‘Rol Averroës in Europese filosofie opzettelijk verdoezeld’

De invloed van de Andalusische filosoof Averroës (1126-1198) op het Europese denken van de 13e tot de 18e eeuw leverde een niet te onderschatte bijdrage, die ons begrip van de geschiedenis van de filosofie ongetwijfeld zal veranderen. – Dit blijkt uit het proefschrift The Influence of Averroes on European Thought (december 2024) van historicus en filosoof Koert Debeuf. Zijn onderzoek laat zien welke ingewikkelde en veelal ‘vergeten’ (lees: ‘verdrongen’) verbindingen er zijn tussen Arabische en Europese intellectuele tradities.

‘Debeufs boeiende schrijfstijl en passie maken dit boek tot een onmisbare bron voor wetenschappers, filosofen en iedereen die geïnteresseerd is in de rijke, complexe geschiedenis van ideeën.’
(Rudi Holzhauer)

‘De rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie is opzettelijk verdoezeld’
door Rudi Holzhauer

Het proefschrift The Influence of Averroes on European Thought is een baanbrekende studie die het traditionele verhaal van de westerse filosofie in twijfel trekt. Door minutieus de diepgaande invloed van de Andalusische filosoof Averroës (Ibn Rushd) op het Europese denken van de 13e tot de 18e eeuw op te graven, opent het werk van Debeuf onze ogen voor de complexe, vaak over het hoofd geziene, relaties tussen Arabische en Europese intellectuele tradities.

‘Het centrale argument van historicus en filosoof Koert Debeuf – dat de rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie opzettelijk is verdoezeld –
is zowel provocerend als overtuigend’
(Rudi Holzhauer)

Verborgen verhalen
D
ebeufs grondige onderzoek getuigt van zijn passie voor het blootleggen van verborgen verhalen en zijn toewijding aan het bevorderen van een genuanceerder begrip van de geschiedenis van de filosofie. Door een nauwgezette analyse van primaire bronnen legt hij de uitgebreide, maar grotendeels vergeten, invloed van Averroës op Europese filosofen bloot en laat hij zien dat er eeuwenlang over zijn ideeën is gedebatteerd, dat ze zijn verfijnd en dat er op zijn ideeën is voortgebouwd.

Blijvende erfenis Averroës
E
en van de sterkste punten van het boek is het vermogen om de invloed van in het bredere landschap van de Europese intellectuele geschiedenis te plaatsen. Debeuf navigeert behendig door het complexe web van filosofische, theologische en culturele argumenten en perspectieven. We lezen een onthulling van de blijvende erfenis van Averroës in het Europese denken in de middeleeuwse en vroegmoderne perioden, waarbij hij op deskundige wijze de manieren belicht waarop de ideeën van Averroës het werk van prominente Europese denkers kruisten en beïnvloedden.

Provocerend en overtuigend
H
et centrale argument van Debeuf – dat de rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie opzettelijk is verdoezeld – is zowel provocerend als overtuigend. Door geschiedenissen van de filosofie van de 17e  tot de 21e eeuw te onderzoeken legt Debeuf de Eurocentrische vooroordelen bloot die hebben geleid tot het systematisch uitwissen van de Arabische filosofie uit de geschiedschrijving. Verdringing dus. Dit proces van weglating, stelt Debeuf, begon in de 18e eeuw, toen christelijke en Europese ideologieën de overhand kregen, en is tot op de dag van vandaag doorgegaan.

Averroës’ ideeën
D
e chronologische structuur van het boek, die verschillende eeuwen omspant, stelt Debeuf in staat om de opmerkelijke hardnekkigheid van Averroës’ ideeën in het Europese denken aan te tonen. Vanaf de scholastieke debatten in de Middeleeuwen tot aan de Verlichting en daarna reconstrueert Debeuf op meesterlijke wijze de complexe, vaak controversiële, dialoog tussen Europese denkers en hun Arabische voorgangers.

Breed scala aan denkers
D
oor het boek heen gaat Debeuf in op een breed scala aan denkers, van Thomas van Aquino en Dante Alighieri tot René Descartes en Immanuel Kant. Zijn analyse van de reacties van deze denkers op de ideeën van Averroës is genuanceerd en inzichtelijk en onthult het ingewikkelde web van invloeden en debatten die de Europese filosofie hebben gevormd.

Het Arabische denken
E
en van de meest opvallende aspecten van het werk van Debeuf is de relevantie ervan voor hedendaagse debatten over de aard van de westerse filosofie en haar relatie tot niet-Europese intellectuele tradities. Door de diepgaande invloed van het Arabische denken op de Europese filosofie te benadrukken. Interculturele filosofie op zijn best. Debeuf daagt lezers uit om hun veronderstellingen over de ontwikkeling van het Westerse denken en de vermeende uniciteit er van opnieuw te bezien en te evalueren.


