‘Je leven in een kort ogenblik totaal veranderd’

Zonder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd…Boekrecensie Boomtijd. Auteur Beitske Bouwman beschrijft een zoektocht naar woorden voor de natuur, in een verhaal, want zo geven we immers ‘betekenis met woorden’. Opdat ‘we grip krijgen op hetgeen ons is overkomen’. En wàt haar overkomt, doet de wereld in haar kantelen. Er gebeurt iets dat zij ‘niet kan omschrijven, maar wel voelt’.

‘Als we door de ruimte van de letters heen durven vallen, vangt de aarde ons op, de zachte aarde die geduldig wacht op een nieuw begin’
(Beitske Bouwman)

Kan je leven in een kort ogenblik totaal veranderen zonder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd? Beitske slaagt in de poging haar ervaring in woorden te vangen en ook wat er tussen die woorden tot leven komt. 

Bij het grip krijgen op wat ons overkomt, is ‘alleen het vreemde dat we door de grip vaak de essentie verliezen’. Omdat ‘wat gebeurt, nog niet in honderdduizend woorden is te vangen’.

‘Omdat wat gebeurt, vanuit oneindig veel gezichtspunten te benaderen is. Een verhaal is dus nooit zoals het werkelijk op het moment zelf was, je kleurt het altijd met woorden in.’
(Uit: Boomtijd)

Beitske beheerst op verrassende wijze de kunst de essentie in woorden te vangen. Als lezer loop je bijna vanzelf met die woorden mee zodat je haar verwondering meevoelt. En ook de verbazing, verrukking, momenten van verdwazing, het staren naar het plafond, haar ‘verlangen of een soort heimwee, een dieper gevoel van ergens te willen zijn waar ik niet was’.

In ’de ruimte van het bos’, waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt door een onvergetelijke ontmoeting met bor, ervaart Beitske ook weerstand, want ‘moest ik mezelf niet in bescherming nemen tegen deze nieuwe gevoelens? Wat als ik de werkelijkheid waarin ik zo lang geleefd had niet meer zou begrijpen?’

‘Maar wellicht is dat de essentie van het leven, dat het zich vanzelf ontvouwt. Misschien gaat het erom te durven duiken in onwetendheid om zo het werkelijke leven te kunnen omarmen.’
(Uit: Boomtijd)

Het verhaal blijft door ieder woord boeiend. Je gaat mee in haar weerstand, voelt mee met nieuwe gevoelens. Woorden vangen je als lezer, ook als Beitske geen antwoorden vindt op de vragen die zij zichzelf stelt. ‘In ieder geval geen antwoorden in het leven dat ik leidde’. En zo is het als lezer ook ‘al vrij snel duidelijk dat de antwoorden niet in het denken – zoals ik dat kende, te vinden zouden zijn’.

‘Ik ben gaan twijfelen over het bestaan van een zelf. Of anders gezegd, een begrensd zelf dat losstaat van al het andere dat leeft.’
(Uit: Boomtijd)

bor roept Beitske in een taal die zij nog niet begrijpt maar wel voelt. Onverwachts verschijnt bor in haar verhaal. En als bor de wereld in jou als lezer, net als bij Beitske, lijkt te doen kantelen, voel je jezelf misschien ook even verdwaald of dwalend, en vraag je je eveneens af of jouw werkelijke thuis ook daar is.

‘De verschijning van bor naast mij was zo puur, zo echt. Er welde een groots gevoel in mij op, iets dat mij ten diepste raakte. Het kon ook niet zo zijn dat ik dit verzon, het was ook mijn verbeelding niet, dit gebeurde in dit moment.’
(Uit: Boomtijd)

Wat er met Beitske gebeurt, wil je meebeleven in de ruimte waar het leven zich werkelijk lijkt af te spelen. In haar dwalen in boomtijd is ‘geen andere plek op aarde waar ik liever wilde zijn’.

‘Zolang de mensheid verhalen schrijft, komen er bomen in voor. De boom van goed en kwaad, de boom van leven, de boom met geheime deuren, de boom waaronder recht gesproken wordt. Wie sprak er eerder? De boom of de mens?’
(Uit: Boomtijd)


Beitske Bouwman

Boomtijd | Beitske Bouwman | Uitgeverij Noordboek |  8 april 2025 | 96 blz. | hardcover | € 19,90 | ‘Beitske Bouwman schreef onder meer vier romans, is PhD-onderzoeker aan Wageningen University & Research en oprichter van de Anaya Academy, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat. Boomtijd is haar eerste autofictieve werk.’
NatuurCollege: ‘Het verhaal dat beklijft en dat iedereen die van natuur houdt of graag in het bos wandelt, gelezen zou moeten hebben’, verscheen in samenwerking met NatuurCollege, een ideële stichting die onderwijs en wetenschap ontwikkelt voor het versterken van de relatie tussen mens en natuur in onze huidige tijd.’

