‘Onze relatie tot God kan onbewust zijn’

Elk mens is, eventueel onbewust, op zoek naar God: mensen hebben altijd een intentionele betrekking tot God, al kan deze relatie onbewust of verdrongen zijn, zodat we het zelf niet weten. In De Onbewuste God stelt Victor Frankl dat ‘bij de hellenistische antieken er een altaar was toegewijd ‘aan de onbekende God’, en dat in de Psalmen gesproken wordt van de ‘verborgen God’. Wat nu met onze formulering ‘de onbewuste God’ bedoeld is, zo stelt Frankl, zou dan zijn: de verborgen betrekking van de mens tot de zijnerzijds verborgen God.’

Onze formulering ‘de onbewuste God’ wil dus niet zeggen, dat God op zich, voor zich, zich zelf – onbewust zou zijn:
veeleer wil zij zeggen dat God óns soms onbewust is, dat onze relátie tot Hem onbewust kan zijn, namelijk verdrongen en zodoende verborgen voor ons zelf.
(Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)


Het eigenlijke mens zijn vindt men dus pas daar, waar niet een Es de mens drijft,
maar waar een Ik beslist. 

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’) 


De ontwikkelaar van De Derde Weense School in Psychotherapie, Frankl, heeft het – in hoofdstuk 6: Onbewuste religiositeit – over het ónbewust geestelijke waarin de existentie-analyse trachtte door te dringen, en zo in het onbewuste het geestelijke leerde zien: bij het ‘Es’ als het driftmatig onbewuste voegde zich als nieuw gegeven het geestelijk onbewuste. Jung, zo stelt Frankl, verplaatste de onbewuste religiositeit naar het ‘Es’:

Es’ is religieus in mij, – maar niet ‘Ik’ ben dan gelovig; ‘Es’ drijft mij dan naar God, – maar ‘Ik’ kies dan niet voor God. (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Voor Frankl is Jungs zienswijze niet correct, voor Frankl geldt de individuele relatie met God, waar ‘Ik’ wel voor kiest. Hij stelt dat de existentie-analyse in een derde ontwikkelingsfase binnen het onbewust geestelijke van de mens zoiets als een onbewuste religiositeit heeft ontdekt,

‘- in de zin van een onbewust betrokken zijn op God als een in de mens schijnbaar immanente, zij het nog zo vaak latent blijvende betrekking tot het transcendente.
Terwijl derhalve door de ontdekking van het onbewust geestelijke het (geestelijke) Ik achter het (onbewuste) Es zichtbaar werd, werd door de ontdekking van de onbewuste religiositeit nog achter het immanente Ik het transcendente Gij zichtbaar.
Was derhalve gebleken, dat het Ik ‘ook onbewust’ en het onbewuste ‘ook geestelijk’ is, zo bleek nu dit geestelijk onbewuste ‘ook transcendent’ te zijn.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

De onbewuste gelovigheid van de mens, die zich op deze wijze onthult, aldus Frankl, zou – mede gezien in het begrip van zijn ‘transcendent onbewuste’ – beduiden, dat wij altijd reeds onbewust op God zijn ingesteld, dat wij altijd reeds een, zij het ook onbewuste, dan toch intentionele betrekking tot God hebben. En deze God noemt Frankl ‘de onbewuste God’.

Frankl ‘waarschuwt’ voor een aantal ontsporingen op dit gebied en stelt dat het onbewuste, dat mogelijk ‘ook geestelijk’ mag blijken, en mede onbewust religiositeit in zich bergt, ‘nooit en te nimmer daarom ook zelf met de nimbus [aureool, PD] van het goddelijke omgeven mag worden.

Want dat wij altijd reeds in een onbewuste betrekking tot God staan, wil nog helemaal niet zeggen, dat God ook ‘in ons’ is, dat Hij in ons woont, ons onbewuste vervult, – dit alles zouden thesen zijn van een dilettantistische theologie.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Humaniteitvandemenselijkevrijheid

Frankl (1905 – 1997), destijds hoogleraar neurologie en psychiatrie aan de universiteit van Wenen schreef De Onbewuste God – essay over Existentiële Analyse van het geestelijk onbewuste al in 1948. Het boek is in 2004 opnieuw uitgegeven als: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie. De subtitel luidt: Zelfverantwoording in het Therapeutisch Proces.

De vertaling wordt nadrukkelijk een vertaling genoemd, omdat niet gestreefd zou zijn naar een wetenschappelijke vertaling en bewerking. Het zou zelfs ‘ge-ont-thelogiseerd’ zijn – en dat zou Frankl zelf ook gedaan hebben tot 1997. Daarvoor in de plaats, zo luidt de redactionele inleiding, is er ‘aansluiting gezocht bij de recente herontdekking van de spiritualiteit’. Als reden wordt het feit genoemd dat Frankl de eerste editie schreef in een van ‘Rooms-katholieke theologie’ doordrenkt Oostenrijk. Bewerker Pieter Hoekstra zegt in het voorwoord dat ‘gaandeweg de hertaling via een nagenoeg agnostische episode is overgegaan naar een nieuwe openheid’. (2004)


Van de psychoanalyse echter kan men beweren,
dat zij het menselijk zijn tot Es heeft gemaakt
en van het Ik ontdaan.

(Uit: De onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Het exemplaar van De Onbewuste God dat ik opdook uit het magazijn van de Centrale Bibliotheek Utrecht, is een uitgave van uitgeverij ‘Helmond’, uit 1956. Als ik deze vertaling (van Der Unbewusste Gott, 1948 – door mevrouw Melotte-Athmer) leg naast die van Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004, valt op dat er geen sprake is van ‘ont-theologisering’. Het hoofdstuk Onbewuste religiositeit blijkt een vrijwel exacte kopie van de oorspronkelijke uitgave uit 1948. Van een ‘nieuwe openheid’ via een ‘nagenoeg agnostische episode’ lijkt geen sprake. Ook niet in de andere hoofdstukken.

derunbewustegott

De Onbewuste God blijft – net als de hertaling uit 2004 – de moeite waard om kennis van te nemen. In het voorwoord zegt prof. dr. Willem J. Maas (Eureka University, Wenen) dat Frankl de kracht van de menselijke geest reconstrueert, vanuit het bewuste waarnemen van, en antwoorden op, de vraag van de situatie.

Maar ook vanuit het onbewuste, waar de concrete existentiële zinmogelijkheid onmiddellijk verwijst naar de realiteit van het menselijk geestesleven. Achter ieder concreet gerealiseerde zinmogelijkheid staat de menselijke persoon, waarvan Frankl zegt: ‘In sofern der mensch Geist ist, existiert er als Person’. De individuele verwijzing naar het geestelijke verwijst niet alleen naar de essentie van het individuele persoonlijke, naar de mens- en wereldvisie achter waardig bestaan, maar ook boven zichzelf uit naar een transcendente, omvattende zin.’ (Uit: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – ‘Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004)


Uit dit alles blijkt niet minder dat dat juist het ‘centrum’ van het menselijk zijn (de persoon)
in de ‘diepte’ (de dieptepersoon) onbewust is:
de geest is juist in zijn oorsprong onbewuste geest.

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Bron: De Onbewuste God | Viktor E. Frankl | Uitgeverij ‘Helmond’, Helmond| 1956 | Vertaling: Mevr. Melotte – Athmer |Oorspronkelijke titel en uitgave: ‘Der unbewusste Gott’ | 1948

Beeld: Detail cover Der unbewusste Gott – Psychotherapie und Religion – december 1992
Update lay-out: 28122023

Jesaja’s dubbelrol in Händels Messiah

Messiah2018-2_b20

Na het juichende en tegelijk ontroerende Halleluja in Händels ‘Grand Musical’ Messiah – uitgelicht in subtiele Rembrandtiaanse kleurschakeringen en bij de finale klanken ervan stralend wit – leidt dit voorstelbaar tot een open doekje in de Grote Kerk van Den Haag. Lichtcomponist Teus van der Stelt verheft het Halleluja tot extra grote hoogte. The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands zingt en speelt met Messiah de sterren van de hemel – onder leiding van een ronduit swingende dirigent Pieter Jan Leusink. Al ‘schaatsend en twistend’ haalt hij alle klankkleuren op zijn mooist uit zijn ploeg. Zijn lange grijze krullen deinen mee in alle mogelijke – en bijna onmogelijke ritmes – die Leusinks handen in alle toonaarden aangeven. Als toegift laat de artistiek leider het Halleluja nogmaals de oren van het dankbare publiek strelen.

