‘God bestaat niet. Hij is eeuwig’

De kritische wetenschapper wordt vaak tegenover de naïeve gelovige geplaatst. ‘In dat beeld leggen zowel de wetenschapper als de gelovige een claim op het weten.’ Filosoof Désanne van Brederode becommentarieert de denkwijze over religie als iets wat zekerheid en vastigheid biedt, zelfs tegen beter weten in. ‘Maar terwijl de wetenschapper zijn wereldbeeld blijft aanpassen,’ vervolgt Van Brederode, ‘houdt de gelovige krampachtig vast aan een almachtige godheid die je precies vertelt hoe de wereld werkt en hoe je moet leven. Het idee is dat wie gelooft zelf niet hoeft na te denken: hij wéét alles al.’

‘Geloven is geen vorm van weten maar een ­existentiële keuze
voor een leven vol onzekerheid’

(Søren Kierkegaard)

Wetenschap en religie
Wittgenstein had veel invloed op de filosofie van religie, stelt Filosofie Magazine (december 2023). Hij keert zich tegen atheïsten die stellen dat het geloof achterhaald is omdat de wetenschap betere verklaringen biedt.

Maar hij was ook kritisch op religieuze mensen die het bestaan van God proberen te bewijzen. Beide manieren van denken reduceren religie in zijn ogen tot een achterhaalde vorm van kennisvergaring.’
(FM)

Bij Wittgenstein gaat geloof niet om kennis, maar om iets anders. Hij wordt sterk geïnspireerd door de Deense filosoof Søren Kierkegaard, die stelt dat geloven geen vorm van weten is, maar een existentiële keuze voor een leven vol onzekerheid.

Godsbewijzen
Twee zienswijzen komen aan bod bij Willem B. Drees. De emeritus hoogleraar filosofie aan de Tilburg University vermeldt een rationalistische kijk op het geloof en een kijk die het geloof buiten de rede plaatst, een zienswijze die tijdens de Verlichting ontstond.

Enerzijds is er een rationalistische kijk op het geloof. Die zie je terug bij Thomas van Aquino en Baruch Spinoza. Zij probeerden allebei op hun eigen manier God in een systematisch geheel te passen en het bestaan van God rationeel te bewijzen.’ Zo leverde Aquino in zijn teksten vijf godsbewijzen, die ervoor moesten zorgen dat het bestaan van God buiten kijf kwam te staan.’
(FM)


Bestaan van God staat buiten kijf?

Godsargumenten
FM
stelt dat het volgens Immanuel Kant onzinnig is om godsbewijzen te leveren, want God kun je niet met de rede doorgronden. – God met rede doorgronden is echter niet zo zeer de bedoeling van de hedendaagse filosoof Emanuel Rutten. Hij bewijst het bestaan van God niet, maar probeert met godsargumenten het bestaan van God uit de schepping af te leiden. In zijn proefschrift onderzoekt hij kosmologische argumenten.
En in zijn nieuwe boek Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden staan acht nieuwe argumenten. Ook hierin maakt hij duidelijk dat de argumenten het bestaan van God heel waarschijnlijk maken, maar geen absolute zekerheid bieden. Bovendien, geloof in God op zichzelf vindt de filosoof al een legitieme basisovertuiging die zonder rationele argumenten intellectueel eveneens gerechtvaardigd is.

Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie. Het gaat om een argumentatie met plausibele (maar geen volkomen zekere) premissen en dus ook een plausibele (maar geen volkomen zekere) conclusie.’
(Emanuel Rutten)

Vaak wordt geloof in God weggezet als onzinnig en irrationeel, stelt Rutten in ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (2015): Door te laten zien dat er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God wil hij dit ‘frame’ doorbreken. Vooral in West-Europa worden gelovige jongeren vaak blootgesteld aan harde kritiek op hun geloof, zegt hij. ‘Door te laten zien dat geloof in God allesbehalve irrationeel is, kan men dat soort gesprekken een stuk geïnformeerder ingaan dan nu helaas vaak het geval is.’

Geloven met hart en rede
God is zowel een kwestie van het hart als van het verstand, zegt Rutten in Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Die uitspraak vind je terug in de titel van het interessante en uitgebreide artikel in Filosofie Magazine: Geloven met hart en rede (december 2023). Dit besteedt vooral aandacht aan Denken over geloven – Van moderne zekerheid tot agnostische terughoudendheid van Willem B. Drees, en Wittgenstein on Religious Belief van Genia Schönbaumsfeld.

Wittgenstein komt geregeld aan het woord en die stelt dat als je van religie een wetenschappelijke kwestie maakt, geloof tot een vorm van bijgeloof verwordt, tot een soort achterhaald magisch denken. Religieuze verhalen zijn namelijk nooit wetenschappelijk aannemelijker dan een goed geteste hypothese.’

Daarom, zegt Schönbaumsfeld, verzet Wittgenstein zich zowel tegen atheïsten die religie onderuit proberen te halen met wetenschappelijke argumenten als tegen religieuze mensen die zeggen dat religie een sluitende verklaring voor de wereld biedt. Beide kampen reduceren geloof volgens hem tot slechts één functie: de wereld verklaren.’
(FM)

‘Bestaan’
Het woord ‘bestaan’ duidt volgens Wittgenstein meestal op tijdelijk bestaande dingen, zoals een kat, een tafel of een mens.

Alles wat bestaat, heeft ooit niet bestaan en zal op een dag ophouden te bestaan. Maar God niet. In de definitie van God zit al besloten dat hij noodzakelijk en eeuwig bestaat. God móét bestaan, anders is Hij God niet meer.’ 
(Schönbaumsfeld)

God is geen aanwijsbaar ‘iets’
Wittgenstein wil dus laten zien dat God geen aanwijsbaar ‘iets’ is zoals een mens, een kat of een tafel. Hij verwijst bij dit punt volgens Schönbaumsfeld naar de protestantse filosoof Søren Kierkegaard.

Kierkegaard schrijft: “God bestaat niet. Hij is ­eeuwig.” Hij bedoelt hiermee: wat eeuwig is, bestaat niet, of in elk geval niet zoals jij, ik en de dingen om ons heen bestaan.’

