OnZen: Jan Bor over zen en religie als ‘gedateerde troep’

OnZen

‘Wie zoekt naar spiritualiteit komt onherroepelijk in aanraking met zen. Zen zou de ultieme weg naar innerlijke vrijheid zijn, maar in de praktijk maakt zen juist afhankelijk. Net als andere religies – want dat is zen – roept de zen namelijk op tot volgzaamheid en afhankelijkheid van een geestelijk leider. Zij die goeroe of meester spelen kunnen het niet laten om kerkjes rond hun persoon en boodschap op te richten. Zo maken ze hun leerlingen afhankelijk, en juist niet vrij.’

Aldus Jan Bor over zijn boek OnZen. Hij waarschuwt: trap er niet in! En verwijst naar een uitspraak van Kant die stelde dat Verlichting je van je verstand bedienen is zonder de leiding van een ander.

Moderne spiritualiteit is in het verlengde daarvan je eigen weg zoeken. Het is wars van elke vorm van georganiseerde religie en daarmee wars van welke vorm van geestelijke autoriteit ook. Wie deze moderne spiritualiteit zoekt, zal zich moeten voeden met ’s werelds grootste filosofieën en de taalvirtuositeit van filosoof Jan Bor.’

Godsdienstfilosoof Taede A. Smedes lijkt zich wezenloos te schrikken van dit nieuwe boek en daar geeft hij uitgebreid verbijsterde woorden aan bij NieuwWij, waar hij een gedegen recensie schrijft over OnZen. Hij verwachtte een beter geschrift van de filosoof en vindt Bors antireligieuze houding zelfs stuitend.

De definitie van religie als een keuze voor heteronomie en dus voor hiërarchie en onderdanigheid meent Bor bij Marcel Gauchet te kunnen vinden. Bor schrijft dat Gauchet meent dat religie als keuze voor heteronomie uiteindelijk verdwijnt en dat daarmee religie verdwijnt.’

Terwijl filosoof Gauchet (samen met filosoof Luc Ferry) juist stelde dat wat in de religies zijn uitdrukking vond een vorm moet vinden buiten de godsdienst. (Hierover schreef Smedes onlangs drie blogs: Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie.)

Met andere woorden, Gauchet (en ook Ferry) zien weliswaar traditionele vormen van religie verdwijnen, maar er voor in de plaats komt iets anders. Religie in haar herkenbare vormen verdwijnt, maar ‘het religieuze’ en ‘het heilige’ blijven en worden getransformeerd tot nieuwe vormen. Er is dus religie na de religie (aldus de titel van het boekje van Ferry en Gauchet).’

Afgelopen zaterdag was een interview te horen bij NPO Radio 1, waarin Bor het waarom vertelde van een boekje over moderne spiritualiteit. Hierover zei hij onder meer:

Omdat mijn haren recht overeind gaan staan van de honderden nieuwe sektes die ons land inmiddels rijk is en die hun inspiratie uit het Oosten putten. Ik erger me dood aan de pretenties van de voorgangers van dit soort clubjes, de nieuwe priesters dus. Ik ben nog nooit een leraar, een meester te zijn tegengekomen die niet eigenlijk een loopje met de waarheid nam. Dat kennen we natuurlijk ook al uit de katholieke kerk, of uit andere christelijke kerken. Maar bij Zen dachten we: dat gaat om de waarheid.’

Als filosoof wilde Bor de waarheid leren kennen, zo vertelt hij. En vooral: wie ben ik? Via Zen – ‘die lui hebben het over het verliezen van je ego’ – zou hij leren hoe hij zijn ego kan loslaten, maar hij zegt zijn ego nog nooit te zijn tegengekomen. Hij weet niet eens wat ze ermee bedoelen. Volgens hem zijn ‘die lui’ rattenvangers van Hamelen, ze willen volgelingen hebben. Volgens Bor is het het hart waarnaar je uiteindelijk zoekt. Toch zegt hij van zen geleerd te hebben dat het er om gaat dat je al die beelden die je van jezelf hebt, die je verstoren en je in de weg staan, dat je wat relaxter, wat opener staat naar de werkelijkheid.

Smedes blijft verbijsterd in zijn recensie Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie. Het boek lijkt hem een uiting van grote, persoonlijke woede en opgehoopte frustratie. Bors tekeer gaan tegen religie als ‘infantiel’ en ‘voor de eenvoudigen van geest, zij die zelf niet kunnen of willen of hoeven nadenken’ doet niet onder voor de simplistische nieuw-atheïstische retoriek. Smedes vindt het een filosoof onwaardig.

Bors boek lijkt zelf onderdeel te zijn van een dynamiek van drang naar een grotere persoonlijke vrijheid en naar een grotere autonomie. Door alle schepen achter zich te verbranden en zich op te stellen als een eenling met een eigen, unieke, louter individuele spiritualiteit, zegt Bor eigenlijk schijt te hebben aan de rest van de wereld. Dat is blijkbaar waar autonomie voor staat. Tsja, Bor mag dat vinden, dat is zijn goed recht. Maar is dat een spirituele houding? Hij mag het denken, ik vind het weinig verheffend.’

De godsdienstfilosoof is duidelijk teleurgesteld in OnZen en vermoedt dat het komt door de weinig vernieuwende visie van Bor zelf.

Hij [Bor] vindt zen een vorm van religie en als zodanig ‘gedateerde troep’. Het probleem is dat Bor zelf gevangen lijkt te zijn in een achterhaalde wijze van denken, namelijk door religie en heteronomie gelijk te stellen en tegenover vrijheid en autonomie te zetten. Bor is dus niet minder dan een Verlichtingsdenker van het oude stempel, iemand die meent dat de mens als een monade is, een louter subject dat op zichzelf bestaat en zichzelf de wet kan stellen.’

Zie:
* Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie (Taede A. Smedes)
* Jan Bor, filosoof
* Jan Bor over zijn boek ‘OnZen, over moderne spiritualiteit’ (NPO Radio 1)