Samen sterven na een lang gedeeld leven

Een goede dood

Ton Vink studeerde filosofie, godsdienstwetenschappen, geschiedenis en psychologieen promoveerde in de filosofie. Daarnaast begeleidde hij jarenlang mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schreef een zorgvuldig onderbouwd pleidooi voor gereflecteerde zelfbeschikking. Met Een goede dood laat Vink zien dat we ons minder moeten bezighouden met de procedurele en juridische kant van euthanasie en meer met de vraag wat een goede dood nu eigenlijk inhoudt.

Vink heeft een praktijk voor levenseindevragen. Jarenlang begeleidde hij mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schuwt niet om moeilijke vragen te stellen: Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? Vink neemt ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? De vraag naar het goede van een goede dood wordt vaak verwaarloosd. Ten onrechte, want vraagstukken omtrent een goed levenseinde zijn van groot belang.’ (Vink)

Te vaak wordt het levenseinde beoordeeld vanuit juridisch en procedureel perspectief. In Een goede dood – euthanasie gewikt en gewogen breekt Vink een lans voor een nieuwe manier van denken over euthanasie. Het regisseren van het eigen levenseinde is een moeilijk proces. Vink toont op overtuigende wijze aan hoe en waarom de huidige aanpak van overheid en justitie het proces verder verzwaart. Op basis van een scherpe analyse van concepten als ‘autonomie’ biedt Vink duidelijke handvatten voor broodnodige veranderingen.

‘Thanasiewet’
Een goede dood schuwt moeilijke kwesties niet en verliest ook het individu niet uit het oog. In een gebalanceerd geheel van theoretische en praktische reflectie deelt Vink de vaak ontroerende verhalen van mensen die concreet de regie en zeggenschap over hun eigen levenseinde zochten. Zo neemt hij ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Onze wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (hierna ‘WTL’ of ‘euthanasiewet’, maar correcter zou eigenlijk zijn: ‘thanasiewet’, want aandacht voor het goede van de dood die conform de regels van de WTL bezorgd wordt, is er niet. In mijn ogen is de vraag naar het goede van een goede dood ten onrechte verwaarloosd.’ (Uit: Een goede dood)

TonVinkTon Vink (foto: TV) gaat in zijn boek expliciet op deze vraag in en probeert hij antwoord te geven op de vraag naar de kenmerken die tezamen de aanleiding kunnen zijn zo’n dood goed te noemen.

En – belangrijk – dat hoeft overigens niet altijd een variant van een zelfgezochte dood te zijn, al is die laatste wel hoofdthema van dit boek.’ (Uit: Een goede dood)

Samen sterven
Eerder schreef Vink een opiniestuk in Trouw waarin hij een ‘pleidooi’ houdt voor samen sterven. Hij wil een derde ‘euthanasiewet’ voor de groep ‘samen sterven’.

Ouderen die samen wensen te sterven, niet omdat hun leven ‘voltooid’ is, maar omdat de een bij het onvermijdelijk geworden verscheiden van de ander na een lang gedeeld leven niet alleen achter wil blijven. Tegenover ‘voltooid leven’ heeft ‘samen sterven’ het voordeel van duidelijkheid. (Ton Vink in Trouw)

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) is volgens Vink gebaseerd op ‘open normen’ en dat maakt mogelijk dat deze wet kan meebewegen met opvattingen binnen de samenleving, ‘vooruitstrevend’ of ‘behoudend’.

Wie na rijp beraad besluit dat zijn levensweg erop zit (‘voltooid’ is) kan, na zorgvuldige voorbereiding, zo nodig zichzelf een ‘goede dood’ bezorgen. Vanwege de eigen verantwoordelijkheid en de goede dood heet dit ‘zelf-euthanasie’, te onderscheiden van ‘artsen-euthanasie’, de goede dood onder verantwoordelijkheid van de arts.’

Een goede dood | Ton Vink | ISBN 9789086872244 | pag. 144 | Verschijnt vandaag | NUR 730 | UITGEVER Klement | € 19,99

Bronnen: Persbericht uitgeverij Klement; Trouw

‘Vroege christendom trachtte de klassieke cultuur te vernietigen’

Domenico-Fetti_Archimedes_1620

Stel je voor dat we 2000 jaar voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. – Dit werpt de Britse historica Catherine Nixey op, dochter van een monnik en een non, in een interview met De Morgen. Ze schreef een boek over de oude christenen: Eeuwen van duisternis – de christelijke vernietiging van de klassieke cultuur.

Over het geweld en de onverdraagzaamheid van het vroege christendom schreef Nixey het boek Eeuwen van duisternis, een overzicht van moord, brandschatting en vernieling op een voorheen nooit geziene schaal. Op een paar eeuwen tijd slaagden de christenen erin de antieke cultuur te beëindigen: weg Griekse filosofie en weg Romeins secularisme. In de plaats kwam het Boek.’

Catherine Nixey studeerde Klassieke Oudheid aan de Cambridge University en werkte enkele jaren als leraar Klassieke Oudheid in Londen. Momenteel is ze journalist voor The TimesEeuwen van duisternis is haar debuut. ‘Het vroege christendom was even wreed als IS,’ zegt Nixey. ‘Als je kijkt naar het verleden is de islam in haar ogen niet zo uniek, we­reld­vreemd en wreed als we wel eens denken’.

Augustinus laat er in zijn De Civitate Dei geen enkele twijfel over bestaan. Mensen komen bij hem en vragen hem wat ze met andersgelovigen moeten doen. Uitroeien, zegt hij, want daarmee tonen we hoeveel we van God houden. Hij ging er immers van uit dat God alles ziet, jaloers is en bereid om degenen die ontrouw zijn te straffen. Eens je dat aanneemt, heb je in feite geen keuze meer.’

De Morgen vraagt zich af waarom we dan toch het idee dat het christendom een vredevolle, tolerante religie is. Omdat de geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven, luidt haar antwoord, verwijzend naar Edward Gibbons The History of the Decline and Fall of the Roman Empire uit de tweede helft van de achtste eeuw.

Hij beweerde daarin dat dit Rijk te gronde was gegaan door het christendom, omdat het al de beste maatschappelijke krachten opslorpte en hen in een klooster opsloot. Dat leidde tot verzwakking van het Rijk, waardoor het een vogel voor de kat werd voor de Goten en de Arabieren. Nog voor zijn boek verscheen, had het Vaticaan het al op de index gezet. Het christendom was als geen andere religie bedreven in het redigeren van zijn eigen geschiedenis.’

