Twitteren is exhibitionistisch meebewegen op de waan van de dag


‘Ik moet wel toegeven dat twitteren iets verslavends heeft. Ik denk wel eens: misschien moet ik die telefoon eens een dag uitlaten. Een soort Twittersabbat. Dat zou heel heilzaam kunnen zijn.’ Dat vindt Abeltje Hoogenkamp, stadpredikant in Amsterdam en bedenker van de Preek van de Leek. Inmiddels is ze om en twittert er lustig op los, noteert Stijn Fens in de rubriek ‘Theologisch Elftal’ van Trouw.

Als een echte predikant kan zij het echter niet laten om een preek(je) af te steken tegen te veel getwitter. Toch zegt Hoogenkamp dat Twitter een positief medium is. ‘In deze tijd van gezeur en geklaag, is dat een voordeel. Het is een complimentenmachine. Als je iemand toch dist (twittertaal voor beledigen), word je ontvolgd en is het ook meteen afgelopen.’

Wim van Vlastuin, rector en docent aan het seminarie van de Hersteld Hervormde Kerk aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, staat het exhibitionistische karakter van twitteren tegen. – Hij maakt het getwitter wel heel groot: ‘Ben ik nou echt zo interessant dat de hele wereld dit moet weten? Nee dus.’ De hele wereld? Zeven miljard volgers? Twitter is bovendien zo’n vluchtig medium dat je amper gezien wordt. Twitteren ‘exhibitionistisch’ noemen is onzin. Op de preekstoel staan heeft dan veel meer het karakter van exhibitionisme.

Eng hoor, Van Vlastuin en Hoogenkamp blijven dominees, nu moet er weer een gedragscode ontwikkeld worden voor twitteren, vinden ze. ‘Een kerkelijke gedragscode voor twitterende dominees mag er best komen, vinden ze. Volgens Vlastuin is ‘twitteren meebewegen op de waan van de dag. Het Koninkrijk Gods kenmerkt zich door rust.’ Hoor, weer die domineestoon. Rust, sabbat, exhibitionisme. Op die manier verklaren de dominees twitteren tot exhibitionistisch meebewegen op de waan van de dag! Laat dat twitteren toch zijn eigen ontwikkeling doormaken, zonder er weer direct regeltjes, normen en waarden op los te laten.

Hoogenkamp weet niet of Jezus zou twitteren… Ik weet het wel zeker, hij zou alle sociale media gebruiken die er waren, eigen blogs hebben of meer dan dat: een eigen wereldwijde internetkrant in alle talen. Hij zou televisiestations bezitten en satellieten. Om zijn wederkomst vorm te geven en leiding te geven aan de renovatie van de wereld die dringend nodig is.

Jezus zou dag en nacht twitteren en een Facebook-pagina lanceren om te laten weten dat alles nieuw wordt, de hemel en de aarde. Hij zou er niet om malen of ze hem exhibitionistisch noemen en zich zeker geen Twittersabbat op laten leggen.

‘Van God getuig je dag en nacht,’ zou hij twitteren.  En Jezus sprak tot hen: ‘Ik leg u de vraag voor, of het geoorloofd is op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of verloren te doen gaan.’ (Lucas 6:9)
Hij sloot zelfs niet uit dat het einde van de wereld op een sabbat zou vallen.

Foto:  limburgonderneemt.nl

Zie: Een soort Twittersabat zou heilzaam zijn (Trouw)

Fundamentalist? Ik?


‘Vrijheid van levensovertuiging vind ik een van de grondwaarden in onze samenleving,’ zegt filosoof Herman Philipse, de schrijver van het Atheïstisch Manifest (1995). Philipse vindt dat anderen het recht hebben om volgens hun eigen overtuiging te leven. – Religie is volgens hem echter onredelijk. Levensovertuigingen niet, terwijl sommige levensovertuigingen toch echt wel erg onredelijk kunnen zijn. Maar Philipse heeft het niet zo op religie.

Bovenstaand citaat van Philipse is opgenomen in het vorige maand verschenen boek De fundi-factor van Nederland, op zoek naar hedendaags fundamentalisme. Dit boek volgt op een maandenlange queeste van redacteuren van Trouw die op zoek waren naar hedendaags fundamentalisme. ‘De tocht voerde van orthodoxe joden in Nederland, langs een hindoevoorganger in Den Haag die de reputatie heeft ultrafundamentalistisch te zijn, naar bijeenkomsten van ‘nieuwe spirituelen’.

Zelfs zij, bekend om hun ‘alles mag-mentaliteit’, bleken fundamentalistische trekjes te vertonen. Ook ontwikkelde Trouw samen met de Vrije Universiteit een online zelftest, waarin deelnemers hun fundamentalistische gehalte kunnen ontdekken. De resultaten van die test worden in dit boek geanalyseerd door Joke van Saane.’

Pauline Weseman: ‘Het was opvallend om de schrikreacties te horen en lezen van mensen met een hoge score in de Funditest. Fundamentalist? Ik? Mijn indruk is dat de ingevulde antwoorden in de funditest soms meer lijken te zeggen over wie we willen zijn dan wie we werkelijk zijn. Neem bijvoorbeeld de vraag of je jouw levensovertuiging te prefereren vindt boven die van anderen. Een meerderheid van de mensen – 61% – vulde daar ‘oneens’ in.’

Weseman (1972) is journalist, docent en religiewetenschapper. Zij schrijft onder meer voor Trouw en doceert levensbeschouwing in het hoger en voortgezet onderwijs. Haar boek over fundamentalisme verscheen bij uitgeverij Meinema.

Zie Theoblogie:
Een fundamentalist is altijd de ander – door Pauline Weseman