Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net

‘Grandioze visie in het evolutionair denken’

HIRES_NaturalHistoryMuseum_PictureLibrary_CMYK

In zijn essay Thuis in de kosmos laat godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt. ‘Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’ Dan komen we natuurlijk Darwin tegen, en het ‘Epos van Evolutie’, en komen we via de evolutie van het heelal, evolutie van het leven op aarde en die van de mens, uit bij de mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn en een thuis voor God. 

Darwin laat volgens Smedes zien hoe de evolutietheorie raakt aan levensbeschouwing en dat is precies wat Smedes zelf ook raakt. Het komt mij voor dat hij (mede) daardoor dit essay heeft geschreven. De evolutietheorie beschrijft en verklaart de ontwikkeling van het leven op Aarde, stelt Smedes. Bij de filosoof en theoloog komen – hoe kan het ook anders – filosofische en theologische vragen op door zijn ontmoeting met de wetenschappelijke evolutietheorie.

Door de evolutietheorie is de mens zichzelf gaan zien als een specifieke diersoort. De evolutietheorie levert interessante feiten op, maar waar we ons leven vooral door laten bepalen zijn de implicaties daarvan: wat betekent het allemaal?’

Smedes wordt geïnspireerd door, wat religieuze naturalisten en sommige wetenschappers noemen, het ‘Epos van Evolutie’: een zingevend en zinstichtend verhaal. Deze natuurwetenschappelijke geschiedenis van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde toont aan hoe alles met alles samenhangt, op een wijze die bij de schrijver niets minder dan een haast mystieke ervaring uitlokte. In dit essay wordt het ‘een verhaal met een verrassende twist, want de mens speelt misschien helemaal niet zo’n kleine rol in het geheel als vaak wordt gedacht…’

In het kort vertelt Smedes het natuurwetenschappelijk verhaal: over de oerknal, de eerste sterren. Hij vertelt beeldend dat het metaal van de trein waarin je zit, ooit lang geleden in de sterren is gevormd en door een supernova-explosie het heelal in werd geslingerd. En dat het later op Aarde begon te regenen: de hemelsluizen gingen open. En dat de oudste sporen van microscopisch leven van zo’n 3,5 miljard jaar geleden dateren, of misschien nog ouder zijn.

Dan gaat het over de evolutie op Aarde. Darwin komt er weer bij: hij accepteerde het idee van ‘ontwerp’ in de natuur, het idee van functioneel georganiseerde eigenschappen.

Er was dus ontwerp, maar een bovennatuurlijke Ontwerper was niet langer nodig. Dat was een tamelijk dramatisch inzicht. En dat is het voor veel gelovigen nog steeds, getuige de telkens weer opduikende pseudowetenschappelijke ideeën van bijvoorbeeld creationisten, die pogen om de evolutietheorie in diskrediet te brengen en een bovennatuurlijke, goddelijke Ontwerper als alternatieve verklaring voor biologisch ontwerp te geven.’

De auteur stelt dat de mens niet van de aap afstamt (‘zoals vaak wordt gedacht, alwéér een mythe’), maar dat mens en chimpansees een gemeenschappelijke voorouder hebben, een mensaap die tussen de vier en zeven miljoen jaar geleden op Aarde rondliep. Het idee van een gemeenschappelijke voorouder blijkt echter nog veel dieper te gaan: alle leven op aarde heeft een gemeenschappelijke voorouder.

In het ongrijpbaar diepe verleden van het leven op Aarde is ooit een eencellige geweest die de voorouder is geworden van alle leven. Het gras in de tuin, de boom in het bos, de slak op het blad, de spin voor het raam, de zebra’s, giraffen en olifanten op de Afrikaanse savanne… Al het leven op Aarde komt samen en is aan elkaar verwant door die ene eencellige die ooit, lang geleden, het eerste leven op Aarde was. Dat feit alleen al wekt diepe verwondering.’

