Waarom geen oneindige reeks goden?

shellperry

‘De kennistheoretische vraag of God bestaat is triviaal – ja, natuurlijk bestaat God: onze logische denkwijze zal vroeg of laat stuiten op ‘het grootst denkbare’, dat is onvermijdelijk zo,’ zegt de Lachende Theoloog die een nieuwe studierichting ingeslagen en is zich nu Pseudo Theoloog noemt. De docent filosofie is blijkbaar uitgelachen. In Triviaal 2 zoekt hij een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Jan-Auke Riemersma (de Pseudo Theoloog) gaat in op de argumenten van theoloog Stefan Paas en filosoof Rik Peels uit hun boek God bewijzen. Op hun uitspraak dat God noodzakelijk bestaat.

God is de grond van de werkelijkheid. Hij kan er niet níét zijn, hij moet er zijn, zijn bestaan is noodzakelijk. Dat is inherent aan het hele concept van God dat de meeste gelovigen hanteren. En daar is niets raars aan, want je moet ergens een streep trekken: een reeks verklaringen kan niet oneindig zijn, er moet op een gegeven moment iets fundamenteels zijn dat niet verder verklaard kan worden.

Dat is in het geval van God veel plausibeler dan in het geval van het universum, want als God bestaat dan bestaat hij noodzakelijkerwijs en is hij de grond van de werkelijkheid, terwijl we geen enkele reden hebben om te denken dat het universum noodzakelijkerwijs bestaat en de grond van de werkelijkheid is.’
(Paas & Peels)

godbewijzenMaar meer nog bespreekt de docent filosofie de (beperkte) denkwijze van de mens. Daar is hij nogal sceptisch over en om zijn argument kracht bij te zetten, haalt hij Immanuel Kant erbij die stelde dat zodra mensen echt diep gaan nadenken ze verdwalen: vroeg of laat stuiten wij op antinomieën, onbegrijpelijke ‘knopen’ in onze alledaagse denkwijze. Riemersma stelt dat als ons verstand beperkt is, dat dit betekent dat wij niet in staat zijn om de samenhang in de werkelijkheid te beschrijven.

Indien de samenhang ontbreekt, kun je geen onjuiste of onzinnige beweringen doen: je mag daarom geloven dat God zichzelf geschapen heeft (uit het volstrekte niets) of dat God er eenvoudigweg altijd geweest is. 

Als wij nadenken over God, dan moeten we toegeven dat God onbegrijpelijke eigenschappen moet hebben: hij moet wel uit het niets ontstaan zijn of altijd bestaan hebben (het scheppende dat zichzelf schept of het zijnde dat als zichzelf bestaat.)’ (Riemersma)

Het zou, zo schreef hij eerder eens, zelfs mogelijk kunnen zijn dat ‘alles’ (de gehele werkelijkheid zoals wij die kennen) een oneindig aantal oorzaken heeft. Filosofen noemen dat infinitisme.

Kortom, zou een atheïst vragen: maar wie heeft God dan weer veroorzaakt, dan zegt de gelovige infinitist: ‘Goede atheïst, dat weet ik niet; het is zeker zo dat ik geloof dat ook God veroorzaakt is door iets, maar ik heb geen idee door wie of wat God veroorzaakt is. Feitelijk doet dat er ook weinig toe: waar het om gaat is dat God zeker oorzaak is van deze werkelijkheid (of: waar het om gaat is dat God zeker voorkomt in de oneindige keten van ‘s werelds oorzaken’.)’ (R)

Terug naar Paas en Peels. Hoe kunnen we weten dat God het goede wil, vraagt Riemersma zich af, als P & P eveneens veronderstellen dat we van God weinig tot niets begrijpen.

Ze zeggen dat God allerlei redenen kan hebben waarom wij het kwaad toestaan – kan God redenen hebben? Hoe weten we dat – en dat we slechts kunnen gissen naar zijn ware redenen. Daarentegen weten ze wel zeker dat God het goede wil.’ (R)

Wat Riemersma het meest verbaast is de nogal kritiekloze wijze waarop wordt geponeerd dat God noodzakelijk bestaat: als je dat echt vindt, begin daar dan je boek mee, of geef een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Het is niet vreemd dat God noodzakelijk bestaat, want je moet ergens een streep trekken, schrijven de auteurs. Maar dat is niet waar. Tegenwoordig verdedigen filosofen zelfs de meest verrassende opvattingen, zoals het infinitisme. Waarom zou er geen oneindige reeks van goden kunnen zijn?’ (R)

Zie:
Triviaal
Triviaal 2

Beeld: De Nautilusschelp is maar een van de ontelbare voorbeelden uit de natuur, waaruit blijkt dat de natuur de Fibonacci-reeks als vanzelfsprekend gebruikt; een prachtige demonstratie van oneindigheid in eindigheid! (wanttoknow.nl) – (Fibonacci-reeks: een serie van getallen waarvan het nieuwe getal telkens verkregen kan worden door de voorgaande twee getallen bij elkaar op te tellen, ook wel DE blauwdruk van de schepping genoemd, PD.)

Update 19-11-2016: Inmiddels heeft de Pseudo Theoloog zijn naam weer gewijzigd. Nu heet zijn blog Wider Útsjoch. Dat betekent Wijder Uitzicht, met berichten over wijsbegeerte, God, religie en de zin van het leven.

De Atheïst, de Gelovige, en de Werkelijkheid

human.condition


Atheïst Bart Klink accepteert dat een wereld die grotendeels geregeerd wordt door blinde natuurkrachten niet ideaal is voor de mens, en dat leed in meer of mindere mate onderdeel is van de condition humaine. Jan-Auke Riemersma zegt dat je dan geen ‘atheïstische’ oplossing hebt voor het leed en voor onrechtvaardigheid. Voor de filosoof is dat nu net het punt. ‘Het bestaan is ‘zinloos’, maar met wat geluk kunnen we ons hier wel ‘amuseren’ (niet denigrerend bedoeld). Het leven heeft geen ‘algemene’ zin.’

Ik hoef geen rechtvaardiging te geven voor het leed. Het is andersom: het leed is juist een reden om je af te vragen of het leven inderdaad zinloos is. Zouden mensen in bovennatuurlijke zin mogen hopen op een beter bestaan, dan heeft dat zijn weerslag op ons huidige bestaan: lijkt me beter te verdragen dan het atheïsme, het blind afwijzen van de gedachte dat er meer is dan wij kunnen begrijpen.’ (Riemersma)

bartklink

Er ontstaat een boeiende discussie op Facebook, op de groepspagina van Geloof & Wetenschap, naar aanleiding van mijn vorige blog. Riemersma vindt dat als de wereld slechts ‘zinvol’ is voor de mensen die door het lot gunstig behandeld zijn, het begrip ‘zin’ zelf ‘zinledig’ is. Volgens Bart Klink (foto: BK) is op kosmische schaal ons leven inderdaad zinloos (het universum geeft niets om ons bestaan) en het leven heeft geen algemene zin, als zin die voor iedereen hetzelfde is. Vervolgens geeft hij voorbeelden van leed.

De atheïst gaat hiermee om door het leed zo veel mogelijk proberen te voorkomen, waar het kan te verzachten, en waar dat niet kan ermee om te leren gaan. Dat zie ik als zinvol en waardig. Natuurlijk mag je hopen op een beter bestaan na dit leven, maar ik meen dat we goede gronden hebben om te denken dat die hoop ijdel is, een zoete illusie. Ik zal overigens de laatste zijn om iemand die illusie ongevraagd te ontnemen als dat zijn laatste strohalm is.’ (Klink)

Riemersma stelt dat het toch verschil maakt of je denkt dat een zinvol bestaan mogelijk is of dat je denkt dat het een illusie is.

Het gaat inderdaad om de vraag of we goede gronden hebben om te denken dat het een illusie is of dat het een mogelijkheid is. En wat wij mogelijk of onmogelijk achten is afhankelijk van de vraag hoe ons verstand werkt, hoe ingewikkeld de werkelijkheid is, enz. Wel, zo lang je niet weet hoe complex de werkelijkheid is beschik je letterlijk niet over de intellectuele middelen om te kunnen bepalen of het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid een illusie is. Waarom er dan naar leven? Ik zie niet in waarom dat redelijk is.’ (Riemersma)

janriemersmafacebook

Klink vindt dat we een zinvol leven kunnen leiden, ook als het met de dood ophoudt. Ook gaf hij aan dat het een illusie is dat we een zinvol leven na de dood kunnen hebben. Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) maakt geen bezwaar tegen het feit dat sommige mensen niet in God of Zeus willen geloven, maar wel tegen het feit dat zijn geloof als een illusie wordt afgeschilderd.

Atheïsten’ kunnen eenvoudigweg niet weten dat alle geloof een illusie is. Het tegendeel is eerder waar, lijkt me: wetenschap toont overtuigend aan dat wij slechts een beperkt begrip van de werkelijkheid hebben. Wel, wie gelooft dat het uiteindelijke bestaan van een zinvolle, rechtvaardige wereld mogelijk is, is ook beter opgewassen tegen de moeilijkheden in deze natuurlijke wereld. Het maakt dus een groot verschil hoe je over dit soort zaken denkt. Geloof voegt wel degelijk iets toe; een geloof is zeer bruikbaar.’ (Riemersma)

Klink meent vervolgens dat het inherent onrechtvaardig is dat niet ieder mens evenveel kans krijgt om een zinvol leven te realiseren en te leiden, juist omdat er geen God bestaat. Volgens hem is er gelukkig nog een andere optie dan ons daarbij neerleggen of te gaan wensdenken: wat aan dit onrecht proberen te doen waar mogelijk.

‘Wat ik afschilder als wensdenken of een zoete illusie is dat wij voort kunnen bestaan na onze lichamelijke dood: de consensus in de neurowetenschappen is dat ons geestelijk leven wordt gerealiseerd door ons brein, en dus ook zal stoppen als dat brein ophoudt met functioneren. (…) Wie weet wordt het in de verre toekomst mogelijk om de informatie in ons brein te uploaden naar een supercomputer (of een ander fysiek substraat), maar dat is nog lang niet realistisch.’ (Klink)

imsoglad


R
iemersma vindt dat zelfs als neurowetenschappers aantonen dat de geest te herleiden is tot het functioneren van het brein (en hij sluit dat niet uit, alhoewel het onderzoek wel weer veel ingewikkelder is dan men aanvankelijk dacht), dat dan niet wil zeggen dat het bovennatuurlijke niet bestaat.

Als er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, is er geen enkel wetenschappelijk feit dat ons kan zeggen dat het geloof een illusie is.’ (Riemersma)

Klink zegt dan dat hij het niet heeft over ‘het bovennatuurlijke’, maar over slechts één vermeend bovennatuurlijk ding: de onstoffelijke ziel die ons onsterfelijk zou maken.

Natuurlijk is er altijd de *mogelijkheid* dat zoiets bestaat, maar een redelijk mens koopt daar niets voor: hij wil weten of het ook *aannemelijk* is. Ik heb uitgebreid betoogd waarom dat niet zo is, en ook Musolino (en vele filosofen) hebben dat gedaan. Voor een gelovige die wanhopig zijn uitvlucht uit een tranendal zoekt, is een logische mogelijkheid (of blind geloof) misschien voldoende – hoe onwaarschijnlijk die mogelijkheid ook is gezien onze beste kennis. Ik koop daar echter niets voor. Nee, voor mij liever de harde werkelijkheid dan een zoete illusie.’ (Klink)

Uiteindelijk stelt Riemersma dat de vraag of ons begrip van de werkelijkheid beperkt is, zelf een wetenschappelijke vraag is en dat we de reikwijdte en kracht van onze denkwijze kunnen onderzoeken.

Als nu blijkt dat onze denkwijze beperkt is, dan volgt daar uiteraard rechtstreeks uit dat de werkelijkheid voor ons ‘onnavolgbaar’ (= onbegrijpelijk) is. Met andere woorden: dan is de werkelijkheid vreemder dan wij ooit kunnen doorgronden. Dit betekent letterlijk: niets is dan ondenkbaar (voor een beperkte denker). Maar dan heeft het ook geen zin om tegen mensen te zeggen dat hun geloof een illusie is, want hoe zou je dat willen onderbouwen als je verstand niet langer betrouwbaar is? Hoe kun je met een onbetrouwbaar meetinstrument (je verstand is uiteindelijk niets anders dan een meetinstrument) bepalen wat de aard van de werkelijkheid is?’ (Riemersma)

Zie voor het gehele (en mogelijke) verdere verloop van de discussie:
https://www.facebook.com/groups/272431046117504/

Illustr: René Magritte, La condition humaine, 1935 – Een schildersezel met een niet-ingelijst schilderij dat een representatie lijkt te geven van het erachter liggende zeegezicht. Een deel hiervan is echter voor de ondoorzichtige muur weergegeven, wat de vraag oproept of het hier daadwerkelijk gaat om een natuurgetrouwe weergave van de ‘werkelijkheid’. (mattesonart.com)

Cartoon: duvida-metodica.blogspot.com

Is de werkelijkheid een illusie?


‘Niets is wat het lijkt; wat wij beschouwen als werkelijkheid, is slechts een illusie. Althans, dit is wat oude tradities ons leren. Maar wat is dan die werkelijkheid en beter nog: hoe kunnen we die vinden? Wiskundige en theoloog Jaap Dijkstra probeert ons daarvoor de weg te wijzen in zijn boek ‘De absolute werkelijkheid. In het licht van eeuwenoude religieuze tradities.’

Aan de hand van religieuze beschouwingen wijst Jaap Dijkstra in dit leerzame en zeer toegankelijk boek ons de weg van de individuele ontwikkeling. Daaruit blijkt meteen de onderwijzer, die ook in Dijkstra schuilt. Op zeer heldere en overzichtelijke wijze legt hij uit hoe ons beeld over de werkelijkheid is veranderd zonder daarbij een bepaalde godsdienst te verkondigen. Immers, vele religieuze tradities als het Hindoeïsme, Boeddhisme, Taoïsme, Kabbala, etc. kennen dezelfde werkelijkheid, doch het is slechts de benaming, die hen onderscheidt. We kunnen dus niet om eeuwenoude religies heen.

‘Wie niet (meer) in God gelooft, zoekt het antwoord op deze vragen in kennis. Sinds de filosofische verlichting moet deze kennis bewezen kunnen worden, anders is zij geen waarheid. De zoektocht naar kennis moet zich dan ook strikt binnen de materiële vierdimensionale werkelijkheid afspelen. Toch hebben velen de ervaring dat er diep in de mens ook kennis aanwezig is. Deze is niet verifieerbaar, maar maakt wel degelijk deel uit van de werkelijkheid.’ (A3 boeken) 

Dit boek staat op 31 maart centraal tijdens een symposium van de NHL Hogeschool. De maatschappij verandert voortdurend. Op welke manier kan theologie bijdragen aan de huidige samenleving? Deze vraag staat centraal op zaterdag 31 maart tijdens het symposium van de theologische opleidingen van NHL Hogeschool.

Thee drinken met moslima’s, de combinatie van humor en theologie of morele dilemma’s. Dit is een greep uit de onderwerpen die aan bod komen tijdens de verschillende workshops op het symposium. Naast deze workshops geeft NHL-docent Jaap Dijkstra een lezing over zijn boek ‘De absolute werkelijkheid – in het licht van eeuwenoude religieuze tradities’ en geeft docent Henk Pol een lezing over het nut van theologie in een samenleving die draait om (economische) kennis en wetenschap.

Wat kan theologie bijdragen aan de samenleving? Van 10.00 uur tot 16.30 uur gaan verschillende sprekers in op actuele ontwikkelingen in de samenleving en de rol en betekenis van geloof, religie en zingeving hierin. Adres: NHL Hogeschool Leeuwarden. De toegang is gratis. Je kunt je aanmelden via m.w.roelofs@nhl.nl

Zie: ‘De absolute werkelijkheid’ = volledig (Annabel Verwer)

De absolute werkelijkheid. In het licht van eeuwenoude religieuze tradities. Auteur: Jaap Dijkstra, Paperback, Pagina’s: 144, Uitgever: A3 Boeken, Uitgebracht: februari 2012, ISBN: 978.90.77408.92.6, € 19,50