Foto’s Eik: Ergens op de Heuvelrug (PD, mei 2025)

Vreugdevol, wijs en actief leven met ZEN

Boekrecensie: Zen of het konijn in ons brein – Bij beginnende meditatiebeoefenaars is het beeld van een lege geest het hardnekkigste misverstand. Veel mensen komen bij een zencentrum met de vraag hoe ze hun geest leeg moeten krijgen. Zenmonnik Tom Shoden Hannes, auteur van Zen of het konijn in ons brein, antwoordt dan dat ‘hun geest allang leeg is – en alle gedachten waarvan ze zo veel last van hebben ook. Maar dat het een heel ander ‘leeg’ is dan ze zich inbeelden’.

‘…Het verschil tussen leven als slaafjes van een bazig konijn in ons hoofd,
en leven als de volle mens die we op elk moment wijs en actief leven…’
(Tom Shoden Hannes)

De radicale eenvoud van zenmeditatie
I
n Zen of het konijn in ons brein vertelt de gepokt en gemazelde boeddhist dat je, zonder ‘ascetische hardheid, geheime kennis of magische krachten, zen het vermogen geeft om te leven, de flexibiliteit om voortdurend heen en weer te gaan tussen de radicale eenvoud van zenmeditatie en ons hectische maatschappelijke leven’.

 Het maatschappelijk beeld van zen
Het is niet het hoofdthema van dit boek, maar waar mogelijk zal ik suggesties geven over het verband tussen onze verwachtingen en mentale filters en het maatschappelijke beeld van de zen: zen als trip, zen als energizer, zen als tranquillizer, zen als dieet, zen als opwekker van magische krachten, zen als concentratie-en-efficiëntiemachine… Grofweg de zen van de reclame. Zen als de spreekbuis van wat we denken tekort te komen.’
(Tom Shoden Hannes)

De traditionele zenpedagogie klinkt, zegt Hannes, meer als: ‘Dus je wilt leren zwemmen? Kijk, dit is een zwembad en hopla, ik duw je erin. Ik kom straks wel kijken of er nog vragen zijn.’ Een beetje overdreven, zegt hij erbij, maar ‘zo voelt het in het begin toch vaak aan’.


Tom Shoden Hannes

Onze grotere hersenen maken ons tot mensen.
I
n Zen of het konijn in ons brein staat een karikatuur, een konijn, voor het deel van de hersenen dat we gemeen hebben met de andere diersoorten. De mens werd, nog maar enkele miljoenen jaren geleden, spectaculair snel getrakteerd op een ‘immense massa extra hersenen‘ dat zich over dat oudere centrum heeft gelegd: onze tragere grotere ‘denkhersenen’. Maar… aan het stuur van die formidabele denktank zit een konijn…

Geen boek over neurologie
Wat is neurologisch gesproken nu het probleem? Dit is geen boek over neurologie, dus ik presenteer noodgedwongen een karikatuur. (…) Het verkeer van de kleine naar de grote hersenen verloopt prima, maar andersom wil niet zo goed lukken. Levensbehoud krijgt voorrang op filosofie, zeg maar, en doe daar maar eens moeilijk over.’

(Tom Shoden Hannes)

Basisoorzaken van al ons overbodig lijden
Het lijkt wel, vervolgt de auteur, alsof het konijn zegt: ‘Kijk, ik ben ouder, ik was hier eerst, ik heb al miljarden jaren voor je gewerkt en onze nieuweling hier, die er nog maar een paar miljoen jaar bij is, die heeft naar mij te luisteren’.

We zullen kennismaken met ons “innerlijke konijnen de manier waarop dat beestje zich vertaalt in wat het klassieke boeddhisme “de drie vergiften” noemt. Dat zijn de reacties waarmee we de wereld doorgaans te lijf gaan en die onszelf en de wereld vaak zuur opbreken. Het zijn de drie basisoorzaken van al ons overbodig lijden‘.
(Uit: Zen of het konijn in ons brein)

Konijnenbrein chaotisch geordend
Zen of het konijn in ons brein is verrassend toegankelijk, en bezield geschreven. Over ons innerlijke konijn dat bliksemsnel reageert. En dat toch ook zijn voordelen heeft. ‘Zo snel dat we soms reageren voor we er ons nog maar bewust van zijn. Ons oog knijpt dicht vóór we het woord “vliegje” kunnen denken’.

Dat komt omdat de cellen van het konijnenbrein chaotisch geordend zijn en zelfs min of meer met elkaar versmolten, zodat de communicatie tussen de cellen veel en veel sneller verlopen dan het verbale denken van onze tragere grote denkhersenen.’
(Tom Shoden Hannes)

Verfrissend tegendeel van de koan
Met dit chaotische konijnenbrein zijn we aangeland bij het aantrekkelijke van dit boek waarin dat – bij vlagen hilarisch verwoordde – konijn de hoofdrol speelt in het inzichtelijk maken van zen. De auteur speelt in zijn taalgebruik zo beeldend met dat dier, waardoor zen echt gaat leven.

Leren geloven in onszelf
Het boeddhisme bestuderen kan door ‘beginnende boeddhisten’ soms als één grote koan worden ervaren en kunnen niets met ogenschijnlijk absurde koans als: ‘Wat is het geluid van één klappende hand?’. Dit boek is het verfrissende tegendeel van een koan. Het biedt de essentie van het boeddhisme en biedt praktische toepassingen. Optimaal zen.

We moeten leren geloven in onszelf. Dat is het mooiste cadeau dat de zen voor ons in petto heeft: we kunnen een hersteld vertrouwen vinden in ons volledige kunnen. We kunnen “ons ware gezicht” weer leren zien en dat is een heuglijke zaak! De zen leert ons weer werkelijk te zien en te zijn wie we zijn. We kunnen volop gebruik maken van de realiteit zoals ze is en gelukkiger en vrijer worden.’
(Uit: Zen of het konijn in ons brein)

Geen zelfhulpboek
Niet gek dat dit boek binnenkort uitkomt met een achtste druk. Het wordt sinds 2009 (her)ontdekt. Dit is absoluut geen zelfhulpboek, maar een absolute aanrader: al meedenkend met de auteur en het konijn wandel je zelfstandig mee op een prachtig pad. Meer en meer op weg op eigen kracht.

‘Als je geest rustig de weg volgt,
kan niets ter wereld je nog kwetsen.
En als iets niet langer kwetsend is,
verandert het van aanzicht’.

(Een van de allereerste zenteksten, de Shinjinmei van meester Sosan, in: Zen of het konijn in ons brein)

Zen of het konijn in ons brein | Tom Hannes | Tekeningen: Tom Hannes | Witsand Uitgevers bvba | 256 pagina’s | Hardcover | 2009 | 8e druk, volledig herwerkt, zojuist verschenen | ‘Het blijft me verrassen dat mensen mij haast wekelijks blijven aanspreken over hoe de lectuur van Zen of het konijn in ons brein hen in de loop der jaren heeft uitgedaagd. Het leven gaat met horten en stoten, maar het konijn blijft mensen inspireren, en dat doet mij veel plezier.’ (Tom Shoden Hannes)

Beeld: Foto (PD) van een van de tekeningen door Tom Hannes in Zen of het konijn in het brein
Foto Tom Shoden Hannes: (KRO-NCRV)

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’

Religie kan in de laatste fase van ons leven troost bieden. Zelfs degenen die niets hebben met religie hopen dat er ‘toch iets is’. Bij gelovige mensen kan troost echter veranderen in twijfel: ‘Misschien is er toch niets na de dood.’ Mensen hebben soms ‘geloof’ in de medische wetenschap. Hooguit biedt dat voor korte of langere tijd troost, en hoop. – Waarom zou je je eigenlijk alleen richten op die laatste fase van je leven? “Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zegt filosoof en meesterschrijver Seneca.

‘Voor niets krijgen we zo veel voorbereidingstijd als voor de dood.
Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand erop voorbereid is?’

(Pedagoog Ferdinand Hellers)

‘We weten niets van de dood’
V
olgens de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere (1957-2009) zetelt de doodsangst in het lichaam. Daarnaast bezit de mens de geest en die beschikt over een ‘wonderlijke kracht’, namelijk het vermogen om los te laten. Een levenslang oefenproces.

‘Een voorbeeld van deze oefening in loslaten is het kritisch onderzoeken van onze vooroordelen over de dood. We zijn vaak geneigd om de dood als iets verschrikkelijks te zien, terwijl we er eigenlijk niets van weten. Wie afstand van dit vooroordeel doet, kan geruster sterven.’
(Simone Bassie en Michel Dijkstra, in Filosofie Magazine)

‘Hun hele leven staat stil’
D
e Vlaamse psycholoog Manu Keirse (78), hoogleraar verliesverwerking aan de Katholieke universiteit Leuven, zegt dat iedereen doodgaat en we het onszelf alleen maar moeilijker maken door ons daar niet bewust van te zijn.

