Geloof dat probeert te begrijpen

HetLaatsteAvondmaalMetMuseum.org

‘Een van de oudste definities van theologie is: ‘Geloof dat probeert te begrijpen’. Deze bijzondere omschrijving staat in het verrassend pakkende boek Zoeken naar het goede leven, over de toekomst van de theologie. Nee, nu niet afhaken, want de auteur blijkt in staat de – voor velen antieke – term ‘theologie’ werkelijk nieuw leven en heldere inhoud in te blazen. Zijn essay is een must voor aanstaande studenten die zich oriënteren op een studie in de geesteswetenschappen. Of zij die het helemaal nog niet weten en iets zinvols zoeken. ‘Theologen eindigen niet met God; ze beginnen met God. De theologie denkt de werkelijkheid ‘vanuit’ God.’


‘Wie de geschriften leest van Copernicus, Galilei, Newton, Bacon en zoveel andere grondleggers van de moderne wetenschap, kan onmogelijk over het hoofd zien hoezeer naar hun eigen beleving hun wetenschappelijke activiteit geworteld was in een breed gedeeld theologisch begrip van de werkelijkheid.’
(Uit: Zoeken naar het goede leven)


‘God in alles en in allen’
S
tefan Paas vertelde in zijn lezing tijdens de Nacht van de Theologie, november 2019, dat theologen geen keiharde data leveren, maar wel helpen om bronnen van onze cultuur te verhelderen en kritisch te doordenken. Voor Paas zou het ‘zomaar eens kunnen zijn dat vandaag, in een samenleving waarin vrijwel alle institutionele plausibiliteit van God is weggevallen, het spreken vanuit God meer tot zichzelf kan komen.’ Als een inspirerend visioen voor de toekomst van de theologie ziet hij dat ‘God in alles is en in allen’.

Waarom theologie
I
n het essay bespreekt Paas of er toekomst is voor theologie en hoe dat er dan uitziet. In dit blog licht ik slechts een tipje van de sluier op. Paas legt eerst uit wat theologie is en wat zij doet, en waarom. Hierin slaagt hij helemaal, zijn verhaal is intrigerend. Zelfs voor mensen die zichzelf niet als religieus beschouwen. Nadrukkelijk heeft hij het over ‘denken en spreken over God’, en niet over religiewetenschappen die zich richten op religie als ‘breed veld van religieuze praktijken en culturen’.


‘Iemand als [de Britse natuur- en scheidkundige Michael] Faraday werd door zijn eigen theologie van Gods allesverbindende liefde geïnspireerd tot zijn maatschappelijke theorie van energievelden. Vandaag zullen veel wetenschappers niet langer geïnspireerd worden door specifieke religieuze doctrines of tradities, maar ook dan geldt dat ideeën voor nieuwe programma’s afkomstig zijn uit diepere lagen of hogere sferen, die een ‘transcendent’ karakter dragen. Een theologische faculteit kan de universiteit daaraan herinneren en behulpzaam zijn in het verkennen van die transcendentie.’
(Uit: Znhgl)


Iedereen doet wel aan ‘God-talk’, zegt Paas. Zelfs de atheïst heeft ‘ideeën over God in wie hij niet gelooft’. Theologen claimen echter geen geprivilegieerde toegang tot God, zij hebben dus geen geheime dataset waar God in zit.

Als zij iets zeggen over God, doet zij dat op basis van teksten, beelden, symbolen, uitspraken en praktijken – dat wil zeggen, op basis van bronnen die voor iedereen toegankelijk zijn. (…) Theologen onderzoeken niet slechts het spreken over God zelf, maar ook proberen zij te argumenteren hoe een religieus perspectief  (de werkelijkheid denken ‘vanuit God’) verschil maakt.’
(Uit: Znhgl)

Denken en spreken over God
A
ls doel van theologie noemt Paas het denken en spreken over God kritisch te onderzoeken in relatie tot de kennis die we hebben, en zo uiteindelijk te komen tot voorstellen om ‘denken en spreken over God’ te verhelderen en te verantwoorden. En voor atheïstische studenten: Gods bestaan hoeft niet ‘bewezen’ te zijn om in te zien dat denken en spreken over God historisch, cultureel en maatschappelijk van belang is en blijft.

De meeste wetenschappers zullen het erover eens zijn dat wat mensen hebben gedacht en gezegd over God wereldwijd en door de eeuwen heen een historische, culturele en sociale kracht is, die ‘reëel is in zijn consequenties’ – zoals het beroemde Thomas Theorema* stelt. Dat maakt het in principe een belangrijk object voor wetenschappelijke bestudering.’
(Uit: Znhgl)

Sociale wetenschappen
P
aas kijkt naar theologie als een academische discipline, een geesteswetenschap die zich vanuit de universiteit richt tot de samenleving in de breedste zin van het woord. Hij stelt ook dat, of we nu in God geloven of niet, dat velen aanvoelen dat wie over God nadenkt vroeg of laat het hele leven tegenkomt. Theologie is te vinden in levende mensen, en niet alleen in oude teksten. Vandaar, zegt Paas, dat sociale wetenschappen voet aan de grond gekregen heeft in de theologie. Paas citeert William Wood:

Theologie komt het dichtst bij wat op dit moment kan gelden als een algemene studie van alle aspecten van de menselijke cultuur, iet wat ooit heel gewoon was, maar nu erg zeldzaam is geworden.’
(Uit: Znhgl)

zoeken-naar-het-goede-leven
Cultuurdenker
E
en goede theoloog moet overal een beetje verstand van hebben, zegt Paas. Hij of zij is historicus, filosoof, taalkundige, een uitlegger van oude en moderne teksten, en waarschijnlijk nog een paar dingen. Juist die breedte vormt de theoloog tot cultuurdenker:

Maar als het op de een of andere manier van belang blijft onszelf en anderen te begrijpen, dan zijn juist geesteswetenschappers – en dus ook theologen – belangrijk.’
(Uit: Znhgl)

De werkelijkheid kunnen we uiteindelijk alleen begrijpen als universum’: het is daarom dat men in de vroege middeleeuwen de kathedralen ‘universiteit’ ging noemen, weet Paas:

Het instituut waar we streven naar kennis van ‘alles’, universele en geïntegreerde kennis. Het soort kennis dat resulteert in een wereldbeschouwing, een visie op het goede leven.’
(Uit: Znhgl)

*  Dit wil zeggen, dat als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan zijn die ook werkelijk in hun gevolgen.

