Wenst u een robot met islamitisch of christelijk bewustzijn?

robot
Of maakt die robot dat zelf wel uit? Zelfbewustzijn wordt gezien als een van de belangrijkste kenmerken van de mens. De vraag wie of wat hij is, waar hij vandaan komt en wat er voor hem in het verschiet ligt, plaagt hem daardoor onophoudelijk. Binnenkort worstelen robots hier ook mee. Amerikaanse wetenschappers voorspellen dat de ‘mensachtige’ machine zo intelligent wordt dat velen hem moreel bewustzijn zullen toedichten.  

Volgens de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett overschat de mens zijn bewustzijn schromelijk en is hij zelf niet meer dan een ‘vochtige robot’, zij het dan niet gemaakt van silicium en staal, maar van vlees en bloed. Wie weet denken robots over enkele decennia extreem geavanceerd en wordt het een nieuw soort wezen.

zorgrobot
A
ls een robot (foto: demorgen.be) gaat nadenken, dan ook over goed of fout. De moraal bij de robots… Volgens filosoof Emanuel Rutten is God nodig voor de moraal, vinden morele waarden hun bestaansgrond in Gods aard. Hemel! Welke god zouden robots dan geneigd zijn te kiezen? (Of doet God dat voor hen?) Of zou het aan de input liggen waarmee ze geproduceerd worden? Kan een christelijke techneut zijn robot christelijke waarden meegeven en een moslimtechneut islamitische? Kan er ook naar behoeven een seculiere robot geschapen worden?

Een speciaal hiervoor geprogrammeerde Nao-robot heeft een vorm van zelfbewustzijn laten zien door een moderne variant van een klassieke denkpuzzel op te lossen. Als een robot nu de puzzel van religie wil oplossen? Wordt dan duidelijk welke God de beste is? Of besluit hij vol bewustzijn dat er helemaal geen god is? Ontkennen dat hij geschapen is? Robots (foto: scientas. nl) zijn onmiskenbaar geschapen. Door techneuten van allerlei komaf, dus voor robots zijn er dan zelfs meerdere goden die hen geschapen hebben, zouden robots kunnen gaan denken. Misschien worden ze wel polytheïsten.

ex-machina


‘Wanneer is er machine-intelligentie op menselijk niveau? De voorspellingen hierover lopen uiteen. Leden van verschillende expertgroepen werden tussen 2011 en 2013 gevraagd wanneer zij dachten dat machine-intelligentie op menselijk niveau ontwikkeld zou zijn. De kans is 10% dat kunstmatige menselijke intelligentie (KMI) rond het jaar 2022 bestaat. De waarschijnlijkheid van KMI is 50% in 2040 en 90% in 2075. Hoogleraar Nils Nilsson, één van de pioniers op dit gebied, verwacht dat KMI mogelijk in 2050 arriveert (50% kans). Nilsson is er vrijwel zeker van dat kunstmatige menselijke intelligentie in 2100 bestaat. Kortom, de experts in het vakgebied zijn stellig: voor het einde van deze eeuw is de computer slimmer dan de mens.’ (scientias.nl)


Komt er uiteindelijk een krachtmeting tussen robots? En tussen robots en mensen? Ze lijken toch zo op elkaar? De Franse verlichtingsfilosoof La Mettrie noemde de mens niets anders dan een ingewikkeld apparaat. Al die apparaten ontwikkelen bewustzijn en gaan hiermee de wereld in. Benieuwd hoe zich dat gaat ontwikkelen. ‘Het begin van de opmars van zelfbewuste machines’, noemt godsdienstfilosoof Taede Smedes – hij vindt dat ‘creepy’ – het feit dat robots zelfbewustzijn toonden bij het oplossen van een puzzel.

Het wachten is op de eerste imam-robot of robot-paus. Of een Richard-Dawkinsrobot.

Foto: filoblog.nl

En God ontstak de Oerknal

thehistoryofuniverse

Er was eens… in het TijdRuimteloze, God, die besloot samen met miljarden engelen de kosmos te scheppen. Een hemelruim waarin wezens gelijk aan Hem zouden leven en geleidelijk aan zouden ontdekken hoe die kosmos uiteindelijk in elkaar steekt. Het kostte zeven dagen voorbereidingstijd om de concepten te ontwikkelen, al hadden de engelen geen besef van tijd, want die zou pas ontstaan na de Oerknal, net als ruimte.

