‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in ons leven’

Het leven op aarde vormt één groot ecosysteem waarin alles op elkaar inwerkt en van elkaar afhankelijk is, en waarvan wij onderdeel zijn. Volgens The Web of Meaning is alles met elkaar verbonden. Ecologisch denker Jeremy Lent pleit voor een wereldbeeld dat moderne wetenschap en inzichten uit oude wijsheidstradities integreert. The Web of Meaning is opgebouwd aan de hand van vijf existentiële vragen: wie ben ik, waar ben ik, wat ben ik, hoe moet ik leven en waarom ben ik? In VN een interview met Lent.

Lent weet uitzonderlijk helder te schrijven over complexe en fundamentele zaken als bewustzijn, evolutie, entropie (het streven van systemen naar wanorde), fractals, genenexpressie, moraal en mystiek en de overlap tussen de taoïstische principes qi (energie) en li (principes die qi laten werken) met de ideeën van systeemtheoretici.’

Onze relatie met de natuur, zegt Lent, is totaal uit balans doordat we die zien als een machine, de mens zien als apart van de rest van het leven en de aarde als een hulpbron die we kunnen gebruiken voor onze menselijke doelen.

We zien het lichaam als gescheiden van de geest en zien verschillende groepen mensen als apart van elkaar. Dat wereldbeeld bevordert uitbuiting: van mensen onderling en van de natuurlijke wereld, en het vormt de basis voor kolonialisme, racisme en kapitalisme.’

Als de belangrijkste waarden in ons huidige wereldbeeld die bepalen hoe wij in onze cultuur ons leven leiden, noemt Lent materiële welvaart en status.

Maar die veroorzaken een enorme afgescheidenheid en vervreemding. Dat geldt vooral voor de mensen die gebukt gaan onder de toenemende ongelijkheid, maar ook voor degenen die daar oppervlakkig gezien van profiteren. Ook zij verlagen daarmee de kwaliteit van hun eigen leven, al zijn ze zich daar misschien niet zo van bewust.’ 

Voor ons als mensen is ons verbonden voelen het meest zinvolle in ons leven, zegt Lent, maar ons huidige wereldbeeld heeft dat verbroken en veroorzaakt veel wat in het boeddhisme dukkha heet. Hij kwam ook in aanraking met mindfulness meditatie. Dat voelde voor hem als thuiskomen, en achteraf vond hij het onbegrijpelijk dat hij zijn leven tot dan geleid had zonder die meditatie.

Dat [dukkha] wordt vaak vertaald als lijden, maar het betekent een bredere ontevredenheid en onvermogen om welzijn te ervaren. We hebben daarom niet alleen een transformatie op systeemniveau nodig, maar ook in ieder van ons. Als we leven vanuit andere waarden, komt er ruimte voor wat Aristoteles eudaimonia noemt: het nastreven van je volledige potentie, zodat je leven tot vervulling komt. Dat is een wezenlijk ander soort geluk dan het hedonisme in onze consumentenmaatschappij.’

Veel mensen hebben het gevoel dat onze ondergang zo goed als onvermijdelijk is, zegt Lent, gezien de ernst van de klimaatopwarming, de macht van de grote corporaties en de toenemende haat en polarisatie in de wereld.

Ik voel dat allemaal en realiseer me dat goed. Maar in plaats van daardoor te verlammen, moeten we ons realiseren dat onze betrokkenheid bij de wereld ertoe doet, omdat we deel uitmaken van het verbonden web dat onze samenleving vormt. Wat we denken, zeggen en doen is deel van de wereld die we creëren. Dat brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.’

Zie: Ecologisch denker Jeremy Lent: ‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in het leven’ (VN)

The Web of Meaning | Jeremy Lent | Profile Books Ltd | Hardcover €26,00 | 528 pp. | 17 juni 2021

‘The Web of Meaning van Jeremy Lent is zowel een diepgaande persoonlijke meditatie over het menselijk bestaan ​​als een hoogstandje van historisch en hedendaags wereldwijd seculier en spiritueel denken over de diepste vraag van allemaal: waarom zijn we hier?’
(Gabor Maté M.D, auteur van In The Realm of Hungry Ghosts: Close Encounters With Addiction)

‘We moeten nu meer dan ooit uitzoeken hoe we allerlei verbindingen kunnen maken.
The Web of Meaning kan helpen bij veel van de dringende taken waarmee we worden geconfronteerd.
(Bill McKibben, auteur van Falter: Has the Human Game Begun to Play Itself Out?)