‘Je ziet het ook bij mensen die hun hele leven als een wagon vasthangen aan de locomotief die hun partner is. Als die locomotief plots stopt met rijden, staat hun hele leven stil.’
(Manu Keirse)

Besef
I
n de hedendaagse literatuur kom je meer en meer verhalen, romans en essays tegen over leven en dood. Schrijver en kunstenaar Jan Cremer (84) zei onlangs:

‘Je komt alleen, je leeft alleen en gaat alleen. Als je dat beseft, kun je alles aan in het leven.’
(Jan Cremer)


‘De kunst van het sterven’

The Meaning of Life
C
remer heeft zíjn manier gevonden om goed om te gaan met leven en dood. Het gaat inderdaad om besef; het leven leren begrijpen om beter voorbereid te zijn op de dood. Filosoof Terry Eagleton (81), schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Hij krijgt daardoor juist meer gevoel voor het geloof waarin hij ruimte vindt voor verdriet en kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitgangspunt in het christendom.’
(Terry Eagleton)

De kunst van het sterven
H
oogleraar filosofie Simon Critchley (64), van New School for Social Research in New York, schreef Over mijn lijk – Wat filosofen en hun dood ons leren. Volgens de auteur is het de hoogste tijd om ons opnieuw te verdiepen en te bekwamen in de kunst van het sterven.

De moderne mens probeert de dood uit alle macht te negeren, waardoor hij des te meer gebukt gaat onder doodsangst.’
(Simon Critchley)

Vrijheid
Critchley werd onder anderen geïnspireerd door filosoof en schrijver Michel de Montaigne (1533 – 1592): “Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.” Hij trekt daaruit de conclusie dat ‘je instellen op de dood niets minder is dan je instellen op vrijheid’.

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’
(Montaigne)


‘The Teaching of Buddhism’ (Hilma af Klint)

De laatste levensfase kan je vóór zijn
A
nderen ontdekken het vrije van de filosofie juist als welkom alternatief voor het rigide geloof waarvan ze zich hebben losgeworsteld. Filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.) bijvoorbeeld, biedt verrassende inzichten waarmee je je tijdens je leven al goed kunt voorbereiden op de laatste levensfase. Die fase kan je vóór zijn. Ruim vóór zijn. Hij schreef Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Daarmee duidde hij er eeuwen geleden al op dat je niet moet wachten op je laatste levensfase. Over senioren zegt hij:

Als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! (…) Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven, dan gaan ze het echt rustig aan doen’.’
(Seneca)

Beter is het nú te leven
M
et Seneca kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat het beter is nú te leven, en daar schrijft de filosoof bijna vrolijk, laconiek en troostend over. De filosoof bereidt je uitnodigend voor op je laatste levensfase en onze tijd niet te verspillen.

‘Het leven is lang genoeg. We krijgen royaal de ruimte om dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven door onze vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is’.’
(Seneca)

Anders omgaan met je doodsangst
Levenskunst 
staat vol met de kunst hoe te leven. Seneca’s vele ‘lessen’ kunnen je wijzer maken. Je leert anders om te gaan met je angst voor de dood, bij velen sluimerend aanwezig. Maar uiteindelijk kan je Seneca misschien ook nazeggen:


Lucius Annaeus Seneca – Peter Paul Rubens

‘En wanneer de laatste dag is aangebroken, aarzelt de wijze niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet’
(Seneca)

Beeld: Altaarstuk nr. 1, deel van een drieluik, Hilma af Klint (1862 – 1944) – ‘Diegenen die de gave hebben dieper te zien, kunnen voorbij de vorm kijken en zich concentreren op het wonderlijke aspect dat schuilgaat achter elke vorm, leven genaamd.’ (Hilma af Klint)
Beeld de kunst van het sterven: Typex, de Volkskrant
Beeld The Teaching of Buddhism, Hilma af Klint, No. 3d, 1920, oil on canvas, 37.5 x 28 cm, 14.76 x 11.02 in., © Stiftelsen Hilma af Klints Verk.
Beeld Afraid of the dark of of the light? Facebook
Beeld Seneca: The Dying Seneca, Peter Paul Rubens (1577 – 1640), Wiki.

Bantoe-filosofie: een zelfbewuste ziens- en levenswijze

De Bantoe-filosofie biedt een eigen toegang tot de betekenis van het leven. Placied Tempels zag die grote schoonheid al lang geleden. De Vlaamse priester (1906-1977) werd destijds uitgezonden naar Congo waar hij zijn meesterwerk schreef over de Bantoe-filosofie. Zijn luisterende aanpak leidde in die tijd tot weerstand, want als missionaris werd hij geacht andersgelovigen te bekeren tot een Europees christendom. ‘Zijn Bantoe-filosofie uit 1946 geldt internationaal nog altijd als een standaardwerk’.