Continuo
Grand Musical’ mag ik eigenlijk niet zeggen. Maar zo wordt Händels Messiah wel aangekondigd bij de première op 13 april 1742 in Dublin, door de componist zelf gedirigeerd. Net als in 1742 bestaat het koor vandaag uit 16 zangers, onder wie nu sopraan Olga Zinovieva en tenor Martinus Leusink. Het orkest – dat authentieke instrumenten uit Händels tijd bespeelt – bestaat uit strijkers, continuo, trompet en pauken. De continuo – kistorgel – klinkt authentiek doordat het een ‘transpositieklaver’ bezit, zo leert de informatie bij de CD, opgenomen in de Grote Kerk in Elburg (2013.) Het kistorgel ziet er inderdaad uit als een – zware rechthoekige – kist, compleet met de noodzakelijke transportwielen.

Händels Messiah is geen specifieke kerkmuziek maar meer een combinatie tussen vermaak en een kerkdienst. In het begin werd het werk alleen in theaters en concertzalen uitgevoerd en aangekondigd als ‘Grand Musical’. (messiahhandel.nl)

Godslasterlijk
In Londen wordt de benaming ‘Grand Musical’ als godslasterlijk bestempeld als er ook uitvoeringen worden gegeven – vanaf 1750 – in kerken. De kerkelijke gemeenschap dwingt Händel Messiah aan te kondigen als ‘een nieuw sacraal oratorium’.

‘De hemel en God’
Messiah is zeker niet godslasterlijk, maar over welke messias hebben we het eigenlijk in dit ‘ultieme kerstoratorium’, waarvan Händel zei: ‘Ik geloof dat ik de hemel en God voor me heb gezien’. Hij sprak dit geëmotioneerd uit, met tranen in de ogen, nadat hij het tweede deel van zijn Messiah had voltooid.

Dubbelrol Jesaja
De ‘koninklijke profeet’ Jesaja lijkt in Messiah een dubbelrol te spelen. Hij verwijst eerst naar een koning die in de toekomst Israël vrede en redding zal brengen, en later profetisch naar Jezus van Nazareth. De Tenach (de Joodse Bijbel) spreekt echter van een messias als een toekomstige koning die de Joden van Palestina zal verenigen. Zijn komst zal ook de eindtijd aankondigen. Voor Jesaja is Jahweh groot en machtig, de Heilige van Israël.

‘Kind dat ons is geboren’
Messiah begint met ‘Sinfony’ en direct daarna klinkt een spraakzang van Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God…’ Jesaja betekent: ‘God is mijn redding’. De profeet leefde rond 750 v.Chr. In zijn boek staan teksten die door de joden als Messiaans worden gezien, en profetisch naar de toekomst verwijzen. Die gaan niet over Jezus – want niet geaccepteerd door de joden – maar over een toekomstige joodse koning of priester en eerder ‘gezalfde’ genoemd dan messias. Als (toekomstige) naam die gegeven zal worden, sprak Jesaja van ‘Wonderbaar’, ‘Raadsman’, ‘De machtige God’, ‘De Eeuwige Vader’ en ‘Vredesvorst’, ‘Heer’, ‘Jahweh’, en uiteindelijk over een ‘Kind dat ons is geboren’ en een ‘Zoon aan ons gegeven’.

Messiah2018_90d

Jezus’ wederkomst
Het eerste deel van Messiah bestaat voor de helft uit liederen en spraakzangen uit teksten van Jesaja. Dit kerstoratorium gaat heel concreet over het leven van Jezus van Nazareth; bezingt de aankondiging van de komst en de geboorte van Jezus; Zijn kruisiging en opstanding en de episode van de hemelvaart. Het laatste deel gaat over de betekenis van dit alles voor de gelovigen. Messiah gaat ook over Jezus’ wederkomst en heerschappij. In het (christelijke) Nieuwe Testament is Jesaja ook weer terug te vinden, en dan alleen in citaten, met profetieën over de komst van… de Messias (Jezus.)

Het ‘verboden hoofdstuk’ Jesaja 53
Jezus werd zo’n 750 jaar na Jesaja geboren. In Messiah wordt Mattheüs aangehaald als profetie voor Christus’ geboorte. In deel 2 van Messiah – in Jesaja 53 – zegt de profeet ‘de HEER heeft op Hem gelegd ons de ongerechtigheid van ons allen’. ‘Hem’ lijkt dan sterk naar Jezus te verwijzen. Dat lijkt dan wel een nadere specificatie van zijn eerdere profetie. Sla er Jesaja 53 maar op na en zie dit ‘verboden hoofdstuk’ in de Tenach. Het is niet echt verboden, maar werd weggelaten op het leesrooster, volgens de christelijke site CIP. Veel Joden kijken daar van op.

Jahweh
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 v.Chr.) wordt Jesaja geroepen tot het profetenambt. En als Achaz in 736 v.Chr. de nieuwe koning wordt, vallen de koningen Resin (Syrië) en Pekach (Israël) Juda aan. Achaz besluit daarop de hulp van Assyrië in te roepen. Dan betreedt Jesaja het politieke toneel en spreekt Achaz moed in, en zegt dat de koning zijn vertrouwen uitsluitend moet stellen op Jahweh (God): de Heilige van Israël – en niet op bondgenootschappen met andere staten.

Messiasverwachting
Sommige bronnen stellen dat in het Oude Testament er een Messiasverwachting gewekt wordt die sterk leeft in de harten van de joden, en dat die verwachting goed aansluit op de beloften van de profeten. Jezus, zo wordt gezegd, spreekt deze verwachting ook nooit tegen, maar zou ook geen ‘ja’ gezegd hebben op de vraag of Hij de Messias is; dat Jesaja uiteindelijk op Hem gedoeld heeft.

TheJewishAnnotatedNewTestament

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament
Maar de onderzoeken gaan wereldwijd door, de discussie ook. In dit kader is het interessant dat in 2011 het boek The Jewish Annotated New Testament verscheen, waarin staat dat er nooit een editie van het Nieuwe Testament verschenen is, gericht op de Joodse achtergrond en de cultuur waaruit het groeide. Tot dit boek dan. In 2017 verscheen een tweede editie, grondig herzien en sterk uitgebreid, met nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament werd voor het eerst gepubliceerd in 2011 en was een baanbrekend werk dat de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament onder de aandacht bracht van studenten, geestelijken en algemene lezers. In deze nieuwe editie brengen tachtig Joodse geleerden een ongeëvenaarde studie samen om een nieuw licht op de tekst te werpen. Deze grondig herziene en sterk uitgebreide tweede editie [2017] levert nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.’ (amazon.com)

Dode Zeerollen
Oudheidkundige Jona Lendering schrijft over editie 2011 op zijn blog Het joodse Nieuwe Testament dat er teksten bestaan die door de joodse en christelijke religieuze autoriteiten zijn afgewezen, maar dat deze documenten wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen laten zien. Dat geldt volgens Lendering – naast de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo – ook voor de Dode Zeerollen:

‘…ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw n.Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.’

