Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

‘Politieke, sociale of economische factoren bepalen of religies tot agressie leiden’

Dossier: God en Geweld – Religies en rituelen zijn sociaal gezien een oerkracht die een habitat scheppen, een wereld, waarin we als groep kunnen samenleven. Een leefwereld van gewoonten waarin we ons thuis voelen. Zodat wie opgegroeid is met het geluid van klokken nostalgie kan voelen telkens als hij klokken hoort luiden. De door de eeuwen heen ontwikkelde rituelen worden een mentaal huis voor het volk dat ze beleeft.

Aldus Dossier: God en Geweld van Mondiaal Nieuws in het artikel De mens, zijn (af)goden en zijn geweld. Hierin wordt gesteld dat godsdienst helemaal terug lijkt als politieke factor, waarbij soms erg gewelddadige actoren zich beroepen op hun variant van hun geloof voor hun acties. John Vandaele sprak daarover met Johan Braeckman, moraalfilosoof, en Jakob De Roover, van de afdeling vergelijkende cultuurwetenschap van de Universiteit van Gent.

Hoe moeten wij Europeanen, wonend in het minst religieuze continent van de wereld, dat begrijpen? Is de mens van nature een religieus wezen? Waarom vertonen zoveel mensen ritueel gedrag? We dachten dat de wetenschap hierin helderheid kon brengen, maar stootten al snel op onenigheden. Zo bleek het nog niet zo eenvoudig een definitie te geven van religie.’

Volgens Braeckman lenigen religies en rituelen allerlei noden en kunnen zij angst verkleinen, troost geven en zorgen voor sociale samenhang, al leiden ze soms ook tot conflicten, maar is dat onvoldoende als verklaring waarom mensen religieus zijn. Braeckman heeft begrip voor wat religies en rituelen te bieden hebben, maar dat belet hem niet wetenschappelijk proberen te begrijpen waarom mensen aan rituelen doen en waarom er tienduizenden religies zijn.

god_en_geweld


V
olgens de schrijver van het artikel in Dossier: God en Geweld (illustr: MN), John Vandaele, zijn religies een enorme sociale kracht: ze maken deel uit van de identiteit van mensen en liggen mee aan de basis van gemeenschappen: als je erin slaagt ze te politiseren, kun je een conflict, en zelfs een botsing der beschavingen in het leven roepen – temeer omdat er vaak al een verleden van conflicten is. In een vijandige wereld kan religie een identiteit zijn waarop mensen terugvallen.

Wat er ook van zij: duidelijk is dat andere factoren, van politieke, sociale of economische aard, bepalen of religies tot agressie leiden. Religie is geen voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor geweld, maar ze kan wel de verbetenheid vergroten als de strijd eenmaal begint – wordt men dan immers niet gesteund door de enige echte Almachtige?’

In het Dossier: God en Geweld wordt uitgebreider dan ik hier summier weergeef, geschreven over geweld en godsdienst, in verschillende artikelen, waaronder onder meer ook: Het geweld ligt niet aan de godsdienst, maar aan de menselijke natuur.

‘John Locke meende dat de scheiding van kerk en staat de sleutel tot vrede was, maar de natiestaat is zeker niet afkerig van oorlog gebleken. Het probleem ligt dan ook niet in de veelzijdige activiteit die we religie noemen, maar in het geweld dat besloten ligt in onze menselijke aard en in de aard van de staat, die vanaf het allereerste begin de gewelddadige onderwerping van minstens negentig procent van de bevolking vereiste.’

Zie: De mens, zijn (af)goden en zijn geweld

Illustr: © Fatinha Ramos – Mondiaal Nieuws
Update: 23-10-2024

Geloof als kosmologische visie

dyn003_original_1032_1024_pjpeg_2621310_f274dfa08b8d822c744bcd0b49527896
De God van de Amerikaanse filosoof John Dewey heeft niets met geloof in iets bovennatuurlijks te maken, noch met zoiets als aanbidding of verering. Het heeft alles te maken met een kosmologische visie, waarin de mens een diep existentieel besef heeft van haar ingeweven-zijn in het tapijt van het universum. – Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in Bezieling, in een recensie van Het religieuze bevrijd van religie. Onlangs weer vertaald en heruitgegeven.

images.jpeDe werkelijk areligieuze houding schrijft prestaties en doelen toe aan de mens als losstaand van de fysieke werkelijkheid en van zijn medemens. Onze successen zijn afhankelijk van de medewerking van die werkelijkheid. Het gevoel van menselijke waardigheid is even religieus als ontzag en eerbied, als het berust op een opvatting van de mens als samenwerkend deel van een groter geheel.’

Volgens  Carel Peeters, in VN, is het boek Het religieuze bevrijd van religie (A Common Faith) een geschrift dat om misverstanden vraagt. John Dewey (foto: bibliofilosofiamilano.wordpress.com) is volgens Peeters geen gelovig filosoof, heeft geen religieuze of mystieke neigingen, heeft niets met wonderen of met bovennatuurlijke zaken. Dewey gebruikt het woord ‘religie’ omdat het oorspronkelijk ‘gebonden zijn’ betekende.

