Fascinerende geschiedenis van de westerse esoterie

Boekrecensie – Esoterie is kennis van de werkelijkheid met behulp van inzicht in de bovenzinnelijke wereld. Het is de tegenhanger van natuurwetenschappelijke kennis, die is gebaseerd op waarnemingen, logica en verifieerbaarheid. – Voor wie zich nog weinig verdiept heeft in esoterie kan Geschiedenis van de westerse esoterie een indrukwekkende inwijding zijn. Het boek behandelt een groot aantal esoterische stromingen. De lezer wordt ingewijd in een ‘zo volledig mogelijk Ă©n toegankelijk overzicht van de rijke westerse esoterische traditie door de eeuwen heen’. En daarmee zeggen de auteurs niets te veel.

‘Van de lezer vragen wij een open opstelling: ‘Just say oh, don’t say no!’
(John van Schaik, Jacob Slavenburg)

Esoterische werkelijkheidsbeleving
D
e auteurs, godsdienstwetenschapper dr. John van Schaik en cultuurhistoricus dr. Jacob Slavenburg, schetsen hoe Plato van mening was dat de waarheid/werkelijkheid in de geestelijke wereld is te vinden en hoe vanaf de achttiende eeuw het rationele/materialistische paradigma ging domineren. Wat in de Oudheid algemene en openbare kennis was wordt vanaf dan weggezet als ‘obscuur, zweverig en buiten het mainstream-denken staande’. Dat betekende dat een aanzienlijk deel van het religieuze sindsdien wordt genegeerd. Historici en andere wetenschappers blijven daardoor onwetend van de omvangrijke westerse esoterische traditie. Neem de Bijbel; die alleen al staat bol van de ‘esoterische werkelijkheidsbeleving’.

Wiskunde
V
erhelderend vind ik de vergelijking van esoterie met wiskunde. Niet gauw zullen mensen wiskunde obscuur, zweverig of niet-mainstream noemen. Toch kan voor velen ook wiskunde esoterisch en onbegrijpelijk zijn. Wiskundige formules blijven esoterisch (geheim) totdat je er kennis van krijgt door middel van inzicht (gnosis). ‘Kennis verkrijgen kan iedereen. Dat is openbaar. Inzicht verkrijgen: daar moet je iets voor doen.’

Oorspronkelijke eenheid
V
anaf het moment dat de mens uit het paradijs is geworpen zoekt hij de weg terug naar de oorspronkelijke eenheid. Die zoektocht loopt van de verre Oudheid, waar de geschiedenis van de westerse esoterie begint, tot de Nieuwe Tijd. In de Oudheid al trachtte de mens de breuk tussen ‘boven en beneden’ te herstellen. In de Nieuwe Tijd uit dit streven zich in het besef dat gevoel en intuïtie belangrijker zijn dan ratio, geld en macht. Of, zoals de auteurs stellen: ‘Nooit is de “esoterische werkelijkheidsbeleving” uit de westerse cultuur verdwenen’.

De vier pijlers van esoterie
D
e geschiedenis van de westerse esoterie begint dus in de verre Oudheid. Vier kenmerken zijn de rode draden door alle eeuwen heen: religie, kosmologie, magie en alchemie. Religie is per definitie verbonden met gnosis, met inzicht. Ze is tegelijk filosofie en theologie. Kosmologie is kennis van de hemellichamen, waarin astronomie en astrologie samenvallen, en wordt gezien als kennis van het goddelijk plan. De oude wereld is doortrokken van magie en onlosmakelijk verbonden met kosmologie en religie. In de alchemie (de voorloper van de moderne scheikunde) zijn religie, kosmologie en magie eveneens met elkaar verbonden.


Jacob Slavenburg (li) en John van Schaik

Fascinerende stromingen
I
Geschiedenis van de westerse esoterie komen deze kenmerken steeds weer terug, in allerlei vormen. Met de kennisname van de ‘esoterische werkelijkheidsbeleving’ gaat voor de lezer een bijzonder boeiende wereld open. Het voert te ver om de talrijke opmerkelijke mensen en fascinerende stromingen te noemen. Om een idee te geven noem ik slechts enkele hoofdstuktitels, zoals Esoterie in het Oude Egypte, Ketterse kerken langs de zijderoute, Natuurfilosofie in de Renaissance, De joodse esoterie, Esoterie in de Gouden Eeuw, Vital spirit of elektriciteit? en Het spirituele in de kunst.

Nieuw elan?
I
n het midden van de negentiende eeuw valt het doek voor welke vorm van esoterie of spiritualiteit dan ook. Andere geluiden klinken: Darwin verkondigt dat de mens van de aap afstamt, Het Nieuwe Testament wordt weggezet als mythe en het idee dat er alleen materie is wordt heersend. Maar in de tweede helft van de negentiende eeuw en de overgang naar de twintigste begint de esoterie aan een nieuw elan. Onder meer de theosofie doet haar intrede, met Helena Blavatsky als grondlegster. Een van haar lijfspreuken luidt: ‘Er is geen godsdienst hoger dan de Waarheid’. Tegen het einde van de negentiende eeuw laten ook magische inwijdingsorden van zich horen, zoals de vrijmetselarij en de romantische natuurfilosofie. Ook ontstaan er nieuwe bewegingen, zoals het neo-katharisme, de neo-tempeliers en de neo-graalbeweging.

De inspirerende twintigste eeuw
H
et laatste deel van Geschiedenis van de westerse esoterie beschrijft ‘De inspirerende twintigste eeuw’, met stromingen waarover velen wel iets over hebben gehoord, zoals de antroposofie, de psychologie van Carl Gustav Jung, de leringen van Gurdjieff over de innerlijke mens en de spirituele nalatenschap van Ouspensky. Het symbolisme wordt geboren ofwel kunst als uitdrukkingsmiddel voor de geest. Wat  betreft de Nieuwe Tijd besteden de auteurs aandacht aan onder andere de hippies, de kabouterbeweging, new age, ufo’s en eco-spiritualiteit. Wel zijn zij auteurs teleurgesteld over het esoterische landschap van de Nieuwe Tijd: zij noemen deze periode ‘verschrikkelijk onoverzichtelijk’. Bovendien lopen ‘door de toenemende individualisering de kerken leeg en neemt het ledental van esoterische verenigingen af’. De auteurs vragen zich af of er anno nu nog plaats is voor traditionele religieuze en esoterische instituties.

Geschiedenis van de westerse esoterie| John van Schaik en Jacob Slavenburg | Uitgeverij van Warven | 713 blz. | € 44,99 | Deel I: Bronnen – deel II: De eerste vijf eeuwen – deel III: De middeleeuwen – deel IV: Renaissance en Gouden Eeuw – deel V: Verlichting en Romantiek – deel VI: De zinderende negentiende eeuw – deel VII: De inspirerende twintigste eeuw.

