Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

‘Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan’

Ruim een eeuw geleden is ook even geopperd geweest dat Jezus misschien een mythisch figuur was. In het Derde Rijk schijnen mensen te zijn geweest die liever helemaal geen Jezus hadden dan een joodse Jezus. Meer aanhang heeft de mythische Jezus in feite niet. – Dit zegt historicus Jona Lendering als reactie op de vraagtekens die mensen zetten achter het bestaan van Jezus.

‘Degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, ontkennen geen van allen Jezus’ historische bestaan’
(historicus Jona Lendering)

De ophef in de media over de historiciteit van Jezus werd afgelopen jaar nieuw leven ingeblazen door predikant Edward van der Kaaij, die vorig jaar het boek De ongemakkelijke waarheid van het christendom schreef. Volgens Lendering heeft Van der Kaaij zich bijgeschoold, maar met de verkeerde boeken: boeken waarin staat dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten en dat het christendom een afgeleide is van de Osiriscultus. Volgens Lendering kreeg Van der Kaaij te veel ruimte in Trouw die volgens hem een eeuw wetenschappelijk onderzoek genegeerd heeft.

Trouw weet blijkbaar niet dat degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, geen van allen Jezus’ historische bestaan ontkennen. De historiciteitsdiscussie is alleen actueel in het hoofd van de Trouw-redactie, van een verwarde dominee en van zijn verwarde geestverwanten.’ (Lendering)

Trouw heeft volgens Lendering een en ander proberen recht te zetten door ruimte te bieden aan theoloog Sam Janse die argumenten vóór het bestaan van Jezus’ bestaan mocht noemen.

Het probleem is dat Janse, die zeker niet zonder verdienste is, weinig weet van hedendaagse wetenschapscommunicatie. Trouw heeft niet gezocht naar iemand die met kennis van zaken én met kennis van voorlichting te werk kon gaan. Nu wordt het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen inderdaad slecht uitgelegd, maar er zijn wel een paar mensen die het kunstje verstaan. Trouw heeft die niet weten te vinden.’ (Lendering)

Wie een motief heeft om aan de historiciteit van Jezus te twijfelen, stelt Lendering, kan geen adequate informatie vinden op de plek waar een normaal mens anno vandaag de dag op zoek gaat naar informatie, online.

Daar is noch een adequaat aanbod van feitelijke informatie, noch een website waar de historisch-kritische methode wordt uitgelegd. Een aanzienlijk deel van de verwijten die wetenschappers maken aan mythicisten, komt als een boemerang terug: het mythicisme kan zijn comeback maken doordat in de geesteswetenschappen de wetenschapsvoorlichting niet met haar tijd is meegegaan.’

Volgens Lendering houdt de mythische Jezus het denkbeeld in dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Deze gedachte is al vrij oud en is in de twintigste eeuw verdwenen, zoals we ook weinig meer horen over flogiston, de holle aarde of craniometrie. Over Jezus, mythen en voorlichting schrijft de historicus uitgebreid op zijn weblog.

N.B. Over verkeerde boeken gesproken… Dit blog plaats ik als tegenhanger van het blog van gisteren. Een ander geluid. Opdat de queeste blijft: Het debat over Jezus wordt vervolgd.

Zie:
3 x Jezus: vragen en antwoorden
* Jezus, mythen en voorlichting (1)
* ‘Jezus heeft nooit bestaan’

Gerelateerd: De mythe van de mythische Jezus

Foto: © epa. Een fragment van de Dode Zeerollen in een Israëlisch onderzoeksinstituut

Update 20 01 2024, 10 12 2024 (Lay-out, foto, links)

 

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)

‘De islam gaat imploderen en dat zal gewelddadig zijn’

islam.jpg

‘De Koran is op dit moment de gevaarlijkste illusie’, zegt Maarten Boudry in het magazine EOS. Al eerder zei hij bij Liberales dat de gevaarlijkste illusie de letterlijke interpretatie is van wat er neergeschreven staat: juist ‘de overtuiging dat illusies, en met name godsgeloof, goedaardig en onschuldig zijn, is zelf een gevaarlijke illusie’. Politiek wetenschapper Annie Laurent stelt nu bij Didoc dat de islam onverbiddelijk ineen zal storten en dat dit ‘groot leed zal veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven’.

