De dooddoener in het euthanasiedebat komt van de ChristenUnie

‘Het behoort tot de kern van het christelijk geloof dat God zich niet bij voorkeur openbaart in kracht en grootsheid, maar juist in wat klein en kwetsbaar is.’ Dat zegt kamerlid Esmé Wiegman (ChristenUnie). Ze vindt dat de samenleving nooit de dood moet faciliteren. – Blijkbaar zijn ouderen gedoemd door te ‘leven’ tot ze er dood bij neervallen, of anders moeten ze maar van tienhoog springen.

Klein en kwetsbaar
Ouderen worden kwetsbaarder, want zij worden door de steeds betere(?) gezondheidszorg ouder en ouder, zij het met vallen en opstaan. Sommige ouderen kunnen steeds minder, worden hulpbehoevend door allerlei kwaaltjes die hun gezondheid ook nog eens geestelijk ondermijnen. Maar God wil dat. God zit verlangend uit te kijken naar ons mensen en hoopt dat ze klein en kwetsbaar worden, want daarin openbaart Hij zich. De Eeuwige houdt niet van ‘kracht en grootsheid’.

ChristenUnie-kamerlid Esmé Wiegman zegt dat de samenleving nooit de dood moet faciliteren. Ze vindt dat het burgerinitiatief de fundamentele vraag aan de orde stelt, hoe wordt omgegaan met kwetsbaarheid. ‘Het behoort tot de kern van het christelijk geloof dat God zich niet bij voorkeur openbaart in kracht en grootsheid, maar juist in wat klein en kwetsbaar is.’

Levensverlengingkliniek
Hoe ver kun je als politicus zinken? God wordt voor alles misbruikt en ook dit theorema komt uit de hemel vallen: leve de klein- en kwetsbaarheid. Volgens het christelijk geloof schijnt God dat te willen. Waarom niet gelijk een Levensverlengingkliniek openen onder het motto: ‘Nooit klaar met leven’? Ouderen voor eeuwig aan het infuus, katheters en sondevoeding. Daar worden ze nog kleiner en kwetsbaarder van. De manier om het leven in alle ‘kracht en grootsheid’ tergend langzaam te voltooien.

Zie: VVD werkt niet mee aan wet ‘klaar met leven’

Illustr: zorgvisie.nl

Wetenschap of religie: wie heeft er gelijk?

Spiritualiteit versus wetenschap. Twee toonaangevende auteurs voeren het debat over de fundamentele vragen van het bestaan: hoe is het heelal ontstaan, waar komt het leven vandaan, is de natuur ontworpen of per toeval ontstaan? Chopra beweert dat er intelligentie schuilgaat achter het heelal en bij het ontstaan van het leven. Mlodinow (natuurkundige) zegt dat de wetenschap een rationele verklaring heeft voor het ontstaan van het heelal.

Twee grootheden, de één een veelgelezen schrijver over spiritualiteit, de ander een vooraanstaand natuurkundige. Twee wereldbeelden, de één gelooft in een hogere intelligentie, de ander vertrouwt op de wetenschap. En samen voeren ze een magnifiek debat over de fundamentele vragen van het bestaan in een boek: Botsende wereldbeelden.

Gewapend met een pen gaan Deepak Chopra en Leonard Mlodinow met elkaar in debat. Om en om reageren ze in essayvorm op fundamentele vragen over het bestaan, achttien in totaal: over de kosmos, het leven, de geest versus de hersenen en tot slot over God.
Het zijn diepgaande vragen, die bepalen hoe wij de wereld zien – hoe het universum ontstaan is bijvoorbeeld – maar ook vragen over de definitie van leven en de aard van tijd. Dat levert verrassende inzichten op vanuit twee totaal verschillende visies.

Botsende wereldbeelden is behalve een stevig inhoudelijk debat over een universeel onderwerp, ook een boek dat tot nadenken stemt. Hoe verschillend de opvattingen ook zijn, het effect is namelijk hetzelfde: ze verruimen onze geest. Wetenschap versus spiritualiteit, materie tegenover geest. Het boek brengt de discussie op gang en ontving lovende kritieken van wetenschappelijke en spirituele leiders.

Deepak Chopra is arts en een van de meest geliefde schrijvers op het gebied van spiritualiteit. Leonard Mlodinow is natuurkundige, docent aan het prestigieuze California Institute of Technology en samen met Stephen Hawking auteur van Een korte geschiedenis van de tijd.