Dat leidde volgens Nixey tot het een einde van het pluralisme en het intellectuele debat dat zo typerend was voor het Romeinse geestesleven.

Deels kwam dit doordat veel filosofie in tegenspraak was met de religie. Ieder boek dat iets anders beweerde dan de Bijbel was verboden, wat in de praktijk dus alles was behalve die Bijbel.’

En ook de klassieke teksten hadden daaronder te lijden. Bestaande teksten werden van het perkament geschraapt om plaats te maken voor christelijke teksten, niet alleen omdat ze deze verderfelijk vonden, maar ook omdat ze er geen interesse voor hadden. Het intellectuele erfgoed verschraalde daardoor enorm.’

eeuwenvanduisternis

Volgens Marnix Verplancke van De Morgen schrijft Nixey er niet expliciet over, toch lijken er heel wat overeenkomsten te bestaan tussen de vroege christenen en de extremistische islam van vandaag.

Je kunt de overeenkomsten inderdaad niet over het hoofd zien. Het monotheïsme is een krachtig idee dat beweert dat ik beter ben dan jij en dat jij minder menselijk en waardevol bent dan ik omdat ik in de juiste god geloof. Het is een gevaarlijk idee dat we vandaag de kop weer op zien steken en dat voor sommigen bijzonder ­aantrekkelijk is.’

Achter het christelijk geweld zat vaak ook een grote mate van bezorgdheid. Als de christenen toestonden dat je je demonen bleef aanbidden, zou jij na je dood eeuwig branden in de hel, en zij ook omdat ze je niet gered hadden. Daarom oefenden ze hun ‘genadige wreedheid’ op je uit, zoals ze dat noemden.’

Over hoe de wereld eruit gezien zou hebben zonder het christendom verwijst Nixey naar een van de opmerkelijkste boeken die zij kent: het Archimedes-palimpsest, een gebedenboek dat geschreven is op gerecupereerd perkament van zeven boeken van Archimedes. De wiskunde en fysica die daarin aan bod komen, zouden pas weer door Newton ontdekt en gebruikt worden, bijna 2.000 jaar later dus. En mede daardoor kwam Nixey op haar gedachte:

Stel je voor dat we toen voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. Hoe had de wereld er vandaag dan uitgezien? Wie weet? Misschien hadden we eeuwen geleden al een atoombom gemaakt en waren we er allang niet meer.’

‘Eeuwen van duisternis – De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur’ | Catherine Nixey | Hollands Diep | 398 p. |29,99 euro| Vertaling: Aad Janssen, Marianne Palm en Pon Ruiter | ISBN: 9789048831333 | € 29.99 | 09-10-2017 | Ebook | ISBN: 9789048831340 | € 9.99
Het is het nagenoeg onbekende verhaal van een strijdvaardige nieuwe religie, die in het begin van onze jaartelling opdook en overleefde door de klassieke beschaving met geweld te bestrijden, beelden werden aan stukken geslagen en grootse literatuur werd vrijwel volledig vernietigd. Elke andere opvatting moest fanatiek worden bestreden. Iedereen die zich niet naar het christelijke geloof voegde, werd vervolgd, gemarteld en vermoord. (Uitgeverij Hollands Diep)

Zie voor het volledige interview: Catherine Nixey, dochter van een monnik en een non, over het vroege christendom ‘Wat de christenen deden, dát was pas terreur

Beeld:  Archimedes door Domenico Fetti (1620). De ontdekking in 1906 door Johann Heiberg van eerder onbekende werken van Archimedes in de Archimedes-palimpsest heeft nieuwe inzichten verschaft in hoe Archimedes zijn wiskundige resultaten verkreeg. (Wikimedia) Het is een perkament van geitenvel waarop gebeden uit de 13de eeuw staan geschreven. Het perkament bevond zich honderden jaren in een kloosterbibliotheek in Constantinopel.
Na de ontdekking in 1906 raakte het in de jaren 1920 in particulier bezit. Op 29 oktober 1998 werd het Archimedespalimpsest op een veiling in New York door een anonieme koper gekocht voor $2 miljoen. Het is een hergebruikt perkament waarin een tekst van Archimedes is verborgen. Het werk bevat de enige overgeleverde Griekse versie van Drijvende lichamen en de enige afschriften van de Methode van mechanische stellingen. (archimedesfenajolien.weebly.com)

Geluk lag eeuwenlang opgeborgen in het hiernamaals

HermanPleijBroese

Geluk!? Herman Pleij dook er argeloos in en kwam terecht in de geluksindustrie, maar ook op universiteiten waar geluksprofessoren rondlopen. Er zijn zelfs geluksambtenaren, aangesteld door gemeenten. De geluksindustrie is een groeimarkt. Je kunt gelukkig worden tegen contante betaling. En Nederland blijkt hoog te scoren. Staat 6 op de Wereldranglijst van Geluk. We hebben de gelukkigste kinderen. – Herman Pleij, emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, was woensdagavond weer eens in zijn element. Ditmaal in een uitverkocht Broese in Utrecht.

Eeuwenlang lag geluk opgeborgen in het hiernamaals voor hen die dat op aarde verdiend hadden. Aan het eind van de Middeleeuwen begint dit al te verwateren tot een aardse voorziening in elke gewenste vorm. Die kon men zelfs zonder enige verdienste bij toeval deelachtig worden: stom geluk, ook bekend als mazzel. Het geluk raakte als sensationele beloning in een zalige eeuwigheid in de greep van vulgarisatie richting aarde en massa.’ (Uit: Geluk!?)

Pleij vroeg zich af hoe ze zo’n vragenlijst over geluk maken. Het blijken simpele enquêtes. Roept vraagtekens op wat betreft gezag en waarde. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) interviewt Nederlanders. Er lijkt een geringe kloof tussen arm en rijk,  de overheid is dichtbij voor de burger en we hebben een goede verzorgingsstaat. Maar geluk is toch privé? En wat wordt bedoeld met geluk? Het is een containerbegrip. Niet maakbaar.

Een beeldschone abdis werd belaagd door een edelman die stapelverliefd op haar was. Ze weigerde hem te ontvangen, maar via haar dienares bleef hij volharden in zijn verlangen haar schoonheid te bewonderen. Wat vindt hij dan mooi aan mij? vroeg ze aan haar helpster. Alles, antwoordde deze, maar vooral uw ogen. Daarop stak de abdis haar beide ogen uit en liet die op een blaadje bezorgen bij haar aanbidder – iedereen tevreden.’ (Uit: Geluk!?)

