God 3.0: ‘Hé, God, laat je niet kennen!’

God 30

Zwevende gelovigen zijn in de meerderheid in Nederland: gelovigen die niet meedoen in een geloofsgemeenschap. Ze zoeken hun eigen weg zonder vaste grond onder hun voeten te hebben. Zwevende gelovigen zijn echter geen spirituele zwevers die zich weinig in de realiteit begeven, maar gewoon gelovigen die (nog) niet weten waar ze werkelijk willen staan; in ieder geval niet in een geloofsgemeenschap.

‘Tussen de uitersten van het geheide geloof en het even geheide atheïsme zoeken de meeste mensen hun plekje op de levensbeschouwelijke markt, al dan niet aan de hand van media en bestsellers. In dit boekje verken ik de keuzes waar zij mee te maken krijgen en waar ik ook zelf mee bezig ben. Ook ik ben van zekerheid naar twijfel gegaan. Bovendien heb ik onderzoek gedaan naar allerlei soorten geloof. Ik zoek naar een werkbare manier om met twijfel, godsbeelden en levensbeschouwelijke verschillen om te gaan. De God die ik zoek noem ik God 3.0. Zoek vooral mee.’ (Uit: God 3.0)

André Droogers schreef: God 3.0, Voorbij godsdienst en atheïsme, over hoe God er uitziet in de 21e eeuw. Hij stelt hierin dat vooral vrijzinnige christenen luisteren naar de wetenschappers en proberen geloof en wetenschap allebei recht te doen. Volgens Droogers moeten we dus rekening houden met de atheïstische kritiek èn met de vrijzinnige visie.

‘Maar hoe noem je dan nu het geloof van twee derde van de Nederlandse bevolking buiten de kerk? Is er een term voor hun niet-georganiseerde, vrijblijvende, maar toch wel religie-achtige beleving? ‘Spiritualiteit’ is een begrip dat lijkt te voorzien in die leemte. Mensen zeggen niet meer zo gauw dat ze ‘religieus’ zijn of zelfs dat ze ‘geloven’. Als je zegt dat je religieus bent, vermoedt je gesprekspartner dat je fanaat bent. En wie zegt dat hij gelooft, wordt nog steeds gezien als iemand die elke zondag in de kerk zit. Het is veel meer politiek correct te zeggen dat je ‘iets hebt met spiritualiteit’.’ (Uit: God 3.0)

droogers_tcm30-35328

NieuwWij interviewde 13 februari André Droogers (foto: fsw.vu.nl), onder de kop ‘Gelovigen vind je nu vooral buiten de kerkmuren’. Een gesprek over religieuze opvoeding, godsbeelden, atheïsme en God 3.0. Droogers gelooft nog altijd in God, al is zijn Godsbeeld veranderd. Hij zit in de vrijzinnige hoek.

‘Elke tijd krijgt een God die hij verdient. Na God 1.0 kwam in de moderne tijd God 2.0. Onze tijd met zijn globalisering en nieuwe verhoudingen en problemen vraagt om God 3.0. God 3.0 houdt van variatie. Ze is niet langer een exclusief bezit, maar van en voor iedereen die wel of niet gelooft. Zij komt tegemoet aan de kritiek van atheïsten. Op haar gezag houden godsdiensten op elkaar te bestrijden, maar pakken ze armoede, oorlog en milieuvervuiling aan. Religie wordt een toonbeeld van tolerantie.’ (AD)

Op de vraag aan Droogers, wat hij zou vragen als God gewoon bestaat en hij God morgen een vraag per mail mag sturen, antwoordt de emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de VU:

‘Meer een advies: ‘Hé, God, laat je niet kennen. Adieu, André.’

Bronnen:
* God 3.0 (Informatie van uitgever Parthenon)
Gelovigen vind je nu vooral buiten de kerkmuren’  (NieuwWij)

Update 10-11-2024 (Lay-out – aangepaste links)

Ontsluiert de wetenschap het mysterie God?

cloud-question-mark-original
Godsbewijzen, maar God blijk je er toch niet mee te vinden. Hij blijft een mysterie – een illusie? – alle religiedebatten ten spijt. ‘Kennis belemmert God,’ vindt Jaap Marinus. ‘Is het goddelijke, en misschien ook God zelf, in aftocht door het imperialisme van de wetenschap?’ zegt Hans van Eyghen. Taede A. Smedes vraagt zich af: ‘Hoe kan je troost en verzachting van pijn vinden in iets dat je als illusie beschouwt?’

