‘Verwetenschappelijking gevaar voor geloof’

ikdenkdusikgeloof
‘We moeten weer terug naar de kinderlijke onbevangenheid, alleen dan kan er nog toekomst zijn voor het christendom in het westen.’ Aldus D. Koole in het artikel Kerk moet weer leren geheimen te spellen. Terug naar de onbevangenheid waardoor dominees en priesters het volk, dat veelal laag opgeleid was en weinig wetenschappelijk inzicht had, konden bespelen? En dan weer op de kansel orakelen over de geheimen van God en zo het volk kinderlijk klein houden, opdat zij God vrezen?

‘Wij hebben geleerd en aangewend de werkelijkheid die zich aan ons voordoet uit te pluizen en onze waarnemingen te objectiveren. Dat is uitgangspunt van ons denken geworden, wat heeft geleid tot het doorbreken van mythologische en theologische kaders. Wij zijn meesters geworden in het ordenen van kennis en in het beschouwend denken.’ (D. Koole)

Het artikel van een ouderling in het Reformatorisch Dagblad geeft te denken. Je hebt eerst de neiging om ‘onzin!’ uit te roepen, maar aan de andere kant is de verwetenschappelijking die Koole ziet, misschien wel de oorzaak ervan dat mensen het zicht verliezen op de mystieke en spirituele kanten van religie. En meegaan in het valse idee dat de wetenschap steeds weer bewijst dat God niet bestaat of niet nodig is.

‘Te hopen is dat allereerst in de plaatselijke gemeenten, maar ook in de andere verbanden van het brede kerkelijk leven, de door hoogmoed, zelfgenoegzaamheid, eigenzinnigheid en puur intellectualistisch denken aangekoekte en vastgeroeste denkbeelden worden doorbroken.’ (DK)

Het is wel gek om te lezen dat iemand van de kerk tekeer gaat tegen vastgeroeste denkbeelden. Die kwamen nog niet zo lang geleden eerder van de kansel dan van de wetenschap.

‘Anders gezegd: zijn wij in de kerken door ons denken niet zodanig versteend dat de diepste waarheden van het geloof geen kans meer krijgen om in ons leven door de werking van de Heilige Geest werkelijk tot gelding te komen?’ (DK)

De wetenschap doet echter juist zijn best om vastgeroeste denkbeelden te doorbreken met steeds weer nieuwe inzichten. Filosofen als Emanuel Rutten krijgen het zelfs voor elkaar om op wetenschappelijke wijze God juist terug te halen vanonder de onttoverende seculiere deken die religie tracht te smoren.

‘Wanneer de hoog ontwikkelde systematische wetenschapsbeoefening op het terrein van het geloof in het Westen zich niet mengt met de milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken en waarin zo veel ruimte wordt gelaten voor het besef dat de Heere ons bij veel zekerheden toch ook nog veel te raden heeft overgelaten, dan kan het niet anders of men komt in de kerk voortdurend met elkaar in aanvaring.’ (DK)

Er is duidelijk werk aan de winkel voor de kerken om die ‘diepste waarheden van het geloof’ terug te geven aan de gelovigen in plaats van uit armoe de schuld te leggen bij de verwetenschappelijking. Dat betekent wel dat de geestelijkheid het volk vooral de mystiek en de spiritualiteit leert, de dogma’s en de starheid van religie voorbij. Spréék dan vanaf de kansel – of liever nog via de (sociale) media – over die gewenste ‘milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken’. Voordat de laatste gelovige de kerkdeur achter zich dichtsmijt.

Zie: Kerk moet weer leren geheimen te spellen

‘Toekomst religie zal mystiek-introspectief zijn’

Dat voorspelde Simon Vestdijk al in 1947, in De toekomst der religie. Volgens filosofe Welmoed Vlieger lijkt die voorspelling te zijn uitgekomen, getuige de groeiende aandacht voor mystieke geschriften en contemplatie. Maar, vraagt ze zich vervolgens af, waarom zijn kerken en levensbeschouwelijke organisaties over het algemeen maar niet in staat, of bereid, zich met deze ontwikkelingen te verbinden, er een huis voor te bieden?

De behoefte aan (met name ondogmatische vormen van) spiritualiteit en zingeving is vandaag de dag enorm. Steeds meer mensen hebben geen eenduidige levensbeschouwelijke identiteit, maar putten voor hun zingeving uit verschillende religieuze bronnen en wijsheidstradities.’ 