Zoeken naar het goede leven – de toekomst van theologie | Stefan Paas | ISBN: 9789043533836 | Pagina’s: 64 | Publicatiedatum: 19-11-2019 | € 8,95

Beeld: Het Laatste Avondmaal – Pieter Coecke van Aelst – 1527 – (metmuseum.org) – foto: Emile Gezels

Thomasevangelie toont authentieke Jezus

Het Thomasevangelie is niet alleen maar een verzameling losse uitspraken. Het blijkt een zorgvuldig opgebouwd handboek voor spirituele groei. – Filosoof Bram Moerland zegt dit duidelijk te willen maken in zijn boek Het Evangelie van Thomas. TV-presentatrice en documentairemaakster Annemiek Schrijver zegt in het Voorwoord dat ‘dit “Hartelijk Handboek” voor haar door zijn precisie, z’n sobere vorm en oneindig rijke inhoud een handboek voor het leven is, een gids voor Eerste Hulp bij Reflectie’.

‘Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat’ 

‘Het boek dat nu voor u ligt bevat alle korte en krachtige uitspraken van Het Evangelie van Thomas zoals het is gevonden in Nag Hammadi. Het zijn uitspraken van Jezus. En Moerland heeft deze uitspraken van commentaar voorzien. (…) De toon is net als in Thomas zelf, niet belerend en prekend, maar liefdevol en uitnodigend. En ik voel me daarbij thuis. Alsof mijn ziel welkom wordt geheten.’ 
(Annemiek Schrijver)

Strijd om de christelijke waarheid
M
oerland vertelt dat het Thomasevangelie oorspronkelijk alleen maar van horen zeggen bekend was. Het ‘gesteggel’ hierover door de kerkvaders uit de eerste eeuwen bleek bewaard te zijn.

‘De tekst zelf was al kopje onder gegaan in de vroege strijd om de christelijke waarheid in de eerste eeuwen na Jezus, en, naar het leek, voorgoed verdwenen in die aloude strijd.’


Pagina uit Codex II The Nag Hammadi manuscripten

Nag Hammadi-geschriften
M
aar Het Evangelie van Thomas dook in 1945 op in de Nag Hammadi-geschriften. Het bestond dus echt. De strijd over de datering ervan dook eveneens op.  De betekenis van deze tekst voor de wordingsgeschiedenis van het christendom, en zelfs voor het christelijke geloof zoals dat ook nu nog beleden wordt, is belangrijk – en boeiend! – genoeg om kennis van te nemen.

De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk geheel anders dan die van de kerkelijke overlevering.’

Begintijd christendom
V
olgens Moerland wordt de opvatting dat Thomas een onafhankelijke traditie uit de begintijd van het christendom vertegenwoordigt steeds vaker als geldig erkend. Het staat volgens hem geheel los van de Nieuwtestamentische evangeliën. Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat. De ‘oer-Thomas’, aldus Moerland, zou zijn opgetekend zo’n tien jaar na de dood van Jezus.

‘Het is zelfs aannemelijk dat Thomas Jezus werkelijk heeft gekend en ook een van zijn volgelingen was.’


Bram Moerland

Vondst van Thomas
D
at de enige zaligmakende waarheid alleen maar te lezen zou zijn in het Nieuwe Testament… in die geloofszekerheid is volgens Moerland door de vondst van Thomas onmiskenbaar een flinke deuk geslagen.

‘Er is nu, met Thomas, in elk geval een andere zienswijze overgeleverd dan die van de kerken.’

‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet’
(Uit: Het evangelie van Thomas, deel van logion 113)

Spirituele samenhang
T
ot Moerlands grote verrassing ontdekte hij bij de bestudering van het Thomasevangelie dat de volgorde van de teksten een zorgvuldige didactische opbouw vertoont.

‘Ze vertonen als geheel een opmerkelijke spirituele samenhang. En die samenhang bleek veel groter dan ik aanvankelijk al had verwacht.’

Wie is Jezus?
D
e filosoof maakt er een spannend boek van, nieuwsgierig als je wordt als hij zich afvraagt of de belangrijkste vraag een antwoord krijgt: wie is Jezus? Daarover gaat het al gelijk in het hoofdstuk De ongelovige Thomas?

‘Wie is de Jezus van het Thomasevangelie in vergelijking met het Nieuwe Testament? ‘Verrassend genoeg geeft het Evangelie van Johannes daarop een helder antwoord.’


Apostel Johannes

Annemiek Schrijver: ‘precisie’
D
it alleen al en het voorwoord van Annemiek Schrijver plus de intro Het belang van Thomas door Moerland maakt van het boek een pageturner, vooral ook door de consequent heldere commentaren op de 114 soms niet (onmiddellijk) te begrijpen uitspraken (logions) van Jezus. Wat dat betreft klopt het als Schrijver spreekt van de ‘precisie’ waarmee Moerland schrijft.


Logion 25: Met naastenliefde de weg op

‘Jezus zei: Heb je broeder lief als je ziel, behoed hem als je oogappel.’

Commentaar van  Bram Moerland:
‘Wat een mooi beeld is dat: ‘behoed je broeder als je oogappel’. Je oog is heel gevoelig voor aanraking. Het is misschien wel je meest kwetsbare lichaamsdeel. Wees dus even gevoelig voor je naaste als je zelf bent voor je eigen oogappel.
Dit logion is een commentaar op een tekst uit het Oude Testament. In Spreuken 7:1 staat: ‘Koester mijn lessen als je oogappel’. Het verschil met dit logion is groot en wezenlijk.

