De kapitale vraag wat de ziel nu eigenlijk is

Aristoteles heeft de taal een symbool genoemd van dat wat er in de ziel gebeurt. Dit zegt wiskundige, classicus en filosoof Ben Schomakers in een artikel over zijn boek Aristoteles Over de ziel, op de site van Athenaeum Boekhandel. ‘Aristoteles’ De ziel is zonder enige twijfel een van de diepste, oorspronkelijkste en invloedrijkste teksten uit de geschiedenis van de filosofie.’

‘Aristoteles’ traktaat over De ziel, De anima, is een van de weinige werken waarvan niemand wil betwisten dat het met recht tot de selecte canon van klassieke werken behoort, die iedere filosoof tot zich nemen moet’
 Herverschijning boek De ziel bij de Historische Uitgeverij op 4 maart 2026

‘Aristoteles stelt er de vraag wat de ziel is en formuleert een antwoord dat ons nog steeds te denken geeft. Wat hij in dit werk over waarnemen, verbeelding en denken zegt heeft tot in onze tijd de filosofische discussie daarover bepaald.
Vernieuwde heruitgave van de onvolprezen teksteditie van dit meesterwerk, dat verplichte lectuur is voor filosofen, psychologen en ieder die nadenkt over de vraag wat een ziel is en wat een mens is – wie hij zelf is.’

(AB)

Ben Schomakers werd onlangs door Athenaeum gevraagd zijn vertaling van de eerste zin van Aristoteles’ Over de ziel toe te lichten. En dat doet hij uitgebreid. Boeiend vind ik vooral de effecten van vertalingen en de betekenis die in de loop der eeuwen aan de woorden van Aristoteles gegeven zijn. Het woord ‘hulè’ dat Aristoteles gebruikt – dat altijd voor ‘bebost gebied’ en vandaar ook voor ‘hout’ had gestaan – wordt opeens een aanduiding voor het abstracte begrip ‘materie’. Schomakers roept uit: ‘Begrijp dat maar eens, zoek het maar uit.’

AriDeZielSchaduw (2)

Er zijn ook brokken ontstaan door verkeerd geijkte vertalingen van het werk van Aristoteles’ De ziel, een van de belangrijkste boeken van de westerse filosofie, en een van de weerbarstigste, onder andere doordat Aristoteles hier nog meer dan elders voor zichzelf geschreven lijkt te hebben, in zinnen en passages die onaf zijn en in een taal die zoekt naar woorden voor dingen waarvoor niemand nog woorden gehad had (en waarvoor de juiste woorden nog steeds niet gevonden lijken te zijn).’
(BS)

Veel gedachten zijn er geweest over de ziel. Zo zou in de ogen van Aristoteles de ziel een secundair verschijnsel zijn geweest, zonder kern, zonder eigen bestaan, ondergeschikt en afgeleid van de materie. In zijn boek noemt Aristoteles de ziel ‘de eerste verwerkelijking van een natuurlijk, werktuiglijk lichaam’. Schomakers stelt dat Aristoteles het woord ‘psuchè’ gebruikt, dat wel als ‘ziel’ vertaald moet worden. In het ‘vertaalkundig hinkelparcours’ lijkt volgens hem de ziel als een ongewenst onkruid uit het steen van de materie te komen, een onkruid van een onbekende soort, dat door een stevige wind zomaar weggeblazen kan worden.

benschomakers

Ben Schomakers (foto: Klement) worstelt ook met het feit dat een hele eeuw opgevoed is met de gedachte dat de ziel een eerste actualiteit is – iets dat hij nooit heeft kunnen begrijpen. Hij lost het op door te stellen dat het meer te maken heeft met ‘in act zijn’ van de ziel. Dat wil (misschien) zeggen ‘werkelijk zijn’. Hij zegt ook dat, trouw aan het Grieks, de verhouding tussen de ziel en het natuurlijke lichaam waar ze bij hoort ten opzichte van gebruikelijke vertalingen, omdraait in een zin die de ziel niet tot dat bijverschijnsel maakt, maar tot de meesteres over het lichaam.

Meer dan eens vergelijkt Aristoteles de verstrengeling van ziel en lichaam met die van de ambachtsman en zijn werktuig: de eerste bedenkt iets en wil iets, maar heeft een zaag nodig om het hout te snijden, een hamer om het ijzer te pletten, een tang om het ijzer in het vuur te houden. Uiteindelijk ontstaat er dan iets moois, dat structuur heeft omdat er een plan achter schuilgaat. Het lichaam heet ‘werktuiglijk’ ten opzichte van de ziel, omdat de ziel zich ervan bedient zodat ze dat wat ze met dat lichaam (eigenlijk met het geheel dat zij met het lichaam vormt) voorheeft, te realiseren. Of liever: te verwerkelijken.’
(BS)

aristoteles2

Schomakers vertelt dat, in vanuit Oxford de wereld ingeslingerde versies, de ‘ziel’ van Aristoteles (illustr: timerime.com) werd afgenomen door van ‘psuchè’ ‘mind’ te maken. De ‘ziel’ van Aristoteles werd daardoor erg ingeperkt. Tegenwoordig lijkt een ziel vaak een (quasi-)religieus verschijnsel (met ethische en eschatologische implicaties.) De ‘ziel’ van Aristoteles is kennelijk niet dezelfde is als de moderne ziel, voor zover er over een moderne ziel gesproken kan worden, of over de ziel van de oudheid.

‘Een ziel nu lijkt vaak een (quasi-)religieus verschijnsel (met ethische en eschatologische implicaties) of een mysterieus product van een niet-wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid, terwijl de ziel in de vorige eeuw misschien vooral in verband gebracht werd met het gemoed, dat liefst ontvankelijk en verlangend moest zijn en waarop vooral dichters en andere romantici hun ogen op gevestigd hadden. Soms houden we van deze zielen, soms wijzen we ze als naïef af, niet zelden onder argwanend stemmende hoon. En soms zijn we preciezer en beseffen we dat deze specifieke zielen nog niet de ziel hoe dan ook zijn, een innerlijkheid die we ervaren en die ook invloed heeft op ons voelen, denken, handelen, leven. Maar dan nog durven we vaak te zeggen dat ze niet bestaat, de ziel.’
(BS)

Maar, zegt Schomakers, dit is niet allemaal de ziel van Aristoteles: in het Grieks is ‘psuchè’ dus op de allereerste plaats datgene waarvan de aanwezigheid een lichaam levend maakt.

‘Vandaar zweeft de ziel van Aristoteles, keurig in overeenstemming met het Griekse taalgebruik, ook in het ‘domein van de innerlijkheid’, die actief en passief is, vluchtend en verlangend, waarnemend en initiatief nemend, voelend en verward rakend, denkend en beslissend.’
(BS)

! Zie:  Herverschijning boek De ziel bij de Historische Uitgeverij op 4 maart 2026
‘Aristoteles’ traktaat over De ziel, is een van de weinige werken waarvan niemand wil betwisten dat het met recht tot de selecte canon van klassieke werken behoort, die iedere filosoof tot zich nemen moet. Dit traktaat gunt de lezer een blik op de op volle toeren werkende Aristoteles, die het schreef toen hij de ideeën die hij lang had voorbereid aan het oogsten was; elke zin opent een belangrijk nieuw perspectief, stelt een cruciale vraag of formuleert een kerngedachte. De ziel is een werk van groot historisch belang.

overdeziel

Ben Schomakers (1960) is opgeleid als wiskundige, classicus en filosoof en promoveerde op een proefschrift over Parmenides.
Hij vertaalt filosofische teksten uit de Griekse oudheid, zoals Pseudo-Dionysius’ Over mystieke theologie (1990, 2002), het gedicht van Parmenides (2003), Aristoteles’ Over poëzie (2000), diens Metafysica I-VI (2 dln., 2005) en ook zijn Problemen (2010).
Meest recent verschenen van hem De taal van de hemel. Over de engelen van Pseudo-Dionysius de Areopagiet (2012) en een vertaling van Sophocles’ Oedipus heerst (2013).

