Vier tegenwerpingen godsbewijs Emanuel Rutten


Inmiddels hebben de lezers wel recht op tegenargumenten op het vermeende godsbewijs
 van filosoof Emanuel Rutten. Zelf noemt hij het een argument, geen bewijs. Tegenwerpingen, met Ruttens antwoord erop. Een afdoende tegenwerping lijkt nog niet gevonden, ook al klinken de vele reacties op mijn blogs plausibel. Het wachten is op een objectie die wel hout snijdt. Het schijnt dat je dan de premisses van Rutten zelf moet weerleggen.

Eerste tegenwerping
Objecties tegen het argument. Men zou allereerst kunnen tegenwerpen dat het ook onmogelijk is te weten dat God bestaat. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het noodzakelijk onwaar is dat God bestaat, zodat het argument faalt. Het is echter niet onmogelijk te weten dat God bestaat. Beschouw immers een mogelijke wereld waarin God bestaat. In deze wereld bestaat er wel degelijk een subject dat weet dat God bestaat, namelijk God zelf. Het is dus niet onmogelijk te weten dat God bestaat.

Tweede tegenwerping
Volgens een tweede objectie faalt het argument omdat, indien het argument correct zou zijn, eveneens zou volgen dat bijvoorbeeld eenhoorns, superman, het vliegende spaghetti monster of vliegende theepotten noodzakelijk bestaan, hetgeen absurd is. Neem het vliegende spaghetti monster. Uitgaande van een Cartesiaanse notie van kennis is het, aldus de objectie, onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. Geen enkel subject kan namelijk uitsluiten dat er zich niet toch ergens een vliegend spaghetti monster bevindt. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het vliegende spaghetti monster noodzakelijk bestaat, hetgeen zoals gezegd absurd is. Echter, het is helemaal niet onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat.

Beschouw namelijk een mogelijke wereld waarin God bestaat en waarin God besluit niets te scheppen, of waarin God besluit exact één causaal inert object te scheppen ongelijk aan een vliegend spaghetti monster. In deze mogelijke wereld is er wel degelijk een subject dat weet dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat, namelijk God zelf. Het is dus inderdaad helemaal niet onmogelijk om te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. En daarom is ook deze tweede objectie niet adequaat. Hetzelfde geldt natuurlijk voor gelijksoortige objecties gebaseerd op de vermeende onkenbaarheid van het niet bestaan van eenhoorns, superman, vliegende theepotten, enzovoort.

Derde tegenwerping
Een derde objectie vangt aan met de vraag waarom wij de Cartesiaanse notie van kennis, waarop het argument betrekking heeft, eigenlijk zouden accepteren. Er zijn toch ook vele andere noties van kennis? Bovendien kunnen wij, uitgaande van een Cartesiaanse kennis-notie, nooit weten dat de eerste premisse waar is. Het punt is echter dat wij zelf helemaal geen Cartesianen hoeven te zijn om uitspraken over instanties van Cartesiaanse kennis te accepteren. Vergelijk dit met het klassieke schoonheidsideaal. Wij hoeven zelf het klassieke schoonheidsideaal niet te omarmen om uitspraken over dit ideaal te accepteren. En inderdaad, ik beweer helemaal niet dat wij Cartesiaans weten dat de eerste premisse waar is. Ik beweer slechts dat de eerste premisse plausibel is. In elk geval plausibeler dan de conclusie dat God metafysisch noodzakelijk bestaat, en dat is voldoende voor het argument.

Vierde tegenwerping
Als vierde objectie kan men trachten onkenbare proposities te formuleren die mogelijk waar zijn, zoals “p en niemand weet dat p” of “Er zijn geen kenbare proposities”. Zulke tegenvoorbeelden kunnen echter vermeden worden door uit te gaan van een iets zwakkere formulering van de eerste premisse van het argument. Laat een K-wereld een mogelijke wereld zijn waarin ten minste één propositie gekend wordt. Laat verder een c-propositie een propositie zijn die een bepaalde concrete stand van zaken affirmeert dan wel ontkent. De zwakkere formulering van de eerste premisse, waarmee zoals gezegd de hierboven genoemde en andere soortgelijke tegenvoorbeelden vermeden worden, luidt dan als volgt: “Indien p een c-propositie is die waar is in tenminste één K-wereld, dan is p kenbaar”.