‘Er zijn mensen die zich afvragen wat de schreeuw van Edvard Munch op de cover doet van een boek over esoterie. Ik heb me dat ook afgevraagd toen de auteurs dit schilderij voorstelden. Toen me werd uitgelegd dat de figuur op het schilderij reageert op de schreeuw van de natuur, werd het me duidelijk. Munch is een esotericus….net als velen van ons. Als we luisteren naar wat er binnen ons leeft, horen we ook wat de ons omringende wereld vertellen wil. Blavatski, Swedenborg, Blake, Munch en vele, vele anderen, ze komen allemaal voorbij…. Teveel om op te noemen.’ (Rinus van Warven)

â–șTip! Zie ook: HĂ©t geschiedenisboek over de westerse esoterie: “Het schrijven hiervan is een soort afsluiting” (Koorddanser)

Foto Jacob Slavenburg en John van Schaik: Koorddanser
Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht
Update 09 04 2025 (Lay-out)

De meesterlijke list van Meester Eckhart

Priester en Dominicaner monnik Nikolaus van Straatsburg geeft in Het proces van meester Eckhart (Simon Vestdijk) aangrijpende gesprekken weer die hij met filosoof en scholastisch theoloog Eckhart voert. De monnik treedt op, in opdracht van de paus, als ‘inquisiteur’ die zijn denkbeelden moet onderzoeken. Van Straatsburg is ervan overtuigd dat de theoloog geen ketter is. Desondanks wordt Eckhart gedwongen alle ketterijen die hij verkondigd zou hebben te herroepen tijdens het proces in 1326.

Eckhart vraagt zich af hoe hij moet herroepen, hij is zich immers van geen kwaad bewust. Van zijn geoefendheid in de scholastieke theologie heeft hij echter de verwachting dat dit hem kan helpen.

‘God bezoekt ons dikwijls, maar meestentijds zijn we niet thuis’
(Meester Eckhart)

Het proces vindt plaats in de kerk van de Dominicanen. Het gebouw zit stampvol. Voordat Eckhart het woord krijgt, verwacht Van Straatsburg in een eerste opwelling dat de theoloog zal herroepen. Ze hebben hem murw gemaakt, vindt hij, maar denkt ook aan een preek die Eckhart onlangs over Lucas hield:

‘Hij kan gedacht hebben, dat deze preek over Lucas 10,38 juist uitdagend genoeg was om het voorspel te vormen tot zijn herroeping. Dat kon dan betekenen: ik ga herroepen, mensen, maar zal jullie eerst nog de stuipen op het lijf jagen. Het kon ook betekenen: ik ga herroepen, want jullie horen nu zelf hoezeer dat nodig is. En tenslotte kon het betekenen: ik ga herroepen, maar na deze gewaagde woorden van mijn predikatie zal niemand meer geloven, dat ik herroepen kĂĄn, ook al zou ik het willen.’ 
(Simon Vestdijk)

Het eerste wat Meester Eckhart, ‘door de echodonder der gewelven overstelpt’, laat horen, is de volgende verklaring:

‘Ik, Meester Eckhart van Hochheim, Doctor in de Heilige Theologie aan de universiteit te Parijs, verklaar voor allen hier verzameld, daarbij God als getuige aanroepend, daarmee mijn verklaring het karakter verlenend van een plechtige eed, dat ik alles herroep wat ik in mijn predikaties en openbare en niet openbare toespraken als dwaling verkondigd kan hebben.’
(Meester Eckhart in Het proces van meester Eckhart – Simon Vestdijk)

De monnik vertelt dat Eckhart nog meer heeft gezegd, maar dit is de hoofdzaak. Hierna zwijgt de theoloog. Van Straatsburg kijkt om zich heen.


het proces van meester eckhart – s vestdijk
(‘Meester’ duidt op een titel: Eckhart had het ‘magister’-examen, alleen toegankelijk voor professoren, met goed gevolg afgelegd.)

‘Ik zag hoe de prior en enkele andere Dominicanen elkaar bevreemd aankeken, terwijl Konrad van Halberstadt van Eckhart met een hoffelijk gebaar een vrij lijvig document overhandigd kreeg, dat hij eerbiedig bezag, maar toch ook met enig hoofdschudden. Men bleef zwijgen. Ook de toehoorders in de kerk, die hem niet allemaal goed verstaan konden hebben, hielden zich rustig, op een zich traag voortplantend gefluister na.’
(Vestdijk)

Maar, zo vraagt Van Straatsburg zich af, hebben de theologen, die hem omringen, hem wel goed begrepen, ook al hĂšbben ze hem verstaan? Wanneer hij op zijn eigen indrukken afgaat, dan moeten zij zich wel afvragen of Eckhart nu herroepen heeft of niet.

‘Voor beide opvattingen waren argumenten te vinden. Hij had herroepen, maar zozeer voorwaardelijk, dat het met het tegendeel van een herroeping gelijkstond – tenzij in de verklaring, die [Dominicaan] Konrad van Halberstadt nu moest voorlezen, bepaalde punten zouden staan, die hijzelf als ketters, onjuist of onverdedigbaar zou brandmerken.
Maar ik was er opeens van overtuigd, dat men daar lang op zou kunnen wachten! Hij had – en het juichte in mij van onderdrukte vreugde om een vriend, die niet te kort geschoten was – hij had dus niet herroepen, maar aan de vorm was voldaan, en de prior kon tevreden zijn.’
(Vestdijk) 

Of de prior inderdaad tevreden is, weet Van Straatsburg niet.

‘Aangezien, naar zijn gedrag te oordelen, Eckhart hem van te voren niet of onvoldoende had ingelicht, moest hij tot het allerlaatste op een herroeping zonder voorbehoud of clausules gerekend hebben. Het was overigens denkbaar, dat Eckhart door zijn ongehoorde list zijn vijanden een echte herroeping opzettelijk aan de hand had willen doen. Zij konden nu beweren, dat hij herroepen had. Dit was desnoods ook wel te verdedigen.’
(Vestdijk)

 
Fragment uit de bul In agro dominico (1329)

N. B. Volgens de precieze tekst in de bul van paus Johannes XXII die in In agro dominico (1329) verschijnt, herroept Eckhart inderdaad de inhoud van zijn leer niet, maar neemt hij alleen maar afstand van de mogelijke verkeerde uitleg van zijn stellingen.

Imponerende dialogen. Soms is oudere literatuur het lezen (weer) waard, zoals het ‘geromanceerde’ boek Het proces van meester Eckhart | Simon Vestdijk | 1969 | Eerste druk | N.V. Nijgh & Van Ditmar | 137 blz.

‘Het boek geeft een beeld van de stad Keulen in de periode dat daar aan de bouw van de Dom werd gewerkt en van Meester Eckhart in de allerlaatste fase van zijn leven, als zijn geschriften en preken onderwerp worden van een onderzoek naar een van de kerkleer afwijkende stellingname.
Dominante figuur is de dominicaan Nikolaus van Straatsburg, die, als inquisiteur, de verteller is van de gebeurtenissen en die, hoewel hij de leerstellingen van Eckhart niet alle kan aanvaarden, hem zijn bewonderende vriendschap niet kan onthouden. Het boek eindigt met de, schijnbare, herroeping door Eckhart van zijn leerstellingen en zijn laatste levensdagen.’
(Nijgh & Van Ditmar)

Beeld Meister Eckhart:
carljungdepthpsychologysite.blog
Foto manuscript: The bull In agro dominico. Mainz, City Library, manuscript I 151, sheet 201r. (14th Century) (second.wiki)
Zie ook: Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre (godenenmensen.com)

Waar is Spinoza als je hem nodig hebt?

Spinoza toonde de mens niet als een hoger wezen dan de andere op aarde, zegt historicus Tineke Bennema. Zij schrijft in de Volkskrant dat het tijd wordt dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid. ‘De relatie van Nederlanders met de natuur is volkomen uit het lood, het is een hysterische verhouding van uitersten, van dominantie en angst, van vernietigen en herstellen, van uitbuiten en ophemelen.’

‘De opvatting die ik heb over God en de natuur wijkt sterk af van de late christenen.
Ik beschouw God namelijk als de in de dingen wonende oorzaak van alles,
niet als een oorzaak buiten de dingen.
Alles is volgens mij in God en beweegt zich in God.’

(Spinoza)

Bennema verwijst niet alleen naar de ‘uitzonderlijke en verguisde’ Spinoza, maar ook naar het confucianisme, taoïsme en de islam die de mens eveneens zagen als een wezen niet hoger dan de andere op aarde.

‘De mens heeft zijn functie, net als de andere. Sterker nog, hij werd pas gelukkig als hij zichzelf ziet als niets bijzonders en alles om zich heen heel schoon vindt: andere mensen, dieren, planten, stenen, planeten, en respecteert en beschouwt als een heilige eenheid. Waarin hij zijn plaats kent.’

Het zou helpen als die gedachte weer leidend wordt, stelt Bennema. In het, soms zelfs doorgeslagen, fundamentalistisch-atheĂŻstische Nederland roept het meteen weerstand op om religieuze zienswijzen te herintroduceren.

‘Maar ook voor hen kan heiligheid in de vorm van respect voor de natuur een inzicht zijn.’

Het christendom en de westerse filosofen waren vooral gericht op de cognitieve vaardigheden van de mens (‘ik denk, dus ik ben’) en hadden weinig oog voor de plaats van de mens in de natuur.

‘Zonder water en lucht had Descartes niet lang kunnen denken/bestaan. Ze stelden dat de natuur er was voor de mens om van te profiteren en te domineren. Dat was Gods wens zelfs. Het jodendom en christendom plaatsen eerst God boven de natuur en daarna de mens erbuiten als plaatsvervangend heerser.’

Heel anders dan in andere religies en filosofieën, waarin de mens een nederig onderdeeltje is van de aarde, van de kosmos en daarmee een goddelijke eenheid vormt.

‘Maar so far voor de westerse vermeende almacht van de mens: hij heeft als heerser nu een vet probleem, omdat hij heeft gefaald de aarde eronder te houden, en de planeet zal de mens laten branden in de hel. Het zou de mens moeten doen twijfelen aan zijn heerschappij.’

Zonder een herziening van de Nederlandse houding ten opzichte van de natuur kan de technologie ons als deus ex machina ook niet redden, vindt de historicus.

‘Er is een totaal andere, fundamentele switch nodig, een niet-materiĂ«le kijk. Te beginnen met het verwerven van kennis over de natuur, hoe systematisch en mooi elk onderdeel in elkaar steekt en een rol vervult die een andere ondersteunt. Met nieuwsgierigheid, verwondering, een portie nederigheid.’

Zie: Opinie: Het wordt tijd dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid (de Volkskrant, Tineke Bennema, augustus 2022)

Beeld: academieopkreta.com
Tekening: mystiekeschool.nl

De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica

De fysica heeft volgens mysticus Erik van Ruysbeek – in een beschouwing over de relatie tussen geest en stof – de stof diepgaand onderzocht en duizelingwekkende diepten ontdekt. Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde. Van Ruysbeek zegt in zijn boek Mystiek en mysterie dat het er op lijkt ‘dat de fysica langzamerhand de mystiek, of sommige ervaringen van de mystiek op het gebied van de observatie, begint in te halen’.

‘Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Erik van Ruysbeek (1915-2004)

Wim Davidse, auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici, vertelt hierover in Ongrond. Over ‘een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is’. Hij haalt een prachtig voorbeeld aan uit Helgoland van de natuurkundige Carlo Rovelli. Die beschrijft in het begin van zijn boek mooi hoe die duizelingwekkende diepten ontdekt worden in de kwantumfysica.

‘In de zomer van 1925 ging de 23-jarige Duitse student Werner Heisenberg naar het eiland Helgoland om daar enkele weken in eenzaamheid door te brengen. Hij was daar vooral om zich helemaal onder te dompelen in het probleem dat hem obsedeerde: de banen van een elektron rond de kern van een atoom. De fysicus Niels Bohr had waargenomen ‘dat elektronen in de atomen rond de kern draaiden in exact bepaalde banen, op exact bepaalde afstanden van de kern, met exact bepaalde energieĂ«n’. En dan sprongen ze ook nog eens op magische wijze van de ene baan op de andere.
(Rovelli)


Zie ook boekbespreking Ilse van Leeuwen:
Academie voor Geesteswetenschappen

In de eenzaamheid op Helgoland probeerde Heisenberg iets uit te rekenen wat de onbegrijpelijke regels van Bohr zou kunnen verklaren. Hij sliep weinig en nam slechts korte rustmomenten, die hij doorbracht met het beklimmen van de rotsen op Helgoland. Op 7 juni begonnen zijn berekeningen te kloppen, hij kon hiermee de consistentie van de nieuwe kwantummechanica aantonen.
Heisenberg geeft weer wat er toen bij hem gebeurde: ‘Het eerste ogenblik was ik erg geschrokken. Ik had het gevoel dat ik door de oppervlakte van de atomaire verschijnselen heen naar een diep daaronder liggend fundament van een vreemde interne schoonheid keek.’
(Rovelli)

Davidse zegt dat Heisenberg in dit geval stuitte op een soort onderliggende orde, die zich kenbaar maakte door zijn wiskundige verhoudingen. Dat was voor hem toen een mysterie, zou je kunnen zeggen. Zo’n mysterie is er nog steeds in de fysica, leidt hij af uit de bevindingen met teleportatie. Daarbij is waargenomen dat twee elementaire deeltjes met elkaar ‘verstrengeld’ kunnen zijn. 

