Wonderlijke verhalen van een mysticus

Boekrecensie Merakels – Droomconsulent en hypnotherapeut Jacques Caron heeft een goede, misschien wel een bevoorrechte basis voor zijn merakelse ervaringen. Opgegroeid in een christelijk gezin met Bijbelse verhalen voelde hij op zijn veertiende al een ‘persoonlijke relatie met het goddelijke’. Wonderlijk snel deed hij inzichten en ervaringen op die hoger en dieper gingen dan religie hem leerde. Later ontmoette hij in de vader van zijn Indische vriendin zijn eerste leermeester op het spirituele vlak. Urenlange gesprekken volgden, over filosofie, religie, mystiek, geesten, en veel meer.

‘Dark night of the soul’
Uiteindelijk bracht een vastenweek in een grot hem inzichten die fundamenteel waren voor een nieuwe koers in zijn leven. Hij ervaarde onder meer de ‘dark night of the soul’, een spirituele crisis in de reis naar de vereniging met het goddelijke, en ontwikkelde een relatie met het onbewuste. Dat hij ook zijn licht opstak bij ‘leermeester’ Carl Jung wordt duidelijk als je zijn boek leest.  

Synchroniciteit
I
s het synchroniciteit of niet? Op de ochtend waarop ik het boek Merakels van Jacques Caron opensla, vind ik een grote witte veer. In zijn boek wordt een veer omschreven als ‘een geschenk uit de hemel’, symbolen van hogere gedachten en spirituele groei. Veren op je pad, zegt Caron, betekent dat je op een hoger spiritueel pad bent beland, of dat er een beschermengel bij je is.

Een duale octahedron
C
aron schrijft overvloedig over wonderlijke ‘incubatie’-dromen, die hij zelf ‘aanvraagt’ voor het slapengaan. Tijdens afdalingen in meditaties krijgt hij vreemde beelden en ingevingen, visioenen, fantasieën en trances als poorten naar het onbewuste. Het zijn soms onvoorstelbare dromen, zeker wanneer hij beelden ziet van een ‘lingam in een yoni’ (vereniging van mannelijke en vrouwelijke energie) of van een ‘duale octahedron’ (de vereniging van hemel en aarde). De auteur put uit uiteenlopende bronnen, van het hindoeïsme tot Carl Jung (synchroniciteit, unio mystica, individuatie), van Joseph Campbell tot de Ziggurat (de bovenpersoonlijke reis) en van zielsgesprekken tot beschermengeltjes.

Je droomt wie je bent
D
ie vele bronnen staan ongetwijfeld aan de basis van zijn bijzondere dromen, ingevingen en visioenen. Iemand die zich daar niet of nauwelijks mee bezighoudt, zal dit soort ervaringen waarschijnlijk zelden (bewust) opdoen, want kort door de bocht gezegd, je droomt wie je bent. Zijn vele ervaringen bieden Caron in ieder geval ‘zin in ons schijnbaar zinloze leven’. Hij noemt ze in Merakels ‘een inkijkje in het leven vanuit een ruimer bewustzijn’, en zegt te leven ‘in verbondenheid met het mysterie’.

‘Mystic call’
W
at kan Merakels de ‘gewone man of vrouw’ bieden? Lang niet iedereen verkeert regelmatig in bewustzijnstoestanden als die van Caron. De een wordt geboren met een ruimer bewustzijn, de ander ontwikkelt dat of overkomt het spontaan. ‘Wonderlijke zaken gebeuren iedereen, maar niet iedereen herkent ze’, schrijft hij in de inleiding. ‘Lastig alleen dat ze vaak symbolisch zijn en vertaling nodig hebben.’ Om Carons merakels ook te ervaren moet je toch wel een behoorlijk gevulde spirituele rugzak hebben. Hoe hoor je anders zo luid de ‘mystic call’ die de mysticus in je wakker roept?


Symboliek
T
och kan je spiritueel groeien, dat maakt dit boek wel duidelijk, maar dan dien je vooral bewust met je leven om te gaan. Caron beschrijft in de inleiding over een vriendin die zwaarmoedig in het bos loopt. Ze vindt een leeggelopen, hartvormige ballon aan een touwtje. Ze gaat er niet aan voorbij en beseft de symboliek: ‘ik sleep mijn leeggelopen hart achter me aan’. Volgens Caron onderstreept dit haar situatie en ziet zij plotseling helder in hoe die is, om vervolgens een heldere keuze te kunnen maken.

Lantaarns die je bijlichten
H
et boek blijft merakels, want sommige verhalen lijken wel van heel ver weg of erg diep uit het onbewuste te komen. Het zijn dan ook verhalen van een mysticus. Ze bevestigen wel de gedachte dat er meer is tussen hemel en aarde en dat we daar soms – de een meer dan de ander – een glimp van mogen ontvangen in onze dromen. ‘Om je eigen schatten te ontdekken. Ze zijn er daar voor jou. Ze liggen op je te wachten.’ Als ‘lantaarns die je bijlichten op je pad’. Je moet er wel voor openstaan, het toeval toelaten, niet aan je ingevingen, dromen of visioenen voorbijgaan, ze binnenlaten komen. Ook als je niet droomt, maar ‘gewoon’ in het bos wandelt.