Koert Debeuf

Het Europese denken
S
amenvattend is De invloed van Averroës op het Europese denken een niet te onderschatte bijdrage die ons begrip van de geschiedenis van de filosofie ongetwijfeld zal veranderen. Debeufs nauwgezette onderzoek, boeiende schrijfstijl en passie voor zijn onderwerp maken dit boek tot een onmisbare bron voor wetenschappers, filosofen en iedereen die geïnteresseerd is in de rijke, complexe geschiedenis van ideeën.

Oost en West
H
et boek is essentiële lectuur voor iedereen die geïnteresseerd is in de uitwisselingen die kenmerkend waren voor de geschiedenis van de filosofie, interpretaties van de westerse filosofie en culturele uitwisselingen tussen Oost en West. Het zal wetenschappers, filosofen en algemene lezers aanspreken die hun begrip van het rijke, diverse erfgoed van het menselijk denken willen verdiepen en verbreden. (Ook) in Nederland is sprake van een Gedeeld Erfgoed.

* Wat leren we uit het onderzoek van Debeuf?
* Voor wie is het onderzoek van Debeuf relevant?

Zie: Addendum

Bronnen:
* Een bespreking door Sahil Raza Al-kashmiri gepubliceerd in de New State Reporter, een krant in India (Jammu en Kasjmir), 20 februari 2025. Ontlening met toestemming: A monumental work of scholarship: Unveiling the Enduring Legacy of Averroes in European Thought
* Bij nader inzien … is er maar één waarheid. Column Vriendenmagazine ISVW, december 2024
* Moslim Archief: Columns voor, over Inbreng, Verdringing en Taal (Holzhauers eigen werk in progress). Hierin vertaalt / thematiseert de auteur visies op de filosofie-geschiedschrijving

Sahil Raza Rudi Holzhauer

Vertaling: Rudi Holzhauer, Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law, retired. 

Beeld Averroës (Ibn Rushd): alpujarras.nl
Foto Koert Debeuf: Vrije Universiteit Brussel (VUB) – Koert Debeuf is professor internationale politiek en Midden-Oosten aan de VUB en Research Fellow aan de Universiteit van Oxford. Hij woonde in Caïro van 2011 tot 2016 en bezocht het Midden-Oosten intensief. Eerder publiceerde hij Koorddansers van de macht (2009), Waarom dit niet de laatste oorlog is (2022) en dit jaar: Wat je moet weten om het Midden-Oosten te begrijpen (2025) – Rudi kent Koert al een tijdje. Waar het zijn analyses van de verdringing van veel islamitisch gedachtengoed betreft, deelt hij die.
Foto Rudi Holzhauer: (Moslim Archief)

The Influence of Averroes on European Thought The Disappearance of Latin Averroism from the History of Philosophy | Koert Debeuf | Bloomsbury Publishing | 26 december 2024 | Hardback | Extent: 208 | Bloomsbury Studies in World Philosophies – De hoop en verwachting van DeBeuf en Holzhauer is een uitgave in Nederland, in een vertaling door Holzhauer. Wellicht bij Boom Filosofie.
Eindredactie: PD (Update juli 2025, oktober 2025: lay-out)

‘God bestaat niet. Hij is eeuwig’

De kritische wetenschapper wordt vaak tegenover de naïeve gelovige geplaatst. ‘In dat beeld leggen zowel de wetenschapper als de gelovige een claim op het weten.’ Filosoof Désanne van Brederode becommentarieert de denkwijze over religie als iets wat zekerheid en vastigheid biedt, zelfs tegen beter weten in. ‘Maar terwijl de wetenschapper zijn wereldbeeld blijft aanpassen,’ vervolgt Van Brederode, ‘houdt de gelovige krampachtig vast aan een almachtige godheid die je precies vertelt hoe de wereld werkt en hoe je moet leven. Het idee is dat wie gelooft zelf niet hoeft na te denken: hij wéét alles al.’

‘Geloven is geen vorm van weten maar een ­existentiële keuze
voor een leven vol onzekerheid’

(Søren Kierkegaard)

Wetenschap en religie
Wittgenstein had veel invloed op de filosofie van religie, stelt Filosofie Magazine (december 2023). Hij keert zich tegen atheïsten die stellen dat het geloof achterhaald is omdat de wetenschap betere verklaringen biedt.

Maar hij was ook kritisch op religieuze mensen die het bestaan van God proberen te bewijzen. Beide manieren van denken reduceren religie in zijn ogen tot een achterhaalde vorm van kennisvergaring.’
(FM)

Bij Wittgenstein gaat geloof niet om kennis, maar om iets anders. Hij wordt sterk geïnspireerd door de Deense filosoof Søren Kierkegaard, die stelt dat geloven geen vorm van weten is, maar een existentiële keuze voor een leven vol onzekerheid.

