‘Jezus is bovenal een mythe’

jezus.rembrandt

‘Het christendom is een godsdienst, zoals andere en ook anders dan andere. Het heeft allereerst de kenmerken van alle godsdiensten: centraal staan mythen en riten.’ Dit schreef theoloog en filosoof Arne Jonges in zijn essay Redelijk geloven. Hierin stelt hij dat het meest wezenlijke van religie – of zou moeten zijn – is dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen.

Op 20 februari verscheen het nieuwste boek van Arne Jonges: Angst voor de mythe, waarin hij duidelijk wil maken dat we geen historische gegevens hebben over Jezus. De man uit Nazareth is bovenal een mythe.’ (VrijZinnig, maart 2018, tijdschrift van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP)

Jonges stelt dat het niet zo’n zin heeft om op zoek te gaan naar de historische Jezus, daar ieder Jezusbeeld niet meer zal blijken te zijn dan een creatie van de onderzoeker.

Maakt dit alles de betekenis van de verhalen minder belangrijk? ‘Nee’, zegt Arne Jonges. ‘Historische feiten hebben geen enkele relatie met geloofsfeiten.’ Als we tot ons door laten dringen dat de mythe over het heden en de toekomst gaat wordt de boodschap van de verhalen steeds actueler: van groot belang voor de mens van vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Gedurende eeuwen gold in onze wereld als definitie van een mythe ‘een verzonnen godsdienstig verhaal’. De Bijbelse verhalen golden echter als ‘echt’ in tegenstelling tot de mythen van andere godsdiensten. Door het ontstaan van het ‘historisch besef’ en de kritiek van de wetenschappen is men kritisch gaan kijken naar die verhalen: ‘Is dat wel zo?’.’

Noch de ‘echte’ Jezus, noch Petrus, noch Paulus kennen wij als personen; zij figureren in een mythische setting. Voor begrip van de teksten geldt: Niet het historische is van primair belang maar het mythische. Dit was al in de dertiger jaren de positie van Van den Bergh van Eijsinga in diens boek Leeft Jezus of heeft hij alleen maar geleefd?. De discussie die volgde ging echter vooral over de historiciteit…’ (Uit: Redelijk geloven)

Ook stelt Jonges in het essay dat er evenmin één beeld is van Jezus van Nazareth; we hebben verschillende geloofsuitingen over hem.

De Geschriften bevatten geen informatie over ‘bovennatuurlijke zaken’, ze tonen ons de neerslag van geloofsuitingen. Dit meervoud moeten we in stand houden en niet door een rationele gewelddaad tot een eenheid proberen om te vormen.’ (Uit: Redelijk geloven)

Volgens Jonges gaat het om geloofsuitingen van mensen, dus van de mensen die aan de wieg hebben gestaan en ook van hen gedurende eeuwen met verhalen van het christendom hebben geleefd.

Ze hebben geïnterpreteerd, gedachten toegevoegd, sommige geaccentueerd en andere buiten beschouwing gelaten. Cultuurelementen en folklore werden ermee verweven en zo kreeg het christendom op verschillende plaatsen ook een ander karakter.’ (Uit: Redelijk geloven)

angstvoordemythe
D
e echte Jezus, stelt Jonges in zijn nieuwste boek, vind je in het mythische verhaal en in de levende godsdienst. De mythe is de wieg van ons weten, want mensen zijn vertellende wezens. Een mythe is niet zomaar verzonnen. Mythes zijn verhalen die een leefbare wereld creëren.

In het boek Angst voor de mythe betoogt Arne Jonges dat in de Bijbel het ‘historische’ niet zozeer van belang is, maar het mythische. Het zijn de creatieve en inspirerende mythes, die een groep mensen tot een volk maken. De mythe gaat over vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Angst voorde mythe | dr. Arne Jonges | ISBN: 9789492421463 | 80 blz. | maart 2018 | paperback / gebrocheerd | € 12,95 

Zie: VrijZinnig – maart 2018

Beeld: Jezus door Rembrandt – (bijbelin1000seconden.be)

Verhalen van het Bovennatuurlijke

thespiritscience.net

Het Leids Centrum voor Religiewetenschap (LUCSoR) van de Universiteit Leiden bestudeert engelen, orakels en spookhuizen. Verhalen hierover ziet LUCSoR als steunpilaren voor religie, zoals ritueel en geloof, want religie draait om communicatie met onzichtbare wezens als goden en geesten, en om geloof in het effect van rituelen.  De universiteit organiseert hierover in april een symposium, over ‘Goddelijke hulp van boven: verhalen van engelachtige tekens en interventies’ en ‘Haunted Houses: paranormale voertuigen voor persoonlijkheidsgroei’.

Researchtrainees Marlies de Groot en Bas van Rijn doen sinds vorig jaar onderzoek naar hoe verhalen geloof ondersteunen. Aan de hand van het orakel van Delphi en het hedendaagse engelengeloof zijn zij eveneens op zoek naar manieren waarop verhalen geloof misschien zelfs sturen. Op dit moment probeert godsdienstwetenschapper Van Rijn de reikwijdte van waarzeggende praktijken zoals astrologie, tarot en mediumschap in Nederland in kaart te brengen. Op het symposium spreekt hij over Goddelijke hulp van boven.