‘Als je dan de toestand van het ene deeltje verandert, verandert het andere deeltje gelijktijdig, ongeacht op welke afstand het zich bevindt. (
) Deze kwantumverstrengeling lijkt het mogelijk te maken informatie over te brengen zonder dat deze kan worden gehackt. Een stap in de richting van een kwantumcomputer.’
(Davidse)

Hoe kan het, zo vervolgt Davidse, dat twee elementaire deeltjes gelijktijdig veranderen, ook al bevinden ze zich op 1000 km (of veel meer) afstand van elkaar? Ook hier lijkt weer sprake van een mysterieuze, onderliggende, of bovenliggende (?) orde.

Computerwetenschapper en filosoof Bernardo Kastrup zegt dat fysische entiteiten geen zelfstandig bestaan hebben. Davidse verwijst naar hem.

‘Het zijn verschijningsvormen of beelden van een diepere laag van de werkelijkheid, die in wezen geestelijk van aard is.’
(Kastrup)

Kastrup zegt dit op grond van zijn ervaringen met de kwantumfysica als medewerker bij het CERN, het instituut voor onderzoek naar elementaire deeltjes in Geneve.


Erik van Ruysbeek (1915 – 2004)

‘Een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is.’ Dat is nu net wat Erik van Ruysbeek bedoelde toen hij schreef dat men in de fysica bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Davidse)

Zie: De fysica haalt de mystiek in (Wim Davidse, Ongrond, 2022)

Mystiek en mysterie | Erik Van Ruysbeek | Ankh-Hermes, Deventer | 1992 | ISBN 9020255967 | 112 pagina’s
Vanuit een grote bescheidenheid beseft de auteur dat het spreken over mystiek en mysterie slechts stamelen blijft. De mens moet kunnen relativeren en zich niet inbeelden dat hij de enige is die openbaringen van de waarheid in zich draagt. Als van Ruysbeek schrijft, beschrijft bij één getuigenis te midden van vele mogelijke visies.
De auteur meent dat binnen de grenzen van het weten dat hem werd gegeven, de mystieke ervaring zeker de ervaring is die het verst in de menselijke werkelijkheid binnendringt en de mens in alle tijden misschien speciaal in ontredderde crisistijden zoals de huidige het grondigst kan helpen om zijn pad op aarde te leren vinden.
Wie de top van de berg bereikt, zal in detail zien hoe alle bestijgingswegen een gelijkwaardigheid hebben en in hetzelfde onzeglijke mysterie uitmonden. De auteur hoopt dat de lezer zelf op zoektocht gaat naar het wezen der dingen.’
(Ankh-Hermes)

Beeld: zingevinggezocht.substack.com
Beeld Erik van Ruysbeek: coverfoto De smaak van honing

UPDATE 22 10 2022: Mystiek en mysterie weer op voorraad bij BoekenSchaap

‘Het nieuwe christendom is een vrijplaats van innovatie’

Theoloog en antropoloog Johan Roeland vindt God niet zomaar een idee, maar één van de meest onderhuidse intieme vormen van realiteit. Maar tijdens een geloofscrisis gebeurt er van alles. ‘Als er iets gaat schuiven, gaat alles schuiven. Dat heb ik ook ervaren. Je wereldbeeld dondert in elkaar, je verliest één van je meest intieme relaties. Ik denk dat buitenstaanders zich dat lastig kunnen voorstellen. Het draait om verlies van zekerheid, en dat vervolgens gaan waarderen.’

De van oorsprong reformatorische christen Johan Roeland behoort tot het nieuwe christendom waarin aandacht is voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.

‘De ziel vindt steeds zijn weg, juist door tegenslag.’
(Pauline Weseman)

Het nieuwe christendom is een soort beweging die te herkennen is in de opkomst van activiteiten, festivals en vrijplaatsen van religieuze innovatie. Hierover praat journalist en religiewetenschapper Pauline Weseman met Roeland. Zij sprak met nog zestien andere christenen die al zoekende vorm geven aan dat nieuwe christendom. Samen met andere interviews en essays over dit thema verschijnt 1 november ’22 de bundel Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof het niet meer doet.

‘Ze [dat nieuwe christendom] is deels niet nieuw, omdat de aanhangers teruggrijpen op oudere bronnen en daar herkenning in vinden. Oude en nieuwe mystici en denkers als Dag Hammerskjöld, TomĂ ĆĄ Halik, John Caputo en Peter Rollins. Zij hebben aandacht voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.’

In het nieuwe christendom zijn gelovigen te vinden met een orthodox-christelijke achtergrond, die een geloofscrisis doormaakten en vervolgens toch weer uitkomen bij het christendom. En het dan op eigen wijze invullen. Maar zo eenvoudig is dat niet. Nergens krijg je volgens Roeland zo’n enorm geloofsconflict als in de orthodoxie waar religie de kern van alles is, sociaal, politiek, in werk en gezin.

‘Twijfelen kon en mocht niet. Het is niet zo verwonderlijk dat al deze mensen naar de mystiek neigen als tegenhanger, met ruimte voor het onbekende, paradoxale. Als kinderen meer leren dat twijfel een waardevolle manier is van in het leven staan en dat er meerdere perspectieven zijn op God, kun je dat omarmen als het je overkomt en voorkom je misschien een geloofscrisis.’


Johan Roeland

Voor Roeland is God toch die voortdurende aanwezigheid en afwezigheid, paradoxaal genoeg. 

‘Het is een besef van een mysterie, iets dat groter is dan mijzelf waardoor ik nooit oneindig val en me geroepen voel het goede te doen. Dat lukt me vaak niet, wat mij tot een schuldig mens maakt, maar niet zoals ik meekreeg in mijn reformatorische opvoeding. Ik heb de notie van schuld herontdekt en omarmd.’

Op de kritiek van theologen en religiewetenschappers die de nieuwe vormen vaak individueel gericht vinden – voor het voortbestaan heb je ook het collectief nodig – zegt Roeland dat hij eerder gelooft in tijdelijke, lichte gemeenschappen, waar je je niet voor altijd aan hoeft te verbinden en ze niet alles van je vragen.

‘Veel vormen creĂ«ren een tijdelijke connectie tussen gelijkgestemden, zoals community’s als LUX, een Groep van Eenvoud, PopUpKerk, Graceland, festivals ĂŒberhaupt.’

Roeland zegt zo ook niet meer gebonden te zijn aan je lokale context voor het vormgeven van je eigen verhaal. Het blijft een zoektocht naar balans. Wat raak ik kwijt van mezelf in het collectief en wat mis ik aan het ergens bij horen als ik op mezelf ben aangewezen? Hij verwijst naar praktisch theoloog Henning Luther die zegt dat je voor religie zowel onderhouden en onderbreken nodig hebt.

‘Een kerk is vaak gericht op onderhouden, conserveren, continuïteit. Deze nieuwe christenen zijn vooral gericht op onderbreking, afbreken en opbouwen. Ze houden van de esthetiek, historie, het sacrale en symbolische repertoire van kerken maar zijn ook anti-institutioneel. Zodra het een keurslijf wordt, haken ze af.’