‘Racistisch mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën’
(Angela Roothaan)

Tempels’ Congolese gespreksgenoten kenden weliswaar niet het Europese gebruik om filosofische begrippen en gedachten als een systematische wetenschap op schrift te stellen, maar een filosofisch systeem en filosofische begrippen, kenden zij wel degelijk.’
(Uit: Bantoe-filosofie)

The Bantu Philosophy Project
Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen. Zijn boek gaf een impuls aan studies naar Afrikaanse filosofie, en is gebaseerd op vele gesprekken van Tempels met Congolezen.
Nu uitgegeven in een ‘opgefriste’ en hertaling – met een heldere inleiding – door Angela Roothaan, initiator van The Bantu Philosophy Project. Zij is universitair hoofddocent interculturele en Afrikaanse filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


Placied Tempels: “Niets beweegt in dit krachtenheelal zonder dat heel de rest bewogen wordt of kan worden. De krachtenwereld is als een spinnenweb waarvan je geen enkel draadje kan doen trillen zonder dat het hele weefsel meetrilt.”

Racistisch mensbeeld
In de Europese Verlichtingsfilosofie, waarin denkers als Immanuel Kant en Georg Wilhelm Friedrich Hegel een hoofdrol speelden, heerste een onbegrensd optimisme over het vermogen van de mensheid om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd meenden deze denkers dat alleen Europeanen daar echt rijp voor waren.
Andere volkeren zouden volgens hen minder in staat zijn tot rationele ontwikkeling en vrijheid. Afrika stond in hun visie onderaan de ranglijst. Dit racistische mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën.’
(Angela Roothaan, Inleiding: Bantoe-filosofie begrijpen – in: Bantoe-filosofie)

Geleefde filosofie
Fleur Jongepier zegt in Trouw, in haar artikel Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten, dat ‘echte’ filosofie consistente, systematische, gecategoriseerde en op schrift gebrachte filosofie is. Geleefde filosofie wordt te primitief gevonden.


Huisje in Kabondo-Dianda waarin Placied tempels woonde

Waarom zou de Bantoe-filosofie überhaupt gesystematiseerd moeten worden? Het antwoord kan uiteindelijk alleen maar zijn: voor de Europeaan. Tempels gelooft oprecht dat de Bantoe door koloniale bestuurders en missionarissen onrecht wordt aangedaan.’
(Jongepier, Trouw)

Werkelijkheid: ‘zijn’ of ‘leven’
M
ede door Tempels’ latere voorlichtingswerk aan lokale priesters en gelovigen had hij een grote uitwerking op de missie in Afrika en ook op de Afrikaanse theologie. Opmerkelijk genoeg kreeg Bantoe-filosofie echter nog meer aandacht vanwege de filosofische inhoud ervan.

De aandacht heeft zich vooral gericht op Tempels’ stelling dat de Bantoe-ontologie een radicaal andere benadering van de werkelijkheid inhoudt dan de Europese ontologie. Terwijl de laatste de werkelijkheid opvat als zijn, als een statische categorie, ziet men in Afrika de werkelijkheid als leven, als een zich ontwikkelen en uitdrukken van een altijd werkende kracht.
(Uit: Bantoe-filosofie)


Angela Roothaan: “Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen.”

Bronnen:
* Trouw –
Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten
* Bantoe-filosofie | Placied Tempels |  Ingeleid en hertaald door Angela Roothaan | Noordboek | augustus 2023 | 191 blz | € 22,90 | ‘We waren van mening dat we grote kinderen moesten opvoeden, wat tamelijk eenvoudig zou zijn geweest. Maar opeens wordt het ons duidelijk dat we met een volwassen mensheid van doen hebben, met zelfbewuste ziens- en levenswijzen, doordesemd met een eigen allesomvattende filosofie.’ (Cover)
* Foto’s: Facebook P Placide – Frans Tempels ofm
* Foto Angela Roothaan: Facebook dr Angela Roothaan

Tip! ► Nu te zien in Wereld Museum Amsterdam
Onze koloniale erfenis – ‘De tentoonstelling laat zien hoe kolonialisme de wereld van nu mede heeft gevormd, en hoe mensen kolonialisme doorstonden. Leer hoe mensen probeerden hun eigen levens te creëren, in opstand kwamen en de baas probeerden te blijven over hun eigen leven. Sta jij open voor een meerstemmig verhaal met verschillende perspectieven?

Foto kinderen: made-in.be

Zie ook: Ubuntu, filosofie van de dialoog – ‘Ik ben, omdat wij zijn’

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

Voor God is alles mogelijk, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

‘God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waatheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere
Update 02022025 (Lay-out)

Helpen leven is ook helpen sterven

helpenstervennrc2012

Gert-Jan Segers creëert een valse tegenstelling als hij telkens benadrukt dat wij onze ouderen moeten helpen leven en niet helpen sterven. Helpen leven is helpen sterven, eenvoudig omdat sterven bij het leven hoort.’ Dit stelt theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen. ‘De gerichtheid namelijk op het loslaten van het ik, het leven, de geliefden en verzoening met de dood. Dat heeft niets met ‘ondraaglijk lijden’ te maken maar met bewust leven. Voorbereiding op de dood is daar een onderdeel van.’


‘Nu het rapport Voltooid leven onder leiding van Els van Wijngaarden is verschenen, laait de discussie over de doodswens bij ouderen opnieuw hoog op. Uiteraard vanuit dezelfde stellingen: voor- en tegenstanders van (hulp bij) zelfdoding vanaf 75-jarige leeftijd. Met dezelfde spelers: Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en Pia Dijkstra van D66. Het valt me op dat in die discussie één aspect structureel onbelicht blijft: de levensfase waarin mensen verkeren.’ (NieuwWij)


Jansen vertelt over het christendom dat van de aartsvaders zegt dat zij oud waren en ‘van het leven verzadigd’. Dat Prediker beeldend de ouderdom beschrijft als de ‘jaren waarin men weinig vreugde meer vindt’.

‘En Paulus, oud – voor die tijd – en vooral moegestreden vertelt in Filippenzen hoe er van twee kanten aan hem getrokken wordt. Dat hij enerzijds wil blijven leven om nog goed werk te kunnen doen voor zijn naasten, maar dat hij er anderzijds vurig naar ‘verlangt om te sterven en in Christus te zijn’. Verlangen naar de dood wordt door hem blijkbaar als volkomen legitiem gezien. Dit zo geheel anders dan ik signaleer bij zijn christelijke nazaten.’ 

Het is frappant dat Paulus voelt hoe er aan hem getrokken wordt van twee kanten, zegt Jansen. Dat is precies wat de theoloog in zijn omgeving, vooral in het pastoraat, ook vaak heeft waargenomen bij mensen in een min of meer eindfase. Waarbij het trekken van ‘gene zijde’ allengs sterker wordt en zij meer en meer onthecht raken.

‘Houden zij dan niet meer van hun dierbaren? Natuurlijk wel, maar liefde in de vierde levensfase staat op het punt te worden getransformeerd tot een loslatende liefde.  Een pure liefde voorbij de affecties. Dat te accepteren en te respecteren is de weg die de achterblijvende geliefde moet gaan. Het is tevens de weg van de samenleving.’ 

De theoloog vertelt in zijn artikel ook over de vier levensfasen bij het hindoeïsme. Dat men zich in de vierde en laatste periode geheel richt op de ziel die als onsterfelijk wordt beschouwd.

‘Het enige verlangen dat men koestert, is de bevrijding uit de kringloop van geboorte en sterfte. Meditatie, gebed en sociaal werk zijn in deze levensperiode belangrijke waarden. Kenmerkend voor deze fase is een leren loskomen van het ego en het  leven, oftewel onthechting.’

Bij Carl Jung, aldus de theoloog, lopen die fasen meer door elkaar, zijn minder leeftijdgebonden, maar zij komen in grote lijnen overeen.

De eerste fase noemt hij de atleet, sterk gericht op het uiterlijk. De tweede fase de strijder, die zichzelf waar moet maken. De derde fase de betrokkene, die meer en meer oog krijgt voor de ander. De vierde fase is die van de wijze geest, die zichzelf overstijgt in het niet-materiële. Ook hier is onthechting het sleutelwoord.’

Een deel van de reactie van kunstenaar en domineeszoon Gustaaf Rutgers op het artikel van Wim Jansen wil ik de lezer niet onthouden:

‘Samenleving, onthecht u alstublieft! Iedere ziel is in essentie levenslang en in mijn mystieke ogen eeuwig drager van zijn of haar wel of niet integer handelen. In leven en in sterven. In eeuwigheid. Wie zijn wij om een andere ziel te verplichten te blijven? Is de aardse aanwezigheid van het lichaam alhier heiliger dan de hemelse aanwezigheid van de ziel aldaar? Wijze mensen kijken voorbij de materiële perceptie. Doch de perceptie der wijzen is in onze gemeenschap helaas geen gemeengoed.’

Zie: De missing link in de discussie ‘Voltooid leven’  (NieuwWij)

Beeld: nrc.nl

28 maart 2025:
Bericht (Facebookgroep Ongrond, Contemplatie en mystiek) “Vandaag, aan het begin van de middag, is in zijn woning in Vlissingen theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen overleden op 74-jarige leeftijd. Op 1 april is er in de Koorkerk in Middelburg een ‘gedachtenisdienst’. Iedereen is welkom. Aanvang: 15.00 uur. Binnenkort een uitgebreider bericht.”

Socrates: ‘Voltooid leven is aan de goden’

Die-Toteninsel_Boecklin-620x350

In de Phaedo is Socrates ervan overtuigd dat zijn ziel bij haar scheiding van het lichaam nog ergens bestaat en niet geheel verdwijnt. Cebes, een pythagoreïsch filosoof, trekt dat idee van Socrates in twijfel en zegt dat de meeste mensen eerder aannemen dat de ziel op het ogenblik van de dood oplost en nergens meer is. Socrates laat het hier niet bijzitten en legt in de Phaedo zijn overtuiging uit.