The Jewish Annotated New Testament biedt de tekst van de christelijke geschriften (in vertaling) en eindeloze hoeveelheden aanvullende informatie. Een zeer aanbevolen boek.’ (Lendering)

Prettige en zalige kerstdagen gewenst, met of zonder Messiah, messias of Messias. (In de monotheïstische religies is er maar één God, waarschijnlijk zal er dan ook maar één Messiah zijn?) – Wie weet waar Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament nog toe leidt…

Recensie: Messiah – G.F. HÄNDEL (HWV 56) – Den Haag, Grote Kerk – 16 december 2018 – Pieter Jan Leusink dirigent

Foto’s: Lichtcomposities door Teus van der SteltPD (N.B. Fotograferen tijdens Messiah is verboden)

‘Religieuze leiders interessant voor goddelozen’

odes

Ze zijn ook interessanter dan politieke. Zelfs voor goddelozen. Auteur David Van Reybrouck vraagt of er ook nog wat visie mag zijn, in zijn Ode aan onze religieuze leiders. Als ‘correspondent Lof’ van de Correspondent, mist hij echt visionaire pleidooien bij de Europese Unie: ‘Het blijft wachten op een gedurfde visie die in deze turbulente tijden opkomt voor vreedzaam en duurzaam samenleven vandaag. Want dat is waar het nu om gaat.’ – De auteur wacht sinds 2016, en sindsdien heb ik nauwelijks visies vernomen. Zijn alle Europese leiders, zoals Mark Rutte (VVD), vies van visie?

Het continent waar twee eeuwen geleden de eerste universele verklaring van de mensenrechten werd opgesteld, stelt zich nu kennelijk al tevreden met ‘we lossen het wel op.’ Het werelddeel waar niet zo lang geleden na het grootste bloedbad uit de geschiedenis de grootste vredesoperatie ooit begon, de eenmaking van Europa, kijkt vandaag op wanneer iemand binnen dat eengemaakte Europa zich nog eens aan een ethische uitspraak waagt.’

Dat is waar het nu om gaat: vreedzaam en duurzaam samenleven, stelt de schrijver, en zegt uit te kijken naar de dag dat kinderen op school geweldloosheid, vreedzame conflictoplossing en seculiere ethiek leren. Van Reybrouck verwijst naar de dalai lama die het onderscheid tussen ethiek en religie vergelijkt met dat tussen water en thee.

Ethiek en innerlijke waarden zijn eerder als water. Zonder water kunnen we niet leven. De thee die we drinken bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook nog andere ingrediënten: theeblaadjes, kruiden, misschien wat suiker en, in Tibet althans, ook een beetje zout. Ongeacht hoe de thee wordt bereid, zijn hoofdbestanddeel is water. We kunnen zonder thee leven, maar niet zonder water.’

odes

De auteur zegt de afgelopen jaren meer te hebben geleerd van de paus, de dalai lama, Desmond Tutu, Ismail Serageldin, Michael Lerner en Karen Armstrong, dan van welke Europese politicus ook. De schrijver van Odes (2018), die sinds begin 2015 regelmatig ‘iets, iemand of ergens’ bezingt bij de Correspondent – zoals een Ode aan het offline zijn – had het voorrecht een dag lang bij Karen Armstrong te gast te zijn. Ze zei toen:

De grote religieuze tradities van vandaag zijn allemaal begonnen in tijden van oorlog en politieke onrust. De gouden regel, dat je een ander niet mag aandoen wat je zelf niet wilt ondergaan, is in al die tradities afzonderlijk bedacht. Dat was niet omdat een hoop lieve mensen dat een prettig idee vonden, wel omdat enkele praktische geesten inzagen dat de mensen elkaar anders zouden kapotmaken.’

Van Reybrouck besluit deze Ode – uit een lange reeks die allemaal bij de Correspondent te vinden zijn, naast andere verhalen over religiemet de uitspraak dat we alle wijsheid nodig hebben die er is, want ‘op het moment dat we andermaal elkaar dreigen kapot te maken, of dat al volop aan het doen zijn, kan het geen kwaad opnieuw te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van eeuwenoude tradities te zeggen hebben’.


David Van Reybrouck (1971) schrijft proza, poëzie, theater en non-fictie. Hij is de auteur van onder meer Congo, Een geschiedenis, De Plaag, Pleidooi voor Populisme, Tegen Verkiezingen. Zijn werk werd veelvuldig vertaald en bekroond. Voor Congo ontving hij de Prix Médicis in Frankrijk.


Zie: Ode aan onze religieuze leiders (de Correspondent)

Terugkeer God in een postseculiere samenleving

DSCF5709

Filmregisseur Darren Aronofsky (‘Pi’) laat in zijn film Mother! zien ‘waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert.’ Theoloog Rinke van Hell verwijst naar Mother! tijdens de Nacht van de Theologie (2018) waarin zij spreekt over ‘de Terugkeer van God – hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen’. 

Van Hell (FilmWijzer!beschrijft Mother! als een filosofische thriller-annex-horrorfilm over een gelauwerd dichter met een writer’s block en zijn jonge vrouw, die in hun rustige leven gestoord worden door ongenode gasten.

Volgens Gawie Keyser van Human’s Brainwash is er ‘zelden zo’n ophef over een nieuwe film. Ongeveer de hele wereld praat [in 2017] over Mother!: Mensen zijn woedend.’ De Volkskrant citeerde destijds de regisseur die aan Harvard film en sociale antropologie studeerde: ‘Pak je Bijbel erbij, dan kun je uitzoeken waar de film begint.’

Mother! was anders. Er zit haat in, de woede om wat er om ons heen gebeurt, op de planeet en om het onvermogen er iets aan te doen. Ik zweette het eruit, schreef het script in vijf dagen. Daarna liet ik het aan Jennifer (Lawrence) zien. Ze was enthousiast. En plots waren we bezig deze film te maken.’  (Aronofsky)

mother!
D
e voordracht van Van Hell begint met een anekdote over deze film Mother! – met Javier Bardem en Jennifer Lawrence in de hoofdrol – en ze laat er ook een scene uit zien.

Al snel na de release ontspon zich onder mijn Facebook-vrienden, oud-collega’s en bijna alle professionals in de filmtheatersector, een stevige discussie. Mother! is een film in de categorie ‘you love it or you hate it’. In dit lijntje zaten opmerkelijk genoeg alleen ‘believers’, zoals een van de deelnemers het uitdrukte.’

De film blijft hen bij, maar ze begrijpen niet goed waarom. Van Hell vraagt zich af waarom juist deze film hen zo erg raakt: de ‘mooi gemaakte maar wel vage film, boordevol raadselachtige metaforen en symboliek’.

Uiteindelijk kreeg de discussie een religieuze spits en kwam de Bijbelse symboliek naar voren. Al snel ging het gesprek over het godsbeeld dat wel of niet in de film naar voren zou komen. Omdat ik in deze groep bekend sta als theoloog kreeg ik uiteraard al snel de vraag wat ik ervan vond. Of ik de symboliek maar even kon duiden, waarmee ze eigenlijk vroegen: kun jij ons helpen om woorden te geven aan onze fascinatie?’

Van Hell vindt dat diepere lagen bij de ‘believers’ geraakt worden, en dat ze daarop blijven kauwen, reflecteren en nadenken. Maar van de religieuze opvoeding op de School met den Bijbel, zoals iemand zijn opvoeding omschrijft, is weinig blijven hangen. De theoloog vermoedt dat de lessen op die school de diepere lagen nooit bereikten.

grensgangers
Z
e sluit aan bij het thema: de terugkeer van God en nieuwe manifestaties waarin God weer opnieuw te herkennen is: God mag weer, hij is teruggekeerd als factor in de maatschappelijke discussie.
Maar hoe hier tegelijkertijd collectief handen en voeten aan te geven, vraagt ze zich af. Gezien de daadwerkelijke praktijk van de kerkelijk werkers en leraren in hun alledaagse beroepspraktijk, blijkt er soms weinig van terecht te komen. En dat ondanks de essaybundel Grensgangers (2016) waaraan een scala aan theologen’ werkte, ‘professionals uit het werkveld en collega’s van de academie Theologie’ (Christelijke Hogeschool Ede.)

In de praktijk was er juist angst om het specifiek christelijke element in te brengen in een maatschappelijke discussie – of bleek dat de respondenten eigenlijk helemaal niets terugzagen van God in de maatschappij omdat ze zo op zoek waren naar hun eigen beelden van God (en God niet herkenden in de taal van het ‘ietsisme’ en spiritualiteit).’