Godsbewijzen
Twee zienswijzen komen aan bod bij Willem B. Drees. De emeritus hoogleraar filosofie aan de Tilburg University vermeldt een rationalistische kijk op het geloof en een kijk die het geloof buiten de rede plaatst, een zienswijze die tijdens de Verlichting ontstond.

Enerzijds is er een rationalistische kijk op het geloof. Die zie je terug bij Thomas van Aquino en Baruch Spinoza. Zij probeerden allebei op hun eigen manier God in een systematisch geheel te passen en het bestaan van God rationeel te bewijzen.’ Zo leverde Aquino in zijn teksten vijf godsbewijzen, die ervoor moesten zorgen dat het bestaan van God buiten kijf kwam te staan.’
(FM)


Bestaan van God staat buiten kijf?

Godsargumenten
FM
stelt dat het volgens Immanuel Kant onzinnig is om godsbewijzen te leveren, want God kun je niet met de rede doorgronden. – God met rede doorgronden is echter niet zo zeer de bedoeling van de hedendaagse filosoof Emanuel Rutten. Hij bewijst het bestaan van God niet, maar probeert met godsargumenten het bestaan van God uit de schepping af te leiden. In zijn proefschrift onderzoekt hij kosmologische argumenten.
En in zijn nieuwe boek Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden staan acht nieuwe argumenten. Ook hierin maakt hij duidelijk dat de argumenten het bestaan van God heel waarschijnlijk maken, maar geen absolute zekerheid bieden. Bovendien, geloof in God op zichzelf vindt de filosoof al een legitieme basisovertuiging die zonder rationele argumenten intellectueel eveneens gerechtvaardigd is.

Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie. Het gaat om een argumentatie met plausibele (maar geen volkomen zekere) premissen en dus ook een plausibele (maar geen volkomen zekere) conclusie.’
(Emanuel Rutten)

Vaak wordt geloof in God weggezet als onzinnig en irrationeel, stelt Rutten in ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (2015): Door te laten zien dat er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God wil hij dit ‘frame’ doorbreken. Vooral in West-Europa worden gelovige jongeren vaak blootgesteld aan harde kritiek op hun geloof, zegt hij. ‘Door te laten zien dat geloof in God allesbehalve irrationeel is, kan men dat soort gesprekken een stuk geïnformeerder ingaan dan nu helaas vaak het geval is.’

Geloven met hart en rede
God is zowel een kwestie van het hart als van het verstand, zegt Rutten in Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Die uitspraak vind je terug in de titel van het interessante en uitgebreide artikel in Filosofie Magazine: Geloven met hart en rede (december 2023). Dit besteedt vooral aandacht aan Denken over geloven – Van moderne zekerheid tot agnostische terughoudendheid van Willem B. Drees, en Wittgenstein on Religious Belief van Genia Schönbaumsfeld.

Wittgenstein komt geregeld aan het woord en die stelt dat als je van religie een wetenschappelijke kwestie maakt, geloof tot een vorm van bijgeloof verwordt, tot een soort achterhaald magisch denken. Religieuze verhalen zijn namelijk nooit wetenschappelijk aannemelijker dan een goed geteste hypothese.’

Daarom, zegt Schönbaumsfeld, verzet Wittgenstein zich zowel tegen atheïsten die religie onderuit proberen te halen met wetenschappelijke argumenten als tegen religieuze mensen die zeggen dat religie een sluitende verklaring voor de wereld biedt. Beide kampen reduceren geloof volgens hem tot slechts één functie: de wereld verklaren.’
(FM)

‘Bestaan’
Het woord ‘bestaan’ duidt volgens Wittgenstein meestal op tijdelijk bestaande dingen, zoals een kat, een tafel of een mens.

Alles wat bestaat, heeft ooit niet bestaan en zal op een dag ophouden te bestaan. Maar God niet. In de definitie van God zit al besloten dat hij noodzakelijk en eeuwig bestaat. God móét bestaan, anders is Hij God niet meer.’ 
(Schönbaumsfeld)

God is geen aanwijsbaar ‘iets’
Wittgenstein wil dus laten zien dat God geen aanwijsbaar ‘iets’ is zoals een mens, een kat of een tafel. Hij verwijst bij dit punt volgens Schönbaumsfeld naar de protestantse filosoof Søren Kierkegaard.

Kierkegaard schrijft: “God bestaat niet. Hij is ­eeuwig.” Hij bedoelt hiermee: wat eeuwig is, bestaat niet, of in elk geval niet zoals jij, ik en de dingen om ons heen bestaan.’

