‘Intellectuele elite weet te weinig van de islam’

eastwest

‘Ik ben ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.’ Geen uitspraak van Alain Verheij over het programma van Jeroen Pauw en zijn vooringenomen anti-godsdienstigheid, maar van Jan De Volder, titularis van de Cusanus Leerstoel ‘Religie, Conflict en Vrede’ aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. ‘Onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Onze intellectuele elite weet inderdaad over het algemeen te weinig van de islam. Ik voeg daar onmiddellijk aan toe: van alle godsdiensten, in de eerste plaats ook van het christendom, dat onze eigen samenleving mee smeedde tot wat ze nu is. Die onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Volgens prof. dr. Jan De Volder is het secularisme niet in staat om godsdiensten ernstig te nemen als historische krachten die er toe doen, misschien in de huidige eeuw nog meer dan in de vorige. Religie blijft daarom een blinde vlek bij vele weldenkenden en dat wreekt zich.

Wim Van Rooy is auteur van De malaise van de multiculturaliteit en Waarover men niet spreekt. De Volder reageert op zijn artikel in De Morgen, waarin hij ingaat op enkele van Van Rooys uitspraken en analyses. Zoals dat de islam het nieuwe nazisme zou zijn, en een complexe en gelaagde godsdienst met eeuwenoude en soms onderling sterk afwijkende tradities en geloofsbeleving en anderhalf miljard gelovigen, vergelijkt met een welbepaalde racistische ideologie die onder leiding van een sterke man vanuit het hart van een moderne Europese staat de wereldmacht nastreefde.

Laten we wel wezen: als Van Rooy gelijk had, dan zat de wereld met een gigantisch probleem. Maar zoals zo vaak gaat ook hier de reductio ad hitlerum niet op. Want waar is dat goed getrainde en uitgeruste islamitische leger dat op het punt staat Europa en de wereld te veroveren? Waar is die goed geoliede staatsmachine? Waar is die Hitler?’

Nog een denkfout die Van Rooy volgens De Volder maakt, is te geloven dat een godsdienstige beleving louter terug te voeren zou zijn tot zijn bronteksten: Koran, Hadith en enkele klassieke denkers, die hij ijverig heeft doorploegd.

Natuurlijk staan daar verzen en redeneringen in die de wenkbrauwen doen fronsen en die bij letterlijke naleving problematisch zijn. Maar evengoed zijn er tal van andere verzen die menselijke en sociale deugden bepleiten die bij letterlijke naleving van de wereld een betere plaats zouden maken.’

Volgens De Volder scheert Van Rooy 1,5 miljard aardbewoners over één kam, roept hij ze uit tot vijand, en trapt hij met dit soort wij-zijredeneringen precies in de val die IS, Al Qaeda en aanverwanten spannen: het is juist hun strategie de vijandigheid jegens alle moslims aan te wakkeren, opdat die polarisatie op haar beurt de moslims zou wakker schudden en aan hun zijde doen strijden. Volgens de professor zou het echte voorzorgprincipe erin bestaan van de rechtgeaarde moslims (het overgrote deel) bondgenoten te maken in de strijd tegen de extremisme.

Dat betekent ook: oor hebben voor hun verzuchtingen, respect en waardering voor hun geloof opbrengen. Vooral aan dat laatste wil het wel eens ontbreken.’

Waarom horen wij niet wat meer waardering doorklinken voor menselijke en sociale waarden die veel moslims beleven, vraagt De Volder zich af.

Gastvrijheid, zorg voor hun ouderen, geen alcoholmisbruik: voor hen zijn er gewoonlijk geen dure rusthuizen nodig want ze zorgen gewoonlijk zelf voor hun ouderen, voor hen geen dure BOB-campagnes want drinken doen ze niet enzovoort. Het opbrengen van zelfbeheersing ook al worden er de goorste dingen over hen verteld.’

De Volder is ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.

Zelfs als men zelf niet-gelovig is zou men beter waardering opbrengen voor de eigen religieuze traditie. Veel moslims – en lang niet alleen de extremisten – ergeren zich aan een publiek discours dat God en de gelovige voortdurend ontluistert en onderuit haalt.’

Zoals in de fysica, zo stelt de titularis ten slotte, geldt in de geschiedenis dat ieder vacuüm wordt opgevuld. Dat geldt ook voor het spirituele vacuüm dat in onze samenleving groeiende is.

Dat men niet komt klagen als de islam in het gat springt. Onze samenleving kan de moslims zeker integreren – dat doet ze nu al succesvol op veel plaatsen, maar nog niet voldoende – maar met een louter seculiere aanpak zal dat niet lukken. Dat kan Europa alleen maar als het haar eigen humanistische én religieuze traditie ernstig neemt.’

Zie: ‘De ‘Soumission’ begint op kleine schaal’ – ‘De islamitische wereld is oneindig veel complexer’

Ook interessant: Lieve Jeroen (een briefje van God) – Alain Verheij

Foto: askdin.com

Overpeinzingen van een moderne gelovige

mijn-heldere-afgrond

Het ‘moderne’ van de gelovige Amerikaanse dichter Christian Wiman, schrijver van Mijn heldere afgrond, zit er waarschijnlijk in dat hij zijn geloof niet als een leer met vastomlijnde waarheden beschouwt, maar juist onophoudelijk twijfelt. Niet zozeer aan een leer, maar aan zijn geloof. Dat zegt Marjoleine de Vos in de NRC, in het artikel Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Het boek Mijn heldere afgrond over geloven, poëzie en sterven raakt volgens de NRC lezers diep. Auteur Christian Wiman sprak in Amsterdam met De Vos en andere lezers.’

Geloven is een lastig woord. Want wat bedoelt iemand ermee, waar gelooft hij dan in. Het antwoord ‘in God’ verheldert eigenlijk niets. Misschien is geloven in Wimans geval wel ongeveer: ja zeggen tegen het leven. Hoe het er ook uitziet. Hij schrijft: ‘Geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (De Vos)

Volgens De Vos veroorzaakte zijn boek een stille sensatie. In Trouw vergeleek Willem Jan Otten, die het vertaalde, het met Pascals Pensées. Het wordt in tal van leesclubs gelezen, er werden al snel herdrukken opgelegd. En Wim Brands schreef:

Als ik zeg dat het lezen en herlezen van Mijn heldere afgrond mij niet onberoerd liet, verzwijg ik wat er daadwerkelijk met mij gebeurde: Wiman bezorgde me met zijn boek over geloven, poëzie en sterven inzichten waarvan ik niet had durven vermoeden dat ze me ooit deelachtig zouden worden. Een inzicht over de dood bijvoorbeeld, dat ik nog steeds bijna niet te bevatten vind.’ 