Ooit werd Vrouwe Fortuna opgevoerd in het christendom. Augustinus roerde zich er ook over: geluk ken je door kennis van goed en kwaad. Het Kwade heeft zin om het Goede te leren kennen. Zelf is Pleij aan de ‘goede kant’ van Hilversum geboren. Rijke vriendjes op school leerde hij kennen. Een ervan had een gloednieuwe leren voetbal. Heerlijk spelen, totdat een vrachtwagen de bal aan flarden reed. Pleij vond het vreselijk. Maar het commentaar van de eigenaar luidde: ‘O, ik krijg morgen wel een nieuwe’. Pleij wist op dat ogenblik, als tienjarige, door dat ongeluk, wat geluk was.

Nog meer zekerheid op de geluksmarkt biedt een zilverkleurige handleiding met Bijbelachtige allure, onder de titel: Geluk. The World Book of Happiness 2.0, met als ondertitel: De wijsheid van 100 geluksprofessoren uit de hele wereld, in 2016 verschenen bij uitgeverij Lannoo te Tielt (België), onder hoofdredactie van Leo Bormans. Hoger van de toren is zeldzaam geblazen.’ (Uit: Geluk!?) 

Geluk gaat om welzijn en welbevinden, zegt Pleij. Maar klagen is gedemocratiseerd in Nederland. Het SCP vraagt jaarlijks aan de burgers naar geluk. Er wordt dan zwaar gekankerd op laag niveau. Maar het persoonlijk welbevinden scoort hoog: 80% van de Nederlanders is zeer tevreden. In een enquête, gehouden in verzorgingshuizen was ook 80% gelukkig. Daar hebben mensen het geweldig naar hun zin.

Niettemin had de kerk zich altijd wantrouwig getoond bij wat volgens haar toch veelvuldig placht te ontaarden in werelds vermaak zonder meer. Dat bleef zich traditioneel uiten in het censureren van de aardse levenskunst. Vooral dansen moest het ontgelden, ook omdat daarvan niet zo gauw een hemelse pendant viel aan te wijzen, zoals bij muziek en zang.’ (Uit: Geluk!?)

Adam en Eva realiseerden zich volgens Pleij wat geluk was na de zondeval. Daarvoor was alles gewoon goed. Waren ze gelukkig. Pleij noemt lijden echt iets van het christendom. Absoluut geluk komt dan in het Paradijs of Eldorado. Later. Dat geldt ook voor andere godsdiensten: na de dood komt het goede. Maar ook het socialisme wierf leden met het ‘Arbeidersparadijs’. Dat zou men zelfs nog mee maken in het eigen leven. Troelstra verleidde de arbeiders ermee. Een soort ‘format voor menselijke zingeving’, zo formuleert Pleij.

Aristoteles en Plato vestigden de aandacht op de laagste vormen van geluksbeleving, die zij in feite afwezen. Dan ging het om het vervullen van de begeerten naar geld, voedsel, drank en seks. Die hoorden volgens hen bij de levensstijl van grazend vee. Men geleek dan op runderen die zichzelf vetmestten, copuleerden en elkaar vertrapten bij de honger naar meer.’ (Uit: Geluk!?)

GelukEr schijnt van alles te zijn na dood,’ zegt Pleij. Maar Ronald Plasterk heeft het slechts over ‘Ietsisme’: de concrete invulling van het paradijs lijkt weggeseculariseerd. Pleij vertelde over een lijstje: vroeger stond bij beroepen nummer 1: rechter, hoogleraar, priester, dominee. En nu? Op nummer 1 staat de chirurg. Die heeft de rol van priester overgenomen. Eerst zorgde de priester voor het eeuwig leven, nu de chirurg: ‘hup, een nieuwe lever of zo en leef lekker door’. Het is technisch bijna mogelijk: onsterfelijkheid. De arts zorgt voor eeuwig leven.

Er is te allen tijde fastfood, de behoefte aan seks kan eenvoudig vervuld worden, klimaatbeheersing is inmiddels binnenshuis geregeld, arbeidsloos inkomen verloopt via bank en beurs en de verjongingsindustrie is definitief overgenomen door de medische boetseerkunst, terwijl de branche levensverlenging de grootse groeimarkt vormt binnen de gehele gezondheidskunde, met het eeuwige leven op aarde als serieuze optie.’ (Uit: Geluk!?)

In de middeleeuwen wisten ze er ook wat van. Volkspredikers verspreidden toen het woord van God. Erasmus vond dat toen niks: ze predikten voor eigen gewin en riepen over hel en hemel. Die predikers waren ware acteurs, volgens Pleij. Ze trokken duizenden belangstellenden op kerkpleinen. Een figuur als Jan Brugman goochelde zelfs met doodskoppen. Het ging tenslotte om het plaatje toen. Iedereen kon het zien en ook ongeletterden konden het begrijpen. Ze schilderden hemelse paradijzen, waar tafels altijd gedekt waren, als een soort foodhall. Vooral spirituele tamtam. De duivel had vat op de mensen, vertelden de predikers. Die was de baas geworden na de zondeval.

Afgelopen woensdagavond kon Pleij blijven vertellen. Helemaal in zijn element. Het maakt niet uit waar hij het over heeft, je luistert geboeid. Hij acteert als conferencier, maar wel een met inhoud. In zijn essay Geluk!? Van Hemelse gave tot hebbeding kan je er alles – en meer – nog eens over lezen. Het is net zo helder als zijn betoog. Op 9 november verzorgt hij een cultuurhistorisch theatercollege over de zoektocht van de Nederlandse identiteit, in Schouwburg Amstelveen.

Geluk!? Van hemelse gave tot hebbeding | Paperback / Ingenaaid | Uitgever: CPNB | oktober 2017 | EAN: 9789059654488 | € 3,50

Beeld: PD – Herman Pleij signeert Geluk!? voor een andere auteur (Margaret van Mierlo)

Fatwa tegen een liberale islam

islamIgnisWebmagazine

‘Er zijn te veel mensen in onze religie die akkoord gaan met geweld. Anders zouden we van Marokko tot Indonesië geen gemeenschappen hebben zonder enige vorm van democratie.’ Dit zegt de Duits-Turkse advocaat en imam Seyran Ates die ondanks een fatwa voor een liberale islam vecht. Ze startte het burgerinitiatief Stop Extremism. ‘We vechten tegen tradities die door mannen zijn gemaakt omdat ze macht wilden.’