Bronnen:
* Geloven met hart en rede – Volgens Kant, Wittgenstein en Kierkegaard draait geloven helemaal niet om zekerheid – integendeel. (Femke van Hout, Filosofie Magazine, nr. 12, december 2023)
* ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (Goden En Mensen, 2015)

Beeld: De Pilaren der Creatie. 2022. Webb, in nabij-infrarood licht. (Afbeelding van NASA, ESA, CSA, STScI; J. DePasquale, A. Koekemoer, A. Pagan (STScI.)
Beeld Bestaan God: Lucepedia (Tilburg School of Catholic Theology – Tilburg University)
Update 28012024

‘Een medemens doden is het summum van kwaad’

Filosoof Jeroen Hopster stelt dat excessief oorlogsgeweld nooit mag, maar dat binnen een bepaalde bandbreedte geweld noodzakelijk kan zijn. In Filosofie Magazine schreef hij: Moreel dilemma: mag je oorlogsgeweld met geweld bestrijden?. Hopster refereert aan de oorlog in Oekraïne; hij schreef het kort voor het excessief geweld dat in Israël uitbrak.

‘Zo’n conflict zonder arbiter: het sleept zich voort, zonder eindpunt in zicht’
(Jeroen Hopster)


dr. Jeroen Hopster

Primitieve moraal
A
ls Hopster het artikel had geschreven na ‘de invasie van Hamas-militanten, die gruwelijke terreurdaden begingen tegen Israëlische burgers en de daarop volgende snoeiharde Israëlische vergeldingsacties in Gaza’, (zoals Trouw het formuleert), had de filosoof zeker daaraan gerefereerd: ‘De lex talionis – oog om oog, tand om tand – lijkt het uithangbord van een primitieve moraal’. 

‘In plaats van kwaaddoeners met gelijke munt terug te betalen en elkaar al doende de hersens in te slaan, beslecht een volwassen beschaving conflict met hulp van een neutrale buitenstaander: een scheidsrechter, mediator of rechtbank. Maar soms is een neutrale derde, die door beide conflictpartijen wordt erkend, niet voorhanden.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)


Uitgegeven door Amnesty International, 1970

‘Volwassen beschaving’, waar dan?
I
n deze tijd vraag ik me trouwens wel af waar er ter wereld nog een volwassen beschaving bestaat, het aantal oorlogszuchtige politici (dictators / terroristen) groeit als kool, de diplomatie is hartstikke dood.

‘Een medemens doden geldt normaal gesproken als het summum van kwaad. Maar kijken we naar de militaire praktijk, dan tolereren we het gebruik van geweld. We juichen het zelfs toe: een offensief wordt geprezen, de tegenstander uitschakelen geldt als succes.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)

Blijven nadenken over het kwaad’
O
p de Universiteit Utrecht duidde in 2018 filosoof dr. Thomas Nys (UvA) het denken over het slechte in de mens. Hij gaf als voorbeeld ‘the axis of evil’ waarmee George W. Bush na de aanslagen een aantal islamitische landen als gevaarlijk bestempelde. ‘Zo werd het kwaad een politiek retorisch middel om een scheiding aan te brengen tussen twee groepen, zonder daar verder over na te hoeven denken. Het is dus van belang om over het kwaad te blijven nadenken’.

‘Het kwaad is onderdeel van het mens-zijn en iets bestempelen als ‘het kwaad’ kan een te makkelijk excuus worden om de ander proberen níét te begrijpen
(Thomas Nys)

Morele voorschriften
V
olgens Hopster zijn er morele voorschriften tijdens de oorlog: ius in bello, waartoe onder meer behoort het principe van proportionaliteit. Hij eindigt met de vraag over de noodzaak.

De hamvraag van de militaire ethiek is niet of geweld überhaupt mag worden gebruikt, maar of de noodzaak daartoe bestaat.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)


Geweld eindigt waar liefde begint, IKV Pax Christi, 1971

Bronnen:
* Moreel dilemma: mag je oorlogsgeweld met geweld bestrijden? (Filosofie Magazine, 10, 2023)
* Hoe voorkom je polarisatie in Nederland door de oorlog tussen Israël en Hamas? (Trouw, 12 oktober 2023)
* Wat kunnen we leren van het kwaad? (Studium Generale, 25 januari 2018, Universiteit Utrecht – Lezing is hier terug te luisteren)

Druk op knop voor vrede: (vredesmuseum.nl – Door middel van dit plaatje wordt er een beroep gedaan op politici om de knoop door te hakken en alle aarzeling omtrent het creëren van een vredige wereld te beëindigen. Hiermee wordt het idee omgedraaid dat de Derde Wereldoorlog nog slechts een druk op de knop weg was. Immers verwijst dit affiche naar één van de grootste angsten uit de Koude Oorlog (1945-1989).)
Foto dr. Jeroen Hopster (Universiteit Utrecht)
Poster: Amnesty International (catawiki.com)
Geweld eindigt waar liefde begint, IKV Pax Christi, 1971: ( vredemuseum.nl – Dit affiche is ontworpen en getekend door Aad Rijpsma voor IKV Pax Christi. Het verbeeldt een roos die groeit uit het prikkeldraad, dit symboliseert de liefde die geweld voorkomt. Uitgegeven voor de vredesweek 1971, met als thema “Geweld eindigt waar liefde begint”.
IKV Pax Christi (nu PAX) is een grote vredesorganisatie in Nederland, zij zet zich in voor vrede, verzoening en gerechtigheid in de wereld. Samen met mensen in conflictgebieden werkt IKV Pax Christi aan een vreedzame en democratische samenleving.
Update 09.30 uur / 14-05-2025 (Lay-out)

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

‘Spiritualiteit is de werkelijkheid leren kennen’

Wat luisteren naar je innerlijke stem teweeg kan brengen… “Ga eens goed voor jezelf zorgen, Jan.” Zo klonk het vriendelijke antwoord dat Jan Geurtz jaren geleden kreeg toen hij zich ten einde raad afvroeg wat hij moest doen met zijn leven.
– En goed voor zichzelf zorgen deed hij. Radicaal. De stem luidde zijn eerste stappen in op het spirituele pad. Nu is Jan boeddhist en schrijver. Zijn tiende boek, Een lieve klap voor je kop, verscheen in 2023. Djuna Spreksel las het voor Filosofie Magazine.

‘Jij bent datgene wat je gedachten en gevoelens waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn’
 Jan Geurtz

Bovenal ging hij [Geurtz] aan zichzelf werken. In eerste instantie door wat hij de ‘psychologische manier’ noemt: therapie en trainingen in persoonlijke ontwikkeling volgen. Pas tien jaar later kwam de spiritualiteit op zijn pad.’
(Filosofie Magazine)

Bij persoonlijke ontwikkeling gaat het volgens de schrijver nog steeds om het ego dat aan zichzelf werkt.

Spirituele groei speelt zich af in een geheel ander domein, op een soort metaniveau, waarin logica en gedachten ons niet verder helpen. Spiritueel bewustzijn gaat over de realisatie dat je niet je ego bent, maar datgene wat je gedachten en gevoelens kan waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn. Maar dat is zelf geen gedachte, en kan ook niet waargenomen worden.’
(FM)

Geurtz laat in Een lieve klap voor je kop zien dat ingrijpende gebeurtenissen ook benut kunnen worden voor een groei van spiritueel bewustzijn.

In dit boek werkt hij aan de hand van persoonlijke contemplaties het idee uit dat het ervaren van nare gevoelens symptomatisch is voor niet goed naar de werkelijkheid kijken, en dat een heftige crisis ook een zaadje kan zijn voor een (versnelde) groei van spiritueel bewustzijn.’
(Uit: Een lieve klap voor je kop– omslagtekst)


Jan Geurtz

In elk mensenleven komen heftige gebeurtenissen voor: fijne – zoals een wederzijdse verliefdheid of de geboorte van een kind – en pijnlijke, zoals het einde van een relatie, een burn-out, een ziekte of de naderende dood. Meestal verstoren deze gebeurtenissen onze innerlijke rust (als we die al hadden) en belemmeren ze onze spirituele ontwikkeling (als we daar al mee bezig waren).
(Uit: Een lieve klap voor je kop)

Ingrijpende gebeurtenissen, zegt dit boek, kun je leren herkennen als ‘een lieve klap voor je kop’ die je doet beseffen wie en wat je werkelijk bent achter je aangeleerde zelfbeeld, je ego. Dit leidt uiteindelijk tot de realisatie dat ons lijden in werkelijkheid niet-herkende liefde is die wacht om toegelaten te worden.

‘Om de spiritualiteit waar dit boek over gaat te onderscheiden van de ‘verhalende spiritualiteit’ noem ik haar ‘wetenschappelijke spiritualiteit’. Ze maakt namelijk gebruik van dezelfde methode als de exacte wetenschap’.
(uit: Een lieve klap voor je kop)

Ook het boeddhisme heeft een filosofie over de werkelijkheid, zegt de schrijver, maar tegelijkertijd biedt het een onderzoeksmethode, die via de directe ervaring de theorie probeert te weerleggen.

Bovendien wordt in de boeddhistische spiritualiteit niet alleen de werkelijkheid onderzocht, maar ook degene die de theorieën formuleert. Op die manier bevindt spiritualiteit zich niet alleen op een metaniveau ten opzichte van de filosofie als geheel, maar ook ten opzichte van haar eigen filosofie – die net zo goed wordt beperkt door de taal en het denken.’
(FM)

Een onjuist geloof in de echtheid van onze gedachten en gevoelens – door een ego dat zich identificeert met die gedachten en gevoelens – vertroebelt volgens Geurtz ons begrip van de werkelijkheid. En wel zo, dat we blijven steken in een vicieuze cirkel van verslaving, pijn en lijden. Of dit nu gaat om een verslaving aan verdovende middelen of om de erkenning van onze liefdespartner.

Geurtz gelooft niet dat het bereiken van verlichting het permanente eindpunt is van spirituele ontwikkeling.

Hij ziet verlichting in de spirituele weg die een mens aflegt, als een oneindig doorgaand proces richting steeds meer bewustzijn. Want, zo stelt hij, het spirituele bewustzijn heeft een belangrijk kenmerk: het verlangt altijd naar meer bewustzijn van zichzelf.’
(FM)

Bronnen:
* Jan Geurtz: ‘Je bent niet je gevoelens en gedachten’ (Filosofie Magazine, juni 2023)
* Vertrouw altijd je innerlijke stem (godenenmensen.com, april 2023)
* Filosofie Magazine
* Een lieve klap voor je kop | Jan Geurtz | ambo | anthos uitgevers | ISBN: 9789026361173 | 264 pagina’s | paperback 21,99 | E-book 13,99 |
Jan Geurtz (1950) is een Nederlandse schrijver. Hij studeerde orthopedagogiek, onderwijskunde en wetenschapsfilosofie en heeft daarna gewerkt in de verslavingszorg. Jan Geurtz laat zich vooral inspireren door het boeddhisme. Van zijn hand verschenen meerdere bestsellers, waaronder Verslaafd aan liefde, waarvan meer dan 125.000 exemplaren werden verkocht’. (ambo | anthos)

Beeld: Zen Garden – 18121281 Pixabay
Foto Jan Geurtz: ambo | anthos

‘Juist omdat het leven eindig is, krijgt het betekenis’

Een leven ‘waarin iemand zich niet, of niet langer, op zichzelf bezint, is in mijn optiek geen zinvol leven,’ vond filosoof Samuel IJsseling (1932-2015). Zijn gedachten over ouderdom klinken opvallend actueel. ‘En daarnaast ben ik er naarmate ik ouder word steeds meer van overtuigd dat een zinvol leven een leven is dat zich in dienst stelt van anderen.’ Filosoof Leon Heuts sprak hem destijds voor Filosofie Magazine (2010). IJsseling schreef onder meer Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen, over Griekse goden in de hedendaagse filosofie. Heuts:En uiteraard speelt daarbij ook ouderdom een rol.’

‘We hebben weliswaar ook tegenwoordig nog steeds niet het eeuwige leven, maar door de medische techniek lijkt het er soms toch op’
(Samuel IJsseling)

Heuts schreef in het interview dat IJsseling in de traditie staat van de fenomenologie, een stijl van filosoferen die de alledaagse ervaring als uitgangspunt neemt: aandacht voor het ambigue en zelfs tegenstrijdige van het menselijke bestaan. ‘Ouder worden is daarvan misschien wel het meest indringende voorbeeld’.

‘IJsseling geeft een aantal prachtige voorbeelden in het ook bij het grotere publiek bekende Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen, een boek dat niet alleen een inleiding is in de Griekse mythen en godenwereld, maar ook een waarin hij aan de hand van die verhalen een toelichting geeft op belangrijke thema’s uit de filosofie. En uiteraard speelt daarbij ook ouderdom een rol.’
(Heuts)

Zoals in het tragische verhaal van Tithonos, vertelt Heuts, de sterfelijke man die werd bemind door Eos, de godin van de dageraad. Eos’ liefde dreef haar ertoe om Zeus te verzoeken Tithonos het eeuwige leven te gunnen.