De Vos verwijst naar Wiman die een ernstige ziekte achter de rug heeft, en zegt:

Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Dat ontzag doet je je dingen afvragen over de aanwezigheid van God. Iedereen is tot het uiterste in leven. Denk maar aan hoeveel je leven voor je betekent. Ook voor degenen van wie je zou denken dat het leven niet ‘heerlijk’ is. Ook die vinden in leven-zijn belangrijk, elke keer weer.’ (Wiman)

Volgens Wiman is het de poëzie die maakt dat je je tot God wendt. Poëzie komt nog vóór geloof.

Je moet eerst inspiratie hebben, je moet je eerst iets afvragen, voor je zelfs maar op het idee komt van God. Waarom zou je het anders over God hebben. Daar zie ik dan niet de zin van in,’ zegt hij. ‘Het is poëzie die maakt dat je je tot God wendt.’ (DV)

Wiman schetst een beeld van een ‘hemelwaarts vliegende boom’, die hem veel vreugde schonk. Hij schreef er een gedicht over: From a window, in een deplorabele stemming, maar wat hij schreef, schonk hem iets. ‘Het explodeerde in geluk’, het vormde de ervaring in plaats van dat het die weergaf.


From a window

Incurable and unbelieving
in any truth but the truth of grieving,

I saw a tree inside a tree
rise kaleidoscopically

as if the leaves had livelier ghosts.
I pressed my face as close

to the pane as I could get
to watch that fitful, fluent spirit

that seemed a single being undefined
or countless beings of one mind

haul its strange cohesion
beyond the limits of my vision

over the house heavenwards.
Of course I knew those leaves were birds.

Of course that old tree stood
exactly as it had and would

(but why should it seem fuller now?)
and though a man’s mind might endow

even a tree with some excess
of life to which a man seems witness,

that life is not the life of men.
And that is where the joy came in.

(Uit: Every Riven Thing: Poems, Christian Wiman)


In één keer heeft hij het opgeschreven zegt hij. Met rijm en al, met vogels, met hemelwaarts visioen, alles. En het gedicht, met zijn lichte ritme, versnellend naar het eind en dan inhoudend om tot de conclusie te geraken: ‘that life is not the life of men’ biedt ook de lezer het beeld van de vliegende boom en de overtuiging dat er, hoewel er niets buitenaards gebeurde, toch meer is te ervaren dan eenvoudigweg een boom die ergens staat. Of dat geloof is? Dat doet er misschien niet zo toe. Het was een beeld dat hem hielp om te leven én om zijn mogelijke sterven te aanvaarden.’ (DV)

Essayist en dichter Joost Baars, die aan het gesprek deelnam, vertelde heel goed te kunnen begrijpen waarom men het christendom verwerpt om zijn imperialisme, zijn dogmatisme, zijn bigotterie.

Maar het christendom viert ook de onmogelijkheid, zegt Baars, en dat hebben we nodig. En dichters als Wiman begeven zich in die onmogelijkheid.’ (DV)

De Vos vraagt zich vervolgens aan Wiman wat het betekent om je in de onmogelijkheid te begeven. Onmogelijke woorden gebruiken als ‘God’.  

Omdat ik nu eenmaal in die traditie sta,’ zegt hij. Het mooiste zou het wellicht zijn om het hele woord God niet nodig te hebben, veronderstelt hij, zoals Rilke die in een brief schreef dat alles naar zijn gevoel dusdanig vervuld werd van God dat het geen enkele zin meer had om over een daarvan afgezonderde ervaring van ‘God’ te spreken.’ (DV)

Wiman lijkt dat ook wel te willen, maar zijn geloof overtuigt hem lang niet altijd voldoende. Geloof is voor Wiman ook geen verlossend antwoord op alle vragen.

Hoezeer hij daar soms ook naar verlangt: naar rust, naar ontspannen evenwicht. Alle dingen nieuw. Wiman: ‘Maar geloof is geen nieuw leven in deze zin; het is het oude leven nieuw gezien.’

Zie: Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag (NRC 26-11-2016 en via Blendle)

Zoeken naar God in het oneindige

hubble-1
‘Daar waar de een God ziet, daar ziet de ander een grote leegte. Niets gaat minder op voor het rondkijken in de immense ruimte. Ik wil je kort meenemen op een reis voorbij onze wereld, even de blik verleggen van hier naar het eindeloze. Zoek met me mee naar God in het oneindige. Als je hem al moet kunnen vinden.’ Aldus Internetpastor Wouter van der Toorn, van creatov.nl, in zijn blog God van een lichtblauw vlekje. ‘Eeuwen lang heeft de mens geleefd in het idee dat het bestaan hier en nu, alles wat wij kunnen zien en waarnemen, dat dat alles is wat er bestaat.’

Er was geen noodzaak om na te denken over een ronde aarde in plaats van een platte, want een mens die ooit de wereld rond (!) zou kunnen reizen, die was er toch niet. Tot niemand het randje van de aarde kon vinden. Tot er mensen waren die anders gingen kijken naar dezelfde werkelijkheid.’

Van der Toorn vraagt zich af wat betekent eigenlijk een zin als ‘God had de wereld zo lief…’ in dit letterlijk eindeloze perspectief. Wat doet de wereld er eigenlijk toe, alles is zo klein, zo niets, slechts een vlekje in een eindeloos heelal. Dat gevoel kan je overvallen als je voor een momentje even anders gaat kijken.

God maakte alles zeg je? Hij heeft alle haren geteld, kent ieder beestje, weet van het bestaan van de miljoenen soorten die leven op deze aarde, en de veelvoud aan soorten die alweer zijn uitgestorven? En je denkt dat dit de enige plek in het oneindige heelal is, waarop leven is te vinden? En zouden zij ook God aanbidden? Een die ook persoonlijk is?’