Wat ik doe, is niet nieuw. Er zijn zo veel mensen die werken aan de verlichting binnen de islam. Een van de meest belangrijke denkers daarover is Ibn Rushd. Daarom hebben we onze moskee ook naar hem genoemd (de volledige naam is de Ibn Rushd-Goethe Moschee, SM). Hij werd geboren in de 12de eeuw in Córdoba, Spanje. Hij was een ­filosoof, een rechter en een dokter tegelijkertijd, en een groot kenner van Aristoteles. Wat is er gebeurd? Ze hebben hem van Spanje naar Marokko verbannen en zijn boeken verbrand.’

Ates, een Duitse van Turkse afkomst, was in België en Nederland om er haar nieuwste initiatief te promoten: stopextremism.eu, een burgerinitiatief om een vuist te maken tegen extremisme. Ze hoopt op Europese wetgeving tegen extremisme en sprak met Jan Jambon (N-VA-minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken) om uit te leggen wat het ­initiatief precies inhield.

Op welk gebied kunnen we wettelijk iets doen tegen extremisme, hoe ­kunnen we het controleren, hoe kunnen we meer gegevensuitwisseling hebben tussen de Europese landen, welke definitie van terrorisme hanteren we: daar gaat het over.’

Mijn religie staat aan de top van de lijst als het over terreur gaat, zegt Ates, maar ook dat extremisme niet alleen bommen gooien en mensen doden is. Het is ook de werknemer die radicale ideeën heeft of mensen onder druk zet. Het zijn ook ouders die hun kinderen niet toestaan om onderwijs te volgen.

Alles wat tegen de mensenrechten indruist, is voor ons extremisme.’

Religie kan volgens Ates niet statisch zijn. Mensen leven in hun religie, dus ze is per definitie dynamisch, en de gemeenschappelijke grond van alle religies is heel eenvoudig: liefde. Zij gelooft niet in die 99 procent van de ­moslims die gewoon een normaal en vredevol leven wil, anders zou er geen IS zijn of Boko Haram of Turkije. De ­mensen die haar aanvallen op social media en haar willen doden, horen overigens niet tot IS.

Het zijn mensen die zichzelf vredevolle en gematigde ­moslims noemen. Dat maakt me ongerust. Ze zijn enkel gematigd als hun conservatieve visie op de islam door iedereen gevolgd wordt.’

SeyranAtesTwitterSeyran Ates (foto: Twitter) is feminist sinds haar 15e omdat zij aan den lijve ondervond dat ze niet gelijk behandeld werd. Haar broers waren beter dan zij, ook al was zij de beste op school. Haar broers mochten met hun vrienden spelen en uitgaan. Zij moest thuisblijven. Haar moeder ging werken, zij moest mee voor het huishouden zorgen na school. Ze was gewoon een huishoudhulp. Tijd om te lezen had Ates niet. Zat ze eens met haar boek in haar handen, dan sloeg haar moeder het weg, omdat zij moest schoonmaken.

Ik weet dus wat het betekent om onderdrukt te worden louter wegens het feit dat je een vrouw bent. Mijn feminisme komt van eigen ervaringen, niet van academische ­theorieën.’

Drie maanden voor zij 18 werd, liep ze weg en kwam in een kraakpand in Kreuzberg terecht. Drie jaar later kreeg ze een kogel in haar nek toen zij in een vrouwencentrum werkte en werd samen met haar cliënte beschoten door een Turkse nationalist.

Ik ­verloor zo veel bloed dat ik eigenlijk had moeten sterven. Maar ik heb altijd willen leven. En ik heb heel veel hoop in de mens.’

De imam vindt dat we aan de ene kant dat onder ogen moeten zien dat er meer mensen zijn die geweld steunen dan men soms denkt.

Maar er zijn nog altijd meer mensen voor vrede. We zitten nu op een kantelpunt. Daarom ben ik optimistisch, wegens de grote kansen die deze tijden bieden.’

Zie: Imam Seyran Ates: “Er zijn te veel mensen in onze religie die akkoord gaan met geweld” (De Morgen, Blg.)

Beeld: igniswebmagazine.nl

Geloofsgesprek: iedereen zijn eigen god

lichtgaveIonastichting

‘Het komt natuurlijk sympathiek over, die bereidheid tot dialoog. Maar er zit wel een addertje onder het gras,’ zegt theoloog Wim Jansen. De roep om de interreligieuze dialoog gebeurt vanuit het misverstand van het religieuze gelijk, de waan van het religieuze gelijk. En dwars daardoorheen viert een versplinterd protestantisme vijfhonderd jaar hervorming. Een geschiedenis van moeite met dialoog, volgens de auteur: bovendien bestaat het christendom niet, of de islam, of het hindoeïsme.

Trouwens, waar zijn zij die zich atheïst noemen in deze dialoog? Het lijkt al met al op een religieus onderonsje uit te draaien. Ik had toch in mijn menswording de seculiere filosofie en literatuur niet graag willen missen! Hoe gezond is juist die inbreng voor religies!’ En zij die niet religiegebonden zijn maar wel de transcendente ervaring kennen? Ook zij lijken te worden buitengesloten, terwijl zij, bijvoorbeeld vanuit de religieloze mystiek, wel veel te melden hebben over de geestelijke dimensies.’ (Jansen)

Maar de atheïst bestaat natuurlijk ook al niet. Jansen noemt als voorbeeld van de waan van het religieuze gelijk de repeterende breuk in de geschiedenis van de hervorming: de eindeloze opsplitsingen zijn voortgekomen uit haarkloverijen over de feitelijke hoedanigheden van precies die werkelijkheid die ons te boven gaat.

BernhardReitsmaTwitter

In het geloofsgesprek (gesprek tussen individuen) dat Jansen voorstaat, botst hij onmiddellijk tegen theoloog Bernhard Reitsma (foto: Twitter) aan, die juist vanuit zijn bubbel met de ander die ook in zijn eigen bubbel zit, de religieuze dialoog wil aangaan. Vanuit de bubbel, oftewel in zijn visie bestaat het christendom wel, de islam eveneens.

Een oprechte en diepgaande dialoog is nodig juist omdat we niet identiek zijn. Dat is de grote uitdaging waar we in Nederland vandaag voor staan. Hoe we met verschillende en soms tegengestelde opvattingen, normen, gewoonten en manieren van doen een samenleving kunnen creëren waarin ruimte is voor iedereen. Het gesprek daarover is de echte dialoog.’ (Reitsma)

De vraag van Jansen is wie die dialoog dan gaat voeren. ‘Namens het christelijk geloof: Reitsma of De Lange of Oosterhuis of Van der Staaij…?’ Jansen kan er geen chocola van maken en stelt bovendien dat het religieuze gelijk niet te halen valt omdat we het hier nu eenmaal over God hebben.

