‘Ons wereldbeeld is toe aan een drastische herziening’

Baanbrekende wetenschappers en filosofen die aandringen op een herziening van het materialistisch-wetenschappelijke beeld van de werkelijkheid. Sinds maart 2022 zoekt en vindt filosoof en theoloog Taede Smedes die denkers. – Zinvol! – Denkers die tegen de wetenschappelijke consensus van een materialistisch wereldbeeld in durven te denken. De wetenschap krijgt steeds meer in de gaten dat de mens complexer is dan onze wetenschappelijke modellen.

Mind is what the brain does, dat is het idee. Dat is in het grootste deel van de neurowetenschappen nog altijd de gevestigde orde. Ikzelf heb ook jarenlang in dat spoor gewerkt, tot ik er uiteindelijk achter kwam dat het te kort door de bocht is en we op die manier niet tot antwoorden gaan komen. Ik ben toen tot de conclusie gekomen dat ik dat maar eens hardop moest zeggen.’
(Sarah Durston)

Wending
Sarah Durston, hoogleraar Ontwikkelingsstoornissen van de Hersenen, is zo’n denker. De neuropsycholoog formuleert het antwoord op de vraag van Smedes in Volzin wel aarzelend. Alsof ze het van de Heilige Wetenschap eigenlijk alleen maar mag denken. Ze zou verketterd kunnen worden. Of geëxcommuniceerd. Toch durft Smedes de vraag te stellen of het bestaan een doel, zin of bedoeling heeft.

Ik vind dat een hele moeilijke vraag. In ons boek neigen we naar een ja. Het makkelijke en eerlijke antwoord is dat ik ook wat die vraag betreft agnostisch blijf. Ik weet het niet zo goed. Binnen de traditionele wetenschap mocht je dit soort zaken absoluut niet zeggen. Maar je ziet daar wel een wending. Toch is dit volgens mij the next frontier. En voor sommigen is het een stap te ver. Maar toch, als ik mediteer – ik mediteer veel – dan denk ik wel eens: het zou nog kunnen ook. Maar hoe dat er dan uitziet en of eventueel een God ermee te maken heeft, dan weet ik het niet.’

Hoger bewustzijn?
Samen met psychotherapeut Ton Baggerman schreef Sarah Durston het boek It’s ultimately about us – een natuurlijk vervolg op The Universe, Life and Everything – waarin zij zeggen dat de mens een grote verantwoordelijkheid heeft voor de werkelijkheid waarin we leven. Dat klinkt voor Smedes als een opdracht en zijn vraag is dan: ‘Is er zo’n opdracht? Van wie krijgen we die opdracht?’

Los van de vraag of we een opdracht hebben die afkomstig is van een ‘hoger bewustzijn’ of hoe je het ook formuleert, hebben we wel degelijk een verantwoordelijkheid voor hoe we onze wereld inrichten.’


Sarah Durston

Zo komt het gesprek op zingeving. Wetenschappelijk kan Durston het niet hard maken, maar ze zegt dat de mens geneigd is om te denken dat het bewustzijn zich vooral manifesteert op het niveau van het individu.

Bewustzijn beleven we als iets wat ik heb en wat jij hebt en dat voor eenieder in een individueel veld zit dat niet met elkaar interacteert. Als je kijkt naar bewustzijnsbeleving, dan zijn we zo gericht op het niveau van het individu, dat we kwijtraken dat er soms andere manieren en niveaus zijn waarop we ons bewustzijn beleven.’

Werkelijkheid
B
ewustzijn zit, aldus Durston, in het grote systeem van de werkelijkheid en we gaan er klakkeloos vanuit dat bewustzijn zich alleen manifesteert op het niveau van het individu. Het is echter helemaal de vraag of dat klopt.

Misschien dat er bewustzijn bestaat op andere schaalgroottes, bijvoorbeeld op het niveau van de planeet als geheel – dan kom je natuurlijk al gauw aan Gaia-theorieën en andere speculatieve ideeën. Maar wie ben ik om dat bij voorbaat uit te sluiten?’

Soort-overstijgende empathie
A
ls Durston kijkt naar haar eigen beleving, dan kan zij wel degelijk een verbinding voelen met een bewustzijnsveld met meer dan alleen ik. Zij verwijst naar de Duitse bioloog Andreas Weber. Die spreekt over enlivenment:


Enlivenment

Er is een bewustzijn van hoe het voelt om te leven. Weber suggereert dat het hebben van een gevoel van levend-zijn iets is dat alle organismen gemeen hebben, zodat je kunt komen tot een soort-overstijgende empathie.’

Over bewustzijn zegt Durston dat, als je ervan uitgaat dat dit opborrelt uit het brein van een individu, synchroniciteiten dan vreemde gebeurtenissen en onwetenschappelijk zijn.

Maar als je serieus overweegt om het materialistische wereldbeeld in te wisselen voor een wereldbeeld waarin bewustzijn hoe dan ook een fundamenteel onderdeel is van de werkelijkheid, dan is het mogelijk dat er in dat bewustzijn dingen gebeuren die niet gekoppeld zijn aan alleen een individu.’

Niet-materialistische metafysica
V
anuit het materialistische denken hebben we heel veel dingen geparkeerd als onmogelijk en onwetenschappelijk, stelt Durston. Die zijn daardoor taboe geworden.

Dat heeft allemaal te maken met de metafysica die we hanteren. Als je ervan uitgaat dat we allemaal in een groter bewustzijnsveld met elkaar verbonden zijn, dan zijn zaken als synchroniciteit maar ook telepathie niet raar en ook niet paranormaal, ze passen dan heel goed binnen de normale werkelijkheid.’

Durston kent eigenlijk niemand die nog nooit rare gebeurtenissen en toevalligheden heeft meegemaakt.

Ze zijn onderdeel van onze dagelijkse werkelijkheid. Binnen een andere, niet-materialistische metafysica zijn die dingen gewoon mogelijk. Ik denk dus dat wat we als wetenschappelijk beschouwen, moeten oprekken.’

Zie:
*
‘Wat we als wetenschappelijk beschouwen moeten we oprekken’ (Volzin)
* Over bewustzijn en werkelijkheid (Volzin –Links naar deze serie)

Beeld: worldviewyourneys.com
Foto Sarah Durston: Twitter
Foto Enlivenment: Andreas Weber (shareable.net)

N.B. In het interview gaat het over twee boeken:
The Universe, Life and Everything (2017) – (Hier gratis te downloaden.) En over: It’s ultimately about u.

►Tip! SG: Science Café over Vrije Wil9 mei 20.30 – 22.00 uur.
Prof. Sarah Durston (UMC Utrecht) is ook in het Science Café in Tivoli Vredenburg Utrecht. Het gesprek met haar gaat dan over Vrije Wil, samen met filosoof dr. Niels van Miltenburg (UU) en psychiater en filosoof prof. Gerben Meynen (UU). Toegang gratis – vol is vol. (foto ‘flying birds’: UU)

De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

Zoektocht naar zingeving in het techtijdperk

Filmmaker Hans Busstra vindt het naïef om te denken dat we zonder geloof kunnen. Hij heeft zich nooit senang gevoeld bij dat materialistische wereldbeeld, een koud, ontzield verhaal. Busstra is altijd op zoek gebleven naar een vorm van zingeving. In zijn indrukwekkende VPRO Tegenlicht-documentaire Technologie als religie van afgelopen zondag praat Busstra met mensen die volgens hem juist in materialisme en technologie een nieuw geloof vinden: dataïsme.

Het geloof dat alles ter herleiden is tot bits en bytes hangt volgens Busstra samen met de materialistische grondbeginselen van de moderne wetenschap: met de overtuiging dat slechts materie bestaat en dat uiteindelijk ook bewustzijn of ‘ziel’ het product is van fysieke processen, aldus Hans van Wetering in zijn artikel Dood aan het dataïsme.