De een ziet het, zegt Van der Toorn, de ander niet of niet meer. De een gaat een lied voor God zingen vol verwondering en aanbidding, de ander pijnigt zijn brein om de eindeloosheid te kunnen vatten, en het proberen om de consequenties van al die gedachten op een rijtje te krijgen. Om zich vervolgens af te vragen of God wel zin heeft.

Maar God, wat is zijn plek in deze eindeloosheid? Heeft zo’n perspectief op God wel zin? Wij in het zo eindeloze kleine. En wij denken dat alles om ons draait? Om spirituele ervaringen? Voor sommigen is deze ervaring een start van een proces van afscheid nemen van geloof. God past niet in deze context. God doet grote dingen zeg je? Wat bedoel je dan met groot? In het beperkte perspectief van hier is een aardbeving iets vreselijks, een storm kan gigantisch zijn. Maar het is minder dan niets in het perspectief van een exploderend sterrenstelsel.’

Van der Toorn stelt dat daar waar de ene de onzinnigheid van een God ziet, de ander de grootsheid van God ziet. Maar God zien? Dat heeft niemand. God begrijpen? Dat doet niemand. Is God een conceptuele gedachte die je gebruikt om dat wat je niet begrijpt te duiden? Is God liefhebbend en persoonlijk? Maar wat betekent dat liefhebbende dan, vraagt hij zich vervolgens af, als hij even meereist met de Voyager 1 en hij van enorme afstand terugkijkt en nagenoeg niets ziet.

Zie jij God? Of zie je vooral het niets. Ik geef maar even geen antwoorden. Natuurlijk kan ik je ingestudeerde antwoorden geven van het bekende wereldbeeld, maar ik wil het op mezelf laten inwerken. En serieus de vraag stellen: als God er dan al is (eerlijke vraag), wie is God dan in vredesnaam (ook eerlijke vraag), en kan ik deze God dan ook ergens ontdekken (nog een eerlijke vraag).’

Zie: God van een lichtblauw vlekje

Foto: Middenin het M51 sterrenstelsel is een X-vormige constellatie gevonden. Dit is 1100 lichtjaren van de aarde verwijderd. Bron foto: hubblesite.org

‘Spiritualiteit taboe in academische kringen’

heavensgates-229

Volgens prof. Hans Gerding gaat het bij spiritualiteit en mystiek in de eerste plaats om ervaringen en die ervaringen maken deel uit van een heel spectrum van verschillende soorten buitengewone ervaringen. En die kunnen meer zijn dan wanen, verkeerd geïnterpreteerde zintuiglijke indrukken of hersenprocessen. Gerding spreekt vrijdag 9 december 2016 op de Universiteit Leiden over empirische metafysica, tijdens een symposium ter gelegenheid van 15 jaar Filosofie & Spiritualiteit.

Wie grensoverschrijdende ervaringen opvat als empirische metafysica, verplicht zich aannemelijk te maken dat die ervaringen (soms) meer kunnen zijn dan wanen, verkeerd geïnterpreteerde zintuiglijke indrukken of (zieke) hersenprocessen. Als vervolgens empirische metafysica verbonden kan worden met zingeving, kan de filosofie daar verdieping zoeken en zal de psychologie de implicaties ervan moeten nagaan in onderzoek, theorievorming en therapie.’ (Universiteit Leiden)

Gerding stelt – in zijn rede Filosofische bespiegelingen rond spiritualiteit – dat wie op zoek gaat naar beschouwingen over dit onderwerp rijkelijk beloond wordt. Hij komt dan onder meer uit bij Plato over een bijna-doodervaring; visioenen van Plotinus; Immanuel Kant over de buitengewone ervaringen van mysticus Swedenborg. Maar ook bij Schopenhauer en zijn empirisch bewijs voor zijn metafysica; de mystiek van Henri Bergson, en bij grensoverschrijdende buitengewone ervaringen die voor Otto Duintjer onderwerp zijn van diepgaande filosofische reflectie.

Mensen rapporteren ervaringen waarin heel verschillende grenzen overschreden worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om de grens van leven en dood, de grenzen van ruimte en tijd, of om grenzen rond het vertrouwde besef van identiteit. In deze grensoverschrijdingen, waarvoor ik ook het woord ‘transcendentie’ gebruik, zijn aspecten van spiritualiteit of mystieke verbinding te ontdekken.’ (Gerding)

Prof. dr. Hans Gerding, die in 2013 afscheid nam als bijzonder hoogleraar Metafysica in de Geest van de Theosofie aan de Universiteit Leiden, stelt dat al die buitengewone ervaringen voor filosofen niet zomaar een interessant gegeven zijn om hun denken aan te scherpen, maar dat in deze ervaringen inzichten naar voren kunnen komen die door denken alleen niet kunnen worden bereikt. Hij verwijst naar Schopenhauer, die dit zegt:

‘…die intrede in het rijk van de vrijheid (kan) niet bewust worden afgedwongen; zij komt (…) plotseling, als van buitenaf, aanwaaien. … Als gevolg van die genadestaat ondergaat het hele wezen van de mens een fundamentele verandering en ommekeer: hij wil niets meer van al datgene wat hij tot dusverre zo fel begeerde, en een nieuw mens neemt als het ware de plaats in van de oude … in plaats van het rusteloze dringen en drijven … zien we dan die vrede verschijnen die verhevener is dan alle rede, die volslagen luwte van het gemoed, die diepe rust, dat onwankelbare vertrouwen en die intense blijmoedigheid…’ (Schopenhauer)

Gerding stelt dat wat Schopenhauer hier schrijft, duidelijk niet bedacht is, maar beleefd. Hij heeft die ‘…verheven vrede, vrijheid, en luwte van het gemoed…’ ervaren en heeft geprobeerd om die ervaring achteraf in woorden filosofisch te duiden.

1152721905-arthur-schopenhauer-quote-everyone-takes-the-limits-of-his-own-vision

Mystici rapporteren, zo zegt Geldring, een onbelemmerd contact met ‘heel het zijn’, en ervaren dit als ‘genade’ en ‘bevrijding’ van begrensdheid. Grensoverschrijdende ervaringen worden volgens Gerdien in de samenleving massaal gerapporteerd, en zijn alleen maar uitzonderlijk tegen de achtergrond van een ‘denkklimaat’ dat niet in staat is recht te doen aan het grensoverschrijdende karakter van deze ervaringen.

