De Verlichting wilde geen religiefilosofie

philosophy-image-question-surrealist-problem-screenshot-163815-pxhere.com (1)

Onder invloed van de Verlichting zijn in de loop der jaren bewust allerlei niet-westerse filosofen uit de canon voor de filosofiegeschiedenis weggelaten. Dit vanuit de gedachte dat die meer met religie of spiritualiteit te maken hadden dan met filosofie. Filosofiedocent Carlo Ierna: ‘Daardoor zijn Chinese, Indiase en Afrikaanse filosofen letterlijk uit de canon weggeschreven. Ook veel vrouwelijke filosofen zijn eruit gegooid.’ Men vond vrouwen te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven. Ierna krijgt nu van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een Comenius Teaching Fellow van 50.000 euro om de canon van de filosofiegeschiedenis te vernieuwen.


‘Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.’ (Immanuel Kant)


Filosofie was niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch
V
olgens de auteur van het artikel Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijvenredacteur Peter Breedveld, in Ad Valvas, het onafhankelijke platform van de Vrije Universiteit Amsterdam, is de filosofiegeschiedenis niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch geweest. 

De oude Griekse filosofen, bijvoorbeeld, waren zich er terdege van bewust dat zij de grondleggers niet waren van de filosofie, en in de Middeleeuwen en daarna werd de invloed van Indiase, Arabische en Chinese denkers erkend.’

Ierna zegt dat het ergens rond de 19de eeuw fout ging.

Onder invloed van de Verlichting werden toen veel stromingen afgeserveerd als irrationeel en ook het idee van de ‘white man’s burden’ speelde mee, het idee dat het de taak van de westerse beschaving was om de volken in Azië, Amerika en Afrika te beschaven.’

Vrouwen afgeschilderd als irrationele wezens
H
et ergste is volgens Ierna het seksisme waarmee vrouwen werden afgeschreven.

Die werden gezien als irrationele wezens die niet genoeg rede hadden om filosofie te kunnen bedrijven. Terwijl in de twee eeuwen daarvoor juist heel veel vrouwelijke filosofische auteurs boeken publiceerden.’

De filosofiedocent geeft er een aantal voorbeelden van en noemt onder meer enkele niet-westerse en vrouwelijke filosofen. Hij wil zulke denkers samen met zijn studenten weer terug in de canon halen om beter te begrijpen hoe het heden zich tot het verleden verhoudt.

De Franse Émilie du Châtelet, bijvoorbeeld, een invloedrijke 18de-eeuwse filosoof, of de Nederlandse Annemarie van Schurman, een 17de-eeuwse feminist avant la lettre. De Ghanees Anton Wilhelm Amo was in de 18de-eeuw de eerste Afrikaan met een leerstoel aan een Europese universiteit. Hij hield zich onder meer bezig met de rechten van zwarten in Europa.’

Oorsprong van de filosofische traditie
N
ormaal wordt de filosofiegeschiedenis in chronologische volgorde van het begin naar het heden behandeld, aldus Ierna, maar hij draait het om en gaat stap voor stap terug de geschiedenis in.

In een vervolgproject kan er samenwerking gezocht worden met andere instituten en disciplines om het project landelijke verbreding te geven. Daarbij kun je denken aan Sinologie, Japanologie en Koreanistiek, maar bijvoorbeeld ook aan classici die langer buiten de grenzen van Griekenland kijken voor de oorsprong van de filosofische traditie.’

Zie: Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven (Peter Breedveld, Ad Valvas)

Beeld: pxhere

‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)

‘De Verlichting verwierp de religie niet totaal’

25_b_verlichting
De relatie tussen Verlichting en religie is nog steeds een punt van heftige discussie. Voor de een vormt de Verlichting het verzamelpunt van alle godsdienstigheid, voor de ander probeert zij juist het traditionele christendom aan te passen aan het moderne, seculiere denken. In Leiden werden hierover afgelopen zaterdag woorden gewisseld tussen Bart Jan Spruyt en Ernestine van der Wall.

‘Dit werd gevolgd door een reactie van de internationale autoriteit op dit gebied, professor Jonathan Israel van het Institute for Advanced Study te Princeton. Zij kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel over de vraag of de Verlichting moet worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf.’ (Jan Wim Buisman))

Volgens een verslag van Universiteit Leiden door Jan Wim Buisman was de Verlichting geen oorlog tussen rede en religie. Het stelt dat niet alle moderniteit seculier, laat staan atheïstisch is, ook al is voor Israel de Verlichting een in essentie seculiere stroming, de radicale, antigodsdienstige denkrichting zoals gepresenteerd door Spinoza.

‘Tegen deze opvatting is het nodige verzet gerezen, al was het maar omdat de Verlichting volgens velen meer is dan de kraamkamer van het moderne wereldbeeld of het 21e-eeuwse atheïsme.’  (JWB)

In discussies over de strijd tussen religie en rede wordt – volgens Gert J. Peelen in de Volkskrant – vaak vergeten hoezeer die twee elkaar in de loop van de eeuwen hebben beïnvloed. De meeste vertegenwoordigers van de Verlichting, aldus het verslag van Buisman, verwierpen de religie niet volstrekt; zij kozen ervoor hun denken en doen vorm te geven in een ‘vrij’ en seculier klimaat, min of meer onafhankelijk van het gezag van kerk en traditionele Bijbelinterpretatie.

‘Voor deze laatste opvatting kunnen we ook terecht bij de hedendaagse filosoof Charles Taylor die meent dat we de bronnen van het moderne, individuele denken voor een belangrijk deel kunnen zoeken in de religie zelf.’  (JWB)

om.Buisman_300Hoe het ook zij, aan de hand van een combinatie van historische essays en bronteksten wil Verlichting in Nederland 1650-1850 op ‘goed verlichte wijze’ de lezer zelf laten oordelen.

Verlichting in Nederland 1650-1850 – Vrede tussen Rede en Religie? | Jan Wim Buisman | ISBN: 9789460041501 | Uitgever: Vantilt | Paperback | Prijs: € 22,50 

Zie: Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie 

en: Boekpresentatie Verlichting in Nederland

Illustr: Reid, Geleijnse & Van Tol