Beeld: Gert Altmann (Pixabay)

‘De mens overstijgt de evolutie’

Charles Darwin schreef ooit: ‘Wanneer wordt aangetoond dat er een complex orgaan bestaat dat niet kan zijn gevormd door vele, kleine, opeenvolgende veranderingen, dan valt mijn theorie in duigen’. Dat moment lijkt nu aangebroken te zijn volgens wetenschapper Gregg Braden, zoals hij stelt in zijn boek De mens als ontwerp. Volgens de auteur lijken steeds meer bewijzen aan te geven dat we meer zijn dan het product van willekeurige mutaties en een toevallige biologische samenstelling.

‘De ontdekking dat we het product zijn van iets wat de evolutie overstijgt – hoogstwaarschijnlijk een bewuste en intelligente scheppingsdaad – is misschien wel alles wat nodig is om ons in een nieuwe, eerlijke en gezonde richting te sturen wat betreft het verhaal over ons mensen.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Sanne Broekhuis (AnkhHermes), liefhebber van taal, oosterse filosofie en natuur, en grenzeloos nieuwsgierig naar alles wat voorbij de waan van de dag ligt, las dit boek over de mens. Het presenteert een radicaal andere zienswijze en omzeilt het vastgeroeste, onverwoestbare 19e-eeuwse evolutieverhaal. ‘De onjuistheden en onverklaarbaarheden in Darwins theorie zijn niet langer te negeren’.

We zijn niet slechts het resultaat van een toevallige samenloop van biologische omstandigheden, maar ‘ontworpen’ vanuit een diepere intelligentie. Pas als we dit inzien en aanvaarden, kunnen we onze buitengewone vermogens als empathie, intuïtie en zelfgenezing inzetten voor al het leven om ons heen. De principes van strijd en competitie maken dan plaats voor een samenleving gestoeld op samenwerking en mededogen.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Braden zegt in zijn boek dat als we eerlijk tegen onszelf zijn en erkennen dat de wereld verandert, het niet meer dan logisch is dat ons verhaal mee verandert.

Naar alle waarschijnlijkheid zal het nieuwe verhaal over de mens een mengeling zijn van reeds bestaande theorieën. Deze weven samen een nieuw wandkleed, een indrukwekkende kroniek, die een buitengewoon en episch verleden beschrijft . Dit nieuwe verhaal zal ook dat deel van onze geschiedenis omvatten dat door de afzonderlijke, reeds bestaande theorieën nog niet verklaard kan worden.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Omdat we zo overtuigd zijn van de evolutietheorie, aldus Braden, laten we ons hierdoor leiden bij het nemen van beslissingen, en dus verkiezen we onderlinge competitie en krachtig optreden boven samenwerken en mededogen.

We blijven – om er iets uit te lichten – maar proberen om rassenkwesties, religieuze problemen en zaken rondom seksuele diversiteit op te lossen met een verouderde manier van denken over competitie en het survival of the strongest-idee, twee sleutelgedachten uit de evolutietheorie.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Volgens Broekhuis kunnen de thema’s die Braden aanhaalt op het eerste gezicht los van elkaar lijken te staan, maar dragen stuk voor stuk bij aan een nieuw verhaal over wie we zijn als mens: geen toevallig geëvolueerde schepsels voortgekomen uit een strijd om het recht van de sterkste, maar het doelbewuste product van een diepe intelligentie.

Het waarom hoeft misschien niet beantwoord; de kwaliteiten van ons hart – mededogen, wijsheid, intuïtie en zelfgenezing – herinneren ons eraan dat we voor méér bedoeld zijn dan enkel overleven.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Zie: Geen evolutie volgens Gregg Braden, maar intelligente transformatie

De mens als ontwerp | ISBN: 9789020214819 | 256 pagina’s | 07-08-2018 | € 25,00 | E-book: € 12,99 | ‘Gregg Braden is een zeldzame mix van wetenschapper, visionair en geleerde met het vermogen om tot onze geest te spreken, terwijl hij de wijsheid van ons hart raakt’. (Deepak Chopra)

Beeld: DNA – Wageningen University & Research

Gregg Braden
is vijfvoudig New York Times-bestsellerauteur, wetenschapper, internationaal pedagoog en staat bekend als een pionier in het opkomende paradigma gebaseerd op wetenschap, sociaal beleid en menselijk potentieel.

Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal

Oer_1200x628-kaal-670x351

Natuurkundige Cees Dekker, tekstschrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink schreven samen, vanuit christelijk perspectief, een scheppingsverhaal waarin geloof en evolutie samenkomen. Oer, het grote verhaal van nul tot nu ligt vanaf vandaag in de winkel en stopt 14 miljard jaar in 160 pagina’s, ‘historisch en spannend’. ‘De twee onbekenden vertelden me over vroeger, over het begin van de tijd en van de ruimte, vele tijdperken geleden. Ze vertelden me over iemand die ze Schepper noemden, en aan wie ik blijkbaar mijn bestaan te danken had. Het was een bizar verhaal, en ik vond het moeilijk om het te geloven.’