In de mystieke beleving, zo leren we van de fenomenologie van deze ervaringen, treden er processen en functies van ons systeem in werking die buiten onze rationele controle liggen. Overgave en meegeven aan wat zich voltrekt is wat er dan van je gevraagd wordt.’ (G)

Kant formuleerde een toetsingscriterium om de ervaringen zoals Schopenhauer die beleefde, te toetsen. Gerding beschrijft als voorbeeld uitgebreid het verhaal van de inktpot van Schopenhauer, en stelt dat waar het hem om gaat dat deze ervaringen, ook los van de filosofie van Schopenhauer of welke filosofische of spirituele context dan ook, gezien kunnen worden als aanwijzingen voor transcendentie, het overschrijden van grenzen. Gerding werkte dit in zijn rede verder uit. Om met enige spijt ook te constateren dat wie over spiritualiteit begint, gemakkelijk tegen een taboe aanloopt dat vergelijkbaar is met het taboe op seks in de Victoriaanse tijd.

Dit taboe op spiritualiteit, zo bleek onlangs nog uit een enquête, leeft vooral in academische kringen die zich daarmee niet alleen isoleren van de rest van de bevolking maar ook, zo blijkt uit hedendaags historiografisch onderzoek, van hun eigen geschiedenis.’ (G)

De rede werd  door Gerding uitgesproken ter gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar Metafysica in de Geest van de Theosofie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 1 februari 2013. Opmerkelijk en uitermate boeiend.

Zie voor de complete rede: Filosofische bespiegelingen rond spiritualiteit

Beeld: Bestaan hemel en hel? Voor religieuze mensen vormt de onzichtbare, metafysische wereld een krachtige inspiratiebron waardoor ze soms ver boven hun beperkte zelf uit kunnen stijgen. (picturesofheaven.net)

Het mini-symposium vindt plaats op vrijdag 9 december 2016 in het Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden (zaal: 011) | Aanvang: 13.00 uur | Toegang: gratis + feestelijke borrel na afloop in De Grote Beer | Andere sprekers: theoloog Barbara Swaan over Simone Weil en vriendschap | antropoloog Rico Sneller over Tussen extase en hysterie. Ludwig Klages en de filosofie | filosoof Angela Roothaan over De hermeneutiek van Bomen in een Afrikaanse context | filosoof Gerard Visser over De Moeder de vrouw.

UPDATE 11-12-2016: Bijlage Studium Generale Maastricht 1 december 2016
UPDATE 15-93-2024: Lay-out

Waarom geen oneindige reeks goden?

shellperry

‘De kennistheoretische vraag of God bestaat is triviaal – ja, natuurlijk bestaat God: onze logische denkwijze zal vroeg of laat stuiten op ‘het grootst denkbare’, dat is onvermijdelijk zo,’ zegt de Lachende Theoloog die een nieuwe studierichting ingeslagen en is zich nu Pseudo Theoloog noemt. De docent filosofie is blijkbaar uitgelachen. In Triviaal 2 zoekt hij een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Jan-Auke Riemersma (de Pseudo Theoloog) gaat in op de argumenten van theoloog Stefan Paas en filosoof Rik Peels uit hun boek God bewijzen. Op hun uitspraak dat God noodzakelijk bestaat.

God is de grond van de werkelijkheid. Hij kan er niet níét zijn, hij moet er zijn, zijn bestaan is noodzakelijk. Dat is inherent aan het hele concept van God dat de meeste gelovigen hanteren. En daar is niets raars aan, want je moet ergens een streep trekken: een reeks verklaringen kan niet oneindig zijn, er moet op een gegeven moment iets fundamenteels zijn dat niet verder verklaard kan worden.

Dat is in het geval van God veel plausibeler dan in het geval van het universum, want als God bestaat dan bestaat hij noodzakelijkerwijs en is hij de grond van de werkelijkheid, terwijl we geen enkele reden hebben om te denken dat het universum noodzakelijkerwijs bestaat en de grond van de werkelijkheid is.’
(Paas & Peels)

godbewijzenMaar meer nog bespreekt de docent filosofie de (beperkte) denkwijze van de mens. Daar is hij nogal sceptisch over en om zijn argument kracht bij te zetten, haalt hij Immanuel Kant erbij die stelde dat zodra mensen echt diep gaan nadenken ze verdwalen: vroeg of laat stuiten wij op antinomieën, onbegrijpelijke ‘knopen’ in onze alledaagse denkwijze. Riemersma stelt dat als ons verstand beperkt is, dat dit betekent dat wij niet in staat zijn om de samenhang in de werkelijkheid te beschrijven.

Indien de samenhang ontbreekt, kun je geen onjuiste of onzinnige beweringen doen: je mag daarom geloven dat God zichzelf geschapen heeft (uit het volstrekte niets) of dat God er eenvoudigweg altijd geweest is. 

Als wij nadenken over God, dan moeten we toegeven dat God onbegrijpelijke eigenschappen moet hebben: hij moet wel uit het niets ontstaan zijn of altijd bestaan hebben (het scheppende dat zichzelf schept of het zijnde dat als zichzelf bestaat.)’ (Riemersma)

Het zou, zo schreef hij eerder eens, zelfs mogelijk kunnen zijn dat ‘alles’ (de gehele werkelijkheid zoals wij die kennen) een oneindig aantal oorzaken heeft. Filosofen noemen dat infinitisme.

Kortom, zou een atheïst vragen: maar wie heeft God dan weer veroorzaakt, dan zegt de gelovige infinitist: ‘Goede atheïst, dat weet ik niet; het is zeker zo dat ik geloof dat ook God veroorzaakt is door iets, maar ik heb geen idee door wie of wat God veroorzaakt is. Feitelijk doet dat er ook weinig toe: waar het om gaat is dat God zeker oorzaak is van deze werkelijkheid (of: waar het om gaat is dat God zeker voorkomt in de oneindige keten van ‘s werelds oorzaken’.)’ (R)

Terug naar Paas en Peels. Hoe kunnen we weten dat God het goede wil, vraagt Riemersma zich af, als P & P eveneens veronderstellen dat we van God weinig tot niets begrijpen.