Smedes zegt dit in een recensie van Wat is God? over God zoeken en niet vinden. Dat is wat Ton de Kok doet. Die vond wel wijsheid: ‘de wijsheid van de ratio.’ Hij vond kracht: ‘de kracht van de standvastige atheïst.’ En vond schoonheid: ‘schoonheid in de diepzinnigheid van de mystici.’ En in die wijsheid, kracht en schoonheid: ‘troost, troost en verzachting van pijn.’ De terechte reactie van Smedes is dan:

‘Maar wat had ik graag precies dáár wat meer over gelezen! Want hoe zit dat dan, dat je troost vindt en verzachting van pijn in iets wat je als een illusie beschouwt? Hoe rationeel is dát?’

Marinus heeft over kennis die onttovert, een ontwikkeling die de modernisering typeert: de bliksem komt niet langer meer van dondergod Thor. Die is dood. Maar hij stelt:

‘Hoe veel mooier is de wereld niet zonder de belemmering van al die info in je hoofd? Bedoelde Jezus dat misschien toen hij zei dat we moeten worden als de kinderen? Zoals ik vroeger naar muziek kon luisteren? En wat te denken van Jezus’ uitspraak: ‘zalig zijn de armen van geest’?’

Van Eyghen heeft het – verwijzend naar een gedicht van Edgar Allen Poe – ook over de onttoverde wereld waarin de wetenschap met haar starre blik alles verandert, en niet ten goede. Hij heeft echter – in zijn blog over het wetenschappelijk imperialisme – niet de indruk dat het goddelijke, en misschien ook God zelf, in aftocht is door het imperialisme van de wetenschap. Hij ziet zelfs lichtpuntjes en is onder meer van mening dat zelfs de moderne fysica niet verantwoordelijk geacht kan worden voor de achteruitgang van het scheppingsgeloof: ‘een groot aantal filosofen ziet er zelfs eerder aanwijzingen voor het bestaan van God in’. Eigenlijk gelooft Van Eyghen helemaal niet in het wetenschappelijk imperialisme argument.

‘Het geeft wel aan dat wetenschap waarschijnlijk meestal niet de drijvende kracht is achter ongeloof en dat het ‘wetenschappelijk imperialisme argument’ niet echt hout snijdt. De Australische filosoof James Ladyman zei onlangs in Amsterdam dat filosofen vandaag niet méér redenen hebben om niet in God te geloven dan Lucretius of twaalfde-eeuwse boeddhistische filosofen. Antwoorden op vermeende conflictclaims kunnen het debat vrijmaken van verregaande simplificaties de weg banen voor een diepere discussie over geloof en ongeloof.’

In zijn recensie zegt Smedes tot slot dat geen van de in het boek Wat is God opgevoerde grote denkers zich heeft kunnen loszingen van de Godsvraag, hoe kritisch ze ook staan tegenover het soms al te menselijk geloof, van God los komt er echter niet één.

‘Zelfs atheïsten als Schopenhauer, Nietzsche, Sartre en Camus bleven in hun denken voortdurend cirkelen rond de vraag naar God. En zo blijft aan het eind het antwoord op de vraag ‘Waarom is er iets en niet niets?’ open. En blijft het mysterie van God staan. Hoe rationeel of irrationeel is dat? De standvastige atheïst zwijgt.’

Misschien is het waar dat de wetenschap het mysterie van God niet echt oplost. Echter de vele Godsbewijzen of -argumenten vanaf de Griekse oudheid tot en met nu geven wel te denken. Men leze de kosmologische Godsbewijzen, of de ontologische, de teleologische, en andere. René Descartes sprak mij ooit – al eerste – erg aan, ook al is op hem ook weer kritiek mogelijk. Daarnaast is er het mysterieuze van het geloof, van het vanbinnen wéten van het bestaan van God, de ‘grond van alle zijnden’. En met het bijzondere en het wonderlijke van wat de wetenschap allemaal ontdekt over onze wereld, versterkt dat voor mij de stellige overtuiging van het bestaan van een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos.

