‘De empirische wetenschap evolueert tot intellectuele gevangenis’

theflathearthsociety,org
In het artikel God en wetenschap stelt Philipe Dalleur dat de empirische wetenschap opbotst tegen de metafysische muren van haar kennen: de mysteries van het zijn, van zijn ontologische samenstelling en van de diepe oorsprong van zijn wetten.

Sommige wetenschappers breken hun hoofd over de vorming van ons universum door zich af te vragen: kan men wetenschappelijk analyseren wat er gedurende de Big Bang gebeurd is, of voor deze gebeurtenis, en zelfs hopen daarin zingeving te vinden tenminste indien de tijd zelf een zin had? Kan men een wetenschappelijke betekenis geven aan een schepping, spontaan of niet, vanuit het niets, of aan een eeuwige wereld zonder oorsprong? Men vindt hier het duizelingwekkend probleem van het zijn.’

De Italiaanse prof. Dalleur zegt dit in een onlangs gestarte tiendelige serie bij het Belgische Didoc, onder de naam De hedendaagse wereld begrijpen. In deel drie bespreekt hij de crisis van de metafysica en de theologie; een nieuw begrip van wetenschap; de ‘exacte’ wetenschap en metafysica, en God en de wetenschap. Er volgen nog zeven delen.

De crisis van de metafysica en de theologie
De metafysica, stelt hij, gaat over al wat bestaat, en dus ook over God, zijn bestaan en zijn natuur. Voor de theologie, aldus de doctor in de Toegepaste Wetenschappen en in de Filosofie, zal het cruciaal zijn de betrouwbaarheid van haar bronnen te bewijzen, zoals de geschiedkundige wetenschappen dat doen.

De moderne theologie moet een uiterst nauwkeurige en systematische methode volgen voor haar onderzoek naar God en naar wat Hem betreft. Zij moet ook gebaseerd zijn op de Openbaring, op de religieuze ervaring van de mens en van de culturen, en op de meest betrouwbare conclusies van de filosofie.’

Een nieuw begrip van wetenschap
Hierin stelt Dalleur dat de moderne wetenschap zich bezighoudt met veranderingen op materieel gebied, niet met de schepping uit het niets in de eigenlijke betekenis. Iedere secundaire oorzaak heeft noodzakelijkerwijs een eerste oorzaak van metafysische, ontologische aard. Hij stelt dat het afwijzen van deze meta-empirische grondslag – verwijzend naar David Hume – leidt naar een gesloten scepticisme dat het metafysisch verklaren van de bestaansreden van de dingen uitsluit.

Er bestaan zogenaamde humane en historische wetenschappen, niet direct exact want de ervaring is er onrechtstreeks (getuigenissen, overblijfselen, documenten) of niet reproduceerbaar. En zij zijn min of meer ongeschikt voor de uiterst strikte wiskunde. De theologie kan aanspraak maken op een gelijkaardig wetenschappelijk statuut, verschillend van dat van de exacte wetenschappen. Een wiskundige formulering of een wetenschappelijk experiment — in de moderne empirische zin, te vergelijken met de wet van de zwaartekracht — van God en van zijn handelen is onmogelijk.’

‘Exacte’ wetenschappen en metafysica
Elke poging, zo vindt Philipe Dalleur (foto: ditattica.pusc.it), om de kennis van God en van zijn handelen te herleiden tot mechanische oorzaken – wat Creation Science en Intelligent Design doen – lijkt gedoemd te mislukken. De empirische wetenschap evolueert volgens hem in een soort intellectuele gevangenis, opbotsend tegen de metafysische muren van haar kennen: de mysteries van het zijn, van zijn ontologische samenstelling en van de diepe oorsprong van zijn wetten.

PhotoWebIn feite is het universum van de kennis open, onbegrensd zoals de Copernicaanse wereld en niet eindig zoals die van Ptolemeüs. Maar de begrippen oneindigheid, eeuwigheid en almacht vallen buiten het experimenteel bereik, zodat hun gebruik door de moderne wetenschap eigenlijk niet wetenschappelijk maar metafysisch gegrond is. Sommige hedendaagse wetenschappers overschrijden de metafysische drempel, die ze weigerden te overschrijden, om in meta-empirische speculaties te vervallen. Hun wetenschap wordt zoals een religie met haar geloof en haar dogma’s.’ 

God en de wetenschap
O
ns begrip van God is volgens Dalleur een meta-empirische projectie waar geen woorden voor te vinden zijn eerder dan onuitsprekelijk, meer gekend door analogie, eminentie en ontkenning dan door bevestiging: On-eindig, Al-machtig, Absolute goedheid,… Volgens hem waren de belangrijkste wetenschappelijke denkers bekende gelovigen: hun wetenschap was verenigbaar met hun geloof. Dit veranderde vanaf het einde van de 18e eeuw toen zich kritische stemmen verhieven, eerst tegen het christendom en dan tegen het geloof in een persoonlijke God.