En het meest kenmerkende voor God is juist dat hij/zij/het aan al onze waarheidsclaims ontstijgt. Je kunt niets feitelijks over God zeggen.’ (Jansen)

Een geloofsgesprek of interreligieuze dialoog is dan per definitie zinloos, lijkt me. Augustinus zei toch al te zwijgen en niet te kletsen over God, want doordat je je mond vol hebt van hem, lieg je en doe je zonde?

Maar wil je zonder zonde zijn en volkomen, klets dan niet over God! Ook moet je God niet willen kennen, want God is boven alle kennen verheven.’ (Augustinus)

Wim-JansenNieuwWij

Dat maakt het geloofsgesprek een stuk gemakkelijker. Dat hoeft dan niet meer. Dat wordt immers een loos gesprek, onmogelijk, net als een interreligieuze ‘dialoog’ waarin iedereen in zijn eigen bubbel blijft ronddobberen. Het toppunt van reformatie is dan, dat zou Luther zelfs niet verzonnen hebben: allemaal zwijgen over God. Nu. Alle kerken tegen de vlakte. De ultieme beeldenstorm.

Aanhangers van religies komen er onderling al niet uit om zich in te leven in het standpunt tegenover, laat staan als je iets moet verstaan in de volstrekt vreemde taal van een (andere) religie.’ (Jansen)  

Wim Jansen (foto: NieuwWij) vindt dat het moet gaan over de mens achter zijn religie. Dus ook de mens achter zijn atheïsme, neem ik aan, de mens achter zijn religieloze mystiek, de mens achter zijn transcendente ervaring. En zo komen we uit bij het humanisme, pardon, het humanisme bestaat ook al niet. Ook ieder mens leeft in zijn eigen bubbel, want de mens bestaat eveneens niet, evenmin als de Nederlander. In het geloofsgesprek heeft uiteindelijk iedereen zijn eigen god. En God zelf? De werkelijkheid die ons te boven gaat? God heeft geen religie.

Bronnen (NieuwWij):
“Er is geen echte dialoog als ik bij voorbaat tussen haakjes zet wie ik ben”
*  De waan van het religieuze gelijk

Beeld: Glaskunstenaar Peter Vormer – een hedendaagse illustratie van de metafoor waarmee Dionysius de onkenbare eenheid van God aanduidt – als de ‘oorspronkelijke en bovenoorspronkelijke lichtgave’, die ‘door een bonte vormenrijkdom van de heilige omhullingen bedekt is’. (iona.nl)

Geloof, filosofie, robots en cyborgs

wijwordenwakker.org

Vrijdag verschijnt Alleen God kan ons nog redden, over techniekfilosoof Egbert Schuurman. Veel eerder verscheen, over filosoof Martin Heidegger, Alleen nog een God kan ons redden. Twee boeken met nagenoeg dezelfde titel. Beide handelen onder meer over technologische ontwikkelingen. Schuurman nu actueel over robots en cyborgs, genetische manipulatie, de klimaatcrisis en politiek. 

Heidegger (1889 – 1976) stelde al lang geleden dat de mens geen greep meer heeft op de moderne technologische ontwikkelingen; het wezen van de techniek onttrekt zich zelfs volledig aan menselijke beheersing.

EgbertSchuurman


Het boek over filosoof, ingenieur en ex-politicus (ChristenUnie) Schuurman heeft als ondertitel: Tegendraads christen in een seculier land. Het is een biografie van de hand van historicus en journalist Remco van Mulligen over het leven van emeritus-hoogleraar voor de stichting Christelijke Filosofie (SCF) en medeoprichter van het Lindeboom Instituut. Van Mulligen is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

Schuurman (1937), die in 1972 promoveerde op het proefschrift Techniek en Toekomst — Confrontatie met wijsgerige beschouwingen, publiceert veel over technische onderwerpen. Zijn afscheidscollege aan de Wageningen Universiteit was De uitdaging van de Islamitische technologiekritiek. Hij schreef vaak in relatie tot bijvoorbeeld evolutie, filosofie en geloof. Volgens deze filosoof wordt de westerse cultuur te veel bepaald door technologie en een ethiek van materialisme en secularisme.

In de afwijzing van deze ‘technologische cultuur’ moeten de christenen de handen ineen slaan met gematigde moslims, betoogde Schuurman. Beide verzetten zich immers tegen de ‘religie van de materie’ en streven een duurzame samenleving na.’ (Uit: Islam, een godsdienst of niet, deel 3, Leonard Kool, Isaac Jansz)

In Islam stelt Schuurmans dat islamitische fundamentalisten hun strijd tegen het Westen voeren vanwege het technologische, niet-religieuze karakter van de westerse samenleving.

MartinHeidegger


Heideggers Alleen nog een God kan ons redden is de weergave van een gesprek in Der Spiegel (mei 1976) met journalist Rudolf Augstein. De filosoof stelt zelfs dat de filosofie naar zijn oordeel geen verandering meer in de hedendaagse wereldsituatie kan brengen (Die Philosophie ist am Ende). Door het interview werd de uitspraak van Heidegger “Alleen nog een God kan ons redden” beroemd.

Het is de cybernetica die volgens Heidegger de plaats van de filosofie heeft ingenomen. Deze uitspraak, al in 1966 gedaan, kan profetisch worden genoemd, gezien de omvang, snelheid en reikwijdte van de informatierevolutie sinds de jaren ’80.’

De boekpresentatie van Alleen God kan ons nog redden is op 6 oktober. Van Mulligen laat in de biografie de veelzijdigheid van Schuurman zien. Het geeft bovendien een tijdsbeeld van Nederland in een periode van enorme veranderingen: van een verzuild land naar een seculiere natie. Schuurman zocht zich daarin als orthodox christen een weg. In een slotinterview gaat de filosoof en politicus op frisse manier in op de meest actuele kwesties. Kritisch, maar tegelijk optimistisch en hoopvol, aldus de uitgever.

In januari 2018 organiseert de SCF een bijeenkomst over Egbert Schuurman op de jaarlijkse conferentie. Er wordt dan dieper ingegaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst.