Ik zeg niet dat de islam morgen zal ineenstorten, maar wel dat hij zal ineenstorten, onverbiddelijk, en dat zal groot leed veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven. Het zal decennia duren en zich vertalen in vreselijke conflicten! Een van de krachten van de islam is dat hij zich belast met heel de mens. Het is een erg omlijnde religie, waarin het geweten niet aangesproken wordt. Iedere persoon die dit kader verlaat zal een diepe existentiële crisis meemaken.’

Annie Laurent is schrijfster, journaliste en specialist op gebied van het Midden-Oosten, en heeft een master in Internationaal Recht. Zij haalde een doctoraat in politieke wetenschappen met haar thesis over ‘Libanon en zijn omgeving’. In het artikel De zwakheid van de islam beschrijft Laurent de hedendaagse islam als een religie ten prooi aan een diepe crisis die zelfs zijn bestaan op losse schroeven zou kunnen zetten.

De islam wordt op dit ogenblik ernstig in vraag gesteld. De moslims hebben overal ter wereld toegang tot het internet, zelfs in Saoedi-Arabië. Zij zien andere denkwijzen, andere manieren om de religie te begrijpen. Een deel ervan leeft in landen met christelijke wortels, en dat vertaalt zich natuurlijk naar vragen over hun eigen oorsprong. Sommigen ergeren zich met name aan de aanspraak van de islam om heel hun leven te beheersen met willekeurige voorschriften. Ieder jaar zijn er in Marokko jonge mensen die op de pleintjes eten in volle ramadan en zo het religieus verbod naast zich neerleggen. Zij worden trouwens regelmatig opgepakt door de politie.’

Geweld is een teken van zwakheid!’ antwoordt Laurent als Didoc stelt dat in vele landen zoals Irak, Saoedi-Arabië of Pakistan de islam steeds strenger wordt, en vaak gewelddadig. Niettemin stelt zij dat er een interessante ontwikkeling gaande is, al is zij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.

Er is een interessante ontwikkeling aan de kant van wat men ‘de nieuwe denkers van de islam’ noemt. Ik denk aan Abdelmajid Charfi, auteur van ‘De islam tussen boodschap en geschiedenis’. Een andere Tunesiër, Mohammed Charfi, had een leerstoel onder Ben Ali en heeft ‘Islam en vrijheid’ geschreven. Maar vaak worden zij slecht onthaald! In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is het nog moeilijker voor hen geworden om zich te uiten sinds de Arabische lente. Zoals Nasr Abou-zeid, die als afvallige verbannen werd en naar Nederland moest vluchten, zei: het lot van deze intellectuelen stemt mij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.’

Zie: De zwakheid van de islam

Illustr: Fubar.mobi

Meer harmonie tussen geloof en wetenschap dan velen erkennen

jezusversusdarwin

‘Wetenschap ontleent haar krediet grotendeels aan haar vermogen om tal van levensbeschouwelijke stromingen en groeperingen, inclusief godsdienstige, te verenigen rondom gemeenschappelijke cognitieve aanspraken.’ – Aldus prof. dr. Gijsbert van den Brink in zijn rede over conflict en consonantie tussen geloof en wetenschap, waarover Geloof & Wetenschap verslag doet.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.’ (G&W)

Van den Brink spreekt dan ook van een conflict-mythe, wat voor hem overigens niet betekent dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.’ (G&W)

Binnen het consonantiemodel zijn er volgens Van den Brink ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’, en waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waarnaar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ (G&W)

Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam adviseert Van den Brink in tijden van toenemende levensbeschouwelijke spanningen én groeiende wetenschapsscepsis de consonantie te koesteren.

Daar waar sprake is van dissonantie tussen geloof en wetenschap, komt het er intussen op aan deze productief te maken, door alert te zijn op grensoverschrijdingen van beide zijden en – voor de theologie – door geconsolideerde wetenschappelijke kennis vanuit de eigen bronnen in een verhelderend zingevend kader te plaatsen.’ (VU) 

Zie:
Meer consonantie tussen geloof en wetenschap dan gedacht
Hoogleraar theologie en wetenschap op zoek naar consonantie

Update 30-12-2015:
De oratie van Gijsbert van den Brink is HIER te vinden.