Dan de evolutie van de mens. Dat de mens van een aap afstamt, is strikt gesproken onjuist, zegt Smedes weer en voegt er olijk aan toe:

Maar als we het wezen waar uiteindelijk ook de mens uit voortgekomen is, vandaag op straat zouden tegenkomen, dan zouden we het eerder in de dierentuin plaatsen dan in een gemeubileerd appartement.’

De mens blijkt ineens een soort te zijn – homo sapiens – met een heel eigen geschiedenis.

En dan niet een geschiedenis die slechts 6000 jaar geleden begon bij de schepping van Adam en Eva door God, maar een geschiedenis die onvoorstelbaar ver teruggaat en verstrengeld is met de geschiedenis van het leven op de Aarde, en uiteindelijk zelfs ligt ingebed in de geschiedenis van het heelal.’

thuisindekosmos

Drie krenkingen van de mens, noemt Smedes als hij naar Freud verwijst. Een kosmologische: het narcistische idee dat de mens het middelpunt van het heelal zou zijn. En een biologische: de mens blijkt niet anders of iets meer dan een dier. En een psychologische: de innerlijke vrijheid van de mens blijkt een illusie. Als klap op de vuurpijl onttoverde de wetenschap ook nog eens de kosmos en vindt de mens zich eenzaam terug te midden van het nihilisme.

Zin en betekenis worden niet langer gevonden of ontdekt. Het heelal blijkt een koude plek, zinloos, gevoelloos en doelloos opererend. En wij doen er vanuit kosmisch perspectief niet toe. Het heelal maalt niet om onze aanwezigheid.’

De mens vindt geen zin en betekenis meer, stelt Smedes, maar moet die zelf creëren. Hij verwijst naar Blaise Pascal die schreef: ‘De eeuwige stilte van deze eindeloze ruimte vervult me met angst.’ Maar, en nu wordt het interessant, zegt ook Smedes, onze hele waardigheid ligt in het denken.

Fysiek moet ik in de kosmos mijn meerdere erkennen. Maar als het op denkvermogen aankomt, op reflectie en zelfbewustzijn, ja, dan heeft de mens het overwicht.’ (Pascal)

Bij Pascal blijft de mens de ontheemde, stelt Smedes, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt, maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. Tasmedes vraagt zich vervolgens af:

Hoe dan verder?’

(Wordt vervolgd)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Beeld: De Cambrische zee wemelde van nieuwe soorten dieren, zoals het roofdier Anomalocaris (midden). – Een evolutionaire uitbarsting van 540 miljoen jaar geleden vulde de zeeën met een verbazingwekkende diversiteit aan dieren. De trigger achter die revolutie komt eindelijk in beeld. (nature.com)

‘Jezus is bovenal een mythe’

jezus.rembrandt

‘Het christendom is een godsdienst, zoals andere en ook anders dan andere. Het heeft allereerst de kenmerken van alle godsdiensten: centraal staan mythen en riten.’ Dit schreef theoloog en filosoof Arne Jonges in zijn essay Redelijk geloven. Hierin stelt hij dat het meest wezenlijke van religie – of zou moeten zijn – is dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen.

Op 20 februari verscheen het nieuwste boek van Arne Jonges: Angst voor de mythe, waarin hij duidelijk wil maken dat we geen historische gegevens hebben over Jezus. De man uit Nazareth is bovenal een mythe.’ (VrijZinnig, maart 2018, tijdschrift van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP)

Jonges stelt dat het niet zo’n zin heeft om op zoek te gaan naar de historische Jezus, daar ieder Jezusbeeld niet meer zal blijken te zijn dan een creatie van de onderzoeker.

Maakt dit alles de betekenis van de verhalen minder belangrijk? ‘Nee’, zegt Arne Jonges. ‘Historische feiten hebben geen enkele relatie met geloofsfeiten.’ Als we tot ons door laten dringen dat de mythe over het heden en de toekomst gaat wordt de boodschap van de verhalen steeds actueler: van groot belang voor de mens van vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Gedurende eeuwen gold in onze wereld als definitie van een mythe ‘een verzonnen godsdienstig verhaal’. De Bijbelse verhalen golden echter als ‘echt’ in tegenstelling tot de mythen van andere godsdiensten. Door het ontstaan van het ‘historisch besef’ en de kritiek van de wetenschappen is men kritisch gaan kijken naar die verhalen: ‘Is dat wel zo?’.’