Klik hier voor de volledige openingstoespraak van Emanuel Rutten. (Onder aan het artikel ‘Emanuel Rutten verdedigt zijn godsbewijs’.) (Geloof en wetenschap)

Foto: Hubble photographed the oldest galaxy.

Gerelateerd:

VU-debat: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat

‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’

Atheïstische ketelmuziek op de Universiteit voor Humanistiek

Het klonk als ketelmuziek, het verbale lawaai dat filosoof Floris van der Berg, bestuurslid van de Atheistisch-Humanistische vereniging De Vrije Gedachte, maakte tijdens het symposium ‘Is godsdienst heilig aan de Universiteit voor Humanistiek’. Bijna stampvoetend, slecht articulerend, zinnen niet afmakend en van een hoog fundamentalistisch en dogmatisch gehalte dat hij nota bene religie verwijt. Van hem moest er niet zoiets bestaan als de Universiteit voor Humanistiek.

‘Psychologen en sociologen kunnen al doen waar die universiteit voor opleidt.’ Van der Berg vindt dat alle mooie dingen van religie niets te maken hebben met religie. Hij verwees naar de vorig jaar overleden hoogleraar wetenschapstheorie Ilja Maso en vond het een schandaal dat deze docent en ex-rector van de Universiteit voor Humanistiek (UVH) in God geloofde: dat heeft niets met wetenschap te maken. ‘Hallo, humanisten, wordt wakker!’ spoorde hij de zaal aan. Die zat 19 januari vol met studenten en andere belangstellenden voor de discussie over religie en humanisme. Hij vond het maar vreemd dat op de UVH wel ‘islamitische moslims’ komen, maar Paul Cliteur had hij hier nog niet gezien.

Stelling UVH:

‘Een humanisme dat de religie uitsluit is incompleet en dient gebaseerd te zijn op een integrerende alomvattende filosofie van de mens of wijsgerige antropologie. Religie heeft dan primair te maken met communicatie (Oude en Nieuwe Testament, Koran) en is, evenals filosofie, kunst en cultuur, wetenschap en politiek, een uiting van de diepste motieven van de mens en speelt zich af in het speelveld van de illusie, waarin geen absolute waarheid bestaat en alle godsdiensten gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Het atheïsme lijkt de wetenschap in te willen inhalen in het bestrijden van religie. Zowel uitgenodigde sprekers als mensen in de zaal betitelden religie als onzinnig, niet-rationeel en niet-constructief. Sommigen vonden dat er met gelovigen niet gepraat kan worden, ze geloofden immers in zoiets als vliegende theepotten en spaghettimonsters. Vooral Van der Berg vond geloven in God net zo bizar als geloven in kabouters. Hij vond ronduit dat je met die mensen niet kan praten. Hij kon niet meegaan met de gedachte, die ook geopperd werd, dat je anderen als mens kon zien met wat voor ideaal of levensbeschouwing dan ook en dan samen de handen ineen slaan voor een humane wereld.

Een humane wereld
Die laatste gedachten werden vooral verwoord door Christa Anbeek, universitair hoofddocent bestaansfilosofie aan de UVH. Zij zei dat wereldwijd mensen religies belangrijk vinden en dat het hun leven bepaalt. Het humanisme staat voor haar voor dezelfde uitdaging als religie. Daarom is dialoog nodig. Zij wil met agnosten, atheïsten, ietsisten en anderen de handen ineen slaan, op weg naar een humane wereld.

Harry Kunneman, hoogleraar sociale en politieke theorie aan de UVH, noemde het belang van het Atheïstisch Humanisme (AH) dat zich terecht verzet tegen religiositeit, dogmatisme en fundamentalisme. Hij noemde het AH een excentriek onderdeel van de humanistische stromingen.

‘Religie is een ziekte’
Van der Berg stelde dat het atheistisch humanisme het enige humanisme is. Hij vond godsdienst een valse belofte. ‘Religie is een ziekte.’ Iemand uit de zaal vond de stelling van Van der Berg zoiets als ‘mijn leer is de echte leer’, alleen maar gericht op inhoud, niet op relatie. Zo kwam de filosoof ook over: als eenling, geharnast in zijn eigen gelijk. Hij wil geen relatie met mensen die geloven.