Ilustr:
Gatomagenta

De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)

‘De waarachtige gelovige is een twijfelende, zoekende gelovige’

Geloven

‘De waarheid is dat ik verre van duidelijk kan zijn, zelfs al zou ik het willen. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat vaststaande ideeën verdacht zijn en zekerheden niet bestaan. De waarachtige gelovige is voor mij een twijfelende, zoekende gelovige. Geloofs-weters wantrouw ik.’ – Dit zegt journaliste Nuweira Youskine, in haar artikel Geloven tussen moskee en disco, in het boek Geloven, spirituele denkers uit de hele wereld getuigen, onder redactie van Jürgen Mettepenningen.

Al deze vaagheden bij elkaar maken dan toch een ruwe schets van mijn geloofsvisie mogelijk, bestaande uit een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw is gegoten in een dunne laag van islamitische geloofsbeginselen. De bovenbouw is gestoeld op de bestudering van islamitische bronnen en een snufje mystiek.’ (Youskine)

Youskine denkt open en boeiend over haar spiritualiteit. Met 45 anderen, waaronder Anselm Grün en Joris Vercammen, geeft zij een getuigenis van haar spirituele denken. Maar ook kom je een zenmeester uit Japan tegen, een Pakistaanse sjeik, of een Finse lutheraanse professor. Als je bij uitgever Lannoo naar dit boek zoekt, kan je een inkijkje nemen en zo de bijdragen lezen van Youskine (Geloven tussen moskee en disco) en Jean Vanier (Elkaar in broosheid dragen).

Misschien heb ik maar één werkelijke overtuiging, die erin bestaat dat er een God is die een bestemming voor elke mens heeft. Hij is de motor van het leven: het godsvonkje in ons allen en tegelijkertijd onmetelijk ver boven ons verheven. Voor iedere ziel bestaat de mogelijkheid om verder te groeien. Dat is uiteindelijk waarom we op deze aarde zijn, of we dat nu beseffen of niet.’ (Youskine)

Voor Youskine is het een overtuiging die zij iedereen zou gunnen. Maar ze vraagt zich wel af hoe zij dit idee bij anderen moet aanprijzen als zij zelf nog worstelt met de vraag wat dit concreet betekent. Niettemin doet zij een poging. Haar schrijven leest als een meeslepende autobiografie, je wilt weten hoe haar zoektocht naar God verloopt, van moskee naar discotheek.

En zo gaat het in haar zoektocht over haar jeugd, haar identiteit, haar broers, haar oudoom Hazrat Inayat Khan (de stichter van het ‘westers soefisme’), en haar vader die van mening was dat een religieus besef de eerste trede is naar de spirituele ontwikkeling van de mens en dat dit religieus besef handen en voeten kan krijgen door het volgen van een godsdienst.

Pas veel later realiseerde ik me dat deze concrete toepassing van godsdienstige rites een waardevolle opstap had gevormd. Deze islamitische grondbeginselen vormden de basis van waaruit we ons een weg zouden kunnen banen naar het meer overkoepelende soefisme.’ (Youskine)

Aan de universiteit van Leiden ging ze via een omweg uiteindelijk islamologie studeren. In Leiden werd enerzijds, zoals het hoort vanuit de universiteit, haar kritische geest ontwikkeld en de bestudering van de bronnen gestimuleerd en anderzijds leerde zij daar ook de vriendin kennen die de grootste invloed zou hebben op haar religieuze en spirituele ontwikkeling.

Ze vroeg me een keer, toen we elkaar net kenden, welk geloof ik eigenlijk aanhing. Ik werd (en word nog altijd) een beetje nerveus van die vraag. ‘Tja,’ mompelde ik dus, ‘daar kan ik nooit zo goed antwoord op geven.’ ‘Maar je naam, je afkomst … Je bent toch gewoon moslim?’ Ik keek haar hulpeloos aan. ‘Ik denk het niet’, antwoordde ik. Ze begreep er niets van. ‘Geloof je in God, één God?’ ‘Ja.’ ‘Geloof je in Mohammed als de laatste profeet?’ ‘Ja.’ ‘Nu, dan ben je dus moslim’, besloot ze kordaat. Ik heb me nooit thuis gevoeld bij dat etiket en dat doe ik nog steeds niet.’ (Youskine)

Youskine is nu zo ver dat zij het veel boeiender vindt eens te kijken wat zij zélf nu precies uit haar wereldse en spirituele zoektocht haalt. Soms is ze dan op zoek naar regels en houvast, soms op zoek naar bandeloosheid en verdoving. – Het lezen waard. En in het boek nog 45 andere spirituele denkers.