Wat een ongelofelijke reis. Wat een duizelingwekkende rollercoaster. Een avontuur dat bijna veertien miljard jaar geleden begon, en dat zo vaak dreigde te mislukken dat het een regelrecht wonder is dat ik er nog ben. Ik had er ondanks alles geen seconde van willen missen. En het beste moet nog komen. ‘Laat het opschrijven,’ zeiden mijn vrienden. ‘Voor wie dan?’ vroeg ik. ‘Jullie waren er zelf ook bij.’ ‘Voor de mensen,’ zeiden ze. ‘Doe het voor hen, want het is niet alleen ons verhaal, het is ook hun verhaal. Ze moeten het weten, ze komen immers nog maar net kijken. Vertel ze wat we hebben meegemaakt.’ Ik was niet meteen enthousiast over het idee. ‘Homo sapiens? Ze zijn zo beperkt. Ze kunnen het niet bevatten.’ ‘Geeft niet,’ zeiden ze. ‘Gebruik hun taal, gebruik woorden die zij kunnen begrijpen. Probeer het gewoon, Pro. Als ze maar een heel klein beetje een idee krijgen.’
(Uit Proloog, in Oer
)

Corien Oranje vertelt op haar website dat de hoofdpersoon een proton is, dat in de eerste seconden na de oerknal ontstaat. Zij moest zich dus verdiepen in wat er allemaal gebeurde in die eerste tijdperken na de oerknal, in molecuulvorming, in de werking van DNA, in het ontstaan van de aarde en het ontstaan van het leven, en in de Bijbel.

Maar ik ben blij dat ik me erin heb vastgebeten, want het was fascinerende stof, en ik ben die stokoude protonen, neutronen en zelfs de elektronen toch meer gaan waarderen.’
(Corien Oranje)

Ik weet het niet,’ zegt Proton, ergens in het begin van het verhaal. Hij wilde dat hij scherpzinniger was, dat hij precies kon begrijpen wat Achaton hem vertelde, dat hij gevatte antwoorden kon geven, maar het lukte hem niet.

Dan hadden we jou hier niet gezien. Laten we het daarop houden.’ ‘Maar het mooie was,’ zei Kalon, ‘de krachten bleken onderling perfect op elkaar afgestemd. De zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht: de Schepper heeft ervoor gezorgd dat ze vrienden zijn geworden.’ ‘Nou …’ zei Achaton. ‘Vrienden …’ ‘Oké, vrienden is misschien te sterk uitgedrukt. Collega’s dan, een team. Partners. Ze voelen elkaar perfect aan, alsof ze altijd al hebben samengewerkt. Met z’n vieren voeren ze één grote dans uit ter ere van de Schepper.’
(Uit Oer, in Oer)

Het was al te laat,’ zegt verteller Proton, verderop in Oer. Hij vertelt dan over de nanoseconde die voorafging aan een botsing.

We konden elkaar niet ontwijken. In de nanoseconde voorafgaand aan de botsing voelde ik geen angst, hooguit teleurstelling, dat dit het was, dat het allemaal voorbij was nog voor het goed en wel begonnen was. Ik zou er niet achter komen wat het plan was, waarover Kalon en Achaton het gehad hadden, dat plan van de Schepper. Ik zou nooit te weten komen wat de bedoeling was van dit heelal. De klap was hevig. Heel even voelde ik de enorme hitte die me overspoelde en bezit van me nam. Daarna was er niets meer.’

‘Is-ie nou wakker, of niet?’ hoorde ik iemand zeggen. ‘Gaat het wel goed met hem?’ ‘Geen idee. Hé, hallo! Jij daar!’

(Uit Kosmos, in Oer)

Vorige week schreef Oranje op haar site dat zij bijna drie jaar geleden samen met Dick het Pieterpad liep. Zij waren halverwege in Gelderland, toen zij in haar mobiel een mailtje ontdekte van wetenschapper Cees Dekker, met wie zij samen Het geheime logboek van Topnerd Tycho schreef.