Ze zeggen dat God allerlei redenen kan hebben waarom wij het kwaad toestaan – kan God redenen hebben? Hoe weten we dat – en dat we slechts kunnen gissen naar zijn ware redenen. Daarentegen weten ze wel zeker dat God het goede wil.’ (R)

Wat Riemersma het meest verbaast is de nogal kritiekloze wijze waarop wordt geponeerd dat God noodzakelijk bestaat: als je dat echt vindt, begin daar dan je boek mee, of geef een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Het is niet vreemd dat God noodzakelijk bestaat, want je moet ergens een streep trekken, schrijven de auteurs. Maar dat is niet waar. Tegenwoordig verdedigen filosofen zelfs de meest verrassende opvattingen, zoals het infinitisme. Waarom zou er geen oneindige reeks van goden kunnen zijn?’ (R)

Zie:
Triviaal
Triviaal 2

Beeld: De Nautilusschelp is maar een van de ontelbare voorbeelden uit de natuur, waaruit blijkt dat de natuur de Fibonacci-reeks als vanzelfsprekend gebruikt; een prachtige demonstratie van oneindigheid in eindigheid! (wanttoknow.nl) – (Fibonacci-reeks: een serie van getallen waarvan het nieuwe getal telkens verkregen kan worden door de voorgaande twee getallen bij elkaar op te tellen, ook wel DE blauwdruk van de schepping genoemd, PD.)

Update 19-11-2016: Inmiddels heeft de Pseudo Theoloog zijn naam weer gewijzigd. Nu heet zijn blog Wider Útsjoch. Dat betekent Wijder Uitzicht, met berichten over wijsbegeerte, God, religie en de zin van het leven.

De waarheidsvraag in het licht van religieuze diversiteit

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

‘Er staat veel onzin in publicaties over godsdienst. Dat is slecht voor de samenleving. Het publieke debat verhardt meer en meer en mensen zijn niet meer bereid om naar elkaar te luisteren. Daarom is het zo belangrijk dat Tussen waarheid en wijsheid verschijnt. Dit boek zegt wijze dingen over religie en de samenleving en gaat in tegen de polarisatie van het publieke debat.’ Dit zei Jan-Peter Wissink, directeur van Amsterdam University Press, tijdens de presentatie van het boek over de waarheidsvraag in het licht van religieuze diversiteit.

De combinatie van waarheid en religie lijkt in de hedendaagse samenleving meer dan ooit tot conflict en afscheiding te leiden. Of het nu gaat over fundamentalistische christenen in het Westen, radicale moslims in het Midden-Oosten, extremistische boeddhisten in Myanmar, joodse kolonisten in Hebron of militante hindoes in India, het is alsof de claim op religieuze waarheid zorgt voor een wij-zij-denken dat mensen tegen elkaar uitspeelt.’ (Wissink)

Volgens de uitgever komt in dit boek de vraag naar religieuze waarheidsaanspraken aan de orde. En de vraag of het omarmen van meerdere religieuze tradities ook het aanvaarden van meerdere waarheden betekent. Of religieuze waarheid er niet meer toe doet en we toe moeten naar een ruimer waarheidsbegrip. Voorbij het ‘Eigen Groot Gelijk’?

tussenwaarheidenwijsheid

De oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht, Joris Vercammen, lijkt dat waarheidsbegrip naar transcendentie te verleggen. Hij wil het eigen groot gelijk transcenderen. Vercammen verwijst hiertoe naar Jonathan Sacks en Václav Havel. Volgens Sacks is transcendentie een noodzaak. Hij noemt ‘de veronderstelling van het universele’ een groeifase in de menselijke visie op mens en wereld. Hij bedoelt dan met ‘het universele’ de afwezigheid van diversiteit. Over Havel zegt Vercammen dat hij het goed gezien had dat zonder  transcendentie verzoening en vrede niet mogelijk zijn.

Transcendentie is dan een uitgestoken hand naar mensen om ons heen, naar vreemdelingen, naar de mensengemeenschap, naar alle schepselen, naar de natuur, naar het universum. Transcendentie is dan een diepe en met vreugde ervaren behoefte om in harmonie te zijn zelfs met datgene wat we niet zijn, met wat we niet begrijpen, met wat in tijd en plaats ver van ons verwijderd lijkt, maar waarmee we op geheimzinnige wijze verbonden zijn omdat dit alles samen met onszelf één enkele wereld vormt.’ (Havel)

Soms zul je God tegenkomen in de mens die anders is, die niet is zoals wij.’ Het monotheïsme van de Bijbel betekent wel dat er maar één God is, maar niet dat er slechts één weg naar de ontmoeting met deze God zou zijn. ‘Integendeel’, zegt Sacks, ‘het is de opvatting dat de eenheid van God gevonden wordt in de diversiteit van de schepping.’ (Vercammen)

Volgens Vercammen zoekt schrijven over het religieuze altijd de afstemming op Gods eigen handelen, als het schrijven zelf een geloofsact wil zijn.

Het is zoeken naar Gods waarheid. Het veronderstelt daarom een liefdevol willen waarnemen waarbij de egoïstische neiging om de werkelijkheid naar de eigen hand te zetten zoveel mogelijk wordt vermeden. Daarbij trekt de schrijver zich echter niet terug in passiviteit.’ 

Schrijver en columnist Mohammed Benzakour sprak ook tijdens de presentatie van Tussen waarheid en wijsheid. Hij verwees naar de Talmoed die stelt dat de mens wijs is zolang hij de waarheid zoekt, maar zodra hij meent haar gevonden te hebben, hij een dwaas is. En ook naar Kierkegaard die vond dat waarheid de titel is van een zeer dik boek met blanco pagina’s. Hij was dan ook reuze benieuwd naar het boek dat gepresenteerd werd, vol gedrukte pagina’s.

