Vincent van Gogh schildert de spiegel van de ziel

De diepe eerbied voor het mysterie dat zich voor Vincent van Goghs ziel plaatste in de onmetelijke hemel boven het vlakke veenland, maar later ook in de Provençaalse zon en de sterrennacht, heeft hem vaak getroost. In zijn werk wilde hij die troost tot expressie brengen. – Kick Bras, voormalig docent spiritualiteit aan de Theologie Universiteit Kampen, schrijft in het artikel ‘In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine’ over hoe Van Gogh zin en betekenis in de natuur vormgeeft, en verband legt tussen natuurbeleving en spiritualiteit. ‘Ik zie in de natuur, bijvoorbeeld in bomen, expressie en als ’t ware een ziel.’

‘Welnu, ik zie er dit en dat in, hier op de stille hei
waar ik God voel hoog boven U en mij.’
(Vincent van Gogh)

Bras vertelt dat Vincent van Gogh (1853 – 1890) zichzelf ziet als de zaaier die hoop zaait en zelfs de dood kon beschouwen als een troost.


Korenveld met maaier – Vincent van Gogh -1889

Zo schilderde hij de maaier in het veld even buiten de inrichting waarin hij was opgenomen, als een beeld van de dood, maar in een stralende zon.’
(Kick Bras)

Vincent voegde daar wel aan toe dat het een dood was ‘bijna met een glimlach. Het is helemaal geel, afgezien van een rij paarse heuvels – bleek- en lichtgeel. Ik vind het grappig dat ik het zo heb gezien door de tralies van een cel.’
(Van Gogh Museum)

‘Strijd des levens’
Vincent maakte Boomwortels in 1882. Daarover schreef hij, aldus Bras, aan zijn broer dat hij in die tekening een sentiment wilde leggen:

‘… het zich als ’t ware krampachtig en hartstogtelijk [sic] vastwortelen in de aarde en het toch half losgerukt zijn door de stormen … iets uitdrukken van den strijd des levens.’
(Vincent van Gogh)


Boomwortels – Vincent van Gogh – 1890

Een spiegel van de menselijke ziel
In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine. (Die term staat voor ‘wij mensen worden tegengehouden door onszelf’ of ‘het lot van het mensdom’. Ook wel vertaalt als ‘het menselijk tekort’ – waaraan alle mensen onderworpen zijn.) Volgens Bras wilde Vincent in zijn tekeningen en schilderijen de natuur tonen ‘als een spiegel van de menselijke ziel, een spiegel van zijn eigen emoties’.

’Ik zie in de natuur, bijvoorbeeld in bomen, expressie en als ’t ware een ziel.’
(VvG)

Een teken van het grote levensmysterie
De kunstenaar deelde deze visie met zijn vrienden Gauguin en Bernard en, vervolgt de auteur, breder gezien, met de symbolistische kunstenaars: niet de natuur naturalistisch weergeven, maar als symbool van zin en betekenis, menselijke emoties en spirituele waarden.

De natuur werd daarbij niet alleen een spiegel van de ziel, maar ook een teken van het grote levensmysterie, waarmee de mens de confrontatie aan moet gaan.’
(KB)


Foto van de exacte locatie waar Vincent van Gogh Boomwortels schilderde – 1907

‘De dingen zijn zóó onuitsprekelijk’
In dat vlakke land van de veengronden in Drenthe voelt hij een intense verbondenheid met quelque chose là- haut [iets daarboven], zoals de boerenschilder Millet het uitdrukt. 

Het is iets ontzettends, iets awfull’s [ontzagwekkends], waar ge voor staat – de dingen zijn zóó onuitsprekelijk dat ik er geen woorden voor heb, dat als ik niet Uw broer en Uw vriend was, die zwijgen voor ondankbaar en voor weinig humaan zou houden, ik niets zou zeggen …  welnu, ik zie er dit en dat in, hier op de stille hei waar ik God voel hoog boven U en mij.’
(VvG)

Iets verder in de tekst zegt de auteur: ‘Het mysterie van Dat wat boven ons uitgaat roept in zijn ziel een diepe awe op. Dit betekent zoiets als eerbied, ontzag.’