Als de ziel bij de dood in het niets verdwijnt, dan is Socrates’ hoop voor de ziel van de filosoof gunstig lot na de dood in feite niets dan een vrome zelfbegoocheling.’ (De twijfel van Cebes in: De filosoof en de dood)

Cebes, een van de goede vrienden van Socrates, vraagt zich af waarom het niet geoorloofd zou zijn om de hand te slaan aan zichzelf, als sterven en doodgaan – zeker voor de filosoof – iets goeds is en geen reden voor treurnis en jammerklacht. Socrates pleit echter voor moreel onderzoek van de ziel, en vindt dat ‘de ziel van de mens na zijn dood voortbestaat en nog een zekere kracht en kennis bezit’, zoals Plato dat in de Phaedo weergeeft.

Socrates vindt dat ook voor wie de dood beter is, het verkeerd is zichzelf die weldaad te bewijzen, en stelt het voor als een absoluut verbod. Rudi te Velde, in het boek De filosoof en de dood, legt uit dat zelfs waar zich in de praktijk een uitzondering lijkt voor te doen en wellicht voor sommigen de dood beter is, dit in de ogen van Socrates niet leidt tot een uitzondering op de regel. Een actueel thema in tijden waarin veel mensen ‘lijden aan een te lang geworden leven’.

Stel dat de mensen onder de hoede van de godheid staan, dan moet een verstandig mens het juist erg vinden als de dood een einde maakt aan zijn toebehoren tot de goden.’ (Uit: De filosoof en de dood)

Het lijkt me waarschijnlijk mede door het idee van het voortbestaan van de ziel na de dood waarom Socrates vindt dat het uitgesloten is dat sterven beter is dan leven. Hij wil immers tijdens het leven goed zorg dragen voor de ziel omdat zij qua deugd en inzicht zo goed mogelijk wordt. De eerste echte filosoof uit de Griekse Oudheid geeft in zijn religieuze voorstelling drie argumenten voor dat voortbestaan: het argument van de cyclus, het herinneringsargument en het verwantschapsargument. Ze komen alle drie aan de orde in de Phaedo en Te Velde analyseert en interpreteert ze in zijn boek. Ik noem ze hier summier.

Het argument van de cyclus berust op de gedachte dat de levenden en de doden betrokken zijn in een  soort kringloop en in een voortdurende uitwisseling met elkaar staan. De dood is geen absoluut einde maar een overgang en transformatie.

Bij het herinneringsargument draagt de ziel kennis in zich die ze niet op grond van de waarneming heeft verworven, maar die ze reeds moet hebben opgedaan voorafgaande aan haar lichamelijke aanwezigheid in de wereld. Dit impliceert, dat de ziel tevoren reeds bestond en dus, naar het schijnt, iets onsterfelijks is.

Defilosoofendedood

Het verwantschapsargument is gebaseerd op de gedachte dat de ziel een verwantschap vertoont met de altijd eendere en onveranderlijke Vormen (de Ideeënleer van Plato, PD) en op grond daarvan niet vatbaar is voor vergaan of uiteenvallen.

Als jullie [Cebes en Simmias (ook een filosoof en vriend), PD] deze argumentatie verbinden met de stelling waarover we het vroeger eens werden, namelijk dat alles wat leeft uit het dode ontstaat. Want als onze ziel al tevoren bestaat, en als zij bij haar intrede in het leven en haar geboorte noodzakelijk uit niets anders geboren kan worden dan uit de dood en het dood zijn, dan moet zij toch ook na de dood blijven bestaan, omdat ze later opnieuw geboren moet worden? Het bewijs waarover je spreekt is dus nu al geleverd.’ (Socrates)

Socrates stelt dat de goden zorg dragen voor de mensen en dat wij behoren tot de kudde van de goden en de mens zichzelf niet mag doden, voordat ‘de god een soort noodzaak op hem afstuurt’. De dood vindt Socrates dus niet iets wat in de handen van de mens zelf ligt, maar wat hem overkomt op het moment dat het zover is. Wanneer ons leven voltooid is, is dat aan de goden.

Socrates heeft zich duidelijk verdiept in de Orphische tradities. Te Velde verwijst dan ook naar een spreuk van het Orphisch intiatieritueel, waarin het gaat om een ‘zuivering’ door te streven naar inzicht. Het zegt dat wie zonder inwijding in de Hades komt, er in de ‘Modderpoel’ zal liggen; maar wie gezuiverd en ingewijd is, bij aankomst met de goden zal samenwonen. – De ware filosofie is een oefening in het sterven. We hebben dus nog veel inzicht op te doen in ons leven.