Zie NieuwWij:

* Tussen waarheid en wijsheid
* Een waarheid als een koe
* Waarheid vinden, waarheid ontvangen

Beeld: Soefigebeden, aangebracht op de muur van de Dargah. Een van de hoofdelementen bestaat uit de heilige geschriften en andere boeken uit de verschillende religieuze tradities die een affiniteit vertonen met het idee van de eenheid van religieuze idealen. (spiridoc.nl)

Tussen waarheid en wijsheid – de waarheidsvraag in het licht van religieuze diversiteit | Redactie Manuela Kalsky & André van der Braak | ISBN: 9789462983823 | € 19,95 | Ook verkrijgbaar als: eBook (ePub)eBook (PDF) € 9,99

Verslag van de Relibazaar: God wat ben je veranderd…!

dscf5295-000

Carel ter Linden zou een spreekbeurt houden in een nonnenklooster. Toen hij waarschuwde dat hij geloofde dat Jezus een aardse vader en moeder had, was de reactie van de nonnen: ‘U denkt toch zeker niet dat wij onze theologie niet bijhouden?’ De schrijver van het boek Wat doe ik hier in Godsnaam? was welkom.  Ik luister naar deze anekdote van de theoloog in de workshop Geloven in God als Schepper op de Relibazaar van Mariënburg, een vereniging van kritisch katholieken.

Jij kent zulke mensen, ik ken ze ook. Haal er een paar voor ogen; doe ik ook. Kijk ik naar ze, dan – zo werkt het bij mij – reageer ik op de vraag ‘Bestaat God wel? met: ‘Of God bestaat weet ik niet, maar ik geloof er heilig in dat Hij werkzaam is!’ (Huub Schumacher)

In een andere workshop vertelt adviseur en trainer kerkelijke communicatie, Eric van den Berg, glimlachend dat planking uitgevonden is door de rooms-katholieke kerk en hij toont met powerpoint een priester die in een kerk languit ter aarde ligt als een teken van nederigheid en totale overgave van zijn leven aan God.

In veel zaaltjes was God aanwezig, zoals bij Bestaat God wel? van Huub Schumacher, schrijver van God wat ben je veranderd…! En in de workshop van Manuela Kalsky: Wat staat ons te doen als gelovig Christen, in een post-christelijke Nederlandse samenleving? Daar wisselden we uit waar we onze inspiratie vandaan haalden en vooral over wat we daarmee doen in de praktijk.

De beleving van God kan door van alles plotseling worden opgeroepen, door een supertekening die je nichtje voor je maakte. Het met liefde gegeven ding zorgt voor een innerlijk geraakt worden door iets overweldigends, iets oer-liefs, door – zou Roger Lenaers zeggen – Oerliefde. Deze heeft zò een invloed op je, dat je er ‘U’ tegen zegt. Je voelt je door die Oerliefde omhelsd, eindeloos bevestigd, oneindig bemind, niet om je prestaties maar gewoon omdat jij jij bent!’ (Schumacher)

Zo’n tweehonderd mensen waren gisteren in Utrecht afgekomen op de Relibazaar, het congres van Mariënburg, een vereniging van kritisch katholieken. Vooral grijze koppies waren er te zien, en meer vrouwen dan mannen. Veelal de hogere leeftijden van de kritisch katholieken lijken zich nog met God bezig te houden, al geloven zelfs zij nog maar twijfelend aan Hem. Of geven aan Hem een eigen invulling.

Van die vroegere uitvergrote reus, letterlijk in koormantel tronend op het dakterras van het heelal, is God nù/hier ineens de innerlijke ervaring van een gloed van intense bevestiging! Je ontdekt jezelf als een bloeiende en geurende roos zonder waaromvragen.’ (Schumacher)

Kritisch katholieken geloven niet langer in de standaard God. In de vele workshops was niettemin het verlangen naar God af en toe voelbaar. Twijfel hing als een donkere wolk in de zaaltjes en de smeekbeden naar een glimp van God werd zingend verwoord in een van de slotliederen van de dag: Scheur toch de wolken, waarin God dringend gevraagd werd te komen. Met een slag onder de arm, want men zong: mocht het toch waar zijn dat Gij hoort…

Ter Linden had het vooral over de geest van God, maar ook die was door mensen ontdekt en tegelijk kunnen mensen zich nog maar weinig voorstellen bij God. De Bijbel moeten we niet letterlijk nemen, maar de verhalen woordelijk wel. De openbaringen, aldus Ter Linden, kunnen we niet meer geloven, want de inzichten komen van beneden. Je hoeft ook niet in God te geloven, grapte de theoloog een joodse mop, als je zijn geboden maar onderhoudt. Zijn als God, zo klonk het nieuwe adagium. Dat moeten we doen en daarmee de diepe waarden van het leven ontdekken. Dat komt dan neer op trouw, rechtvaardigheid, liefde, barmhartigheid en dat soort deugden. De geest als krachtenveld. God als ijkpunt. God is het krachtenveld van liefde als ijkpunt van ons handelen.

Pastor en catecheet Huub Schumacher was geweldig. Hij staat erom bekend dat hij in alledaagse taal ingewikkelde theologische vraagstukken te lijf kan. Sommigen hadden hun workshop gelaten voor wat het was en ingeruild voor zijn verhaal: Bestaat God wel? Mensen zaten in de vensterbanken wegens tekort aan stoelen. Menig stand-upcomedian kan nog wat van die man leren. Wat een performance! Een genot om naar hem te luisteren en hem te volgen in al zijn enthousiaste bewegingen die zijn verhaal kracht bijzetten. De man straalde! Het ging over mensen. Hij wilde niet discussiëren over weten of geloven. Maar als je goed luisterde, was God in zijn workshop aanwezig, in al zijn geestdrift.

Mijn God, wat de Bijbel ‘geloven’ noemt, wat dàt met een mens doet! Het maakt hem zo nieuw en fris als een hoentje en innerlijk zo sterk als een beer die, zo fantaseert Jezus erop los, een moerbeiboom met z’n meterslange wortels zò uit de grond trekt en met één zwaai in zee knikkert!’ (Schumacher)

Foto: PD – Huub Schumacher

Zwarte Piet en de Netherlands Academy of Religion

quofataferunt-1

De niet-gelovige secretaris van de gloednieuwe Netherlands Academy of Religion (NAR), Ernst van den Hemel, vindt dat kennis over religie en levensbeschouwing in de samenleving vergroot moet worden. Vreemd dat iemand die zelf helemaal niets heeft met God, anderen wil onderwijzen in het idee ervan. Zoiets als lesgeven over Sinterklaas aan schoolkinderen, en ondertussen denken: ach God, die arme kinderen, dadelijk geloven ze het ook nog. Aan de andere kant: in deze tijd blijkt het ook weer van belang dat we kennis opdoen over zijn onderdaan Zwarte Piet. Ook al geloven we niet in hem, we moeten alles van hem weten om te begrijpen dat Zwarte Piet weg moet. Of niet. Kennis over religie en levensbeschouwing is minstens zo waardevol.