In het Oude Testament moet de leer gekoesterd worden. Maar in Thomas is het je broeder die behoed dient te worden. De mens gaat boven de leer. Zoek de antwoorden op je levensvragen niet in het verhevene, maar in de eenvoudige, alledaagse praktijk. De praktijk van het leven is de weg, niet de leerschool. Een leerschool kan nooit meer zijn dan een voorbereiding, een vingerwijzing. En de vinger die wijst naar de maan is niet de maan.

Maar, je naaste liefhebben, is dat wel zo makkelijk?’


Het Evangelie van Thomas – het weten van een ongelovige | Bram Moerland | ISBN: 9789020210774 | Pagina’s: 196 | 21-05-2014 | € 26,50 | E-book € 15,99 | Uitgeverij AnkhHermes | (Zie ook bij Athenaeum | Scheltema)

Gerelateerd: Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Beeld: Andreas en Thomas (schilderij van Gian Lorenzo Bernini) – thomasevangelie.nl
Foto Evangelie van Thomas en het geheime boek van Johannes: (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Foto Bram Moerland: wijsheidsweb.nl
Beeld Apostel Johannes: olvternood.nl
Updates: 24 november 2021 / 11-04-2025 (Lay-out)

‘Niet voor onze zonden stierf Jezus’

Er is geen bloedige dood nodig voor het herstel van Gods relatie met de mensheid. De boodschap van Jezus zet mensen zelf aan het werk.’ Docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Fulco Y. van Hulst, onderzocht invloedrijke theologen en laat zien dat de kruisdood heel anders kan worden uitgelegd. In zijn proefschrift Vrede hebben met het kruis van Christus luidt de conclusie dat niet de kruisdood van Jezus centraal zou moeten staan in de verkondiging, maar de boodschap van vrede en afwijzing van geweld. Dat Jezus gestorven zou zijn voor onze zonden vindt de onderzoeker fake news.

Jezus was een radicale, vreedzame activist die opkwam voor de zwakken in de samenleving. Maar hij leefde in de verkeerde tijd en moest dat met de dood bekopen.’
(Van Hulst, NPO Radio 1)

Dat Jezus is gestorven aan het kruis als straf voor de zonde van de mensheid is de dominante interpretatie van zijn dood, maar volgens Van Hulst moet de interpretatie van die bruuske daad nodig worden herzien. In gesprek met journalist Jort Kelder zegt Van Hulst dat voor de doopsgezinde kerk, die ook wel bekendstaat als ‘vredeskerk’, het een onaanvaardbaar idee is dat God gewelddadig zou zijn om de mensheid te straffen.

Dat beeld dat Jezus gestraft wordt voor de zonden van de mensheid is eigenlijk een beeld dat zijn oorsprong had in de gedachten van Anselmus, een middeleeuwse theoloog, (…) en uiteindelijk uitgebouwd door Calvijn, maar dat vindt in mijn ogen helemaal geen basis in het Bijbelverhaal.’
(Van Hulst, NPO Radio 1)

Voor Van Hulst heeft altijd de praktische navolging van Jezus voorop gestaan, met nadruk op de afwijzing van geweld: ‘Dat is wat God in Jezus heeft voorgeleefd.’ De gedachte dat je moet geloven dat Jezus gestorven is voor onze zonden, is hem altijd vreemd voorgekomen. Die manier van denken wilde Van Hulst leren begrijpen en doorgronden. De relatie tussen God en Jezus verwoordt de onderzoeker in termen van Gods activiteit in en door Jezus.

God maakt zich kenbaar als een God die op geweldloze wijze in Jezus de kwade machten overwint. Hij geeft zichzelf in de kruisdood om de mens te bewegen tot inkeer. Tegelijk is de kruisdood een blijk van zijn toorn: het is het gevolg van de keuze van de mens voor het kwade. Het kruis is daarmee niet Gods instrument, maar wel het symbool van de overwinning.’
(Uit: proefschrift Vrede hebben met het kruis van Christus)

De gedachte is niet dat Jezus komt om te sterven, zegt Van Hulst. Hij is verbaasd hoe makkelijk mensen elkaar napraten in de theologiegeschiedenis, met soms schrikbarend weinig kritisch vermogen. Dat God geweld zou gebruiken om zijn doel te bereiken, gaat in tegen het doopsgezinde godsbeeld dat God geweld afwijst.

Je kunt de schriftteksten die worden gebruikt om te bewijzen dat het geweld van de kruisdood noodzakelijk is, ook anders interpreteren. Er is geen bloedige dood nodig voor het herstel van Gods relatie met de mensheid. De boodschap van Jezus zet mensen zelf aan het werk.’
(Uit: De Linker Wang, maart 2020)

Zie:
* De Linker Wang, maart 2020: Fulco van Hulst: Het verhaal over Jezus wordt verdraaid
* Friesch Dagblad, september 2019: Theologische bouwsteen als bijdrage aan het vredesgetuigenis van de kerk
* Proefschrift, september 2019: Vrede hebben met het kruis van Christus (samenvatting)

Luister:
* NPO Radio 1, november 2019:
‘Dat Jezus zou zijn gestorven voor onze zonden is fake news’

Beeld: cover proefschrift (detail)

‘Klimaatverandering bedreigt zelfregulerend systeem aarde’

UITGELICHT – James Lovelock publiceerde in 1974 de Gaia-hypothese. De milieukundige en ‘vader van moeder aarde’ beschrijft hierin hoe het allervroegste leven op aarde ‘al snel controle over het planetaire milieu verwierf’. De holistisch wetenschapper stelt dat de aarde op die manier één groot zelfregulerend systeem werd. ‘Gaia’, aldus Lovelock, ‘reguleert zichzelf zodat de omstandigheden in stand blijven om het leven te doen voortbestaan’.