‘Zeus stemde in, maar wat Eos noch Tithonos zich realiseerde, is dat de wens van onsterfelijkheid eerder een vloek is als daarbij niet wordt gevraagd om de eeuwige jeugd. Zo wordt Tithonos steeds gebrekkiger, terwijl hij niet kan sterven. Op den duur legt Eos hem apart in een kamer, omdat ze niet meer naar hem kan kijken.’
(Heuts)

IJsseling noemde dat laatste heel treffend, omdat hij de ouderdom soms niet om aan te zien vond. Hij had een vriend in een verpleeghuis, die steeds verder aftakelde.

Vreselijk. Op een gegeven moment bezocht ik hem alleen nog uit plicht. We hebben weliswaar ook tegenwoordig nog steeds niet het eeuwige leven, maar door de medische techniek lijkt het er soms toch op. Nu doe ik uiteraard niets af aan de waarde van die techniek, maar als het alleen maar rekken van het leven is omwille van het rekken, dan lijkt het op het tragische verhaal van Tithonos.’
(IJsseling)

Maar, zegt IJsseling, zelfs als je niet zou aftakelen en de eeuwige jeugd zou bezitten, is het de vraag of het eeuwige leven wenselijk is.

‘De tragedieschrijver Sophocles zegt, naar aanleiding van Tithonos: “Wie zich niet met de normale levensduur tevredenstelt, is een verstokte dwaas.” Juist omdat het leven eindig is, krijgen handelingen en gebeurtenissen hun betekenis. Wat zou een handeling waard zijn als je tot in het oneindige de mogelijkheid hebt om steeds andere handelingen te verrichten?’
(IJsseling)


Cicero met zijn vriend Atticus en broer Quintus, in zijn villa in Arpinum

Cicero verdedigde de ouderdom in De Senectute, zei IJsseling. Cicero stelde echter ook dat er natuurlijk grote nadelen aan de ouderdom kleven: het lichaam takelt af, en wellicht ben je seksueel niet meer tot veel in staat.

‘Maar wie lichamelijke vitaliteit als dwingende voorwaarde beschouwt voor het levensgeluk, ziet iets over het hoofd. Juist doordat sommige ambities en verlangens afnemen, ontstaan de rust en ruimte voor reflectie en verdieping – en die kunnen eveneens van groot belang zijn.’
(IJsseling)

Samuel IJsseling, emeritus hoogleraar in de moderne en hedendaagse wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, vervolgt:

‘Alleen, een samenleving moet daartoe wel de mogelijkheid bieden, en tegenwoordig is die er nauwelijks: ouderen worden gezien als overbodig en zorgbehoevend. Terwijl Cicero beschrijft hoe ouderen juist door hun levenservaring, relativeringsvermogen en rust ook iets te bieden hebben.’
(IJsseling)


Samuel IJsseling

Samuel IJsseling stelt dat wie ouderen verwijt dat ze overbodig zijn, zorgbehoevend en in feite slechts tot last, iets wat je impliciet toch vaak merkt, ongevoelig is voor de context. ‘Die verabsoluteert de waarden van deze samenleving – jong en dynamisch zijn – en ziet niet in dat ook andere waarden van grote betekenis kunnen zijn, mits ze een eigen tijd en plaats krijgen.’

‘Neem het voorbeeld van ouders die zeer bezorgd zijn, en daarom streng voor hun kinderen. Terwijl de grootouders met een paar relativerende en ontspannende woorden laten zien dat het allemaal wel meevalt. Maar opdat grootouders die rol kunnen spelen, hebben we een andere manier van kijken nodig, en een andere inrichting van onze samenleving. Kortom, een andere context, die een nieuwe betekenis geeft aan ouder worden.’
(IJsseling)

In dit indrukwekkende interview – waaruit ik in dit blog inzoom op de ouderdom – verwijst IJsseling naar filosoof Michel de Montaigne:

‘Montaigne stelt dat de dood onder ogen durven zien bevrijdend werkt, en dat is ook mijn ervaring. In dat opzicht valt ook de dood enigszins te relativeren, maar dat betekent niet dat die daarmee lichter wordt, of dat we er meer onverschillig tegenover kunnen staan. Eerder is hij iets beter te dragen. Het gewicht blijft even zwaar, maar krijgt handvatten.’
(IJsseling)

Zie: Samuel IJsseling: ‘Simpelweg dankbaar dat ik er ben’ (Filosofie Magazine, De dood, Levenskunst, 2010)

Beeld: Dans, dood en levenskunst(14 – 2017)Peter Vroon 2023 – (expo 2018)
Beeld Cicero: Richard Wilson  (1714–1782)Art Gallery of Soth Australia -wikimedia commons
Beeld Samuel IJsseling: Screenshot Vimeo (NRC)
UPDATE december 2024 (Lay-out)

‘Ik wil geen dekentjes over mijn geest’

Psychiaters zien psychische afwijkingen als lichamelijke ziektes die je met medicijnen kunt verhelpen. Voor een deel klopt dat, dus voor een deel is het een zegen, zegt schrijver Maarten van Buuren. Het nadeel vindt hij, dat er nu al te makkelijk wordt gedacht: ‘Ha, dat is depressie, daar hebben we een pil voor’. Het probleem wordt weggemedicaliseerd, vervolgt hij.

‘De ­autist, de schizofreen en de depressieveling hebben net als ieder ander een patroon opgebouwd om zich te kunnen weren in het leven en niet overspoeld te worden door alle gevaren die hen omringen’
(Maarten van Buuren)

Ben je onrustig of angstig? Daar hebben we een middeltje voor. Angstremmers. En inderdaad, mensen zitten weer rustig in hun stoel. Het is heerlijk om van je angsten verlost te zijn. Maar je maakt ook het probleem onzichtbaar waarvan die angst het signaal was.

Net als jij en ik
In het artikel Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes in Filosofie Magazine interviewt filosofiedocent Lianne Tijhaar (o.a. Hogeschool voor Toegepaste Filosofie Utrecht & Hogeschool Utrecht) Van Buuren over zijn depressies. Dit naar aanleiding van zijn nieuwe boek De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen.

Het gaat nadrukkelijk niet over eigen schuld. Net als ieder ander, zegt Van Buuren, heeft ‘de depressieveling’ een patroon opgebouwd om zich te kunnen weren in het leven en niet overspoeld te worden door alle gevaren die hen omringen.