Geloven. Spirituele denkers uit de hele wereld getuigen | Jürgen Mette­penningen (red.) |
uitg. Lannoo | Tielt (Blg) | 2015 | ISBN 978 90 209 36575 287 blz. | € 29,90

Afkomstig uit een achtenswaardige familietraditie met wortels in India, is de in Nederland geboren Nuweira Youskine (1977) tegenwoordig actief als schrijfster, journaliste en columniste. Daarvoor studeerde ze Islamologie aan de Universiteit Leiden. Met de intentie voorbereidend promotieonderzoek te verrichten, vertrok zij in 2003 naar Damascus, Syrië, verbleef daar twee jaar en liep nog een half jaar stage op de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Eenmaal definitief terug in Nederland ging zij aan de slag voor diverse media. Ze laveert als moslima tussen loyaliteit aan haar roots en kritische zin in een samenleving vol vragen. Zelf heeft ze het over het geloof als een schakelaar die doorstroming mogelijk maakt, en over een gaatje boren richting God. Dat gaat niet vanzelf, maar het maakt geloven er niet minder boeiend om. Het is volgens Nuweira een zoektocht, van moskee tot discotheek. Ze voelt zich in beide thuis. Haar geloof is niet te begrijpen zonder de achtergrond van de familie ter sprake te brengen. Maar ook niet te begrijpen zonder de afstand die ze ervan genomen heeft. (Uit: Geloven)

Wetenschap en creationisme kruisen de degens

crocoduck (2)

Hans Degens, universitair hoofddocent in Muscle Cell Physiology aan Manchester Metropolitan University, antwoordt op Geloof & Wetenschap op Het fundament en het faillissement van het creationisme van Dirk van der Wulp, student master wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. De student schreef dit omdat het debat tussen aanhangers en tegenstanders van de evolutietheorie weer oplaait.

Het artikel van zijn hand luidt: Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar? Hij laat weten dat creationisten de Bijbel inderdaad zien als onfeilbare openbaringsbron en noemt dat toepasbaar op alle christenen.

Creationisten zijn er inderdaad van overtuigd dat Genesis 1 een creatio ex nihilo laat zien en geen geleidelijke ontwikkeling van het leven. (…) In weerwil van de wetenschap, maar door Goddelijke openbaring (Mattheus 16:15-17), geloven wij in de maagdelijke geboorte en wederopstanding van Jezus. ’

In weerwil van de wetenschap’. Dan zou je zeggen discussie gesloten, want het gaat hier om Goddelijke openbaring. Daar is geen wetenschap tegen gewassen. Degens verwijst vervolgens naar een radicaal citaat dat door atheïsten als wapen in de handen kan vallen.

Die Christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het Christelijk geloof te vernietigen!’

Vernietigen zelfs. Alsof je IS hoort. (Citaat uit: A. J. Mattill in Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2(Spring), p. 17, 1982.) Heftig. Degens citeert ook Lewontin, New York Review of Books, 1997. Ook niet mis. Het geeft op een andere manier te denken. Evolutionisten, aldus Degens, erkennen een tunnelvisie te hebben:

‘…wij zijn gedwongen door onze a priori acceptatie van materialistische oorzaken, een apparaat van onderzoek en een serie concepten te creëren, die een materialistische uitleg tot gevolg hebben, ongeacht hoe contra-intuïtief of raadselachtig het is voor de niet ingewijde. Inderdaad, dat materialisme is absoluut, want we kunnen geen goddelijke voet binnen de deur laten.’

Tja, dan wordt het openbaring versus materialisme. Oftewel creationisme versus wetenschap. Dat levert niet veel op en dat zie je ook als je het debat volgt. Waar leidt het toe? Van der Wulp zei al in zijn artikel:

Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme. Ook is dan het de vraag of creationisme, gezien haar bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Er hiermee is de cirkel rond. Toch is het boeiend om de (uitgebreide) discussie te volgen. Wat je ervan kunt leren is dat de wetenschap geen toereikend antwoord lijkt te hebben op het geloof in God en dat diehard gelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap (nog?) niet echt hard kunnen maken. En dan zijn er nog de weerleggingen van argumenten – plus de kritiek daar weer op – van zowel de evolutietheorie als het creationisme.