Stilleven met Bijbel – Vincent van Gogh – 1885

Joie de vivre
Op de stille hei voel ik God hoog boven U en mij’, schrijft Vincent. – In een eerder blog, Vincents joie de vivre, wil de schilder optimaal leven, van het leven genieten.

Maar maar ja, die altijd aanwezige Bijbel… van zijn vader, de dominee. Op Vincents doek Stilleven met Bijbel durft Vincent zijn ‘eigen bijbel’: La  joie de vivre van Emile Zola, te schilderen. Voorzichtig, klein, naast de lijvige Bijbel van zijn vader, die nog maar pas dood is. Het boek van Zola kan je zien als een soort ‘bijbel’ van het moderne leven. Beide boeken staan symbool voor de verschillende levensvisies van Vincent en zijn vader. – Vincent vindt zijn ziel en God in de natuur, ervaart het mysterie van het leven puur, als een mysticus.
(PD)


Don McLean

Don McLean zingt Van Gogh
Een verrassingsoptreden van Don McLean voor de bezoekers van het Van Gogh Museum, met aller tijden favoriet Vincent (meer bekend als Starry, Starry Night), op zondag 25 augustus 2019. Als je goed luistert, hoor je dat McLean niet alleen de Starry, Starry Night bezingt, maar ook zijn andere schilderijen.

Bronnen:
* ‘In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine’  (Volzin, 17 10 2023)
* Vincent van Goghs ‘joie de vivre’ (Goden En Mensen, 28 03 2023)

* Van Gogh Museum Amsterdam

– Beeld: Sterrennacht boven de Rhône – Vincent van Gogh – 1889. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam
(Vincent van Gogh Stichting)
Korenveld met maaier – Vincent van Gogh. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Beeld: Boomwortels – Vincent van Gogh. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Foto Boomwortels (1907): de exacte locatie waar Vincent van Gogh het schilderij Boomwortels schilderde (Pontoise Museum blog)
– Beeld Stilleven met Bijbel: Vincent van Gogh, Nuenen. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam
(Vincent van Gogh Stichting)
Beeld Don McLean: wikipedia

‘Stop de waanzin. Help mij te leven’


Waardig leven en sterven

De noodkreet van hoogleraar Ethiek van de Gezondheidszorg, Theo Boer, klinkt heftig: “Stop de waanzin. Help mij te leven in plaats van de handdoek in de ring te gooien.” Het hernieuwde D66-wetsvoorstel zegt ouderen die willen sterven, te helpen. Maar volgens Boer, in Trouw, knaagt dat voorstel ‘aan ons aller bereidheid van de moeilijkste tijden nog iets te maken’. – Willen ouderen ècht dood is de vraag. Hebben zij inderdaad het gevoel dat de maatschappij hen niet meer nodig heeft? Dat zij als ouderen ondergewaardeerd worden?

‘Natuurlijk heeft dit iets medemenselijks: sommige mensen zien huizenhoog op
tegen het leven in de laatste levensfase’

(Theo Boer)

Suïcidepreventie
Gooit D66 de handdoek in de ring, in plaats van ouderen boven de 75 helpen te leven? En waarom, zo vraagt Boer zich ook af, word je als je 55 of 65 bent en wil sterven naar de suïcidepreventie-lijn 113 doorverwezen? ‘Die leeftijdsgrens van 75 jaar is ook nog eens discriminerend naar anderen met een persistente doodswens. Kennelijk is het lijden van jongere volwassenen niet ernstig en hun doodswens niet invoelbaar genoeg.’

 ‘Gaande generatie’ van boomers
Met dit wetsvoorstel wordt een complete generatie – een ‘gaande generatie’ van boomers die uit miljoenen mensen bestaat – weggezet. ‘Wilt u sterven? Weet u het zeker? Want wat ons betreft kunnen wij zonder u.’ Het kan niet anders of hiermee wordt de toch al voortgaande onderwaardering van ouderen en van ouder-zijn geïmpliceerd.’
(Theo Boer, Trouw, 10 11 2023)

Hulp bij leven en sterven
Het probleem dat Theo Boer in Trouw schetst, is niet eenvoudig. In onze maatschappij willen we – of hebben we de menselijke plicht – mensen bij te staan. Sommige mensen willen hulp om te leven, anderen willen juist hulp bij sterven. Dat geldt voor alle leeftijden. Als je jong, of ouder, en suïcidaal bent, loop je voor hulp tegen muren aan, om er uiteindelijk vanaf te springen.
Dat wordt mede veroorzaakt door een schrikbarend tekort aan zorgverleners. Palliatieve zorg wil een zo goed en prettig mogelijk leven bieden aan mensen die niet meer genezen. Ook voor die zorg zijn nauwelijks mensen. Mantelzorgers worden zelf ziek.