Alleen nog een God kan ons redden | Martin Heidegger – R. Augstein | Uitgeverij Klement | Vertaling P. Beers | januari 2006 | Druk 1 | ISBN10 9077070176 | ISBN13 9789077070178 | € 14,99

Alleen God kan ons nog redden | Paperback | 384 blz. | Buijten en Schipperheijn B.V., Drukkerij en Uitgeversmaatschappij | 2017 | EAN: 9789058819567 | € 29,90

Beeld: wijwordenwakker.org

Update 7 3 2024 (Lay-out)

Religieuze heimwee

heimwee

‘De secularisering is te snel gegaan’, stelt Alain Verheij, maar het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven. Hij zegt als theoloog te maken te hebben met een onderbelicht aspect van deze storm in de tijdgeest die religieuze heimwee heet. De ‘theoloog des Twitterlands’ stelt dat zij die zich bedreigd voelen in hun nationale identiteit vaak ook lijden aan een ontworteld gevoel op het gebied van godsdienst. 

Als ik met generatiegenoten over mijn vakgebied spreek, zie ik sporen van verstrooide heimwee in hun ogen, soms gemengd met frisse nieuwsgierigheid. Niet zelden volgt er een warm verhaal over een oudtante of een grootmoeder.’

Volgens Verheij hoef je tegenwoordig geen kerkse reactionair meer te zijn om te vinden dat de secularisering zich in Nederland overhaast heeft voltrokken.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hebben enkele generaties zich in rap tempo losgemaakt van hun religieuze roots. Vaak om heel begrijpelijke redenen. Helaas werd de vraag naar het kind en het badwater daarbij te laat en te weinig gesteld. De erfenis waarmee zij ons opzadelden, zal nog lang voelbaar blijven.’

De ‘randkerkelijk theoloog’ stelt dat onder ouderen en in de slinkende traditionalistische bolwerken met toenemende vervreemding wordt gekeken naar een maatschappij waar een deel van het hart uit lijkt te zijn geslagen.

Van de twintigers, dertigers en veertigers die als religieuze analfabeten uit hun opvoeding kwamen, valt een enkele kwetsbare voor een sektarische vorm van geloven en shopt een enkele creatieve een eigen religie bij elkaar uit uiteenlopende bronnen.’

We hebben religie onderschat, stelt Verheij, door te denken dat alle vormen van geloof vanzelf uit de wereld zouden verdwijnen, en door te vergeten dat religie meer is dan een set theoretische denkbeelden over het ontstaan, de aard en de toekomst van het universum.

Wie religie uit de maatschappij verwijdert, kan niet volstaan met Darwin en Dawkins als substituut – dan bedek je alleen de krater van de dogma’s. Terwijl religie behalve uit believing ook uit behaving en belonging bestaat. Met onze ontkerstening verloren wij ook onze gedeelde morele denkkaders én onze vastomlijnde groepsidentiteit: wij, christelijke Nederlanders.’

Alain Verheij (foto: Twitter) stelt dat religie een heilzaam verzachtende rol had kunnen spelen, als de secularisering niet decennialang de poten onder haar stoel had weggezaagd. De ontkerkelijking raakte volgens hem ons groepsgevoel.

alainverheijtwitterHij spreekt van anywheres en somewheres, en vindt die begrippen bij de Britse publicist David Goodhart. Anywheres zijn dan mensen die de wereld vanuit alle perspectieven kunnen beschouwen. De somewheres, aan de andere kant, beschouwen de wereld het liefst vanaf één specifieke plaats, een somewhere. Zij voelen zich graag sterk geworteld en zijn gehecht aan groepsidentiteit, zekerheid en vastigheid. Zelf noemt Verheij zich een anywhere, omdat hij zich als christelijk theoloog zich vrij flexibel staande kan houden in een geseculariseerde wereld.

Dat lukt zonder dat ik de neiging voel om te radicaliseren in de richting van struisvogelorthodoxie of juist weg te zakken in een ‘weet het ook niet maar er zal wel wat zijn’ agnosticisme.’

Maar, zo zegt Verheij, de maatschappij wordt er ook niet mooier van als we terugkeren naar een wit, christelijk patriarchaat waar we met de gulden betalen. De oplossing ligt volgens hem ergens tussenin. Hij stelt dat als de christelijke erfenis ergens nog een open zenuw is, waarom we die wond dan niet zouden verzorgen en respectvol laten helen.

Juist gezonde kennis van wie je bent, waar je vandaan komt en tot welke nationale, culturele en spirituele groep je behoort is een buffer die kan beschermen tegen radicalisme dat het roer omgooit. Het medicijn tegen patriottische destructie is niet de globetrotter-arrogantie van de anywhere. Eerder is het de welwillende, gunnende, open-minded herwaardering van de oude groepsidentiteit zonder de ouderwetse uitsluiting van de Ander.’

Verheij gelooft in een hervonden christelijk erfgoed dat kan voldoen aan het verlangen van een grote groep Nederlanders naar religieuze groepsidentiteit en grond onder de voeten. Met medeneming van alle waardevolle lessen uit de afgelopen halve eeuw. Op die manier probeert hij als theoloog een nieuwe brug te zijn tussen de somewhere en de anywhere.

Zie voor het uitgebreide artikel: Het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven – Reporters online (Blendle)

Beeld: jampasmandala.wordpress.com

Socrates: ‘Voltooid leven is aan de goden’

Die-Toteninsel_Boecklin-620x350

In de Phaedo is Socrates ervan overtuigd dat zijn ziel bij haar scheiding van het lichaam nog ergens bestaat en niet geheel verdwijnt. Cebes, een pythagoreïsch filosoof, trekt dat idee van Socrates in twijfel en zegt dat de meeste mensen eerder aannemen dat de ziel op het ogenblik van de dood oplost en nergens meer is. Socrates laat het hier niet bijzitten en legt in de Phaedo zijn overtuiging uit.

Als de ziel bij de dood in het niets verdwijnt, dan is Socrates’ hoop voor de ziel van de filosoof gunstig lot na de dood in feite niets dan een vrome zelfbegoocheling.’ (De twijfel van Cebes in: De filosoof en de dood)

Cebes, een van de goede vrienden van Socrates, vraagt zich af waarom het niet geoorloofd zou zijn om de hand te slaan aan zichzelf, als sterven en doodgaan – zeker voor de filosoof – iets goeds is en geen reden voor treurnis en jammerklacht. Socrates pleit echter voor moreel onderzoek van de ziel, en vindt dat ‘de ziel van de mens na zijn dood voortbestaat en nog een zekere kracht en kennis bezit’, zoals Plato dat in de Phaedo weergeeft.