Bron: De filosoof en de dood | Rudi te Velde over Plato’s Phaedo: analyse en interpretatie | Uitgeverij DAMON, Budel | 2002 | 190 bldzn | ISBN 90 5573 306 7 | NUR 730 | € 17,90
In de Phaedo schildert Plato Socrates als een nieuwe Theseus die het gezelschap van vrienden bevrijdt van hun natuurlijke bevangenheid door de doodsangst en ze een uitweg toont naar een vrij en redelijk leven in de wijsbegeerte. (Damon)

Beeld: Het dodeneiland is een reeks schilderijen van de Zwitserse kunstschilder Arnold Böcklin. Hij maakte tussen 1880 en 1886 vijf versies van het Het dodeneiland.
Het belangrijkste thema van het schilderij kan worden getypeerd als: de transitie van leven naar de dood. De interpretatie van Böcklin geeft daarbij geen enkele referentie aan fysiek verval, in lijn met het in die tijd heersende taboe: over de dood werd niet gesproken, laat staan over de aftakeling van het lichaam. Er werd een beeld gecreëerd alsof het leven na de dood naadloos doorliep, toentertijd ook gestalte krijgend in monumentale grafmonumenten voor de rijkeren. Ook Böcklins werk past in dat denken. (Wikipedia)

Heeft God iets met het leven te maken?

20170412_Helmich3

‘Nieuw centrum onderzoekt oorsprong van leven en het universum’ kopt Science LinX van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in het eerste deel van een serie artikelen over het Origins Center, een virtueel centrum waarin wetenschappers uit diverse disciplines samenwerken. Astrochemicus Frank Helmich zegt hierover:

Er ontstaan al allerlei nieuwe verbindingen. Zelf heb ik bijvoorbeeld al kennis gemaakt met onderzoekers van Levenswetenschappen hier in Groningen, zoals hoogleraar ecologie Han Olff en theoretisch bioloog Franjo Weissing.’ Als sterrenkundige, betrokken bij verschillende grote projecten zoals de infrarood ruimtetelescoop Herschel, komt Helmich doorgaans weinig biologen tegen. Maar vanwege zijn achtergrond in astrochemie en exoplaneten zijn er wel degelijk gemeenschappelijke interesses.’

Hoe is het leven op aarde ontstaan en hoe werkt evolutie?’ ‘Kunnen we een synthetische cel bouwen?’ ‘Is er leven op andere planeten?’ ‘Wat is de oorsprong, geschiedenis en toekomst van het universum?’ Dit zijn een paar van de vragen, grote vragen, die zijn ingediend voor de Nationale Wetenschapsagenda, een project dat in 2015 is gestart om er achter te komen wat de Nederlandse bevolking wil weten.

In 2015 mochten alle Nederlanders onderzoeksvragen voor wetenschappers bedenken. Veel van die vragen gingen over de oorsprong en ontwikkeling van het leven, van de aarde en van het universum. Die vragen zijn nu gebundeld in een onderzoekroute voor de Nationale Wetenschapsagenda. Astrochemicus Frank Helmich, die werkt bij SRON Ruimteonderzoek en het Kapteyn Instituut van de RUG, is de projectleider van deze route in de opstartfase.’

SchemaRoute4

Wat je niet verwacht is dat er ook gesproken wordt over de vraag of God iets te maken heeft met de oorsprong van het leven, zowel op aarde als in het heelal. Het Origins Center wil ook – zo meldt hun schema – buitenaards leven vinden, wellicht vinden ze dan God? Die kan, als Hij transcendent is, boven- of/en buitenaards zijn. De vraag of God er iets mee te maken heeft, wordt werkelijk gesteld bij het Origins Center. Echter, komen er dan (wetenschappelijke) antwoorden? Ik lees nergens of er een theoloog of filosoof aan het RUG-onderzoek naar de oorsprong van het universum meewerkt. Maar misschien komt het antwoord van iemand van Levenswetenschappen.

Het idee is dat die vragen is dat ze nieuwe onderzoeksprogramma’s gaan opleveren waarvoor de overheid extra geld beschikbaar zal stellen. De ruim elf duizend vragen zijn daarom gegroepeerd in 25 ‘onderzoekroutes’. Een daarvan, Route 4, kreeg als naam De oorsprong van het leven – op aarde en in het heelal. Deze route moet de hierboven genoemde vragen aanpakken en nog meer, waaronder de vraag of God er iets mee te maken heeft.’

Zie: Nieuw centrum onderzoekt oorsprong van leven en het universum

Illustraties: Origins Center

Er wordt ook een tweedaags symposium georganiseerd: ‘Fundamentals of Life in the Universe’, op 31 augustus en 1 september in Groningen.