‘Ik ben mijn geest’

A-New-Perception-of-the-I-AM-Presence-Chart-summitlighthouse.nl

‘Onze identiteit wordt volledig bepaald door ons geestelijk leven. Zonder dit mentale leven zouden wij ophouden een persoon te zijn.’ Wiskundige en filosoof Emanuel Rutten stelt dat de mens een innerlijk mentaal leven heeft: ‘We ervaren, voelen, denken, interpreteren, geloven, willen, verbeelden, begeren, herinneren, hopen en verwachten van alles. Dit maakt ons tot wie wij zijn.’ Rutten geeft hiermee repliek op bewegingswetenschapper Bart Klink die stelt dat dit alles slechts ‘hersenactiviteit’ is.

‘Ons geestelijk leven lijkt inderdaad iets fundamenteel anders dan hersentoestanden, het voelt intuïtief anders. We hebben een sterke dualistische intuïtie, maar die intuïtie is onjuist gebleken door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, zoals met veel andere intuïties ook is gebeurd.
Daarentegen is het reductionisme alleen maar sterker komen te staan door nieuwe ontwikkelingen in de neurowetenschappen omdat het de beste verklaring biedt voor al de bevindingen. De identiteitstheorie, die het bewustzijn ziet als een hersentoestand, blijft daarmee nog steeds de meest plausibele positie. Dit betekent ook dat het bestaan van de Ultieme Geest – God – onwaarschijnlijker wordt.’

(Bart Klink in: Waarom de geest is wat het brein doet)

Ons innerlijk geestelijk bestaan is volgens Klink ‘volledig identiek aan breinprocessen: de menselijke geest is restloos gelijk aan een verzameling stoffelijke hersenprocessen’. Wij zijn ons brein… Volgens Rutten is er een goede reden om te denken dat mentale ervaringen niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben mentale ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat zij metafysisch van een andere aard is.’
(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)

In zijn repliek op geloofenwetenschap.nl bespreekt Rutten Klinks argumenten voor de bewering dat wij ons brein zijn, oftewel dat ons geestelijk leven identiek is aan breinprocessen. Rutten toont aan dat geen ervan sterk genoeg is om onze diepliggende intuïties over de aard van onze geest te loochenen.

Een analogie
‘Een hoeveelheid water neemt een bepaalde ruimtelijke vorm aan indien deze in een plastic zakje wordt gegoten. Het water in het zakje zal uiteraard van vorm veranderen indien het zakje wordt vervormd. Omgekeerd zal iedere vormverandering van het water gepaard moeten gaan met een identieke vormverandering van het plastic. De vorm van het water hangt dus nauw samen met de vorm van het zakje. Er is zelfs sprake van een één op één correspondentie tussen beiden.
Toch volgt hieruit niet dat het water en het plastic zakje identiek zijn. Evenmin volgt dat het water voor zijn bestaan afhankelijk is van het zakje. Ook los van het plastic zakje bestaat het water immers. En precies hetzelfde geldt voor de relatie tussen ons brein en onze geest.
Hoewel mentale toestanden en breintoestanden inderdaad hecht samenhangen, zoals de moderne hersenwetenschappen laten zien, volgt hieruit niet dat ze identiek aan elkaar zijn. Correspondentie is inderdaad nog geen identiteit.’

(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)     

Rutten stelt dat we niet weten hoe geest en stof interacteren. Zolang echter de mogelijkheid van deze interactie niet uitgesloten is, levert dit voor onze diepe fundamentele intuïtie dat we niet identiek aan ons brein zijn geen probleem op. ‘Geest en stof staan voortdurend in wisselwerking met elkaar. Daarover zijn we het allemaal eens.’

Maar dan kan die continue wisselwerking zelf als beginsel van individuatie worden gezien. Deze geest is mijn geest precies omdat ze voortdurend met mijn lichaam interacteert. Om dezelfde reden hoort die van jou bij jou. En dit alles vanuit een eerste toevallige of eerste intentionele distributie van geesten over lichamen. Bovendien is dit mijn geest omdat ik het ben. Ik ben mijn geest.’
(Rutten in: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn)

Bronnen:

* Bart Klink: Waarom de geest is wat het brein doet  (geloofenwetenschap.nl) – Zie voor de uitgebreide versie hiervan: Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness in De Atheïst.

* Emanuel Rutten: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn: Repliek op Klink (geloofenwetenschap.nl)


* Emanuel Rutten:
  Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet. (Wijsgerige reflecties)

Beeld: summitlighthouse.nl

Kabbalah in de Ambassade van de Vrije Geest

Khunrath-lr-1

Kabbalah & Alchemy – De Ambassade van de Vrije Geest presenteert zijn eerste tentoonstelling in haar nieuwe pand The House with the Heads: Kabbalah & Alchemy. ‘Kabbalisten baseerden zich op de veronderstelling dat de Hebreeuwse taal goddelijk van oorsprong was, de taal waarin God ook hemel en aarde had geschapen. Door te mediteren op de letters van het Hebreeuwse alfabet en de verschillende goddelijke namen hoopten kabbalisten dichter bij God te kunnen komen.’

Dichter bij God
Het mystieke verlangen om God te kennen, wordt ook weerspiegeld in het beeld van de boom des levens, voorgesteld in de tentoonstelling van de oudste bekende gedrukte houtsnede uit 1516. De tien goddelijke attributen – Hebreeuws: sefirot – van deze boom des levens zijn de attributen waardoor God openbaart zichzelf aan de mens.’

Kabbalah en alchemie werden traditioneel beschouwd als verborgen stromingen in de Europese cultuurgeschiedenis.

Het natuurlijke en het bovennatuurlijke
‘De tentoonstelling onderzoekt met name het 16e tot 18e-eeuwse fenomeen ‘Cabala chymica’ in de christelijke wereld. Hoe zijn alchemie en Kabbalah gerelateerd? Een van de oudste werken die Kabbalah hebben geïnspireerd, Sefer Yetzirah (Book of Formation), spoort de lezer aan om alchemisten, gecombineerde substanties in het laboratorium, te ‘combineren’ en ‘vormen’ om iets nieuws, iets beters te creëren.

De Zwitserse arts en alchemist Paracelsus (1493-1541) was een van de eersten die kabbalah (of: cabala) als onderdeel van magie beschouwde – een middel om het natuurlijke (alchemie, werken met de natuur) te verbinden met het bovennatuurlijke (God, de angels).

Het logo van deze tentoonstelling is een cirkelvormige gravure van het bekendste werk van de Duitse alchemist en christelijke kabbalist Heinrich Khunrath (1560-1605): Amphitheatrum Sapientiae Aeternae(Amphitheatre of Eternal Wisdom). Hij zei dat ‘Kabbalah, magie en alchemie in combinatie moeten worden gebruikt’, waardoor het een van de vroegste voorbeelden van het fenomeen Cabala Chymica is.’

De Ambassade van de Vrije Geest (EFM) is een bibliotheek, een museum en een platform voor gratis denken. De EFM wil met deze tentoonstelling de relatief onbekende relatie tussen de twee onderwerpen kabbalah en alchemie verkennen aan de hand van rijk geïllustreerde manuscripten en gedrukte boeken uit de 16e-18e eeuw, afgeleid van de Bibliotheca Philosophica Hermetica Collection en zeven speciale Hebreeuwse leningen van de Amsterdamse Ets Haim – Livraria Montezinos, de oudste nog functionerende Joodse bibliotheek ter wereld.

Ambassade van de Vrije Geest, 123, Keizersgracht, Amsterdam
– 13 juni tot 16 november 2019 –

Zie: Kabbalah & Alchemy

Beeld: Heinrich Khunrath, Amphitheatrum sapientiae aeternae, Hamburg 1595, Universiteitsbibliotheek Bazel.

Klimaatverandering en de zondvloed

Gericault-deluge

Student Religiewetenschappen Justin Spoor schreef het ‘ontbrekende hoofdstuk van onze prehistorie’ in Spijt van de Goden (2019). In de laatste jaren van het gymnasium puzzelde hij aan de theorie achter een kunstmatige schepping. In de inleiding vertelt hij erover. De theorie werkte hij verder uit bij zijn studie van geschiedenis en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ook al bestaan er theorieën zoals die van de Oerknal, deze geeft bij lange na geen antwoord op de vraag hoe of waarom alles precies begon.’

Zulke zaken zijn te groot om te onderzoeken in een mensenleven in het begin van de 21e eeuw, dus ik moest dichter bij huis beginnen. Het ontstaan van de mensheid leek een goed beginpunt. In dit korte werk zal blijken dat niet alles bekend is over het ontstaan van de mensheid. Natuurlijk spreek ik hierbij de evolutietheorie niet tegen, maar ik neem hem ook niet voor lief. Het geloof in de wetenschap zal aan de kaak worden gesteld.’

Spoor vertelt dat het doel van Spijt van de Goden is meer onderzoek te doen in de richting van de Zondvloed, verloren beschavingen en kunstmatige schepping. Hij vindt dat de lezer het natuurlijk ook kan gebruiken om zijn eigen kijk op de realiteit te verbreden. Voor de religieuze lezer wil hij sterk benadrukken dat dit werk geen aanval is op religie. Het zou religie en wetenschap juist dichter bij elkaar kunnen brengen. Zelf is Spoor niet religieus opgevoed, maar onder meer via berichten in de nieuwsmedia is hij zich gaan afvragen wat de betekenis is van ‘God’.

Ik heb religie nooit gezien als willekeurige onzin of iets irrationeels, maar ik had nooit de behoefte me volledig toe te wijden aan zoiets. Net zoals de doorsnee Nederlander hield ik het op afstand, maar waardeerde het. Maar toen ik merkte dat veel tijdgenoten in mijn omgeving religie zagen als verouderd en als iets irrelevants ging bij mij een alarmbel rinkelen. Zijn oude religieuze teksten dan niet langer relevant?’

Hoe kan het anders zo zijn dat wij mensen zo knap gebouwd zijn en het universum zo ingewikkeld in elkaar zit, vraagt de student zich af. ‘Wat zijn antwoorden op vragen zoals hoe dit alles is ontstaan?’ Hij kan geen antwoord geven op die vraag, maar het feit dat wij deze realiteit kunnen observeren met alle natuurwetten van dien betekent voor hem dat er een mysterie bestaat dat groter is dan de mensheid.

Spijtvandegoden

God had spijt van de creatie van de mens, zo beseft Spoor als hij in Genesis leest dat de mens zal worden weggevaagd door de Zondvloed. Spijt van de Goden wil een nieuw licht laten schijnen op die weggevaagde beschaving.

Voor de benadering van dit werk bestaat een vergelijkbare, maar niet dezelfde, theorie. Deze theorie is in verschillende landen bekend onder de naam ‘ancient aliens,’ ‘Prä-Astronautik,’ ‘antiguos astronautas,’ of ‘anciens astronautes.’ De zogenaamde ‘aliens’ of ‘astronauten’ worden hierbij gezien als een technologisch geavanceerde beschaving die beter bekend staat als de ‘goden’.’

Dit laatste klinkt alsof Spoor oeroude boeken zoals Waren de Goden astronauten? heeft ontdekt. Nogal controversieel, maar voor een jonge student schijnbaar gloednieuw. De andere vraag die Spoort stelt, komt me boeiender voor: is een van de oorzaken van die watersnoodramp misschien klimaatverandering? Hij wijst op verschillende bewijzen voor deze ramp, zo’n 12.800 jaar geleden. Als die ramp zich toen voordeed vindt hij één ding zeker: er ‘ontbreekt een hoofdstuk van onze prehistorie’. En dat is tevens de ondertitel van Spijt van de Goden.

Niet alleen de schepping van de mens en het wegvagen van diens eerste beschaving worden in dit werk behandeld, maar ook de problemen die daaruit voortvloeien voor de huidige modellen. Immers zijn de huidige historische modellen niet langer voldoende als de mens vanaf het begin van zijn bestaan al in contact stond met een technologisch geavanceerde beschaving. Als er daadwerkelijk een ‘goddelijke’ beschaving aanwezig was op aarde, klopt ook het psychologische model niet, waarbij ervan uit wordt gegaan dat goden voortkomen uit menselijke emotie.’

Spijt van de Goden | Justin Spoor | 9789402189339 | maart 2019 | Uitgever: Brave New Books | € 15,79 | E-book € 5,-

Schilderij: Zondvloedscène (Scène de déluge) van Jean Louis Théodore Géricault (1791–1824) – De naam is niet van het woord ‘zonde’ afgeleid, maar van het Middelnederlandse ‘sintvloet’, grote vloed. De zondvloed (Eng. deluge; Fr. déluge) is de wereldwijde overstroming die in het derde millennium voor Christus als Godsgericht de aarde trof en al het menselijke en dierlijke leven op het land verdelgde. In de ark van Noach was er echter ontkoming.’ (Christipedia)