Door over Zwarte Piet te onderwijzen, komen kinderen te weten dat hij, net als God, nu geen boeman meer is. Vanaf de late Middeleeuwen was Zwarte Piet zelfs een andere naam voor de duivel. Vroeger had hij een roe, zoals God de hel tot zijn beschikking had, maar nu heeft Piet geen roe meer en verbleekt het zwart, net als de hel van God voor veel gelovigen inmiddels is uitgedoofd. Voor God hebben niet-gelovigen geen alternatief, voor Piet is dat nog onduidelijk: moet hij rood worden, geel, stroopwafel of ook gewoon weg?

We moeten volgens sommigen meer kennis over Zwarte Piet vergaren om te begrijpen hoe erg deze figuur is. Niet Piet zelf, maar het idee dat we discriminerend met hem om zouden gaan. Sommigen zeggen ronduit: Zwarte Piet is racisme. Er is zelfs een soort Nederlandse Academie voor Zwarte Piet: de stichting Nederland Wordt Beter. Die geeft lespakketten uit voor kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven, voor groep 7 en 8. Analoog aan de NAR geeft die stichting achtergrondinformatie over Sint Nicolaas en Zwarte Piet. Vooral Piet moet ‘zichtbaar gemaakt worden’.

De lessen, ontwikkeld door Stichting Nederland Wordt Beter, zijn een onderwijstool voor een inhoudelijk gesprek over het Sinterklaasfeest. Niet alleen worden het leven en de legenden rondom Sint Nicolaas en de geschiedenis van (de viering van) het feest behandeld, ook wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van Zwarte Piet, karikaturen, en de bezwaren die er zijn tegen de figuur.’ (Stichting Nederland Wordt Beter)

De Netherlands Academy of Religion wil ook zoiets als de stichting Nederland Wordt Beter. Het veld van de wetenschappelijke bestudering van religie en levensbeschouwing is nu onvoldoende zichtbaar en ‘de samenhang, stabiliteit en toekomst van het veld’ komen in het gedrang.

De invloed van religie op onze wereld gaat soms in tegen de wens van Nederlanders die religie graag zouden zien verdwijnen, voor anderen botst een bepaalde religie met de eigen levensovertuiging. Toch is kennis over de vele verschijningsvormen van religie onontbeerlijk. Ook als iemand niets met religie te maken wilt hebben, loop je tegen grote levensvragen aan. Ook voor christenen is het van belang om te weten waarom bepaalde beelden aanstootgevend voor moslims kunnen zijn, ook voor moslims is het van belang om de invloed van het christendom op de Nederlandse maatschappij te begrijpen.’ (Netherlands Academy of Religion)

Kennis over de vele verschijningsvormen van Zwarte Piet is eveneens onontbeerlijk. Je wilt meer weten over zijn herkomst, en hoe hij aan zijn kleuren komt. Net als God die ook vele verschijningsvormen heeft en door veel mensen anders wordt beleefd, zelfs als aanstootgevend. Om te weten waarom bepaalde beelden van Piet aanstootgevend kunnen zijn, is een ander punt van belang, ook al heb je niets met deze figuur en zijn metgezel Sinterklaas. Daarom is het belangrijk dat er zowel meer informatie wordt verspreid over een figuur als Zwarte Piet als over religie en levensbeschouwing.

😉

Zie:
* Stichting Nederland Wordt Beter
* Religiewetenschappers en theologen: Noodzaak voor landelijk platform

Foto: In de negentiende eeuw werd het Sinterklaasfeest in Nederland geciviliseerd. Piet kreeg van duivelse meer negroïde trekken en de Sint zelf was nu alleen nog maar verkleed als waardige bisschop. De wilde Nicolaasmaskerade werd een plechtige intocht van Sinterklaas. Het is interessant om te zien hoe in meer geïsoleerde gebieden zoals de Waddeneilanden en de bergdalen van Zwitserland en Oostenrijk de oudere ruige versie wel in meer of mindere mate stand heeft gehouden. (quofataferunt.com)

Marcel Sarot: pleidooi voor een post-post-theïstisch geloof

joke

Het post-theïsme voorbij? Hoogleraar Fundamentele Theologie en decaan van de universiteit Tilburg, Marcel Sarot, vraagt zich af of er nog wel christelijk geloof mogelijk is aan gene zijde van het theïsme. Hij doet dat in zijn artikel ‘Een mooie gedachte, maar veel te weinig’? – Kritische aantekeningen bij post-theïsme. Hierin legt hij de meetlat langs het post-theïsme en vraagt zich af of het recht doet aan het christelijk geloof in een handelende God. Uiteindelijk pleit Sarot voor een post-post-theïsme.

Als Sarot zich in het post-theïsme verdiept, stuit hij direct op een probleem. Hij zet dat uiteen met een tekst van theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes.

Post-theïsme is niet [een] georganiseerde stroming; het duidt niet op een alternatief theologisch systeem. Post-theïsme is slechts een parapluterm voor een veelheid aan theologische benaderingen die zich impliciet of expliciet afzetten tegen het theïsme. Maar dat roept ook problemen op, want is theïsme niet net zo’n pluraal in te vullen term?’

Sarot vindt dat, juist vanwege het feit dat het post-theïsme niet op zichzelf staat maar een reactie is op een dwaling in de hedendaagse theologie, het onwijs zou zijn om het al te radicaal af te wijzen. Hij pleit voor een erkenning van het gelijk van het post-theïsme: wij hebben de inwoning van God in deze werkelijkheid veronachtzaamd. Maar bij Sarot heeft het theïsme niet afgedaan:

En ik pleit voor de ontwikkeling van een theologie die zowel recht doet aan Gods immanentie als aan Gods transcendentie. Wij verkeren daarbij in de gelukkige omstandigheid dat ook in de natuurwetenschap het beeld van de werkelijkheid als een gesloten causaal systeem niet langer dominant is, en dat in die zin de intellectuele plausibiliteit van de inwoning van God sterk is toegenomen. Als men het theïsme als these zou willen zien en het post-theïsme als antithese, dan pleit ik dus voor een synthese, een post-post-theïsme.’