Of ik nog een boek wilde schrijven, samen met hem en met theoloog Gijsbert van den Brink, maar dan voor volwassenen. Een hervertelling van het grote verhaal van onze wereld, op een manier die recht zou doen aan wetenschappelijke bevindingen én aan de Bijbel.’
(corienoranje.nl)

Oer, het grote verhaal van nul tot nu | Ark Media | april 2020 | ISBN-10: 903380218X | ISBN-13: 9789033802188 | 160 pagina’s | € 14,99 | Bij de lokale boekhandel! | ‘Dit aansprekende boek past in een lange en rijke traditie waarin wetenschappers gedreven door hun geloof proberen de oorsprong en evolutie van ons heelal te duiden, van de oerknal tot het leven op aarde. Het delen van deze fascinatie en passie voor de natuur is een universeel goed dat ons allen dichter bij elkaar brengt, ongeacht onze persoonlijke overtuiging.’ (Robbert Dijkgraaf, hoogleraar natuurkunde en directeur Institute for Advanced Study Princeton)

Het idee van de vlinder een illusie?

nature-grass-blossom-plant-leaf-flower-562713-pxhere.com

Historicus en filosoof Yuval Noah Harari zegt tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. We kunnen wel vliegen, zegt Harari, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen.

Rupsenwereld
B
ij Joop schrijft maatschappelijk werker Tom Ribbens een aardige metafoor met Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjieff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld.

Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld.

Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (een kleine elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon.’

Transformatie
D
aar begint het denken van Gurdjieff, stelt Ribbens. Hij zegt dat het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, nog niet betekent dat hij er niet is, we hebben er alleen geen contact mee.

Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjieff mechanische leven. Gurdjieff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven.

Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.’

Ontdekken van de vlinder in de rups
De weg van Gurdjieff is de weg van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt, aldus Ribbens. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is maar in zichzelf ook een geestelijke werkelijkheid ontdekt.

De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjieff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische is, dus geen evolutie.

Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.’

Zie: Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder

Beeld: form PxHere

Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net

De mens, zijn illusies en waandenkbeelden

blindemannetje (1)

‘In de grote leegte waarin we ons bevinden zijn we niet alleen. Er is de natuur, de fauna en de flora en er zijn vooral onze tijdgenoten met wie we dit alles delen. Het hoger menstype voelt zich één met alles en allen. In die verbondenheid worden we samen God. De evolutie begon met de aap, leidde tot de mens en uiteindelijk wordt God gecreëerd.’ Dat zegt emeritus hoogleraar jeugdcriminaliteit en radicalisering aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, Juliaan van Acker, bij TPO.

In zijn artikel richt hij zich op gedrag en op het aanpassingsvermogen dat de mens verder verwijderd van de aapachtigen. Hij gaat in op de invloed van interne en externe factoren waardoor de mens ‘wordt geleefd’ in plaats van zelf het heft in handen te nemen. Onderzocht wordt welke illusies en waandenkbeelden de mens weten te bekoren.

Dit geldt niet alleen voor de religie en de politiek, want ook de wetenschap en de technologie heeft een betoverende invloed.’

Ten slotte onderzoekt Van Acker wat een hoger menstype zou kunnen zijn. Hij stelt dat mensen lange tijd hebben gedacht dat de moraal werd geopenbaard door een Hoger Wezen en zo de religies ontstonden.

Nu weten we dat de moraal verzonnen is door mensen zelf, want afhankelijk van de cultuur kan de moraal sterk verschillen. In hun wanhoop om de religies te verdedigen zeggen de adepten dat alle religies de liefde voor de naaste verkondigen. Als dat zo is, dan hebben we geen religies nodig, maar een soort Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hier is het niet een Hoger Wezen dat de rechten heeft afgekondigd, maar een groep mensen die pretenderen voor anderen te kunnen spreken. Waar zij die autoriteit dan vandaan halen is een legitieme vraag. Het gevolg hiervan is dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nogal vrijblijvend is en de mensen niet echt inspireert.’

Zolang mensen denken dat God de geboden heeft geopenbaard, zo vervolgt Van Acker, wordt de moraal met de nodige magie omgeven, zodat de mensen op een of andere manier geraakt worden door iets wat hen te boven gaat.

Dit zijn allemaal illusies en waandenkbeelden die niet hebben verhinderd dat de primitieve territoriumstrijd en de oorlog van allen tegen allen nog steeds doorgaan, zowel in het gezin, de maatschappelijke instellingen, de bedrijven, de politieke partijen, de religieuze sekten als tussen etnische groepen en landen.’

Van Acker stelt dat een ander kwalijk gevolg van vooral de christelijke religie en de daaruit voortvloeiende ideologie van de Rechten van de Mens de nivellering is die in de samenleving is ontstaan.

Het christendom en de Rechten van de Mens dicteren ons dat we voor de zwakkeren moeten zorgen. Die moraal is voortgekomen uit gevoelens van wrok. De zwakkeren kunnen zich slechts tegen de sterkeren verdedigen door hun deugden als ondeugden te definiëren en hun zwakten als deugden: trots en vermetelheid zijn slecht; deemoed, medelijden en gehoorzaamheid zijn goed. De sterkeren beoordelen hierdoor zichzelf vanuit de positie van de zwakkeren. Dit gaat in tegen het belangrijkste evolutionair principe.’

Van Acker stelt dat noch van het christendom, noch van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens we verwachten kunnen dat ze bijdragen aan de evolutie hogerop van de mensheid.

Nog schadelijker noemt Van Acker de religies die van de volgelingen totale onderwerping eisen of politieke ideologieën die tot uniform gedrag leiden.

Zij ontnemen de mensen hun vitaliteit en scheppingskracht en daarmee de mogelijkheid tot een hogere ontwikkeling. Ook het liberalisme kan het aapachtige in de mens aanwakkeren, maar dan in een ‘beschaafde’ vorm onder de noemer van meedogenloze competitie en uitbuiting.’

Van Acker vraagt zich af of we de ontkerkelijking en de secularisatie die meer en meer het huidige tijdperk kenmerken, zouden kunnen beschouwen als een vooruitgang in de menselijke ontwikkeling.

De Verlichting heeft veel mensen al bevrijd van de magie en van religieuze waandenkbeelden. Maar leven we nu niet in de ban van een andere magie? De magie die de wetenschap en de technologie hebben gebracht. Dat laatste is een magie die niet erg opvalt. Het gaat om een soort welzijn, gemak en comfort waardoor de mensen in slaap worden gesust. Friedrich Nietzsche noemt dit ‘het verachtelijk soort welzijn waarvan kruideniers, christenen, koeien, vrouwen, Engelsen en democraten dromen.’ 

De emeritus hoogleraar stelt dat willen we ontdekken waar een hoger menstype te vinden zou zijn, dat we dan verder moeten kijken dan religie en verder dan wetenschappelijke kennis en technologische mogelijkheden.

We kunnen respect hebben voor de diep religieuze mens, maar niet voor zijn waandenkbeelden. We kunnen respect hebben voor de wetenschappers en voor diegenen die prachtige technologische innovaties creëren, maar hun producten kunnen evengoed tot nog verschrikkelijker oorlogen en tot verdere vernietiging van de planeet leiden.’ 

Niemand, zo vindt Van Acker, mag bepalen hoe de mens zich moet gedragen, ook niet de hoogste religieuze of politieke instantie. Vervolgens schrijft hij over het hogere menstype dat openstaat voor de oneindigheid: een oneindigheid die zowel de kosmos betreft als zijn innerlijk zelf.

Noch de religie, noch de politiek, noch de economische behoeften leggen deze mens een dwangbuis op. De hoger ontwikkelde mens bepaalt zelf hoe hij met deze invloeden omgaat. Een eerste vereiste is dat hij afstand kan bewaren, zodat hij controle kan verwerven. Een andere vereiste is een fundamenteel kritische houding die nooit wijkt voor dogmatiek, voor politiek-correct denken of voor uniform denken, ook niet voor wat het zogenaamde ‘gezond verstand’ dicteert.’

Zie: De wereld heeft geen doel: ene mens is meer aap dan andere mens

Beeld: niet-weten.nl

En de aarde bracht voort… alweer een evolutiedebat

Endeaardebrachtvoort.jpg

Weer een congres over de theologische implicaties van evolutionaire schepping? Destijds in 2011 organiseerde ForumC, het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederland Protestantisme en de afdeling Wetenschapsgeschiedenis van de VU een congres over anderhalve eeuw evolutiedebat in protestants-christelijk Nederland. In september 2017 wederom een debat, nu naar aanleiding van het boek En de aarde bracht voort, van Gijsbert van den Brink over christelijk geloof en evolutie. Toch niet een herhaling van zetten van het debat over schepping en evolutie, zoals wetenschapshistoricus Ab Flipse in 2011 stelde?

Het Reformatorisch Dagblad (RD) kopte destijds angstig: Omarmen evolutie opstap naar ontkerkelijking.

Sympathie voor het creationisme was vrijdag tijdens het debat nauwelijks te bespeuren bij de inleiders en de forumleden. Slechts prof. dr. Gijsbert van den Brink vormde daarop een gunstige uitzondering. Onder meer theoloog en forumlid Taede Smedes parkeerde het creationisme samen met het atheïsme in de hoek van de ideologieën. Tekenend voor de moeite die sommige aanwezigen hadden genomen om zich te verdiepen in het Bijbelse creationisme was de opmerking van promovendus Wolter Huttinga, een van de inleiders: ‘Nee sorry, daar heb ik geen zin in.’ (RD)

Het RD concludeerde destijds: ‘Hoewel forumlid Taede Smedes ontkende dat het omarmen van de evolutietheorie een aanjager is geweest van de secularisatie, spreken de feiten boekdelen.’

Trouw schreef in 2011 dat als een geoloog zou zeggen dat de aarde honderden miljoenen jaren oud was, gereformeerde voormannen uit zouden barstten in hoongelach. ‘Dat zijn zulke fabelachtige getallen’, zo stelde de theoloog Herman Bavinck vast. ‘Net zoals sommige heidenvolken die hanteren.’

GatInTheorie

Destijds verwees Trouw naar de in 2010 overleden gereformeerde bioloog Jan Lever die het in het televisiereportage bij de NCRV lukte om, samen met zijn collega’s, de meeste gereformeerden met de natuurwetenschappen te verzoenen via een theologisch compromis: als je een starre interpretatie loslaat, stelde Lever, hoef je je geloof niet te verliezen.

Aan de evolutietheorie, stelde Lever de verontrusten gerust, kunnen mensen geen moraal ontlenen. Het zegt alleen iets over hoe de aarde geworden was. “Hij benadrukte daarmee dat hij in de lijn van Kuyper dacht: evolutie is als proces acceptabel, maar als wereldbeschouwing ontoereikend. Die opvatting werd uiteindelijk dominant. God kan, zo zeiden de dominees Lever voortaan na, ook heel goed via evolutie geschapen hebben. Flipse: ‘Tot de dag van vandaag vind je deze opvatting in de kerk.’ (Trouw)

Evolutie dus. Hoe serieus moeten we die wetenschappelijke theorie nemen, vraagt Weet wat je gelooft, het kennisplatform over de Bijbel, Geloven en Kerkzijn zich nu af en zegt dat orthodoxe christenen daarover zijn verdeeld, maar de theorie steeds vaker als gegeven aanvaarden.

Het debat is op 22 september 2017 overdag in congrescentrum De Schakel in Nijkerk. Een dag ‘vol stevige maar open theologische gesprekken tussen evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten’. Er wordt gesproken over hoe sterk de evolutietheorie staat; natuurlijke selectie, creatuurlijk lijden en het karakter van God; gemeenschappelijke afstamming en theologische antropologie, en evolutietheorie en heilsgeschiedenis: schepping, historische Adam, zondeval en verlossing.

Ook al blijft het lastig uit te leggen hoe dit zich verhoudt tot hun orthodoxe geloof. Maar stel dat het waar is… wat zijn dan de theologische implicaties? Kunnen we terecht stellen dat ‘evolutionaire schepping’ ons geloof in en vertrouwen op God niet aantast? Welke consequenties heeft de theorie van ‘gemeenschappelijke afstamming’ voor ons mensbeeld, en is ‘natuurlijke selectie’ te rijmen met het godsbeeld dat de Bijbel ons presenteert?’ (Weet wat je gelooft)

In zijn boek En de aarde bracht voort, over christelijk geloof en evolutie, onderzoekt Gijsbert van den Brink de consequenties van evolutie voor een orthodoxe christelijke theologie en meent dat er op elke uitdaging waarvoor evolutie de theologie stelt een antwoord te geven is dat zich goed verdraagt met gereformeerde orthodoxie.

Als hij gelijk heeft, hoeft niemand zich dus nog zorgen te maken of geloof in God, ook in orthodoxe en gereformeerde zin, nog wel mogelijk is, gesteld dat evolutie onomstotelijk vast zou staan. Tegelijk maakt hij er geen geheim van, dat het ‘totaalplaatje’ er op onderdelen wel anders uit komt te zien.’ (Weet wat je gelooft)

En de aarde bracht voort | Gijsbert van den Brink | Pagina’s 200 | Boekencentrum | Paperback | VBK Media | ISBN 9789023971535 | Verschijnt op 22 juni 2017 | Stel dat de standaard-evolutietheorie klopt. Wat betekent dat dan voor het christelijk geloof? Voor mijn geloof? In dit boek onderzoekt dr. Gijsbert van den Brink de mogelijke gevolgen van acceptatie van de evolutietheorie voor vragen als: Hoe kijken we naar de Bijbel? Hoe zit het met lijden en dood, met Adam en Eva, met de zondeval – en hoe is de mens dan beeld van God? Sluiten bovendien toevallige mutaties de voorzienigheid van God niet uit? Van den Brink wil christenen met dit boek helpen ontdekken of en hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan. (Boekencentrum)


UPDATE – Zie: Boekpresentatie aan de VU op 22 juni 2017

Zie voor boek en debat: Evolutie. Stel dat het waar is

Cartoon: users.skynet.be

‘Evolutie is een doelgericht proces’

Gorilla.pixabay
‘Hoe is het mogelijk dat de natuur – zonder hulp van bovenaf – zulke prachtige en nogal ingewikkelde levende bouwwerkjes kan maken?’ Dit vroeg filosofiedocent Jan-Auke Riemersma zich gisteren af in zijn blog Evolutie is doelgericht. Hij concludeert uiteindelijk dat evolutie inderdaad kan worden beschouwd als een doelgericht proces.

Sterker: juist wie evolutie beschouwt als een doelgericht proces is in staat om te verklaren waarom de natuur opereert als een ‘logicus’ uit wiens hand de mooiste ontwerpen ontstaan.’

Riemersma gaat nog verder en concludeert dat je evolutie kunt beschouwen als een proces dat verenigbaar is met de gedachte dat er een God bestaat. De filosoof beschouwt evolutie als een doelgericht proces en het doel van levende bouwwerkjes is om zich voort te planten. Riemersma komt zelfs bij het christendom uit.

Het is daarom mogelijk om het christendom in dit opzicht te beschouwen als een – gegeven het wetenschappelijk wereldbeeld – ‘adequate’ religie.’

Marcel Sarot, decaan van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg en hoogleraar fundamentele theologie, verwees eind vorig jaar naar predikant Carel ter Linden, voor wie het aanvaarden van de evolutietheorie juist betekent dat ons geloof in een goede Schepper moet wijken.

Zó veel lijden zonder zin: het lijkt niet met het bestaan van een goede God te rijmen. Ter Linden trekt de consequentie en concludeert dat die goede Schepper dan niet bestaat. Het lijkt een moedige stap: als blijkt dat je geloof onwaar is, dan moet je er niet tegen beter weten in aan vasthouden, maar de feiten onder ogen zien en het opgeven.’

2pc-s
S
arot stelt als reactie hierop dat Ter Linden ook de vraag had kunnen stellen of de theologische theorie van de geleide evolutie wel een goede theorie is in plaats van te concluderen dat God niet bestaat.

Als het evolutieproces een van de manieren is waarop God in deze werkelijkheid handelt, dan hebben wij te maken met een God voor wie het doel de middelen heiligt, een God die met een groot cynisme en zonder oog voor het leed dat Hij veroorzaakt de schepping naar Zijn einddoel leidt.’

Uit de openbaring kent hij deze God niet en vindt dat de toeschrijving van het evolutieproces aan de God van het christendom in de krachtigste termen moet worden afgewezen.

Een dergelijke toeschrijving is een overblijfsel van een primitief heidendom, dat de willekeur van de schikgoden verantwoordelijk houdt voor alles wat gebeurt. Kortom, met de oude Ter Linden wijs ik de identificatie van het evolutieproces met het handelen van een goede God af.’

Sarot wijst hiermee niet de gedachte van een in de schepping handelende God af en maakt een scherp onderscheid tussen het scheppingsgeloof dat God verantwoordelijk houdt voor het geheel en de overtuiging dat God verantwoordelijk is voor allerlei specifieke gebeurtenissen en processen in de schepping. Hij vindt dat laatste vaak niet het geval.

Je zou het kunnen vergelijken met een ouder: die is wel verantwoordelijk voor het ontstaan van zijn kinderen, maar niet voor alles wat in het leven van die kinderen gebeurt. Het evolutieproces is een proces in de schepping, geen deel van het scheppen zelf.’

Zie:
* Evolutie is doelgericht (Jan-Auke Riemersma)
* Evolutie en de goede Schepper (Marcel Sarot)

Foto: Pixabay
Cartoon: users.skynet.be

Biedt Logos Instituut Het Alternatief Voor Evolutie?

Evolutie_het_nieuwe_studieboek.dow_ (1)
Het nieuwe Logos Instituut, dat de Bijbel uitdraagt als ‘bron van kennis over ons verleden, ons heden en onze toekomst’, promoot momenteel het boek Evolutie. Het nieuwe studieboek, als alternatief voor evolutie. De stichting De Oude Wereld blijkt opgegaan te zijn in het instituut, en om ‘plaats te willen maken in het magazijn’ is het boek in de aanbieding… Bioloog Hans Degens lijkt vol lof.