Verwarde mensen
Tot 2009 werkte ik bijna veertig jaar lang in de zorg, van lichamelijke tot psychische zorg, van ziekenhuis tot psychotherapeutische kliniek. Overal ontmoette ik mensen die beter wilden worden, maar zag ook velen lijden aan het leven. Sommigen kregen nauwelijks een goede behandeling, zeker in de ‘oude psychiatrie’: velen – nu verwarde mensen genoemd, en overal op straat te vinden – vonden daar veilig onderdak. Maar meer ook niet. Therapeutische hulp was daar nauwelijks. Patiënten kwamen de dag door met ‘behulp’ van tranquillizers of psychofarmaca, sluimerend, en met bezigheidstherapie. In de loop der jaren zag ik de hulpverlening wel op alle niveaus sterk verbeteren, maar de laatste decennia is de zorg finaal uitgekleed.

Zelfredzaam zijn?
Bejaarden- en verpleegtehuizen zijn vrijwel opgeheven. Mensen moeten immers zo lang mogelijk zelfstandig leven, ‘zelfredzaam zijn’, maar dat wordt op hoge leeftijd onleefbaar. De (thuis)zorg kan de hulp niet meer geven: er zijn steeds minder hulpverleners. Opvang in een tehuis is onmogelijk geworden: ze worden niet eens meer gebouwd. En niet alleen vanwege stikstofproblemen, maar door jarenlang verkeerd (geen) overheidsbeleid, beleid zonder visie op lange termijn.

Waardig sterven
Onze inzet is altijd dezelfde gebleven: waardig sterven moet voor iedereen boven de 75 jaar mogelijk zijn,’ zegt [D66-Kamerlid Anne-Marijke] Podt. ‘Ik besef heel goed dat er veel mensen zijn in het land die het ongelooflijk spannend vinden dat wij zelfbeschikking mogelijk willen maken. Terwijl anderen de voorstellen niet ver genoeg vinden gaan. Je moet deze discussie zorgvuldig voeren.’
(Wilma Kieskamp, Trouw, 6 11 2023)

Waardig leven
Waardig sterven zou voor velen mogelijk moeten zijn; maar eigenlijk zou waardig leven op de eerste plaats moeten staan. Zò’n wetsvoorstel zou zoden aan de dijk zetten: mensen krijgen dan echt zelfbeschikkingsrecht. Over hun leven, over hun sterven, over waardig oud worden, zonder het gevoel te krijgen dat je er niet meer toe doet als oudere. Woningen en tehuizen horen ook bij dat waardig leven. En als je dan uiteindelijk het tijdelijke met het eeuwige wisselt, kom je hopelijk ook op waardige wijze in die andere wereld terecht.

Restauratie van Nederland
N
a vele jaren van beleid zonder visie, heeft Nederland restauratie nodig: het land weer terug in goede staat. Nu de verkiezingen naderen, zou het mooi zijn als mensen bewuster dan ooit gaan stemmen – zelfbeschikking! – op partijen die op restauratie en waardig leven (bestaanszekerheid!) gericht zijn. Dat zal jaren duren, maar doorgaan op de huidige destructieve wijze van overheidsbeleid, zal de situatie slechts verergeren. Soms moet de onderste steen boven. Om uiteindelijk iedereen de kans te geven menswaardig te leven. En te sterven.
Stop de waanzin, help het leven. 🌱

Beeld: Herfst in Utrecht Leidsche Rijn, 10112023, PD
Tekening: zorgenvoormorgen.org
Cartoon: rws.be – ZAK, huistekenaar van De Morgen, tekende uit sympathie en ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van RWS deze cartoon

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

De stilistische kracht van Marieke Lucas Rijneveld

Volgens de dominee is ongemak goed: ‘in ongemak zijn we echt’, zegt Jas in De avond is ongemak. Zij is in gesprek met twee padden over de verschillen tussen hen en haar. ‘Het belangrijkste verschil tussen jullie en mij is dat jullie geen vader en moeder meer hebben of ze niet meer zien’. In de zin die erop volgt – en typerend is voor de buitengewone en sterke stijl van schrijven van Rijneveld – zegt Jas: ‘Ik mis vader en moeder vaak, terwijl ik ze iedere dag zie’.

‘Het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies’

Niemandsland
Vrijwel alles wat Jas ervaart koppelt zij aan een herinnering of gedachte die nog meer van haar en haar leven laat zien; veelal met speelse, fraaie maar ook pijnlijke metaforen die ten dienste staan van wat ze als tienjarige beleeft, of beter gezegd ondergaat, in het boerengezin.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.’
(Uitgeverij Atlas Contact)

De overkant
Het verlangen naar ‘de overkant’ is bij Jas (ze leeft in een jas die ze nooit uitdoet) sterk aanwezig, een thema dat je ook terugvindt in Rijnevelds dichtbundel Kalfsvlies. Aan de overkant ‘waar de wereld pas echt zou beginnen’. Zo opgesloten voelt Jas zich in het gezin waar ‘vader en moeder er wel zijn en ook weer niet’. Eigenlijk wil ze ‘andere ouders’, ‘ouders die je zien’. En aan ‘de overkant’ kan ze misschien eindelijk zichzelf zijn. Jas zegt niet zozeer naar ‘tietjes’ of ‘jongens’ te verlangen, maar naar zichzelf.

Beklemmend
Donker christelijk orthodox denken en leven slaat koud op je neer als je de roman De avond is ongemak (2018) leest. Ik schrik ervan, verkeren velen nog altijd in de tijd van Wolkers, ’t Hart en Reve? Bestaat dat leven nog altijd, terwijl ik, als veertienjarige, al in 1962 naar ‘de overkant’ kon gaan? En ik verliet slechts een milde vorm van (katholiek) geloof. – Duister, beklemmend, doodmakend is het leven waarin Jas, met zusje Hanna en broertje Obbe klem zitten. En de overkant lijkt voor hen onbereikbaar.

‘Ik ben voor de schemering thuis,’ riep hij naar moeder. In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen, tot zijn arm niet meer omhoogging en ik begon te twijfelen of we überhaupt wel afscheid hadden genomen.’
(uit: De avond is ongemak)

Afstandelijk heel dichtbij
Rijneveld schrijft op een bepaalde manier afstandelijk, klinisch observerend. Met een loep zit ze weliswaar boven op het leven, maar doet dat alsof ze het boerengezin wetenschappelijk, met een helicopterview, bestudeert: zo op afstand schrijven lukt tenminste. Maar juist met die afstandelijkheid komt Rijneveld in de roman akelig dichtbij dat leven. Als lezer zit je er midden in, je wordt erin getrokken, soms tot in het detail, het verhaal laat je niet los. Naargeestig, terwijl je denkt: hoeveel gelovigen zitten hier nog in vast? Wat een wereld laat ze zien!

God verliezen
Jas schrijft erachter te zijn gekomen ‘dat je op twee manieren het geloof kwijt kunt raken: sommige mensen verliezen God als ze zichzelf vinden, sommige mensen verliezen God als ze zichzelf verliezen’. Jas denkt dat zij bij de laatste groep gaat horen.

Gedachtewereld
Literair gezien een juweel van een boek, met soms een hele gedachtewereld achter één woord of één zin. Mooi bijvoorbeeld als Jas zich afvraagt of dit ons oorspronkelijk bestaan is, of ‘wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?’ Over haar vader: ‘Hij zegt nooit “sorry”. Hij krijgt het woord niet over zijn lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit’.

De wereld is ongemak | Marieke Lucas Rijnveld | 2018 | uitgeverij atlas contact | 272 pagina’s | 15,00 |
De avond is ongemak verscheen in 2018 en werd meteen een succes, bekroond met de ANV Debutantenprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De Engelse vertaling (The Discomfort of Evening) werd bekroond met de prestigieuze International Booker Prize.

Beeld Marieke Lucas Rijneveld (2022): wikiportret.nl – Michaël Roumen, CC-BY-SA 4.0
Update 06052025