Noch de ‘echte’ Jezus, noch Petrus, noch Paulus kennen wij als personen; zij figureren in een mythische setting. Voor begrip van de teksten geldt: Niet het historische is van primair belang maar het mythische. Dit was al in de dertiger jaren de positie van Van den Bergh van Eijsinga in diens boek Leeft Jezus of heeft hij alleen maar geleefd?. De discussie die volgde ging echter vooral over de historiciteit…’ (Uit: Redelijk geloven)

Ook stelt Jonges in het essay dat er evenmin één beeld is van Jezus van Nazareth; we hebben verschillende geloofsuitingen over hem.

De Geschriften bevatten geen informatie over ‘bovennatuurlijke zaken’, ze tonen ons de neerslag van geloofsuitingen. Dit meervoud moeten we in stand houden en niet door een rationele gewelddaad tot een eenheid proberen om te vormen.’ (Uit: Redelijk geloven)

Volgens Jonges gaat het om geloofsuitingen van mensen, dus van de mensen die aan de wieg hebben gestaan en ook van hen gedurende eeuwen met verhalen van het christendom hebben geleefd.

Ze hebben geïnterpreteerd, gedachten toegevoegd, sommige geaccentueerd en andere buiten beschouwing gelaten. Cultuurelementen en folklore werden ermee verweven en zo kreeg het christendom op verschillende plaatsen ook een ander karakter.’ (Uit: Redelijk geloven)

angstvoordemythe
D
e echte Jezus, stelt Jonges in zijn nieuwste boek, vind je in het mythische verhaal en in de levende godsdienst. De mythe is de wieg van ons weten, want mensen zijn vertellende wezens. Een mythe is niet zomaar verzonnen. Mythes zijn verhalen die een leefbare wereld creëren.

In het boek Angst voor de mythe betoogt Arne Jonges dat in de Bijbel het ‘historische’ niet zozeer van belang is, maar het mythische. Het zijn de creatieve en inspirerende mythes, die een groep mensen tot een volk maken. De mythe gaat over vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Angst voorde mythe | dr. Arne Jonges | ISBN: 9789492421463 | 80 blz. | maart 2018 | paperback / gebrocheerd | € 12,95 

Zie: VrijZinnig – maart 2018

Beeld: Jezus door Rembrandt – (bijbelin1000seconden.be)

Christendom op bedevaart

degrotespiritueleshift
‘Zouden de christenen vanuit hun geloof als stelsel van geloofsstandpunten de reis kunnen maken naar een geloof dat zich uit als een liefdevolle manier van leven? Zou het christelijk geloof de bittere nasmaak van zich af kunnen schudden van kolonialisme, uitsluiting, veroordeling, hypocrisie en onderdrukking, en de zoete en voedzame smaak kunnen herwinnen van rechtvaardigheid, vreugde en vrede?’ Dit vraagt theoloog en pastor Brian D. McLaren zich af in het in april te verschijnen boek De grote spirituele shift. Het is hoognodig dat christenen in beweging komen.

Volgens Brian McLaren staat het christendom op een kantelpunt en definiëren steeds meer christenen zichzelf niet meer in termen van geloof, maar leven vanuit liefde.

