
‘Hoe spreek je de Grond van het Zijn aan? Welke beleefdheidsvormen hanteer je bij het oneindige Absolute waarvan eenieders contingente bestaan afhangt?’ Dit vraagt Maarten Boudry zich af in het opinieartikel Het magische drieletterwoord in Trouw, waarin hij tracht uit te zoeken wie of wat God is. ‘Bestaat God? Nou, dat ligt eraan. God is wellicht dood, maar ‘God’ is onsterfelijk.’
‘De vraag lijkt eerder: hoe ver kunnen we de definitie van ‘God’ oprekken en vervormen, zodat we aan ‘Zijn’ bestaan kunnen blijven vasthouden?’ (MB)
Maarten Boudry, filosoof en auteur, verbonden aan de universiteit van Gent, jongleert eindeloos met ‘God’, met het woord dan; zoekt omschrijvingen. En zo heeft hij het over ‘Hij die is wie Hij is’; een bovennatuurlijk wezen met menselijke emoties en gedachten; een onpersoonlijke kracht die de wereld stuurt en vormgeeft; een verpersoonlijking van het goede tussen mensen of Mysterie van het bestaan. (Foto: blog.newhumanist.org.uk)
En hij vraagt zich af of God dood is, of het eraan ligt wat we met God benoemen. Boudry verwijst naar het ontologisch Godsbewijs: een wezen dat niet bestaat, is minder perfect dan een wezen dat wel bestaat. Hij verwijst ook naar Paul Tillich die stelde dat God niet bestaat, maar het Zijn zelf is. Al met al vindt Boudry dat al die omschrijvingen van God slechts leiden tot gekrakeel tussen atheïsten en gelovigen.
‘De nieuwe lichting atheïsten staart zich blind op infantiele godsbeelden waar niemand nog geloof aan hecht. Dat partijtje schaduwboksen moet ophouden.’ (MB)
En zo gaat Boudry nog een tijdje door. Totdat hij zich afvraagt of God bestaat. En dan zijn we weer terug bij bovenstaand citaat waarin Boudry stelt dat God wellicht dood is, maar ‘God’ onsterfelijk.
Blogger Stan Verdult reageert hierop in zijn Spinozablog De schepping van God door de mens. Boudry zegt niets over Spinoza, dus doet Verdult dat, en stelt dat God eeuwig heeft bestaan, zoals de filosofen aannemen; in ieder geval ging Spinoza daarvan uit. (Foto: spinoza.blogse.nl)
‘God, oftewel een substantie die uit een oneindig aantal attributen bestaat die ieder de eeuwige en oneindige essentie uitdrukken, bestaat noodzakelijk.’ Ontken dit maar eens, stel u dan voor (als u dat kunt) dat God niet bestaat. Dan zou zijn essentie dus niet het bestaan inhouden, wat een absurde gedachte is. Dus bestaat God noodzakelijk. En dat vormt dan Spinoza’s voornaamste bewijs.’ (SV)
Verdult eindigt met de opmerking dat Boudry’s essay door Trouw geïllustreerd werd met de bekende afbeelding van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel dat naar de titel luistert: De schepping van Adam. Die titel zou volgens hem toch langzamerhand wel eens getransformeerd mogen worden in: De schepping van God door de mens. En dat deed hij.
Zie:
* Het magische drieletterwoord – (Maarten Boudry in Trouw) via Blendle (25 ct)
* De schepping van God door de mens (Stan Verdult)
Illustr: Michelangelo








