Jezus, mens onder de mensen

jezuseenmensenleven

‘De Bijbel is geen ethisch, geografisch of historisch handboek, maar een worsteling met de zin van het bestaan. Prachtig! God is niet op afroep beschikbaar. Prediker weet het uiteindelijk ook niet meer. Hij komt op het volgende uit: ‘Drink een goed glas wijn, geniet van het leven. En zet je in voor gerechtigheid.’ Aldus Cees den Heyer, ooit hoogleraar aan de theologische universiteit van Kampen. Hij voltooide onlangs zijn boek Jezus, een mensenleven. Het wordt 16 december in de Lutherse kerk in Kampen gepresenteerd.

Bovenstaand citaat sprak Den Heyer al in 2006 uit bij Het Vermoeden. Hij vertelde toen ook dat hij aan de Bijbel – naast een heleboel andere inspirerende teksten – graag het Thomasevangelie zou willen toevoegen, en dan met name vanwege de boodschap dat het eeuwig leven niet bestaat, maar dat het leven in het hier en nu is. ‘Het Koninkrijk van God is onder ons, alleen de mensen zien het niet.’


Het is algemeen bekend dat de voormalige hoogleraar de dogmatische leer rondom Jezus heeft afgezworen. In zijn nieuwe boek wil hij op minutieuze wijze de vele gezichten van Jezus beschrijven. In het ruim 600 pagina’s tellende boek gaat hij er velen langs: van de bronnen die iets over de man van Nazareth vertellen, via de dogma’s die daarop ontstonden naar vrijzinnige theologen die het oude Jezusbeeld aan stukken braken. (VVP)


Nu is er dus Jezus, een mensenleven. Volgens boekhandel Paagman heeft Den Heyer afscheid genomen van klassieke dogma’s. In het persoonlijk nawoord in Jezus, een mensenleven schrijft hij onder meer dat Jezus geen godenzoon is geweest.

Jezus was een mens van vlees en bloed, ‘een mens onder de mensen’, een mens die door zijn doen en laten de aandacht trok, een charismatische persoonlijkheid die indruk maakte op zijn tijdgenoten en volgelingen. Een man die pas veel later een mythische status kreeg.’ (Den Heyer)

Zijn uitgever, Rinus van Warven, is ervan overtuigd dat Den Heyer met dit boek een spraakmakend historisch monument heeft neergezet: het resultaat van een levenslange fascinatie voor het onderzoek naar de betekenis van het leven van Jezus van Nazareth.

Het gedachtegoed dat Jezus een mens onder de mensen was, begint steeds meer aan betekenis te winnen. Dat maakt Jezus zo’n fascinerende figuur. (…) Den Heyer zet alle beelden die de afgelopen tweeduizend jaar over Jezus de revue zijn gepasseerd op een rij: van Jezus als godenzoon, Jezus als mens onder de mensen en Jezus als revolutionaire oproerkraaier.’

Fred Sollie schrijft in zijn artikel dat Jezus, een mensenleven het reisverslag is van een persoonlijke zoektocht, waarin voor Den Heyer duidelijk is geworden dat zijn visie op de man uit Nazareth gaandeweg fundamenteel is veranderd, afscheid heeft genomen van klassieke dogma’s en de weg terug volgt naar de bronnen, naar de Bijbel en naar de theologische traditie.


‘Ik heb nooit gesnapt waar het om ging. Dankzij Den Heyer begrijp ik het nu beter. Ik ben zelfs anders tegen mijn eigen ongelovigheid aan gaan kijken. Het gaat om bevrijding, vrede en liefde. Het kostte wat moeite om me door zo’n dikke pil heen te lezen, maar voor mijn proces was alle inspanning de moeite waard.’ (Een niet-gelovige meelezer van het manuscript)


Jezus, een mensenleven | Dr. Cees den Heyer | Uitgeverij Van Warven | ISBN 9789492421395 | december 2017 | Blz. 606 | € 32,50
In Jezus, een mensenleven volgt Den Heyer de weg terug naar de bronnen, naar de bijbel en naar de theologische traditie. In zijn zoektocht staat de vraag centraal: hoe heeft het beeld van Jezus zich ontwikkeld in de tweeduizend jaar na zijn geboorte? Talloze beelden passeren de revue. Jezus krijgt vele ‘gezichten’.

Evolutietheorie en de Godsvraag

evolutietheorie-natuurlijke-selectie-ontdekgodnl

In de 46e Huizingalezing Leven alsof God bestaat stelt Antoine Bodar dat voor christenen de evolutietheorie geen wapen is tegen het geloof in de schepping; dat de beide scheppingsverhalen uit het boek Genesis geschreven zijn door verschillende auteurs en uit verschillende tijden stammen. En dat de teksten geen natuurhistorische feiten betreffen maar een theologische vertelling. 

God heeft de wereld zo geschapen dat die zich zelf zou ontwikkelen. In de schepping heeft Hij de evolutie gegeven. De menswording van de mens is zo het werk van God en van de natuur. Dat de mens een ziel heeft gekregen is aldus volledig Godsgeschenk. De evolutietheorie kan de Godsvraag derhalve volkomen open laten.’

Aan de hand van Joan Huizinga en andere denkers pleit Bodar ervoor de metafysische dimensie van de maatschappij te heroverwegen en godsdienst royaal ruimte terug te geven in de openbaarheid en dus ook in de media. Hij vraagt zich af of de Godsvraag niet eigen en tevens voorbehouden is aan de menselijke soort.

Bestaat God wel of bestaat Hij niet? Volgens George Steiner zijn we met die vraag niets verder gekomen dan Parmenides of Plato. Of misschien zijn we  verder van dat raadsel verwijderd dan zij. Zouden we de vragen over bestaan, sterfelijkheid en het goddelijke voortaan achterwege laten, we zouden de kern en de dignitas (waardigheid) van ons mens-zijn uitdoven. Aldus Steiner.’

Hoezeer wij ook willen beseffen, aldus Bodar, dat dieren en mensen allebei achtenswaardig zijn, toch kent het dier het metafysisch denken niet: dat komt de mens toe.

Ik vraag om begrip voor het metafysische denken dat dus transcendentie toelaat, al was het maar alleen om ons mensen wat bescheidener te doen zijn en het onzichtbare naast het zichtbare te kunnen bevroeden.’

Bodar stelt dat het de taak van een mens is in een geseculariseerde cultuur aan het bovennatuurlijke vorm te geven.

Wie eens is geraakt door het absolute dat ons te boven gaat of aangeraakt is door de Absolute Die ons wenkt, die is geroepen daarvan getuigenis af te leggen en niet na te laten daarover te spreken.’

Volgens Bodar is het zo dat waar de godsdienst verdwijnt de ideologie opduikt die altijd alleen hoogst tijdelijk blijkt.

Duurzaam verbindt ons onderling het ideale doel dat buiten ons zelf ligt en dat verder reikt dan tijdelijkheid om ten minste uitzicht te houden op eeuwigheid, zoals al het zichtbare zich zelf niet genoeg is omdat in het onzichtbare eerst de diepte van hetgeen we waarnemen wordt bevroed en tot helderheid leidt. Anders zijn de vlaggen wel wapperend en de machines wel draaiend, terwijl de over niets meer gaande bezetenheid blijft en de geest dienovereenkomstig geweken.’

Liever wil Bodar plaats laten aan de cultus die naar de oorsprong leeft uit verticaliteit die tot buiten en vooral boven ons voert en als gevolg daarvan eerst leeft uit horizontaliteit die mensen onderling verbindt. Die verdient overweging bij filosofen en andere denkers zoals dichters en componisten, bij hen althans die durven dromen voorbij aan de eigen tijd.

Muziek geeft stem aan eeuwigheid en brengt de kosmos in het midden die naar Plato en Pythagoras de maat in muziek bepaalt die zo als echo van eeuwigheid God eert en ons beroert en vermaakt.’

De priester en hoogleraar stelt dat van al wat wij hebben verloren de zin voor het heilige, het ons te boven gaande dat niettemin wenkt en fascineert en aangrijpt, het meest wezenlijke is.

Hervinding van het heilige, dat van ons zelf afleidt en naar de originele cultus terugleidt, is begin van nieuwe dienstbaarheid, nieuw benul van maat, nieuwe levensvreugde in wederkerig gunnen, nieuw élan God niet uit te sluiten maar in te sluiten, nieuwe betovering om goedheid en schoonheid en waarheid die om onze verdere ontdekking roepen.’

Bron: ‘Leven alsof God bestaat’ (KRO)

Beeld: ontdekgod.nl

Zoektocht naar God vindt stralend middelpunt

labyrintChartresKatehdraalmlivecom

‘In Het kruislabyrint wordt geen enkele vraag uit de weg gegaan. Of het nu gaat om het geloof in de Schepper versus evolutionisme of om de vraag of de religies van de mensheid inclusief het christelijk geloof wellicht berusten op collectieve psychose.’ Dr. Wim Dekker zei dit bij de presentatie van dit vorige maand verschenen boek van André F. Troost, waarin Max Thomassen op de valreep van zijn emeritaat wordt bestormd door diverse theologische vragen. In dit boek gaat het – ondanks verhalende aspecten – vooral om de theologische inhoud.

De titel van dit boek is veelzeggend. De zoektocht naar God is niet een telkens doodlopende route door een duister doolhof, ook al lijkt dat soms zo te zijn. De zoektocht naar God lijkt veel meer op een labyrint, waarin men wel lijkt te verdwalen, maar waarin je in feite via tientallen omwegen geleid wordt naar een stralend middelpunt.’ (Uit: Het kruislabyrint)

Volgens Dekker kan in de vele dialogen, die in het boek voorkomen, ieder die weleens diepe twijfel koestert aangaande het hele gebouw van de christelijke waarheden wel ergens zichzelf terug vinden, en nergens wordt hij dan gelijk weer afgeserveerd met een christelijk apologetisch argument.