Zie:
* God zoeken, en niet vinden
* Kennis belemmert God
* Wetenschappelijk imperialisme

Illustr: ypinabby.blogspot.com

Air Amsterdam: Paul Cliteur vraagt zich vanavond af of religie aanzet tot geweld

universiteit-flyer
‘In kille abstracties als Paul Cliteurs goddelijke bevelstheorie zal geen enkele gelovige zich herkennen, behalve misschien de meest godsdienstwaanzinnige.’ Dat zegt de christelijk-gereformeerde theoloog Stefan Paas over Cliteur die het steevast doet voorkomen alsof God beveelt en de gelovigen dan blind gehoorzamen. In protestantse kring heet dat volgens De Groene Amsterdammer: ‘Een antihistorisch beeld:’

‘De geschiedenis van het recht op opstand, van de zestiende eeuw tot nu, toont allerlei vormen van religieus engagement dat antifundamentalistisch is, een beroep doet op het eigen geweten en het pluralisme liefheeft.’ (DGA)

Vanavond treedt hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap, Paul Cliteur, op in de Universiteit van Nederland in Air Amsterdam. Over een poos is dat te zien op internet. Cliteur zal zijn beeld van blind gehoorzamen wel weer gebruiken in zijn verhaal in RECHT & RELIGIE: Zet religie aan tot geweld?

‘Moord, mishandeling of verstoten worden, omdat je je geloof de rug toekeert of een andere godsdienst aanhangt. Ruim driekwart van de wereldbevolking leeft in landen waarin religieus geweld aan de orde van de dag is. Professor Paul Cliteur deed onderzoek naar de relatie tussen religie en geweld. In onze collegezaal behandelt hij de herkomst van religieus geweld en deelt hij zijn visie hoe wij als democratische rechtstaat met deze vorm van terreur moeten omgaan.’ (UVN)

Paas vindt het beeld van Cliteurs kadaverdiscipline vals. Wellicht stelt Cliteur zich ook vanavond in Air Amsterdam polemisch op, al lijkt volgens Paas ‘iedereen wat moe van dat polemisch gedoe van de afgelopen jaren’. Paas en theoloog Rik Peels proberen volgens journalist Marcel ten Hooven in De Groene in hun boek God bewijzen ontspanning te brengen ‘in dat ontwrichte gesprek’, waarvan Herman Philipse zegt dat ‘dit on-Nederlands argumentatieve boek de maatschappelijke discussie over geloofszaken naar een hoger plan tilt.’ DGA heeft trouwens in een boeiend artikel uitgebreid stilgestaan bij Paas & Peels, maar ook bij Ernst van den Hemel en Ger Groot en Roger Scruton.

event_image_47Volgens predikant H. Klink betoogt Paul Cliteur (foto: UVN) in Het monotheïstisch dilemma dat alle godsdiensten heel gemakkelijk gewelddadig kunnen worden en om die reden een gevaar kunnen vormen voor de rechtstaat.

‘Cliteur pleit dan ook voor een volstrekt seculiere staat, waarin godsdienst buiten de publieke orde wordt gehouden. Zijn pleidooi doet onwillekeurig denken aan de titel van een ander boek: ‘Radicale verlichting’, van Jonathan Israel. De Britse historicus pleit in dit boek tussen de regels door voor een radicaal atheïsme.’ (HK)

Of Cliteur hier vanavond ook voor pleit, is te verwachten, hoewel iedereen kan vroeg of laat door voortschrijdend inzicht worden getroffen. Volgens politiek columnist Bart Jan Spruyt – over een artikel van Cliteur over de vrijheid van godsdienst – presenteert hij ‘zijn verhaal als een betoog over dingen waarvan hij verwacht dat ze gaan gebeuren, terwijl hij ze in feite bepleit’.

‘Maar je vraagt je niet alleen af waar Cliteur zich mee bemoeit, je vraagt je ook af waar hij nou precies bang voor is. Het vervelende, en ergerlijke, aan zijn uitlatingen is, dat zij worden gedaan door iemand die in 2003 heel erg geschrokken is omdat enkele vrienden vanuit islamitische hoek werden bedreigd, die daarna jarenlang heeft gezwegen, en nu de wind van een seculiere meerderheid in zijn rug voelt en zich daarom aan de voorhoede durft te stellen van een spraakmakende factie die zich tegen álle religie als zodanig keert. Terwijl het hem natuurlijk om de islam gaat. Maar dát durft hij nog steeds niet te zeggen.’ (BJS)

Nationaal religiedebat: Het boek is beter

CSC_0018
Het leek alsof Herman Philipse hèt argument van de avond had gevonden, toen hij christenvervolger Paulus te voorschijn toverde die op weg naar Damascus een visioen kreeg en op slag christen werd nadat hij tegen de grond was gevallen. Nee, hij was epilepticus, luidt de seculiere verklaring; dat zou iedere psychiater zeggen. Er zou geen christendom geweest zijn. Rik Peels antwoordde gevat dat je nooit een diagnose mag stellen voordat je de patiënt hebt gezien.