Botsende wereldbeelden
Deepak Chopra & Leonard Mlodinow
Paperback, 352 pagina’s
ISBN 978 90 215 5134 0
Prijs € 19,95

Bron: promotie@kosmosuitgevers.nl

Jezus als blokkade op de weg tot God


Een duivels dilemma voor Godzoekers. Christenen leggen deze uitspraak van Jezus 
letterlijk uit-sluitend uit: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.’ Met Hem halen ze iedereen het christendom binnen, maar tevens zetten ze Jezus neer als Poortwachter die andersgelovigen de weg verspert: ‘Jij mag de hemel niet in, want jij wilde zonder Mij tot God komen.’

Moslims
Dat is waarlijk wat christenen geloven, want Jezus heeft het zèlf gezegd, zeggen ze. Hier wordt dan altijd Johannes 14,6 bijgesleept. Moslims bijvoorbeeld, doen het helemaal fout, waardoor christenen als Marten de Vries en Gert-Jan Segers zelfs tot subtiele bekeringsgeschriften komen als: ‘Wat christenen geloven en moslims niet begrijpen’. Rechtstreeks ingegeven door Johannes.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij. (Johannes 14,6).

Moslims begrijpen het niet! En dus worden zendelingen en missionair werkers eropaf gestuurd en boeken geschreven, want alleen christenen bevatten het. Moslims moeten gered worden en daar is maar één weg voor: bekeren. Gelukkig wordt er elders in de Bijbel gesteld dat Jezus zei: ‘Ik en de Vader zijn één.’ (Johannes 10:30). Dat betekent dat je je tegelijk èn tot Jezus èn tot God wendt: ze zijn immers één.

Ik en de Vader zijn één. (Johannes 10:30)

Niettemin word je op internet doodgegooid met Jezus als enige weg tot God. Op Google vind je al gauw tegen de 2 miljoen hits die ernaar verwijzen. Er is geen andere weg wordt er dan gesteld: ‘Zeggen dat andere godsdiensten evengoed wegen zijn om de mens bij God terug te brengen, is een belediging van wat Jezus deed. Dan zou Jezus voor niets gestorven zijn. Als de mens anders bij God kan komen, waarom is God dan deze vreselijke weg gegaan?!’

Fundamentalistische christenen (er)kennen de Nieuwe Katholieke Catechismus niet waarin wordt gesteld dat ‘het heilsplan zich ook uitstrekt tot hen die de Schepper erkennen, onder wie vooral de moslims, die in hun belijdenis aan het geloof van Abraham vasthouden en samen met ons de ene en barmhartige God aanbidden die op de jongste dag de mensen zal oordelen.’

Hel
Debijbelopeninsmilde.nl
zegt ook: ‘Er zijn veel wegen die naar Rome leiden, dat is zeker waar, maar tot God komen, is alleen mogelijk door zijn Zoon Jezus Christus.’ Volgens jeshua.nl betekent dit zelfs ‘dat als je niet bij hem binnenkomt, verloren gaat!’ Bedehuis.nl dreigt: ‘Het is verschrikkelijk maar de mens zal buiten Jezus om voor eeuwig verloren gaan in de hel.’

Hel en verdoemenis dus als je Jezus niet erkent. Alsof God zo bekrompen is dat hij niet meer wegen heeft geopend om tot Hem te komen. Het doet me denken aan dichter en prozaïst Cees Buddingh’ die ooit zei: ‘Niemand dwaalt zozeer als wie meent de enige juiste weg te hebben gevonden.’

Illustr: alatoerka.nl

Wat moslims geloven en christenen niet begrijpen

Een geval van bekeringsdrift. Het boek: ‘Wat moslims geloven en christenen niet begrijpen’ zou deel 2 kunnen worden van een boek dat deze week verschijnt: ‘Wat christenen geloven en moslims niet begrijpen’. Dit laatste is duidelijk bedoeld om moslims tot het christendom te bekeren, want, zegt een van de schrijvers, missionair werker Marten de Vries: ‘er is aan ons één naam gegeven om tot God te komen. Dat is Jezus.’

‘Ik wil bij jou horen’, zegt De Vries, terwijl hij richting Yavuz Bilgin leunt. ‘Wij kennen elkaar al langer, en hebben warme, inclusieve gevoelens voor elkaar. Maar er staan oproepen in de Koran, waar ik ‘nee’ op zeg. We lezen in de Bijbel dat er niet twee of drie alternatieve routes zijn, maar dat aan ons één naam gegeven is om tot God te komen. Dat is Jezus.
(Marten de Vries)

Het wordt zorgvuldig niet met zoveel woorden gezegd: eigenlijk deugt de islam niet, want alleen door Jezus kan je immers tot God komen. Hardnekkig geloven vele christenen dit nog steeds. Maar volgens de islam is het niet eens waar dat Jezus Christus de zoon van God is. Moslims begrijpen de christenen dan ook niet, maar als ze dat wel zouden doen, dan vallen ze hopelijk van hun geloof.

Dit is glashelder te lezen in de verborgen agenda van missionair predikant Marten De Vries en in die van politicoloog Gert-Jan Segers, sinds 2008 directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Omgaan met moslims vindt De Vries geen onschuldige bezigheid. ‘Als je als christen niet sterk in je schoenen staat, kun je vallen voor de verlokking van de islam.’

In de eerste plaats ben ik ontzettend onder de indruk van degenen met een islamitische achtergrond die tot Jezus Christus komen. Ze zijn vaak bereid om de hoogste prijs voor hun geloof te betalen en ik heb ook van dichtbij meegemaakt dat ze dat daadwerkelijk deden. (…) Ik heb ex-moslims ontmoet, die christen werden, enkel doordat ze de Bijbel lazen. (Gert-Jan Segers)

Christenen denken het begrepen te hebben en zullen op hun beurt nooit moslim worden: dan kom je niet tot God. Het boek Wat christenen geloven en moslims niet begrijpen, is een regelrecht bekeringsboek, geschreven door een missionair werker die vindt dat de Koran juist dat afwijst wat zijn enige houvast is, en een zendeling, lid van de PKN die moslims ook het evangelie van Jezus Christus wil bijbrengen. Hoe hardnekkig blijft de drift tot bekeren van mensen die via een ‘verkeerde’ religie bij een ‘verkeerde’ God willen komen? Terwijl er toch maar EEN is?

Zie: Wat christenen geloven en moslims niet begrijpen’
(Christelijk Informatie Platform)

En: ‘Wat christenen geloven en moslims niet begrijpen’
(CV-Nieuws)

Boek: Wat christenen geloven & moslims niet begrijpen
200 pagina’s | Paperback | Verschijnt nu | ISBN: 9789023920427 | € 17,90

Zie video met Marten de Vries en Gert-Jan Segers

Het nieuwe ietsisme: God bestaat niet, maar wel ‘iemand’


Emanuel Rutten
is de filosoof van het godsbewijs, althans, van de veronderstelling dat er een logisch mogelijke wereld is waarin God bestaat. Hij veronderstelt (los van de vraag of God bestaat) dat het bestaan van God in ieder geval logisch mogelijk is. Rutten gaat er dus niet op voorhand al vanuit dat God bestaat…

…maar wel ‘iemand’, zoals hij stelt in het artikel ‘Van ‘iets’ naar iemand’. Zo komen we steeds verder: eerst was er ‘iets’, nu ‘iemand’ en ooit komen we natuurlijk uit bij God zelf.

Het is daarom niet onredelijk te stellen dat de ultieme drager van de wereld tevens het ultieme subject van de wereld betreft en dus dat de oorsprong van alles geen ‘iets’ maar een iemand is.

Het nieuwe ietsisme?
Volgens Rutten lijkt het verdedigbaar dat het eerste beginsel van alles, een ‘waardigheid’ heeft die in elk geval niet lager is dan de waardigheid van ieder mens. En omdat ieder mens een waardigheid heeft die boven die van alle levenloze objecten uitgaat, volgt volgens hem hieruit dat de wereldgrond niet onpersoonlijk kan zijn. Zij is derhalve geen ‘iets’, maar een iemand. – Een en ander zegt hij op de site Geloof en wetenschap.

We zien dus dat de overtuiging dat de wereld tenslotte is gegrond in een persoonlijke eerste oorzaak goede papieren heeft. Wie, zoals ook een deel van de atheïsten doet, erkent dat het niet onredelijk is om te veronderstellen dat er een absoluut oorsprongsprincipe moet zijn waarop de hele werkelijkheid uiteindelijk teruggaat, kan nauwelijks meer volhouden dat het onzinnig is om te denken dat deze eerste oorzaak geen ding, maar een subject is. Het is daarom alleszins redelijk om de ultieme grond van de werkelijkheid als persoon te zien. Maar dat is ‘wat wij allen God noemen’, zou de middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino zeggen.

Rutten behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. Begin 2010 begon hij aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte. Zijn werkterrein betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek. De voorlopige titel van zijn dissertatie luidt: Causation, Parthood and Modality: Towards a combined formal theory that implies the existence of a First Cause.

Zie: Van ‘iets’ naar iemand (Geloof en Wetenschap)

Illustr: ‘Amoris Divini Emblemata Studio Et Aere Othonis Vaenii Concinnata’, Antwerpen, Officina Plantiniana (Balthasar Moretus), 1660.
De tekst is afkomstig uit de Vulgaat (1 Cor. 2:9). De Statenvertaling geeft ‘[Hetgeen] het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord …’