God en Ganesha in de Abdij van Berne

thomasenpaul2

Dialogen tussen Oost en West. ‘Zinzoekers zijn mensen die existentiële vragen durven te stellen,’ zeggen monnik Thomas Quartier en kunstenaar Paul van der Velde. En dat laten ze horen ook, gisteren in de Abdij van Berne in Heeswijk. Niet alleen in woord en vertelling, maar ook met ‘Sacred chants’, Gregoriaanse en oud-Hindi gezangen, samen met Geertruid Steenbakkers en Henry Vesseur. In de Dialoog tussen Oost en West raken Thomas en Paul gedreven met elkaar in gesprek onder leiding van Christoph Lüthy. De complete dialoog vind je terug op zo’n 200 bladzijden in hun – ook deze dag – gepresenteerde boek Zinzoekers, waarin voor beiden geldt dat er ‘binnen hun eigen fascinatie voor het vakgebied sprake is van een diep esthetische en existentiële bevlogenheid, zeker ook waar het de vorm van beleving betreft’.

U heeft één slagtand, een groot lichaam, u bent ontstaan uit puur goud. U heeft een grote buik, grote ogen, ik prijs u, Ganesha. Uw rijdier is een muis, snoepjes eet u telkens uit uw hand. Uw oren zijn als waaiers, de heilige draad hangt naar beneden. U heeft de gestalte van een dwerg, u bent de zoon van de grote Shiva. U neemt al mijn problemen weg. Ik prijs u, liggend aan uw voeten.’ (Ekadantam – hymne op Ganesha in Sanskriet)

En die beleving wordt gedeeld. In de kerk van de abdij klinken de hymnen en de psalmen door de goede akoestiek extra mooi. Vooral de oud-Hindi hymnen en traditionele hymnen in het Sanskriet, door Paul melodieus gereciteerd, ervaar ik als van een ontroerende schoonheid. Voor mij nieuw, naast het voor mij bekendere Gregoriaans, dat minstens zo prachtig klinkt. Ik vind het een vorm van ‘lived religion’, geleefde religie, zoals de auteurs praktijken en ervaringen van religie verwoorden in Zinzoekers.

Domus mea, domus orationis vocabitur, dicit Dominus: in ea omnis, qui petit accipit: et qui quaerit, invenit et pulsanti aperietur. (GR 402)  ‘Er staat geschreven: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn.’ Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.’ (Mt. 21,13; 7,8)

In Zinzoekers zijn de benedictijner monnik, theoloog, religiewetenschapper, schrijver, spreker en musicus Thomas, en hoogleraar Aziatische religies en kunstenaar Paul, in een voortdurende dialoog. Ze leggen elkaars betrokkenheid – zo schrijven zij op de cover – bij christelijke en oosterse spiritualiteit naast elkaar en wisselen hun ervaringen uit met pelgrimages, rituelen, kunst en cultuur. ‘Het is een soort laboratoriumexperiment waar hopelijk veel lezers zich in herkennen en hun eigen verhalen in teruglezen.’ Voor elke zinzoeker – zoals ik – zouden het ‘bronnen van inspiratie kunnen zijn door zowel de verschillen als de verrassende parallellen’.

In Zinzoekers (met opvallend mooie zwart-wit illustraties van fotograaf Ted van Aanholt), schrijft Thomas er voor mij als opdracht in: ‘Voor Paul, verbonden in zinzoeken. Pax!’ – en Paul pent iets in het Sanskriet dat ik nog moet vertalen of het moet: ‘Veel succes!!’ betekenen, dat staat eronder. Thomas en Paul leggen de nadruk niet zozeer op zin, maar op het zoeken. Alleen de Inleiding al geeft inspiratie genoeg om van de dialoog in zeven hoofdstukken te zullen genieten. Wat wil je ook met titels als De kunst van het zinzoeken; Wegen van zinzoekers; Geregeld zinzoeken; Biografieën van zinzoekers; Ruimte voor het zinzoeken; Zinzoeken ritualiseren en Reflecteren op het zinzoeken. In een van mijn volgende blogs kom ik hier zeker op terug.

De bijeenkomst zelf is inspirerend genoeg voor de bijna honderd bezoekers. De vrolijke uitbundigheid van Thomas werkt aanstekelijk, hij praat met heel zijn lijf, hij komt handen te kort om zijn woorden kracht bij te zetten. Het valt niet eens meer op dat hij een ingetogen monnikengewaad draagt, plus capuchon. En dan Paul, die een prachtig goudkleurig Indiaas jasje draagt – een waarop David Bowie jaloers geweest zou zijn. Ook bij hem uitbundigheid, wel wat ingetogener dan Thomas, maar hij is, net als Thomas, zeer gevat, en ook niet wars van een grapje. En dan zijn prachtige Sanskriet recitatie… Dit valt trouwens op: de vrolijkheid en de hartelijkheid waarop de monniken – en een zuster – en Paul – met elkaar omgaan. En allen stralen passie uit.

Thomas pakt ineens zijn mondharmonica erbij om twee wel heel andere ‘chants’ te begeleiden. Iedereen, ook de bezoekers – zij het zachtjes en voorzichtig – zingen aan het einde van de bijeenkomst mee met Where have all the flowers gone, long time passing? en: How many roads must a man walk down.

zinzoekers


N
a afloop is het vol in boekhandel annex café Berne bij de abdij. Spirituele boeken te over natuurlijk, maar Zinzoekers gaat als warme broodjes – of als koude Berne biertjes – over de toonbank. Thomas en Paul hebben schik in het signeren van hun boek. Dat doen ze ook al met vrolijke geestdrift. Als een mens nu nog niet geïnspireerd raakt… Ik zoek mijn weg terug naar huis, met extra zin in zoeken. Maar, zoals een van de monniken zei: ‘Zoeken is ook gevonden worden.’ En Paul zegt: ‘Zoek nooit. Zet een stap en ga verder…’

Zinzoekers | Paul van der Velde en Thomas Quartier | © Berne Media | 2018 | uitgeverij abdij van berne | bernemedia.com | Fotografie: Ted van Aanholt | Vormgeving Garage BNO | €17, 90

Foto:
Thomas en Paul vertellen door, ook aan de signeertafel… (
© PD)

‘De filosofen blazen God nieuw leven in’

ongeneeslijkreligieus

‘God is dood? De filosofen lijken ‘M nieuw leven in te blazen…’ En een van hen is Gerko Tempelman van Ongeneeslijk religieus (nov. 2018), waarin de filosoof (en theoloog) verslag doet over hoe God verdween uit onze wereld – en zijn leven – en waarom steeds meer filosofen zeggen dat ‘ie terug is. Volgens Wouter Nieuwenhuizen, vriend van de Remonstrantse groep  ‘De Leven Utrecht’, lijken de filosofen ‘M nieuw leven in te blazen. ‘De Leven’ haalde 15 januari Tempelman in huis om zijn verhaal te horen over een verwarrende comeback van God in de hedendaagse filosofie.

De Leven is voor iedereen die iets met (de christelijke) religie heeft en daar graag over in gesprek gaat. Dat kunnen trouwe kerkgangers zijn, maar ook twijfelaars, randkerkelijken, agnosten, atheïsten, ketters en afvalligen. En iedereen die niet in een van die hokjes past. En zo ontmoet ik die avond, als ‘breed georiënteerde zinzoeker’, naast Nieuwenhuizen en Tempelman, ook een Bijbelvaste man voor wie de wereld pas zo’n 6000 jaar bestaat, een dogmavrij-gelovige, en een zoekende. De spreker is op dreef als hij zijn verhaal vertelt en met zo’n veertig mensen het gesprek aangaat, vragen stelt en luistert. Een filosoof die ongeneeslijk religieus ‘M nieuw leven inblaast? God verdween dan wel uit zijn leven, maar hij denkt niet dat hij echt weg is.

Volgens Blossom, dat de avond met De Leven organiseerde, zou je dit boek het eerste ‘radicale-theologieboek’ in het Nederlands taalgebied kunnen noemen, waarin de auteur vertelt over zijn eigen geloofsdeconstructie als kapstok over God na de dood van God.  Vooral in de laatste twee hoofdstukken gaat het over ‘radical theology’. Dat blijkt voor de theoloog en filosoof een ‘fascinerende denkstroom’, een vrij nieuwe, onvoltooide denkstroom, die een ‘zeer filosofische blik op het christendom’ biedt, ‘prikkelend, onorthodox, soms blasfemisch en opvallend theologisch’.

Hallo, ik ben Gerko en ik ben ongeneeslijk religieus,’ zo begint de auteur zijn boek. Hij lijkt het geloof van zijn jeugd maar niet te kunnen loslaten, ondanks dat zijn boek begint met de verklaring hoe God uit zijn leven verdween.

Daarom vroeg ik me af: heb je überhaupt een keuze als het over geloven gaat? Ik denk het niet. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat gold in ieder geval voor mij. Precies zo is het, denk ik, ook gegaan met het verdwijnen van God in het westerse denken. Is ongeloof daarmee onherroepelijk ons lot? Of is de rol van het christendom nog niet uitgespeeld?’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Vervolgens vraagt Gerko zich af, in opeenvolgende hoofdstukken, wat we eigenlijk geloven, en vertelt hij hoe God uit onze wereld verdween. Maar ook waarom ‘christelijk atheïst’ Slavoj Žižek en ‘postmoderne pelgrim’ John Caputo zeggen dat God terug is. Deze filosofen filosoferen regelmatig over de uitspraak dat ‘we niet weten wat we geloven’. Žižek stelt zelfs dat mensen tegenwoordig meer dan vroeger blind zijn voor hun overtuigingen. Caputo ziet,  net als filosoof Jacques Derrida, een opleving van God.

Mijn eerste conclusie was deze: misschien is dat geloof gewoon onzin. Ik hield niet zoveel meer over. Mijn vroegere religieuze overtuigingen waren weg geanalyseerd. Kapot-gedeconstrueerd. En daar had het gemakkelijk kunnen eindigen. Maar dat gebeurde niet. Geheel conform Derrida’s filosofie.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Gerko’s boek vind ik erg oorspronkelijk in zijn opzet. Al lezend word je op een prettige manier meegenomen in zijn leven en denkwereld, en spreekt hij je rechtstreeks aan, zonder ook maar een moment belerend te zijn. In zijn boek vertrekt hij vanuit de filosofie, en speelt op heldere manier met argumenten, schemaatjes, en eenvoudige premissen en conclusies. Voorbeeldje: ‘1. Opgegroeid in een gereformeerde zuil. 2. Studeren in Amsterdam. 3. Dus: geloof verliezen.’ Ook zegt hij dat zijn boek ‘een beetje theologisch’ wordt, maar Gerko blijft goed te volgen.

Als ik vertel over m’n persoonlijke zoektocht in het christendom krijg ik vaak de vraag: ‘Gerko, je gelooft toch niet echt in God?’ (of in die andere variant: ‘maar Gerko, je gelooft toch wel in God?’). Eh tja, dat weet ik niet zo goed. Daar ben ik dus naar op zoek. Het is die zoektocht die je het beste meemaakt als je je normale standpunten en neigingen af en toe tussen haakjes kunt zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Ook neemt Gerko je mee naar de ‘profeet van het modernisme’, Nietzsche. Die spreekt hem nogal aan, deze filosoof kom je vaak tegen in zijn boek. ‘Als zzp-filosoof sta ik regelmatig op allerlei plekken een verhaal over de filosoof Nietzsche te houden’, zegt hij. Hij deelt dan ook ‘De dolle mens’ uit aan zijn luisterend publiek. Voor hem betekent de uitspraak ‘God is dood’ in ieder geval dat God minder belangrijk is dan dat hij vroeger was. En God is niet dood zoals de meeste doden uit ver vervlogen tijden dood zijn: dood en vergeten.

God is dood – maar het wordt er niet eenvoudiger op, zegt ook Nietzsche. Als God dood is, dan gaan we daar de gevolgen van merken. Als God verdwijnt, verdwijnt de zin. Dan verdwijnt de reden, de bedoeling, en het antwoord op de echte waaromvraag. Ledige ruimte. Voortdurend nacht. Vallen.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Als je echt christen wilt zijn, vind Gerko, dan moet je door het verhaal van Nietzsche heen: de volledige beleving van de dood van God.

God is dood!’ zegt de postmoderne filosofie. Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet in beweging komen van dat woord. Ook als God dood is, of als we vermoeden dat hij dood is, dan nog insisteert hij wel. Datgene wat verscholen zit achter het woord ‘God’, kan ons roepen. Kan ons doen verlangen. Kan ons in beweging zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

P.S. Voor de nerds onder ons heeft Gerko nog een apart hoofdstuk: Meer informatie (voor nerds), want elk boek moet in een elevator pitch kunnen worden samengevat. Daarin gaat het vooral over radical theology, de achtergrond bij de hoofdstukken 4 en 5, en Level-up geek stuff. – Ik raad lezers aan dat als eerste te lezen. Plus de Bibliografie, dan weet je welke boeken Gerko heeft gebruikt, met per titel het hoofdstuk waarin het boek genoemd wordt. – Veel inspirerend leesplezier gewenst! Echt een prettig leesbaar, toegankelijk, filosofisch/theologisch boek.

Remonstranten en filosofie? Zie: Filosofie

Ongeneeslijk religieus | Gerko Tempelman | Uitgever: KokBoekencentrum | 1e druk | 9789043529921 | november 2018 | Paperback | 176 pagina’s | € 17,99 | E-book € 9,99  | ‘In dit boek doe ik een uiterste poging om mezelf zo ver mogelijk op te rekken. Aan de ene kant trekt mijn christelijke opvoeding – aan de andere kant het postmoderne denken. Dit boek is een ultieme poging om te kijken hoe ver Nietzsche, atheïsme, postmodernisme en post-religiositeit enerzijds en het christelijk geloof anderzijds werkelijk uit elkaar liggen.’ (GT)

Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

‘Onze relatie tot God kan onbewust zijn’

Elk mens is, eventueel onbewust, op zoek naar God: mensen hebben altijd een intentionele betrekking tot God, al kan deze relatie onbewust of verdrongen zijn, zodat we het zelf niet weten. In De Onbewuste God stelt Victor Frankl dat ‘bij de hellenistische antieken er een altaar was toegewijd ‘aan de onbekende God’, en dat in de Psalmen gesproken wordt van de ‘verborgen God’. Wat nu met onze formulering ‘de onbewuste God’ bedoeld is, zo stelt Frankl, zou dan zijn: de verborgen betrekking van de mens tot de zijnerzijds verborgen God.’

Onze formulering ‘de onbewuste God’ wil dus niet zeggen, dat God op zich, voor zich, zich zelf – onbewust zou zijn:
veeleer wil zij zeggen dat God óns soms onbewust is, dat onze relátie tot Hem onbewust kan zijn, namelijk verdrongen en zodoende verborgen voor ons zelf.
(Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)


Het eigenlijke mens zijn vindt men dus pas daar, waar niet een Es de mens drijft,
maar waar een Ik beslist. 

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’) 


De ontwikkelaar van De Derde Weense School in Psychotherapie, Frankl, heeft het – in hoofdstuk 6: Onbewuste religiositeit – over het ónbewust geestelijke waarin de existentie-analyse trachtte door te dringen, en zo in het onbewuste het geestelijke leerde zien: bij het ‘Es’ als het driftmatig onbewuste voegde zich als nieuw gegeven het geestelijk onbewuste. Jung, zo stelt Frankl, verplaatste de onbewuste religiositeit naar het ‘Es’:

Es’ is religieus in mij, – maar niet ‘Ik’ ben dan gelovig; ‘Es’ drijft mij dan naar God, – maar ‘Ik’ kies dan niet voor God. (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Voor Frankl is Jungs zienswijze niet correct, voor Frankl geldt de individuele relatie met God, waar ‘Ik’ wel voor kiest. Hij stelt dat de existentie-analyse in een derde ontwikkelingsfase binnen het onbewust geestelijke van de mens zoiets als een onbewuste religiositeit heeft ontdekt,

‘- in de zin van een onbewust betrokken zijn op God als een in de mens schijnbaar immanente, zij het nog zo vaak latent blijvende betrekking tot het transcendente.
Terwijl derhalve door de ontdekking van het onbewust geestelijke het (geestelijke) Ik achter het (onbewuste) Es zichtbaar werd, werd door de ontdekking van de onbewuste religiositeit nog achter het immanente Ik het transcendente Gij zichtbaar.
Was derhalve gebleken, dat het Ik ‘ook onbewust’ en het onbewuste ‘ook geestelijk’ is, zo bleek nu dit geestelijk onbewuste ‘ook transcendent’ te zijn.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

De onbewuste gelovigheid van de mens, die zich op deze wijze onthult, aldus Frankl, zou – mede gezien in het begrip van zijn ‘transcendent onbewuste’ – beduiden, dat wij altijd reeds onbewust op God zijn ingesteld, dat wij altijd reeds een, zij het ook onbewuste, dan toch intentionele betrekking tot God hebben. En deze God noemt Frankl ‘de onbewuste God’.