COVER.DEWEYDewey wil die gebondenheid uitbreiden naar alle seculiere houdingen die staan voor gebondenheid aan een ideaal, aan geloof in mogelijkheden, aan iets wat nog onzichtbaar is, maar dat met inspanning zichtbaar gemaakt, gerealiseerd, kan worden: ‘Kunstenaars, wetenschappers, burgers, ouders, allemaal laten ze zich, in zoverre ze gedreven worden door de geest van hun roeping, leiden door het onzichtbare.’

Volgens Smedes had  Dewey ooit een religieuze ervaring waardoor hij religie niet vaarwel wil zeggen. – We hebben het hier trouwens wel over een geschrift van Dewey uit 1934(!) Dr. Alma Lanser-van der Velde & prof. dr. Siebren Miedema schreven in Filosofie ook over A Common Faith:

johndeweyDewey  spreekt in ‘A Common Faith’ over het geloof van mensen, over de ervaring. Hij laat zien hoe gevaarlijk en tot stilstand leidend het is als sommigen op geloofsgebied over anderen heersen en doet een poging ruimte te scheppen voor geïnspireerd en creatief, ethisch juist handelen in deze wereld.’

Lanser–van der velde en Miedema stellen dat Dewey (design: jbarker) vond dat praten over een transcendente God mensen er kan van weerhouden dat te doen waarvoor zij verantwoordelijk zijn: het Goede na te streven, in afhankelijkheid van elkaar en op elkaar aangewezen.


Is this the end?
A past with a closing door
Thru which I hardly grasp
From out of time’s jealous clasp
A scant fleeting store
Of memories retreating:

A future all hope defeating
Closing in with tight shut door.
Twixt the two the present penned.

Great God, I thee implore
A little help to lend:-
I do not ask for much,
A little space in which to move,
To reach, perchance to touch;
A little time in which to love;
A little hope that things which were
Again may living stir
A future with an op’ning door:
Dear God, I ask no more
Than that these bonds may rend,
And leave me free as before.

John Dewey


acommonfaithBoeiend allemaal. Het komt mij voor dat het diep existentieel besef van de mens ingeweven te zijn in het ‘tapijt van het universum’ en de kosmologische visie: de mens als samenwerkend deel van een ‘groter geheel’, heel religieus klinkt. Sommigen noemen dat ‘God’.
Het religieuze atheïsme van John Dewey
De godsdienstfilosofische visie van John Dewey
God, een beetje nietszeggend begrip

John Dewey | Het religieuze bevrijd van religie | Vertaald en ingeleid door Kees Hellingman | ISVW Uitgevers | 128 pag | ISBN 978-94-91693-29-8Euro 22,50 

Foto: cosmology.skynetblogs.be

Godsargumenten en de God van de Gaten

earth.at.sunrise

De God van de Gaten kwam weer eens voorbij. Ditmaal opgevoerd door Jonathan – op een foto zichtbaar met de tekst: ‘I’m an atheist, debate me’. Hij daagt filosoof Emanuel Rutten uit door te stellen dat zijn Godsargumenten varianten zijn op de aloude God van de Gaten theorie. Rutten repliceert met behulp van het Kalam argument.*

Het Kalam argument voor het bestaan van God is gebaseerd op twee uitgangspunten. De eerste is dat alles wat ontstaat een ontstaansoorzaak heeft. De tweede is dat de kosmos is ontstaan. Hieruit volgt dat de kosmos een oorzaak heeft voor zijn ontstaan.’

Vervolgens stelt Rutten – in zijn artikel Gaan oorzaken altijd in de tijd vooraf aan hun gevolgen?dat daarna dan beredeneerd wordt dat deze oorzaak God moet zijn.

Jonathan (foto: godsbewijzen.be) stelt het volgende, op de site Godsbewijzen:

JonathanHet grote punt is, Emanuel, dat alle ‘argumenten’ voor Godsbestaan die je aanstipt in je stuk, eigenlijk varianten zijn op de aloude God van de Gaten theorie. Weten we iets als mensheid (nog) niet te verklaren, dan poneren we maar weer een metafysisch, altijd bestaand, algoed en almachtig, bewust wezen als verklaring. De geschiedenis heeft echter al talloze malen laten zien dat dit (dat poneren) een misvatting bleek.’

Rutten antwoordt dat geen van de argumenten voor het bestaan van God die hij noemt, gekarakteriseerd kunnen worden als God van de Gaten argumenten.

Neem het Kalam argument. Dit argument bestaat uit twee premissen. De eerste luidt dat alles wat begint te bestaan een ontstaansoorzaak heeft. Dit is een metafysische premisse waarvoor uitstekende gronden bestaan. Met een God van de Gaten heeft deze premisse dan ook niets te maken.’

Emanuel Rutten (foto: godsbewijzen.be) stelt vervolgens dat de tweede premisse luidt dat de kosmos is begonnen te bestaan; een natuurwetenschappelijke premisse waarvoor zoals bekend eveneens uitstekende ondersteuning bestaat.

Emanuel RuttenOok hier is geen sprake van een God van de Gaten benadering. De conclusie dat God bestaat wordt vervolgens uit deze premissen afgeleid door gebruik te maken van een ‘Inference to the Best Explanation’. Ook daar kom je dus geen God van de Gaten methodologie tegen. Kortom, het Kalam argument is alles behalve een God van de Gaten argument. En hetzelfde geldt dus voor de overige Godsargumenten.’

* Het Kalam kosmologisch godsbewijs is samen met Plantinga’s modaal-logische herformulering van het ontologisch godsbewijs één van de meest besproken godsbewijzen in het hedendaagse filosofische discours.

Zie:
* Jonathan zei
*  Gaan oorzaken in de tijd altijd vooraf aan hun gevolgen?
*  Het Kalam kosmologisch godsbewijs

Foto: Earth at sunrise – The existence of God: The Kalam cosmological argument (Dean’s Dialogue)

Een pleidooi voor sceptisch naturalisme

glas1
Een pleidooi voor sceptisch naturalisme door filosoof Jan-Auke Riemersma, wellicht als reactie op Een pleidooi voor naturalisme door filosoof en theoloog Alexander van Biezen. Naturalisme is de leer die alles door natuurlijke verschijnselen verklaart en het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen ontkent. Het houdt van logische wetten en die bepalen hoe wij de wereld zien. Sceptisch naturalisten geloven niet dat de gehele werkelijkheid sluitend kan worden beschreven. 

Het naturalisme heeft gewonnen,’ zegt kosmoloog Sean Carroll, geciteerd door Van Biezen in zijn artikel bij Geloof en Wetenschap.

Het idee dat er slechts één enkele werkelijkheid is, dat er geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke zijn, dat er slechts één enkel materieel bestaan is, en dat wij een deel van het universum zijn, dat wij er op geen enkele manier buiten staan. (…) De discussie is afgelopen, het debat is voorbij, we zijn tot een besluit gekomen. Het naturalisme heeft gewonnen.’ (Sean Carroll)

jan-auke-riemersmaJan Auke Riemersma (foto: J-AR) heeft daar grote vraagtekens bij omdat het bij het universeel naturalisme aan bewijs ontbreekt, en vraagt zich af waarom het zoveel aanhangers heeft. De waarheid van logische wetten kunnen we niet empirisch bewijzen, zo stelt hij. Ze bestaan zelfs niet, volgens hem: het zijn geen krachten of deeltjes.

De waarheid van de logische wetten is niet ‘vanzelfsprekend’; (…) ook rechtvaardigen de logische wetten zichzelf niet (je kunt de logische wetten niet bewijzen met behulp van de logische wetten, die procedure is circulair.)’ (Riemersma)

Alexander_van_BiezenAlexander Van Biezen (foto: Twitter) vraagt zich af of er in een wereld zonder het bovennatuurlijke nog ergens een plek over is voor religie. Vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt is God gewoon geen goede theorie.

Volgens Riemersma beschouwt de naturalist de logische modellen niet slechts als de meest bruikbare, maar is hij ervan overtuigd dat deze modellen waarachtig zijn.

Dit blijkt duidelijk uit de semantiek die Saul Kripke opstelde voor de modale logica: uitsluitend logische modellen kunnen ‘waar’ zijn, absurde (lees: niet-logische) modellen zijn altijd ‘onwaar’.’

Begoocheling
O
nze logische denkwijze is een jaloerse en machtige meester: hij bepaalt wat we moeten denken (uiteraard) en duldt geen tegenspraak, stelt Riemersma:

De meeste wetenschappers en filosofen zijn zó sterk door deze begoocheling bevangen, dat hun onderworpenheid aan de logische denkwijze absoluut is. Het universeel naturalisme is de dominante stroming (en de oorzaak van het hedendaags ‘atheïsme’: onze denkwijze maakt het onmogelijk om te zien hoe God in het weefsel van natuurlijke theorieën past).’ 

Volgens Riemersma geeft het sceptisch naturalisme daarentegen de mens, voor zover dat mogelijk is, een beetje van zijn intellectuele vrijheid terug.

Het wereldbeeld van de sceptisch naturalist is dan ook zo overvloedig dat er zelfs ruimte is voor ‘absurde’ religieuze denkbeelden. Sterker zelfs: wie erkent dat een ‘gesloten’ wereldbeeld niet waarachtig is, zegt met zoveel woorden dat er geen algemene orde is: maar dan zijn alle denkbeelden, hoe absurd ook, waarachtig. De gedachte dat God bestaat is, met zoveel woorden, waarachtig; ook spiritualiteit en mystiek zijn waarachtig.’ 

Zie: Een pleidooi voor naturalisme (Alexander van Biezen)

en: Sceptisch naturalisme (Jan-Auke Riemersma)

Foto: Roosvenster en lancetraam, Noordelijk transept. Chartres, ca. 1220 – De kleurintensiteit van de glasramen en de lichtkwaliteit binnen de kerk verandert voortdurend, afhankelijk van het tijdstip van de dag en het licht dat door het gekleurd glas gefilterd wordt. Dit creëert een mystiek of bovennatuurlijk licht dat referenties oproept aan het Goddelijk licht. (static.digischool.nl)