‘Dat hebben ze weliswaar op een manier gedaan waardoor ze nu in grote moeilijkheden terecht zijn gekomen, maar niet op een wezenlijk andere manier dan jij of ik.’
(Maarten van Buuren)


Ludwig Binswanger

‘Ik was gewoon niet meer’
Van Buuren schreef al eerder over zijn depressie in Kikker gaat fietsen (2008). In De gek als medemens brengt hij filosofische verdieping aan, na het lezen van het werk van de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger. Binswanger ontwikkelde in de jaren vijftig een nieuwe benadering van de psychiatrie, gebaseerd op de existentialistische filosofie.

‘Je valt in een depressieput. Een ervaring van vernietiging. Je kunt niet meer bestaan. Je belandt in een zijn-storing. Dat is moeilijk uit te leggen, want de mensen zien je gewoon lopen. Dat was het grote misverstand. Ik ben een sportman. Lichamelijk was ik zo gezond als een vis. Mensen keken naar mij en zeiden: niks mis met jou, je moet gewoon in de poten komen. Terwijl ik op dat moment niet meer bestond. Ik was gewoon niet meer.
(Maarten van Buuren)

Bewustzijn nooit leeg
Pas later begreep Van Buuren wat filosofen als HusserlHeidegger en Sartre met ‘intentionaliteit’ bedoelen. [Het idee van intentionaliteit houdt – volgens Husserl – in dat het bewustzijn nooit leeg is: het is altijd gericht op iets en daardoor een bewustzijn van iets. (PD)] 

‘Het ‘zijn’ is altijd ergens op gericht. ‘Zijn’ is een dynamiek. ‘Zijn’ is je uitwerpen in de richting van iets wat je beoogt. Op het moment dat ik in die put van een depressie gleed en mijn bestaan ophield, kon ik mij niet meer uitstrekken in de tijd. Ik leefde niet meer in de toekomst en niet meer in het verleden. Mijn bestaan werd gereduceerd tot een oneindig doordruppelen van momenten van heden.’
(Maarten van Buuren)


Over het leed dat leven heet

Geen dekentjes
Van Buuren verdraagt het idee dat hij onder de medicijnen zit niet, ondanks dat medicijnen hem bij zijn eerste depressiecrisis op de been hebben geholpen.’

‘In mijn ervaring is die medicatie een soort dekentje dat over mijn geest wordt gelegd – en ik wil geen dekentjes over mijn geest. Ik wil dat het werkt zoals het werkt, omdat ik denk dat al die prettige vonkjes in mijn hoofd die ik voel na mijn eerste kop koffie ’s morgens ook worden uitgevlakt als ik antidepressiva slik.’

Leven hernemen
Daarna kwam voor Van Buuren de vraag: waar komen die patronen vandaan die me op de knieën hebben gedwongen?

‘De medicatie heeft mij op het spoor gebracht waarop ik mijn leven kon hernemen. Maar de medicijnen hebben mijn probleem niet opgelost. Toen ik doorkreeg dat mijn problemen teruggaan tot mijn jeugd in Maassluis en dat aan mijn therapeut vertelde, zei hij: ‘Daar beginnen we niet aan. Mijn bedoeling is om u nu weer op de been te helpen, zodat u uw dagelijks leven weer kunt oppakken’.’
(Maarten van Buuren)


Maarten van Buuren

Jezelf leren begrijpen
In De gek als medemens wil Van Buuren die patronen – ‘die zitten diep, ze komen voortdurend terug’ – doorgronden door terug te gaan naar de oorspronkelijke keuzemomenten in zijn vroege jeugd. Hij zegt er geen beter mens van te zijn geworden, maar wel heeft hij zichzelf beter leren begrijpen.

Bronnen o.a.:
*
Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes (Filosofie Magazine, 2022)

* De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen | Maarten van Buuren | paperback | Lemniscaat | prijs: € 19,99 | ISBN: 9789047714484 | NUR: 730 |
‘Wat maakt ons mens? Dit is een van de grote vragen van de filosofie. Volgens Maarten van Buuren is het antwoord te vinden in de waanzin. Als een lachspiegel toont de waanzin wat er gebeurt als de fundamenten onder het menszijn wegvallen.

In De gek als medemens laat Van Buuren ons uitgebreid in deze spiegel kijken. Hij doet dat aan de hand van casestudies uit het werk van de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger, waarin patiënten en hun behandelingen worden beschreven. Wat de mens tot mens maakt blijkt uit de momenten dat zijn wereld vorm en samenhang verliest, hij uit het vangnet van zijn sociale contacten valt en zichzelf kwijtraakt. De gek als medemens is een onderzoek naar het verband tussen waanzin en existentie en de manier waarop deze begrippen elkaar wederzijds definiëren.’ (Lemniscaat)

Beeld Maarten van Buuren: Chris van Houts (Trouw, 2020)
Beeld Ludwig Binswanger: Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis, filosofie, literatuur en muziek (België)
Update 21-10-2024 (layout) / november 2025 (Lay-out)

‘Christendom is een vorm van atheïsme’

De Franse filosoof Jean-Luc Nancy vroeg zich af of, als het al waar is dat het geloof in het bestaan van God in een moderne, seculiere wereld steeds minder een rol van betekenis speelt, daarmee dan ook het christendom, en in bredere zin de monotheïstische religies, van het toneel zijn verdwenen. Nancy (1940 – 2021) groeide uit tot een van Frankrijks internationaal meest gelezen filosofen en was emeritus hoogleraar in Straatsburg. Het ‘nieuws van Gods dood’, om met Nietzsche te spreken, verkondigde Nancy al ver voordat de moderne geschiedenis haar aanvang nam. 

‘Het monotheïsme laat zich steeds meer van zijn atheïstische kant zien.’
(Jean-Luc Nancy)

Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens ten Kate stelt in Filosofie Magazine dat volgens Nancy het christendom zelf heeft bijgedragen aan het seculariseringsproces. ‘Sterker nog, het christendom komt voor Nancy neer op een vorm van atheïsme.’

De vraag of met God ook het christendom verdwenen zou zijn, is voor Nancy zo belangrijk omdat er naar zijn inzicht iets vreemds aan de hand is met die christelijke God. Iets wat zelfs zo vreemd is dat het nog maar de vraag of God wel verdwenen is uit de seculiere wereld.’