‘Vloeken maakt vrij’
Anton van Hooff, voorzitter van de atheïstische vereniging De Vrije Gedachte (DVG), is voor het bespotten en belachelijk maken van religie. Vertelde over de posteractie ‘Vloeken maakt vrij! Wordt ook godvrij’, die wegens geldgebrek niet door kon gaan. DVG wil het atheïstisch humanisme bevorderen.

Menselijke vrijheid
Voor Peter Derx, hoogleraar Humanisme en Levensbeschouwing, is godsdienst aan de UVH niet heilig, maar mensen zijn dat wel. Hij wil godsdienst niet belachelijk maken, maar snapt mensen die geloven niet. Ook niet hoe God een rol speelt. Het gaat om levensvragen. En veel ervan zijn niet rationeel te beantwoorden. Menselijke vrijheid, daar gaat het om, die is belangrijk. Voor hem mag de vrijheid van godsdienst afgeschaft worden: die is al ondergebracht in de vrijheid van meningsuiting en vergadering. Hij ziet iemand die gelooft op de eerste plaats als mens.

Illustr: De poster waarmee De Vrije Gedachte (DVG) en het Center for Inquiry (CFI) hun atheïsmedag van 25 juni 2011 aankondigden, stuitte een aantal studenten tegen de borst. De afbeelding – een verbodsbord voor diverse wereldgodsdiensten – kon volgens hen niet door de beugel: je zag weer eens hoe dogmatisch de vrijdenkers in hun strijd tegen religie waren. Van hun kant waren de DVG-ers verbaasd dat juist aan een humanistisch opleidingsinstituut een stevige aanpak van het geloof verontwaardiging wekte. Bevestigde die reactie niet dat het daar maar een klef gedoe is? Wordt er daar aan de UvH niet te veel gesproken over spiritualiteit en zingeving?

Update 21 jan. 09.24 uur:
Zie ook De Lachende Theoloog: Vrijdenkers versus humanisten 

Brein Dick Swaab in debat met geest Herman van Praag


Hoogleraar neurologie Swaab gaat in debat en brengt daarbij alleen zijn brein in, zijn chemische fabriek. Neo-dualist Herman van Praag is zijn tegenstrever die behalve het brein zijn geest inzet. Immers, de mens is meer dan zijn brein. Of niet? Toch alleen maar materie en chemie? In het debat gaat het morgenavond in Utrecht erover hoe ons brein en onze geest zich tot elkaar verhouden. In de Jacobikerk om 20 uur.

Mensbeeld
Wij zijn ons brein,’ stelt Swaab. Heeft de man dan geen ziel, geen innerlijk leven, geen geest, zo vraag ik me af. ‘Het getuigt van een ontmoedigend mensbeeld,’ antwoordt psychiater Van Praag, auteur van o.a. God en Psyche (Ik hoop dan maar dat Swaab humor heeft, dan kan hij in ieder geval nog geestig zijn.)

In feite laat hij de geest onbeheerd achter. Voor mij zijn het afzonderlijke werelden. Wie nalaat dit helder te stellen, verarmt de mens. De menselijke geest is een uniek fenomeen, met een oneindige uitgestrektheid. Die geest heeft uiterst hoogstaande en wonderbaarlijke dingen voortgebracht: muziek, kunst, filosofie, literatuur. Als je suggereert dat dit alles tot materiële processen herleidbaar is, beledig je het geestelijke bestaan van de mens. (Van Praag)

Robot
Terwijl ik bovenstaand citaat overneem van het Nederlands Dagblad, zou ik volgens Swaab mij slechts overgeven aan mijn brein, die dit alles zelf doet opborrelen. Ik (mijn geest) komt er niet aan te pas, maar de materiële processen in mijn hoofd zijn zelf in staat een mening te vormen over wat Swaab allemaal in zijn brein fabriekt. Al die grijze cellen klonteren op zo’n manier samen dat ik de tekst ‘Brein Dick Swaab in debat met geest Herman van Praag’ produceer. Wonderlijk. Ik ben een robot die vanzelf woorden vindt die een bepaalde volgorde vormen. Ik hoef niet zelf te denken. Dat doet mijn brein buiten mij om, buiten mijn geest om.