De moderne wetenschap heeft ook aanwijzingen gevonden voor compatibiliteit tussen haar theorieën en een machtige intelligente Schepper: de entropie die universeel lijkt, het begin van ons universum dat berekend werd op 13,7 miljard jaar geleden, verrassende coïncidenties in zijn constanten en zijn wetten, de onherleidbaarheid van het menselijk intelligent bewustzijn, enz. Het gaat niet om mathematische bewijzen voor de schepping door God, maar om betekenisvolle aanwijzingen, vooral in een context die vijandig staat tegenover het geloof.’

Ten slotte stelt Dalleur dat de mens een bijzonder wezen is met karakteristieken die niet reduceerbaar zijn tot de materie: bovennatuurlijke (meta-natuurlijke) verlangens en spirituele eigenschappen. En ook dat de anti-theologische invloed ook zeer zichtbaar is in de reflecties die zich baseren op minder exacte wetenschappelijke theorieën, zoals evolutie en de neurowetenschappen.

De verenigbaarheid tussen de moderne wetenschap en het geloof vindt men niet in de exacte wetenschappen, maar in de metafysische aard van de realiteit die door deze wetenschappen geanalyseerd wordt. In de actuele discussies over God en de wetenschap is er een wederopbloei van de interesse voor de theologie van de natuur. Dat heeft soms geleid tot spectaculaire bekeringen, zoals die van de militante atheïst Anthony Flew. Laat ons hopen dat de discussie serener en meer opbouwend mag zijn dan in het verleden het geval was.’

Zie: De hedendaagse wereld begrijpen (3/10) (Didoc)

Illustr: theflathearthsociety.org – Een afbeelding van een houtgravure die te zien is in Camille Flammarions L’atmosphere Meterologie Populaire (1888) – in de legende van een missionaris uit de Middeleeuwen die vertelt dat hij het punt vond waar de hemel en de aarde raakte. Digitaal gerestaureerd en gekleurd.

De gravitatiewetten zijn niet verantwoordelijk voor ontstaan universum

puzzle_cook_big
‘Het mag zo zijn dat wij niets kunnen weten over de-wereld-in-zichzelf. Dit laat echter onverlet dat wij metafysica kunnen bedrijven binnen de-wereld-voor-ons.’ Dit zegt filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht Is de metafysica dood? die hij 18 februari uitsprak in Felix & Sofie. ‘De wereld zoals deze op en voor zichzelf is, de-wereld-in-zichzelf, blijft voor ons als mensen voorgoed verborgen. Alles wat wij denken en ervaren heeft hoe dan ook uitsluitend betrekking op de-wereld-voor-ons.’

De mens kan zich dus altijd bezighouden met de wereld-voor-ons. Dat is de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren; het allesomvattende waarop al ons denken en ervaren onvermijdelijk betrekking op heeft. Dat mag volgens Rutten genoeg zijn, we zijn immers mensen en geen goden.

Rutten somt drie bezwaren op, die hij vervolgens pareert. Als eerste: sceptici stellen dat wij nooit toegang kunnen krijgen tot de werkelijke werkelijkheid. Als tweede veronderstelt het sciëntisme dat alléén de positieve vakwetenschappen een legitieme bron van uitspraken over de werkelijkheid zijn. Als derde zou de geschiedenis van filosofie en wetenschap hebben laten zien dat a priori intuïties onbetrouwbaar zijn en dus geen epistemische waarde hebben.

IMG-20130909-WA001In zijn betoog licht Emanuel Rutten (foto: ER) deze bezwaren en weerleggingen toe. Interessant wordt zijn betoog vooral aan het einde, waarin Rutten een klein stukje metafysica bedrijft aan de hand van de gravitatiewetten waarover Stephen Hawking beweringen doet in zijn boek The Grand Design. Hawking stelt hierin dat het universum zichzelf veroorzaakt heeft. Rutten noemt dat contradictoir. 

‘In de eerste plaats kan het universum niet voortgekomen zijn uit ‘niets’ indien, zoals Hawking zegt, de gravitatiewetten verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het universum. Immers, je kunt van de gravitatiewetten veel zeggen, maar niet dat zij ‘niets’ zijn. Het zijn immers op z’n minst abstracte objecten.

In de tweede plaats kan het universum niet de oorzaak zijn van zichzelf. Niets gaat immers in ontologische of temporele zin aan zichzelf vooraf. De idee dat het universum zichzelf veroorzaakt is dan ook contradictoir.

In de derde plaats kan direct de vraag gesteld worden wat dan de grond zou zijn van de gravitatiewetten zelf. Waarom bestaan er überhaupt gravitatiewetten? En waarom dan deze wetten in plaats van één of meer andere – logisch eveneens mogelijke – wetten?

In de vierde plaats dient te worden opgemerkt dat wetten geen objecten met causale vermogens zijn. Wetten zijn proposities of beschrijvingen en proposities of beschrijvingen kunnen geen materie, energie, ruimte en tijd veroorzaken. Ook dit is dus incoherent.’

Zie: Is de metafysica dood? (Emanuel Rutten, pdf)

Illustr: Galaxy puzzle (nasasearch.nasa.gov)