‘Je zou de Gaia-hypothese kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden’
(Geowetenschapper en filosoof Sebastien Dutreuil, in 2016 gepromoveerd
(Universiteit Parijs) op de Gaia-hypothese)

Daisy world
‘Stel je voor dat je een wereld hebt waarin helemaal geen leven is behalve twee typen zaden: van donkere en van lichte bloemen (daisies). De zon schijnt erop en het wordt warmer. Het bereikt een punt waarop de donkere zaden voldoende energie uit licht opvangen om te kunnen ontkiemen. Ze beginnen meer zaden te produceren, die weer ontkiemen en al snel nemen ze de hele planeet over.
Doordat de donkere bloemen warmte absorberen stijgt de temperatuur en nu kunnen ook de zaden ontkiemen. Wanneer ook die beginnen te bloeien, koelen ze de planeet juist, door de weerkaatsing van het zonlicht. Zo ontstaat er een evenwicht dat de omstandigheden binnen bepaalde grenzen houdt.’

Maar er zit een grens aan de mate waarin Gaia zichzelf kan reguleren. ‘Warmt de aarde te ver op, dan komt het evenwicht in gevaar.’ Volgens Jop de Vrieze, in De Groene, lijken de desastreuze gevolgen van klimaatverandering, waarover Lovelock in zijn bestseller Revenge of Gaia (2006) schreef, nu dan eindelijk te zijn doorgedrongen.

Gaia-theorie
‘De aarde en de atmosfeer en alle levende organismen die zich daar bevinden vormen samen een geheel dat zijn compositie reguleert zodat er leven op kan voortbestaan. Een superorganisme, noemt Lovelock dat. Door deze zelfregulering blijven onder meer de temperatuur van de lucht en de oceanen en de concentraties van gassen in de atmosfeer binnen een bepaalde bandbreedte, zodat de chemische en biologische kringlopen van levende organismen kunnen blijven bestaan.’

Lovelock noemt het erg bijzonder dat we bijvoorbeeld zo’n laag gehalte aan koolstofdioxide in onze atmosfeer hebben, vergeleken met andere planeten. Hij zegt dat dat nodig is om het leven in stand te houden. En zonder datzelfde leven zou het ook niet langer in stand worden gehouden. ‘Met veel meer CO2 is het veel te heet voor levende wezens’.

Volgens wetenschapsfilosoof Michael Ruse is de discussie over de Gaia-hypothese er typisch een over het grensvlak tussen wetenschap en pseudowetenschap en tussen wetenschap en religie.

Angst
‘Die grensvlakken, benadrukt Ruse, zijn niet hard en objectief. In zijn boek beschrijft hij hoe met name de biologen over Lovelock heen vielen. Prominente wetenschappers als geneticus Richard Dawkins, John Maynard Smith en Stephen J. Gould spraken zich fel uit tegen het idee van een zichzelf regulerende aarde.
De reden, volgens Ruse? Angst. ‘Zij voelden zich destijds al bedreigd, doordat ze sinds de jaren vijftig al met allerlei pseudowetenschap te maken kregen. Toen het algemene publiek de Gaia-hypothese begon te omarmen, trokken de wetenschappers hun handen er vanaf.’

Sebastien Dutreuil, een Franse geowetenschapper en filosoof die in 2016 op de Gaia-hypothese promoveerde aan de Universiteit van Parijs, ziet Gaia onder meer als een filosofie van wat het leven inhoudt, wat aarde is, wat vervuiling is en wat we hiermee aan moeten als mensheid.

Invloed
‘Je zou de Gaia-hypothese dus kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden.’

Zie: Vader van Moeder Aarde (Jop de Vrieze, De Groene Amsterdammer, 18 maart 2020)

Zie ook: In gesprek met James Lovelock, de profeet van moeder aarde (NRC, Gemma Venhuizen, 20 maart 2020)

Beeld: Mark Stevenson (rbb-online.de)
Update 06052024 / oktober 2025: lay-out

Mythen over religie ontrafeld

Pinterest

Religie in een nieuw perspectief gezet door de basisveronderstellingen die erover bestaan in twijfel te trekken. Filosoof, antropoloog en theoloog Jonas Slaats verduidelijkt in zijn boek Religie herzien waarom de basisveronderstellingen mythen zijn en geen realiteit. Slaats gaat voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus.

Wat we denken over religie komt niet overeen met wat religie is en dit boek laat zien dat het samenleven in een geglobaliseerde wereld daardoor onnodig bemoeilijkt wordt.’ (Uit: Religie herzien)

Gangbare denkkaders schieten tekort
S
laats kiest ervoor steeds uit te gaan van concrete voorbeelden. Deze laten meer dan filosofische en theoretische beschouwingen goed zien waarom de gangbare denkkaders over religie vaak tekortschieten. De auteur stelt dat er veel materiaal voorhanden is waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken. Dat materiaal is echter voor zover hij weet nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. In de inleiding zegt Slaats dat hij hier en daar dieper ingaat op enkele religieuze fenomenen die wat minder bekend zijn en die sommige lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Hij licht ze daarom ook wat breedvoeriger toe.


Mythe 1
Religies worden bepaald door een reeks dogmatische geloofsovertuigingen en vastomlijnde gedragsregels waar de gelovige zich aan moet houden. Dit is waarschijnlijk het meest centrale facet van alles wat religie zo religieus maakt.

Mythe 2
Religies zijn hiërarchisch gestructureerd. En wie aan de top van de structuur staat, bepaalt zowel de geloofsinhoud als de leefregels van de volgelingen.


En net als mythen in andere tijden zijn ze iedereen met de paplepel ingegeven. Niet omdat ze ons een beter inzicht in de wereld bieden, maar omdat ze een vatbare symboliek aanreiken rond ‘goed’ en ‘kwaad’. Deze veronderstellingen zorgen dus niet voor een grotere kennis van de maatschappij; ze bieden wel een soort emotioneel-existentiële kijk op de samenleving. Ze zorgen immers voor een wij-zij-denken van seculier versus religieus.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 3
Door hun geloofsovertuigingen, regels en structuren zijn religies goed van elkaar te onderscheiden. Wat concreet betekent dat je bijvoorbeeld kunt zeggen: ‘Dit is boeddhisme en dat is christendom’, of: ‘Dit is een moslim en dat is een hindoe.’

Mythe 4
Spiritualiteit en mystiek contrasteren met religie. Spiritualiteit wordt als mooi en bevrijdend gezien, terwijl religie eerder opgevat wordt als beperkend, waardoor een grote hoeveelheid mensen vandaag stelt dat ze ‘niet religieus zijn, maar wel spiritueel’.


Er is dus veel materiaal voorhanden waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken, maar dat materiaal is bij mijn weten nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. En net dat is de opzet van dit boek. Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 5
Wetenschap en religie staan op gespannen voet met elkaar. Religie baseert zich immers op geloof. Wetenschap daarentegen baseert zich op de ratio.

Religie herzien

Mythe 6
Religies zijn gevaarlijk, want door hun irrationele waarheidsclaims ontaarden ze gemakkelijk in geweld. Wat meteen ook aanleiding geeft tot de laatste mythe.


Er is echter een specifieke reden waarom ik er toch voor koos om deze wat meer uitgesponnen anekdotes op te nemen: vermoedelijk kunnen ze een lach op het gezicht van de lezer toveren. En dat vind ik van groot belang. Want verdieping en plezier mogen nu eenmaal best wat vaker samengaan. Zeker wat religie betreft.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 7
Een seculiere samenleving is helemaal anders (en veel beter) dan een religieuze samenleving.


Met name de populaire opvatting dat religie op gespannen voet staat met de wetenschap, wordt ontzenuwd. Het idee dat de kerk de ontwikkelingen van de moderne wetenschap heeft tegengehouden is een 19e-eeuwse misvatting. Het is juist andersom. Zonder krachtige steun vanuit de kerk had de moderne wetenschap zich niet kunnen ontwikkelen. Copernicus werd gedreven door religieuze motieven; Galileï kwam weliswaar in conflict met de paus, maar zijn boeken werden nooit op de lijst van verboden werken geplaatst (pp. 118-119). Ook de theorieën van Darwin later werden niet en masse door gelovigen afgewezen, zoals dat vandaag de dag ook zo is. Het ligt dus allemaal veel genuanceerder.’
(Bert Altena – uit recensie: Jonas Slaats, Religie herzien)

Religie herzien – Voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus | Jonas Slaats | 6 maart 2020 | Davidsfonds Antwerpen 2020 | 204 blz. | € 22,50 | Ebook € 14,99

Beeld: Pinterest

Cosmos, een spirituele zoektocht

cosmos-possible-worlds

Cosmos: Possible Worlds | National Geographic TV | ‘Als onze bedevaart naar een beter begrip van het universum, de oorsprong van het leven en de wetten van de natuur geen spirituele zoektochten zijn, dan weet ik niet wat die woorden verder inhouden.’ Dit zegt Ann Druyan, een van de makers van de Cosmos-serie bij National Geographic. De serie begon 9 maart en is wekelijks te zien tot 1 juni 2020. ‘De mensheid inspireren tot handelen is misschien wel de meest ambitieuze wetenschappelijke missie ooit,’ aldus Druyan in haar artikel bij NC: Hoe de wetenschap ons de weg kan wijzen naar de toekomst.


De vooraanstaande astrofysicus dr. Neil deGrasse Tyson blaast nieuw leven in het legendarische programma uit de jaren tachtig, dat destijds werd gepresenteerd door Carl Sagan. Het nieuwe ‘Cosmos’ vertelt het verhaal van de natuurwetten. In dertien afleveringen komt de zoektocht naar kennis tot leven, waarbij kijkers door het universum reizen om een volledig beeld te krijgen van de kosmos. (National Geographic)


Kosmische straling
D
ruyan vertelt over de opening, ’s avonds, van de Wereldtentoonstelling van New York in 1939, waar wetenschappers kosmische straling zouden opvangen en die naar de wijk Queens doorzenden. De energie zou duisternis in daglicht omtoveren en een verblindend licht werpen op een nieuwe, door de wetenschap mogelijk gemaakte wereld. Albert Einstein was er aanwezig om de kosmische straling uit te leggen.

Indien de wetenschap, evenals de kunsten, haar missie op waarachtige en volledige wijze wil vervullen,’ zo begon hij, ‘dan moeten haar verworvenheden niet louter oppervlakkig maar met hun innerlijke betekenis doordringen in het bewustzijn der mensen.’

Volgens Druyan spoorde Einstein de mensheid aan om de muren rond de wetenschap af te breken, muren die zo veel mensen hebben buitengesloten en geïntimideerd.

Hij spoorde ons aan om wetenschappelijke inzichten te vertalen vanuit het technische jargon van haar pedante vertegenwoordigers naar de spreektaal die wij allemaal gebruiken, zodat wij deze inzichten ter harte kunnen nemen en ons laten veranderen door de persoonlijke ontmoeting met de wonderbaarlijke pracht die ze bevatten.’

Toekomst
W
e voelen allemaal de kilte van de schaduw die het heden over onze toekomst werpt, stelt Druyan: iets in ons beseft dat we in actie moeten komen, om onze kinderen te behoeden voor gevaren en ontberingen die wij nooit hoefden te overwinnen.

Hoe kunnen wij onszelf wakker schudden en voorkomen dat we al slaapwandelend in een klimatologische of nucleaire ramp belanden die we misschien niet kunnen stoppen voordat wijzelf en ontelbare andere soorten verdwenen zullen zijn? Hoe leren we dingen te waarderen waar we niet zonder kunnen – lucht, water, het voedende weefsel van de aarde, de toekomst – en die te beschouwen als belangrijker dan geld en comfort op korte termijn? Niets minder dan een wereldwijd spiritueel ontwaken kan ons veranderen.’

Cosmos: Possible Worlds. Sinds 9 maart elke maandag om 21:00 op National Geographic. Deel 3, Lost city of life, 23 maart: Een nieuwe kijk op het ontstaan van leven op de zeebodem van de jonge aarde, en het verhaal van de man die het ontstaan van de aarde onderzocht.