Ziel
Snijdt dit laatste hout? Swaab zegt nog geen goede tegenwerping te hebben gehoord. Mijn brein gaat dan ook koken als mijn geest tegenwerpingen zoekt. Onmiskenbaar heeft Swaab een beter brein dan ik, maar waar zit zijn ‘onstoffelijke en uitgebreide’? Datgene wat de mens denkt, voelt en wil is toch een proces buiten (het brein van) de mens om? Is dat niet wat we juist de menselijke geest noemen, het zelf, onze ziel? Of is dat slechts, zoals Swaab formuleert: ‘het product van onze hersencellen’?

Wij zijn er dankzij ons brein. Wij zijn niet ons brein. Wij zijn veel meer dan ons brein. Wij zijn ook geest. Ieder van ons heeft, met behulp van het brein, een wereld opgebouwd ver verwijderd van het materiële en mechanische. Dat geschiedt op een manier die het brein te boven gaat. (Van Praag)

Morgenavond ga ik naar het debat tussen een geest/brein en een brein. Benieuwd naar de chemie tussen die twee…

Zie: Jacobidebat 18 januari – Identiteit, religie en het brein, wat bepaalt wie wij zijn

Illustr: human mind – visionair.nl

Vrijdenkers en humanisten in debat over…God!


Voltaire
was een vooruitstrevend humanist èn deïst die worstelde met het bestaan van God en het idee van het aardse paradijs. Een bekende uitspraak van hem was: ‘Als God niet had bestaan, zou hij uitgevonden moeten worden’. Atheïst dr. Floris van den Berg vindt het deïsme van Voltaire acceptabel. Volgens hem kunnen 
in die zin religie en humanisme samengaan. Is Van den Berg deïst?

Voltaire legde de nadruk op de rede. Dat doet Van den Berg ook. Voltaire wees alle vooroordelen, bovennatuurlijke en dogmatische verklaringen af. Van den Berg eveneens. Alleen is het wel zo dat Van den Berg van religie af wil. ‘Hoe komen we van religie af’, is dan ook de titel van een boek dat hij daarover schreef. Hij zou nooit een kerk oprichten, zoals Voltaire deed. Hij liet zelfs de tekst ‘Deo erexit Voltaire, Voltaire bouwde dit voor God’ erop aanbrengen. Toch was het paradijs voor Voltaire ‘de plek waar je bent’.

Goddelijkheid
Voor Voltaire was de waarde van de goddelijkheid van de mens zichtbaar door de manier waarop hij omgaat met zijn medemens. Zoiets zal Van den Berg ook wel menen. Hun ideeën lijken op de filosofie van de atheïstische dominee Klaas Hendrikse, die ongetwijfeld Voltaire goed heeft bestudeerd. Hoe dan ook, wellicht horen we Van den Berg zijn filosofie verduidelijken tijdens het debat ‘Is godsdienst aan de Universiteit voor Humanistiek heilig?‘.

Het debat wordt na een korte inleiding geopend door dr. Anton J.L. van Hooff, voorzitter van de Atheïstisch-Humanistische Vereniging De Vrije Gedachte en prof. dr. Harry Kunneman, hoogleraar Sociale en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek.
In de loop van de avond zullen zich ook prof. dr. Peter Derkx, dr. Floris van den Berg en drs. Wouter Kuijlman in de discussie mengen. Tijdens de diverse debatrondes is ruime gelegenheid voor de zaal om mee te praten.

Verontwaardiging
Het dogmatische van de vrijdenkers in hun strijd tegen religie en de verbazing van aanhangers van De Vrije Gedachte, dat juist aan een humanistisch opleidingsinstituut een stevige aanpak van het geloof verontwaardiging wekte, is de aanleiding voor dit debat.
Dat vindt plaats op donderdag 19 januari 2012 in zaal 1.40 van de Universiteit voor Humanistiek aan de Kromme Nieuwegracht 29 in Utrecht, 19.00 uur – 21.30 uur (aansluitend een borrel.)