Misschien moet iedereen maar Het geheime dagboek van topnerd Tycho van Cees Dekker en Corien Oranje lezen? Om het oplaaien mee neer te laten slaan? Kinderboeken zijn soms zo verhelderend.

Zie:
* Het fundament en het faillissement van het creationisme
* Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar?
*
Het geheime dagboek van topnerd Tycho

Illustr: Crocoduck – Creationistische komedie: wat creationisten doen om de evolutietheorie te ontkrachten. Tijdens een televisiedebat in 2007 toonde creationist Kirk Cameron een afbeelding van de zogenaamde ‘Crocoduck‘. Dit fictieve dier moest een tussenvorm voorstellen tussen de krokodil en de eend. Aangezien er nooit een fossiele ‘Crocoduck‘ gevonden is, klopt de evolutietheorie niet. (scientias.nl) 

Verdwijnt op school het vak religie?

schoolklasfoto123rf
Volgens Manuela Kalsky verdwijnt het vak religie als vak op school. Maar klopt dat wel? Zij verwijst naar de Schnabel-adviescommissie PlatformOnderwijs2032, die aan staatssecretaris Dekker van onderwijs een voorstel overhandigde over het toekomstig onderwijs in Nederland, waarin volgens Kalsky religie als vak op school niet voorkomt.

Kalsky vraagt zich hierbij af hoe blind de adviescommissie is. Afgelopen zondag schreef zij hierover op NieuwWij een blog, die de lezing weergeeft die zij eerder uitsprak in De Nieuwe Liefde in Amsterdam tijdens een bijeenkomst over Het seculiere experiment, een nieuw boek van sociaal- psycholoog Hans Boutellier.

‘Gezien de wereldwijde situatie voeden wij op deze manier wereldvreemde kinderen op. Hoe denk je in een geglobaliseerde wereld te kunnen functioneren, een post op buitenlandse zaken te bekleden, zonder iets af te weten van de religie in dat land?’ (Kalsky)

Bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx leerstoel aan de VU, Kalsky, stelt dat het seculiere experiment heeft gefaald als er in het toekomstig onderwijs geen aandacht is voor religie en levensbeschouwing.

Dan heeft het namelijk datgene gedaan, wat het de godsdienst heeft verweten: het creëert een systeem dat de eigen visie verabsoluteert en aan de rest van de samenleving oplegt. In plaats van recht te doen aan de verscheidenheid tussen mensen, schept het een nieuw groot verhaal, een eenheidsconcept, waaraan iedereen zich zou moeten onderwerpen: de seculiere samenleving waarin geen ruimte is voor verschil in levensovertuiging, in ieder geval geen ruimte voor religie.’ (Kalsky)

De commissie stelt in zijn advies dat in een samenleving met een overweldigend informatieaanbod en steeds minder traditioneel houvast, bijvoorbeeld in de vorm van een godsdienst, mensen voor de waarden waarop ze zich baseren steeds meer op zichzelf en elkaar aangewezen zijn.

Maar geen ruimte voor religie? Dat zou nog best nog eens mee kunnen vallen, want de adviescommissie stelt voor om persoonlijke ontwikkeling in het hele onderwijsaanbod van de school gestalte te geven. Volgens de commissie kan dat vorm krijgen door vakken als filosofie, kunst, cultuur en levensbeschouwing.

Tegelijk is sprake van individualisering: burgers ontlenen hun identiteit steeds minder aan hun godsdienst. Op welke waarden baseren ze hun doen en denken? Het onderwijs van de toekomst besteedt niet alleen aandacht aan de waarden van de Nederlandse samenleving en het voortbestaan van de rechtsstaat. Het brengt leerlingen ook sociale vaardigheden bij, evenals kennis van en begrip voor andere culturen. In het toekomstige onderwijs ligt de nadruk meer dan nu op leren deelnemen aan de democratische samenleving en respect voor elkaar hebben.’ (Platform onderwijs 2032)

Zo ondervangt de commissie ruimschoots de angst van Kalsky dat het vak religie in de toekomst van school verdwijnt. Er komt genoeg voor terug. Vakken als levensbeschouwing, filosofie en cultuur zullen de plaats in nemen van het vak religie. Meer nog, religies zullen minstens terug te vinden zijn in het vak levensbeschouwing.