Zie: Hoe de wetenschap ons de weg kan wijzen naar de toekomst
‘Journaliste, regisseuse en producer Ann Druyan was creative director voor de ‘gouden platen’ van de NASA-missie Voyager waarop boodschappen, geluiden en beelden mee de ruimte in werden gestuurd. Dit essay is ontleend aan haar nieuwe boek Cosmos: Possible Worlds. Voor haar bijdrage aan de bekroonde National Geographic-serie Cosmos werd Druyan onderscheiden met een Emmy Award en een Peabody Award.’
(National Geographic, maart 2020)

Zie ook: ‘Cosmos: Possible Worlds verweeft naadloos de verschillende takken van de wetenschap’
‘Cosmos: Possible Worlds haalt het soms wat stoffige imago van documentaires hard onderuit. Hoewel het een documentaire genoemd wordt, is het meer dan dat. ‘Het voelt eigenlijk een beetje ongemakkelijk om Cosmos zo te noemen’, geeft Tyson toe. ‘De verhalen die Ann schrijft, brengen wetenschap rechtstreeks naar je hart.’ ‘Elk verhaal helpt je om wetenschap beter te begrijpen’, vult Druyan aan. ‘Maar het moet ook je hart sneller laten kloppen. Wij mensen zijn een soort die wordt gedreven door verhalen.’
(New Scientist, maart 2020)


De Ongelooflijke Podcast en het atheïsme

de-ongelooflijke-podcast

Volgens filosoof Stine Jensen is het atheïsme kil, hooghartig en biedt het geen zingeving. De Amerikaanse neurowetenschapper Sam Harris, een van de boegbeelden van de ‘religie-is-vergif-club’, zoekt tegenwoordig zijn heil in de oosterse spiritualiteit, meditatie en mindfulness, net als Jensen overigens. Rutger Bregman heeft afscheid genomen van zijn fanatieke atheïstische fase. Volgens journalist David Boogerd, een van de makers van De Ongelooflijke Podcast, lijkt het atheïsme online op zijn retour: als Google-zoekwoord zit het in een regelrechte vrije val.

Godsargumenten
S
amen met Theoloog des Vaderlands van 2018, Stefan Paas, maakt Boogerd sinds 3 april 2019 voor de EO op NPO Radio 1 De Ongelooflijke Podcast, om de twee weken. De uitzendingen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Een van de hoogtepunten vind ik het gesprek op 14 juni 2019 met filosoof Emanuel Rutten over Godsbewijzen, beter gezegd: Godsargumenten. Glashelder vertelt Rutten in gesprek met Boogerd en Paas over de vraag der vragen: bestaat God.

NPO Radio 1-app
D
e meeste podcasts zijn echt de moeite waard. Er zijn gesprekken te beluisteren met onder meer Arjen Lubach, Herman Finkers, Stine Jensen, Rutger Bregman. Onderwerpen onder andere zijn: ‘De schitterende nutteloosheid van de kerk’; religieus fundamentalisme; yoga, atheïsme en oosterse spiritualiteit; populisme en de kerk; en de liberale leegte. Een kleine moeite om de NPO Radio 1-app op je smartphone te zetten. Onder de vele podcast kan je snel die Ongelooflijke vinden.

Vrije val
B
oogerd verwachtte in zijn research te stuiten op leegstromende kerken en donkere wolken die zich samenpakken boven het christendom, maar maakt zich tegenwoordig vooral zorgen over het atheïsme. Volgens Lubach heeft de vrije val van het atheïsme te maken met een afnemende strijdlust: ‘Het is niet meer nodig of zo. Waarom zou je zoeken naar iets wat eigenlijk al wel duidelijk is?’

Maar wat is dan precies duidelijk? Het numerieke hoogtepunt van het atheïsme ligt 50 jaar achter ons! In 1970 was 4,46 procent van de wereldbevolking atheïst, tegenwoordig is dat nog maar 1,89 procent en volgens de prognoses zakt het in 2050 verder af naar 1,51 procent. Welke strijd is dan precies al gestreden? Als de atheïstische strijdlust afneemt, lijkt dat eerder gelatenheid dan een triomfantelijk achteroverleunen.’

Spiritualiteit
W
at is er dan aan de hand, vraagt Boogerd zich af. Volgens hem is het lastig vol te houden dat religie de oorzaak is van álle ellende, als bijvoorbeeld in de VS het nieuw atheïsme besmeurd wordt door schermutselingen over seksisme en racisme. Volgens hem speelt er ook iets anders. Stine Jensen koos voor spiritualiteit hoewel ze gelooft dat het leven geen zin heeft:

Ik wil houvast vinden in iets wat het leven minder willekeurig maakt. Anders rest je niets dan nihilisme en depressie’, zegt ze openhartig. ‘Fel atheïsme is blijkbaar niet alleen kil, het is ook keihard. Niet iedereen kan uit de voeten met zo’n leeg heelal, gespeend van zin en betekenis.’

Neergang felle atheïsme 
Met de neergang van het felle atheïsme lijken volgens Boogerd de verhitte discussies over religie, hoe vermakelijk soms ook, steeds meer op zijn retour. Ze maken plaats voor oprechte en kwetsbare gesprekken, zoals die met Stine Jensen.

Theïstisch wereldbeeld
Filosoof Emanuel Rutten ziet eveneens een omslag. Volgens hem beginnen de scherpe kantjes van het nieuwe, rabiate atheïsme af te vlakken, en ziet het atheïsme als een wereldbeeld in crisis. Bovendien heeft hij nog nooit één goede claim gehoord dat God niet bestaat. Volgens Klaas van der Zwaag van het RD lijkt het atheïsme nog steeds de vigerende wereldbeschouwing in het publieke debat. Rutten vindt dat het christelijke, theïstische wereldbeeld buitengewoon redelijk is.

De argumenten voor het atheïsme falen echt. Richard Dawkins is allang achterhaald. We kunnen God niet bewijzen. Bewijzen doen we alleen in de wiskunde, maar niet in de filosofie. Maar we kunnen wel plausibel maken dat de uitspraak dat God bestaat buitengewoon redelijk is, sterker nog: de meest redelijke, meest waarschijnlijke positie is. Daarom is het theïsme het meest redelijke en waarschijnlijke wereldbeeld.’