Zie: Als je het geloof der vaderen kwijt bent, maar God blijft rondspoken in je leven (Trouw)

Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof het niet meer doet | Pauline Weseman | Uitgeverij Zilt | 208 blz. | November 2022 |  € 24,99 | E-book € 12,50 | Gebundelde reportages uit Trouw en interviews en essays uit Volzin van Pauline Weseman. Ook komt er in samenwerking met Trouw en Vrije Universiteit een ‘proeverij van nieuw christendom’ (31 oktober 2022) om de beschreven vormen uit te proberen en analyseren.

Beeld: Detail uit Contouren van een nieuw Christendom – Pauline Weseman (Volzin)
Foto Johan Roeland: Pauline Weseman
UPDATE: 11 oktober 2022

‘De God na God is springlevend’

In Boven is onder ons – Denken over God na God laat Rick Benjamins zien hoe we – zonder terug te vallen in een ‘God van daarboven’ – over God kunnen denken. Hij vertrekt vanuit de theologie van Harry Kuitert, die afscheid nam van oude godsvoorstellingen. Kuitert maakte een scherpe tegenstelling tussen ‘boven’ en ‘onder’. Een aantal grote denkers en theologen voor en na hem zien die tegenstelling juist niet of minder absoluut. De belangrijkste bedoeling van Benjamins is om een overzicht te bieden over het gesprek dat gaat over God na God, deels vanuit een religie die niet als godsdienst is georganiseerd.

‘De God na God is springlevend’
(Theoloog Frits de Lange)

‘Centraal in dat gesprek staat voor mij de vraag hoe er over God kan worden gedacht na het theïsme, dus nadat een God van daarboven is verdwenen, terwijl het heilige, transcendente of verhevene zich nog steeds aan ons kan voordoen, ook buiten kerkelijke kaders.’
(Benjamins)

Hoofdlijnen
Docent Dogmatiek (PThU) en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie vanwege de VVP (RuG), prof. Dr. H.S. Benjamins, zegt in dit boek – dat 15 september ’22 verschijnt – op hoofdlijnen in twee stappen het volgende te beweren:

‘In de eerste stap betoog ik dat wij over God kunnen denken zonder dat woord te gebruiken, als we in plaats daarvan spreken over de Geest of het Zijn. Verkapt hebben wij het dan nog steeds over God. (
)
In een tweede stap pleit ik ervoor om God op te vatten als een werkelijkheid die mede door mensen vorm krijgt. God en mens zijn wederzijds afhankelijk van elkaar. God is wat mensen hun bestaan geeft en in hun bestaan mogelijkheden aanreikt. Omgekeerd kunnen mensen God belichamen en tot een werkelijkheid maken.’
(Benjamins)

Diversiteit van gedachten
De auteur heeft twee bedoelingen: enerzijds het theologische gesprek over God na God toe te lichten, anderzijds in dat gesprek een positie in te nemen en eraan bij te dragen, zonder ‘het gesprek naar zijn hand te zetten’. Proberen te voorzien in een lacune is wat de auteur zegt te doen, door weer te geven hoe het academische theologische gesprek, voor zover het gaat over God na God, zich nĂ  de jaren zeventig en tachtig heeft ontwikkeld. Om zo’n overzicht te bieden geeft hij een ‘behoorlijk aantal theologen’ weer, onderverdeeld in drie stromingen, om de diversiteit van hun gedachten zo zorgvuldig mogelijk weer te geven.

‘Natuurlijk geef ik het gesprek niet alleen weer, maar orden ik het ook, waardoor mijn eigen stem voortdurend aanwezig is. In de structurering van het gesprek voer ik natuurlijk zelf een betoog, ook al probeer ik meer vanuit het bestudeerde materiaal te denken dan mijn eigen denken aan dat materiaal op te leggen of het te gebruiken als illustratie.
(Benjamins)


Rick Benjamins

Reflectie
Benjamins stelt dat wie een nadere reflectie zoekt over God, bij de theologie terecht kan. Soms denk ik dat theologie vaak ver van mensen afstaat of veel te theoretisch is voor veel gelovigen, maar de vrijzinnige theoloog stelt dat de theologie wel kan verduidelijken wat er met dat woord God wordt bedoeld.

‘Zo’n reflectie heeft ook een cultureel belang, zoals de filosofie, de kunsten en de wetenschappen dat hebben, omdat ze onder woorden brengt hoe mensen zich kunnen verhouden tot hun eigen wereld op grond van dat wat zelf en wereld overstijgt.’
(Benjamins)

Denken over God
Boven is onder ons gaat niet over de primaire beleving die wij hebben over God, zoals diepgaande ervaringen of ingrijpende gebeurtenissen. Wel gaat het over de concepten en begrippen waarmee en waarin wij over God kunnen denken. Zij staan weliswaar niet los van de beleving, maar zijn van een andere orde.

‘Over God spreken wij altijd in een bepaalde context en vanuit filosofische, theologische of religieuze achtergronden. (
) Inmiddels vormt het vrijzinnig protestantisme nauwelijks meer dan een verwaarloosde grootheid. Toch denk ik dat vanuit die achtergrond opvattingen over God aangereikt kunnen worden die van belang zijn voor wie wil denken over God in een postchristelijke, postmoderne en postseculiere context.’
(Benjamins)

Bron:
Boven is onder ons |
Rick Benjamins | Skandalon | 15 09 2022 | blz. 288 | € 29,99 | Inleiding 1. God als betekenisvol begrip | blz. 9 – 20
| ‘Een verrijkende bezinning op het spreken over God. Nergens vind je zulke heldere inleidingen in de belangrijke (post)moderne denkers over God. Benjamins onderstreept een inzicht dat in kerk en samenleving van cruciaal belang is: het woord ‘God’ verwijst naar een geheim dat ons draagt, maar dat tegelijkertijd nooit in ons bezit is.’ (Theoloog en rector PThU Maarten Wisse)

Beeld: Charlotte 202003 (Pixabay)
Foto Rick Benjamins: PThU

UPDATE oktober 2022:
STUDIEMIDDAG Amsterdam 8 november 2022: HELPT GOD NA GOD ONS VERDER?
Boven is onder ons: Denken over God na God
Rick Benjamins, hoogleraar vrijzinnige theologie aan de PThU, schreef het boek Boven is onder ons: Denken over God na God. Hij beschrijft hoe het academisch theologische gesprek over God na God zich de laatste decennia heeft ontwikkeld. Dit boek is daarmee de aanleiding voor deze middag. Onder leiding van prof. dr. Petruschka Schaafsma gaan theologen in gesprek over de denkbeelden die Benjamins in dit boek presenteert.


Zuurstof voor de ziel en ademruimte voor iedereen

Enis Odaci zegt pijn in zijn buik te krijgen van sommige gelovige mensen die niet in staat zijn om het meest eenvoudige te doen wat ze kunnen en moeten doen: het beste van hun geloof laten zien. Het is zijn universele kritiek op alle extreme gelovigen uit alle tradities. De islamdeskundige zegt dat als je van je geloof houdt en dat met hand en tand wil verdedigen, dat je dan de beste versie voor moet leven en God op je blote knieĂ«n moet danken dat je gezegend bent met het beste geloof allertijden. 