Gelovigen identificeren zich steeds minder met georganiseerde religie en meer met het organiseren van religie: van het bouwen aan vrede tot het overwinnen van armoede en onrecht. Met virtuositeit en compassie nodigt Brian McLaren in De grote spirituele shift zijn lezers uit om gebruik te maken van het moment en de belangrijkste bedevaart van deze tijd te ondernemen: het christendom christelijker maken.’ (Uitgeverij Kok)

Eeuwenlang, zo stelt McLaren, is het christendom gepresenteerd als een stelsel van geloofsstandpunten, dat ten grondslag heeft gelegen aan een breed scala van onbedoelde consequenties, uiteenlopend van kolonialisme en grootscheepse milieuverontreiniging tot vrouwenonderdrukking, stigmatisering van lhbt’ers, antisemitisme, islamofobie, pedofilie door geestelijken en bevoorrechting door blanken.

Wat zou er gebeuren wanneer christenen hun geloof zouden herontdekken, niet als problematisch stelsel van geloofsstandpunten, maar als een rechtvaardige en ruimhartige manier van leven, die geworteld is in contemplatie en die wordt uitgedrukt in de vorm van compassie, die goedmaakt wat hij heeft misdaan, en die gewijd is aan liefdevolle gemeenschap onder alle mensen?’ (Uit: De grote spirituele shift)

Eeuwenlang ook, zo stelt de theoloog, heeft het christendom zichzelf gepresenteerd als een ‘georganiseerde religie’: een instituut of een groepering van instituten, met een aversie tegen verandering, een instituut dat een tijdloos stelsel van geloofsstandpunten beschermde en bevorderde dat al in de tijd van onze verre voorvaderen volledig is vastgelegd.

Wat zou er kunnen gebeuren wanneer we gaan inzien dat het een ‘georganiseerde religie’ is die alle instituten uitdaagt (inclusief zichzelf) om te leren, te groeien en rijper te worden, in de richting van een diepere duurzame visie op verzoening met God, met het ik, met de naaste, met de vijand en met de schepping?’ (Uit: De grote spirituele shift)


Dezer dagen delen miljoenen onder ons (katholieken, evangelicals, mainstreamprotestanten en orthodoxe gelovigen) een gevoel dat we zelden onder woorden brengen: we zijn bezorgd dat het ‘merk’ van het christendom zo is aangetast dat velen onder ons het nauwelijks meer durven gebruiken. Of we nu vooral conservatief, progressief of gematigd zijn, of we nu geestelijken zijn of leken, oud of jong: steeds meer mensen uit ons midden voelen aan dat er een betere manier moet bestaan om christen te zijn. (Uit: De grote spirituele shift)


brianmclarenBrian D. McLaren (foto: nieuwheilig.nu) is auteur van meerdere boeken, een spreker, activist en publieke theoloog. Hiervoor heeft hij lesgegeven in Engelse literatuur aan de universiteit en werkte hij ernaast als pastor. Hij is de advocaat van een nieuwe vorm van christendom, die zich richt op eerlijkheid, liefde voor andere mensen en samenwerking met andere geloven.

De grote spirituele shift – Christendom in beweging | Uitgeverij Kok | Paperback / softback | 288 pagina’s | ISBN: 9789043529280 | Verschijnt 10-04-2018 | € 22,99

Pleidooi voor radicale godgeleerdheid

weneedtotalkgod

‘Misschien moeten we er als theologen mee ophouden! Misschien heeft de koningin der wetenschappen zichzelf opgeheven door – zij het niet zonder tegenzin – de weg naar de wetenschappen open te leggen.’ Dit zegt systematisch theoloog Josh de Keijzer in zijn essay op de site The End of God. Theologie moet in deze tijd radicaal publiekelijk worden, radicaal seculair en radicaal marginaal. ‘Theologie is niet bedoeld voor de Kerk maar voor de wereld’.

Gelet op de huidige situatie is het misschien nodig te stellen dat de theoloog haar arbeid moet verrichten etsi ecclesia non daretur (d.w.z. alsof er geen Kerk is). Maar als de theoloog dan een eenzame roepende is in de woestijn dan is daar het begin, misschien, van een nieuwe Kerk. Het is op deze manier van binnenstebuiten gekeerd zijn dat theologie radicaal publiekelijk moet worden én radicaal seculair én radicaal marginaal.’