Zie:
*
Niet het christendom, maar het atheïsme zit in een crisis  (Boogerd, NPO Radio 1)

* ‘De scherpe kantjes van het nieuwe atheïsme vlakken af’  (Rutten, RD – PDF)

De Ongelooflijke Podcast | Podcast over de relevantie van geloof in een steeds ongeloviger Nederland. EO-journalist David Boogerd en Stefan Paas voeren verdiepende gesprekken met spraakmakende gasten. Abonneren op De Ongelooflijke Podcast is mogelijk via NPO Radio1-website-app, iTunesGoogle Podcasts en Stitcher.

Stefan Paas, volgens Boogerd ‘een van de scherpste denkers over religie van dit moment’, geeft als vaste gast verdieping en duiding bij de verschillende thema’s die besproken worden. Boogerd: ‘Paas kan als geen ander religie en theologie vertalen naar het publieke debat. Dat bewijst hij dagelijks op Twitter. Hij is in staat zijn brede kennis te verbinden met interessante weetjes.’

Update: 3 2 2024 (lay-out)

Parels van de westerse esoterie

WesterseEsoterie2

Vier cursusavonden vanaf woensdag 16 september 2020 over De verlossing van Faust; over De Grote Ingewijden; over Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom, en over het Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis. Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg en Hein van Dongen. Vier grote kenners van de westerse esoterie in één cursus bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht. 

De verlossing van Faust
Volgens musicus en filosoof Hein van Dongen houdt, net als andere grote literaire werken, het drama Faust ons een spiegel voor – maar ook een weg naar bevrijding uit onze situatie. Over het belang van de archetypische figuur Faust schreef Jung ooit: ‘Niet Goethe schiep Faust, maar Faust schiep Goethe’. En misschien moeten we nog verder gaan: de chronisch onvoldane heer Faust schiep ook de moderne westerse mens.

De volksverhalen van de alchemist Faust, die zijn ziel aan de Duivel verkoopt, zijn waarschijnlijk in de late middeleeuwen ontstaan. Goethe (1749-1832) verwerkte deze verhalen tot een klassiek drama. Hij heeft het grootste deel van zijn leven, met al zijn inzichten in de menselijke psyche, aan het boek gewerkt. 

De Grote Ingewijden
Cultuurhistoricus Jacob Slavenburg legt het accent van het tweede college op de evolutie van de mensheid, waarbij inwijdingen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld: er loopt een gouden draad door de mensheidsgeschiedenis van inwijdingen. Vroeger gingen deze gepaard met veel (geheime) rituelen. In deze tijd, waarin de mensheid een grote bewustzijnssprong meemaakt heeft de inwijding een heel ander karakter. Wat kan de mens vandaag doen om tot bewustzijn te komen? Is het daarvoor nodig dat je wordt ingewijd?

De titel van het college is ontleend aan een boek van Edouard Schuré, Les grands initiés (De Grote Ingewijden) uit 1889. Het behelst de biografieën van Hermes, Jezus Christus, Krishna, Mozes, Orpheus, Pythagoras, Plato en Rama. In zijn boek behandelt Schuré onder meer onderwerpen als de mysterieuze dageraad van het prehistorische Europa.

Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom
In dit college gaat theoloog Tjeu van den Berk terug naar de bronnen van de Nijl. De mythe van Christus blijkt een geschenk van de Nijl. Niet in het orthodoxe Jeruzalem, het klassieke Athene of het wettische Rome maar in de smeltkroes van het hermetische Alexandrië ontstonden de grote mythen van het jonge christendom. Daar ontleenden een groep niet-orthodoxe joden, zij het meestal onbewust, hun identiteit aan een drie duizend jaar oude Egyptische religie.

Hebben we ons niet eens afgevraagd waar die typisch onjoodse thema’s vandaan komen in het christendom: een drie-ene godheid, een vader die een zoon voortbrengt, een kind dat uit een maagd geboren wordt, een god die mens is, sterft, afdaalt in de onderwereld en na drie dagen verrijst? Al deze archetypische symbolen kwamen niet uit het beeldloze Judea maar uit het beeldrijke Oude Egypte. De evangelist zei het al: ‘Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.’

Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis
Filosoof Bram Moerland verzorgt het vierde college. Hij zegt dat het een opzienbarende vondst in 1945 was, die van een kruik vol gnostische teksten uit de eerste eeuwen. In één keer bijna vijftig tot dan onbekende manuscripten. We kennen ze nu als de Nag Hammadi-geschriften. En daaronder trok één tekst meteen de meeste aandacht, het Evangelie van Thomas. Vrijwel meteen ontstond daarover een felle strijd. Werd Thomas geschreven lang na de teksten uit het Nieuwe Testament, als een soort vervalsing? Of is het omgekeerd, en dateert Thomas van vóór de teksten in het Nieuwe Testament? Bevat Thomas misschien zelfs het oorspronkelijke boodschap van Jezus en is het Nieuwe Testament een latere verbastering daarvan?

Dat is de arena waarbinnen zich de strijd om de datering van het Thomas evangelie afspeelt. Het belang van die datering is groot. De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk heel anders dan die van het Nieuwe Testament. In Thomas wordt niet gesproken over de kruisdood van Jezus, terwijl de kruisdood van Jezus in het traditionele kerkelijke christendom de hoofdrol speelt. Het is onmiskenbaar duidelijk dat in Thomas een geheel andere visie op de betekenis van Jezus tevoorschijn komt. Wat is die andere visie op Jezus van het Thomas evangelie?