Socrates vindt dat ook voor wie de dood beter is, het verkeerd is zichzelf die weldaad te bewijzen, en stelt het voor als een absoluut verbod. Rudi te Velde, in het boek De filosoof en de dood, legt uit dat zelfs waar zich in de praktijk een uitzondering lijkt voor te doen en wellicht voor sommigen de dood beter is, dit in de ogen van Socrates niet leidt tot een uitzondering op de regel. Een actueel thema in tijden waarin veel mensen ‘lijden aan een te lang geworden leven’.

Stel dat de mensen onder de hoede van de godheid staan, dan moet een verstandig mens het juist erg vinden als de dood een einde maakt aan zijn toebehoren tot de goden.’ (Uit: De filosoof en de dood)

Het lijkt me waarschijnlijk mede door het idee van het voortbestaan van de ziel na de dood waarom Socrates vindt dat het uitgesloten is dat sterven beter is dan leven. Hij wil immers tijdens het leven goed zorg dragen voor de ziel omdat zij qua deugd en inzicht zo goed mogelijk wordt. De eerste echte filosoof uit de Griekse Oudheid geeft in zijn religieuze voorstelling drie argumenten voor dat voortbestaan: het argument van de cyclus, het herinneringsargument en het verwantschapsargument. Ze komen alle drie aan de orde in de Phaedo en Te Velde analyseert en interpreteert ze in zijn boek. Ik noem ze hier summier.

Het argument van de cyclus berust op de gedachte dat de levenden en de doden betrokken zijn in een  soort kringloop en in een voortdurende uitwisseling met elkaar staan. De dood is geen absoluut einde maar een overgang en transformatie.

Bij het herinneringsargument draagt de ziel kennis in zich die ze niet op grond van de waarneming heeft verworven, maar die ze reeds moet hebben opgedaan voorafgaande aan haar lichamelijke aanwezigheid in de wereld. Dit impliceert, dat de ziel tevoren reeds bestond en dus, naar het schijnt, iets onsterfelijks is.

Defilosoofendedood

Het verwantschapsargument is gebaseerd op de gedachte dat de ziel een verwantschap vertoont met de altijd eendere en onveranderlijke Vormen (de Ideeënleer van Plato, PD) en op grond daarvan niet vatbaar is voor vergaan of uiteenvallen.

Als jullie [Cebes en Simmias (ook een filosoof en vriend), PD] deze argumentatie verbinden met de stelling waarover we het vroeger eens werden, namelijk dat alles wat leeft uit het dode ontstaat. Want als onze ziel al tevoren bestaat, en als zij bij haar intrede in het leven en haar geboorte noodzakelijk uit niets anders geboren kan worden dan uit de dood en het dood zijn, dan moet zij toch ook na de dood blijven bestaan, omdat ze later opnieuw geboren moet worden? Het bewijs waarover je spreekt is dus nu al geleverd.’ (Socrates)

Socrates stelt dat de goden zorg dragen voor de mensen en dat wij behoren tot de kudde van de goden en de mens zichzelf niet mag doden, voordat ‘de god een soort noodzaak op hem afstuurt’. De dood vindt Socrates dus niet iets wat in de handen van de mens zelf ligt, maar wat hem overkomt op het moment dat het zover is. Wanneer ons leven voltooid is, is dat aan de goden.

Socrates heeft zich duidelijk verdiept in de Orphische tradities. Te Velde verwijst dan ook naar een spreuk van het Orphisch intiatieritueel, waarin het gaat om een ‘zuivering’ door te streven naar inzicht. Het zegt dat wie zonder inwijding in de Hades komt, er in de ‘Modderpoel’ zal liggen; maar wie gezuiverd en ingewijd is, bij aankomst met de goden zal samenwonen. – De ware filosofie is een oefening in het sterven. We hebben dus nog veel inzicht op te doen in ons leven.

Bron: De filosoof en de dood | Rudi te Velde over Plato’s Phaedo: analyse en interpretatie | Uitgeverij DAMON, Budel | 2002 | 190 bldzn | ISBN 90 5573 306 7 | NUR 730 | € 17,90
In de Phaedo schildert Plato Socrates als een nieuwe Theseus die het gezelschap van vrienden bevrijdt van hun natuurlijke bevangenheid door de doodsangst en ze een uitweg toont naar een vrij en redelijk leven in de wijsbegeerte. (Damon)

Beeld: Het dodeneiland is een reeks schilderijen van de Zwitserse kunstschilder Arnold Böcklin. Hij maakte tussen 1880 en 1886 vijf versies van het Het dodeneiland.
Het belangrijkste thema van het schilderij kan worden getypeerd als: de transitie van leven naar de dood. De interpretatie van Böcklin geeft daarbij geen enkele referentie aan fysiek verval, in lijn met het in die tijd heersende taboe: over de dood werd niet gesproken, laat staan over de aftakeling van het lichaam. Er werd een beeld gecreëerd alsof het leven na de dood naadloos doorliep, toentertijd ook gestalte krijgend in monumentale grafmonumenten voor de rijkeren. Ook Böcklins werk past in dat denken. (Wikipedia)

Luther, held of scheurmaker

LutherTweet

Een preview van de tentoonstelling Luther die vanaf 22 september te zien is in Utrecht. ‘Vijfennegentig stellingen. Kunnen die de wereld veranderen? Is Luther een held? Of een scheurmaker? Hoe je ook tegen hem aankijkt, met Luther komt een beweging op gang die tot op de dag van vandaag haar stempel drukt op de samenleving.’ Al een tweet van Luther ontvangen? Of heb je liever een argument? 

Op 31 oktober 2017 is het precies 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg bevestigde, waarmee hij de grootste revolutie in de Europese kerkgeschiedenis ontketende. Museum Catharijneconvent sluit bij deze memorabele gebeurtenis aan met dé tentoonstelling over deze veelbesproken ‘man van het jaar’.’ (Catharijneconvent) 

Overweldigend was het aantal bezoekers afgelopen woensdag tijdens de preview van de tentoonstelling rond de ‘man van het jaar 2017’, die door de één hervormer, populist, revolutionair, rebel of gewiekste marketingman wordt genoemd, of door de ander antisemiet, fundamentalist, vrouwenhater, vervloekt of heilig. In het museum kom je Luther in vele gedaanten tegen. Ook interactief, want je wordt uitgenodigd mee te denken en je eigen stelling te schrijven.

maartenlutherschild

Foto: PD (Catharijneconvent)

Je mag dan een blauwe of rode bril opzetten, door het museum geleverd. Hiermee kan je dilemma’s en perspectieven bestuderen en beoordelen. Uiteindelijk nagel je je eigen oordeel aan de muur van het museum. De spijkers hangen er al.

Allerlei perspectieven en dilemma’s toont het museum. Zo gaat het over Luther als wegbereider moderne tijd, ketter, begaafd theoloog, mediaman en sluwe populist. Maar ook dilemma’s komen voorbij. Branden of aanpassen? Bouwer of sloper? Brede weg of smalle weg? Tweet of argumenten? En ruzie of gesprek.

Luther omarmt een nieuw medium, de boekdrukkunst. Dit is hèt middel om zijn woorden te verspreiden.(…) Begin 1518 duiken de eerste gedrukte pamfletten op in de Nederlanden. Twee jaar later veroordeelt de paus de leer van Luther als ketterij. Lutherse boeken worden in het openbaar verbrand en op het bezitten en verspreiden ervan staan zware straffen.’ (Catharijneconvent)

Het boek Novum Testamentum van Erasmus is er ook te zien, waarin Luther in de kantlijn tekeningetjes maakte en commentaren schreef. Zo zie je er een lange vinger bij getekend als enthousiaste reactie bij Erasmus’ tekst of het woord ‘schurk!’ bijgeschreven als hij het erg oneens is met de humanist.

DeKleineCatechismusLuther

Foto: PD – Luther schrijft zijn grote en kleine catechismus om de kennis over het geloof te bevorderen. (Catharijneconvent)

Naast vele kunstwerken en schitterende boeken is er ook een prachtig Duits(?) spotschilderij uit de zeventiende eeuw te zien van een vrijende monnik en non, door de paus bespiedt. Het commentaar erbij spreekt van de ‘geile gluurder’. Het spotschilderij is geïnspireerd door Luther, die omdat hij niets in de Bijbel vond over het celibaat, het afschafte. Hij stelde immers dat vele priesters door deze celibaatsverplichting in de verleiding kwamen om te zondigen.

Is de paus de antichrist? Volgens Luther en zijn geestverwanten moet hij dat wel zijn. Hij wil immers niet naar hun argumenten luisteren. (…) De katholieken op hun beurt schilderen Luther, maar ook Calvijn en andere reformatoren, af als ketters. Met spotprenten en spotschilderijen bestrijden protestanten en katholieken elkaar. Ze proberen elkaar te overtuigen van hun gelijk.’ (Catharijneconvent)

Het Lutheranisme, zegt het Catharijneconvent, is geen dominante stroming geworden in het Nederlandse religieuze landschap: die rol is voorbehouden aan het gereformeerd protestantisme, geïnspireerd op de leer van de reformator Johannes Calvijn. Nederlanders gelden als ‘calvinisten’. Maar met Luther is het allemaal begonnen: de icoon van de Reformatie. Het Catharijneconvent toont veel meer dan ik in deze preview kan beschrijven. Maar dat het de moeite waard is, werd tijdens deze bijeenkomst van de Vrienden van het Catharijneconvent erg duidelijk. Luther wordt prachtig belicht. Van alle kanten.

Zie ook: Verwacht: Luther (22 september 2017 – 28 januari 2018)

Beeld: (PD) – Still van Luther in een animatie van het Catharijneconvent

De islam heeft toch ook zijn Luther

Ibn Taymiyya

Twee reformisten. Een in het christendom en een in de islam. ‘Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal,’ zo stelt professor in de dialoog tussen de godsdiensten Marcel Poorthuis op het Leiden Islam Blog. Hij vindt het interessant dat de twee verwante ideeën hadden. Zijn conclusie luidt dan ook dat de islamitisch geestelijke en filosoof Ibn Taymiyya de islamitische Luther is.

Sola scriptura stelt dat de Schrift (de Bijbel) de bron, norm en het fundament is van geloof en levenspraktijk. De Schrift heeft uniek gezag. De Koran evenzo, aldus Poorthuis. De schrift is de stem van God en heeft ultiem gezag, zeggen sommige bronnen.

Allereerst is daar de uitleg van de heilige Schrift. Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal. Daarbij nemen zij beide uitdrukkelijk standpunt in tegen de joodse verhalende uitlegtraditie, die centraal staat in de midrasj, de joodse uitleg van de Torah.’

Volgens Poorthuis voerde Luther een frontale aanval uit op de kerkelijke claim dat ook de traditie een heilig gezag zou bezitten, en ageerde Ibn Taymiyya (1263 – 1328) sterk tegen het gezag dat gegeven wordt aan tradities die buiten de tekst van de Koran circuleren.

Ibn Taymiyya staat volgens Poorthuis in een stroming die de zeer vele verhalen – een ‘reusachtig reservoir’ – rond de islam diepgaand wantrouwt. Taymiyya propageert terug te gaan naar de Schrift, in dit geval de Koran. Hij was de krachtigste pleitbezorger van de ‘alleen-de-Koran’ beweging, en is er geen plaats voor dubieuze handelingen waarmee de Bijbel vol zit.

De islamitisch geestelijke sluit zich aan, aldus Poorthuis, bij de corruptie-these, die stelt dat de Koran niet de corruptie (tahrif) bevat die de Bijbel wel aankleeft.

Dit idee werd door denkers vóór hem al uitgedragen, zoals Ibn Hazm (994-1064) met zijn een grootscheepse aanval op de evangeliën en op ‘joodse fabels’.’

Daarnaast zegt Poorthuis dat er nog een frappante verwantschap was in de ideeën van Luther en Ibn Taymiyya, namelijk hun weerstand tegen heiligenverering en volksdevotionele gebruiken.

Ibn Taymiyya was niet tegen het soefisme als zodanig en evenmin tegen mystiek, zoals in het verleden wel gedacht is en zoals moslimfundamentalisme vandaag de dag graag mag claimen.’

Volgens de professor aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg hield Luther ook grote opruiming onder de heiligenverering en de devotionele gebruiken van relikwieën en pelgrimages naar heilige plaatsen.

Het is jammer dat mensen als Luther en Ibn Taymiyya niet nu leven. Er is immers nog veel werk aan de winkel in het land van Bijbel en Koran. Het christendom had zijn Luther, maar een islamitische Luther zou nu erg welkom zijn. Stellingen te over om vast te nagelen op moskeedeuren.

Zie Leiden Islam Blog: Ibn Taymiyya: de islamitische Luther?