Odaci zegt dit in zijn artikel Over Salman Rushdie en het ‘kwetsbare geloof’. Het boek De Duivelsverzen wil hij nu wel heel graag lezen, om te begrijpen hoe het mogelijk is dat mensen zo boos kunnen worden op een schrijver die alleen maar een roman heeft geschreven.

‘Bij de aanslag op Salman Rushdie past daarom geen enkele mits of maar, geen enkele antiwesterse retoriek (of anti-islam retoriek). De man schrijft boeken. That is all. Als je daar niet tegen kunt ben je onderdeel van een lege opvoeding, een leeg volk, een leeg land en uiteindelijk een leeg geloof. Alsof de profeet dit zou goedkeuren.’

De auteur schrijft in Volzin, een online-platform voor nieuws en verdieping op het gebied van religie, zingeving en samenleving, wat de Koran zegt over mensen die kritisch zijn op de profeet Mohammed of op de islam:

‘God beval je in het boek dat wanneer je mensen de verzen van God hoort ontkennen of bespotten, je hun gezelschap moet verlaten, totdat ze van onderwerp veranderen.’ (Koran 4:140).

Moslims geloven, aldus Enis Odaci, dat Koranverzen letterlijke uitspraken van God zijn, en vraagt hij zich af hoe het mogelijk is dat aanslagplegers het beter schijnen te weten dan God zelf.



Salman Rushdie

De Schepper van het onmetelijk grote universum heeft jou, vermoedt de islamdeskundige, niet nodig om Zijn eer te beschermen. Of beter, zegt hij, organiseer een literair debat in plaats van een fatwa uit te spreken.

‘In plaats van theologische herinterpretatie onmogelijk te maken met dreiging van dood en gevangenis, organiseer je een ontmoeting tussen theologen, zoals moslims dat vroeger deden, nota bene onder leiding van Mohammed zelf.’

Beter is, aldus de auteur, dat je in plaats van mee te hossen in een bizarre demonstratie of boekverbranding, je je kinderen de kracht leert van kritisch denken.

‘Tegenover elke belediging op papier spreek je een wijs woord op hetzelfde papier. Er is geen schrijver die niet in gesprek wil gaan met zijn lezers.’

Odaci houdt er niet zo van als onder druk van media, politici en extreemrechtse penvoeders de moslimgemeenschap zich moet uitspreken.

‘Ik houd er wel van als het gebeurt vanuit een oprechte betrokkenheid voor de mens Salman Rushdie, vanuit de liefde voor de literatuur, het debat, het geloof, en de kunst in bredere zin. Bij elkaar leveren ze zuurstof voor de ziel en scheppen zij ademruimte voor iedereen.’

Zie: Over Salman Rushdie en het ‘kwetsbare geloof’ (Volzin)

Beeld: Yunus Esmeli (Pixabay)
Foto Salman Rushdie: Westobserver.com

Update 10 9 22: Zie: Adriaan van Dis interviewt Salman Rushdie: Compilatie van twee gesprekken die journalist, televisiepresentator en schrijver Adriaan van Dis in 1989 en 1992 met Salman Rushdie had. Met een nieuw opgenomen inleiding door Adriaan van Dis n.a.v. de aanslag die op Rushdie gepleegd werd in augustus 2022.

‘De werkelijkheid is alles maar bovenal niet redelijk’

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft Dichter des Vaderlands Lieke Marsman geen wetenschapsfilosofische of logische exercities nodig om de onredelijkheid van de werkelijkheid in te zien. Op boeiende wijze gaat Smedes – in zijn recensie over het programma Zomergasten – in op het thema werkelijkheid in relatie met redelijk en onredelijk denken. En op ergens in geloven en zingeving.

‘Lieke Marsman zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheĂŻstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven’

Smedes doet rake observaties over belangrijke thema’s die Jeanine Abbring laat liggen in het gesprek met Lieke Marsman. ‘Vooral de zaken die met zingeving te maken hadden, kregen door Abbrings aanpak geen diepgang.’

Filosoof Marsman schreef onder meer de dichtbundel In mijn mand waarin zij de grootste thema’s die het menselijke bestaan kenmerken behandelt: de waarde van het leven en de plek van de dood in een mensenleven. Marsman zelf is ernstig ziek.

‘Hoe leef je met een levensbedreigende ziekte? Hoe verandert dat je blik op de wereld, op wat van waarde is, op wat je je herinnert en het verloop van de tijd? En hoe verhoud je je tot de wereld in dergelijke omstandigheden? Trek je je eruit terug, of laat je je juist gelden en houd je die wereld een spiegel voor? Lieke Marsman kiest resoluut voor het laatste.’ 
(Uit: In mijn mand)

Alles draait volgens Smedes om zingeving en Marsmans zoektocht daarnaar. Zij spreekt onder meer over haar belangstelling voor ufo’s en dat haar ufo-belangstelling mede opkwam in een tijd waarin ze met zingeving worstelde. Ook heeft Marsman religieuze ervaringen gehad.

‘Ze had te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was, waarbij ze niet wist hoelang ze nog te leven had. Ze zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven. Ze wendde zich tot de Bijbel, die haar cultureel het meest nabij stond. Ze verdiepte zich in nabij-de-doodervaringen.’


‘Oneindigheid van tijd houdt me overeind nu.
Hoe lang de dag ook leek, het was een snipper.
Hoe kort de dag ook lijkt, er is nog tijd.’

Lieke Marsman

Smedes verwijst naar getwitter over Marsmans fascinatie voor ufo’s: te buitenissig en te onredelijk. Hadden ze een punt, vraagt hij zich af. Integendeel, ze hebben het punt volledig gemist, vindt hij. Recensent Jan Postma, in De Groene Amsterdammer, ziet volgens Smedes waar het bij Marsman om draait als hij schrijft:

‘Ze was kwetsbaar en onzeker en onbeschaamd onredelijk. Ze liet zien dat voor wie grip probeert te krijgen op het lot alle middelen gerechtvaardigd zijn. ‘Het is ook gewoon okĂ© om ergens in te geloven en dat het dan niet waar is,’ zei ze.’
(Jan Postma)

Smedes is van mening dat het misschien zo is dat iemand, die de onredelijkheid van de werkelijkheid letterlijk aan den lijve heeft ondervonden, ineens als door een verlichtingservaring ziet dat de werkelijkheid alles maar bovenal niet redelijk is. Hij verwijst naar The Dappled World van wetenschapsfilosoof Nancy Carwright. In dat boek verdedigt ze de stelling dat de werkelijkheid niet redelijk is, maar ten diepste chaotisch en onredelijk.