Een simpel boek is het niet geworden: het is geschreven voor lezers met een royale belangstelling voor theologie. In elk geval worden kritische kwesties, opborrelend na lezing van de Bijbel, niet met een vrome verfkwast vlotjes weggesausd.’ (Dekker)


Ik zag het opeens allemaal weer voor me: de verslagen die ik opdiepte uit mijn archiefdozen, de herinneringen aan al die uiteenlopende vormen van religie; de tempels voor de vele goden van de hindoes in Nepal, het heiligdom van Boeddha in Kathmandu, de portretten van de ayatollahs in Teheran, de moskee annex synagoge in Hebron, de woestijn rond Beersheba, de Sint Pieter in Rome, de Wartburg in Eisenach, de Amish People in de omgeving van Washington, de Marble Collegiate Church van Norman Vincent Peale … Het duizelde me. Hoe kan een mens zich een weg banen in dit oerwoud van religies, kerken en geestelijke stromingen? Om van die ingewikkelde uitspraken over de Drie-eenheid tijdens de synodes in Nicea en Constantinopel maar te zwijgen. Hoe vindt een mens in dit doolhof God?’ (Uit: De godenzoon – in: Het Kruislabyrint)


andretroostMet de verbindende verhaallijn wil hij niet verdoezelen dat het in feite gaat om exegetische en dogmatische knelpunten, zegt André F. Troost (foto: cover boek) in het voorwoord van zijn boek.

Het romantische aspect is een poging te voorkomen dat een puur theologisch betoog zou verzanden in een woestijn van dorre theorie. Per slot van rekening gaat het hier wel om theologische beslissingen die wereldwijd geleid hebben tot kloven vol haat, oorlogen en terreur, tot op de dag van heden.’ (Troost)


Sam keek me even aan om na te gaan of ik zijn verhaal nog wel volgde. Blijkbaar had hij er wel vertrouwen in, want al gauw vervolgde hij zijn Bijbelles. ‘Daar komt nog iets bij, Max. Het is nog maar de vraag of Johannes 10:33 wel goed vertaald is. ‘U beweert dat u God bent’. Maar staat dat er eigenlijk wel? Vanuit het Grieks kun je ook vertalen: ‘U beweert dat u een god bent’.’ ‘Een god? Sam, wat mankeer je toch?’ ‘Rustig blijven, Max. Weet je wel wat de Luthervertaling van 1545 hier heeft? Houd je vast: ‘und machest dich selbs einen Gott’. Einen Gott!’ (Uit: De sleutel – in: Het kruislabyrint)


Ook zegt Troost dat, theologisch gezien, dit boek draait om de vraag of de klassieke leer van de Drie-eenheid (Vader, Zoon en heilige Geest) niet onnodig frustrerend is in het onderling gesprek van de drie grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam.

In een wereld vol religieus getint terrorisme is bezinning vanuit een theologische invalshoek geen overbodige luxe…’ (Troost)

HetkruislabyrintSoms wordt het zelfs zo spannend, volgens Dekker, dat hij zich afvraagt of de schrijver zelf nog grond onder de voeten overhoudt, en uiteindelijk blijkt dat wel zo te zijn, maar niet gevoel en verstand geven dan de doorslag, doch de wil.

Eigenlijk zijn het twee boeken in één. Het ene boek gaat over geloven de twijfel te boven in de diepste zin van het woord. Het andere boek zoomt in op een punt, waar bij de schrijver ooit twijfel zich diep vastzette: Is Jezus wel de Zoon van God?’ (Dekker)

Dekker is wel bang dat de schrijver zijn hand overspeelt wanneer er tegelijk herhaaldelijk een pleidooi gevoerd wordt om het God-zijn van Jezus als het grote struikelblok tussen de drie monotheïstische religies op te ruimen: omdat hier nog heel veel meer vragen aan vastzitten. Hij vindt wel dat het God zijn van Jezus na alle plussen en minnen nog behoorlijk overeind blijft. Meer dan het jodendom kan verdragen, vreest hij en zeker meer dan de Islam dat kan en nodig acht.

Zie:

  • Ons gevoel en ons verstand …
  • Het kruislabyrint | ISBN paperback 978 90 239 2889 8 | ISBN e-book 978 90 239 2890 4 | NUR 703 |  20 10 2017 | © Uitgeverij Boekencentrum, Utrecht | € 20,00 | E-book: € 9,99  | ‘Dit boek is een mengeling van feit en fictie – een Bijbelstudie, omlijst door een geromantiseerd tafereel: de laatste werkweek van een bijna emeritus predikant in zijn kleine gemeente aan de kust. Wie meent in dit boek iemand te herkennen, vergist zich. Dat neemt niet weg dat de hoofdrolspeler in dit boek en ondergetekende wel wat op elkaar lijken … Hoe dan ook, de belangrijkste geloofsworsteling die in dit boek beschreven wordt, is volledig authentiek. De kernvraag in dit boek was jarenlang ook de mijne: hoe kan Jezus God zijn?’ (Troost)

Beeld:  Labyrint in de kathedraal van Chartres, Frankrijk (mlive.com)