‘Atheïsme is geen haarkleur, maar soms wel een pruik’

Ephesians_2,12_-_Greek_atheos
Mensen kunnen vaak atheïst worden omdat ze al bepaalde opvattingen hebben over wat redelijk is, hoe bewijzen eruit zien of hoe de wereld in elkaar zit. Wie op dit gebied sterke opvattingen heeft, kan gemakkelijk op basis daarvan scherp oordelen over mensen die tot heel andere conclusies komen (c.q. gelovig zijn). Zulke mensen worden dan gezien als minder redelijk, dom of misleid. En wie zo naar z’n medemensen kijkt, zal moeite hebben om ze als volwaardige medemensen te beschouwen.

Aldus dr. Stefan Paas, hoogleraar Kerkplanting en Kerkvernieuwing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoogleraar Missiologie van het Westen aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij vindt ‘atheïsme’ geen tegenstelling van ‘religie’, maar van ‘theïsme’.

Een theïst gelooft dat er minstens één God (opperwezen) bestaat. Een atheïst gelooft niet dat er een God bestaat. Beide posities zijn empirisch ‘kaal’ of ‘leeg’, dat wil zeggen: er is geen correlatie tussen theïsme/atheïsme enerzijds en gedragspatronen anderzijds. Klassiek theïsme gaat meestal uit van één Opperwezen dat almachtig, alwetend en moreel volmaakt is.’ 

Paas twittert dat atheïsme geen haarkleur is, maar soms wel een pruik.

Wie denkt dat atheïsme geen ‘religie’ kan worden, denkt blijkbaar dat kale mensen nooit een pruik dragen. Natuurlijk, puur als filosofische positie ‘doet’ atheïsme niets. Maar ook atheïsme kan andere overtuigingen aanzuigen, waarmee het een bredere levensbeschouwing vormt. Net zoals theïsme ‘is’ atheïsme geen religie, maar het kan wel onderdeel worden van iets wat we ‘religie’ zouden kunnen noemen (of het equivalent ervan).’

Stefan paasVolgens Stefan Paas (foto: VU) zal een atheïst alternatieven moeten ontwikkelen voor God en zo overtuigd zijn door zijn ‘God-vervangers’ (vaak wetenschap en/of politiek) dat hij of zij van mening is dat iedereen – desnoods kwaadschiks – opgevoed moet worden tot hetzelfde inzicht.

Zo kan atheïsme in het echte leven wel degelijk trekken aannemen van een ideologie of religie.’

Elke levensbeschouwelijke beginstelling kan zich volgens Paas ontwikkelen tot gevaarlijke varianten. Vandaag zijn we meer dan genoeg doordrongen van het feit dat religie gevaarlijk kan zijn. Dat moet echter niet gebeuren in een roes van atheïstische zelfrechtvaardiging.

De geschiedenis laat zien dat gelovigen en ongelovigen beiden een groot geweldspotentieel hebben. De enige manier om vreedzaam samen te leven is dit onder ogen te zien.’

Zie: Atheïsme, religie en haar gevolgen

Illustr: Het Griekse woord “atheoi” αθεοι (“[degenen die] zonder god”) zoals dit wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – of een woordvorm ervan – verschijnt nergens anders in het nieuwe Testament of de Koine Griekse versie van het Oude Testament. (Wikimedia Commons)

Geen valide argumenten voor atheïsme

Heeft atheïsme goede redenen voor het niet bestaan van God, of zo je wilt, van een bewust wezen dat de oorsprong is van de wereld? Filosoof Emanuel Rutten is van mening dat we een atheïst om argumenten mogen vragen voor zijn atheïsme, meer dan alléén maar zeggen dat atheïsme ‘de afwezigheid van geloof in één of meerdere bovennatuurlijke wezens’ is. De meeste argumenten zijn volgens Rutten echter nogal eenvoudig te weerleggen.

Zo zegt men bijvoorbeeld: ‘In de wetenschap komen we genoemd wezen nergens tegen. We hebben een dergelijk wezen voor geen enkele wetenschappelijke verklaring nodig.’ Prima, zeg ik dan, maar daaruit volgt niet dat zo’n wezen niet bestaat.’

Volgens de filosoof geven wetenschappers verklaringen voor fenomenen in de wereld. Dit doen ze door het in kaart brengen van wetmatigheden. En er is geen reden om te denken dat die wetmatigheden een beroep moeten doen op de oorsprong van de wereld.

De formele regels van het schaakspel doen immers ook geen beroep op de bedenker ervan. Dat we genoemd bewust wezen in, zeg, de fysica, nergens tegenkomen, levert dan ook geen enkel argument tegen het bestaan ervan op.’    

Er zijn theïstische argumenten voor het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld, aldus Rutten. Het argument van de atheïst moet dus eerst al deze theïstische argumenten weerleggen. Atheïsme moet een goede reden geven voor het niet bestaan van genoemd wezen.

fokke-en-sukke

Atheïsten zeggen dat zo’n wezen niet bestaat omdat het een bewustzijn zonder lichaam moet zijn en een bewustzijn zonder lichaam kan niet voorkomen. Rutten zegt dan dat het overmoedig is om te denken dat iets niet kan bestaan omdat we het niet objectief hebben vastgesteld.