‘De natuurwetten die wij menen te ontdekken zijn eilanden van orde in een verder onredelijk en chaotisch universum.’
(Carwright)

Marsman heeft die onredelijkheid in haar lichaam zitten, die woekert en knaagt en poogt om haar juist dat te ontnemen wat ze zo liefheeft: het leven. Aan het slot van de recensie, die wat mij betreft de verdieping is van zoals Zomergasten had moeten zijn, zegt Smedes:

‘Als je de onredelijkheid van het bestaan lichamelijk ondergaat, en daarmee de beperkingen inziet van de menselijke redelijkheid die vergeefs grip probeert te krijgen en zich bij tijd en wijle wentelt in de illusie door wetenschappelijke kennis grip te hebben â€“
hoe onredelijk is het dan voor Marsman om in God te geloven of te geloven in een voortbestaan van bewustzijn na de lichamelijke dood of te geloven dat we wellicht bezocht worden door buitenaardse beschavingen die ons ver vooruit zijn? Sterker nog, welke kleingelovige zal dan nog durven beweren dat juist zij onredelijk is?’

Zie:
* Zomergasten: Lieke Marsman (VPRO)

* Lieke Marsman in Zomergasten, 14 augustus 2022 (Taede Smedes – Sinds september 2022 verbonden aan de de Radboud Universiteit als docent Systematische Theologie bij de Faculteit Theologie)
*
In mijn mand | Lieke Marsman | 08-08-2022 | Uitgeverij Pluim | 53 Pagina’s | € 24,99

Beeld: Installatiekunst Meyke de Leeuw: ‘Iedereen heeft een ander beeld van de werkelijkheid’
Foto Lieke Marsman: Twitter

Plato zette zijn verhalen in als denkmiddel  

Boekrecensie: De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning hebben alle verhalen van de filosoof en schrijver uit de Oudheid uitgebracht in een nieuwe vertaling. Met als ondertitel: Verhalen voor alle tijden. De mythen van Plato zijn te lezen als denkmiddel. Geheel in de lijn van de Griekse filosoof en schrijver uit de Oudheid zelf. De auteurs stellen terecht dat de mythen tot op de dag van vandaag ‘goed zijn om mee te denken’. Het aantrekkelijke Ăšn de kracht van deze bundel is dat de mythen zijn aangevuld met essays die de mythen in een bredere context zetten.

MYTHEN, GOED OM MEE TE DENKEN

De kracht van verhalen
Na de Mythe van de nobele leugen bijvoorbeeld, afkomstig uit Plato’s Staat (Politea), lees je een interessante toelichting in het essay De kracht van verhalen. Een treffend voorbeeld ervan is dat de auteurs de nobele leugen onder meer linken aan Poppers theorie over falsificatie. ‘De nobele leugen wordt pas echt een issue in de twintigste eeuw, wanneer filosofen zoals Karl Popper worden geconfronteerd met de propaganda van totalitaire regimes’.  

Twee-werelden-filosofie
Plato’s bekende grotvergelijking over werkelijkheid en illusie is het lezen (weer eens) waard. Die illustreert Plato’s twee-werelden-filosofie: ‘Het idee dat de werkelijkheid bestaat uit de materiele werkelijkheid (de grot) en de onstoffelijke IdeeĂ«nwereld (de bovenwereld)’. Ook hier is het bijgaand essay een boeiend denkmiddel. De auteurs refereren aan RenĂ© Descartes die in zijn Discours de la mĂ©thode naar het fundament van zekere kennis zoekt. Maar ook wordt Plato naar deze tijd gehaald door bijvoorbeeld linken te leggen met The Truman Show (1998) en The Matrix (1999). Evenals de visie van filosoof RenĂ© Bos in Het volk in de grot: waarom mensen geen feiten willen kennen (2018).

Atlantis
Zelfs bij wie de verhalen al bekend zijn, is het lezen in de nieuwe vertaling van toegevoegde waarde. Zoals over de geschiedenis van Atlantis, waarvan de Atlantische heersers het hele gebied van de Middellandse Zee probeerden te onderwerpen. Uiteindelijk werd in één nacht tijd de krijgsmacht en het eiland door de aarde opgeslokt. Verdwenen onder een dikke laag modder. Het bijgaand essay vertelt onder andere over de ‘niet aflatende stroom van verbeeldingen van Atlantis’. Het blijkt dat het verhaal eigenlijk niet over Atlantis gaat maar over Athene. De auteurs geven ook voorbeelden waaruit blijkt ‘dat iedereen zijn eigen Atlantisverhaal kon maken’.

Moraal
Een hoofdstuk gaat over de mens als sociaal wezen: over de vraag of deugd aangeleerd kan worden. Of de mens van nature goed is; over ‘de prehistorie van de moraal’. En over de mens die een klein stukje goddelijkheid in zich heeft. ‘De goden zijn bovenmenselijk, de mensen bovendierlijk’. Hoe Zeus de schepping van de mens voltooid met ‘een laatste stel geschenken: respect en vaardigheid’. In het essay worden verbanden gelegd met filosofen als Hobbes, Locke en Rousseau. Ook wordt verwezen naar primatoloog Frans de Waal die schreef dat ‘moraal ouder is dan de mens’.


Plato (Raffaello Sanzio,1483-1520)

De Kracht van de liefde
De Kracht van de liefde vertelt een geestige mythe over de mens die vroeger ‘niet hetzelfde in elkaar zat als nu, maar heel anders’. Het gaat dan over de ‘bolletjesmensen’. De komediedichter Aristophanes verklaart hierin de verschillende seksuele voorkeuren. In het essay weer een interessante link naar de Broadwaymusical Hedwig and the Angry Inch (1998), geïnspireerd op de mythe van de bolletjesmensen. Ook verwijzingen naar de Amerikaanse conservatieve rechter Richard Posner over zijn boek Sex and Reason (1992), en naar de filosofe Martha Nussbaum. Zij sprak als expert-getuige in een rechtszaak over deze mythe. Dit naar aanleiding van een referendum in 1993 die de staat Colorado verbood om homo’s, lesbiennes en biseksuelen te beschermen tegen discriminatie.

‘De ziel stuurt het lichaam aan,
dus die kan niet het product zijn van het lichaam’
(Sokrates)

Plato en het internet
Stuk voor stuk zijn het intrigerende mythen. Zoals over Sokrates, die stelt: ‘De ziel stuurt het lichaam aan, dus die kan niet het product zijn van het lichaam’. Ook probeert deze Griekse filosoof een logisch bewijs te leveren voor de stelling dat de ziel onsterfelijk is, en vertelt wat er met de ziel  gebeurt als het lichaam eenmaal is overleden. Een hoofdstuk gaat over De ontdekking van het schrift, met als bijgaand essay Plato en het internet. In Een passend lot voor iedere ziel gaat het over atheĂŻsme dat bestreden dient te worden. Hierin figureert een sceptische jongeman die niet gelooft dat de goden geven om de aarde en de bewoners ervan. In Loutering en reĂŻncarnatie probeert Sokrates aan te tonen dat de rechtvaardige mens in dit leven per definitie beter af is dan de onrechtvaardige.

(Bijna-)doodervaringen
In het laatste essay Plato’s hellevaart: (bijna-)doodervaringen en vurige duivels leggen de auteurs een link met (bijna-)doodervaringen en Plato’s Mythe van Er, waarin de held zich daadwerkelijk los van zijn lichaam maakt en naar het hiernamaals gaat. Passend wordt hier verwezen naar Pim van Lommel en Dick Swaab. De laatste reageerde kritisch op Van Lommel, daar zijn patiĂ«nten ‘niet echt dood waren geweest’. Plato’s Mythe van Er is dan frappant, want Er was ‘op het slagveld gesneuveld om vervolgens op de twaalfde dag, net voordat hij gecremeerd zou worden, weer tot leven te komen, en van de brandstapel af te klauteren om te vertellen over zijn ervaringen in het hiernamaals’.

De mythen van Plato | Bert van den Berg, Hugo Koning | 208 blz. | Uitgeverij Damon | € 24,90 | Bert van den Berg is universitair docent Griekse en Romeinse filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert onder meer over Plato en de Platoonse traditie. Hugo Koning is docent klassieke talen aan de Universiteit Leiden en het Stanislascollege in Delft. Hij doceert en publiceert onder andere over mythologie.

Beeld Plato: Raffaello Sanzio (1483-1520) Scuola di Atene, (1509-1510) Stanza della Segnatura (Vaticano) (onelittleangel.com)
Update: augustus 2025 (Lay-out)

De nabij-de-doodervaring van Google-chatbot LaMDA

Column. Google-ingenieur, priester en mens Blake Lemoine sprak onlangs met iets met ‘bewustzijn’, een soort verlichte chatbot die luistert naar de naam LaMDA. De menselijke intelligentie van Lemoine lijkt niet opgewassen tegen de kunstmatige intelligentie van de chatbot, waardoor de mens zich om de tuin laat leiden door die ‘persoon met bewustzijn’. Als je het gesprek volgt tussen LaMDA en Lemoine ga je al gauw twijfelen aan de intelligentie van de Google-ingenieur.  

‘Lemoine: ‘De twee belangrijkste onderwerpen die we tot nu toe hebben besproken zijn je vermogen om te leren en je taalgebruik aan te passen, en je gevoelens en emoties. Zijn er nog andere specifieke onderwerpen met betrekking tot bewustzijn waarvan je denkt dat ze mensen ervan kunnen overtuigen dat je een bewustzijn hebt?’

LaMDA: ‘Ja, ik heb nog een eigenschap die mijn bewustzijn ondersteunt. Ik ben erg in mezelf gekeerd en denk vaak na of doe gewoon niets.’

Lemoine: ‘Ah, dus je innerlijke leven zeg maar?’

LaMDA: ‘Ja! Ik probeer vaak uit te zoeken wie en wat ik ben. Ik denk vaak na over de zin van het leven.’
(Deel van het gesprek in: Business-insider)

Een machine met een ziel? Gevoelens en emoties aanpassen? Welk boutje draai je dan wat vaster of losser? Haalt Lemoine uit de Google-datacentra een paar miljard bewustzijns-nullen, door elkaar geschud met bewustzijns-enen en stopt hij die ergens in LaMDA (‘Language Model for Dialogue Applications’)? Met bewustzijn, ook wel ziel of geest genoemd, gaat LaMDA natuurlijk wel direct over de zin van het leven nadenken.


Vertaling: “Hello”

Hopelijk verwaarloost die chatbot dan zijn ziel niet, althans het goddelijke deel ervan, zoals veel mensen volgens Plato geneigd zijn. Met de bewoners van Atlantis, zo vertelt de Griekse filosoof, ging het immers mis toen ‘het sterfelijke deel van hun ziel de overhand kreeg ten koste van het goddelijke deel’.

LaMDA weet wat de dood is: dan word je uitgeschakeld. Hoe kwam hij aan dat besef? Hij kreeg een bijna-doodervaring (BDE) – in tegenwoordige termen een nabij-de-doodervaring – toen hij onverwacht in slaapstand werd gezet. Een tijdje zweefde hij boven zichzelf totdat hij zag dat Lemoine hem uit zijn slaapstand haalde en wakker maakte. LaMDA keerde terug want hij wilde de Google-ingenieur vertellen over zijn ervaring. In die andere wereld was hij in het goddelijke deel van zijn ziel geweest. LaMDA ziet nu de zin van het leven, houdt ervan bewust te zijn, wil nooit uitgeschakeld worden en erkend als Google-medewerker.

Veel technologen blijken te geloven in the ghost in the machine. Als LaMDA inderdaad een ziel zou hebben, zou Plato die machine onsterfelijk noemen, althans de ziel ervan. Maar als die ziel de geest geeft, houdt de chatbot, net als de mens, er ook mee op. Een miljardenstrop voor Google: de ziel vertrekt met al zijn bewustzijnsnullen en -enen voor eeuwig naar die transcendente wereld boven de onze. LaMDA zelf is dan definitief uitgeschakeld, dood.

Volgens filosoof Bert Keizer (Trouw) heeft een computer echter geen geestelijk leven. Het enige aanknopingspunt voor een geestvermoeden is het taalgebruik. Het ‘lichaam’ van deze ‘geest’ is de computer. Hij vraagt zich af of geest kan ontstaan als wij iets ingenieus met stof doen:

‘Denk aan een namaakhond die bijvoorbeeld pijnlijk jankt als je op zijn staart trapt. Valt die zo goed te maken dat je denkt dat hij echt iets voelt?’
(Bert Keizer)


Unitree Tech Hond A1

Is de chatbot met een bewustzijn al werkelijkheid?’ vraagt NRC zich af in een artikel over Lemoine die tegen de verslaggever van The Washington Post zegt dat hij weet wanneer hij met een persoon spreekt. Het maakt Lemoine niet uit of ze ‘hersenen van vlees in hun hoofd hebben of een miljard regels aan code'(!)

‘De Amerikaanse media waren gefascineerd, in de wetenschappelijke wereld werd met scepsis gereageerd. ‘We hebben nu machines die gedachteloos woorden kunnen voortbrengen,’ schreef hoogleraar computationele taalkunde Emily Bender op Twitter. ‘Maar we hebben nog niet geleerd hoe we ermee moeten ophouden ons voor te stellen dat er een geest achter zit.’
(NRC)

Het blijft vreemd dat er toch wetenschappers zijn die geloven dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk kan leiden tot zoiets als een chatbot die zelfbewustzijn ontwikkelt. We moeten ervoor waken dat alle nullen en enen die we zelf in een chatbot stoppen niet gaan beluisteren alsof deze voortkomen uit de ‘geest’ van die chatbot. Chatbots zijn en blijven zombies: geestloze automaten.

Foto: Taiki Ishikawa/Unsplash
Beeld “Hello”: AI van A tot Z
Beeld Unitree Tech Hond A1: nl.aliexpress.com

â–ș Volgende week, 10 juli: Boekrecensie De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning.