‘De waarachtige gelovige is een twijfelende, zoekende gelovige’

Geloven

‘De waarheid is dat ik verre van duidelijk kan zijn, zelfs al zou ik het willen. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat vaststaande ideeën verdacht zijn en zekerheden niet bestaan. De waarachtige gelovige is voor mij een twijfelende, zoekende gelovige. Geloofs-weters wantrouw ik.’ – Dit zegt journaliste Nuweira Youskine, in haar artikel Geloven tussen moskee en disco, in het boek Geloven, spirituele denkers uit de hele wereld getuigen, onder redactie van Jürgen Mettepenningen.

Al deze vaagheden bij elkaar maken dan toch een ruwe schets van mijn geloofsvisie mogelijk, bestaande uit een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw is gegoten in een dunne laag van islamitische geloofsbeginselen. De bovenbouw is gestoeld op de bestudering van islamitische bronnen en een snufje mystiek.’ (Youskine)

Youskine denkt open en boeiend over haar spiritualiteit. Met 45 anderen, waaronder Anselm Grün en Joris Vercammen, geeft zij een getuigenis van haar spirituele denken. Maar ook kom je een zenmeester uit Japan tegen, een Pakistaanse sjeik, of een Finse lutheraanse professor. Als je bij uitgever Lannoo naar dit boek zoekt, kan je een inkijkje nemen en zo de bijdragen lezen van Youskine (Geloven tussen moskee en disco) en Jean Vanier (Elkaar in broosheid dragen).

Misschien heb ik maar één werkelijke overtuiging, die erin bestaat dat er een God is die een bestemming voor elke mens heeft. Hij is de motor van het leven: het godsvonkje in ons allen en tegelijkertijd onmetelijk ver boven ons verheven. Voor iedere ziel bestaat de mogelijkheid om verder te groeien. Dat is uiteindelijk waarom we op deze aarde zijn, of we dat nu beseffen of niet.’ (Youskine)

Voor Youskine is het een overtuiging die zij iedereen zou gunnen. Maar ze vraagt zich wel af hoe zij dit idee bij anderen moet aanprijzen als zij zelf nog worstelt met de vraag wat dit concreet betekent. Niettemin doet zij een poging. Haar schrijven leest als een meeslepende autobiografie, je wilt weten hoe haar zoektocht naar God verloopt, van moskee naar discotheek.

En zo gaat het in haar zoektocht over haar jeugd, haar identiteit, haar broers, haar oudoom Hazrat Inayat Khan (de stichter van het ‘westers soefisme’), en haar vader die van mening was dat een religieus besef de eerste trede is naar de spirituele ontwikkeling van de mens en dat dit religieus besef handen en voeten kan krijgen door het volgen van een godsdienst.

Pas veel later realiseerde ik me dat deze concrete toepassing van godsdienstige rites een waardevolle opstap had gevormd. Deze islamitische grondbeginselen vormden de basis van waaruit we ons een weg zouden kunnen banen naar het meer overkoepelende soefisme.’ (Youskine)

Aan de universiteit van Leiden ging ze via een omweg uiteindelijk islamologie studeren. In Leiden werd enerzijds, zoals het hoort vanuit de universiteit, haar kritische geest ontwikkeld en de bestudering van de bronnen gestimuleerd en anderzijds leerde zij daar ook de vriendin kennen die de grootste invloed zou hebben op haar religieuze en spirituele ontwikkeling.

Ze vroeg me een keer, toen we elkaar net kenden, welk geloof ik eigenlijk aanhing. Ik werd (en word nog altijd) een beetje nerveus van die vraag. ‘Tja,’ mompelde ik dus, ‘daar kan ik nooit zo goed antwoord op geven.’ ‘Maar je naam, je afkomst … Je bent toch gewoon moslim?’ Ik keek haar hulpeloos aan. ‘Ik denk het niet’, antwoordde ik. Ze begreep er niets van. ‘Geloof je in God, één God?’ ‘Ja.’ ‘Geloof je in Mohammed als de laatste profeet?’ ‘Ja.’ ‘Nu, dan ben je dus moslim’, besloot ze kordaat. Ik heb me nooit thuis gevoeld bij dat etiket en dat doe ik nog steeds niet.’ (Youskine)

Youskine is nu zo ver dat zij het veel boeiender vindt eens te kijken wat zij zélf nu precies uit haar wereldse en spirituele zoektocht haalt. Soms is ze dan op zoek naar regels en houvast, soms op zoek naar bandeloosheid en verdoving. – Het lezen waard. En in het boek nog 45 andere spirituele denkers.

Geloven. Spirituele denkers uit de hele wereld getuigen | Jürgen Mette­penningen (red.) |
uitg. Lannoo | Tielt (Blg) | 2015 | ISBN 978 90 209 36575 287 blz. | € 29,90

Afkomstig uit een achtenswaardige familietraditie met wortels in India, is de in Nederland geboren Nuweira Youskine (1977) tegenwoordig actief als schrijfster, journaliste en columniste. Daarvoor studeerde ze Islamologie aan de Universiteit Leiden. Met de intentie voorbereidend promotieonderzoek te verrichten, vertrok zij in 2003 naar Damascus, Syrië, verbleef daar twee jaar en liep nog een half jaar stage op de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Eenmaal definitief terug in Nederland ging zij aan de slag voor diverse media. Ze laveert als moslima tussen loyaliteit aan haar roots en kritische zin in een samenleving vol vragen. Zelf heeft ze het over het geloof als een schakelaar die doorstroming mogelijk maakt, en over een gaatje boren richting God. Dat gaat niet vanzelf, maar het maakt geloven er niet minder boeiend om. Het is volgens Nuweira een zoektocht, van moskee tot discotheek. Ze voelt zich in beide thuis. Haar geloof is niet te begrijpen zonder de achtergrond van de familie ter sprake te brengen. Maar ook niet te begrijpen zonder de afstand die ze ervan genomen heeft. (Uit: Geloven)

Wetenschap en creationisme kruisen de degens

crocoduck (2)

Hans Degens, universitair hoofddocent in Muscle Cell Physiology aan Manchester Metropolitan University, antwoordt op Geloof & Wetenschap op Het fundament en het faillissement van het creationisme van Dirk van der Wulp, student master wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. De student schreef dit omdat het debat tussen aanhangers en tegenstanders van de evolutietheorie weer oplaait.

Het artikel van zijn hand luidt: Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar? Hij laat weten dat creationisten de Bijbel inderdaad zien als onfeilbare openbaringsbron en noemt dat toepasbaar op alle christenen.

Creationisten zijn er inderdaad van overtuigd dat Genesis 1 een creatio ex nihilo laat zien en geen geleidelijke ontwikkeling van het leven. (…) In weerwil van de wetenschap, maar door Goddelijke openbaring (Mattheus 16:15-17), geloven wij in de maagdelijke geboorte en wederopstanding van Jezus. ’

In weerwil van de wetenschap’. Dan zou je zeggen discussie gesloten, want het gaat hier om Goddelijke openbaring. Daar is geen wetenschap tegen gewassen. Degens verwijst vervolgens naar een radicaal citaat dat door atheïsten als wapen in de handen kan vallen.

Die Christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het Christelijk geloof te vernietigen!’

Vernietigen zelfs. Alsof je IS hoort. (Citaat uit: A. J. Mattill in Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2(Spring), p. 17, 1982.) Heftig. Degens citeert ook Lewontin, New York Review of Books, 1997. Ook niet mis. Het geeft op een andere manier te denken. Evolutionisten, aldus Degens, erkennen een tunnelvisie te hebben:

‘…wij zijn gedwongen door onze a priori acceptatie van materialistische oorzaken, een apparaat van onderzoek en een serie concepten te creëren, die een materialistische uitleg tot gevolg hebben, ongeacht hoe contra-intuïtief of raadselachtig het is voor de niet ingewijde. Inderdaad, dat materialisme is absoluut, want we kunnen geen goddelijke voet binnen de deur laten.’

Tja, dan wordt het openbaring versus materialisme. Oftewel creationisme versus wetenschap. Dat levert niet veel op en dat zie je ook als je het debat volgt. Waar leidt het toe? Van der Wulp zei al in zijn artikel:

Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme. Ook is dan het de vraag of creationisme, gezien haar bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Er hiermee is de cirkel rond. Toch is het boeiend om de (uitgebreide) discussie te volgen. Wat je ervan kunt leren is dat de wetenschap geen toereikend antwoord lijkt te hebben op het geloof in God en dat diehard gelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap (nog?) niet echt hard kunnen maken. En dan zijn er nog de weerleggingen van argumenten – plus de kritiek daar weer op – van zowel de evolutietheorie als het creationisme.

Misschien moet iedereen maar Het geheime dagboek van topnerd Tycho van Cees Dekker en Corien Oranje lezen? Om het oplaaien mee neer te laten slaan? Kinderboeken zijn soms zo verhelderend.

Zie:
* Het fundament en het faillissement van het creationisme
* Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar?
*
Het geheime dagboek van topnerd Tycho

Illustr: Crocoduck – Creationistische komedie: wat creationisten doen om de evolutietheorie te ontkrachten. Tijdens een televisiedebat in 2007 toonde creationist Kirk Cameron een afbeelding van de zogenaamde ‘Crocoduck‘. Dit fictieve dier moest een tussenvorm voorstellen tussen de krokodil en de eend. Aangezien er nooit een fossiele ‘Crocoduck‘ gevonden is, klopt de evolutietheorie niet. (scientias.nl) 

Adieu Geloof en Wetenschap, hallo Spiritualiteit

mondriaan15
De academici hebben volgens godsdienstfilosoof Taede A. Smedes geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi: geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden. Hierover mijmert Smedes, die ook theoloog is, in zijn nieuwste blog Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? Maar zijn boeken over geloof en wetenschap doet hij nog niet weg. Ergens hoopt hij dat ze op zekere dag toch nog van nut zullen zijn.

Men wist waarover het ging wanneer het over God ging. Die vanzelfsprekendheid is weg. Daarmee is ‘God’ een vaag begrip geworden dat zich voor vele invullingen leent. De theologie is niet in staat gebleken de erosie van het godsbegrip het hoofd te bieden en is dan ook in rap tempo bezig haar bestaansgrond en academische legitimering te verliezen.’ (Smedes)

Taede A. Smedes (foto: TAS) vindt dat het niet echt goed gaat met geloof en wetenschap. Hij noemt een viertal factoren, zoals de outreach en groei van het vakgebied geloof en wetenschap: die is minimaal, om nog maar te zwijgen van het banenperspectief. De weinig inhoudelijke vernieuwing: veel recycling en zelfcitatie. De verdamping van de plausibiliteitsstructuur van het christelijk geloof: het theïstisch godsidee erodeert; en de invloed van extremistische en fundamentalistische denkrichtingen in het publieke domein: het creationisme staat ineens weer op de kaart.

taedeasmedesDe academici hebben geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi (gepeupel, PD). Geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden.’ (Smedes)

Volgens mij spelen nog meer factoren een rol. De hoi polloi gelooft niet altijd meer op gezag. God wordt zo inderdaad een vaag begrip. Mensen verwachten meer van de wetenschap. Kort door de bocht gezegd: men hoopt op een godsbewijs. Maar dat blijft steken bij argumenten die het brein bezighouden, maar het hart leeg laten. De wetenschap heeft dus ook geen antwoorden. Mensen zoeken verder en (her)ontdekken meer en meer de spiritualiteit. ‘Ken uzelve’ is het adagium. Weg van het collectief: de individualiteit hervonden. De hoi polloi gaat zelf nadenken en bij het eigen hart te rade.

Het lijkt erop dat we dan misschien weer uitkomen bij iets van lang geleden, bij de Spiltijd bijvoorbeeld, waarin filosofen geen belangstelling hadden voor doctrines of metafysica. Over theologie praten leidde maar af en werd zelfs schadelijk gevonden.

degrotetransformatieAnderen voerden aan dat het onvolwassen, onrealistisch en pervers was om te zoeken naar het soort absolute zekerheid dat veel mensen van religie verwachten.’ (uit: De grote transformatie)

Of  van de (religie)wetenschap verwachten… In de Spiltijd (tussen 900 en 200 v. C.) verschoven alle tradities die toen ontwikkeld werden de grenzen van het menselijk bewustzijn en legden een transcendente dimensie in de kern van ons wezen bloot, maar ze beschouwden dat niet noodzakelijkerwijs als iets bovennatuurlijks en weigerden meestal erover te praten.

De wijzen waren er in elk geval niet op uit hun eigen visie op deze ultieme werkelijkheid aan anderen op te dringen. Integendeel, niemand mocht ooit religieuze leerstellingen in goed vertrouwen of uit de tweede hand aanvaarden, vonden zij.(Uit: De grote transformatie)

karenarmstrongDe grote transformatie vertelt dat het er niet om ging wat je geloofde, maar hoe je je gedroeg. Religie betekende dingen doen die je diepgaand veranderde.

De wijzen predikten een spiritualiteit van empathie en mededogen; ze stonden erop dat de mensen hun egoïsme en hebzucht, hun gewelddadigheid en liefdeloosheid lieten varen. (…) Elke traditie ontwikkelde haar eigen formulering van de Gulden Regel: wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Voor de wijzen uit de Spiltijd draaide religie om respect voor de heilige rechten van anderen en niet om orthodox geloof. Als mensen zich vriendelijk en grootmoedig gedroegen tegenover anderen, konden ze de wereld redden.’ (uit: De grote transformatie)

Wij moeten dit ethos uit de Spiltijd herontdekken, stelt Karen Armstrong (foto: ncrv), de schrijfster van De grote transformatie, door de Volkskrant indertijd beschreven als ‘een monumentaal epos van de geest, een intrigerende speurtocht’. Misschien is er toch nog genoeg werk voor theologen en (religie)wetenschappers? Nadenken over een Tweede Spiltijd?

Zie: Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? (Taede A. Smedes)

Boek: De grote transformatie, Karen Armstrong 

Foto: Evolutie (1911), Piet Mondriaan. Het drieluik verbeeldt het spirituele ontwaken van de mens in drie stadia. (rudedo.be) – Arend Landman: ‘Dit drieluik symboliseert de reis die de ziel moet maken om los te komen van het materiële aardse bestaan (linker-paneel), via innerlijke contemplatie (rechter paneel) naar het ervaren van het goddelijk licht (midden-paneel).’