Om een film als Mother! fatsoenlijk te kunnen duiden, vindt Van Hell het nodig dat je beschikt over een rugtas met voldoende cultureel-religieuze bagage, omdat je dan pas begrijpt wat de film met je doet en waar je mee aan het worstelen bent.

Tegelijkertijd, als je het gesprek erover aan wilt gaan, dan is het ook wel handig als je de juiste taal weet te gebruiken om de verbinding te maken. Expliciet christelijke taal wordt immers niet meer herkend in een postseculiere samenleving. Dat vraagt om wijsheid en creativiteit, maar toch maken de boeken van onder meer [Yvonne] Zonderop en [Alain] Verheij ons duidelijk dat deze ‘zombie-categorieën‘, zoals Ruard Ganzevoort ze noemde, in navolging van de Duitse socioloog Ulrich Beck, toch nog de moeite waard zijn.’

thefuture
V
an Hell verdiept haar verhaal met een uitgebreide voorzet van de Britse Anglicaanse theoloog David Ford in The Future of Christian Theology (2018), over de ‘dramatic mode of theology’ en zijn herlezing van Bonhoeffer.

In dit manifest pleit hij voor nieuwe, wijze en creatieve vormen van theologie die een brug weten te slaan tussen ‘kerk’ en ‘maatschappij’ en die vruchtbaar gemaakt kunnen worden voor de grote problemen van onze tijd: moderne slavernij, klimaatproblematiek, klassenongelijkheid, et cetera.’

Darren_Aronofsky

Als slot van haar voordracht komt Van Hell terug bij Mother! (foto: Darren Aronofsky) die in zekere zin te interpreteren valt als een cultureel voorbeeld waarin de elementen die Ford naar voren brengt, samenkomen. Volgens de theoloog verklaart dat ook de sterke reactie, bijna religieus aandoende ervaringen van de ‘believers’ in de genoemde Facebookdiscussie.

Aronofsky doet waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert. Dáár werden mijn oud-collega’s door gegrepen, ook al konden ze er nauwelijks de taal voor vinden of het mechanisme herkennen.
Als theoloog voel ik mij geroepen om deze diepere lagen in uitingen van populaire cultuur te duiden en in rapport te brengen met traditionelere, meer episch geladen taal – niet omdat het een hobby-project is maar omdat het in mijn ogen nieuwe wegen wijst naar wijze en creatieve vormen van theologie – die wij vervolgens met elkaar moeten uitwerken in woorden, en belichamen in actie, elk op onze eigen wijze.’

Rinke van Hell zegt er naar uit te zien om dat met elkaar in de breedte van de theologie te kunnen doen.

Zie: De terugkeer van God – Hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen (Theoblogie)

Foto Darren Aronofsky: Dkandell – Filmmaker Darren Aronofsky speaks during his Master Class at the XVI Guanajuato International Film Festival, where he received the Cruz de Plata de Más Cine (Silver Cross) for his achievements in filmmaking. Guanajuato, Mexico. July 27, 2013.

Foto: PD – De Gertrudiskapel, een 17e-eeuwse schuilkerk, Utrecht

Darwin Industry spint Darwinmythe

Verlichting-of-darwinisme

Filosofieclub Suster Bertken (Cultuurwetenschappen Open Universiteit Utrecht) hield zich gisterenavond geboeid op met historicus Ton Munnich, schrijver van het boek Verlichting of darwinisme? Munnich sprak over bioloog Charles Darwin, de ‘gigant die de moderne biologie grondvestte en de wetenschap seculariseerde’. Deze mythe wordt volgens de historicus niet-aflatend gevoed door de Darwin Industry. Die produceerde de afgelopen halve eeuw een stroom superlatieven en loftuitingen over Darwin, met als summum het internationale Darwinjaar 2009.

TM27112018AAWas Darwin echt zo’n belangrijk bioloog, is een vraag aan Ton Munnich. Nee, is het resolute antwoord. Darwins tijdgenoten Mendel en Virchow leverden volgens hem grotere bijdragen aan het vak, en ook heeft de secularisering van de wetenschap weinig te danken aan Darwin, die als trouw anglicaan – ‘Darwins peergroup’ – begraven ligt in het anglicaanse hoofdkwartier Westminster Abbey. Munnich vertelde dat Gottfried Reinhold Treviranus in 1802 de term en het vak biologie (‘levensleer’) introduceerde. De biologie werd al gauw ‘evolutiebiologie’.

Darwin zou de scheppingsleer hebben vervangen door de evolutieleer, maar in werkelijkheid deden anderen dat. Hij zou het idee ‘natural selection’ hebben bedacht, maar in werkelijkheid bedacht iemand anders dat. Zal Engeland Darwins prominente graf in Westminster Abbey handhaven?’ (Munnich)

Munnich stelt dat het darwinisme geleidelijk het contact met de realiteit is kwijtgeraakt. Vanaf het Darwinjaar tot 2014 schreef hij aan zijn boek Verlichting of darwinisme? dat een ‘verrassend nieuwe kijk geeft’ op de Verlichting en het darwinisme. In 2015 werd het genomineerd voor de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie (NWO en KNAW).


De Darwinmythe is een Angelsaksische mythe. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de Angelsaksische wetenschap toonaangevend in de wereld. Het Engels wordt de taal van de wetenschap, Engelse en Amerikaanse vakbladen worden leidend. In die naoorlogse halve eeuw creëert de Darwin Industry de hype rond Darwin.

Cover met flap VenD-BEW-22 sept-Vb.indd

Verlichting en darwinisme staan haaks op elkaar. De Verlichting is een nuttig proces, het darwinisme daarentegen is een wonderlijke lobby. Darwins bijdrage aan de wetenschap was beperkt en de politieke invloed van het darwinisme heeft bepaald ongunstige kanten gehad. Het bood een ideologisch alibi voor Engels koloniaal geweld, en het leverde aan Duitsland een deel van de inspiratie om twee wereldoorlogen te beginnen. De Darwin Industry retoucheert die ongunstige kanten.

Dit boek krabt de retouche-verf weg, zodat een realistischer historisch beeld zichtbaar wordt. Het beeld toont de indrukwekkende prestaties van de Duitse Verlichtingsdenkers en biologen in de 19e eeuw. Het toont de beperkte en later overbelichte bijdrage van Darwin aan de wetenschap. En het toont de ongunstige politieke invloed van het darwinisme. (Verlichting of darwinisme?)


Volgens dr. H.A. ten Hove (associate scientist bij NCB Naturalis) geeft Munnich vanuit een breed maatschappijhistorisch perspectief een begrijpelijke, maar heel andere kijk op de invloed van Darwin op de wereldpolitiek (kolonialisme, rassentheorieën) dan de Anglo-Amerikaanse (biologische) visie. Ten Hove vindt Verlichting of darwinisme? – gedocumenteerd met achterin tachtig pagina’s noten, literatuur, citaten en register – voer voor (evolutie-)biologen, maar ook voor lezers met een brede historische belangstelling.


‘(…) Munnich geeft stapsgewijs en uitvoerig gedocumenteerd weer dat Darwin helemaal niet de formidabele wetenschapper is geweest waarvoor velen (ook ik) hem hebben gehouden. In het boeiende betoog (wetenschap is niet altijd saai!) toont Munnich aan dat door en rondom Darwin een bedenkelijke cultus is ontstaan die het zicht op de wetenschapsontwikkeling in de negentiende en twintigste eeuw heeft vertroebeld. (…) Ton Munnich geeft in zijn onderzoek steeds een duidelijke context aan waarbinnen de wetenschap zich heeft ontwikkeld (historisch, politiek, filosofisch, religieus). De resultaten van zijn werk worden door deze aanpak beter te begrijpen, en daardoor ook van groter belang. De persoon Darwin en zijn werk krijgen meer contour en de mythe wordt ontmaskerd. Een belangrijk en interessant boek.’ (Drs. H.M.H. Verkoulen – Rijksuniversiteit Utrecht / Technische Hogeschool Twente / Katholieke Universiteit Nijmegen / schoolleider en onderwijsbestuurder in het Voortgezet Onderwijs.)