Vlieger vraagt zich af of dit knip- en plakwerk is of diepere inspiratie. En hoe het zit met de religieuze ervaring? En de evolutie in de godsdiensten? Is de evolutie, deze oer-ervaring inmiddels, samen met de door Nietzsche in 1882 doodverklaarde God, geheel en al voorbij geschreden? Schuilt die evolutie…

‘…in het feit dat we inmiddels, op basis van voortschrijdend natuurwetenschappelijk inzicht, spreken van Inspirerende Verhalen in plaats van Waarheid, als het om de heilige schriften gaat?’

Kerken en levensbeschouwelijke organisaties verliezen in snel tempo aan terrein, zegt Vlieger, maar intussen raken en inspireren mensen als bijvoorbeeld de Dominicaanse monnik Meister Eckhart de geseculariseerde mens. De filosoof en mysticus geniet meer belangstelling dan ooit tevoren. Vlieger legt die belangstelling voor Eckhart uit aan de hand van twee ‘sleutels’ waarmee de filosoof zich bedient, namelijk ‘bezieling’ en ‘techniek’. Bezieling die altijd samenvalt met iets omvattends, iets wat je inspireert en raakt. Bezieling die wortelt in ontvankelijkheid, openheid. 

Levensbeschouwelijke communicatie is in het beste geval bezielde communicatie, die niet invult, uitlegt of voorschrijft maar ruimte schept voor beide elementen en zo de aanraking met het numineuze of heilige opnieuw mogelijk maakt.’ 

Die levensbeschouwelijke communicatie vraagt om een andere insteek of techniek die Vlieger, opnieuw aan de hand van Meister Eckhart, toelicht. 

Communicatie gebeurt niet in en voor jezelf maar in relatie tot de ander. Er moet nog iets bijkomen om bezieling een uitlaatklep te geven, ‘over te laten stromen’, zodat ook de ander er door uitgenodigd wordt, eraan kan deelnemen.’

De crisis waar kerken en levensbeschouwelijke organisaties in gevangen zitten, vraagt volgens Vlieger om nieuwe taal- en communicatievormen.

Medewerkers van levensbeschouwelijke organisaties hebben nog weinig voeling met de – vaak in ouderwetse en hoogdravende bewoordingen geformuleerde – missie of doelstelling. Het wordt steeds moeilijker aanknopingspunten te vinden tussen de eigen identiteit en de snel veranderende wereld ‘out there’. In de kerken neemt de rol van de Bijbel en het gebed af en doet men verwoede pogingen om het instituut van nieuwe inhoud en elan te voorzien, tot nog toe zonder veel succes. Dat de kerken in rap tempo leeglopen en inmiddels bij dozijnen worden verkocht en gesloopt is oud nieuws.’ 

Vlieger stelt dan ook dat statisch geworden overtuigingen, structuren, praktijken en bijbehorend jargon moeten worden opgegeven of desnoods opgeschort.

Concreet houdt dit de uitdaging in dat we die ene specifieke taal- en communicatievorm  even laten voor wat het is en ons oprecht (en oordeelloos!) verdiepen in de belevingswereld, de dilemma’s en achterliggende waarden van anderen. De nieuwe taal- en communicatievormen die hieruit ontstaan, zijn niet zozeer gericht op het overbrengen van een boodschap maar op het creëren van verbinding, het betekenis geven aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke ontwikkelingen en het scheppen van transformaties.’ 

Bron: ‘God is een woord dat zichzelf spreekt’ – levensbeschouwelijke communicatie in een nieuwe tijd (Welmoed Vlieger)

Foto: PD

welmoed-vlieger

Welmoed Vlieger (1976) (foto: Twitter) studeerde Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is sinds 2009 voorzitter van de Vrije Gemeente. Welmoed houdt zich – via onderzoek en het geven van lezingen en cursussen – bezig met het grensvlak tussen filosofie en mystiek, tussen fictie en werkelijkheid; steeds weer in relatie tot het grondbegrip ‘vrijheid’. Zij laat zich in grote mate inspireren door Meister Eckhart en Martin Heidegger, in wier leven en denken zij zich tijdens haar studies gespecialiseerd heeft. Verder is zij geïnteresseerd in poëzie, film, kunst en muziek – uitingsvormen waarin de menselijke verbeelding vrijuit spreken kan.

Update 08112023