Op zoek naar een ‘openbaring van het heilige’

Boekrecensie Dan maak je maar zin – De agelovige Koert van der Velde zoekt in de kerk van Vézelay hoopvol naar een ‘openbaring van het heilige’. Hij onderzoekt of een mens aangesproken kan worden door ‘iets veronderstelds achter de grens van je begrip’. En zo religieuze voorstellingen weer tot leven te wekken. ‘Door Maria Magdalena bijvoorbeeld, of door God. Deze menselijke verbeeldingen hebben het paradoxale vermogen de beleving te geven dat zij zich aan ons openbaren’. Van der Velde noemt dit de ‘religieparadox’.

Voordat het wiel werd uitgevonden (ruim 6000 jaar geleden) bestond er al religie. En de mens vereerde al goden toen hij de grond ging bewerken en dieren domesticeren (12.000 jaar geleden)’
(Koert van der Velde)

Zelf religies en goden scheppen
De kerk in het Franse Vézelay is de Basiliek Sainte Marie-Madeleine. Daarmee begint het boek: Het verzinsel van Vézelay. Zo’n duizend jaar geleden ligt dat in een streek die nog ‘half heidens’ is. En de kerk onbeduidend. Totdat in het klooster van Vézelay de ‘botjes’, toegeschreven aan Maria Magdalena, worden overgebracht naar de kerk. En daar beginnen de verzinsels. Het ene verhaal door monniken gefantaseerd is nog mooier dan het andere. Koert krijgt zo ‘het inzicht dat het de mensen zelf zijn die religies en goden scheppen’. De ontnuchterende werking ervan leidt tot zijn vraag of het ‘bewust gebruik van de “religieparadox” in onze geseculariseerde cultuur nog toekomst kan geven’.

Transcendente werkelijkheid
Het antwoord hierop leidt tot een zoektocht. Koert gaat als ‘agelovige’ op zoek naar ‘mogelijkheden om toch aan religie te doen’. De kerk wordt zijn ‘belangrijkste religieuze laboratorium’. Voor hem is, net als vroeger in Vézelay, ‘de beleving van een zinvolle transcendente werkelijkheid, waarmee je door rituelen contact kunt zoeken, ‘dé reden om religieus te willen zijn’. En omdat ‘religie nog steeds bijna onmisbaar is voor een niet-oppervlakkig, levensbeschouwelijk relevant leven’, moet Koert ‘zichzelf aan het werk zetten – volgens goed oudhollands gebruik: “Geen zin? Dan maak je maar zin”.’


Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Het geheim van Vézelay
Dit boek is, schrijft Koert, een poging ‘het recept te vinden om agelovig religieuze belevingen te krijgen’. Koert maakt daarvoor zó veel zin dat hij zich zelfs laat insluiten in de basiliek, voor hem ‘een spiritueel nest’, waar hij zich ‘beschut en thuis voelt’. ‘Moe en verkleumd’ probeert hij te slapen ‘op een tapijt midden op het koor’. Maria Magdalena ‘ligt precies onder me’. Zijn boek besluit met Het geheim van Vézelay. Zal hij inderdaad ‘verhalen over een spetterende religieuze beleving’ in de kerk van Vézelay?

Dan maak je maar zin
De lezer zal het weten. Vrijwel iedere alinea zet aan het denken. Voortdurend kan je met de auteur meegaan in zijn ‘religie zonder geloof’, maar juist ook als hij over transcendentie (god en goden) schrijft. Met het idee van ‘monotheïsme kan je eveneens meegaan, maar het idee van ‘polytheïsme’ blijkt bijzonder boeiend.      

Polytheïsme
Polytheïsme is ‘de oudste vorm van religie’, schrijft Koert. ‘Die tot in de zestiende eeuw bleef voortbestaan’. Op religieus gebied hebben mensen ‘meestal veel ruimte in hun doen en laten, blijkt uit de studie van het oude Midden-Oosten, de polytheïstische bakermat van het monotheïsme’. De goden zelf hebben ‘allemaal hun eigen specialismen – van schepper tot god van de dood’. En ook zijn er veel vrouwelijke goden. ‘Ze gaan over belangrijke zaken, zoals vruchtbaarheid, oorlog of de zee.’

‘Hoe anders had onze wereld eruitgezien als de laatste polytheïstische Romeinse keizer Julius niet op het slagveld was gestorven en Europa niet monotheïstisch was geworden.(…)Hoeveel minder godsdienstoorlogen en kettervervolgingen waren er dan geweest? De Renaissance was dan overgeslagen, en wellicht was ook de Verlichting niet nodig geweest, de rede had dan eerder gezegevierd.’
(Het verzinsel van Vézelay, noot 6: Julian Barnes, Elisabeth Finch. Amsterdam 2022, 85-140)

‘In de geest van Abraham’
Koert noemt zijn boek een pleidooi voor religie zonder geloof. Hij zegt ‘dat we iets belangrijks verliezen als we door ons onvermogen te geloven we er niet meer in zouden slagen religieus te zijn’. Veel goeds laat hij zien van mensen die wel het vermogen hebben religieus te zijn.
Zoals de gelovige negentiende-eeuwse filosoof Søren Kierkegaard, die zichzelf overwint ‘in de geest van Abraham op weg naar Moria. Abraham staat wat Kierkegaard betreft voor een man die niet buigt voor zijn eigen angst, die recht door zee is en God vertrouwt. Het geloof moet van hem voorop staan, wat de consequenties daarvan ook zijn’. Koert volgt vooral Kierkegaard uitgebreid in zijn boek, bij wie hij uiteindelijk ook vraagtekens zet.


Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganymedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te makenBasiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Verzingeven
Verzingeven. Zelf religies en goden scheppen: de paradoxale religieuze beleving dat het beleefde niet zelf geschapen is. Koert vraagt zich af of we dat niet nog steeds kunnen en zouden willen. ‘Maar dan consequenter, zelfbewuster en vrijer aan het verzingeven te gaan?’

‘Om te verzingeven kan naar eigen smaak worden geput uit millennia oude religieuze verhalen en technieken uit alle mogelijke culturen, en uiteraard ook uit de eigen fantasie. Mijn flirten met God-experimenten zijn pogingen expliciet zelf zin te maken door te proberen religieuze belevingen op te wekken, terwijl dit religieus gezien eigenlijk onmogelijk is. Het draait in religies immers om de sensatie dat er iets van buiten komt, dat ik het juist níét zelf was. Het initiatief is aan de goden.’
(Uit: Dan maak je maar zin)

‘De Franse Verlichtingsfilosoof Voltaire propageerde het religieuze geloof uit niet-gelovig perspectief, omdat het goed zou zijn voor de orde in de maatschappij. Zo maande hij eens zijn deftige disgenoten tot zwijgen tijdens een discussie over hun gemeenschappelijke inzicht dat God wellicht helemaal niet bestond’
(Koert van der Velde)

Agelovig?
Koert zegt tot slot dat hij ‘nog maar aan het begin van de weg naar een rijk agelovig religieus leven’ staat. Of dat ‘agelovig’ zal zijn, vraag ik me af. In Dan maak je maar zin en Flirten met God proef je op iedere bladzijde duidelijk zijn vurige wens werkelijk een ‘religieuze ervaring’ op te doen. Daarom onderzoekt hij echt alles wat maar naar religie en geloof smaakt. Daarom ook is de auteur al bezig met onder meer neo-sjamanistische trancedans, islamitisch gebed en mystieke islam. Hierover zegt hij ‘verslag te doen in het nog te verschijnen boek Verzingeven’.

Besluit
Dan maak je maar zin laat mij in positieve zin onthutst achter. Wat een prestatie. Koert verslindt echt alles over (on)geloof en religie. Honderden voetnoten maken er gewag van. Van Gilgameš tot Stefan Paas, van Genesis tot Jesaja, van William James tot Søren Kierkegaard, Van Hume tot Eckhart, van Jean-Paul Sartre tot Immanuel Kant. Alain de Botton, Jezus, Ludwig Wittgenstein, Daniel Dennet, Henri Nouwen. En velen mij onbekend die vast de moeite waard zijn om ook kennis van te nemen. Koert hoopt op een werkelijk religieuze beleving, heeft daarvoor zelfs de berg van Mozes naar de top beklommen. Ontdekt Koert wellicht dat je het transcendente niet (alleen) buiten jezelf moet zoeken?

Dan maak je maar zinPleidooi voor religie zonder geloof | Koert van der Velde | mei 2026 | 268 blz. | € 27,50

Beeld: Instagram / boekhandeldekler 
Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay: Het centrale timpaan van de narthex (1140-1150), geopend voor het verlaten van de mis. Basiliek Sainte-Marie-Madeleine in Vézelay. 15 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)
Beeld De ontvoering van Ganymedes: Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganimedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te maken. 7 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)

De Verlichting wilde geen religiefilosofie

philosophy-image-question-surrealist-problem-screenshot-163815-pxhere.com (1)

Onder invloed van de Verlichting zijn in de loop der jaren bewust allerlei niet-westerse filosofen uit de canon voor de filosofiegeschiedenis weggelaten. Dit vanuit de gedachte dat die meer met religie of spiritualiteit te maken hadden dan met filosofie. Filosofiedocent Carlo Ierna: ‘Daardoor zijn Chinese, Indiase en Afrikaanse filosofen letterlijk uit de canon weggeschreven. Ook veel vrouwelijke filosofen zijn eruit gegooid.’ Men vond vrouwen te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven. Ierna krijgt nu van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een Comenius Teaching Fellow van 50.000 euro om de canon van de filosofiegeschiedenis te vernieuwen.


‘Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.’ (Immanuel Kant)


Filosofie was niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch
V
olgens de auteur van het artikel Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijvenredacteur Peter Breedveld, in Ad Valvas, het onafhankelijke platform van de Vrije Universiteit Amsterdam, is de filosofiegeschiedenis niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch geweest. 