Merakels – wonderlijke verhalen | Jacques Caron | Uitgeverij Van Warven | Verschenen op 6 mei 2020 | 203 blz. | € 16,95

Beeld: Lingam in een yoni –‘De Yoni wordt meestal symbolisch weergegeven in de vorm van een horizontaal geplaatste vierkante, ellips of ronde basis met een rand en een opening in het midden. Meestal zie je een cilindrische Lingam (de mannelijke tegenhanger van de Yoni) in het midden rechtop staan. Men kan Yoni-iconen tegenkomen in de Vedische literatuur, in veel Indiase kunstvormen, heiligdommen en in hindoetempels.’ (traditionalbodywork.com)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel

Boekrecensie Het raadsel van God. In zijn tienertijd is Alister McGrath wars van irrationaliteit. Hij kan niet tegen onzekerheid en ‘verschuilt zich in een stalen kooi van zekerheden’. Wetenschap is voor hem al op jonge leeftijd heilig. Hij roemt de logica en objectiviteit ervan, en het onthult alles. Zo komt hij erachter waar het universum en hijzelf uit bestaan. Echter, iets blijft knagen aan hem: de diepere vragen over doel en zin. Wat zeggen wetenschappelijke theorieën over de betekenis van de kosmos?

1 + 1 + 1 = 1
G
odsdienst is voor McGrath onbegrijpelijk en onnodig. God is als een extra maan die om Saturnus draait: vaag-interessant, maar zonder enige betekenis voor de aarde. Hij wil niet dat er een God is, maar zelf de regie over zijn leven houden. Als hij in aanraking komt met het Marxisme vindt hij dat een instrument om de wereld te zien en te begrijpen. Als ‘weldenkend mens’ komt hij zo tot het atheïsme, voor hem het enig juiste wereldbeeld. Een helder beeld van zijn denken geeft hij in het hoofdstuk over het dogma van de drie-eenheid. Hierin wijst hij als rusteloze intellectuele tiener de drie-eenheid als irrationeel af en stelt dit op één lijn met de wiskundige quatsch 1 + 1 + 1 = 1.   

Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie
D
oor in aanraking te komen met wetenschapsgeschiedenis en -filosofie komt hij er achter dat veel wetenschappelijke theorieën steeds weerlegd worden. Hoe betrouwbaar is de menselijke rede? Ook het Marxisme blijkt niet veel meer dan een hypothese. Om het te kunnen blijven omarmen, moet je andere visies op de wereld onderdrukken. Hij vraagt zich af of zijn atheïsme ook een geloof is.

Betekenis en zingeving
M
cGrath blijft zoeken naar een alternatief ‘totaalbeeld’ van de wereld dat hem zal helpen de ‘basale samenhang van dingen te begrijpen en weer te geven’. Hij zoekt voorbij de natuurwetenschappen en menselijke logica. Maar ook zijn aangeboren aversie tegen onzekerheid wil hij uitdiepen. Intussen groeit het besef dat wetenschap aanvulling nodig heeft ‘om toegevoegde waarde te hebben voor de diepste menselijke levensvragen over betekenis en zingeving’. McGrath gaat op jacht naar een ‘achterliggend groots perspectief van de werkelijkheid’.

C.S. Lewis
Alister McGrath verslindt, vanuit zijn voortdurend getwijfel, het ene boek na het andere over wetenschap en geloof, voortdurend op zoek naar het grotere geheel. Vooral wordt hij geboeid door de Britse christelijke apologeet C.S. Lewis die hem structuur biedt in zijn liefde voor wetenschap en geloof. Het leidt er toe dat hij theologie gaat studeren. Uiteindelijk geeft hij zijn liefde voor wetenschap en geloof vorm als docent op zowel het gebied van natuurwetenschappen als van religie.

Het raadsel van God
Het raadsel van God is een indrukwekkend en meeslepend verhaal over de intellectuele en spirituele ontwikkeling van een jonge man die de beperkingen ontdekt van de wetenschap, maar ook die van het Marxisme. McGrath onderzoekt alles, laat zich niets wijsmaken, zoekt steeds achter de dingen en blijft zoeken naar doel en zin. Hij stelt zichzelf voortdurend vragen, ook over zijn resolute verwerping van het christelijke geloof, waar hij een karikatuur van had gemaakt.