Informatie en inschrijven: Parels van westerse esoterie (16, 23, 30 september, 7 oktober 2020) 

Beeld:
Met de klok mee: Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg, Hein van Dongen (Compositie: PD, foto’s: AVG)

UPDATE: 08092020

Carl Jungs duik in het onbewuste

rodeboek

In Het Rode Boek, ‘de graal van het onbewuste’, wordt de dramatische tocht uitgebeeld van de moderne mens op zoek naar zijn eigen mythe. Oorspronkelijk schreef psychiater Carl Gustav Jung zijn vele ervaringen en gevoelens op in zes ‘zwarte boeken’, zoals hij deze noemde, tijdens een diepe identiteitscrisis. Over – soms verschrikkelijke – visioenen en zijn ‘duik in het onbewuste’ en zijn dwaaltocht door de onderwereld, eindeloos op zoek naar zijn ziel. Een zes jaar durende worsteling, van 1913 tot 1919.

Ziel: ‘Luister: Om geen christen meer te zijn is gemakkelijk. Maar hoe nu verder?  Want er staat meer aan te komen. Alles wacht op jou. En Jij? Jij blijft zwijgzaam en hebt niets te zeggen. Maar je zult moeten spreken’
(Carl Jung in gesprek met zijn ziel)

Volgens theoloog Rinus van Warven voerde Jung op 5 januari 1922 een gesprek met zijn ziel over zijn roeping. De dialoog tussen Jung (de ‘ik’) en de Ziel is in deze vorm letterlijk te vinden in de Nederlandse vertaling van het Liber Novus (Het Rode Boek) dat onlangs door Van Warven is uitgegeven. (N.B. Echter zonder de kunstwerken uit het oorspronkelijke boek.)

‘Zijn ziel drong er hier bij Jung heftig op aan om zijn materiaal te publiceren, waartegen hij zich verzette. En zo duurde het decennialang voor zijn woorden in boekvorm verscheen. Het Liber Novus van Carl Gustav Jung lag tientallen jaren in een bankkluis in Zürich. Toen het in 2009 op de wereldmarkt verscheen werd het meteen ‘de graal van het onbewuste’ genoemd.
Het boek werd snel bekend als Het Rode Boek: de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus. Het is het verslag dat Jung van zijn crisis van 1913-1916 maakte. Jung beschrijft hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel ‘hervindt’. (Van Warven)

Jungkenner Tjeu van den Berk
Tijdens een van de colleges van de Capita Selectie-serie ‘Parels van de westerse esoterie’ die ik in mei 2019 bezocht bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht vertelde Jungkenner Tjeu van den Berk met passie over Carl Gustav Jungs (oorspronkelijke)  Rode Boek. Dit lag groots – ook qua afmetingen – opengeslagen onder handbereik van de nieuwsgierige cursisten. Voor de Academie schreef ik hierover een verslag.

‘Van den Berk nam ons mee naar het leven en werk van Jung (1875 – 1961) en vertelde over zijn jarenlange pogingen, eerst samen met Freud, het onbewuste te ontcijferen. Al van jongs af aan was Jung gefascineerd geweest door de menselijke psyche. Cryptomnesie, het ‘verborgen geheugen’, hield hem erg bezig.
Het bevat informatie waarvan de bron niet wordt opgeslagen in ons geheugen. De menselijke geest zou ‘op andere plaatsen’ veel informatie bewaren. ‘We weten het allemaal, diep vanbinnen,’ zei Jung. Daarom was hij zo gefascineerd door het onbewuste. Ons bewuste komt er volgens Jung immers volledig uit voort.’
(AVG)

Hermetische gnosis
Prachtige beelden liet Van den Berk zien, met uitgebreid commentaar, van de schilderijen en tekeningen die Jung in zijn Rode Boek maakte. Compleet met gekalligrafeerde teksten waarin Jung over hermetische gnosis schrijft, en er ook teksten toevoegde die verwijzen naar Sumerische, Egyptische, Scandinavische, Griekse, Hindoeïstische en christelijke mythen.

‘Van den Berk raakte niet uitverteld en deed dat op meeslepende wijze. Hij kreeg dan ook na afloop terecht een luid applaus.
De originele uitgave van Het Rode Boek ligt opgeslagen in een kluis in Zürich. Van den Berk heeft dat tweemaal mogen inzien, vertelde hij trots. September 2019 verschijnt de Nederlandse vertaling – wel zonder alle mooie kunstwerken die zeker een kwart van het boek beslaan.’
(AVG)

‘Graal van het onbewuste’
In Koorddanser schrijft Van Warven over De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel. Jung zou uiteindelijk door de ontmoeting met de ziel ingewijd worden in de geheimen van de menselijke psyche. – Een deel van het gesprek luidt:

Ik: ‘Ik ben bereid. Wat is het? Spreek!’
Ziel: ‘Luister: Om geen christen meer te zijn is gemakkelijk. Maar hoe nu verder?  Want er staat meer aan te komen. Alles wacht op jou. En Jij? Jij blijft zwijgzaam en hebt niets te zeggen. Maar je zult moeten spreken. Waarom heb jij het plotselinge inzicht ontvangen? Dat moet je niet verbergen. Jij bekommert je om de vorm? Is de vorm belangrijk als het om het plotselinge inzicht gaat?’
Ik: ‘Maar wat is mijn roeping?’
Ziel: ‘De nieuwe religie en haar verkondiging.’
Ik: ‘Oh God, hoe moet ik dat doen?’
Ziel: ‘Wees niet zo kleingelovig. Niemand weet dat zo goed als jij. Niemand, die het zó zou kunnen zeggen als jij.’
(Uit: Het Rode Boek)

Het Rode Boek
Alle dromen, ervaringen en inzichten noteerde Jung nauwgezet, vertelt Van Warven. Zijn aantekeningen werden een procesverslag dat uiteindelijk resulteerde in Het Rode Boek.

Zie:
* Koorddanser, februari 2020
: De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel

* Academie voor Geesteswetenschappen: Capita Selecta 21 mei 2019: Tjeu van den Berk

Beeld: Het oorspronkelijke Rode Boek – met illustraties (foto: PD)

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Vertaald door Hans Huisman | ISBN 978-94-92421-86-9 | 581 blz. | Verschijningsdatum 02-09-2019 | € 38,50 | Geen verzendkosten
Update december 2025 (Lay-out)