Update juni 2025 (Lay-out, links)

God als diepste grond van het eigen innerlijk


Zijn we bereid op zoek te gaan naar het eigenlijke diepste zelf, met het vermoeden dat de grond van dat zelf God is, het eeuwige, als zin en fundament van het bestaan? Welmoed Vlieger vraagt zich dat af in haar artikel Over de grond van de ziel – Daar waar de mens geworteld is in het eeuwige. ‘Slechts in het aanvaarden van innerlijke leegheid openbaart zich de vrijheid van de mens en de geborgenheid in een God. Een God die niet langer in de natuur gezocht, maar als diepste grond van dit eigen innerlijk gevonden wordt.’ 

Vlieger, onder meer docent aan de Hogeschool Geesteswetenschappen Utrecht (nu: Academie voor Geesteswetenschappen, update 19-04-2017), laat zich in haar zoektocht gidsen door drie mystieke denkers: Eckhart, Kierkegaard en Hammarskjöld. Ze schrijft over de thematiek van het zwijgen, de eeuwigheid, de ‘Godsgeboorte in de ziel’, de kierkegaardiaanse ‘sprong’ en een God die niet langer in de natuur, maar als diepste grond van het eigen innerlijk gevonden wordt. 

‘Dit kapitale onderscheid tussen ‘de waarheid op zich’ en ‘de waarheid voor mij’ is voor de zelfverklaarde ‘antifilosoof’ (Kierkegaard, PD) cruciaal: ‘Het gaat erom een waarheid te vinden die waarheid is voor mij, de idee te vinden waarvoor ik wil leven en sterven.’ Waarheid is met andere woorden geen dogmatisch of wijsgerig vraagstuk maar een concrete levenstaak, die alleen door een zelf genomen besluit kan worden bepaald en in het concrete handelen tot uitdrukking komt. Óf er een eeuwigheid bestaat is dus eigenlijk niet de juiste vraag. Waar het om gaat is: hoe serieus neem ik, nemen wij de eeuwigheid?’ 

Meister Eckhart noemt de eeuwigheid ‘eeuwig nu’. Om hiermee contact te maken moeten we ons losmaken van onze in tijd verlopende, hardnekkige pogingen om identiteit te zoeken in werkelijkheidsfragmenten.

‘Het komt er op aan innerlijk leeg en ontvankelijk te worden, in te keren in de zielsgrond. Hier in de grond, waar ‘de veelheid van de tijd’ geen vat op heeft en tijd en eeuwigheid samen vallen, ‘is het middel zwijgen’, aldus Eckhart.’  

Voor Kierkegaard is de eeuwigheid veel dichterbij dan vaak gedacht wordt en wel in de concrete werkelijkheid van alledag. De sprong in het geloof.

Geloof, hier dus nadrukkelijk niet begrepen als een ‘naïef vasthouden aan een ingebeelde God’ zoals zelfverklaarde atheïsten het nog wel eens willen duiden, maar als uitdrukking van een existentiële stap, een zelfverhouding die moed vraagt: ‘Als ik mij tot mijzelf verhoud, dan ontmoet ik als eindig-oneindig mens mijn grond. Dit is niet datgene wat ik zonder meer en in alle concreetheid ben, maar dat wat ik in diepste grond ben. En deze grond is het eeuwige.’

Zie: Over de grond van de ziel – Daar waar de mens geworteld is in het eeuwige

Illustr: 5thdimensionhealing.com

welmoedvlieger

Welmoed Vlieger heeft Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte gestudeerd. Zij is freelance-docent/publicist en verzorgt trainingen, workshops en lezingen. Zij was tot voor kort voorzitter van de Vrije Gemeente Amsterdam en volgt momenteel het seminarie aan het OVP te Bilthoven. welmoedvlieger.nl

(foto: mijnzinweb.nl)

Joep de Hart (SCP): ‘Vooralsnog geen spirituele revolutie’

lege-kerk1

De opkomst van een spiritueel milieu dat maar ten dele overlap vertoont met dat van de kerken en de traditionele christelijke godsdienstigheid, lijkt te wijzen op een deïnstitutionalisering van de religie. ‘Zelfspiritualiteit’ – de overtuiging dat de zin van het leven ligt in de ontdekking van je ware ik, je authentieke zelf – lijkt een kernelement van veel hedendaagse spirituele belangstelling. Aldus SCP-onderzoeker Joep de Hart in het rapport Geloven binnen en buiten verband, godsdienstige ontwikkelingen in Nederland, mei 2014.