Het wereldbeeld achter het dataïsme is dat van het materialisme. Het gaat ervan uit dat er een objectieve buitenwereld bestaat die we kunnen observeren, meten, beschrijven, en dat we, als we al die kwantitatieve beschrijvingen goed hebben, alles hebben verklaard. Ik wil laten zien dat het een aanname is, een geloof, en helemaal geen harde wetenschap.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

Het materialisme heeft de wereld ontzield door te stellen dat God niet bestaat. Dat levert een grote zingevingscrisis op in het Westen, kijk maar naar de depressiviteit en leegte die gepaard gaan met zo’n wereldbeeld. NRC interviewde Hans Busstra.

Wat ik ironisch vind, is dat we nu met datzelfde materialisme de wereld weer proberen te bezielen. Het lijkt erop dat we religieuze wezens zijn en dat die religieuze aspiraties een weg zoeken – dat komt nu tot uiting door technologie.’
(NRC)

Voor Busstra lijkt het wel het menselijke noodlot dat we in de wens de mens te verheffen onszelf nu in een chaos storten.

Dat is de afgelopen twintig jaar wel gebeurd. We moeten kijken naar wat we als Westen allemaal weggegooid hebben sinds de Verlichting. De religies waren er niet alleen om de werkelijkheid te verklaren, maar ook om richting en zin in het leven te geven. En dat doet technologie vooralsnog niet.’
(NRC)

ITechnologie als religie komt Busstra er al snel achter dat het dataïsme hem persoonlijk vreugde noch troost brengt. Van zingeving is hoe dan ook geen sprake.

Integendeel zelfs, het dataïsme staat zingeving volgens hem in de weg. ‘Het idee dat ik kreeg toen ik die uitzending maakte was: we hebben allemaal wel heel veel kritiek op het machtsmisbruik van die techbedrijven, we bekritiseren de uitwassen – vergelijk het met kritiek op seksuele misstanden in de katholieke kerk – maar ondertussen zitten we zonder dat we het weten nog steeds in haar dogma’s gevangen.
Wil je verandering teweeg brengen dan moet je echt de dogma’s bekritiseren en zeggen: dat is volgens mij gewoon onzin. Wat je nodig hebt is een heuse reformatie. Ik hoop met de uitzending daar een steentje aan bij te dragen.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

In NRC vraagt Casper van der Veen of Busstra via technologie alsnog bij een metafysische werkelijkheid denkt te komen.

We komen nu door middel van die technologie en onze inzichten in de aard van de werkelijkheid tot het besef dat ons bewustzijn misschien geen materialistisch proces is. Dat leidt weer tot een nieuwe metafysica, maar wel dankzij die technologie. Dat vind ik interessant, maar we moeten ons er wel altijd van bewust zijn dat het naïef is om te denken dat we zonder geloof of metafysische aannames kunnen.’
(NRC)

Zie: Tech als religie: ‘Met het geloof in data verkopen wij onze ziel’ (NRC)

Kijk terug: Zo 24 jan 22:10 | Seizoen 2021 | Afl. 3 | Technologie als religie | ‘Godsdienst heeft een nieuwe concurrent: dataïsme. De belofte is een paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven en geluk schenkt. Een zoektocht naar zingeving in het techtijdperk. Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme, de overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data. De belofte is een programmeerbaar paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven, geluk en schoonheid schenkt. Wat betekent het dataïsme voor de toekomst van religie en spiritualiteit?’ (VPRO)

Zie ook: Dood aan het dataïsme (Hans van Wetering, VPRO-gids, nr. 4)

Beeld: Hans Busstra (VPRO)
Still uit Technologie als religie: ‘We staan hier in ‘What a beautiful loving world’, een installatie van het Japanse kunstenaarscollectief Team Lab. Het wil laten zien hoe AI uiteindelijk mens, natuur en techniek dichter bij elkaar zal brengen.