Alle belangstellenden zijn van harte welkom. Je kunt je deelname voor deze (gratis) debatavond opgeven via dit formulier. 

Zie: ‘Zonder dialoog aan de goden overgeleverd’ (human.nl)

Bron: Voltaire (1694 – 1778) (Humanistische canon)

Illustr: raycomfortfood.blogspot.com  (‘Atheists, Voltaire, Morality and God’)

Massale rapportage van ongewone ervaringen


‘Uit enquêteonderzoek blijkt dat ongewone ervaringen massaal worden gerapporteerd. Mensen melden onder meer buitenlichamelijke ervaringen, helderziendheid, telepathie en voorschouw. Hoe reageren therapeuten, wetenschappers en filosofen? Hoe reageren de mensen die zulke ervaringen hebben, en met welke levensvragen brengen zij deze ervaringen in verband?’
– Het Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen organiseert op 9 december minisymposium: ‘Filosofie en Spiritualiteit: Wilde beesten in de filosofische woestijn’.

In alle tijden en culturen rapporteren mensen buitengewone ervaringen. Deze ervaringen zijn voor veel mensen belangrijk voor de manier waarop zij zich oriënteren op zichzelf, hun medemens en de wereld waarin zij leven. Deze ervaringen zijn door wetenschap en filosofie (nog?) niet getemd. Ze worden in leerboeken voor psychologie- en filosofiestudenten nauwelijks of hooguit in voetnoten genoemd.

En als ze besproken worden overheersen reductionistische en betekenisonderdrukkende ‘verklaringen’. Wie desondanks in de wijsbegeerte naar deze ervaringen op zoek gaat, wordt niet teleurgesteld. Grote filosofen blijken zich er niet alleen mee bezig gehouden te hebben, maar er ook verrassende ideeën over te hebben.

Parapsychologie als spiritualiteit?
‘Spiritualiteit’ kan worden beschouwd als aandacht voor de diepte en reikwijdte van onze ervaring. In de middeleeuwen waren het mystici, in de Romantiek occultisten en kunstenaars, eind 19e eeuw de eerste psychologen en begin 20e eeuw de fenomenologie, die deze diepte en reikwijdte hebben proberen te redden voor het intellectuele discours. Het is aan deze denkers en stromingen te danken dat de hedendaagse filosofie überhaupt nog enige interesse heeft voor ‘spiritualiteit’, en niet volkomen is weggezakt in het cerebrale spierballenvertoon van de analytische wijsbegeerte.

Is het misschien mogelijk om de zogenaamde ‘common sense’, waarvan zoveel hedendaagse denkers zeggen uit te willen gaan, te ontgrenzen in de richting van een ‘uncommon sense’? Richten de uitzonderlijke menselijke bewustzijnstoestanden die de parapsychologie bestudeert niet evenzovele vragen aan de strakheid van de grenzen van het ‘normale’, ‘rationele’ bewustzijn?

Psychical Research: een verdwenen geschiedenis
Psychical research was historisch onderzoek: onderzoek naar buitengewone ervaringen die concrete mensen in hun levensgeschiedenis hebben meegemaakt. Het vak is nu zelf een historisch verschijnsel geworden: de belangstelling van wetenschappers en filosofen voor dit onderzoek is goeddeels verleden tijd, de bevindingen lijken te zijn vergeten.

Het is opvallend dat dit vergeten onderzoek, dat zo discontinu lijkt te zijn met de wetenschappelijke cultuur, zelf juist de discontinuïteit van het geheugen onderzocht. In een tijd waarin alles transparant moet zijn en we zogenaamd ‘over alle informatie beschikken’ zijn we ons niet meer bewust van de selectiviteit van ons geheugen. Misschien is psychical research toch een wetenschap voor de toekomst.

Zie: Minisymposium Filosofie en spiritualiteit: “Wilde beesten in de filosofische woestijn”

9 december 2011 – Toegang gratis – 13.30-16.30 uur – Lipsiusgebouw, zaal 003 – Cleveringaplaats 1, Leiden – Tevens boekpresentatie van ‘Wilde beesten in de filosofische woestijn’