Maarten Boudry reageerde hierop ook laconiek door te stellen dat je een God die je nooit hebt gezien dan ook niet almachtig kunt noemen. Dat waren tevens de uitsmijters van een bij vlagen boeiend debat dat nooit echt op gang mocht komen. Te veel verwezen de vier heren naar elkaars boeken die ze beter moesten lezen of niet goed hadden bestudeerd. Te snel werd het publiek erbij betrokken. Zeker twee keer leek het debat juist aan inhoudelijkheid te winnen, maar werd dan de nek omgedraaid door gesprekleider Markha Valenta die schijnbaar de hete adem van het publiek in haar nek voelde.

DSC_0002In Felix Meritis in Amsterdam ging het woensdagavond over de vraag of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof funest is voor de moraal. Filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas kruisten de degens met hoogleraar Herman Philipse en wetenschapsfilosoof Maarten Boudry. Volgens Peels en Paas zijn heel veel overtuigingen redelijk, ook als je er geen argumenten voor hebt, maar Philipse stelde vragen bij de religieuze kenbronnen: ‘Openbaringen (onderling tegenstrijdig), visioenen, voortekenen, religieuze ervaringen worden in deze  tijd psychiatrisch verklaard.’

Philipse leek als door een horzel gestoken toen het ging over geloven zonder argumenten. Dat kon echt niet. Hij moest snel spreken, want had van zijn tien minuten spreektijd ‘nog maar 2,5 minuut om het bestaan van God te ontkennen’. Alles moet van hem rationeel bewezen worden. Ervaringen van God zijn onmogelijk. Is godsgeloof redelijk? Dat behoeft precisiering. Voor wie is het redelijk? In welke God? Wat is redelijk? Religieuze ervaringen zijn logisch onmogelijk. Nergens op gebaseerd. God is onlichamelijk, oneindig, enz. Hoe kan men zoiets ervaren? De mens is eindig; hij kan geen oneindige God ervaren. Beschrijvingen zijn geen godservaringen, maar ervaringen van geluk of zo, vond Philipse.

DSC_0015
De zintuigen kwamen dus aan de orde. Het ging een tijdje over de onmogelijkheid een oneindig lange lijn te kunnen ervaren, zoals P&P stellen, stelde Philipse. Een eindig lijnstuk kun je ervaren, maar niet een oneindig lange lijn. Dit in vergelijking met godservaringen. Hoe weet je dat iets oneindig is? Omdat veel mensen dat zien? Volgens Philipse lijken godservaringen qua vermeend object niet voldoende op zintuiglijke waarnemingen. Maarten Boudry vroeg zich grappend af waarom zo verknocht aan superlatieven over God; een gewoon bovennatuurlijk mens is al heel wat.

Over de natuurlijke aanleg van de mens voor religie werd ook gesteggeld. Volgens P&P moet religie niet de vrije loop gelaten worden, ook niet uitgeroeid, maar in cultuur gebracht. Nee, vond Philipse, we moeten geen religie ontwikkelen, maar de wereldbeschouwing. Religie moet weggesnoeid worden. De ‘impuls’ religie is gewoon wereldbeschouwing. Dàt moet ontwikkeld worden.

816a642e-d50e-4d87-8c11-60eaa7d9c08d_0_Paas en Peels_God bewijzen internetGekibbel was het veelal. Philipse noemde dit debat vooraf al een religiedebatje. Dat was het ook. Het kwam niet goed uit de verf. Volgende keer een debat zonder inmenging van het publiek, beter geleid. Het boek van Paas en Peels is beter. Ik lees het weer, dan krijg ik het overzicht terug, want dit debat was vooral verwarrend. Het religiedebat voor het eerst op hoog niveau? Niet echt. Echt niet.

Foto’s: PD – Boven: De zaal loopt vol, uitverkocht.

‘Atheïsme was goed genoeg voor deze idioten’

atheismthinkreasonnetcom
Ray Comfort maakte een nieuwe film waarin hij (de gevolgen van) de evolutietheorie tegenover God en de Bijbel plaatst. Hij maakte de film ‘Evolution vs God’ naar aanleiding van een uitspraak van de bekende atheïst Richard Dawkins dat ‘geloof het grote excuus is om de noodzaak tot nadenken en het beoordelen van bewijs te vermijden’. Comfort wil in deze film weten of Dawkins gelijk heeft en waar hij dat dan op baseert. Waar kan hij dan beter terecht dan onder studenten en professoren?

In de film toont Comfort onder meer de uitspraak van Richard Dawkins dat ‘geloof het grote excuus is om de noodzaak tot nadenken en het beoordelen van bewijs te vermijden’ en laat zien dat de atheïstische studenten zich daaraan schuldig maken. Jan Rein de Wit, hoofdredacteur van Magazine WEET, schreef er een recensie over.

‘Ditmaal voegt hij zich als een lam onder de wolven op de universiteitscampus en bevraagt eindejaarsstudenten natuurkunde, (bio)chemie, biologie, ecologie en geologie over evolutie. Hij gaat zelfs het hol van de leeuw binnen door rechtstreeks de hoogleraren te benaderen. Voor de camera krijgt hij de professoren PZ Meyers (biologie), C Stanford (biologie en antropologie), P Nonacs (ecologie en evolutionaire biologie) en GE Kennedy (antropologie). Hoewel hij haast amicale gesprekken met hen lijkt te voeren, wordt haarscherp duidelijk dat het allen felle atheïsten zijn die radicaal en bewust tegenover de Bijbel staan. God bestaat in hun ogen niet.’

Ray_ComfortIn deze film verwijst de bekende Amerikaanse evangelist Ray Comfort (foto: wikimedia commons) ook naar websites die vaak bekende ‘atheïsten’ tonen als voorbeeld in een poging om aanhangers te winnen. Terwijl die bekende mensen in kwestie niet eens atheïst waren. Boven dit blog is een populaire atheïstenposter te zien, afkomstig onder meer van websites als Positief Atheïsme – de site voor mensen die zelf durven denken. Met daarop Ernest Hemmingway, Abraham Lincoln, Carl  Sagan, Mark Twain, Thomas Jefferson, Benjamin Franklin, Albert Einstein en Charles Darwin. En daaronder de slagzin: ‘Atheïsme was goed genoeg voor deze idioten’.

Abraham Lincoln was geen atheïst. Hij zei: ‘Ik weet dat de Heer altijd aan de kant staat van de rechtvaardigen. Ik bid voortdurend dat dit land aan de kant van de Heer staat.’ Carl Sagan zei: ‘Ik ben agnostisch.’ Mark Twain haatte religie, maar was zeker geen atheïst. Hij zei: ‘Niemand van ons kan zo groot zijn als God, maar we kunnen wel even goed zijn.’ Benjamin Franklin: ‘God regeert over wat de mens doet.’ Thomas Edison: ‘De mens heeft een grote baas. Een Opperwezen dat voor de wereld zorgt.’ Thomas Jefferson: ‘Zeg niets over mijn geloof. Het is alleen aan mezelf en mijn God bekend.’

Albert Einstein wees de Bijbel af als Gods woord. Hij zei dat niemand de Schepper kent en vond het kinderachtig God een persoonlijke God te noemen. ‘De hele kosmos openbaart zich in zulk een ordelijke harmonie dat kan ik met mijn beperkte kennis amper bevatten. Toch zijn er mensen die beweren dat er geen God is. Ik word echt boos dat ze mij aanhalen als verdediger van hun standpunt. Ik ben geen atheïst.’ Mensen die de Schepper afwezen noemde hij ‘fanatieke atheïsten’. Charles  Darwin: ‘Ik ben nooit een atheïst geweest.’

‘Van de acht bekende mensen op de poster was er maar één atheïst. Ernest Hemmingway. In 1961 pleegde Hemmingway zelfmoord door de loop van zijn geweer in zijn mond te stoppen en te schieten. Ook al beweerden sommige van deze mannen in God te geloven, wil dat niet zeggen dat ze in de God van de Bijbel geloofden. Of dat ze christen waren. Maar als atheïsten deze mannen of agnosten gebruiken alsof het atheïsten zijn, zijn ze oneerlijk.’

Anderen, die genoemd werden in de film van Comfort, zoals Amerikaans astrofysicus en agnost Neil de Grasse Tyson, zeiden: ‘Ik ben het niet eens met de bewering van atheïsten dat ik een van hen zou zijn.’ En de wiskundige die dagelijks de Bijbel bestudeerde, Isaac Newton: ‘Dit mooie systeem van zon, kometen en planeten kon alleen voorkomen onder het toezicht en heerschappij van een intelligent en machtig wezen.’

Zie: Evolution vs God (De film is hier Nederlands ondertiteld.)

Foto: Positief Atheïsme