Paul Schnabel, de voorzitter van het platform, benadrukte afgelopen januari al op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT) dat het zeker niet alleen gaat om de cognitieve vakken, maar ook om burgerschap en persoonlijkheidsvorming; met daarbij aandacht voor waarden en ‘het hogere’. Bij dit laatste noemde Schnabel ook aandacht voor godsdienst.

N.B. Een recensie van Het seculiere experiment, door Enis Odaci, redacteur van NieuwWij, is hier te vinden.

Zie: Ik ben een seculiere theoloog (Manuela Kalsky)

Foto: 123rf

Zijn atheïstische kinderen guller en liever dan religieuze?

kinderen

Uit onderzoek van de universiteit van Chicago blijkt onder meer dat kinderen uit ongelovige gezinnen zich vrijgeviger gedragen dan hun religieus opgevoede leeftijdsgenootjes. De vraag is of het psychologisch onderzoek eigenlijk wel met geloof te maken heeft. De Volkskrant onderzocht het onderzoek, gepubliceerd in Current Biology, en komt tot de conclusie dat je voorlopig maar één ding kan concluderen: dat elk kind wel eens gul is. Met of zonder geloof. Culturele verschillen werden over het hoofd gezien.

‘Barmhartigheid, dat is iets waar religieuze groepen doorgaans mee etaleren. Geen wonder dus dat dit underdog-nieuws in de wereldwijde media een warm onthaal kreeg: The Guardian, de Telegraaf, maar ook de Volkskrant wijdden er een bericht aan. Was die aandacht terecht?’


Joop kopt zelfs: Religie maakt kinderen egoïstischer en gemener, en stelt dat opzienbarend onderzoek de aanname dat religie juist altruïsme en naastenliefde stimuleert, onderuithaalt.

De resultaten staan in schril contrast met het cliché dat het juist de religieuzen zijn die meer om hun naasten geven. Waarom dat zo is, is nog onduidelijk maar de onderzoekers komen wel met een mogelijke verklaring: juist omdat religieuze mensen van jongs af aan geleerd wordt dat ze ‘beter’ zijn dan anderen, zijn ze minder geneigd goed gedrag te vertonen.’

Scientias besteedt er aandacht aan en ook Welingelichte Kringen. De laatste stelt dat godsdienstige kinderen egoïstischer zijn en dat volgens de onderzoekers het geloof een negatieve invloed heeft op het altruïsme van kinderen.

In het algemeen wordt aangenomen dat kinderen die opgroeien met een religie altruïstischer en vriendelijker naar anderen toe zijn. Religie zou ook van belang zijn voor de morele ontwikkeling, maar die veronderstellingen worden nu op wetenschappelijke basis onderuit gehaald.’


Wetenschapsjournalist Ronald Veldhuizen, in de Volkskrant van afgelopen vrijdag, noemt de waarde van het onderzoek twijfelachtig en gerommel in de marges en stelt dat de vraag dan rest is in hoeverre dat margeverschil daadwerkelijk met geloof te maken heeft. Kinderen in ongelovige gezinnen zijn bijvoorbeeld vaak welvarender, en daar hielden de wetenschappers nauwelijks rekening mee.

Wat de wetenschappers ook over het hoofd zagen, waren de mogelijke culturele verschillen in hun steekproef: de kinderen kwamen uit Canada, Turkije, China, Jordaan, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Allemaal factoren die het gevonden verschil, dat toch al klein was, teniet kunnen doen. Eigenlijk kun je voorlopig maar één ding concluderen: dat elk kind is wel eens gul is. Met of zonder geloof.’ 

Het onderzoek zelf is niet slecht, want de gegevens van de 1170 kinderen zijn heus waardevol, maar conclusies over gulheid en een al dan niet religieuze opvoeding zijn hieruit niet te trekken. We beoordelen de claim daarom als ‘twijfelachtig’.’

Zie:
* Religie maakt kinderen egoïstischer en gemener
* Godsdienstige kinderen zijn egoïstischer 
* Zijn atheïstische kinderen guller en liever dan religieuze?

Illustr: solitude-sweetsolitude.blogspot.com