Ten Kate zegt in zijn essay dat Nancy deze vreemdheid van het christendom in zijn project van een deconstructie van het monotheïsme onderzoekt, waarbij hij vooral het christendom centraal stelt. Ten Kate gaat in op de eigenzinnige manier waarop Nancy over religie denkt, tegen de achtergrond van een schijnbaar seculiere wereld. Deconstructie is geen destructie, zegt hij.

Nancy’s project beoogt niet zozeer een deconstructie van de christelijke religie op zich, maar is een verkenning van de deconstructieve elementen die deze religie in zich draagt, elementen die ook in de andere monotheïstische religies gevonden kunnen worden.’

Nancy demonteert dus het monotheïsme en monteert dat opnieuw. Hij ontdekt dat de monotheïstische tradities ‘werelds’, profaan worden: met andere woorden, ze doen mee in de geschiedenis van de secularisering.

En die verborgen ‘montage’ is misschien, paradoxaal genoeg, juist iets wat voorbij het monotheïsme ligt, als datgene wat wij nog moeten ontdekken en doordenken: dat namelijk het monotheïsme in een proces van mondialisering is betrokken waarin het zich steeds meer van zijn atheïstische kant laat zien.’
(Nancy)


Jean-Luc Nancy

Aan de hand van de schepping en incarnatie gaat Ten Kate vervolgens in op de vraag hoe religies profaan kunnen worden.

De scheppingsleer introduceert een God die eigenlijk geen God wil zijn, maar intiem met de mens als partner wil leven in de schepping. Tegelijkertijd is de monotheïstische God een God die zich, in tegenstelling tot de mythische goden, niet meer wil bemoeien met de wereld en zich daaruit terugtrekt.’

Incarnatie komt specifiek uit de christelijke traditie omdat het over de Christusfiguur gaat: de incarnatie, dat wil zeggen de menswording.

Nancy ziet incarnatie letterlijk: als lichaam-wording, en niet alleen als menswording. Daarmee ‘atheïseert’ God zich – seculariseert hij zich, waardoor iedere vorm van ‘funderende aanwezigheid’ verdwijnt.’

De incarnatie moet niet als een vorm van representatie begrepen worden, alsof de Zoon de vertegenwoordiger van God zou zijn. God en mens vallen in de Christusfiguur volledig samen, en als God wordt God ‘niets’, nihil. 

De incarnatie is niet een beeld of verbeelding van God in menselijke vermomming, maar ze is het beeld van de ‘beeldloosheid’, ja, de afwezigheid van God. God sterft, om zo te zeggen, in de mens, om in die mens als mens weer te herleven en vervolgens als mens te sterven. Dat is de vreemde dialectiek van de dood van God, die zijn concrete, dramatische symbool krijgt in Christus’ dood aan het kruis.’


Laurens ten Kate

De dood van God in de incarnatie krijgt een onmiddellijk vervolg in de dood van de mens in wie hij zich had geïncarneerd: de dood van Christus. De incarnatie, zoals Nancy deze interpreteert, is niet een uniek historisch feit (een soort goddelijk ingrijpen in de wereld om de ‘zonden’ van de mensheid weg te wassen), maar het feit dat ‘het goddelijke in mensen een dimensie wordt van terugtrekking, van afwezigheid en zelfs van de dood’.

De dimensie van terugtrekking is als een opening – een dis-enclosure – in de rede, die de grenzen die de rede voor zichzelf stelt, openbreekt. Deze opening wijst niet naar een of andere goddelijke transcendentie die de rede van een laatste fundament zou voorzien, maar precies naar de leegte die de afwezigheid van zo’n transcendentie achterlaat. Deze opening is zelf de transcendentie.’

Nancy komt tot een nieuw perspectief op het monotheïsme als atheïsme: niet een atheïsme dat het bestaan van God ontkent, maar een ‘absentheïsme’, zoals Nancy het soms noemt, waarin de absentie in de presentie, het wonder in de wereld wordt verbeeld als verwijzing. Het verwijst naar het ontoonbare.

Zie:
* Ten geleide: Jean-Luc Nancy
(Filosofie Magazine)
* God uit het niets
(Filosofie Magazine)


Beeld: Jean-Luc Nancy, What is a theological concept?
Foto Jean-Luc Nancy: philosophieliterature.blogspot.com
Foto Laurens ten Kate: Kirsten den Boef (Universiteit voor Humanistiek)

Zondag 16 oktober DV: ‘Christendom mede schuldig aan ontkenning van wie we ten diepste zijn’

Bij de vrije wil gaat het om de intenties

De vrije wil bestaat niet, zegt de neurowetenschap, want ons brein neemt al een besluit voordat we iets doen. Filosoof en psycholoog Lieke Asma zegt echter: ‘De vrije wil bestaat wél’. Asma vindt het hoog tijd om de intenties van mensen serieuzer te nemen. Zij pleit ervoor op zoek te gaan naar de werkelijke beweegredenen van mensen bij hun handelingen – naar hun intenties dus – en die te bestuderen. In 2018 promoveerde Asma aan de VU Amsterdam op een proefschrift over wetenschappelijk onderzoek naar vrije wil.

Als je uitgaat van een wereldbeeld waarin alles passief is en dingen alleen gebeuren omdat ze door andere dingen worden veroorzaakt, is het geen verrassing om te ontdekken dat de vrije wil niet bestaat,’ zegt ze. ‘Dan vind je wat je al wist.’
(Lieke Asma)

Een duidelijk voorbeeld van strikt wetenschappelijke denken over de vrije wil noemt Asma het beroemde experiment dat de Amerikaanse neurowetenschapper Benjamin Libet in de jaren tachtig uitvoerde.

Hij gaf een aantal proefpersonen de opdracht om op willekeurige momenten hun pols te bewegen en ging vervolgens na hoeveel tijd er zat tussen de wil om te bewegen en de hersenpuls die de beweging in gang zette. Tot zijn verbazing bleek dat de puls eerst kwam en de wil om te bewegen pas daarna. De vrije wil is een illusie, concludeerde hij.’


Lieke Asma

Asma – dit jaar genomineerd (shortlist) voor de Socratesbeker – wil best aanvaarden dat de puls eerst kwam en de wil pas daarna, alleen betwijfelt zij of de setting ervan representatief is voor de dagelijkse realiteit waarin we als handelende wezens leven.

Het experiment is zo opgezet dat er een bepaalde structuur ontstaat: niemand heeft een reden om het anders te doen. Terwijl handelen uit vrije wil impliceert dat je op een hoger niveau beseft wat je aan het doen bent, dat je redenen hebt om zus of zo te handelen. Een polsbeweging maken heeft daar gewoon niets mee te maken.’