‘Staat het Nederlandse christendom (om met Max Weber te spreken) ‘een duistere poolnacht van ijzige duisternis en hardheid’ te wachten? Of gaat het hier toch vooral om een afname van de hang naar dogmatische waarheden en leerstelligheid, een toename van de vrijzinnigheid? Verdwijnt het geloof slechts als ‘eene van buiten geleerde les’ (Busken Huet) en wordt het meer een kwestie van bewuste keuze?’ (SCP, 92)

Volgens de Britse sociologen Paul Heelas en Linda Woodhead, aangehaald in het rapport, gaat zelfspiritualiteit, de ‘lingua franca van new age’, een gouden toekomst tegemoet. Zij spreken de verwachting uit dat het holistische milieu een ‘spirituele revolutie’ zal bewerkstelligen als de kerken in het huidige tempo blijven leegstromen. Er gloort een nieuwe dageraad voor religie en die heet zelfspiritualiteit.
Echter, volgens De Hart – die niettemin een grotere populariteit van zelfspiritualiteit verwacht – bieden voor de veronderstelling van een ‘spirituele revolutie’ waarbij de oude religie plaatsmaakt voor alternatieve spiritualiteit, de geanalyseerde gegevens vooralsnog geen steun. Vooralsnog … komt het er uiteindelijk wel van? 

‘De afgelopen 50 jaar is de onkerkelijkheid onder de jeugd voortdurend toegenomen, maar sinds 10-15 jaar ook het percentage dat met enige regelmaat ter kerke gaat. Het doet denken aan een uitspraak van Karl Mannheim: ‘De jeugd is naar haar aard progressief noch conservatief, maar wel is zij bereid elk nieuw begin te steunen.’ (SCP, 120)

Wordt de spirituele revolutie wellicht gehinderd door de toegenomen kerkbinding en hang naar kerkelijke dogma’s onder de (vooral protestantse) kerkjeugd? Een verschuiving die volgens De Hart ingaat tegen de meer algemene secularisatietendens. Onder de tweede generatie allochtonen nam het moskeebezoek (sinds 2004) toe. Klinkt allemaal inderdaad niet als revolutie.

‘De hoofdvraag die in de inleiding van dit rapport werd opgeworpen luidt: hebben de ontkerkelijking en afbrokkeling van het traditionele christelijke geloof zich verder doorgezet? Daarop kan alleen maar bevestigend worden geantwoord.’ (SCP, 119)

Vier op de tien Nederlanders omschreven zichzelf (in 2010 en 2012) als op zijn minst een enigszins ‘spiritueel’ mens. Mensen die zeggen uitgesproken ‘religieus’ te zijn, noemen zichzelf ook ‘spiritueel’. Sommige christelijke gelovigen en kerkleden staan sceptisch tegenover spiritualiteit, anderen combineren hun geloof met belangstelling voor spiritualiteit.

‘Spirituele belangstelling is geen surrogaat voor godsdienstig geloof en kerkelijke deelname. Sommige aspecten blijken voor veel kerkleden goed te combineren met traditionele christelijke godsdienstigheid, bij andere aspecten kan gesproken worden van een nieuwerwetse belevingswereld, waarin andere dingen worden nagestreefd dan in het oude geloof, van een modernisering, een bij de tijd brengen van het geloof.’ (SCP, 115)

Er is volgens het rapport in sterke mate sprake van eclecticisme (waarbij geput wordt uit uiteenlopende levensbeschouwelijke bronnen, binnen en buiten de westerse tradities); …

‘… religiositeit is voor veel hedendaagse geïnteresseerden verbonden met zoekgedrag en bereidheid tot experimenteren. De moderne houding tegenover religie en spiritualiteit wordt verder gekenmerkt door dynamiek, een openheid voor verandering en nieuwe indrukken, waarbij de religieuze denkbeelden en praktijken er veelal per levensfase anders uit zien.’ (SCP, 114)

Dit klinkt hoopvol voor de ‘spirituele revolutie’. Een sterke gerichtheid op de innerlijke ervaring als zingevingsbron (‘zelfspiritualiteit’) bleek in het onderzoek vooral karakteristiek voor Nederlanders die zichzelf als spiritueel definiëren onder uitsluiting van een verwijzing naar religie. Misschien dat die ‘spirituele revolutie’ toch niet meer zo ver weg is? Zeker als je spiritualiteit beschouwt als in een van de conclusies in dit rapport:

‘De mening dat je de zin van het leven moet vinden in je unieke innerlijke ervaring en het ontwikkelen van je eigen vermogens is wijdverbreid onder de Nederlandse bevolking. Bijna negen op de tien Nederlanders is het daarmee op zijn minst enigszins, meer dan vier op de tien zelfs in hoge mate eens.’ (SCP, 12)

Zie: Geloven binnen en buiten verband

Foto: creatov.nl

2014_10_Geloven.inddSCP-publicatie 2014/10, Geloven binnen en buiten verband – Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland | Den Haag | Sociaal en Cultureel Planbureau | april 2014 | ISBN 978 90 377 0636 9 prijs € 22,50. Op basis van onderzoek dat tijdens een reeks van jaren is uitgevoerd, wordt de balans opgemaakt van religie en spiritualiteit in Nederland, van geloven binnen en buiten kerkelijk verband. De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)-boekhandel of te bestellen via de website: www.scp.nl.

God en de absolute grens van de werkelijkheid


UITGELICHT (2014) – We doen de werkelijkheid tekort als we die logisch benaderen. – Religiefilosoof Jan-Auke Riemersma gooit muren omver om aan te tonen dat de wereld er heel anders uit kan zien. Hij gaat voorbij het logisch nulpunt en stelt uiteindelijk dat we niet hoeven te twijfelen aan het bestaan van God. ‘Als de wereld geen logisch nulpunt heeft, dan betekent dit dat zelfs de meest absurde denkbeelden deel uitmaken van de werkelijkheid.’ 

En als alles mogelijk is, dan hoeven we niet te twijfelen aan het bestaan van God: het bestaan van God is dan ook ‘gewoon’ mogelijk’

‘In deze voordracht hoop ik te kunnen laten zien dat men echter wél een waarachtig gelovige kán zijn, zonder dat men daarom als lichtzinnig of dwaas moet worden versleten. (…) Kortom, het is mogelijk om waarachtig te kunnen geloven. Maar dan is het zelfs onredelijk om niet te geloven!’
(J-A R)

Het ontbreken van absolute grenzen verklaart mooi waarom wetenschap met de dag ingewikkelder en exotischer wordt, stelt Riemersma – alias De Lachende Theoloog – in zijn voordracht De onlogische God, voor de Groningse studentenvereniging GSV. Hij vertelt dat het met iedereen slecht afloopt; dat het comfort van het dagelijks leven tijdelijk is. Niet gek dus, dat mensen – om met Nietzsche te spreken – gedreven worden om te ontkomen aan hun natuurlijke staat. Een ter dood veroordeelde gevangene speurt volgens Riemersma in zijn cel ook naar zwakten in de muur om te ontsnappen.

‘Buiten de logische graad is er niets meer. Wat logisch niet mogelijk is, bestaat eenvoudigweg niet. Logisch onmogelijk is absoluut onmogelijk. Dus die buitenste logische grens is, volgens vrijwel alle filosofen, de ABSOLUTE GRENS VAN DE WERKELIJKHEID.’ 
(J-A R)

jan-auke riemersma

Jan-Auke Riemersma (foto: j-ar, 2014) vraagt zich af waarom filosofen en wetenschappers veronderstellen dat er zoiets bestaat als een logisch nulpunt. Er zijn volgens hem geen dwingende redenen om te denken dat er een logisch nulpunt is. Religiefilosofen dienen dit logische nulpunt dan ook snel af te schaffen als maat voor wat mogelijk en onmogelijk is.

Ons denken over de werkelijkheid ontspoort volledig als we het logisch nulpunt niet in stand houden. Maar is dat een goede reden om te geloven dat de werkelijkheid een logisch nulpunt heeft? Uiteraard niet.’
(J-A R)

De mens gelooft dus in dat absolute logische nulpunt omdat hij niet in staat is te begrijpen hoe de wereld achter de logische ordening eruit ziet. Maar als het logisch nulpunt niet bestaat, zegt Riemersma, dan kunnen zelfs strijdige denkbeelden bestaan (en dat is voor ons tamelijk absurd). Het betekent dat we geen enkele mogelijkheid meer kunnen uitsluiten. ‘De kat is dood en niet dood, de kat leeft en leeft niet.’ Ook stelt hij dat de wetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid niet zal stuiten op absolute grenzen; het ontbreken van zulke absolute grenzen verklaart zelfs mooi waarom wetenschap met de dag ingewikkelder en exotischer wordt.


Tijdens de lezing van De onlogische God door Jan-Auke Riemersma (2014)

‘En als alles mogelijk is, dan hoeven we niet te twijfelen aan het bestaan van God: het bestaan van God is dan ook ‘gewoon’ mogelijk.’
(J-A R)

Groningse studentenvereniging GSV : GSV

Illustr: some-time.nl
Update juli 2025 (Lay-out, links)

‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’

Mijn God, waarom heb je mij verlaten?’ Volgens de Ierse theoloog Peter Rollins werd in deze schreeuw van Jezus aan het kruis hij voor een moment atheïst. ‘Hij ervaart dat er geen God is.’ Toch zegt Rollins dat verlaten worden door God de ‘fundamentele manier is om in de tegenwoordigheid van God te komen’. Klinkt nogal cryptisch en helemaal als Rollins doorredeneert: Jezus is God, dus God wordt door God verlaten.

peterrollins

Kan het raadselachtiger? Moet je theoloog zijn om Rollins’ redenering te kunnen volgen? Theoloog en publicist Jean-Jacques Suurmond verwees 15 april naar hem in Trouw, in de column God wordt atheïst. (Digitaal is dit – naast een abonnement op (de digitale) Trouw – te lezen op Blendle (beta) dat 28 april definitief van start gaat.) Peter Rollins (foto: cip.nl) is verbonden aan de emergent church, losse christelijke gemeenschappen die niet zozeer opkomen uit de gevestigde kerken maar uit de hedendaagse seculiere cultuur.

Verworpen door zijn vrienden, verraden door de religieuze gezagdragers en gekruisigd door de politieke leiders, verliest Jezus niet alleen alles wat een bodem onder je bestaan legt en het gevoel geeft dat het leven zinvol is. Hij verliest veel meer dan dat: God die de oorsprong is van alle vriendschap en religieuze en politieke structuren. Die God sterft in de afgrond van Goede Vrijdag. Op vreemde wijze opent dit de weg naar nieuw leven.’  (Peter Rollins)

gijzultzijnalsgoden

Deze en andere variaties op de uitleg van Rollins over de woorden ‘Mijn God, waarom heb je mij verlaten?’ hoor je vaker. Over Jezus’ woorden schreef ik eerder een blog. Daarin liet ik psychoanalyticus Erich Fromm (1900 – 1980) aan het woord. Hij geeft een meer historische uitleg vanuit de joodse traditie.

Fromm vroeg zich af hoe het te verklaren is dat de meeste christelijke theologen het idee aanvaarden, dat Jezus stierf met woorden van wanhoop op de lippen, in plaats van te onderkennen, dat Hij bij het sterven psalm 22 reciteerde. Fromm had er geen vrede mee en ging op onderzoek uit. Veel martelaren waren er immers geweest, die in vol vertrouwen en zonder een spoor van wanhoop gestorven waren.

Fromm vond het antwoord. Want wat bleek? In de joodse traditie is het tot op de dag van vandaag de gewoonte om de boeken van de Pentateuch (of de Thora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd.

En dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

slide1

Bron: Erich Fromm (foto: erichfromm.de), Psalm 22 en de lijdensgeschiedenis, in: ‘Gij zult zijn als goden’ – een humanistische interpretatie van het Oude Testament, Bijleveld, Utrecht.
Zijn talloze boeken zijn het lezen bijzonder waard.

Zie ook: Jezus, toch jubelend aan het kruis

Foto: parochiedinther.nl

‘Verwetenschappelijking gevaar voor geloof’

ikdenkdusikgeloof
‘We moeten weer terug naar de kinderlijke onbevangenheid, alleen dan kan er nog toekomst zijn voor het christendom in het westen.’ Aldus D. Koole in het artikel Kerk moet weer leren geheimen te spellen. Terug naar de onbevangenheid waardoor dominees en priesters het volk, dat veelal laag opgeleid was en weinig wetenschappelijk inzicht had, konden bespelen? En dan weer op de kansel orakelen over de geheimen van God en zo het volk kinderlijk klein houden, opdat zij God vrezen?

‘Wij hebben geleerd en aangewend de werkelijkheid die zich aan ons voordoet uit te pluizen en onze waarnemingen te objectiveren. Dat is uitgangspunt van ons denken geworden, wat heeft geleid tot het doorbreken van mythologische en theologische kaders. Wij zijn meesters geworden in het ordenen van kennis en in het beschouwend denken.’ (D. Koole)

Het artikel van een ouderling in het Reformatorisch Dagblad geeft te denken. Je hebt eerst de neiging om ‘onzin!’ uit te roepen, maar aan de andere kant is de verwetenschappelijking die Koole ziet, misschien wel de oorzaak ervan dat mensen het zicht verliezen op de mystieke en spirituele kanten van religie. En meegaan in het valse idee dat de wetenschap steeds weer bewijst dat God niet bestaat of niet nodig is.

‘Te hopen is dat allereerst in de plaatselijke gemeenten, maar ook in de andere verbanden van het brede kerkelijk leven, de door hoogmoed, zelfgenoegzaamheid, eigenzinnigheid en puur intellectualistisch denken aangekoekte en vastgeroeste denkbeelden worden doorbroken.’ (DK)

Het is wel gek om te lezen dat iemand van de kerk tekeer gaat tegen vastgeroeste denkbeelden. Die kwamen nog niet zo lang geleden eerder van de kansel dan van de wetenschap.

‘Anders gezegd: zijn wij in de kerken door ons denken niet zodanig versteend dat de diepste waarheden van het geloof geen kans meer krijgen om in ons leven door de werking van de Heilige Geest werkelijk tot gelding te komen?’ (DK)

De wetenschap doet echter juist zijn best om vastgeroeste denkbeelden te doorbreken met steeds weer nieuwe inzichten. Filosofen als Emanuel Rutten krijgen het zelfs voor elkaar om op wetenschappelijke wijze God juist terug te halen vanonder de onttoverende seculiere deken die religie tracht te smoren.

‘Wanneer de hoog ontwikkelde systematische wetenschapsbeoefening op het terrein van het geloof in het Westen zich niet mengt met de milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken en waarin zo veel ruimte wordt gelaten voor het besef dat de Heere ons bij veel zekerheden toch ook nog veel te raden heeft overgelaten, dan kan het niet anders of men komt in de kerk voortdurend met elkaar in aanvaring.’ (DK)

Er is duidelijk werk aan de winkel voor de kerken om die ‘diepste waarheden van het geloof’ terug te geven aan de gelovigen in plaats van uit armoe de schuld te leggen bij de verwetenschappelijking. Dat betekent wel dat de geestelijkheid het volk vooral de mystiek en de spiritualiteit leert, de dogma’s en de starheid van religie voorbij. Spréék dan vanaf de kansel – of liever nog via de (sociale) media – over die gewenste ‘milde oosterse wijsheid waarvan heel het Woord van God is doortrokken’. Voordat de laatste gelovige de kerkdeur achter zich dichtsmijt.

Zie: Kerk moet weer leren geheimen te spellen