Geloof zonder religieus vangnet

ceci est un dieu

Voor theoloog Frits de Lange, predikant en lid van de PKN, heeft het leven geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. ‘Er is geen tweede wereld achter of boven deze, we hebben er maar een.’ Het valt op in zijn essay Religieloos christendom dat hij de woorden van Jezus aan het kruis niet begrijpt. Hij ziet slechts een stervende man, die God verwijt dat Hij er niet is. Jezus bedoelde echter met zijn woorden: ‘Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ allesbehalve dat God er niet is.

De Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Groningen, zou toch moeten weten dat in de joodse traditie het tot op de dag van vandaag de gewoonte is om de boeken van de Pentateuch (of de Tora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd. Dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak aan het kruis weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

De Lange verwijst naar Peter Rollins van de emerging church movement. Ook Rollins veronderstelt ten onrechte de godverlatenheid van Jezus en denkt dat God-die-bestaat Jezus aan zijn lot overliet. Op grond van deze verkeerde interpretatie noemt De Lange het christelijke geloof een rare, onbetrouwbare religie. Hij zegt dit in zijn essay En God sprak: Ik besta niet, in Trouw.

Het christelijk geloof ontspringt en leeft van de herinnering aan een religieus trauma. Als het een religie is, dan is het er een die voortdurend zichzelf ontkent en moet overwinnen.’

Zonder het woordje God zou De Lange niet kunnen – hij gebruikt het in woordcombinaties als Godallemachtig… – maar vraagt zich af of hij gelooft dat God bestaat. Er zijn volgens hem bijvoorbeeld niet voldoende data aanwezig om in te stemmen met het bestaan van een mensachtig Hoogste Wezen dat het universum bestuurt. Hij vindt de christelijke God er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser van het universum te zijn.

De Lange verwijst naar de vader die zijn zoontje probeerde gerust te stellen, in de buurt van theater Le Bataclan, kort na de aanslag op 13 november vorig jaar. De vader beaamde het idee van zijn zoontje dat de kaarsjes en bloemen er zijn om hen te beschermen. Waarop een glimlach om de mond van het jongetje verschijnt. Misschien is dat geloof tot zijn essentie teruggebracht, stelt De Lange, geloof in de glimlach.

Geloof is een overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoopt tegen beter weten in.’

Zie: En God sprak: Ik besta niet 

Zie ook: ‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: ‘The Monstrosity of Christ’: een tekening van Michelangelo met een Jezus in doodstrijd die de blik vergeefs naar de hemel wendt, en dan de tekst à la Margritte aan de voet van het kruis: Ceci est un dieu. (agreatercourage.blogspot.nl)

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

Meer harmonie tussen geloof en wetenschap dan velen erkennen

jezusversusdarwin

‘Wetenschap ontleent haar krediet grotendeels aan haar vermogen om tal van levensbeschouwelijke stromingen en groeperingen, inclusief godsdienstige, te verenigen rondom gemeenschappelijke cognitieve aanspraken.’ – Aldus prof. dr. Gijsbert van den Brink in zijn rede over conflict en consonantie tussen geloof en wetenschap, waarover Geloof & Wetenschap verslag doet.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.’ (G&W)

Van den Brink spreekt dan ook van een conflict-mythe, wat voor hem overigens niet betekent dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.’ (G&W)

Binnen het consonantiemodel zijn er volgens Van den Brink ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’, en waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waarnaar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ (G&W)

Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam adviseert Van den Brink in tijden van toenemende levensbeschouwelijke spanningen én groeiende wetenschapsscepsis de consonantie te koesteren.

Daar waar sprake is van dissonantie tussen geloof en wetenschap, komt het er intussen op aan deze productief te maken, door alert te zijn op grensoverschrijdingen van beide zijden en – voor de theologie – door geconsolideerde wetenschappelijke kennis vanuit de eigen bronnen in een verhelderend zingevend kader te plaatsen.’ (VU) 

Zie:
Meer consonantie tussen geloof en wetenschap dan gedacht
Hoogleraar theologie en wetenschap op zoek naar consonantie

Update 30-12-2015:
De oratie van Gijsbert van den Brink is HIER te vinden.

Ilustr:
Gatomagenta