Het raadsel van wetenschap en religie
W
ie verwacht dat Het raadsel van God het raadsel van God oplost, komt bedrogen uit. Dit boek gaat niet over wie of wat God is, maar vooral over het zoeken naar houvast, een manier om de werkelijkheid te begrijpen. Kan dat door wetenschap of religie? Of beide? McGrath vindt het in het christendom. ‘Geloof brengt in kaart wat de wereld betekent’. Samen met de wetenschap die in kaart brengt hoe de wereld werkt, verschaft geloof voor McGrath een vollediger begrip van de wereld die ze uitbeelden.

Het raadsel van God – Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel  | Alister McGrath | ISBN: 9789043536035 | 240 pagina’s | Uitgever: Kokboekencentrum Non-fictie | Publicatiedatum: 12-05-2021 | € 24,99

Beeld: Houtsnijwerk van Camille Flammarion – L’Atmosphère: Météorologie Populaire (Parijs, 1888) (Wikimedia Commons)
(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd

Morgen verschijnt van Roek Lips Wie kies je om te zijn, een boek voor iedereen die op zoek is naar zelfkennis, inspiratie en reflectie op de vraagstukken van onze tijd. ‘Socrates wist het al: we hebben de echte dialoog nodig om te ontdekken wie we zijn en hoe we ons tot de wereld om ons heen verhouden. Het stellen van vragen en het gesprek daarover zijn volgens hem uitgangspunten voor een zinvol leven.’

Wie kies je om te zijn bestaat uit interviews. Die zijn ook in Trouw te vinden. In de serie Nieuwe leiders, in Trouw, dit keer een interview met cabaretier Freek de Jonge. Freek: ‘Het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen: Waarom nu, waarom hier, waarom ik?’ Volgens De Jonge zijn we door de coronacrisis weer eens geconfronteerd met het lot. Er gebeuren dingen in ons leven waar we niets over te zeggen hebben en waarbij we nederig moeten afwachten totdat er zich een oplossing aandient.

Maar dat zit niet meer in onze aard. Als een Don Quichot zijn we in de weer om de indruk te wekken dat we het allemaal nog uitstekend in de hand hebben. Maar het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen. Voor mij zijn dat er drie: Waarom hier? Waarom nu? Waarom ik?’

Mensen worden volgens De Jonge meer gemanipuleerd dan ooit, en toch hebben ze de hele tijd het idee dat ze vrij zijn. Hij zegt dat het voor veel mensen nu heel moeilijk is om zich te realiseren dat er aan alles een beperking zit, en dat we met 8 miljard mensen we ons niet allemaal hetzelfde kunnen permitteren.

Maar dat vrij zijn heeft naar mijn mening niets met vrijheid te maken als je de hele tijd méér wilt.’

In Kom verder! van De Jonge, zijn autobiografische boek, werd hij teruggeworpen op de Bijbelverhalen. Hij vertelt over het verhaal van Adam en Eva in het paradijs waarin de mens de keuze krijgt om zichzelf te realiseren.

Dat is de aanvaarding van de vrije wil ten opzichte van het lot, en dat leidt tot lotsverbondenheid. En dan willen mensen in het tweede verhaal God op zijn niveau ontmoeten en gaan ze een toren bouwen naar de hemel. Daar zit de hunkering in om net zo groot en net zo machtig te worden, en het verlangen om het mysterie van het geheim te doorgronden.’

Dat eindigt volgens de cabaretier letterlijk in de Babylonische spraakverwarring. Dat vindt hij zo’n mooi beeld.

Als je naar de wereld van nu kijkt, met alle talkshows, de enorme hoeveelheid boeken, alle informatie op internet; het is te veel. Hoe komen we in die nieuwe spraakverwarring weer bij elkaar?’

Van het geheim van de Bijbel en ook van teksten zoals van Shakespeare, vindt De Jonge dat ze multi-interpretabel zijn, waardoor het toneelstuk of Bijbelboek zijn kracht behoudt. Hij vindt het in alle tijden toepasbaar: het gaat erom dat iedereen een eigen verhaal kan vinden in die tekst. Maar als je het idee van het transcendente, het stadium tussen God en de mens en de mystieke verhalen daarover weghaalt, denkt hij dat we het grote risico lopen als robotten geprogrammeerd te worden.

We zijn langzamerhand van een zoekende mens die het mysterie aanhing aan het veranderen in een roboteske mens die met de illusie leeft zelfstandig te zijn, maar individueel manipuleerbaarder is dan ooit. Ondertussen accepteren we uitwassen als dat er dagelijks vluchtelingen in de Middelland­se Zee verdrinken, of het groeiende verschil tussen arm en rijk.’

Het christendom heeft zich volgens De Jonge wel erg op de moraal gestort en de mens daarmee erg in het nauw gedreven: je mag dit niet en dat niet.

De Griekse filosofie is opener, en stimuleert daarmee meer om het goede te doen.’