De auteurs bediscussiëren uitgebreid mechanismen en aanwijzingen voor evolutie en sluiten elk onderwerp af met conclusies die de beperking van de huidige theorieën aangeven, zonder evolutie overboord te gooien of meteen als alternatief schepping te poneren. Pas in het laatste hoofdstuk worden alle gegevens in een scheppingsmodel gepast en wordt vermeld dat er ook in dat model onopgeloste vragen overblijven.’ (Degens)

Organisch chemicus Herman Bos schreef gisteren ook een recensie op Logos Instituut, al bleek dat al in 2010 in Ellips te hebben gestaan. Het boek zelf blijkt bovendien al uit 1998 te stammen, waarna diverse herziene uitgaven verschenen om aan te sluiten bij de actualiteit.

Voor het eerst is dit grandioze werk nu ook in het Nederlands vertaald, vanuit de Duitse 6e druk. Een gebonden boek op A4-formaat, uitermate rijk en fraai geïllustreerd met veel verhelderende schema’s. De biologen Junker en Scherer staan als bijbelgetrouwe wetenschappers kritisch ten opzichte van het neodarwinisme, maar hun toonzetting is die van de professionele wetenschapper.’ (Bos)

Het woord ‘toonzetting’ valt op in de recensie. Dat klinkt toch anders dan dat je dit boek als een doorwrocht wetenschappelijk werk betiteld. Gezien de vele kritiek die je her en der tegenkomt, is het wetenschappelijk gehalte twijfelachtig. Bionieuws, van het Nederlands Instituut voor Biologie, noemde in 2010 het al een ‘misleidend evolutieboek vol vooroordelen’. Zelf noemt De Oude Wereld het ‘een internationaal standaardwerk over evolutiebiologie’, dat een ‘diepgaande analyse geeft van de laatste stand van de evolutiebiologie’.

Biologe Gerdien de Jong schreef destijds die recensie in Bionieuws en vond het geen studieboek, noch een standaardwerk over evolutiebiologie. Volgens De Jong heeft het geen weet van de laatste stand van de evolutiebiologie. De titel alleen al, Evolutie, noemde ze destijds misleidend.

Het is een gedetailleerde bestrijding van evolutie door schrijvers die toegang hebben tot de wetenschappelijke literatuur en in een wetenschappelijke stijl schrijven. Ondanks de wetenschappelijke verpakking bestaat het boek uit vooroordeel, misleiden, weglaten en verdraaien.’ (De Jong)

Auteurs Junker en Scherer geven toe dat methodisch naturalisme leidt tot een evolutionaire interpretatie van de geschiedenis van het leven. J&S beweren echter dat evolutie van niet-wetenschappelijke vooronderstellingen uitgaat, zoals ‘eenvoud aan het begin’; zulke vooronderstellingen zijn er niet. Deze draai is nodig voor hun poging ‘het Bijbels ontstaansmodel’ op gelijke voet met evolutie te stellen.’ (De Jong)

Ook bioloog René Fransen vond het indertijd feitelijk een anti-evolutieboek omdat het overgrote deel van de tekst erop gericht is aan te tonen dat de evolutietheorie onvolledig en onjuist is. Hij noemt het een behoorlijk moeilijk boek, niet heel toegankelijk geschreven, met veel vaktermen en soms gedetailleerde uitweidingen. Als studieboek over evolutie vindt hij dit werk niet voldoen, omdat het een onvolledig en soms onjuist beeld van de stand van zaken in het dit vak geeft. Als verdediging van een Bijbels scheppingsmodel voldoet het evenmin, omdat dit deel nauwelijks is uitgewerkt.

In het boek gebruiken de auteurs veelal redeneringen die afkomstig zijn uit de traditie van ‘intelligent ontwerp’: bepaalde structuren kúnnen niet via een stapsgewijs evolutieproces zijn ontstaan. Ze vertonen sporen van ontwerp dus moet er een ontwerper zijn. Op die manier van redeneren is de laatste jaren veelvuldig kritiek geweest, omdat het uiteindelijk een redenering vanuit onwetendheid is: we snappen het niet, dus het kán niet.’ (Fransen)

Conclusie: Zeer oude wijn in oude zakken en eigenlijk is het nog geen wijn ook. Het wetenschappelijk gehalte van het boek blijkt een veel te laag promillage te hebben. Geen beste aanbieding.

Zie:
Alternatief voor evolutie
‘Een standaardwerk dat op geen boekplank mag ontbreken’
Misleidend evolutieboek vol vooroordelen
Kritische bespreking van kritisch evolutieboek

Evolutie. Het nieuwe studieboek | door Reinhard Junker en Siegfried Scherer | Uitgeverij De Oude Wereld | Urk | 2010 | ISBN 978 90 5798 267 5 | 336 blz. | € 39,95 | Nu voor € 13,50 via Logos.

De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)