‘In het begin is het Woord, en het Woord is bij Mij, en het Woord is van Mij. Het is in het begin bij Mij. Alles is door Mij ontstaan, en buiten Mij om is er niets ontstaan. Wat ontstaan is, heeft leven in Mij, en het leven is het licht van de mensen.’
(God)

De almachtige God wist dat de wezens die zichzelf mensen zouden noemen, het woord Oerknal zouden geven aan Zijn Schepping, ook al zouden ze nooit alle ins en outs begrijpen van deze enorm krachtige scheppingsdaad. Ze zouden denken dat de Oerknal uiteenspatte in de ruimte, maar die ruimte was er helemaal niet. De Oerknal zou zijn eigen ruimte scheppen en daarmee ook tijd introduceren. Vol liefde hield God de komende Oerknal, zo groot als een sappige grapefruit, in Zijn handen.

scheppervanhemelenaarde


H
et woord mens vond God heel goed gevonden, want afgeleid van het Latijnse woord – God spreekt alle talen – betekent ‘mens’ geest. Daar God zelf geest is vond Hij dat wel passend. Hij zou de menselijke geesten Zijn adem inblazen, opdat zij een lichaam zouden krijgen, want mensen moesten zich wel voort kunnen planten, wil God Zijn doel bereiken. Daarom had hij liefde en seks mee geschapen. Zijn uiteindelijke doel was eindeloos mensen scheppen (illustr: prentencathechismus.org) en met hen de kosmos te bevolken. Voor dat doel had Hij ook miljarden hemellichamen geschapen, die nu nog in de Oerknal zaten.
De Oerknal naderde het punt van ontsteking.

Al het voorbereidende scheppingswerk was af. Dat bestond vooral uit ideeën, geestelijke scheppingen die heilige woorden meekregen zodat ze na de Oerknal gematerialiseerd konden worden. De ideeën kwamen van God en de engelen, wezens die volkomen zuiver zijn en slechts zuiver kunnen denken en handelen, zuivere woorden kunnen uitspreken die zich vasthechten aan de ideeën. Alleen dan was een goede, zuivere schepping mogelijk. Dat alles zou dan gematerialiseerd worden in de 14 miljard jaren die volgden op de Oerknal en ook nog lang daarna.
He
t aftellen begon.

De Oerknal knalde. God sprak hiervoor de magische woorden uit die enigszins geparafraseerd later in het Johannesevangelie in de Bijbel zouden komen: 

‘In het begin is het Woord, en het Woord is bij Mij, en het Woord is van Mij. Het is in het begin bij Mij. Alles is door Mij ontstaan, en buiten Mij om is er niets ontstaan. Wat ontstaan is, heeft leven in Mij, en het leven is het licht van de mensen.’

heelal-ballon-uitdijen


D
ie Woorden hadden een ongelooflijk effect. De Oerknal was daar. Het universum begon te ontstaan, en breidt zich alleen maar uit. Eerder had God aan de engelen laten zien hoe dat eruit zag. Hij had een blauwe ballon opgeblazen die groter en groter werd. Op de ballon (foto: astroblogs.nl) waren sterren getekend, hele melkwegstelsels, die zich steeds verder van hun oorsprong en van elkaar verwijderden. De ballon werd groter en groter. Vol ontzag hadden de engelen ernaar gekeken en God had hen in eeuwige dankbaarheid geprezen in zijn Oerknalspeech: ‘Jullie hebben er allemaal fantastisch aan meegewerkt!’

Bi7_xmPCIAAo7Mc


De mensen zullen dit moment terugvinden,’ zo vervolgde God zijn speech, ‘en het ‘sporen van kosmische inflatie’ (illustr: space.com) noemen. Ze zullen het signaal vinden dat het gevolg is van de ultra snelle inflatie van het heelal, fracties van seconden nadat ik Mijn Woorden uitspreek.’

Donderend applaus van miljarden engelen viel God ten deel, waarmee de Oerknal het geluid van zijn beginmoment kreeg. De engelen hadden hun geestelijk handgeklap gematerialiseerd, anders zou Gods Schepping nooit Oerknal genoemd kunnen worden. Ze hadden aan alles gedacht. 

In het jaar van deze geschiedschrijving, 2015, weten de wetenschappers op aarde nog altijd niet waardoor de Oerknal uiteindelijk uiteen knalde. Een beroemde professor zei dat degene die dat te weten zou komen tweemaal de Nobelprijs zou winnen. God glimlachte, Hij wilde die prijs wel eens in ontvangst komen nemen. ‘Big Bang needs Me.’

Zie ook de video: Als het heelal uitdijt, waarin dijt het dan uit? (Universiteit van Nederland, sterrenkundige Ralph Wijers, 2015)

😉

Foto: bdwilson1000
Updates:
021 12 023 (herstelde verwijzing naar video)
23 03 2024, 06 12 2024 (lay-out)

Hoe God verdwijnt uit religiewetenschap en theologie

OudetestamentVoorOngeleerden
De wetenschap lijkt druk bezig God uit Zijn eigen paradijs te verdrijven. Op blogs, in essays, in wetenschappelijke verhandelingen wordt God zelf verbannen uit de (religie)wetenschap en theologie. Geëxcommuniceerd. Uitgesloten door de wetenschap. God, de christelijke dan, bestaat ongemerkt al lang niet meer. Het gaat nog slechts over religie.

Het wordt meer en meer not done over God te theologiseren; je debatteert slechts over religie, dat ‘iets is dat mensen doen’. Meer niet. God verdwijnt niet alleen uit Jorwerd, maar stilletjes wordt Hij van de universiteit gestuurd, het land uitgezet. Je mag niet meer gelovig denken over het geloof. Gods bestaan doet er niet meer zo toe.

Op NieuwWij woedt een discussie over theologie (Godgeleerdheid.) Door de theologen Taede Smedes en Hendro Munsterman. Allebei verbonden aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en samenleving (DSTS.) Met verbazing volg ik het. Het lijkt een debat over God of die wel of niet (meer) bestaat. Hij gebeurt niet eens meer. Het lijkt slechts te gaan over mensen die aan religie doen. ‘Het is niet langer duidelijk wat we onder ‘geloof’ moeten verstaan’, zegt zelfs een van de theologen. Het draait niet eens meer om geloof. Je hoeft niet meer in God te geloven.

taedeasmedesAls geloof dus het criterium wordt voor een theoloog, hoe vul je dat dan concreet in? Welke criteria leg je dan aan? En hoe ga je ‘handhaven’? Theologie als louter gelovig denken over geloof kan dus niet meer. Het heeft in het huidige academische klimaat geen plaats meer aan een universiteit. Bovendien is niet langer duidelijk wat je nog onder ‘geloof’ moet verstaan.’ (Taede Smedes – foto: NieuwWij)

Gaat het echt niet om ‘het geloof’ of zelfs maar om geloof in God, maar in de eerste plaats om ‘affiniteit met de brede, historisch gegroeide stroom van de christelijke traditie’? Waar blijft God dan? En welke God? Want in deze discussie lijkt alleen de christelijke God te bestaan. Misschien komt dat omdat de term theologie afkomstig is uit de christelijke traditie en daarom overwegend gebruikt wordt voor de (studie van de) geloofsinhoud van het christendom. Want over de andere goden gaat het niet. Ik vind dat kokerdenken-theologie. Er is zo veel geschreven over God vanuit ook andere religies! En vergeet de mystici niet, die nog breder naar God ‘keken’. Die Hem zelfs ervoeren! Het lijkt alsof theologie alleen nog maar over de (christelijke) traditie mag gaan. God in de coulissen.

hendromunstermanSoms heeft het christelijk geloof (in haar katholieke vorm) ook uitzuivering nodig van wat er in de loop van de geschiedenis aan overtolligs of zelfs tegenstrijdigs is aangeslibd. Of omgekeerd: zijn er zaken uit het zicht verloren die tot het wezen van de christelijke verkondiging behoren. Als theoloog poog ik dan ook hier en daar mijn bescheiden bijdrage te leveren aan deze uitzuivering.’ (Hendro Munsterman – foto: NieuwWij)