Onze focus ligt in het project niet zozeer op canonieke sleutelteksten zoals de Bijbel of de Koran, maar op de wisselwerking tussen alle soorten verhalen die binnen religie een rol kunnen spelen. Voorbeelden hiervan zijn verhalen over persoonlijke religieuze ervaringen, maar ook verhalen die in meer algemene termen over een religie gaan.’ (Leiden Religie Blog)

Engelen zijn iconische personages, aldus de universiteit, niet alleen binnen het christendom, maar ook in de westerse populaire cultuur. Bovendien gelooft een aanzienlijke groep van onze tijdgenoten dat engelen echt bestaan ​​en dat ze mensen helpen en ondersteunen – en zelfs levens redden – elke dag. Van Rijn stelt dat engelvertellingen, d.w.z. verhalen over engelachtige tekens en interventies in het dagelijks leven, een cruciale rol spelen bij het bevorderen van het geloof in engelen in de moderne wereld.

Bijvoorbeeld, verhalen van ontmoetingen met engelen helpen het geloof in engelen te ondersteunen, ook voor mensen die zelf geen engelen hebben ontmoet, en uitgebreide verslagen van verschijningen en communicatie met engelen, geschreven door gezaghebbende engelen, bieden sjablonen die gewone gelovigen kunnen gebruiken om te interpreteren en te relateren hun eigen ervaringen.’ (Universiteit Leiden)

haunted-house-722

‘Haunted Houses: paranormale voertuigen voor persoonlijkheidsgroei’

Evert van Leeuwen, universitair docent aan het Leids Universitair Centrum voor Kunst en Samenleving zegt in zijn abstract, dat sinds Poe’s House of Usher in de zwarte tarn viel, spookhuisverhalen werden geassocieerd met de vernietiging van aristocratische lijnen, moderne ‘nucleaire families’ en individuele psyches. Maar in zijn onderzoek heeft Van Leeuwen ontdekt dat moderne spookhuisverhalen ook kunnen functioneren als vehikels voor persoonlijkheidsgroei, eerder dan desintegratie. Ook hij spreekt op het Leiden Symposium over nieuwe religiositeit: over Haunted Houses.

In dergelijke verhalen functioneert het spookhuis nog steeds als een allegorische ruimte, een weergave van de vele kamers van de geest van de protagonist. De paranormale krachten aan het werk in het huis zijn echter niet langer destructieve krachten maar triggers voor numineuze ervaringen die de protagonisten uit de existentiële leegte leiden waarin ze zich aan het begin van het verhaal bevinden, wat verdere persoonlijkheidsgroei mogelijk maakt.’ (Universiteit Leiden)

Zevende Leiden Symposium over nieuwe religiositeit | 30 april 2018 | 19:30 – 22:00 uur | Lipsius Building,  Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden | Open voor iedereen | Daarna gaat de discussie verder in het nabijgelegen grand café Het Pakhuis. (Symposium is Oudgrieks voor samen drinken.) 🙂
Het symposium wordt georganiseerd door het Leids Centrum voor Religiewetenschap (LUCSoR). Het onderzoek door LUCSoR brengt expertise in specifieke religies samen met een vergelijkend aanpak dat trekt op meerdere geestes- en sociaalwetenschappelijke disciplines. Samen streven zij ernaar om de rol van religie in een veranderende wereld te begrijpen.

Beeld: 7 Signs your guardian angel is trying to contact you – thespiritscience.net
Haunted House:
nbcnewyork.com

Christendom op bedevaart

degrotespiritueleshift
‘Zouden de christenen vanuit hun geloof als stelsel van geloofsstandpunten de reis kunnen maken naar een geloof dat zich uit als een liefdevolle manier van leven? Zou het christelijk geloof de bittere nasmaak van zich af kunnen schudden van kolonialisme, uitsluiting, veroordeling, hypocrisie en onderdrukking, en de zoete en voedzame smaak kunnen herwinnen van rechtvaardigheid, vreugde en vrede?’ Dit vraagt theoloog en pastor Brian D. McLaren zich af in het in april te verschijnen boek De grote spirituele shift. Het is hoognodig dat christenen in beweging komen.

Volgens Brian McLaren staat het christendom op een kantelpunt en definiëren steeds meer christenen zichzelf niet meer in termen van geloof, maar leven vanuit liefde.

Gelovigen identificeren zich steeds minder met georganiseerde religie en meer met het organiseren van religie: van het bouwen aan vrede tot het overwinnen van armoede en onrecht. Met virtuositeit en compassie nodigt Brian McLaren in De grote spirituele shift zijn lezers uit om gebruik te maken van het moment en de belangrijkste bedevaart van deze tijd te ondernemen: het christendom christelijker maken.’ (Uitgeverij Kok)

Eeuwenlang, zo stelt McLaren, is het christendom gepresenteerd als een stelsel van geloofsstandpunten, dat ten grondslag heeft gelegen aan een breed scala van onbedoelde consequenties, uiteenlopend van kolonialisme en grootscheepse milieuverontreiniging tot vrouwenonderdrukking, stigmatisering van lhbt’ers, antisemitisme, islamofobie, pedofilie door geestelijken en bevoorrechting door blanken.