Libets onderzoeksresultaten vormen volgens Asma daarom geen argument tegen het bestaan van de vrije wil.

Wanneer ik met een wetenschappelijke bril van buitenaf kijk naar wat iemand aan het doen is, zie ik een causale opvolging van gebeurtenissen. Alleen doet die helemaal geen recht aan hoe iemand zijn handelingen zelf ervaart of aan de rationele structuur van die handelingen.’

Asma vindt het dus hoog tijd om de intenties van mensen serieuzer te nemen. Zij wil weten waarom mensen doen wat ze doen, en op welke gronden, in plaats van hen alleen van buitenaf te beschouwen.

Beweren dat alleen objectief en neutraal onderzoek naar gebeurtenissen die van buitenaf te meten zijn waardevol is, vind ik vreemd. Dan verdwijnt niet alleen de vrije wil, maar ook bijna alles wat in ons sociale leven waardevol is.’

Op de vraag van filosoof en journalist Marnix Verplancke (Filosofie Magazine) hoe je dan bepaalt wanneer je iets uit vrije wil doet, antwoordt Asma:

Door je af te vragen waarom je iets doet. Wat vind ik hier eigenlijk goed of waardevol aan? Als je daar een eerlijk antwoord op kunt geven zonder iets goed te praten, heb je de vrijheid gevonden. Uiteindelijk gaat het erom dat op het hoogste niveau al je handelingen deel uitmaken van een goed leven. Wanneer je leven alleen maar bestaat uit reactiviteit in de zin van: ik heb zin in een zak chips, dus ik eet een zak chips, dan zit er maar weinig vrije wil in.’

Zie: Filosoof en psycholoog Lieke Asma: ‘De vrije wil bestaat wél’ (Filosofie Magazine, 03 / 2022)

Lieke Asma schreef Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil  | Boom filosofie | Paperback | November 2021 | ISBN 9789024443062 | 240 blz. | € 22,50 | ‘Wetenschappers beweren maar al te graag dat de vrije wil niet bestaat. Maar weten diezelfde wetenschappers wel wat ze precies bedoelen met het begrip ‘vrije wil’? De fundamentele vragen over de aard van de vrije wil komen volgens filosoof en psycholoog Lieke Asma in de wetenschap veel te weinig aan de orde. In Mijn intenties en ik laat ze zien dat grondig filosofisch onderzoek noodzakelijk is voor een goed begrip van de vrije wil.‘ (Tim Michiels, Filosofie Magazine)

Foto goudvis wil uit de kom, en springt: koornbusiness.nl
Foto Lieke Asma: theyoungphilosophers.org.

Tip! SG: Science Café over Vrije Wil: 9 mei 20.30 – 22.00 uur.
In Tivoli Vredenburg Utrecht gaat het gesprek over de vrije wil met filosoof dr. Niels van Miltenburg (UU), neuropsycholoog prof. Sarah Durston (UMC Utrecht) en psychiater en filosoof prof. Gerben Meynen (UU). Toegang gratis – vol is vol.

‘Het is een eeuwenoud vraagstuk: bestaat de vrije wil? De nieuwste onderzoeken uit de neuropsychologie laten zien dat ons brein al een besluit neemt voordat we iets doen. De vrije wil lijkt een illusie. Maar ligt het echt zo simpel? Wat betekent dit voor de verantwoordelijkheid die we dragen voor ons eigen gedrag? Kunnen criminelen bijvoorbeeld nog wel gestraft worden voor hun misdaden als de vrije wil niet bestaat?’ 

Zo sprak Snorrietoestra in Nietzsche voor 10-jarigen

Zo word je supermens, luidt de belofte van het humoristisch kinderboek Het ravijn van NietzscheHet wil Nietzsches filosofie invoelbaar maken voor kinderen vanaf tien jaar. ‘Blijf de aarde trouw,’ schrijft Nietzsche in Zo sprak Zarathoestra. Aan dit boek ontlenen schrijver Marc van Dijk en tekenaar Sander ter Steege ‘veel, omdat dat eigenlijk Nietzsches eigen fantasy-avontuur is’. Bij de makers leeft profeet Snorrietoestra in mystieke verbinding met de natuur.

Becky Breinstein is de slimste van Domdorp, vertelt de boekomslag. Maar ze schrikt wakker van nachtmerries. Haar vader draait door en slikt de hele dag Tosti-pillen. Dan ontmoet ze Snorrie, die zegt dat hij ‘de herhaling van Nietzsche’ is. Becky en haar vrienden gaan met Snorrie de bergen in om een geheime formule te zoeken waarmee iedereen gezond kan worden. Maar al snel blijkt dat ze niet de enigen zijn. Ze moeten het opnemen tegen een mysterieuze vijand. En hoe komen ze voorbij de Vuurhond?

Het was tijdens de kleine pauze, op het schoolplein van de DOMSCHOOL in Domdorp. Alle gesprekken vielen stil en we keken rond om te zien wie er vuurwerk had afgestoken. Toen de rook wegtrok, zagen we midden op het schoolplein een man staan. De man had een heel grote SNOR, een wandelstok en een LANTAARN. Hij keek rond met een intense blik in zijn ogen. Niemand durfde iets te zeggen. Hij zag eruit alsof hij uit een andere tijd kwam.‘
(Uit: Het ravijn van Nietzsche)

Je vindt vrolijkheid, fantasie en levenslust in Nietzsches hele oeuvre terug, zeggen de makers, vanaf het moment dat de filosoof uit Bazel vertrok. Hij was de jongste professor ooit, maar daar werd hij depressief van. Hij nam ontslag en veranderde in een wandelende vrije geest: in de berglucht kreeg hij nieuwe ideeën. In Filosofie Magazine spreekt Lianne Tijhaar in Nietzsche voor 10-jarigen met schrijver Van Dijk.

In Becky’s avontuur klinken verschillende lezingen van Nietzsche door. ‘Iets anders zou hem onrecht aandoen. Nietzsche wantrouwt systeemdenkers en gemakzuchtige moralisten,’ zegt Van Dijk. ‘Hij moedigt ons aan om zelf te denken en sterker te worden. Maar hij ziet ook hoe hachelijk de positie van de mens is, nu alle oriëntatie die ons eeuwenlang heeft gediend is weggevallen. We moeten leren koorddansen. Op een dag donderde hij zelf naar beneden. Hij raakte zijn verstand kwijt en zonk weg in waanzin.’