Sarot komt tot die conclusie nadat hij stelt dat de transcendente en de immanente God, wezenlijk bij elkaar horen. God is voor hem niet alleen buiten ons, maar ook in ons, God werkt niet alleen buiten de werkelijkheid, maar ook daarin. Voor hem horen de immanente en de transcendente God wezenlijk bij elkaar. De transcendentie is te veel beklemtoond, waarop als reactie die van de nieuwe spirituelen kwam, die alleen nog maar ruimte bieden voor de God-in-ons en niet meer voor God-buiten-ons. En over het post-theïsme stelt hij dat daarin zelfs transcendentie nog immanent wordt gedacht.

Zie: Een mooie gedachte, maar veel te weinig. Kritische kanttekeningen bij post-theïsme (academia.eu) Hierop gaat Sarot in op bovenstaande. Het transcendente en het immanente komen uitgebreid aan de orde.

Cartoon: bizarrocomic.blogspot.com

‘Er is evolutie in het denken over God’

godevolutie-1

‘Zo word je dan eigenlijk vanzelf progressief-katholiek, progressief gemaakt. Omdat de kerk te conserverend en te star bezig is, gefocust op de tradities en de oude geloofswaarheden verwoord in achterhaalde beelden. Omdat geloof niet in een keurslijf van farizese regels gedwongen moet en mag worden.’ Dit zegt de nieuwe voorzitter van de Mariënburgvereniging Harrie van den Akker. Hij is docent stromingsleer en wil ook in die vereniging weer stroming brengen.

Want ja, ik voel mij katholiek. Omdat ik op een katholieke manier geloof in een persoonlijke God die mij in Zijn hand houdt, voor mij grond is onder mijn voeten. Omdat ik geloof in Jezus Christus wiens Weg ik wil volgen. Mijn God is echter niet de gemoedelijke grootvader van de schilderstukken van Michelangelo, ergens hoog in de wolken tronend, vol mededogen met ons zondige mensen op dit ondermaanse. Dit beeld dateert uit de tijd dat de aarde plat was, met de hemel boven, en de hel onder (‘nedergedaald ter helle’). Sinds Galilei en de ruimtevaartreizen weten wij beter.’

De God van Van den Akker is alom: om hem heen en in hem. Voor hem is de kern: ‘Als twee of drie in Mijn naam bijeen zijn, ben Ik in hun midden’. Dat is niet mijn uitspraak, maar die van Jezus, die opriep te doen als Hij, tot navolging.

Veel van wat in de loop der eeuwen is toegevoegd door pausen en concilies, ervaar ik als ‘ballast’, of als achterhaald door weldenkendheid en wetenschap. De aarde is niet plat, er is geen hel, en ik denk echt dat er ook geen wrekende God is. Dat zijn beelden uit een andere tijd. Er is evolutie in het denken over God: van gouden kalf en veel goden tot de Ene God, van een zoenoffers vragende God tot een God in mensengedaante. Het altaar is omgekeerd. Gemeenschap vieren in Zijn naam en elkaar bemoedigen op de Weg is wat echt telt. Gods volk onderweg.’

Van den Akker wil niemand zijn of haar katholieke geloof, dogma’s, eucharistievieringen of gehechtheid aan culturele uitingen (zoals het gregoriaans) afnemen of ontzeggen. Wie zich daarin geborgen weet, heeft zijn zegen.

Maar van aspirant-gelovigen vergen dat zij eerst alle dogma’s en culturele ballast accepteren voor zij zich katholiek mogen noemen en te communie mogen gaan, is te gek voor woorden en past niet in een wereldkerk. (…) Wat ik dus bepleit, is ruimte voor veelkleurigheid en voor eigentijdse uitingen van geloof alsmede respect voor katholieken die uit nood geboren zich progressief moeten noemen.’

De docent stromingsleer zegt zijn uiterste best te doem om zich niet te verschansen in zijn eigen gelijk. Wat hij wel vergt van kerk en medegelovigen is respect en vrijheid voor wie er minder traditioneel over denkt maar zich wel katholiek wil en mag noemen met een beroep op het Evangelie en de vroegchristelijke gebruiken. Ook wil hij opkomen voor de gelovigen die de kerk en hun geloof uit gedreven worden door hardliners.

Voor Van den Akker is het een legitieme vraag of de leerstellingen – zoals de transsubstantiatie en de verzoeningsleer – deel uitmaken van de kern van het katholieke geloof of dat het om latere toevoegingen gaat die ooit zinvol waren of leken maar nu in veler ogen betekenis of zeggingskracht verloren hebben.

Volgens mij zijn het dit soort kwesties die bepalen in welke kamers van het huis van de Heer je wilt wonen, of desnoods in het schuurtje. Binnen de Mariënburgvereniging is een credo-commissie actief die zich over dit soort vragen buigt. Is het (letterlijk) geloofwaardig dat God echt zijn Zoon naar de wereld heeft gezonden, of heeft Jezus, een mens als wij, wel heel bijzonder een goddelijke roeping verstaan en als het ware als zoon van God voorgeleefd dat je oud bestaan kunt afleggen en, vechtend tegen de bierkaai, nieuw leven kunt vinden?’ 

Volgens Van den Akker moet de kerk de tekenen van de tijd beter verstaan en daarvoor ruimte maken. In een discussie met de rooms-katholieke theoloog Hendro Munsterman gaat het hier onder meer over. Een briefwisseling is bij NieuwWij te volgen. Interessant om te lezen in aanloop naar de Relibazaar van Mariënburg die op 29 oktober a.s. zal worden gehouden in Utrecht.

Zie: ‘Progressief Katholiek Nederland moet zich verenigen’

De briefwisseling begint hier: ‘Wat is er nog katholiek aan ‘het progressief katholieke geluid’?

Beeld: plazilla.com