* Freek de Jonge: ‘Vreugde is iets groters dan het lachen om een grap’ (Trouw) – of via Blendle

* Nieuwe leiders | Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Hoe ga je om met de toegenomen onzekerheid? Er zijn nieuwe kansen, maar als we niet uitkijken worden we opgeslokt door werkdruk, dwingende systemen en de waan van de dag. Waar vinden we moed en vertrouwen om verder te gaan en hoe blijf je op koers?
Hierover is Roek Lips in gesprek met gegaan met inmiddels meer dan 130 bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast. Een zoektocht naar zinvol leven, nieuw leiderschap en in transitie zijn. Een gedeelte van de inzichten deelt hij graag met je via deze site. 

* Wie kies je om te zijn | Roek Lips | AMBO|ANTHOS | Paperback | € 21,99 | 9789026355998 | Druk: 1 | 18 oktober 2021 | 320 pagina’s

Beeld: PxHere

‘Wetenschap doet niets af aan verwondering’

Natuurwetenschapper en theoloog Rolie Barth schreef in 12 jaar tijd het kloeke boek De kosmos en het leven, een Meesterwerk, waarin hij op zoek gaat naar een natuurlijke verbinding tussen geloof en natuurwetenschap. Hij is tot de overtuiging gekomen dat God de wereld heeft geschapen langs de weg van een bouwproces, waarvan Hij de Bouwmeester is. De basis onder zijn studie ligt in verwondering, waarvan hij zegt dat als iets wetenschappelijk kan worden verklaard de verwondering niet hoeft te verdwijnen. Dat anderen dat soms wel beweren, vind hij een rare gedachte.

Bijzonder is ook dat je ingewikkelde problemen met eenvoudig ogende wiskundige vergelijkingen kunt beschrijven. Hoe meer je weet, hoe meer je verwonderd raakt over Gods schepping.’
(ND)

Het scheppend bezig zijn van God kun je echter niet met een paar wiskundige formules in kaart brengen, zegt Barth: ‘Verdiep je bijvoorbeeld maar eens een maand in de samenstelling van water, dat is zo ingewikkeld en complex, maar ook zo mooi.’

Newton kon verklaren waarom de aarde in een ellipsvormige baan om de zon draait. De verleiding is er dan om God er buiten te laten. Maar wiskunde kan dan wel een voldoende verklaring bieden, maar nooit een volledige verklaring. Denk alleen aan het fenomeen van de tijd. Augustinus zei al dat de tijd in feite niet bestaat.’
(ND)

Als kerntekst voor de gedachte ‘van voortgaande schepping, met het oog op het bewoonbaar maken van de aarde’ noemt de natuurwetenschapper Jesaja 45 vers 18, waar staat dat God de aarde heeft gemaakt, niet als chaos maar om haar te bewonen. Voor de natuurwetenschapper was dat een eyeopener. Die tekst zegt hem veel over hoe de Bijbel Gods scheppingswerk ziet.

Fantastisch vindt Barth het, wat natuurwetenschappers hebben ontdekt over de kosmos, sterren, planeten en het leven op aarde: een waar Meesterwerk, in twee opzichten.

Hoe bijzonder is het niet dat mensen de structuren en natuurwetten van de kosmos zo diepgaand hebben kunnen doorgronden? En hoe meesterlijk is de kosmos met al zijn structuren niet opgebouwd? Daarom is verwondering een belangrijke motivatie geweest om dit boek te schrijven. Ik hoop dat u of jij als lezer een diepe verwondering zult ervaren door mee te kijken naar de geheimen van de kosmos en het leven.’
(Uit: De kosmos en het leven, een Meesterwerk)


In dit boek geeft Barth een zeer compleet overzicht van wat er bekend is over de oorsprong en ontwikkeling van het heelal, het leven op aarde, en de mens.

Dit doet hij vanuit zowel het perspectief van de natuurwetenschap als vanuit een theologisch perspectief, waarbij hij die beide duidelijk ziet als delen van één werkelijkheid, zij het ieder met zijn eigen zeggingskracht en beperkingen.’
Dr. Marnix Medema, universitair docent Bioinformatica aan de Wageningen Universiteit en gasthoogleraar theoretische biologie aan de Universiteit Leiden.)

Heel indringend is zijn bespreking van het lijden in de wereld. Erkennen dat God de wereld als een bewoonbaar ‘huis’ voor mens en dier heeft gemaakt, roept de vraag op: hoe veilig is het huis?

De benadering van Barth is dat God om een leefbare kosmos te krijgen wel de mogelijkheid moest inbouwen dat er ook lijden kan bestaan. Maar het is wel een lijden waarin God zelf meelijdt. Christus die ons lijden doorlijdt als een pijn in Gods hart. Aansprekend en bemoedigend is zijn persoonlijke ervaring aan het slot van de hoofdstukken over het lijden.’
(Drs. Wim G. Rietkerk, theoloog, auteur en opiniemaker. Voorheen directeur van l’Abri internationaal.)