Van Dijk spreekt volgens Tijhaar over Nietzsche alsof hij het over een goede vriend heeft. De afgelopen tweeënhalf jaar las hij zo veel mogelijk van en over hem. Hij verdiepte zich in de gekste details, want Nietzsche heeft de hoofdrol in deel 2 van de filosofische en humoristische kinderboekenreeks Becky Breinstein. Hierin heeft Becky last van angsten en vraagt ze zich af wat ze eigenlijk aan filosofie heeft, want ze is nog steeds bang.

Becky droomt dat haar vader doodgaat,’ zegt Van Dijk. ‘Het is maar een nachtmerrie, maar Becky kan de angst niet van zich afzetten. Haar vader doet ook echt raar: hij slikt pillen waar je een beter mens van zou worden. Dan verschijnt er een vreemde snuiter op het schoolplein. Hij heet Snorrie en heeft het over de Grote Gezondheid. Die kan Becky wel gebruiken voor haar vader. Daar begint het avontuur.’

Op de vraag of Nietzsches filosofie niet een beetje zwaar is voor een 10-jarige, antwoordt de schrijver dat Nietzsche meer biedt dan nihilisme en vernietigende godsdienstkritiek, hij is ook een creatieve verteller.

Met veel humor, liedjes en spot. In zijn boek Ecce homo staan hoofdstukken met titels als Waarom ik zulke goede boeken schrijf en Waarom ik zo wijs ben. Hij is grappig en best geflipt. Die kant van Nietzsche zie je niet vaak bij de professoren of in zelfhulpboeken.’

Snorrie valt in jullie verhaal ook in een ravijn, zegt Tijhaar en dat vindt zij best heftig in een kinderboek. Maar daar eindigt het niet mee, zegt Van Dijk. Hij laat Snorrie een transformatie doormaken die Nietzsche in zijn denken ook wilde doormaken.

Snorrie wordt na zijn val Snorrietoestra. Hoe dan ook, Nietzsches werk is nu eenmaal heftig. Maar ook vitaliserend. Neem bijvoorbeeld zijn begrip amor fati, liefde voor je lot. Het betekent dat je ja moet zeggen tegen het leven, inclusief alle ellende. Sommige kinderen krijgen te maken met ziekte, dood, de scheiding van hun ouders. Amor fati kan misschien troost bieden, omdat het levensbevestigend is.’

Becky Breinstein deel 2: Het ravijn van Nietzsche | Marc van Dijk en Sander ter Steege | Verschijnt 5 april | Uitgeverij Ten Have | 15,99 euro | ISBN 9789025907136

Zie: Nietzsche voor 10-jarigen (Filosofie Magazine)
Tekeningen uit: Het ravijn van Nietzsche (Sander ter Steege)
Zie voor deel 1 uit de kinderboekreeks Becky Breinstein: Filosofie voor tienjarige betwetertjes (GODENENMENSEN)

‘Vrijheid is wat je doet met wat je wordt aangedaan’

Theater – In Sartre & de Beauvoir kijken de cultfiguren van het Franse existentialisme terug op hun leven en denken. En op de liefde, évidemment. Altijd weer die liefde. De voorstelling in één zin: ‘Vrijheid is wat je doet met wat je wordt aangedaan’. Volgens het Zuidelijk Toneel maakt filosoof en theatermaker Stefaan Van Brabandt de redeneringen van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir actueel en prikkelend, genuanceerd en daarmee des te overtuigender.

I
n Filosofie Magazine van februari 2022 vertelt Van Brabandt over de voorstelling dat hij geen idee had dat het zo actueel zou worden. Volgens de theatermaker zijn vandaag de dag vrijheid en identiteit – de twee grote thema’s van het existentialisme – niet meer weg te denken uit het maatschappelijk debat.

Het idee dat je zelf vorm moet geven aan je leven is cruciaal in het existentialisme, de stroming waartoe hij [Sartre] en De Beauvoir behoren. Je moet je niet laten insnoeren door traditie, cultuur of opvoeding. Daarin ben je weliswaar ‘geworpen’, maar je kunt jezelf er ook altijd aan onttrekken. Vrijheid is wat je doet met wat je is aangedaan, vonden ze.’

Sartre schreef: ‘Existentie gaat vooraf aan essentie’, zegt Van Brabandt. ‘Dat we bestaan gaat vooraf aan wat we met dat bestaan aanvangen.’

De mens is daarom wat hij van zichzelf maakt. Mens-zijn gaat daardoor altijd hand in hand met openheid en mogelijkheid. Als mens zijn we tot die vrijheid veroordeeld, al willen we er ook vaak aan ontsnappen, omdat ze gepaard gaat met een verpletterende verantwoordelijkheid.’

De theatermaker zegt dat je weliswaar deels bepaald bent door je omgeving, maar nooit helemaal. Je kunt je altijd verhouden tot je situatie, en daardoor ben je ook altijd vrij om jezelf te bepalen; je kunt spelen met de gegevenheden.

En dat deden Sartre en De Beauvoir. Ze namen de regie van hun leven in handen en maakten er een eigen verhaal van. Als acteurs zonder opgelegde tekst improviseerden ze spelenderwijs een leven bij elkaar.’

Vrijheid is het tegenovergestelde van egoïstische willekeur, die anderen schade kan toebrengen. Sartre en De Beauvoir zouden zich daarom, volgens Van Brabandt, fel kanten tegen de vrijheid van de jungle, waarin iedereen doet waar hij zin in heeft, en tegen de egocentrische weigering van elke verantwoordelijkheid.

Vrijheid stond bij Sartre en De Beauvoir voor engagement: je inzetten en zorg dragen voor anderen, en voor het recht op dezelfde vrijheden voor iedereen. Want zolang niet iedereen vrij is, aldus Sartre, is niemand vrij.’

De voorstelling ‘Sartre & de Beauvoir’ is vandaag (première) in Tilburg te zien. Daarna op verschillende plekken in Nederland en België | Je krijgt eindelijk inzicht op de vragen waarom we ‘gedoemd zijn tot vrijheid’; wat De Beauvoir bedoelt met de moraal van de dubbelzinnigheid en wat het betekent om authentiek mens te zijn? Jouw portie verantwoorde ontspanning.’ (Het Zuidelijk Toneel)

Zie: Filosofie Magazine: Filosoof en theatermaker Stefaan Van Brabandt maakte een voorstelling over De Beauvoir en Sartre

Beeld: Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir (meer.com)