TM27112018BBIn nieuws & reviews verwijst Ton Munnich naar ‘een typerende reactie uit neo-darwinistische hoek’, dat op de privé-website van gepensioneerd bioloog Gert Korthof is te vinden. Voor Korthof was het onmiddellijk duidelijk dat Verlichting of darwinisme? op zijn ‘zachtst gezegd een uitzonderlijk en onorthodox boek is. En dat blijkt het ook te zijn. De hele geschiedenis van de biologie wordt herschreven. Beweren dat Darwin niet zo belangrijk is voor de biologie, is hetzelfde als beweren dat Newton of Einstein niet zo belangrijk waren voor de natuurkunde…’ (Munnich gaat hier op in bij ‘discussie’.)

Een e-mail van professor Peter Westbroek (KNAW) – emeritus hoogleraar Geologie aan de Universiteit Leiden en emeritus hoogleraar aan het Collège de France te Parijs – zegt: ‘… ik denk nog veel over uw verrassende boek.’

Hoe het kan dat de Darwin Industry zo’n mythe rond Darwin spint, wordt aangetoond in de elf essays in Verlichting of darwinisme? Deze tonen Darwins ‘wonderlijke rol in de wetenschapsgeschiedenis’. Het elegante en bij vlagen humoristische boek zal zowel historici als biologen verrassen, aldus de cover.

sbpd27112018Ook in de Utrechtse wandelgangen van Suster Bertken filosofeerden studenten al gauw over hoe controversieel Munnichs boek gevonden wordt. Het ging er over neo-darwinistische diehards contra ‘vooraan-staande filosofen’. En over historiografie: ‘Geschiedenis wordt in alle tijden geschreven – en herschreven – door machthebbers.’ Verlichting of darwinisme? deed sommigen denken – ondanks het totaal andere onderwerp – aan het boek Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman. Deze historicus neemt je ook mee op reis door de geschiedenis en laat je eveneens kennis maken met ideeën die tegen de tijdgeest ingaan, dwars door de oude scheidslijnen van links en rechts heen. Ook een overrompelend boek dat je wereldbeeld op zijn kop zet. (Zie het interview met Bregman terug bij Tegenlicht, VPRO, 25 november 2018.)

Bronnen o.a. 
* Mini-symposium met historicus Ton Munnich (Studentenvereniging Open Universiteit Utrecht Suster Bertken)
Verlichting of darwinisme – essays over wetenschapsgeschiedenis | Ton Munnich | 1e druk | 9789491683152 | november 2014 | Paperback | 452 pagina’s | € 29,25 |  £ 30,51

Foto’s Suster Bertken: PD

Filosofie, kunst, aardse mystiek en zinzoekers

andalusie2018PD

‘Filosofie en kunst zijn verwant en toch verschillend: een kunstwerk is een ervaring en toont iets van het (menselijk) bestaan, terwijl filosofie die ervaring probeert te verhelderen. Aardse mystiek is een hedendaagse vorm van religiositeit die niet uitgaat van een God of van een heilig geschrift. Zij komt voort uit verwondering over het menselijk en kosmisch bestaan en uit het besef van de grenzen van de rationaliteit, gevoed door levenservaringen en door contemplatie van de dimensies van het aardse bestaan, zoals ruimte, tijd, kleur en klank, liefde, eenheid, geboorte en dood.’

Filosoof Anton Ziegelaar, momenteel schrijvend aan een boek (verschijnt eind 2018) waarin verbindingen worden gelegd tussen filosofie, poëzie en schilderkunst, publiceerde eerder Aardse mystiek (2015) over hedendaags levensbeschouwelijk denken en Oorspronkelijk bewustzijn (2016). In een recensie van Aardse mystiek schreef godsdienstfilosoof en theoloog destijds Taede Smedes bij NieuwWij:

Ziegelaar schreef een filosofieboek dat tegelijkertijd erg spiritueel is. Het is een boek dat de dichotomie tussen atheïsten en godgelovigen weet te overstijgen en iedere polarisering uit de weg gaat. Een must-read voor zinzoekers.’

Volgens de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) keken klassieke denkers verwonderd naar de kosmos, terwijl moderne denkers het bestaansmysterie proberen te naderen met termen als existentie, authenticiteit en moraliteit.

Voortbouwend in deze traditie ontwikkelde Ziegelaar met Aardse mystiek een kleine filosofie van de verwondering.’ 

Over Aardse mystiek geeft Ziegelaar 30 januari 2019 ’s avonds een lezing in Utrecht. Ook bestaat de mogelijkheid de cursus Aardse mystiek te volgen (4 avonden vanaf 6 februari 2019.) In de cursus wordt aardse mystiek geïntroduceerd aan de hand van filosofische overwegingen en kunstwerken, zoals gedichten en schilderijen. Die avonden vertelt hij over het schone, verhevene en het sublieme; het innige: de ervaring van eenheid met de wereld; de ontdekking van het bestaansmysterie, en het geheim van ruimte en tijd.

Aardse mystiek – Inleiding in de filosofie van de verwondering | Arnold Ziegelaar Uitgeverij: ISVW Publishers | Aantal pagina’s: 414 | ISBN: 9789491693557 | Prijs: € 27,50 | Ziegelaar is filosoof, docent en schrijver. Hij studeerde natuurkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden en geeft les aan o.a. de Academie voor Geesteswetenschappen, HOVO, ISVW. Hij verricht promotieonderzoek bij de Universiteit Leiden. 

Gerelateerd: Aardse mystiek: een kleine filosofie van de verwondering

Foto: PD (Sevilla, Andalusië, september 2018) 

Herman Pleij hilarisch over relieken

Herman_Pleij

Tentoonstelling ‘Relieken’ in Museum Catharijne Convent, Utrecht. – Middeleeuwenspecialist Herman Pleij weet alles van relieken uit die tijd, en ook van hedendaagse relieken blijkt hij goed op de hoogte. Hij gaf er een cabareteske lezing over in het Catharijne Convent, waar tot 3 februari 2019 de tentoonstelling te zien is. Pleij: ‘De Heilige Maagd moet hectoliters Melk uit Haar Borsten gesproeid hebben, zo veel Melkdruppeltjes zijn her en der in kloosters, kapellen en kerken als reliek geborgen.’ Andere ‘resten’ van Haar Lichaam zijn er natuurlijk niet, opgenomen ten Hemel als Zij is, ‘met Lichaam en Ziel’.

Herman Pleij (foto: PD) waarschuwde het tot de nok toe gevulde auditorium: ‘Mocht u straks de tentoonstelling bezoeken, denk eraan: Vrijwel niet één reliek is echt.’ Vervolgens gaf hij een uur lang college over zin en waanzin van relieken. Jezus is net als Zijn Moeder ten Hemel gevaren en van Hem is niets op aarde achtergebleven. Of toch, er worden wel 13 Voorhuiden van Hem als reliek bewaard – Jezus was immers een Jood. En ook splinters van het Kruis, daar is zelfs een heel bos van. Ook worden er Zand en Steentjes van de rotsachtige grond van Golgotha als reliek bewaard. Geruchten gaan er over Zijn Melktandjes en Navelstreng als relieken.


‘12 oktober 2018 t/m 3 februari 2019 – Relieken – Wat is de kracht van relieken? Waarom worden ze gekoesterd en reizen mensen er duizenden kilometers voor? Maak in deze unieke tentoonstelling kennis met dit fascinerende en eeuwenoude fenomeen. U staat oog in oog met de meest bijzondere relieken uit verschillende tijden, culturen en religies.’ (Museum Catharijne Convent)


Maakt dan een briefje van de paus een reliek echt? Echt niet, volgens Pleij. Hoe meer een reliek als authentiek wordt bestempeld, hoe minder echt. De lijkwade van Turijn, waarin Jezus werd gewikkeld, bestempelde de emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde – gespecialiseerd in de middeleeuwse literatuur, als ‘honderd keer echt niet echt’. Maar dat maakt niet uit, vond Pleij, de kracht van de symboliek werkt door.