De oude Griekse filosofen, bijvoorbeeld, waren zich er terdege van bewust dat zij de grondleggers niet waren van de filosofie, en in de Middeleeuwen en daarna werd de invloed van Indiase, Arabische en Chinese denkers erkend.’

Ierna zegt dat het ergens rond de 19de eeuw fout ging.

Onder invloed van de Verlichting werden toen veel stromingen afgeserveerd als irrationeel en ook het idee van de ‘white man’s burden’ speelde mee, het idee dat het de taak van de westerse beschaving was om de volken in Azië, Amerika en Afrika te beschaven.’

Vrouwen afgeschilderd als irrationele wezens
H
et ergste is volgens Ierna het seksisme waarmee vrouwen werden afgeschreven.

Die werden gezien als irrationele wezens die niet genoeg rede hadden om filosofie te kunnen bedrijven. Terwijl in de twee eeuwen daarvoor juist heel veel vrouwelijke filosofische auteurs boeken publiceerden.’

De filosofiedocent geeft er een aantal voorbeelden van en noemt onder meer enkele niet-westerse en vrouwelijke filosofen. Hij wil zulke denkers samen met zijn studenten weer terug in de canon halen om beter te begrijpen hoe het heden zich tot het verleden verhoudt.

De Franse Émilie du Châtelet, bijvoorbeeld, een invloedrijke 18de-eeuwse filosoof, of de Nederlandse Annemarie van Schurman, een 17de-eeuwse feminist avant la lettre. De Ghanees Anton Wilhelm Amo was in de 18de-eeuw de eerste Afrikaan met een leerstoel aan een Europese universiteit. Hij hield zich onder meer bezig met de rechten van zwarten in Europa.’

Oorsprong van de filosofische traditie
N
ormaal wordt de filosofiegeschiedenis in chronologische volgorde van het begin naar het heden behandeld, aldus Ierna, maar hij draait het om en gaat stap voor stap terug de geschiedenis in.

In een vervolgproject kan er samenwerking gezocht worden met andere instituten en disciplines om het project landelijke verbreding te geven. Daarbij kun je denken aan Sinologie, Japanologie en Koreanistiek, maar bijvoorbeeld ook aan classici die langer buiten de grenzen van Griekenland kijken voor de oorsprong van de filosofische traditie.’

Zie: Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven (Peter Breedveld, Ad Valvas)

Beeld: pxhere

‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)

‘De Verlichting verwierp de religie niet totaal’

25_b_verlichting
De relatie tussen Verlichting en religie is nog steeds een punt van heftige discussie. Voor de een vormt de Verlichting het verzamelpunt van alle godsdienstigheid, voor de ander probeert zij juist het traditionele christendom aan te passen aan het moderne, seculiere denken. In Leiden werden hierover afgelopen zaterdag woorden gewisseld tussen Bart Jan Spruyt en Ernestine van der Wall.

‘Dit werd gevolgd door een reactie van de internationale autoriteit op dit gebied, professor Jonathan Israel van het Institute for Advanced Study te Princeton. Zij kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel over de vraag of de Verlichting moet worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf.’ (Jan Wim Buisman))

Volgens een verslag van Universiteit Leiden door Jan Wim Buisman was de Verlichting geen oorlog tussen rede en religie. Het stelt dat niet alle moderniteit seculier, laat staan atheïstisch is, ook al is voor Israel de Verlichting een in essentie seculiere stroming, de radicale, antigodsdienstige denkrichting zoals gepresenteerd door Spinoza.

‘Tegen deze opvatting is het nodige verzet gerezen, al was het maar omdat de Verlichting volgens velen meer is dan de kraamkamer van het moderne wereldbeeld of het 21e-eeuwse atheïsme.’  (JWB)

In discussies over de strijd tussen religie en rede wordt – volgens Gert J. Peelen in de Volkskrant – vaak vergeten hoezeer die twee elkaar in de loop van de eeuwen hebben beïnvloed. De meeste vertegenwoordigers van de Verlichting, aldus het verslag van Buisman, verwierpen de religie niet volstrekt; zij kozen ervoor hun denken en doen vorm te geven in een ‘vrij’ en seculier klimaat, min of meer onafhankelijk van het gezag van kerk en traditionele Bijbelinterpretatie.

‘Voor deze laatste opvatting kunnen we ook terecht bij de hedendaagse filosoof Charles Taylor die meent dat we de bronnen van het moderne, individuele denken voor een belangrijk deel kunnen zoeken in de religie zelf.’  (JWB)

om.Buisman_300Hoe het ook zij, aan de hand van een combinatie van historische essays en bronteksten wil Verlichting in Nederland 1650-1850 op ‘goed verlichte wijze’ de lezer zelf laten oordelen.

Verlichting in Nederland 1650-1850 – Vrede tussen Rede en Religie? | Jan Wim Buisman | ISBN: 9789460041501 | Uitgever: Vantilt | Paperback | Prijs: € 22,50 

Zie: Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie 

en: Boekpresentatie Verlichting in Nederland

Illustr: Reid, Geleijnse & Van Tol