De kosmos en het leven, een Meesterwerk | Rolie Barth | Buijten & Schipperheijn | Paperback |  9789463690737 |  Druk: 1 |  juni 2021 | 544 pagina’s | € 35 | ‘Het is een prachtig boek geworden met veel illustraties, alles full colour. In drie delen schrijft Rolie over de kosmos, het leven en de mens. Daarbij zoekt Rolie de verbinding tussen wetenschappelijke natuurkennis en theologische inzichten. Dit is een diepgravend boek geworden dat moeilijke vragen niet uit de weg gaat.’ (s-gravendeel.net)

YouTube: De kosmos en het leven, een Meesterwerk
Zie ook: ‘De schepping is een bouwproces’ (ND) – of via Blendle.
Beeld: Heelal (filosoferenvoorkinderen.blogspot.com)

De religieuze en ecologische betekenis van Dune

Dune werd gepubliceerd in 1965, het jaar waarin wetenschapper James Lovelock pionierde met het idee dat de aarde een zelfregulerend systeem is: de Gaia-hypothese. Volgens Lovelock moeten we de aarde zien als een gepersonifieerd geheel. – Op de Radboud Universiteit voerden filosoof Lisa Doeland en religiewetenschapper Seth Bledsoe een gesprek over de verfilming van Dune: de ecologie en religie van een Sci-fi Desert Society. Ook het Belgische Kerknet bericht erover. Dune was de eerste roman over planetair bewustzijn.

‘Mensen staan ​​voor een dilemma: aan de ene kant willen ze het land terraformeren, maar aan de andere kant willen ze de zandwormen behouden die de waardevolle ‘specie’ creëren.’

James Lovelock
Het dilemma in het citaat hierboven is volgens de filosoof symbolisch voor de botsing tussen ecologische belangen op korte en lange termijn. Doeland las het boek afgelopen zomer, vertelt ze, een zomer die werd geteisterd door bosbranden en overstromingen. Dat is het probleem met apocalyptische literatuur: het gaat niet zozeer om wat er gaat komen, maar om wat er al aan de hand is. 

Volgens Lovelock moeten we de aarde zien als een gepersonifieerd geheel. Het was ook de tijd van de ruimtewedloop tussen de VS en de USSR, wat verklaart hoe het ruimtethema in het verhaal kwam. Foto’s als ‘Earthrise’, genomen tijdens de Apollo 8-missie van 1968, hebben het overzichtseffect gestimuleerd: als we vanuit de ruimte terugkijken op de aarde, zie je geen grenzen of conflicten. Je ziet wel een fragiele levenssfeer. Astronaut Anders verwoordde het als volgt: ‘We gingen op pad om de maan te verkennen en in plaats daarvan ontdekten we de aarde.’
(Lisa Doeland)


James Lovelock

Meer dan een sciencefictionfilm
De wereldwijde kaskraker Dune – De Amerikaanse auteur Frank Herbert schreef zijn sciencefictionroman Dune al in 1965, als een soort vooruitblik op de wereld van vandaag – is volgens de redactie van Kerknet meer dan een sciencefictionfilm met bloederige gevechtsscènes: het verhaal barst van de religieuze verwijzingen.

Het verhaal dan. In een notendop: een dorre planeet (Arrakis, bijnaam Dune) beschikt over een bijzondere en daardoor begeerde grondstof die ruimtereizen mogelijk maakt. Het bekomen van die ‘specie’ leidt uiteraard tot een oorlog. Jonkie Paul Atreidis krijgt van zijn vooraanstaande familie de opdracht om de woestijnplaneet te veroveren. Uiteindelijk zal hij uitgroeien tot een soort Messias die het land wil teruggeven aan het onderdrukte volk.’

Messias
Er zitten in de recentste adaptatie van Dune (Part One), volgens Kerknet, heel wat verwijzingen naar religieuze zaken.

Zo is het nomadenvolk Fremen geïnspireerd op bedoeïenen in boerka en de vrouwenorde Bene Gesserit op de jezuïeten. De religieuze beweging van de Fremen (free men of vrijmannen) mengt invloeden uit het zenboeddhisme en de soennitische islam en de aanhangers spreken een taal die doorspekt is met Arabische termen. 
Hoofdpersonage Paul wordt door sommigen vergeleken met Mohammed, de stichter van de islam. Paul neemt het op voor de verdrukten van Arrakis en begint een moedige opstand tegen de keizer. Net zoals Mohammed na zijn verbanning uit Mekka de mensen van toevluchtsoord Medina verenigt om de strijd aan te gaan.’


Dune Part Two

In het oorspronkelijke boek leent de auteur volgens Kerknet materiaal uit veel religies en culturen om een eigen, fictieve religie te creëren. Daarmee wil hij de bestaande godsdiensten niet in een kwaad daglicht zetten, maar wel waarschuwen voor het gevaar van macht, want ook een superheld of Messias kan die verkeerd inzetten.

En die aanklacht zit ook in de film. Er is een diep menselijk verlangen naar controle, naar betekenis geven aan onze angsten en onzekerheden, hetzij via wetenschap, hetzij via geloof. De heksen van Bene Gesserit proberen uit alle macht controle te krijgen over de toekomst. De Fremen trekken ten strijde in een bloedige jihad onder het mom van verlossing door de Messias. En daarmee willen zowel Herbert als Villeneuve hetzelfde aantonen: religie of wetenschap inzetten als wapen om de ander te overheersen, is nooit een goede zaak. Hoe heilig die oorlog ook mag zijn.’

Zie:
* Dune: The Ecology and Religion of a Sci-fi Desert Society

* Video Radboud Universiteit (YouTube)
* Kaskraker ‘Dune’ speelt leentjebuur bij veel religies

* Dune: Trailer (YouTube) | ‘En als het zover is biedt regisseur Denis Villeneuve de overtreffende trap van die verwachting. Van de eerste trillende zandkorrels en opbollende duinen tot de muziek die uit de diepste krochten van de planeet lijkt te komen: geen bioscoopdoek en geluidssysteem lijkt groot genoeg voor wat in Dune wordt geserveerd.’ (De Volkskrant)
* Dune: een meeslepende sciencefictionfilm die je in de bioscoop moet zien.’ (Esquire)

Beeld: Radboud Universiteit
James Lovelock: © Gareth Iwan Jones / Eyevine / HH – Lovelock bij Cecil Beach aan de Jurassic Coast in Zuid-Dorset. Juni 2019
Beeld Dune Part Two: Entertainment Business

Update: 16 03 2024 (Lay-out / foto Lovelock / Dune Part Two)

Iets wat ons begrip te boven gaat

Filosoof René van Woudenberg maakt altijd onderscheid tussen het weten dat er iets is, en het weten wat de precieze aard ervan is. ‘Wij geloven bijvoorbeeld dat er gedachten bestaan. Ik denk dingen, jij denkt dingen, ik denk dat jij bepaalde dingen denkt. Dus, wij zijn het erover eens, er zijn gedachten.’ Van Woudenberg filosofeert hierover verder in een interview in De Nieuwe Koers van afgelopen september. Hij ­gelooft dat de mens de kroon van de ­schepping is, maar tevens ook het meest verschrikkelijke roofdier.

René van Woudenberg
is ook hoogleraar kentheorie en ontologie en denkt door over gedachten. Als je hem vraagt wat dat nou precies zijn, zegt hij of we dan gaan praten over hersenstroompjes. Hersenprocessen? Er vindt van alles plaats in onze breinen, maar hebben we daarmee begrepen wat een gedachte is?

Nee, het zijn mysterieuze dingen, maar dat betekent niet dat we eraan hoeven twijfelen of ze bestaan. Zo aanvaard ik fundamentele dogma’s zoals de menswording en de verzoening als reëel, ook al begrijp ik lang niet hoe dat precies kan, dat God mens wordt, en hoe dat precies werkt dat door het sterven van Christus verzoening plaats heeft gevonden. Ik ken hier verschillende theorieën over, sommige erg goede zelfs, maar er blijft iets in wat het begrijpen te boven gaat.’

Het verwondert Van Woudenberg hoe de wetenschap laat zien hoe onbegrijpelijk alles is.

Er is inmiddels bijvoorbeeld een hele dierentuin aan elementaire deeltjes gedefinieerd, waarvan sommige wetenschappers zich afvragen: hebben we het hier eigenlijk nog wel over fysisch materiaal? Intuïtief zeg je: dit is geen materie meer. Het is iets anders; roterende ladingen of zo. Als ik onderzoek hierover lees, denk ik: wordt het nu begrijpelijker? Of mysterieuzer?’

De filosoof vindt dat mensen bezig zijn de planeet naar de ondergang te helpen. Dat stemt hem somber, maar tegelijkertijd gelooft hij ook dat ieder mens goddelijke schepping is, beelddrager van Hem en iemand met wie Hij het gesprek begonnen is. Daar zit voor hem de grootste spanning.

Mijn geloof dat er een hoopvolle toekomst is, staat tegenover mijn totale scepsis over het weten hoe dat gerealiseerd gaat worden.’

Interviewer Felix de Fijter vindt de gedachte van Van Woudenberg dat de mens een roofdier is, iets om moedeloos van te worden. Maar dan noemt Van Woudenberg toch de hoop, uitgedrukt in ons klagen. De Bijbel verwoordt voor hem die weeklacht. Een heel boek gaat in de Bijbel over klagen. Maar een wezenlijke, authentieke klacht noemt hij de erkenning van een waarde. Hij verwijst naar de Klaagliederen.

We moeten geen zeurpieten worden, maar een echte klacht, ik denk dat dat voor onze zielen iets heel goeds is. Want in die klacht wordt ook hoop uitgedrukt; hoop die voorbij al onze scepsis reikt.’