Munsterman behoort tot die (schaarse?) theologen voor wie het wezenlijk is dat theologie echt theologie kan zijn. Al die ‘bestudeerders’ van religie kijken volgens hem ‘op een afstandje’ naar religie. Maar er zijn gelukkig ook nog theologen die ‘van binnenuit’ hun religie onderzoeken. Munsterman probeert trouw te zijn aan de bronnen van zijn geloof, wil loyaal zijn aan zijn christelijke, katholieke geloofsgemeenschap waar hij in staat en met zijn getheologiseer wil dienen. Helaas blijft hij daarbij wel op zijn eigen katholieke eilandje zitten, met zijn katholieke God.

Waar gaat deze discussie naartoe? Volgens mij moet theologie regelrecht terug naar zijn wortels, naar zijn bronnen. Er is genoeg geopenbaard en geschreven over God. Binnen alle religies vind je geschriften. Mystici en filosofen hebben grote gedachten over God op papier gezet. Theologie moet niet alleen kortzichtig christelijk zijn, maar uitgaan van alle religies waarin God te vinden is. Niet de alleen mens, niet slechts de traditie, maar vooral God bestuderen!

god_cloud_2983677k

Laat religiewetenschappers maar religie ‘dat iets is dat mensen doen’ bestuderen, maar laat theologie zich op wetenschappelijk niveau vooral in God verdiepen, aan de hand van die zeer vele geschriften, openbaringen, mystieke ervaringen. Bronnen meer dan genoeg waaraan de theologie zich kan laven. Laat een theoloog weer theo-loog zijn. Laat hij zich niet schamen voor zijn geloof in God; laat hij niet afglijden in slechts nadenken wat religie met gelovigen doet en God daarbij op de tweede plaats zetten. Een theoloog die niet in God gelooft, laat hem of haar dan maar religiewetenschap doen, maar blijf dan van de theologie af.

Zie NieuwWijKan een ongelovige theoloog wel een theoloog zijn? Die vraag staat centraal in een briefwisseling tussen Taede Smedes en Hendro Munsterman die afgelopen maandag is begonnen op Nieuwwij.nl en tot het eind van deze week zal duren. Smedes is godsdienstfilosoof en theoloog, freelance journalist en publicist. Hij is ook als onderzoeker verbonden aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) in Amsterdam. Munsterman is rooms-katholiek theoloog, doceert dogmatische theologie in Frankrijk (Lyon) en is Vaticaan-commentator voor het Nederlands Dagblad.

Foto 1: Theologie; Ysbrand van Hamelsveld. Korte aanmerkingen over het Oude Testament voor ongeleerden – 1791/1796 (veiling.katawiki.nl)

Foto 2: God, well known to work in mysterious ways, might be said to have been at it again when the image of a deity-like bearded man appeared through the clouds over Snettisham, Norfolk (telegraph.co.uk)

God & Seks – Kleine theologie van de erotiek

ilovesexGod (1)
Theoloog Frank Bosman houdt een hartstochtelijk pleidooi voor de erotiek. Met zijn pamflet God houdt van seks probeert hij orde te scheppen in de erotische chaos die onze maatschappij beheerst. Het verschijnt ter gelegenheid van de Nacht van de Theologie op 20 juni 2015, dat dit jaar Religie & Erotiek als thema heeft. Met een debat over gelovigen die bekrompen over erotiek denken en een gesprek met de titel: theologen voor seks. Hoe je dit laatste moet uitleggen wordt tijdens de erotische nacht wellicht duidelijk.nachtvandetheologie

Het is kennelijk een slecht huwelijk: seks en geloof. Seks roept associaties op met vrijheid, liefde en zinnelijk genot. Geloof daarentegen roept bij veel Nederlands precies tegenovergestelde associaties op: kuisheid, onthouding en vrijen-met-de-handen-boven-de-lakens. Maar hoewel de christelijke traditie zeker lijdt aan seksueel pessimisme, lijkt het erop dat ook binnen de seculiere samenleving steeds meer aandacht komt voor de problemen rond seks: van mensenhandel tot de drempelloze toegang tot internetporno. Wat is hier aan de hand?’ (Nacht van de Theologie)

FrankBosmanNVDT
H
et pamflet is geen gesomber, maar vrolijke lijfelijkheid, zo vertelt Frank G. Bosman (foto: NVDT) tegen katholiek.nl en zegt erbij dat iedereen gefascineerd is door seks en erotiek.

God houdt van seks’ is het essay bij de Nacht van de Theologie 2015, geschreven door de bekende cultuurtheoloog dr. Frank G. Bosman. Het essay is een hartstochtelijk pleidooi voor de erotiek. Op basis van een analyse van het christelijke Sexualpessimismus en de rol van het begrip ‘reinheid’ in onze cultuur, pelt hij de Bijbelse boodschap af tot de naakte kern. Bosman ziet liefde, seks en erotiek als onvoorwaardelijke zelfgave, als viering van het aan ons gegeven leven en als voorproefje van hemelse heerlijkheden.’ (Kok)

SeksalswegnaarGodHield God eerst wel van een geintje, nu houdt hij ook van seks. Hoe moet dat dan zonder lichaam, vraag ik me af. Speelt de Heilige Geest dan een rol? Of kan je ook geestelijk in erotische sferen komen?
Misschien bedoelt God seks wel als weg naar Hem, zoals tantraleraar en ‘meest populaire trendsetter en provocateur van de 21e eeuw’ David Deida het beschrijft in zijn boek Seks als weg naar God. Eerder verschenen onder de titel God en Eros. Ik heb echter nog geen kerkgenootschap gevonden met tantra tussen de kerkbanken. Ken Wilber noemt Deida’s boek een hartstochtelijk avontuur van seksuele spiritualiteit.

Seks als middel tot verdieping van spirituele bewustwording is een prikkelende stelling. In zijn boek laat Deida overtuigend zien hoe we op momenten van seksuele vervoering ons hart volledig openen voor het Goddelijke.’ (Cover)

Terug naar Bosman. Die heeft toch een andere invalshoek in zijn pamflet. Op de vraag van katholiek.nl of er weer zo’n moraalridder komt die zegt hoe je moet vrijen, zegt hij:

Daar ben ik niet bang voor. Dat gaat namelijk gebeuren van beide kanten. Christenen kunnen mij straks verketteren omdat ik wel heel vrij over seks en God spreek. En seculiere critici zullen opmerken: wat moeten wij met een boek over seks en God als we niet eens in die God van jou geloven? Ik hoop echter beide groepen te bereiken. Ik denk dat iedereen er aan toe is om af en toe dieper na te denken over erotiek en seks.’ (katholiek.nl)

God houdt van seksBosman heeft het in zijn pamflet over naaktheid als ingang voor zijn theologie van de erotiek:

Er zijn twee soorten naaktheid: een goede en een slechte naaktheid. Goede naaktheid hoort bij goede erotiek. Vrijende partners geven zich letterlijk en figuurlijk bloot. Ze schamen zich niet voor zichzelf of elkaar. Ze genieten alleen maar.
Deze blootheid hoeft niet bedekt te worden, hoewel ik me best kan voorstellen dat stelletjes toch graag even de gordijnen dicht doen. Erotiek en intimiteit horen immers ook bij elkaar.’ (katholiek.nl)

En God zag dat het hemels was.

Zie: Pamflet God en seks biedt vrolijke lijfelijkheid

Foto: Restored Church – In Pennsylvania is ophef ontstaan over een reclamebord dat is geplaatst langs een drukke snelweg. Een lokale kerk wilde op een originele wijze bezoekers lokken en de pastoor bedacht dat seks natuurlijk altijd verkoopt. 

Frank G. Bosman | God houdt van seks – Kleine theologie van de erotiek  | Uitgeverij Kok | juni 2015 | € 4,99 | 72 pag.

Theïstisch recept tegen een alles eroderend nihilisme

truth (1)
Zes mogelijke opties om de moraal in een atheïstisch wereldbeeld te verankeren, gaf filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht voor het C.S.F.R. debat in Groningen op 3 juni 2015. Voor elke optie betoogde hij echter dat ze niet leidt tot adequate fundering van de moraal, op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen: ‘het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren’.

Aan de orde kwam de ontkenning van de atheïst dat er morele waarden bestaan; of dat ze bestaan als bruut feit. Of dat ze eenvoudigweg conventies of sociale afspraken zijn binnen een bepaalde gemeenschap, maatschappij of cultuur. Of dat morele waarden bestaan als onvervreemdbaar deel van onze intrinsieke waardevolle menselijke natuur. Een vijfde optie is beweren dat iets moreel verwerpelijk is omdat wij dat als mens nu eenmaal zo voelen. De laatste optie ten slotte is het maken van een keuze voor één van de wijsgerige normatief-ethische systemen, zoals Aristoteles’ deugdethiek, Kants categorisch-imperatief, Benthams utilisme, of Nietzsches zelfgeldingsethiek.

Geen van deze opties slaagt er dus in om de moraal te gronden, dat wil zeggen te funderen op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen. Het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren. Er rest slechts een vlucht in een alles eroderend nihilisme of relativisme.’

Wat voor theïsme pleit is dat morele waarden hun bestaansgrond vinden in Gods aard, gegrond in Gods noodzakelijke natuur of karakter.

God is als de sacrale oorsprong van de werkelijkheid, als de essentieel liefdevolle en rechtvaardige grond van de wereld, de uiteindelijke bron en locus van morele waarden. De morele waarden zijn dan ook objectief geldig. Ze zijn geldig onafhankelijk van onze meningen en voorkeuren. En dit is in overeenstemming met ons morele ervaren, handelen en oordelen.’

Rutten noemt dat moreel realisme, en het atheïsme heeft zeer veel moeite om moreel realisme te funderen.

Dit betekent dat als moreel realisme waar is, het theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. De cruciale vraag is dan ook of moreel realisme correct is.’

Tot dusver, zo betoogt de filosoof, is er nog geen enkel argument tegen moreel realisme gevonden waarvan de premissen overtuigender zijn dan onze morele ervaringen zelf.

Moreel realisme is dan ook de meest adequate interpretatie van ons feitelijke morele handelen, morele taalgebruik en onze morele oordelen. En omdat, zoals ik nog zal betogen, moreel realisme veel beter past in een theïstisch dan in een atheïstisch wereldbeeld, volgt dat theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. Het atheïsme loopt vast op de objectiviteit ervan.’

We dienen volgens Rutten wel over een vrije wil te beschikken, want als we die niet hebben en dus gedetermineerde automaten zijn, zou het onzinnig zijn om te beweren dat we moreel verantwoordelijk zijn voor onze daden.

‘Alles wat we doen zou dan immers vooraf al door fysische oorzaken bepaald zijn. Welnu, uitgaande van theïsme is het bestaan van een vrije wil zéér goed denkbaar. In elk geval veel beter dan in het geval van het atheïsme. God is zelf immers redelijkerwijs een bewust vrij wezen die een kosmos heeft willen scheppen waarin actoren in vrijheid kunnen handelen en significante keuzes kunnen maken. Keuzes waarvoor men dan ook morele verantwoordelijkheid draagt. Vanuit theïstisch standpunt kan morele verantwoordelijkheid dus prima geduid worden.’

Onze morele kennis wordt, aldus Rutten, door theïsme uitstekend gefundeerd. God kan ervoor gezorgd hebben dat wij beschikken over morele intuïties, die als het ware een moreel zintuig vormen: deze moral sense staat ook bekend als het geweten, waarmee we in ons leven objectieve morele waarden op het spoor kunnen komen.

Zo wordt duidelijk hoe we morele waarden en plichten überhaupt kunnen kennen. Al met al kan theïsme dus het hele spectrum van de moraal (waarden, plichten, verantwoordelijkheid en kennis) uitstekend verklaren en integreren in haar wereldbeeld.’

Dat dit voor het atheïsme heel anders ligt, betoogt hij vervolgens in genoemde opties. Overigens beweert Rutten niet dat atheïsten geen voorbeeldig moreel leven zouden kunnen leiden. ‘Natuurlijk niet, dat is echt onzin’.

Zie: Is God noodzakelijk voor de moraal? (pdf)

Illustr: Truth, a guide (detail cover) – Simon Blackburn: ‘But toleration, which is often, although not always, a good thing, is not the same as relativism, which is never a good thing; and it is vital to understand the difference.’