordracht De onlogische God, voor de Groningse studentenvereniging GSV. Hij vertelt dat het met iedereen slecht afloopt; dat het comfort van het dagelijks leven tijdelijk is. Niet gek dus, dat mensen – om met Nietzsche te spreken – gedreven worden om te ontkomen aan hun natuurlijke staat. Een ter dood veroordeelde gevangene speurt volgens Riemersma in zijn cel ook naar zwakten in de muur om te ontsnappen.

‘Buiten de logische graad is er niets meer. Wat logisch niet mogelijk is, bestaat eenvoudigweg niet. Logisch onmogelijk is absoluut onmogelijk. Dus die buitenste logische grens is, volgens vrijwel alle filosofen, de ABSOLUTE GRENS VAN DE WERKELIJKHEID.’ 
(J-A R)

jan-auke riemersma

Jan-Auke Riemersma (foto: j-ar, 2014) vraagt zich af waarom filosofen en wetenschappers veronderstellen dat er zoiets bestaat als een logisch nulpunt. Er zijn volgens hem geen dwingende redenen om te denken dat er een logisch nulpunt is. Religiefilosofen dienen dit logische nulpunt dan ook snel af te schaffen als maat voor wat mogelijk en onmogelijk is.

Ons denken over de werkelijkheid ontspoort volledig als we het logisch nulpunt niet in stand houden. Maar is dat een goede reden om te geloven dat de werkelijkheid een logisch nulpunt heeft? Uiteraard niet.’
(J-A R)

De mens gelooft dus in dat absolute logische nulpunt omdat hij niet in staat is te begrijpen hoe de wereld achter de logische ordening eruit ziet. Maar als het logisch nulpunt niet bestaat, zegt Riemersma, dan kunnen zelfs strijdige denkbeelden bestaan (en dat is voor ons tamelijk absurd). Het betekent dat we geen enkele mogelijkheid meer kunnen uitsluiten. ‘De kat is dood en niet dood, de kat leeft en leeft niet.’ Ook stelt hij dat de wetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid niet zal stuiten op absolute grenzen; het ontbreken van zulke absolute grenzen verklaart zelfs mooi waarom wetenschap met de dag ingewikkelder en exotischer wordt.


Tijdens de lezing van De onlogische God door Jan-Auke Riemersma (2014)

‘En als alles mogelijk is, dan hoeven we niet te twijfelen aan het bestaan van God: het bestaan van God is dan ook ‘gewoon’ mogelijk.’
(J-A R)

Groningse studentenvereniging GSV : GSV

Illustr: some-time.nl
Update juli 2025 (Lay-out, links)

‘Verwetenschappelijking gevaar voor geloof’

ikdenkdusikgeloof
‘We moeten weer terug naar de kinderlijke onbevangenheid, alleen dan kan er nog toekomst zijn voor het christendom in het westen.’ Aldus D. Koole in het artikel Kerk moet weer leren geheimen te spellen. Terug naar de onbevangenheid waardoor dominees en priesters het volk, dat veelal laag opgeleid was en weinig wetenschappelijk inzicht had, konden bespelen? En dan weer op de kansel orakelen over de geheimen van God en zo het volk kinderlijk klein houden, opdat zij God vrezen?

‘Wij hebben geleerd en aangewend de werkelijkheid die zich aan ons voordoet uit te pluizen en onze waarnemingen te objectiveren. Dat is uitgangspunt van ons denken geworden, wat heeft geleid tot het doorbreken van mythologische en theologische kaders. Wij zijn meesters geworden in het ordenen van kennis en in het beschouwend denken.’ (D. Koole)

Het artikel van een ouderling in het Reformatorisch Dagblad geeft te denken. Je hebt eerst de neiging om ‘onzin!’ uit te roepen, maar aan de andere kant is de verwetenschappelijking die Koole ziet, misschien wel de oorzaak ervan dat mensen het zicht verliezen op de mystieke en spirituele kanten van religie. En meegaan in het valse idee dat de wetenschap steeds weer bewijst dat God niet bestaat of niet nodig is.