Het probleem van het kwaad kan geen argument zijn omdat dat alleen maar een argument levert tegen het bestaan van een moreel goed wezen dat de oorsprong van de wereld is. Geen argument dus tegen het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld.

emanuelrutten

Rutten somt verscheidene argumenten op waarmee de atheïst zich bedient en die niets opleveren. Over vermeende misstanden in de Bijbel; de vermeende verborgenheid van het wezen in kwestie; de schijnbare betekenisloosheid van het begrip ‘bewust wezen dat de oorsprong van de wereld is’, en over het wezen als slechts een psychologische projectie. Ten slotte geeft Rutten nog een knipoog:

Op dit punt aangekomen, draait mijn gesprekspartner de rollen meestal om: ‘Geef jij dan eens een argument vóór het bestaan van genoemd wezen. Eén is genoeg.’ ‘Prima,’ zeg ik dan. ‘Graag zelfs!’

Zie: Redelijke argumenten voor atheïsme?
Illustr:
 Yuri Gagarin, 1961 (wallpapervortex.com)
Cartoon: foksuk.nl

Klaas Hendrikse: ‘Jezus was mix feiten en mythe’


‘Jezus is ‘een onachterhaalbare mix van geschiedenis en mythologie’. Het christendom koppelde de mythologische figuur Christus aan de historische persoon Jezus van Nazareth, waardoor aloude mythen ineens ten onrechte letterlijk werden genomen.’ – Dat stelt de atheïstische dominee Klaas Hendrikse uit Middelburg in zijn nieuwe boek God bestaat niet en Jezus is zijn zoon, dat op 28 oktober verschijnt.

Journalist Rolf Bosboom (PZC): Eigenlijk had hij helemaal geen tweede boek willen schrijven. ‘Ik had steeds het gevoel: dit is het wat ik wilde zeggen, ik ben uitgepraat. Maar mensen bleven mij vragen: hoe zit het nou met Jezus? Ik heb heel lang getwijfeld over een tweede boek, ook omdat er al heel veel over Jezus is geschreven. Maar het is nooit zo gezegd dat mensen het ook echt begrijpen. Geleidelijk aan werd me duidelijk dat ik veel mensen een plezier zou doen met een tweede boek. En na lang aarzelen begon ik er ook zelf plezier in te krijgen.’

‘Desondanks profileert Hendrikse zich in God bestaat niet en Jezus is zijn zoon opnieuw als theologische woelgeest. Hij schetst, in grote stappen, de ontwikkeling van godsdienst en religie vanaf het ontstaan van de mensheid tot op de dag van vandaag. De kern van zijn betoog: aan de basis van het christendom – dat wonderwel uitgroeide tot een machtsinstituut – ligt het misverstand van een letterlijk opgevatte mythe, namelijk dat Jezus uit de dood is opgestaan.’

Zie: Klaas Hendrikse: ‘Jezus was mix feiten en mythe’

(in: weblog ZeelandGeboekt van PZC-verslaggever Jan van Damme.)

Klaas Hendrikse: God bestaat niet en Jezus is zijn zoon – Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 18,- euro, rond vrijdag 28 oktober in de winkel.

Atheïsme mogelijk dankzij erkenning godsdienstvrijheid

Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.

‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’

Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’

In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’

Zie: Artikel 6 Grondwet – Hoe lang nog?

Atheïstisch en ook nog seculier, die ASP


‘Inspirerend van de ASP vind ik eigenlijk vooral de drive om ergens voor te gaan en te staan. Om tijd te steken in een ideaal of ideologie en daar ook voor uit te komen’, vindt Johannes van de Bank, christen en daar ook nog blij mee. ‘Dat doen bovengenoemde heren en ik neem er mijn hoed, tulband en keppel voor af. Verder blijf ik vooral hopen dat de ASP dezelfde weg gaat als de partij voor feest. Die gingen in de geest van hun oprichter Johan Vleminx immers met glans van de schans. De ASPassé…’

De ASP is een partij die vooral over religie schrijft. Ze is erg bang voor de populariteit van religie en schrijft op haar website: ‘Maar hoe komt het dan, dat religie zo mateloos populair is? Alleen in Nederland en in Oost-Duitsland is een meerderheid niet kerkelijk. In alle andere landen van de wereld bestaat de meerderheid uit ‘religianten’. (onder ‘religianten’ verstaan we mensen, die zich niet door de rede, maar door een godheid laten leiden). De kracht en de hardnekkigheid van de religieuze illusies zit hem in wat we thans ‘wishful-thinking’ noemen.

Van de Bank noemt deze seculiere atheïsten op dejaap.nl ‘mensen die onder de noemer van een politieke partij religieuzen wel erg ver in het – excusez le mot – verdomhoekje willen plaatsen.’

‘De naam is al een aardige binnenkomer,’ vindt Van de Bank. ‘Laten we er geen doekjes om winden, dachten de oprichters. Stel je voor dat mensen het woord atheïstisch stand alone nog wat gematigd vinden, dan voegen we daar het woordje seculier aan toe. Of, andersom, is seculier niet duidelijk genoeg om onze intentie over te brengen? Dan zorgt het woord atheïstisch voor de nodige verzwaring.’

Zie: De Atheistisch Seculiere Partij: intolerante wolven in schaapskleren