Bronnen:
* Geloven met hart en rede – Volgens Kant, Wittgenstein en Kierkegaard draait geloven helemaal niet om zekerheid – integendeel. (Femke van Hout, Filosofie Magazine, nr. 12, december 2023)
* ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (Goden En Mensen, 2015)

Beeld: De Pilaren der Creatie. 2022. Webb, in nabij-infrarood licht. (Afbeelding van NASA, ESA, CSA, STScI; J. DePasquale, A. Koekemoer, A. Pagan (STScI.)
Beeld Bestaan God: Lucepedia (Tilburg School of Catholic Theology – Tilburg University)
Update 28012024

Zoektocht naar zingeving in het techtijdperk

Filmmaker Hans Busstra vindt het naïef om te denken dat we zonder geloof kunnen. Hij heeft zich nooit senang gevoeld bij dat materialistische wereldbeeld, een koud, ontzield verhaal. Busstra is altijd op zoek gebleven naar een vorm van zingeving. In zijn indrukwekkende VPRO Tegenlicht-documentaire Technologie als religie van afgelopen zondag praat Busstra met mensen die volgens hem juist in materialisme en technologie een nieuw geloof vinden: dataïsme.

Het geloof dat alles ter herleiden is tot bits en bytes hangt volgens Busstra samen met de materialistische grondbeginselen van de moderne wetenschap: met de overtuiging dat slechts materie bestaat en dat uiteindelijk ook bewustzijn of ‘ziel’ het product is van fysieke processen, aldus Hans van Wetering in zijn artikel Dood aan het dataïsme.

Het wereldbeeld achter het dataïsme is dat van het materialisme. Het gaat ervan uit dat er een objectieve buitenwereld bestaat die we kunnen observeren, meten, beschrijven, en dat we, als we al die kwantitatieve beschrijvingen goed hebben, alles hebben verklaard. Ik wil laten zien dat het een aanname is, een geloof, en helemaal geen harde wetenschap.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

Het materialisme heeft de wereld ontzield door te stellen dat God niet bestaat. Dat levert een grote zingevingscrisis op in het Westen, kijk maar naar de depressiviteit en leegte die gepaard gaan met zo’n wereldbeeld. NRC interviewde Hans Busstra.

Wat ik ironisch vind, is dat we nu met datzelfde materialisme de wereld weer proberen te bezielen. Het lijkt erop dat we religieuze wezens zijn en dat die religieuze aspiraties een weg zoeken – dat komt nu tot uiting door technologie.’
(NRC)

Voor Busstra lijkt het wel het menselijke noodlot dat we in de wens de mens te verheffen onszelf nu in een chaos storten.

Dat is de afgelopen twintig jaar wel gebeurd. We moeten kijken naar wat we als Westen allemaal weggegooid hebben sinds de Verlichting. De religies waren er niet alleen om de werkelijkheid te verklaren, maar ook om richting en zin in het leven te geven. En dat doet technologie vooralsnog niet.’
(NRC)

ITechnologie als religie komt Busstra er al snel achter dat het dataïsme hem persoonlijk vreugde noch troost brengt. Van zingeving is hoe dan ook geen sprake.

Integendeel zelfs, het dataïsme staat zingeving volgens hem in de weg. ‘Het idee dat ik kreeg toen ik die uitzending maakte was: we hebben allemaal wel heel veel kritiek op het machtsmisbruik van die techbedrijven, we bekritiseren de uitwassen – vergelijk het met kritiek op seksuele misstanden in de katholieke kerk – maar ondertussen zitten we zonder dat we het weten nog steeds in haar dogma’s gevangen.
Wil je verandering teweeg brengen dan moet je echt de dogma’s bekritiseren en zeggen: dat is volgens mij gewoon onzin. Wat je nodig hebt is een heuse reformatie. Ik hoop met de uitzending daar een steentje aan bij te dragen.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

In NRC vraagt Casper van der Veen of Busstra via technologie alsnog bij een metafysische werkelijkheid denkt te komen.

We komen nu door middel van die technologie en onze inzichten in de aard van de werkelijkheid tot het besef dat ons bewustzijn misschien geen materialistisch proces is. Dat leidt weer tot een nieuwe metafysica, maar wel dankzij die technologie. Dat vind ik interessant, maar we moeten ons er wel altijd van bewust zijn dat het naïef is om te denken dat we zonder geloof of metafysische aannames kunnen.’
(NRC)

Zie: Tech als religie: ‘Met het geloof in data verkopen wij onze ziel’ (NRC)

Kijk terug: Zo 24 jan 22:10 | Seizoen 2021 | Afl. 3 | Technologie als religie | ‘Godsdienst heeft een nieuwe concurrent: dataïsme. De belofte is een paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven en geluk schenkt. Een zoektocht naar zingeving in het techtijdperk. Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme, de overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data. De belofte is een programmeerbaar paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven, geluk en schoonheid schenkt. Wat betekent het dataïsme voor de toekomst van religie en spiritualiteit?’ (VPRO)

Zie ook: Dood aan het dataïsme (Hans van Wetering, VPRO-gids, nr. 4)

Beeld: Hans Busstra (VPRO)
Still uit Technologie als religie: ‘We staan hier in ‘What a beautiful loving world’, een installatie van het Japanse kunstenaarscollectief Team Lab. Het wil laten zien hoe AI uiteindelijk mens, natuur en techniek dichter bij elkaar zal brengen.

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

Voor God is alles mogelijk, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

‘God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waatheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere
Update 02022025 (Lay-out)

‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)

Non-dualisme als nieuwe wereldorde

Non-dualisme4 AUM betekent allesomvattend. Eenheid. IngesSaraswati.com

Kan dat eigenlijk wel? Non-dualisme als nieuwe wereldorde? Het zou dan zoiets als ‘verlichting voor iedereen’ betekenen. Dat klinkt utopisch, geconditioneerd opgegroeid als we zijn in deze dualistische wereld. Bioloog en filosoof Douwe Tiemersma formuleert voorzichtiger als hij zegt dat ‘uitgaande van de dualiteit sommige omstandigheden wel nuttig blijken te zijn om minder vast te gaan zitten in de oude identiteit en structuren en om zo meer open te gaan staan voor non-dualiteit.’ Zijn ideeën zouden een goede basis of startpositie kunnen zijn. Er is nogal wat werk voor nodig, werken aan jezelf, en niet te vergeten aan de wereld, want verlichting is uiteindelijk goed voor iedereen.


– Deel 4  (slot) –


Non-dualisme wordt, zoals al gezegd, een weg van bevrijding genoemd. Volgens Tiemersma verwijst non-dualisme ‘naar een zijnservaring waarin niets gescheiden is van jezelf. Deze ervaring zou gemakkelijk optreden bij ontspanning. Dan verdwijnen de scheidingen tussen jezelf en het andere en de anderen’. Deze realisatie van non-dualiteit zou praktische gevolgen voor het leven en samenleven kunnen hebben.

‘Alle interne en externe conflicten ontstaan door scheidingen. Als de scheidingen wegvallen is er heelheid zonder problemen.’

Als visie is, volgens Tiemersma, non-dualisme een mens- en wereldbeschouwing waarin de grenzen en scheidingen, tussen de ik en de ander, lichaam en geest, de micro- en macrokosmos, subject en object, mens en God, gezien worden als aangeleerd en betrekkelijk.

In de praktijk van het dagelijkse leven is het maken van scheidingen de oorzaak van veel problemen, zowel in het individu als in de samenleving. Steeds ontstaan conflicten als het één tegenover het andere wordt gesteld, als de ene mens tegenover de ander komt te staan. Gescheidenheid is de bron van alle conflicten. De oplossing van de problemen ligt dus in de radicale relativering van de scheidingen en de zijnservaring van een groter geheel waarin alles en iedereen is opgenomen. Daarin blijven wel de verschillen, maar deze verbreken de eenheid niet’.

Om het ‘groter geheel’ te kunnen ervaren is dus veel meer nodig. Een ‘heldere, open en reflexieve aandacht, een diepe ontspanning en de nabijheid van ‘iemand’ waarin de non-dualiteit duidelijk wordt ervaren’, zoals je bijvoorbeeld voorgehouden wordt, surfend op internet. Ideeën en cursussen kan je er volop vinden, zoals satsangs (ontmoetingen in de waarheid die je bent); meditatie; retraite; leren leven in het moment; massage; yoga, enz. enz.

Volgens Tiemersma kan non-dualiteit worden gekend als een sfeer waarin jezelf en het andere probleemloos samengaan. De ervaring van non-dualiteit is dan ook een eerste-persoons zijnservaring die intern, inclusief, direct en zeker is.

Je moet dus vooral zelf aan het werk: jezelf goed leren kennen. En het kan helpen je dan ook te verdiepen in tradities als het boeddhisme, het daoïsme, de joodse en christelijke mystiek en het soefisme, want daarin is de non-dualistische visie aanwezig als hoogste waarheid. En bijvoorbeeld jnana yoga bestuderen: de leer van non-dualiteit.

Een leraar vinden kan helpen om jezelf te zoeken. En ieder mens zou dat dan moeten doen. Om uiteindelijk zelf en samen te ontdekken dat de wereld in de grond non-dualistisch van aard blijkt; dat alles met alles te maken heeft; iedereen met iedereen; dat de ultieme werkelijkheid ongescheiden blijkt, een eenheid.

Renard stelt dat wanneer er geen grenzen meer zijn tussen jezelf en de ander, er geen oorlog meer kan zijn.

Oorlog gaat altijd om grenzen, maar als alle grenzen verdwijnen, verdwijnt daarmee ook oorlog. In het openkomen wordt de ander liefdevol geaccepteerd. In de openheid van jezelf mag alles er zijn, alles wordt geaccepteerd. Juist doordat het open is, is er veel meer dan ooit mogelijk. Er komen veel meer onverwachte mogelijkheden.’

Een utopie voor bijna 7,8 miljard mensen? Toch zou ik zelf als eerste stap ernaar toe een bekend gezegde willen parafraseren: Non-dualisme in de wereld, begin bij jezelf.

Bronnen:
* Non-dualisme
, Philip Renard, Felix Uitgeverij, 2005
* Handboek Non-duale coaching, Alexander Zöllner, uitgeverij Inzicht, Hillegom, 2017
* ‘Non-dualisme geeft denkruimte’ Trouw, Marije van Beek, 2012
* Weg met het dualisme van lichaam en geest, Stine Jensen, joop.bnnvara.nl
* Sanskrietteksten die de non-duale werkelijkheid van het individu en de wereld beschrijven. Ze vormen het laatste deel van de Veda’s (De heilige boeken van het hindoeïsme.)
* Non-dualiteit, Douwe Tiemersma, Advaita Centrum
* Non-dualistisch christendom, Charles Steur, uitgeverij Elikser

Zie
Deel 1: Non-dualisme, een weg van bevrijding
Deel 2: Non-dualisme, het ervaren van eenheid
Deel 3: Non-dualisme, de grondslag van alles

Beeld: AUM betekent allesomvattend. Eenheid. 

Non-dualisme, de grondslag van alles

Non-dualisme3 Eenheid van het alles verbondenheid hediye fabrikasi blog

Speurend naar non-dualisme kom ik weer bij het begrip advaita. Advaita is een woord uit het Sanskriet. In de Indiase Upanishaden (8e eeuw v.Chr.) wordt over advaita gesproken – ‘a’ is afwezigheid, van ‘dvaita’ komen onze woorden duaal (tweeledig) en duo (twee).


– Deel 3 –


In de Upanishaden wordt non-dualiteit gezien als het begin van alles. Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft non-dualiteit de grondslag van alles.’ ‘De beschrijving van advaita (geen tweeheid) of non-dualiteit komt uit de mondelinge overdracht van asceten en Rishis (zieners) uit India en is via een lange traditie van leraren overgedragen.’

Het komt mij voor dat de westerse wereld, voordat we dualistisch gingen denken, ook min of meer non-dualistisch van aard genoemd kan worden, ook al had niemand nog van advaita gehoord. Waren we toen niet met z’n allen non-duaal één, samen met God? Zijn we langzamerhand van het eenheidsdenken verdwaald geraakt?

De kloof tussen de materiële wereld en de spirituele wereld werd steeds groter,’ zegt Van der Braak. ‘Filosoof Charles Taylor beschrijft in A Secular Age de ontwikkeling van het middeleeuwse denken, waarin de wereld totaal bezield en doortrokken is van God, naar de huidige tijd waarin we dualistisch denken. Dat ging niet in één keer, maar stapje voor stapje.’

Dualisme houdt zich bezig met tegenstellingen, zoals lichaam – geest, god – mens, man – vrouw. Filosoof Stine Jensen vindt het dualisme hardnekkig:

Het denken in tegenstellingen, binaire opposities, beïnvloedt nog altijd sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop wij innerlijke conflicten ervaren en beschrijven: ons gevoel wil het een, maar het verstand het ander.’

Is het dan zo dat, ook wat religie betreft, we toch dualistisch zijn blijven denken? Volgens Renard gaat de dualistische benadering in de verschillende godsdiensten ervan uit dat God en mens twee totaal verschillende entiteiten zijn (en blijven), terwijl non-dualisme als kernboodschap zowel voorkomt in het boeddhisme, hindoeïsme als taoïsme. Volgens de oud-benedictijner monnik Charles Steur is

De werkelijkheid non-dualistisch, dat wil zeggen niet-twee, maar een oorspronkelijke, ongedeelde eenheid, waar al wat bestaat toe behoort. De mens die zich bewust is van deze eenheid, ziet dat de werkelijkheid samenvalt met wat in het christendom wordt aangeduid als God. Buiten God is er niets, Hij is alles in allen.’

Zie:
Deel 1
Non-dualisme, weg van bevrijding

Deel 2 Non-dualisme, het ervaren van eenheid

Beeld:  Het teken voor infinitief. Oneindig. (hediyefabrikasi.blog)

Laatste en vierde deel: 6 mei

Non-dualisme, het ervaren van eenheid

non-dualiteit=hetnlpcollege.nl

Non-dualisme (het ervaren van eenheid), misschien populair geworden door het zenboeddhisme, weerklinkt steeds meer in de westerse wereld, zeker in die van de nieuwe spiritualiteit. Zou het kunnen dat deze oorspronkelijk hindoeïstische filosofische stroming, ook wel advaita, genoemd (niet-tweeheid, openheid) om die reden een relevante gedachte is geworden?


– Deel 2 –


Kan non-dualisme ook een antwoord kan zijn op religie dat wereldwijd in het verleden en heden, tot conflicten kon en kan leiden? Swami Vivekananda – de eerste hindoe die de universele boodschap van de spiritualiteit voor een groot westers publiek bracht – zei hierover (in 1896) dat…

‘…het nu eenmaal in de aard der dingen ligt dat dualistische religies vechten en ruzie maken met elkaar, dat hebben ze altijd gedaan. (…) Laten we de harmonie proberen te vinden die non-dualisme ons brengt’.

De ware staat van de mens
V
olgens Renard heerst er echter in het christendom – maar ook in het jodendom en de islam – een algeheel klimaat waarin juist de non-dualistische benadering herkend wordt als het allerbelangrijkste gegeven van het bestaan. Hij verwijst naar een zin van Jezus als ‘Ik en de Vader zijn één’. Dat duidde volgens hem op Jezus’ zicht op de ware staat van de mens.

Eigen god net iets beter
E
chter, al in een kerkelijke verklaring in 325 A.D. op het concilie van Nicea, werd uitsluitend Jezus beschouwd als één met God, en niemand anders.
Helaas denken de verschillende religies bovendien dat zij toch nèt iets van elkaar verschillen, en dat hun eigen god nèt iets beter is dan de andere, of in ieder geval een betere boodschap heeft gestuurd. Renard noemt dit een niet-beseffen dat het hier om concepten gaat als wortel van alle conflicten, die hij ziet als de grondoorzaak van alle godsdienstoorlogen.

Interpretatie
Z
ouden we religies terug moeten brengen naar hun non-dualistische staat? Volgens Renard is er nu geen klimaat waarin het non-dualistische als het meest wezenlijke wordt herkend. Zelf ziet hij ‘Besef van non-dualiteit’ als kiem of wortel van alle religies. Hij ziet dat bijvoorbeeld in uitspraken van Jezus (‘Ik en de Vader zijn één’), maar door de interpretatie hiervan ontstonden al verschillen.

‘Doe het goede’
H
et oorspronkelijke ‘non-dualistische Besef’ zou in gedrag kunnen worden vertaald, maar de verschillende religies hebben echter adviezen en richtlijnen ontwikkeld, die in de loop van de tijd volgens Renard helaas zijn uitgegroeid tot bouwwerken van normen en codes, vaak in strijd met elkaar. Hij lijkt zich getroost doordat ‘de eenvoud van één klemtoon overblijft, die neerkomt op: ‘doe het goede’.

Beeld: ‘Niets staat los van elkaar – dit geldt niet alleen voor tegenpolen, maar voor alles’ (hetnlpcollege.nl

Zie deel 1: Non-dualisme, weg van bevrijding

(Wordt vervolgd met deel 3 (5 mei) en 4 (6 mei) 

Non-dualisme, een weg van bevrijding

non.dualiteit2civismundi.nl

Bevrijding van de onvrede met het bestaan, met het huidige moment, met de huidige gedachte, zo zegt Philip Renard het in zijn boek Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg. Wat non-dualisme precies betekent is niet direct helder te krijgen, al wordt het soms voorgesteld als antwoord op onze westerse, dualistische manier van denken. Dat zou volgens Renard aandacht verdienen omdat non-dualisme door zijn radicaliteit het enige is dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.


– Deel 1 –


Advaita Vedanta
R
enard ‘doorliep’ de weg van de Advaita Vedanta: een spirituele traditie afkomstig uit India, en maakt onderdeel uit van de Vedische traditie, gebaseerd op de Veda’s, de oudste geschriften van de wereld en de basis van de Indiase cultuur.

Een weg van bevrijding
S
piritueel leraar Alexander Zöllner stelt in zijn Handboek Non-duale coaching dat non-dualiteit geen object is en we er, alleen al om die reden, feitelijk niets over kunnen zeggen. Maar toch zijn diverse omschrijvingen te vinden van non-dualisme, waarvan ik er hier enkele geef:

Een van de klassieke Indiase wegen om verlichting te bereiken’; ‘advaita’; ‘de werkelijkheid die zich als tweevoudig aan ons schijnt voor te doen’; ‘verlichting’; ‘de ervaring dat er geen tegenstelling is tussen ik en niet-ik’; ‘de ervaring van eenheid’; ‘een weg van bevrijding’.’

Filosofie van India
H
et begrip non-dualisme kom je vooral tegen in de filosofie van India. Volgens een van de vele beschrijvingen van non-dualisme zou dit echter niet zozeer een filosofie zijn, maar een weg van bevrijding. Tegengesteld aan het dualisme. Een weg van bevrijding… dat klinkt beloftevol en hoopvol in onze wereld van conflicten, als mogelijk effect van dualistisch denken.