‘De kracht van relieken – Ga mee op reis langs een ongekende variëteit aan krachtige relieken. Van een reliekhouder met een splinter van de doornenkroon van Jezus, zand en stenen uit het Heilig Land, een huisaltaar met een haar van Diego Maradona, zem-zem water uit Mekka tot aan bodhiblaadjes afkomstig van de plaats waar Boeddha tot verlichting kwam. Van schitterend tot onooglijk, van imponerend tot ontroerend. Eén van de topstukken komt uit het Louvre: een rijk versierde houder met een fragment van de doornenkroon van Jezus.’ (Museum Catharijne Convent)


De beroemde prediker Antonius van Padua had rond 1200 duizenden volgers en werd door hen achtervolgd en belaagd. De luisteraars hadden door dat deze man een heilige in de dop was, en zij wilden bij leven al een ‘reliek’ van Antonius. Daarom had Antonius lijfwachten om het volk van zich af te houden. Niettemin probeerde dat volk hem te laten struikelen om hem te kunnen bespringen en zo een stuk van zijn kleed of van zijn haar te bemachtigen. Het liefst hadden ze zijn tong willen hebben: het instrument immers waarmee hij sprak. In 1981 werd de sarcofaag van Van Padua geopend voor een officieel en serieus onderzoek naar relieken. Er zijn toen resten van de prediker opgegraven. Onder meer zijn tongbeen, geheel in tact. Een wonder.

Waarom dan, die jacht op de bewonderde relieken? Als je een reliek van een prediker koestert, maak je kans op wonderen, zo hoopte en verwachtte men. En je kon er de duivel mee afweren. Het Hiernamaals kwam zelfs dichterbij. Er ontstond dan ook – in de middeleeuwen – een enorme run op relieken. Het werd handel. En winstgevend. Wat te denken van martelares Ursula van Keulen met haar 11.000 maagden? Dat tikt aan en leidde tot een gigantische reliekenverzameling. De waarde per reliek daalt dan wel natuurlijk. En met de talloze relieken van al die Onnozele Kinderen die sinds de vijfde eeuw als heiligen worden vereerd, hoef je in ieder geval geen ‘nee’ te verkopen.

relieken

Hoe ga je om met relieken? Toch wel zorgvuldig? Twee monniken die per koets reisden, met een kist vol relieken, durfden onderweg amper hun behoeften te doen. Dat zou veel te oneerbiedig zijn. En mag die kist dat zien? Zoiets werd besproken als probleem en leidde tot de officiële uitspraak dat je behoefte doen in die situatie als Zonde wordt beschouwd. Tenzij je echt hoge nood had.

Naast de geestelijke relieken van de middeleeuwen bestaan er in deze tijd vooral ‘wereldlijke’ relieken, zoals een teennagel van Gerard Reve, die lange tijd bewaard is gebleven in een kastje bij Matthijs van Nieuwkerk thuis. Als beginnend en onbeholpen journalistje in gesprek in een nogal wanordelijke kamer bij De Schrijver – die hij buitengewoon adoreerde – kon Van Nieuwkerk het niet laten iets van zijn idool als reliek mee te nemen. Het reliek als symbool voor wat hij met zijn door hem bewonderde held had beleefd.


Persoonlijke relieken en verhalen – De relieken komen tot leven door de vele mensen en verhalen die er achter schuilgaan. Relieken danken hun bestaan immers aan degenen die ze, soms al eeuwenlang, bewaren en er betekenis aan geven. Op de tentoonstelling is een belangrijke rol weggelegd voor persoonlijke relieken die mensen speciaal voor de tentoonstelling aan het museum wilden uitlenen. Ook kunt u bij de kassa een gratis multimediatour meekrijgen waarin u extra verhalen en verdieping kunt vinden. (Museum Catharijne Convent)


Dichter Elly de Waard schreef ooit over popmuziek voor de Volkskrant en interviewde David Bowie. Na afloop van het gesprek bleek Bowie zijn mooie geel fluwelen jasje te hebben achtergelaten. De Waard kon niet anders dan dat ‘reliek’ achterover te drukken, al is ze daar nog altijd niet mee in het reine. Zij identificeerde zich zo sterk met haar held, dat zij wel iets van hem moest hebben.

Nieuwe relieken dus. Het Nederlands Elftal als vervangende religie. Wereldlijke relieken: shirtjes, haren en handtekeningen. Dan kan je zeggen dat je erbij was, dat je het meemaakte. Sporthelden zijn een groeimarkt, Verder zijn er weinig helden. Zeehelden kunnen niet meer. Die hebben afgedaan. Je wilt helden met wie je je kunt identificeren. Maar ze moeten wel ‘gewoon’ blijven. Pieter van den Hoogenband bijvoorbeeld, drievoudig Olympisch zwemkampioen, zeven Olympische medailles. De NOS portretteerde man, het ging de omroep echter niet om zijn kwaliteiten. Nee, op school, was de conclusie na een interview met zijn vroegere meester, bleek hij een ‘heel gewone jongen’. Ze zijn meestal dan ook postbode, veeboer of iets anders ‘gewoons’.


Een gloednieuwe reliek. Sportschrijver Auke Kok na de UEFA Nations League voetbalwedstrijd Duitsland – Nederland: ‘Het briefje van Gelsenkirchen’ is nu al een reliek.’ In het Mediaforum van NPO Radio 1 van dinsdag kwam ‘het briefje’ ook ter tafel. Er werd door de journalisten met ontzag over gesproken. ‘Ik wil dat briefje hebben!’ riep een van de journalisten. ‘Het moet in het Rijksmuseum!’ riep een ander. En het was niet gekscherend bedoeld… (PD)


Aan de huidige reliekenjacht is niets spiritueels, vindt Pleij, dat was wel het geval in de middeleeuwen. Nu is het puur materieel: de behoefte aan iets tastbaars is groot. En het is overzichtelijker. De geestelijke relieken blijken de voedingsbron voor de verhalen van nu.

Museum Catharijne Convent | ‘Relieken’ – Nog tot 3 februari 2019 | Lange Nieuwstraat 38 | 3512 PH Utrecht | Bel: 030 231 38 35 | info@catharijneconvent.nl – ‘Het woord reliek komt van relinquere, wat ‘overblijven’ betekent. Een reliek is een tastbaar overblijfsel dat herinnert aan en verbindt met een persoon, plek of gebeurtenis. Binnen het christendom, het boeddhisme en de islam kunnen relieken restanten zijn van een persoon die een voorbeeldstellend leven leidde. Maar ook voorwerpen die mensen dichter bij hun voorouders, belangrijke staatshoofden, historische helden, idolen en andere rolmodellen brengen, zijn al eeuwenlang populair. Het museum brengt al deze aspecten samen in deze unieke tentoonstelling.’ (Museum Catharijne Convent)

Foto’s: PD

Niet bij Geloven in een Betere Wereld alleen

gelovenineenbeterewereld©pd

Ook bij brood, bij actie, want het kan anders, moet anders. Praktisch idealisme? – Hoogleraar dr. Azza Karam, vanaf 2019 verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, (Faculteit Religie en Theologie), tevens werkzaam bij de Verenigde Naties (VN), vindt het vreemd dat er voor de rol van religie in het bereiken van de internationale duurzaamheidsdoelen nauwelijks aandacht is, terwijl religie voor het overgrote deel van de wereldbevolking een belangrijke rol speelt. ‘Duurzame ontwikkeling kan niet zonder aandacht voor religie.’

Daarom start de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam samen met ontwikkelingsorganisaties ICCO en ACT Alliance per 1 januari 2019 de bijzondere leerstoel ‘Religion and Sustainable Development’.’ (VU)

Sustainable Development: Duurzame Ontwikkeling. Karam heeft wereldwijd een grote bekendheid op het terrein van religie en ontwikkelingswerk. Zij is onder meer voorzitter van de VN-taskforce voor de samenwerking met faith-based organisaties en is blij met deze internationaal belangrijke leerstoel die zij vanaf januari 2019 mag bekleden. – Een einde maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering: de kern van de duurzame ontwikkelingsdoelen.