‘Te hopen is dat allereerst in de plaatselijke gemeenten, maar ook in de andere verbanden van het brede kerkelijk leven, de door hoogmoed, zelfgenoegzaamheid, eigenzinnigheid en puur intellectualistisch denken aangekoekte en vastgeroeste denkbeelden worden doorbroken.’ (DK)

Het is wel gek om te lezen dat iemand van de kerk tekeer gaat tegen vastgeroeste denkbeelden. Die kwamen nog niet zo lang geleden eerder van de kansel dan van de wetenschap.

‘Anders gezegd: zijn wij in de kerken door ons denken niet zodanig versteend dat de diepste waarheden van het geloof geen kans meer krijgen om in ons leven door de werking van de Heilige Geest werkelijk tot gelding te komen?’ (DK)

De wetenschap doet echter juist zijn best om vastgeroeste denkbeelden te doorbreken met steeds weer nieuwe inzichten. Filosofen als Emanuel Rutten krijgen het zelfs voor elkaar om op wetenschappelijke wijze God juist terug te halen vanonder de onttoverende seculiere deken die religie tracht te smoren.

‘Wanneer de hoog ontwikkelde systematische wetenschapsbeoefening op het terrein van het geloof in het Westen zich niet mengt met de milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken en waarin zo veel ruimte wordt gelaten voor het besef dat de Heere ons bij veel zekerheden toch ook nog veel te raden heeft overgelaten, dan kan het niet anders of men komt in de kerk voortdurend met elkaar in aanvaring.’ (DK)

Er is duidelijk werk aan de winkel voor de kerken om die ‘diepste waarheden van het geloof’ terug te geven aan de gelovigen in plaats van uit armoe de schuld te leggen bij de verwetenschappelijking. Dat betekent wel dat de geestelijkheid het volk vooral de mystiek en de spiritualiteit leert, de dogma’s en de starheid van religie voorbij. Spréék dan vanaf de kansel – of liever nog via de (sociale) media – over die gewenste ‘milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken’. Voordat de laatste gelovige de kerkdeur achter zich dichtsmijt.

Zie: Kerk moet weer leren geheimen te spellen

Een ziel heb je nu en dan…

nietscadeau (1)

‘In de moderne wijsgerige bezinning keert op het raadsel van de individualiteit een spirituele voeling met de ziel terug die zich laat voeden door de ervaring van haar ondoorgrondelijkheid.’ Hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden, dr. Gerard Visser, spreekt op 20 april over de ziel in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Hij gaat uit van de hypothese dat de ziel in de Europese filosofie is gestorven aan de illusie van haar kenbaarheid.

Hoewel Socrates het als de belangrijkste opdracht in het leven van een mens beschouwde de psuchè te leren kennen, is de ziel tegenwoordig uit het wetenschappelijke en het filosofische discours verdwenen. Daar staat tegenover dat de omgangstaal het woord nog onverminderd koestert. Sterker nog, zij duldt geen equivalenten naast uitdrukkingen als ‘iemand op de ziel trappen’‚ of ‘met je ziel bloot moeten’.’  (Valkhof Pers)

gerardvisserFilosoof en schrijver Gerard Visser (foto: devrijegemeente) is de schrijver van het filosofisch essay over de ziel Niets cadeau. In 2010 werd dat nog genomineerd voor de Socrates Wisselbeker, de prijs voor het meest prikkelende filosofische boek van het jaar. Hij haalde toen wel de shortlist, maar de beker ging naar Luuk van Middelaar.

In dit filosofische essay wordt een lans gebroken voor de ziel. Het betoog gaat uit van de hypothese dat de ziel in de Europese filosofie is gestorven aan de illusie van haar kenbaarheid. De auteur gaat vervolgens na hoe in de moderne levensfilosofische en fenomenologische bezinning op het vraagstuk van de individualiteit een spirituele voeling met de ziel terugkeert, die is gebaseerd op de ervaring van haar ondoorgrondelijkheid. (Valkhof Pers)

250px-Wislawa_Szymborska_Cracow_Poland_October23_2009_Fot_Mariusz_Kubik_01Aan het gedicht Niets cadeau van Wyslawa Szymborska (foto: Mariusz Kubi) ontleende Visser de titel van zijn essay dat de gang van het betoog structureert. Eerder schreef de Nobelprijswinnares voor literatuur het gedicht Enige woorden over de ziel, waarin zij zegt dat je een ziel nu en dan hebt. En dat het ernaar uitziet dat net als wij haar, zij ons ook ergens voor nodig heeft. 

‘…het verbluffende essay ‘Niets cadeau’ van Gerard Visser, die zich in relatieve onbekendheid aan het ontpoppen is als een van de meest originele en diepgravende denkers van Nederland. (…) In zijn tegendraadsheid voldoet het aan beide criteria van de Socrates Wisselbeker. Het is op een bijna aanstootgevende manier weerbarstig; titel en onderwerp verzetten zich tegen alles wat wij vanzelfsprekend zijn gaan vinden. En precies daarom is dit boek filosofisch zo opwindend en kan het aan het einde zelfs ontroeren. Het stelt iets aan de orde wat bijna al achter de horizon verdwenen leek, en waarvan je na lezing moet vaststellen dat dat inderdaad een pijnlijk verlies zou hebben betekend.’ (Ger Groot in VN)

nietscadeauGerard VisserNiets cadeau
ISBN 978 90 5625 310 3 | 160 blz. | Paperback | NUR 736  Prijs € 12,50

Visser publiceerde onder andere De druk van de beleving – Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang, Niets cadeau – een filosofisch essay over de ziel, en Gelatenheid – Gemoed en hart bij Meister Eckhart.

Locatie: De Nieuwe Liefde | Da Costakade 102 | 1053 WP Amsterdam 1100 uur | 20 april 2014 | entree € 6

Zie: Zondagslezingen (20/04/14)

De ontdekking van het religieus atheïsme

adieu
Voor Ulrich Libbrecht was de persoonlijke God een mijlpaal, die hem echter met een ketting vastbond, zodat hij alleen het theologische gras kon afknagen. ‘Buiten deze cirkel was alles heidens onkruid.’ Deze God was het landschap van zijn jeugd. Daar heeft hij de omtrek afgegraasd en ontdekt dat God en Wereld één zijn, of in zijn filosofie dat energie en informatie één zijn. Libbrecht schrijft dit in zijn nieuwe boek Adieu à Dieu – Naar een religieus atheïsme. 

‘ADIEU betekent vaarwel. Dit boek is inderdaad mijn vaarwel aan de religie waarin ik ben opgevoed. Dit betekent evenwel niet vaarwel aan elke vorm van religiositeit. Ik kan me niet losmaken van het Mysterie dat ik in de kosmos en in mijn eigen hart waarneem. Hoewel ik mezelf beschouw als een kritische rationalist, heb ik me nooit kunnen overgeven aan een begrenzend positivisme, dat het onkenbare beschouwt als het nog-niet-gekende.’ (UL)

ulrichlibbrechtEmeritus prof. dr. Ulrich Libbrecht (foto: knack.be) beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura‘ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven. (Wever)

À DIEU, ‘Gode bevolen’ betekent dat ik de godsgelovigen wil uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de pseudo-god van de westerse traditie. Ik wil ze uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de ‘oorzaak der oorzaken’, aan de ‘Dieu des philosophes’, maar vooral aan de ‘Heer der heerscharen’, en op zoek te gaan naar wat deze ‘Dieu’ (Deus) in werkelijkheid betekent. Ik nodig ze uit om op zoek te gaan naar ‘de geur van de roos’, in de plaats van zich vast te klampen aan ‘de naam van de roos’. (UL)

Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht (de School voor filosofie Oost-West, PD) een School voor Comparatieve Filosofie(Wever)

ADIEU À DIEU verwijst naar een religieus atheïsme, met als prototype het boeddhisme. Het is geen daad van hoogmoed om de god van de traditie te ontkennen, maar integendeel een daad van grote nederigheid, waarbij men ophoudt de berg theologisch te bestormen, maar in het dal van de stilte wacht op het licht. Mystiek is in haar zuiverste vorm atheïstisch. Dit wil zeggen dat het de grote Leegte, het grote Niets aanvaardt en uit zijn eigen Boeddhanatuur laat verrijzen. Dat men het Mysterie niet be-grijpt, maar er zich door laat grijpen.’ (UL) 

Adieu a Dieu. Naar een religieus atheïsme | Ulrich Libbrecht | Garant Uitgevers NV | 2014 | ISBN 9789044131345 | € 15,90

De Bijbel en ieders Eigen Waarheid

normen


Op Facebook ontspint zich – door het Filosofisch Café – een interessante discussie over relativisme. ‘Enkele decennia geleden begon men vraagtekens te zetten achter de gedachte dat er een absolute waarheid bestaat. Daardoor ondergroef men het Bijbelse denken over waarheid en leugen. Ieder mocht zijn eigen waarheid hebben.’ Er werd op Facebook gelukkig ook serieus gereageerd op het boeiende verschijnsel dat Waarheid heet. Of heette. Ieder zijn Eigen Waarheid?

Het thema werd ingegeven door een onderzoek van alweer een tijdje geleden waaruit bleek dat de morele opvattingen van christelijke jongeren zich niet onderscheiden van onkerkelijke jeugd. Op een aantal punten bleken christelijke jongeren zelfs een ruimer geweten te hebben.

DrBillMaier-216x250

Volgens dr. Bill Maier (foto: myfaithradio.com), klinisch psycholoog van de organisatie Focus on the Family, ligt dat aan het feit dat enkele decennia geleden men vraagtekens begon te zetten achter de gedachte dat er een absolute waarheid bestaat.

Daardoor ondergroef men het Bijbelse denken over waarheid en leugen. Ieder mocht zijn eigen waarheid hebben. Dat betrof aanvankelijk de godsdienstige of ideologische waarheidsaanspraken, maar het kon niet uitblijven dat dit ook de ethische opvattingen omtrent waarheid en onwaarheid zou gaan raken. Wat ik stelen vind, hoeft een ander nog geen stelen te vinden.’

Maier stelt dat er bij de meeste Amerikaanse christenen geen sprake is van een gefundeerd geloof en van een doordachte christelijke levensbeschouwing. 

‘Als je die niet hebt kun je wat oppervlakkig fatsoen aan je kinderen overdragen, maar geen overtuigende waarden en normen. Jongeren voelen het aan of je het meent wat je hen voorhoudt of dat je maar iets doet omdat het nu eenmaal zo hoort.’ 

Interessant. Eerst was er de Bijbelse Waarheid, die werd ontzenuwd door de wetenschap, door mensen als Richard Dawkins. Wellicht constateerden velen, de kritische jongeren voorop, dat de Bijbel dus geen Waarheid bleek, maar een Leugen (of een van de vele Waarheden.) Daar is het allemaal mee begonnen. Filosofie kan redding brengen door mede Levensbeschouwing kritisch te doceren en te doordenken: dan krijg je vele Waarheden, waar je over kan denken, in plaats van later weer te moeten constateren dat het Leugens zijn.

Ethiek aan jongeren leren kan heel goed, zolang er geen Waarheden verkondigd worden. Dan worden dat nooit Leugens en leidt het later niet tot liegen en andere aan lager wal geraakte normen. Dan komt de ruimte voor eerlijkheid en betrouwbaarheid vanzelf.

Trouwens, veel ouderen moeten zich na de Waarheid van de Bijbel ook weer (ethisch) omscholen. 😉

Zie:
Filosofisch Café
* Moreel relativisme stimuleert liegen