Volgens Van Woudenberg appelleert het christelijk geloof aan verlangen en hoop. Zou dat alles zijn? Iets van concrete actie, mag dat ook? Want met klagen, verlangen en hopen alleen bereik je niets. In het interview verwijst de hoogleraar naar Augustinus die zei dat ‘een verlangen dat mensen in beweging krijgt misschien wel van God komt’. Die beweging moet blijkbaar met God beginnen. Volgens Van Woudenberg is ‘God met ieder mens het gesprek al begonnen; ook al kun je dat zelf niet aanwijzen’. 
Hopelijk zijn het geen vrijblijvende gesprekken.

Zie: ‘Ineens kreeg ik de grote diepte onder mijn voeten in de gaten’ (De Nieuwe Koers) – of via Blendle.

Beeld: Alfons Schuler (Pixabay)

Zoektocht naar een leven na ons aardse bestaan

Hoe mensen de hemel zien en waarom we het er al duizenden jaren ideeën over hebben, zijn vragen die de kern van onze menselijkheid vormen, zegt de auteur van Hierna – een cultuurgeschiedenis van de hemel, Catherine Wolff. Zij beantwoordt deze vragen in haar boek met fascinerende details. ‘Prachtig geschreven, vakkundig onderzocht en meesterlijk gepresenteerd: deze reis langs hoe de hemel door de geschiedenis heen is begrepen, is absoluut fascinerend,’ zegt schrijver en priester James Martin.

In het leven van ieder mens zijn er van die momenten waarop de sluier aan de horizon van het bekende wordt opgelicht en we een blik slaan in de eeuwigheid. We verlaten de kust van het bekende, niet omdat we op zoek zijn naar avontuur en spanning of omdat ons verstand onze vragen niet kan beantwoorden. We zeilen uit omdat onze geest op een geweldige zeeschelp lijkt, en als we ons oor daartegen leggen om te luisteren, horen we het eeuwige ruisen van de golven ver bij de kust vandaan.’
(Rabbijn Abraham Joshua Heschel, in Hierna)

In Hierna beschrijft Catherine Wolff hoe verschillende religies en geloofsovertuigingen het idee van een hemel hebben ingekleurd en hoe niet-religieuze invloeden vanaf de Verlichting tot de hedendaagse niet-religieuze visies op de hemel daarop hebben ingewerkt.

Het leven hierna kan een bestaan in de tijd of in de eeuwigheid zijn. Het kan de plaats zijn waar we vandaan komen – zoals Plato geloofde – of de plaats waar we in een mystieke ervaring heen kunnen gaan. Het kan onze bestemming zijn als we sterven of misschien pas later. Het kan om opeenvolgende stadia gaan, waardoor we geestelijk volwassen worden, zodat we kunnen ontsnappen aan de cyclus van de wedergeboorte, zoals in oosterse religies, maar het kan ook zijn dat we maar één kans op verlossing hebben. Misschien bereiken we het leven hierna zodra we sterven of misschien moeten we wachten tot het einde van de kosmos.‘
(Uit: Hierna)

Wolff vertelt dat een aanzienlijk deel van het westerse gedachtegoed pleit vóór het bestaan van God.

Eén zo’n redenering stelt dat er een God moet zijn, omdat er vanaf het begin van het universum een waarneembare, ordelijke keten van oorzaak en gevolg is. Die kan alleen worden verklaard door een eerste oorzaak, een zelfgeschapen wezen dat eenvoudig ìs.’
(Uit: Hierna)

Charles Darwin lijkt naar een schepper te hebben verlangd, zegt Wolff, een bron voor het wonder dat hij in de natuurlijke wereld opmerkte.

Zijn [Darwins] geschriften laten een groeiend besef zien dat het bij de evolutie niet alleen om fysieke eenheden ging, maar dat er religieuze en morele implicaties mee verbonden waren. Toch was er daarin geen plaats voor filosofie of een godheid – God was een projectie die tot regels leidde om door te geven. Niettemin was Darwin geïntrigeerd door het idee van onsterfelijkheid en erkende hij dat je zo’n instinctief geloof overal ter wereld aantrof.’
(Uit: Hierna)

In de vroegste uitingen van godsdienst zijn er, volgens Wolff, verhalen en gebruiken waarin bepaalde levende mensen de geestenwereld bezoeken, die wijzen op geloof in een leven na dit leven.