‘Naast deze culturele en religieuze waardepatronen gaat het onderzoek over de rol van de vele religieus geïnspireerde NGO’s [organisaties onafhankelijk van de overheid]. Marinus Verweij, voorzitter van [de interkerkelijke] ontwikkelingsorganisatie ICCO: ‘Het onderzoek kijkt ook naar het fijnmazige netwerk van kerken, moskeeën, synagogen en tempels overal in de wereld. Dit netwerk is te vinden op plaatsen waar overheden en bijvoorbeeld de VN vaak niet kunnen komen.’ In Nederland en wereldwijd zijn kerken en andere religieuze gemeenschappen betrokken bij thema’s als duurzaamheid, sociale gerechtigheid en vredesopbouw. Voor blijvende veranderingen is dit netwerk van geloofsgemeenschappen een belangrijke bondgenoot, maar dat vraagt wel altijd tegelijk een kritische blik.’ (VU)

Azza Karam had erbij moeten zijn, gisteren bij de Vrienden van Oikos in Utrecht. Bij hen leeft de gedachte dat het anders kan, anders moet, springlevend. Praktisch idealisme. Religie heeft aandacht voor armoede en klimaatverandering, onderwijs, gender, vredesopbouw. Kortom, voor een leefbare en eerlijke wereld. De zorg voor de aarde en de natuur speelt een belangrijke rol. In 2015 bijvoorbeeld schonk NPO Spirit aandacht aan Religie en Duurzaamheid. Religie anno 2018 kan niet zonder aandacht voor duurzame ontwikkeling. Zittend op haar bijzondere leerstoel had Karam zo aan kunnen schuiven bij Oikos om een van de 17 internationale duurzaamheidsdoelen in werking te zien.

Ongelijkheid, klimaatverandering en conflicten zijn de uitdagingen zijn voor vandaag en de toekomst, waarvoor stichting Oikos en haar voorlopers zich decennialang lang inzetten voor een eerlijke en leefbare wereld, door studie en acties.’ (Oikos)

davidrenkema

Ondanks dat Oikos recent is opgeheven, werd door oud-directeur van Oikos, David Renkema met wijde blik voorwaarts gekeken en gaf hij door zijn deze dag gepresenteerde boek Geloven in een betere wereld (‘Diep onder de indruk’ – Jan Pronk) een luid klinkend startsein om de opgedane ervaringen van Oikos door te geven aan de toekomst. Renkema beschrijft uitvoerig de wereldwijde uitdagingen, zoals het zorgen voor een eerlijke verdeling (armoede!) binnen en tussen landen, het bieden van kansen voor komende generaties, en het terugdringen van spanningen, conflicten en polarisatie. Zelf geeft Renkema daar al een praktisch voorbeeld van door zijn werkzaamheden bij De Zinnen in Den Haag. (foto David Renkema: PD)

Bij Oikos bleef het niet bij geloven alleen – maar werd er voortdurend gewerkt aan een betere wereld waarin mensen zich in alle verscheidenheid inzetten voor menselijke waardigheid en een leefbare aarde voor iedereen. Ruim twintig instellingen, gelieerd aan Oikos, kregen die dag een geldprijs dankzij de Challenge die de stichting Vrienden van Oikos had georganiseerd om haar restsaldo een bestemming te geven ‘in de geest van Oikos’. In de prijzen, uitgereikt door voorzitter Ina van de Bunt-Koster, vielen onder meer: stichting IDEA; stichting OnFile en de Groene Moslims.

DSCF5730

Tijdens deze Oikos-dag (foto: PD) werd aan het einde van de middag onder leiding van journalist en wetenschapper Mirjam Vossen – in een temperamentvolle ‘Lagerhuis-opstelling’ – stellingen besproken met vragen die te denken gaven, ook voor na afloop:

Is het erg dat de ‘grote verhalen’ zijn vervangen door ‘praktisch idealisme’?; ‘Als onze gevoelens van compassie onze agenda bepalen, want doen we dan met de saaie, trage en meer structurele vraagstukken?’ en ‘Hebben kerken / ontwikkelingsorganisaties een rol als educator van het publiek?’ (Oikos)

Het kan anders, stelde Oikos. Het kan beter, klonk het deze dag. Oikos mag er dan als organisatie niet meer zijn, maar – gedreven door humanitaire en ecologische waarden, zoals Renkema ook schrijft in zijn boek – het werk gaat door.

rikkovoorberg2

‘Theoloog in het wild’ Rikko Voorberg gaf in zijn speech, inspirerend gebarend, de luisteraars veel mee. Dat je je bijvoorbeeld niet achter God kunt verschuilen – je bent zelf verantwoordelijk. Voorberg legde daarbij de vraag voor die God zo’n vierduizend jaar geleden al stelde aan Job: ‘Waar was jij?’ met de duidelijk ondertoon: ‘Wat doe jij?’
– Een steentje bijdragen bijvoorbeeld, zoals Renkema stelt. (foto Rikko Voorberg: PD)

Soms ondergronds. Met de kennis van nu zien we een aantal initiatieven die het werk mogelijk op eigen wijze zullen voortzetten. (…) Mensen, bewegingen en organisaties dragen naar beste kunnen een steentje bij, gebaseerd op de beschikbare kennis en gedreven door humanitaire en ecologische waarden. Daarbij is in dialoog zijn en blijven altijd belangrijk. Want hoe we het ook wenden of keren, we hebben te maken met mensen met verschillende belangen, ideeën en verwachtingen. Dat was het geval in de twintigste eeuw en dat is in de eenentwintigste eeuw niet anders. De kunst is om de samenleving zo te ordenen dat die ordening mensen geen redenen geeft om zich vernederd te voelen.’* (Uit: Geloven in een betere wereld, blz. 156)

* Renkema verwijst hier naar Avishai Margalit, De fatsoenlijke samenleving (1966)

AzzaKaram

Azza Karam (foto: berkleycenter.georgetown.edu) is senior adviseur met de portefeuille cultuur bij het Population Fund van de VN en is voorzitter van de VN-taskforce voor de samenwerking met religieuze organisaties. Zij heeft een Egyptische en Nederlandse achtergrond en promoveerde aan de UvA op een onderzoek naar religie, beleid en gender, doceerde aan verschillende universiteiten en werkt inmiddels vele jaren bij verschillende VN-organisaties op het snijvlak van cultuur, religie en ontwikkeling. (VU)

Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos | ISBN: 978-94-92183-76-7 | 160 pagina’s | Uitgave 15 11 2018) | € 15,00 incl. Btw

Gerelateerd: Geloven in een nieuwe oecumene

Foto: PD (26-08-2015 – Ede-Wageningen)
Update: 10.20 uur.

Geloven in een nieuwe oecumene

deDriehoek

2018: Geloven in een betere wereld. Anders dan toen? ‘De jaren zestig van de twintigste eeuw staan symbool voor verandering en vernieuwing. Het zijn de jaren van ludieke en felle protesten tegen gezagdragers. Het zijn ook de jaren waarin de problemen diepgaand geanalyseerd werden en waarin onbekommerd gedroomd werd over een nieuwe wereld.’ David Renkema schrijft nu: Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos.

Nederland deed de luiken naar de buitenwereld open. Mondiale vragen werden onderwerp van onderzoek, publiek beraad en creatieve acties. Wat destijds startte als ‘spontane en ludieke’ initiatieven, kreeg spoedig vaste vorm in organisaties die zich inzetten voor solidariteit. Nu, ruim vijftig jaar later, is de wereld ingrijpend veranderd.  De aanpak van mondiale vragen is met de tijd meegegaan, soms vanuit de bestaande organisaties en soms tegenover de gevestigde organisaties.’ (Oikos)

Het kan anders! Deze drie woorden stonden voor de ambities van Oikos.* Veel gebruikte varianten waren: het kan duurzaam, het kan eerlijk en het kan samen. Deze varianten gaven enige richting aan het inhoudsloze woordje ‘anders’. In 1983 formuleerde ethicus Wessel Verdonk die ambitie op een iets andere wijze: ‘het onderzoeken van de werkelijkheid op haar mogelijkheden haar te veranderen, dat wil zeggen te humaniseren’. Vrijdag houdt stichting Oikos in Utrecht een bijeenkomst over die nieuwe wereld. Met Rikko (‘Wij gaan ze halen’) Voorberg en Mirjam Vossen (dit jaar gepromoveerd op de beeldvorming rond wereldwijde armoede in de media.)

gelovenineenbeterewereld (2)

Op 16 november blikken we terug en kijken we vooruit op hoe (kerkelijk) engagement is veranderd de afgelopen decennia. Valt er uit deze geschiedenis iets te leren? Kunnen we spreken van vooruitgang? Theoloog Rikko Voorberg houdt hierover een presentatie, journalist Mirjam Vossen gaat hierover in overleg met de zaal. Het boek dat de laatste Oikos directeur David Renkema** over dit thema schreef wordt op deze middag gepresenteerd. En ten slotte worden de prijzen uitgereikt voor de Oikos Challenge.’ (Oikos)

* De eerste stichting Oikos dateert uit 1987. Een stichting die vorm gaf aan de samenwerking tussen verschillende (inter)kerkelijke organisaties. Oikos werkt tegenwoordig aan veranderingen in de Nederlandse samenleving gericht op een inclusieve, eerlijke en leefbare wereld, en concentreert zich daarbij op de omgang met economie, klimaatverandering, vluchtelingen & migranten en conflicten & polarisatie.

Ongelijkheid, klimaatverandering en conflicten zijn de uitdagingen voor vandaag en de toekomst. Decennialang zetten stichting Oikos en haar voorlopers zich in voor een eerlijke en leefbare wereld, door studie en acties. Vanuit haar katholieke en oecumenische wortels verbond Oikos kerken, wetenschap en actiegroepen. Recent is Oikos opgeheven. Dit boek toont de sporen van Oikos en geeft de opgedane ervaringen door aan de toekomst.’ (Skandalon)


Locatie: In de Driehoek, Willemsplantsoen 1C, Utrecht | Gratis toegang |13.30 – 17.30 uur | Met een borrel na afloop. – Om alvast een toost uit te brengen op die betere wereld…? 😉 | Aanmelden via oikos@stichtingoikos.nl.

geloven.in.een.betere.wereld.sporen.van.oikos


Wie dit boek leest, komt diep onder de indruk van de voorhoedepositie die Oikos lange tijd heeft ingenomen. Laat dit het begin zijn van een nieuwe oecumene.’ (Jan Pronk)


** Ir. D.L. Renkema (1956) was vanaf 1994 werkzaam bij Oikos, van 2014 tot 2018 als directeur. Vanaf 1983 tot 1994 werkte hij bij OSACI, een van de voorlopers van Oikos. Renkema bekleedde diverse bestuurlijke functies, o.a. in de vereniging Kerk en Vrede, de stichting Samenwerking Sociale Fondsen te Den Haag, en de vereniging Philadelphia Support. Momenteel is hij voorzitter van het bestuur van De Zinnen in Den Haag.

Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos | ISBN: 978-94-92183-76-7 | 160 pagina’s | Uitgave (15 november): paperback | € 15,00 incl. Btw

Beeld: In de Driehoek, Utrecht (Getrudiskapel)

Update: 17-11-2018 – 09.00 / 11.24 uur

Filosoof Floris van den Berg ‘verplettert’ religie

deolijkeatheist

Nederlands filosoof Floris van den Berg is druk doende met ‘het verpletteren van religie’. In De Olijke Atheïst ontwierp hij een Curriculum over Religie. ‘De rechten van de minderheidsreligies zullen verpletterd worden,’ stelde Jelle Creemers van de Evangelische Theologische Faculteit Leuven al eerder. Als het vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie) in het gemeenschapsonderwijs de levensbeschouwelijke vakken gaat vervangen, vindt hij dat in feite een ‘win’ voor het vrijzinnig humanisme. Hij vindt dat met een ‘neutraal’ vak over levensbeschouwing de diversiteit onder druk komt te staan.

Non-profitorganisatie L.E.F. pleit in Vlaanderen al sinds 2011 voor de invoering van een algemeen vormend, verplicht en onafhankelijk vak over Levensbeschouwing, Ethiek & burgerschap en Filosofie, (ontworpen door moraalfilosoof Patrick Loobuyck.) Hun missie wordt onderschreven door zo’n tachtig academici en schrijvers. En ik zie zelfs een adhesiebetuiging door de Protestantse Kerk Gent.

L.E.F. wil met dit voorstel tegemoet komen aan het tekort aan levensbeschouwelijke – en dus cultureel-maatschappelijke – geletterdheid bij jongeren en wil het hiaat inzake burgerschapseducatie en filosofie in ons onderwijs dichten. Het vak moet ook de levensbeschouwelijke gevoeligheid verfijnen en jongeren democratische en interculturele attitudes en vaardigheden bijbrengen. De samenleving is vandaag geseculariseerd en multicultureel. Alle jongeren moeten – ongeacht hun levensbeschouwing – maximaal voorbereid zijn om daar op een zinvolle manier hun weg in te vinden – zowel op sociaal als op individueel vlak.’ (L.E.F. in het onderwijs)

L.E.F. pleit dus voor het invoeren van een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak over levensbeschouwing, ethiek, burgerschap en filosofie in alle jaren en netten van het Vlaamse leerplichtonderwijs. LEF las De Olijke Atheïst en reageert op hun Facebook-pagina instemmend op de verpletterende bedenksels van Van den Berg.

Los van wat men denkt over Van den Berg en over atheïsme, is dit voorstel voor wie LEF een goed idee vindt, zeker het overwegen waard.’ (Facebook LEF)


curriculumFVDB


Het concept Curriculum over Religie toont echter een schrikbarend eenzijdig filosoferen van Van den Berg. Dat schaadt niet alleen religie, maar vooral ook de filosofie.(!) Religie op school dient in balans te worden gepresenteerd, zeker aan kinderen. Alleen al ’10. Onderdrukking in religie’ geeft een vertekend en eenzijdig beeld als er in het Curriculum geen paragraaf voorkomt als: ’11. Onderdrukking in secularisme’. Over onderdrukking in totalitaire regimes, o.a. in fascisme, communisme en socialisme.

Missionair atheïst Van den Berg zou het lef moeten hebben kinderen evenwichtig te leren filosoferen en over religie na te denken(!), voors en tegens moeten bespreken. Daar Van der Berg zelf filosofisch uit balans lijkt, krijg je dit bizarre Curriculum over Religie. Ik zou mijn kind onmiddellijk van school halen voordat ze slachtoffer worden van de waan van een filosoof.

deolijkeatheist

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede Smedes heeft op Facebook LEF ook zo zijn bedenkingen over Van den Bergs missie. Smedes zegt wel sympathie te hebben voor het LEF-initiatief, maar als het enige kans wil maken op algemenere acceptatie je daarvoor niet iemand als Van den Berg moet binnenhalen: dat tast de geloofwaardigheid van het initiatief aan.

Wil het LEF-initiatief enige kans maken op algemenere acceptatie, zou ik me in ieder geval verre houden van die flapdrol van een Van den Berg.’

Van den Berg, aldus Smedes, presenteert zich als filosoof, maar De olijke atheïst en andere publicaties van hem bevatten weinig tot geen argumentatie, maar veel retoriek.

Op wat Vlaamse vrijdenkers na (blijkbaar) wordt hij [Van den Berg] verder amper serieus genomen, in Nederland al helemaal niet. (…) Hij verwijt gelovigen irrationeel te zijn, maar door zich vooral op eigen onderbuik te baseren en niet op argumenten.’ (Taede Smedes)

Beeld: Detail cover De vrolijke atheïst, filosoferen over de waan van religie, door Floris van den Berg.