De Keijzer stelt dat het niet de bedoeling van theologie is om zich te verhullen met een dekmantel van wazigheid of een web van rituelen, maar om te communiceren.

Theologie mag zich dan in een crisis bevinden, ontworteld zijn, academisch in het nauw zijn, maar er is nog steeds een doorgaande bezinning op de boodschap en betekenis van De Gekruisigde. Dat symbool is nimmer uitgeput. En theologie dient daar verantwoording over af te leggen en het symbool van de Christus opnieuw te interpreteren voor een seculaire maatschappij die bedreigt wordt door religieus extremisme, populisme, potentiële ecologische vernietiging, en kapitalistische uitbuiting.’

Ook vindt de theoloog dat theologie radicaal post-religieus moet zijn omdat het religieuze discours in onze maatschappij een relikwie is van een voorbije tijd, gekenmerkt door truttigheid en burgerlijke betutteling allemaal in naam van een fictieve godheid.

Om deze manier van denken tegen te gaan moeten de symbolen van het christelijk geloof hertaald worden. Te pas en te onpas zal duidelijk moeten worden gemaakt dat waar de theoloog over spreekt het hart raakt van de belangrijke discussies die gevoerd worden over euthanasie, vluchtelingenproblematiek, technologie en economie.’

Theologie moet ook radicaal marginaal zijn, meent De Keijzer, omdat de Kerk de afgelopen 1700 jaar zich voornamelijk bezig heeft gehouden met zelfverrijking, oorlogen, en machtspolitiek. Alleen door exclusief plaats te nemen in de marge, kan de theoloog laten zien dat het menens is. De Keijzer vindt het dan ook essentieel dat de theologische discours radicaal gericht is op daar waar het in deze wereld om draait: de marge.

Daar waar de onderdrukte is, de uitgebuite, de verschopte en verstotene, daar is De Gekruisigde. De marge wordt zo het nieuwe centrum van de theologie in solidariteit met hen die zich daar bevinden en in navolging van de God die stervende is aan een kruis. Juist de stervende god is het symbool dat de dood van god weerspreekt, omdat het een solidair sterven is, een actief zichzelf weggeven ten behoeve van anderen, i.p.v. door irrelevantie uitgeveegd te worden.’

god@nakedpastor
D
e theoloog vindt dat theologische discours nooit meer post-religieus kan zijn dan wanneer het zegt en naleeft dat de ware liefde van God het compromisloze Nee is tegen het economische en politieke geweld dat in deze wereld plaatsvindt.

Dan kan het kruis weer verstaan worden als een sprekend en werkzaam symbool dat opgericht werd om slachtoffers en overtreders, onderdrukten en onderdrukkers van zichzelf te verlossen en met elkaar te verzoenen.’

Een theologie die moeilijk thuis is in het academische omdat het doel niet wetenschappelijke kennis maar liefde en gerechtigheid is, vindt de theoloog.

Dit is een theologie die maar moeilijk thuis is in de Kerk, niet alleen omdat de Kerk haar opaciteit grotendeels verloren is, maar ook omdat dit profetische theologie is die de Kerk aan haar naar buiten gerichte taak herinnert. Maar wanneer theologen hun theologische taak serieus opvatten, kan er toch nog iets nieuws ontstaan, waarbij er opnieuw sprake is van een levende Kerk en een academische wereld die bij theologen te rade gaan voor bezielende inspiratie.’ 

Zie: Theologie in de 21ste eeuw: de taak van een discipline in het nauw

Beeld: Toen orkaan Charley medio augustus 2004 in Florida toesloeg met 150 km per uur en borden omver gooide, bomen ontwortelde en duizenden huizen vernietigde of onbewoonbaar achterliet, overleefde één billboard op Sand Lake Road in Orlando de aanval relatief ongedeerd. De storm vernielde de meest recente reclameboodschap op het bord en onthulde in plaats daarvan een advertentie van een eerdere campagne. (snopes.com)

Cartoon: ©nakedpastor