James George Frazer, een van de vaders van de moderne antropologie, bestudeerde het begrip onsterfelijkheid bij oervolken in Noord-Amerika, Azië en Oceanië. In elk van deze drie werelddelen geloven mensen dat er twee verschillende zielen of geesten zijn. Zij maken onderscheid tussen een ‘vrije ziel’, die tijdens een droom of trance het lichaam verlaat, en een ‘lichaamsziel’, die achterblijft. Ze onderscheiden ook een levensziel, die het lichaam van levenskracht voorziet, en een ‘doodsziel’, die bij de dood wordt bevrijd.’
(Uit: Hierna)

Hierna – Een cultuurgeschiedenis van de hemel | Catherine Wolff | KokBoekencentrum Non-Fictie | 328 blz. | Verschenen: 21-09-2021 | € 27,99

Beeld: Paradiso, Canto 14: Dante en Beatrice vertaald naar de sfeer van Mars, illustratie van Gustave Doré, uit De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri, 1885
(meisterdrucke.nl – digitaal ingekleurd)

‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in ons leven’

Het leven op aarde vormt één groot ecosysteem waarin alles op elkaar inwerkt en van elkaar afhankelijk is, en waarvan wij onderdeel zijn. Volgens The Web of Meaning is alles met elkaar verbonden. Ecologisch denker Jeremy Lent pleit voor een wereldbeeld dat moderne wetenschap en inzichten uit oude wijsheidstradities integreert. The Web of Meaning is opgebouwd aan de hand van vijf existentiële vragen: wie ben ik, waar ben ik, wat ben ik, hoe moet ik leven en waarom ben ik? In VN een interview met Lent.

Lent weet uitzonderlijk helder te schrijven over complexe en fundamentele zaken als bewustzijn, evolutie, entropie (het streven van systemen naar wanorde), fractals, genenexpressie, moraal en mystiek en de overlap tussen de taoïstische principes qi (energie) en li (principes die qi laten werken) met de ideeën van systeemtheoretici.’

Onze relatie met de natuur, zegt Lent, is totaal uit balans doordat we die zien als een machine, de mens zien als apart van de rest van het leven en de aarde als een hulpbron die we kunnen gebruiken voor onze menselijke doelen.

We zien het lichaam als gescheiden van de geest en zien verschillende groepen mensen als apart van elkaar. Dat wereldbeeld bevordert uitbuiting: van mensen onderling en van de natuurlijke wereld, en het vormt de basis voor kolonialisme, racisme en kapitalisme.’

Als de belangrijkste waarden in ons huidige wereldbeeld die bepalen hoe wij in onze cultuur ons leven leiden, noemt Lent materiële welvaart en status.

Maar die veroorzaken een enorme afgescheidenheid en vervreemding. Dat geldt vooral voor de mensen die gebukt gaan onder de toenemende ongelijkheid, maar ook voor degenen die daar oppervlakkig gezien van profiteren. Ook zij verlagen daarmee de kwaliteit van hun eigen leven, al zijn ze zich daar misschien niet zo van bewust.’ 

Voor ons als mensen is ons verbonden voelen het meest zinvolle in ons leven, zegt Lent, maar ons huidige wereldbeeld heeft dat verbroken en veroorzaakt veel wat in het boeddhisme dukkha heet. Hij kwam ook in aanraking met mindfulness meditatie. Dat voelde voor hem als thuiskomen, en achteraf vond hij het onbegrijpelijk dat hij zijn leven tot dan geleid had zonder die meditatie.

Dat [dukkha] wordt vaak vertaald als lijden, maar het betekent een bredere ontevredenheid en onvermogen om welzijn te ervaren. We hebben daarom niet alleen een transformatie op systeemniveau nodig, maar ook in ieder van ons. Als we leven vanuit andere waarden, komt er ruimte voor wat Aristoteles eudaimonia noemt: het nastreven van je volledige potentie, zodat je leven tot vervulling komt. Dat is een wezenlijk ander soort geluk dan het hedonisme in onze consumentenmaatschappij.’

Veel mensen hebben het gevoel dat onze ondergang zo goed als onvermijdelijk is, zegt Lent, gezien de ernst van de klimaatopwarming, de macht van de grote corporaties en de toenemende haat en polarisatie in de wereld.

Ik voel dat allemaal en realiseer me dat goed. Maar in plaats van daardoor te verlammen, moeten we ons realiseren dat onze betrokkenheid bij de wereld ertoe doet, omdat we deel uitmaken van het verbonden web dat onze samenleving vormt. Wat we denken, zeggen en doen is deel van de wereld die we creëren. Dat brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.’

Zie: Ecologisch denker Jeremy Lent: ‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in het leven’ (VN)

The Web of Meaning | Jeremy Lent | Profile Books Ltd | Hardcover €26,00 | 528 pp. | 17 juni 2021

‘The Web of Meaning van Jeremy Lent is zowel een diepgaande persoonlijke meditatie over het menselijk bestaan ​​als een hoogstandje van historisch en hedendaags wereldwijd seculier en spiritueel denken over de diepste vraag van allemaal: waarom zijn we hier?’
(Gabor Maté M.D, auteur van In The Realm of Hungry Ghosts: Close Encounters With Addiction)

‘We moeten nu meer dan ooit uitzoeken hoe we allerlei verbindingen kunnen maken.
The Web of Meaning kan helpen bij veel van de dringende taken waarmee we worden geconfronteerd.
(Bill McKibben, auteur van Falter: Has the Human Game Begun to Play Itself Out?)

Beeld: Gert Altmann (Pixabay)