Descartes
B
ij dualisme komen we al gauw bij Descartes terecht. Deze 17e-eeuwse filosoof kwam al denkend tot de conclusie dat geest en lichaam twee aparte werelden waren, omdat hij alleen met zijn geest tot de conclusie kwam dat hij bestaat omdat hij denkt: Cogito ergo sum. Zo kwam hij tot denken (geestelijk) en uitgebreidheid (materieel, lichaam). Het dualistische van Descartes zit hem dus in zijn strikte tweedeling van het materiële en het geestelijke. Door hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit André van der Braak wordt de tegenstelling tussen non-dualisme en dualisme een heet hangijzer in de filosofie genoemd. ‘Door Descartes was het dualisme eeuwenlang zeer succesvol. Maar het monisme is met een opmars bezig,’ zei hij destijds in het artikel Non-dualisme geeft denkruimte, in Trouw:

Non-dualisme levert veel ruimte op in je denken, meent Van der Braak. ‘Uitgaan van tegenstellingen zorgt voor een soort verkokerde manier van kijken. Als je die tegenstellingen los kunt laten, komt een groter gedeelte van de werkelijkheid bij je binnen. Want je sluit veel buiten door alles meteen in categorieën te willen indelen.’

Een goed voorbeeld van zaken die we graag meteen categoriseren, zijn emoties. ‘Een gevoel is goed of fout, prettig of naar. Terwijl het kan helpen te denken: deze ervaring is noch goed noch slecht, maar gewoon een ervaring die ik meemaak. Met kunst is het net zo. Een schilderij op je in laten werken, zonder het meteen mooi of lelijk te noemen, levert een veel rijkere ervaring op.’

Religie
Is non-dualisme een oplossing voor de niet altijd zo positieve invloed van religie in de wereld, ook gezien de aversie vanuit de seculiere wereld richting religie, en de onderlinge strijd tussen religies zelf? Immers, non-dualisme is door zijn radicaliteit het enige dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.

Dualisme
V
olgens Van der Braak is dualisme de natuurlijke vijand van non-dualisme. Want daar geldt dat de werkelijkheid uit goede en kwade krachten bestaat – God en duivel bijvoorbeeld. Descartes maakte ook een fundamenteel onderscheid tussen het menselijk bewustzijn en de werkelijkheid. Dit gedachtegoed is in het Westen heel invloedrijk geweest. Het monisme zet hier eenheid tegenover: geest en lichaam zijn één.

Descartes en Spinoza
J
e zou hier, om het verschil te verduidelijken, Spinoza en Descartes tegenover elkaar kunnen zetten. Spinoza als monist en Descartes als dualist. Spinoza ging er vanuit dat niets zelfstandig kan bestaan: alles is van elkaar afhankelijk, alles is onderdeel van één groot proces (God of de Natuur.) Descartes onderscheidde lichaam en geest, maar dacht wel dat de verbinding ertussen geschiedde door de pijnappelklier: op die plek zouden denken en lichaam op elkaar inwerken. Hierbij speelde volgens hem God een rol. Voor Descartes bestond de mens uit twee substanties: lichaam en geest. Volgens Spinoza is er maar één substantie. God of de Natuur: voor hem is dat hetzelfde.

Dualisme hardnekkig
V
olgens filosoof Stine Jensen is Descartes dood, maar het dualisme hardnekkig. Mensen denken in tegenstellingen, en dat beïnvloedt sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Zou non-dualisme – in onze tijd – als ‘weg van bevrijding’ – inderdaad een gewenst en effectief antwoord kunnen zijn op ons dualistisch denken dat de westerse mens beheerst? Die denkwijze lijkt immers steeds tot conflicten tussen mensen onderling en/of tussen groepen te leiden.

Deel 2: Non-dualisme, het ervaren van eenheid
Deel 3: Non-dualisme, de grondslag van alles
Deel 4: Non-dualisme als nieuwe wereldorde

Bronnen:
* Non-dualisme, Philip Renard, Felix Uitgeverij, 2005
* Handboek Non-duale coaching, Alexander Zöllner, uitgeverij Inzicht, Hillegom, 2017
* ‘Non-dualisme geeft denkruimte’ Trouw, Marije van Beek, 2012
* Weg met het dualisme van lichaam en geest, Stine Jensen, joop.bnnvara.nl
* Sanskrietteksten die de non-duale werkelijkheid van het individu en de wereld beschrijven. Ze vormen het laatste deel van de Veda’s (De heilige boeken van het hindoeïsme.)
* Non-dualiteit, Douwe Tiemersma, Advaita Centrum
* Non-dualistisch christendom, Charles Steur, uitgeverij Elikser

Beeld: civismundi.nl