Wat zou er gebeuren wanneer christenen hun geloof zouden herontdekken, niet als problematisch stelsel van geloofsstandpunten, maar als een rechtvaardige en ruimhartige manier van leven, die geworteld is in contemplatie en die wordt uitgedrukt in de vorm van compassie, die goedmaakt wat hij heeft misdaan, en die gewijd is aan liefdevolle gemeenschap onder alle mensen?’ (Uit: De grote spirituele shift)

Eeuwenlang ook, zo stelt de theoloog, heeft het christendom zichzelf gepresenteerd als een ‘georganiseerde religie’: een instituut of een groepering van instituten, met een aversie tegen verandering, een instituut dat een tijdloos stelsel van geloofsstandpunten beschermde en bevorderde dat al in de tijd van onze verre voorvaderen volledig is vastgelegd.

Wat zou er kunnen gebeuren wanneer we gaan inzien dat het een ‘georganiseerde religie’ is die alle instituten uitdaagt (inclusief zichzelf) om te leren, te groeien en rijper te worden, in de richting van een diepere duurzame visie op verzoening met God, met het ik, met de naaste, met de vijand en met de schepping?’ (Uit: De grote spirituele shift)


Dezer dagen delen miljoenen onder ons (katholieken, evangelicals, mainstreamprotestanten en orthodoxe gelovigen) een gevoel dat we zelden onder woorden brengen: we zijn bezorgd dat het ‘merk’ van het christendom zo is aangetast dat velen onder ons het nauwelijks meer durven gebruiken. Of we nu vooral conservatief, progressief of gematigd zijn, of we nu geestelijken zijn of leken, oud of jong: steeds meer mensen uit ons midden voelen aan dat er een betere manier moet bestaan om christen te zijn. (Uit: De grote spirituele shift)


brianmclarenBrian D. McLaren (foto: nieuwheilig.nu) is auteur van meerdere boeken, een spreker, activist en publieke theoloog. Hiervoor heeft hij lesgegeven in Engelse literatuur aan de universiteit en werkte hij ernaast als pastor. Hij is de advocaat van een nieuwe vorm van christendom, die zich richt op eerlijkheid, liefde voor andere mensen en samenwerking met andere geloven.

De grote spirituele shift – Christendom in beweging | Uitgeverij Kok | Paperback / softback | 288 pagina’s | ISBN: 9789043529280 | Verschijnt 10-04-2018 | € 22,99

Pleidooi voor radicale godgeleerdheid

weneedtotalkgod

‘Misschien moeten we er als theologen mee ophouden! Misschien heeft de koningin der wetenschappen zichzelf opgeheven door – zij het niet zonder tegenzin – de weg naar de wetenschappen open te leggen.’ Dit zegt systematisch theoloog Josh de Keijzer in zijn essay op de site The End of God. Theologie moet in deze tijd radicaal publiekelijk worden, radicaal seculair en radicaal marginaal. ‘Theologie is niet bedoeld voor de Kerk maar voor de wereld’.

Gelet op de huidige situatie is het misschien nodig te stellen dat de theoloog haar arbeid moet verrichten etsi ecclesia non daretur (d.w.z. alsof er geen Kerk is). Maar als de theoloog dan een eenzame roepende is in de woestijn dan is daar het begin, misschien, van een nieuwe Kerk. Het is op deze manier van binnenstebuiten gekeerd zijn dat theologie radicaal publiekelijk moet worden én radicaal seculair én radicaal marginaal.’

De Keijzer stelt dat het niet de bedoeling van theologie is om zich te verhullen met een dekmantel van wazigheid of een web van rituelen, maar om te communiceren.

Theologie mag zich dan in een crisis bevinden, ontworteld zijn, academisch in het nauw zijn, maar er is nog steeds een doorgaande bezinning op de boodschap en betekenis van De Gekruisigde. Dat symbool is nimmer uitgeput. En theologie dient daar verantwoording over af te leggen en het symbool van de Christus opnieuw te interpreteren voor een seculaire maatschappij die bedreigt wordt door religieus extremisme, populisme, potentiële ecologische vernietiging, en kapitalistische uitbuiting.’

Ook vindt de theoloog dat theologie radicaal post-religieus moet zijn omdat het religieuze discours in onze maatschappij een relikwie is van een voorbije tijd, gekenmerkt door truttigheid en burgerlijke betutteling allemaal in naam van een fictieve godheid.

Om deze manier van denken tegen te gaan moeten de symbolen van het christelijk geloof hertaald worden. Te pas en te onpas zal duidelijk moeten worden gemaakt dat waar de theoloog over spreekt het hart raakt van de belangrijke discussies die gevoerd worden over euthanasie, vluchtelingenproblematiek, technologie en economie.’

Theologie moet ook radicaal marginaal zijn, meent De Keijzer, omdat de Kerk de afgelopen 1700 jaar zich voornamelijk bezig heeft gehouden met zelfverrijking, oorlogen, en machtspolitiek. Alleen door exclusief plaats te nemen in de marge, kan de theoloog laten zien dat het menens is. De Keijzer vindt het dan ook essentieel dat de theologische discours radicaal gericht is op daar waar het in deze wereld om draait: de marge.

Daar waar de onderdrukte is, de uitgebuite, de verschopte en verstotene, daar is De Gekruisigde. De marge wordt zo het nieuwe centrum van de theologie in solidariteit met hen die zich daar bevinden en in navolging van de God die stervende is aan een kruis. Juist de stervende god is het symbool dat de dood van god weerspreekt, omdat het een solidair sterven is, een actief zichzelf weggeven ten behoeve van anderen, i.p.v. door irrelevantie uitgeveegd te worden.’

god@nakedpastor
D
e theoloog vindt dat theologische discours nooit meer post-religieus kan zijn dan wanneer het zegt en naleeft dat de ware liefde van God het compromisloze Nee is tegen het economische en politieke geweld dat in deze wereld plaatsvindt.

Dan kan het kruis weer verstaan worden als een sprekend en werkzaam symbool dat opgericht werd om slachtoffers en overtreders, onderdrukten en onderdrukkers van zichzelf te verlossen en met elkaar te verzoenen.’

Een theologie die moeilijk thuis is in het academische omdat het doel niet wetenschappelijke kennis maar liefde en gerechtigheid is, vindt de theoloog.

Dit is een theologie die maar moeilijk thuis is in de Kerk, niet alleen omdat de Kerk haar opaciteit grotendeels verloren is, maar ook omdat dit profetische theologie is die de Kerk aan haar naar buiten gerichte taak herinnert. Maar wanneer theologen hun theologische taak serieus opvatten, kan er toch nog iets nieuws ontstaan, waarbij er opnieuw sprake is van een levende Kerk en een academische wereld die bij theologen te rade gaan voor bezielende inspiratie.’ 

Zie: Theologie in de 21ste eeuw: de taak van een discipline in het nauw

Beeld: Toen orkaan Charley medio augustus 2004 in Florida toesloeg met 150 km per uur en borden omver gooide, bomen ontwortelde en duizenden huizen vernietigde of onbewoonbaar achterliet, overleefde één billboard op Sand Lake Road in Orlando de aanval relatief ongedeerd. De storm vernielde de meest recente reclameboodschap op het bord en onthulde in plaats daarvan een advertentie van een eerdere campagne. (snopes.com)

Cartoon: ©nakedpastor

Met Boeddha op het Achtvoudige Pad

Sri.Lanka.rondreis.Mihinthale.beeld

Als Arjen ergens rond het einde van de zesde eeuw V.Chr. Boeddha hoort prediken in een park, tijdens een van zijn vorige levens, blijft hij luisteren. Hij wordt geraakt door zijn woorden en veert op bij zijn verhaal over de Vier Edele Waarheden, de kern van zijn leer. Vooral bij de vierde edele waarheid: het Achtvoudige Pad. Dat vertelt hoe je goed kunt leven, zoals: met het juiste inzicht; de juiste bedoelingen; de juiste spraak; het juiste handelen; het juiste levensonderhoud; de juiste inspanning; de juiste aandacht; de juiste concentratie.

(Met een knipoog naar Arjan Lubach) 😉

Boeddha doet Arjen denken aan de Iraanse profeet, leraar en filosoof Zarathustra die Arjen eerder ontmoette in hetzelfde park. Zarathustra (ook wel Zoroaster genoemd), spreekt op zijn manier over het juiste leven. De mens zou op de juiste manier moeten denken, juist spreken en juist handelen. Voor Arjen betekent dit dat als je juist denkt, je vanzelf juist gaat spreken en wat belangrijker is, dat daar weer uit voortvloeit dat je dan juist gaat handelen. Het zou de wereld ten goede komen als veel mensen juist denken.

Arjen verdiept zich in het Boeddhisme, maar wordt geen monnik. Hij kiest voor het lekenbestaan. Dat verruimt zijn openstaan voor wat het leven nog meer te bieden heeft. In een klooster zou het misschien gemakkelijker zijn om te leven op boeddhistische wijze (meer tijd en stilte voor meditatie en concentratie), maar binnen de maatschappij, in een gezin, leeft Arjen meer volgens het Achtvoudige Pad. Ook als voorbeeld voor (en met) anderen en zijn kinderen. In een klooster zou hij zich waarschijnlijk opgesloten voelen, te veel binnen, te ver verwijderd van het echte leven.

Het spreekt Arjen aan dat Boeddha met behulp van meditatie – na een spirituele crisis rond zijn dertigste levensjaar – naar diepgaand inzicht in de werkelijkheid zoekt. Naar bevrijding door inzicht. Dat Boeddha op zoek gaat ‘naar het ongeborene, dat wat niet veroudert, dat wat vrij is van ziekte, het doodloze, dat wat vrij is van verdriet en bezoedelende affecten, de onovertroffen rust na inspanning, het nirvana.’ Hij lijkt op zoek te zijn naar de hemel op aarde. En dat is niet de hemel van (een) God, want het concept God is Boeddha vreemd. Het boeddhisme is niet-theïstisch. Goden zijn hooguit medebewoners van het universum, van de ‘hemelen’ en geen scheppers. Voor Boeddha staat de mens en zijn heil centraal; zijn leer is antropocentrisch.

Boeddha wordt geraakt door het lijden van mensen als hij rond zijn dertigste levensjaar buiten de muren van het paleis treedt waarin hij opgroeit. Voor het eerst ziet hij ouderen, zieken en doden. Als hij ook een rondtrekkende asceet ontmoet, wil hij diens voorbeeld volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zoeken. Het lijden groeit uit tot zijn centrale thema. Boeddha realiseert zich dat het leven met lijden is gevuld. Zo kwam hij tot zijn Vier Edele Waarheden: over het lijden zelf; over de oorzaak van het lijden; over het ophouden van het lijden en over de weg er naar toe: het Achtvoudige Pad.

De gedachtegang van Boeddha over het omgaan met het lijden zet Arjen aan het denken. Hij vindt het niet eenvoudig zijn vier edele waarheden in praktijk te brengen. Volgens Boeddha schuilt het lijden in het verlangen, begeerte, en ontstaat dat verlangen door onwetendheid: door een verkeerd begrip van de dingen, met name de aard van het zelf.

Om dit beter te leren doorgronden volgt hij Boeddha op het Achtvoudige Pad. In de gedachte daardoor de Vier Edele Waarheden beter te kunnen begrijpen en ernaar te leven, daar ook Arjen wil dat het lijden ophoudt, niet alleen bij hem, maar bij alle mensen. Zelf gelooft Boeddha dat het lijden zal stoppen wanneer het proces dat het voortbrengt, omgedraaid wordt en nirvana voortbrengt: een einde van alle verlangen en onwetendheid. Dat nirvana kan bereikt worden door middel van het Achtvoudige Pad. Dat blijkt een lange weg. Maar tijdens het onderweg zijn oefent Arjen in het doen van het juiste. En Boeddha vindt dat proces het belangrijkste, zegt hij als hij omkijkt om te zien of Arjen hem nog volgt, niet alleen het doel.

Het achtvoudige pad, legt Boeddha onder een prachtige boom aan Arjen uit, gaat om het juiste spreken (waarheidsgetrouw, vriendelijk en zinvol); om het juiste handelen (geweldloos, niet stelen, geen seksueel wangedrag); het juiste levensonderhoud (beroep waarin geen begeerte, geweld, en handel in verdovende middelen of levende wezens plaatsvindt); de juiste inspanning (ook wel uitgelegd als wat goed is voor jou is altijd goed voor je medemens); de juiste aandacht (opmerkzaamheid of bewustzijn: luisteren naar je lichaam, gevoelens, geest, inhoud van de geest); de juiste concentratie (mediteren, goede dingen doen); de juiste visie (de vier edele waarheden) en de juiste gerichtheid van het denken (verzaken van begeerte, welwillend, geweldloos.)

Het Achtvoudige Pad kost Arjen veel (juiste!) inspanning om in de praktijk te brengen. Hij kan het pad echter in vieren delen. Dan is de eerste stap het doel dat aan alles te grondslag ligt: een waar geloof opbouwen. Een die gebaseerd is op de wijsheid van Boeddha. En dat je het grondbeginsel van de wezenlijkheid (waar het om gaat) van alle bestaan aanneemt en het zo leert begrijpen. De tweede stap is dan de juiste levenshouding aannemen. De derde stap: consequent met deze houding leven en als de vierde stap in dat dagelijks leven de leer van Boeddha op een goede manier gebruiken.

Bronnen o.a.:
Wereldreligies, onder redactie van Michael D. Coogan (Librero)
Hedendaags Boeddhisme van Nikkyô Niwano (Servire Uitgevers)

Beeld: singhareizen.nl

Filosofische ontmoeting met Spinoza

HanvanRulerPD

Buitengewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Han van Ruler, vertelde woensdagavond in Zaal 3 in Den Haag geestdriftig en met humor over Benedictus de Spinoza. De lezing was georganiseerd door de stichting Nacht van de Filosofie Den Haag: een filosofische ontmoeting met Spinoza. Hij was die dag precies 341 jaar dood. Van Ruler vertelde heel toegankelijk over de mens Spinoza, die kritisch omging met zowel religie als de politiek. Filosofie was daarbij het instrument dat Spinoza vaardig hanteerde. Van Ruler: ‘Iedereen gebruikte Spinoza toen in zijn voordeel, voor- en tegenstanders, net als in deze dagen trouwens’.

Nieuw voor mij was de suggestie van Van Ruler, medevertaler van een van de vele in het Nederlands vertaalde Ethica’s – samen met Corinna Vermeulen – dat de verbanning van Spinoza, in 1656, uit de Sefardische gemeente, wellicht vanwege financiële perikelen geschiedde. Het was niet zeker of het alleen maar verband hield met zijn filosofische ideeën. Het meest bekende verhaal is echter dat de Spinoza zich weigerde te conformeren aan de joodse gemeenschap. Hij was toen 23, en de verbanning moet in die tijd een schok voor hem zijn geweest. Maar hij liet zich er niet door afschrikken.

In de tijd van Spinoza roerde zich vooral vele dominees over de geschriften van Spinoza. Zelf durfde Spinoza het niet aan sommige geschriften van hem onder zijn naam te publiceren, ook de drukker werd niet vermeld. Spinoza bracht wat teweeg. Sommigen wilden zelfs niets meer met filosofie te maken hebben. Spinoza ging veel te ver. Hugenoten echter genoten er zo van, dat ze mede door Spinoza niets meer met religie te maken wilden hebben. Iedereen gebruikte Spinoza voor zichzelf: atheïsten eerden hem als atheïst, maar veel progressieve gelovigen waren enthousiast over zijn nieuwe Godsbeeld – in tegenstelling tot de orthodoxen. Voor beide partijen werd Spinoza een superheld. Anderen zagen in hem een mystieke of rationele held.

De Ethica – die pas na zijn dood verscheen – is een soort theorie van alles, van de werkelijkheid als geheel; Spinoza begon al vroeg met het schrijven ervan. Zijn ideeën handelden over politiek en religie. Voor de filosoof was de Bijbel geen waarheid, maar konden de verhalen erin mensen bijsturen. Voor Spinoza was het een ‘gewoon boek’. Mensen ‘bijsturen’ zag hij ook als taak van de politiek èn de filosofie. Filosofie had de taak de politiek te helpen. Bijbel, politiek en filosofie konden de mensen ‘de goede kant uitsturen’. Spinoza was voor vrijheid van godsdienst en filosofie. Hij vond wel dat godsdienst intolerant kon zijn, maar wilde geen godsdienst verbieden. Hij was ook voorstander van vrijheid van meningsuiting.

Spinoza stelde dat in de wereld niets zelfstandig functioneert: alles is onderdeel van één groots proces. Dat proces noemde hij God, of de natuur. Spinoza had het vooral op kennis: je moet je verstand gebruiken: voor een verstandig mens is een ander verstandig mens nuttig, zo oreerde hij. Spinoza wilde geen onvolledige kennis, maar volledige kennis: daar ging het om. Rationaliteit. Gebruik van de rede was belangrijk voor de filosoof. Hij vond ook dat hoe beter het lichaam van de mens functioneerde, hoe blijer de mens. Hoe zwakker de mens, hoe verdrietiger. En vrijheid? Is het gevolg van verstand. De mens moet zichzelf leren begrijpen, ook door intuïtieve kennis: dat leidt tot tevredenheid met jezelf en de wereld.

Van Ruler bracht voor mij een Spinoza over als serieus religieuze denker, weliswaar afkerig van dogma’s en godsdienst, maar iemand die hartstochtelijk God / de Natuur liefhad. En de filosofie.

Bijeenkomst: Zaal 3, Den Haag, Nacht van de Filosofie met Han van Ruler (21-02-2018)
Foto: Han van Ruler (PD)

Evolutie en de zin van ons bestaan

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ – Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

‘Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen’ 

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie.
De natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

‘Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

‘Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens. Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven.

‘Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

‘Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen.

Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’
(Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos


Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

‘Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’
(Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

‘En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

‘Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

Beeld Darwin: BBC / Getty Images
Update 29-09-2025 (Lay-out)

De mens als neurologische computer

darwin.ichtus.visje.sticker‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’. Dat is volgens filosoof Daniel Dennett de betekenis van het symbool van een vis met het woord ‘Darwin’ erin. Een variatie op het bekende visje als christelijk symbool, ICHTHYS, acroniem voor het Griekse equivalent van ‘Jezus Christus Gods Zoon en Redder’. DARWIN zou dan staan voor ‘Delere Auctorem Rerum Ut Universum Noscas’, door Dennett met een knipoog vrij vertaald in ‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’.

Tijdens een lunch in zijn hotel aan de Herengracht in Amsterdam kreeg Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, de gelegenheid om Dennett nog een keer te vragen waarom wij echt ‘zombies’ zouden zijn, een wezen zonder werkelijk bewustzijn. Eerder schreef Veenstra het artikel We zouden zombies kunnen zijn, een kritische recensie over Van bacterie naar Bach en terug, over de evolutie van de geest. Volgens Veenstra claimt Dennett daarin een ‘kronkelig pad door een oerwoud van filosofie en wetenschap’ te hebben gevonden, dat leidt naar verbeterde antwoorden op de grote vragen over ons bewustzijn.

De provocerende stelling dat wij alleen maar ‘materiële objecten’ zijn, en dat ons bewustzijn dus een fysisch neuraal verschijnsel is, raakt iedereen in de kern. Het is een directe aanval op zowel religieuze als agnostische overtuigingen. Stel dat wij volledig fysisch causaal zijn gedetermineerd. Is dan de betekenis van het leven, vrije wil en moraliteit niet ook een illusie? Een betekenisloos verhaal dat wij onszelf vertellen? Dennett heeft zich de afgelopen vijfentwintig jaar verrijkt met inzichten uit neurowetenschappen, filosofie, biologie en computerwetenschappen, en belooft ons daarmee in dit boek – van ongeveer 500 pagina’s – een nog overtuigender antwoord te geven op de bewustzijnsvraag.’ (Uit: We zouden zombies kunnen zijn)

Dennett heeft zich tot op heden vooral op de hoe-vraag geconcentreerd: hoe werkt ons bewustzijn?; hoe zijn allerlei cognitieve processen geëvolueerd?, maar is zich nu op de wat-vraag aan het richten is: wat is datgene waardoor wij ons bewust zijn van al die cognitieve processen?

De illusie van bewustzijn ontstaat doordat wij tegelijkertijd het model en dat wat het model vertegenwoordigt waarnemen. Als we dat model, de representatie van de wereld, het medium noemen, moeten we niet de fout maken om een ‘geest in het medium’ te bedenken, een geest die naar het model van de wereld zit te kijken.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

We zijn toch niet een soort neurologische computer, vraagt Veenstra zich af. Een dergelijke computer bestaat volgens hem alleen uit atomen en elektronen die gedachteloos volgens de wetten van de natuur reageren. Hij vat zijn twijfel samen door te verwijzen naar een argument van David Chalmers: computers en zombies ‘run dark’: ze hebben geen innerlijke bewuste ervaring, terwijl wij dat overduidelijk wel hebben. Volgens Dennett zijn wij vanbinnen echter donker zoals een computer en is er geen reden om magisch denken te omarmen en een ‘geest in het medium’ uit te vinden.

Al met al vindt Veenstra toch, dat als je met extravagante claims komt als: ‘bewustzijn is een illusie’ en ‘jij bent een zombie’, dat soort stellingen om veel overtuigender argumenten vragen. Maar net als bij het lezen van Dennetts recente boek is Veenstra nu ook weer enorm onder de indruk van zijn omvangrijke en inspirerende kennis over de werking van ons brein, al heeft hij hem nog steeds niet weten te overtuigen van zijn visie op de aard van het bewustzijn.

Voor alles heeft de lunch mij duidelijk gemaakt dat het succes van Dennetts boeken Bewustzijn Verklaard in de jaren negentig en Van Bacterie naar Bach en terug in 2017 niet uit de lucht komt vallen. Ze zijn ontsprongen aan een bewustzijn dat een tomeloze lust heeft naar kennis over het bewustzijn zelf.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

Zie:
We zouden zombies kunnen zijn (iFilosofie.nl)
Lunchen met Dennett (pdf)

Beeld: stickerland.nl

Geloven in de Simulator

simulation

Niet in God geloven en dan zelf toch weer een god verzinnen die de mens in een computersimulatie heeft geplaatst. Omdat we in een seculiere wereld niet meer over schepping kunnen spreken – want dàt is zo ongelooflijk! Dan maar in iets anders geloven dat we wetenschappelijk, want geaccepteerd, misschien wel kunnen verklaren. Het is alsof we een simulatie van een tsunami presenteren en er zo in opgaan dat we geloven dat deze in de werkelijkheid bestaat.

Het simulatie-argument is misschien wel het eerste interessante argument voor het bestaan van een Schepper in 2000 jaar.’ (David Pearce)

Computerspelletjes worden zo levensecht, dat we er helemaal in op kunnen gaan. Zo zeer zelfs, dat we denken dat we zelf in een game zitten, ergo zijn. Dat geloven sommigen tegenwoordig. Diep vanbinnen blijft de mens ongelooflijk religieus. Met Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, en filosoof Nick Bostrom als profeten. In 2016 stelde Musk dat de kans dat we niet in een simulatie leven, één op miljarden is.

Er zijn nu levensechte videogames die we met duizenden mensen tegelijkertijd kunnen spelen en waar we – dankzij virtual reality – zelfs helemaal in op kunnen gaan. We stevenen dan ook razendsnel af op de ontwikkeling van spellen (eigenlijk niets anders dan simulaties) die eigenlijk niet meer van de ‘echte wereld’ te onderscheiden zijn en bovendien op vrijwel elk apparaat te spelen zijn. Het lijkt niet vergezocht dat er bijvoorbeeld over 10.000 jaar miljarden van dat soort apparaten zijn waarop misschien wel meerdere simulaties draaien. In dat scenario wordt het langzaam maar zeker aannemelijker dat je als individu in zo’n simulatie zit dan dat je in de ‘echte wereld’ leeft.’ (Musk)

Het is natuurlijk passé om het over God en een schepping te hebben, dus noem je het heel seculier simulatie en geloven we in de Simulator, of nou ja, vooruit, een Schepper. Dan kan het weer. Er blijkt zelfs plaats voor religie en een heus hiernamaals.

Zelfs voor religie zou een plaats zijn in de simulatie. Zo is het niet ondenkbaar dat er een hiernamaals is, dat bestaat uit een andere simulatie (of de werkelijkheid) en wie zegt dat de simulators ons niet aan een soort moraal houden en ons bovendien continu in de gaten houden?’ (Bostrom)

Het werk van Bostrom en collega’s wordt fascinerend genoemd en misschien wel gekmakend tegelijkertijd. Sommige mensen ervaren hetzelfde als ze de Bijbel of de Koran lezen en plotseling beseffen dat de Simulator weleens God of Allah kan zijn die de wereld geschapen heeft. Daar kunnen sommigen met hun verstand niet bij en kunnen die ongelooflijke werkelijkheid alleen maar aan als we het zien als een computersimulatie.

Op het moment dat we onze eigen simulaties met daarin bewuste deelnemers gaan creëren, weten we het bijna zeker: we leven zelf in een simulatie.’ (Bostrom)

Bostrom vraagt zich af of het uitmaakt of we in een simulatie leven of niet, en denkt dat dat allemaal wel meevalt. Hij benadrukt dat we – als we in een simulatie leven – niet zomaar moeten concluderen dat de wereld om ons heen niet echt is.

Het is volgens hem accurater om te zeggen dat de werkelijkheid iets anders van aard is. ‘Je neus is nog steeds echt, alleen de werkelijkheid bestaat eruit dat deze gesimuleerd wordt op een krachtige computer.’ (Bostrom)

En Bostrom en zijn collega’s zagen dat het goed was.

Bron: Is ons leven niets meer dan een computersimulatie? (Scientias, 10 februari 2018)
Gerelateerd: Descartes en ons leven in een computersimulatie
Beeld: Bestaan we uit echt chemische stoffen, of zijn het computergesimuleerde stoffen? (aitracing.nl)

Radicale theologie: religieloos christendom

604px-Johannes_Bosboom_-_Interieur_van_de_Geertekerk_te_Utrecht_met_de_viering_van_het_heilig_avondmaal

Volgens theoloog Frits de Lange plegen we verraad aan Jezus van Nazareth als we opnieuw van hem een religie willen maken. Hij citeert dan ook met instemming theoloog Dietrich Bonhoeffer die stelde dat Jezus ons niet oproept tot een nieuwe religie, maar tot leven. Hierover gaat de Vrijzinnige Lezing 2018, door De Lange, waarin hij op zoek gaat naar een radicaal nieuw begin voor de christelijke theologie. Is er wellicht een radicale theologie mogelijk tussen vrijzinnigheid en orthodoxie? 

Zal het een pleidooi worden voor een religieloos christendom en blijft er van Jezus dan niet veel meer over dan een vrijzinnige jongeman die in onze tijd zelfhulpboeken vol parabels en gelijkenissen zou schrijven over hoe (samen) te leven zonder religie? Zonder God?

Wat moet Jezus in Godsnaam met een religieloos christendom? Wellicht wordt dat duidelijk als Frits de Lange, de schrijver van Heilige Onrust, de tweede Vrijzinnige Lezing uitspreekt in de Geertekerk in Utrecht. Misschien krijgen we dan ook een antwoord op de noodkreet van Wouter Slob die stelde dat de vrijzinnigheid moet ophouden met zeggen wat we allemaal niet meer kunnen geloven, en aangeven wat wel. Over de lezing zegt De Lange:

De theologie leidt voortdurend schipbreuk in haar pogingen om de christelijke traditie  te doen landen in de hedendaagse cultuur. Dietrich Bonhoeffer schreef al in 1945: ‘De mensen kunnen, zoals ze nu zijn, eenvoudigweg niet meer religieus zijn.’ En: ‘We zijn weer helemaal op de aanvang van ons verstaan teruggeworpen’.’

Maar de kerken hebben de radicaliteit van zijn waarneming na de oorlog onvoldoende onderkend. Het klassiek-kerkelijke dogma bleef leidend voor de mainstream theologie in de 20e eeuw. Vrijzinnig verzet daartegen heeft nauwelijks een alternatief kunnen bieden, anders dan: ‘wij zijn niet meer orthodox’. In deze lezing wil ik in het spoor van Bonhoeffer verkennen of een radicaal nieuw begin mogelijk is voor de christelijke theologie. In de overtuiging (1) dat het daarin blijft draaien om Jezus van Nazareth, maar dat (2) we verraad aan hem plegen als we opnieuw een religie van hem maken.’ (de vrijzinnigelezing.nl)

De Lange verwijst in het essay En God sprak: Ik besta niet naar Peter Rollins, over wie hij zegt dat hij een punt heeft:

De christelijke God is de God die ons doet twijfelen aan zijn bestaan. Na twee millennia christendom, is die God daarin behoorlijk geslaagd. Het christendom is eigenlijk ook ongeschikt als religie, als je daar de aanbidding van een transcendente, buitenwereldlijke Macht onder verstaat. De christelijke God is er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser over het universum te zijn.’ (FdL)

Of een ‘religieloos christendom’ mogelijk is, vraagt hij zich af in het essay. Wederom verwijst hij naar Rollins, die er probeert vorm aan te geven, gevoed door theologen als Bonhoeffer en postmoderne denkers als Žižek en John D. Caputo.

Geloof is overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoop tegen beter weten in.’ (FdL)

Een discussie over het bestaan van God, zegt De Lange, maakt van geloof een kwestie van intellectuele instemming met een feitelijke claim, niet iets waar je met je hele leven aan hangt. Een per definitie te betwijfelen hypothese, waarvoor we telkens het laatste nummer van Nature moeten naslaan om te zien of hij nog houdbaar is.

‘Opnieuw beginnen. Radicale theologie tussen vrijzinnigheid en orthodoxie’ | Frits de Lange | 16 maart 2018 | Geertekerk Utrecht | 20.00 uur | Geertekerk open vanaf 19.30 uur | Opgave: via deze website

Beeld: Interieur Geertekerk Utrecht (1852) met de viering van het heilig avondmaal – Johannes Bosboom – olie op canvas – Rijksmuseum Amsterdam – wikimedia commons