Frankl ‘waarschuwt’ voor een aantal ontsporingen op dit gebied en stelt dat het onbewuste, dat mogelijk ‘ook geestelijk’ mag blijken, en mede onbewust religiositeit in zich bergt, ‘nooit en te nimmer daarom ook zelf met de nimbus [aureool, PD] van het goddelijke omgeven mag worden.

Want dat wij altijd reeds in een onbewuste betrekking tot God staan, wil nog helemaal niet zeggen, dat God ook ‘in ons’ is, dat Hij in ons woont, ons onbewuste vervult, – dit alles zouden thesen zijn van een dilettantistische theologie.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Humaniteitvandemenselijkevrijheid

Frankl (1905 – 1997), destijds hoogleraar neurologie en psychiatrie aan de universiteit van Wenen schreef De Onbewuste God – essay over Existentiële Analyse van het geestelijk onbewuste al in 1948. Het boek is in 2004 opnieuw uitgegeven als: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie. De subtitel luidt: Zelfverantwoording in het Therapeutisch Proces.

De vertaling wordt nadrukkelijk een vertaling genoemd, omdat niet gestreefd zou zijn naar een wetenschappelijke vertaling en bewerking. Het zou zelfs ‘ge-ont-thelogiseerd’ zijn – en dat zou Frankl zelf ook gedaan hebben tot 1997. Daarvoor in de plaats, zo luidt de redactionele inleiding, is er ‘aansluiting gezocht bij de recente herontdekking van de spiritualiteit’. Als reden wordt het feit genoemd dat Frankl de eerste editie schreef in een van ‘Rooms-katholieke theologie’ doordrenkt Oostenrijk. Bewerker Pieter Hoekstra zegt in het voorwoord dat ‘gaandeweg de hertaling via een nagenoeg agnostische episode is overgegaan naar een nieuwe openheid’. (2004)


Van de psychoanalyse echter kan men beweren,
dat zij het menselijk zijn tot Es heeft gemaakt
en van het Ik ontdaan.

(Uit: De onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Het exemplaar van De Onbewuste God dat ik opdook uit het magazijn van de Centrale Bibliotheek Utrecht, is een uitgave van uitgeverij ‘Helmond’, uit 1956. Als ik deze vertaling (van Der Unbewusste Gott, 1948 – door mevrouw Melotte-Athmer) leg naast die van Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004, valt op dat er geen sprake is van ‘ont-theologisering’. Het hoofdstuk Onbewuste religiositeit blijkt een vrijwel exacte kopie van de oorspronkelijke uitgave uit 1948. Van een ‘nieuwe openheid’ via een ‘nagenoeg agnostische episode’ lijkt geen sprake. Ook niet in de andere hoofdstukken.

derunbewustegott

De Onbewuste God blijft – net als de hertaling uit 2004 – de moeite waard om kennis van te nemen. In het voorwoord zegt prof. dr. Willem J. Maas (Eureka University, Wenen) dat Frankl de kracht van de menselijke geest reconstrueert, vanuit het bewuste waarnemen van, en antwoorden op, de vraag van de situatie.

Maar ook vanuit het onbewuste, waar de concrete existentiële zinmogelijkheid onmiddellijk verwijst naar de realiteit van het menselijk geestesleven. Achter ieder concreet gerealiseerde zinmogelijkheid staat de menselijke persoon, waarvan Frankl zegt: ‘In sofern der mensch Geist ist, existiert er als Person’. De individuele verwijzing naar het geestelijke verwijst niet alleen naar de essentie van het individuele persoonlijke, naar de mens- en wereldvisie achter waardig bestaan, maar ook boven zichzelf uit naar een transcendente, omvattende zin.’ (Uit: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – ‘Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004)


Uit dit alles blijkt niet minder dat dat juist het ‘centrum’ van het menselijk zijn (de persoon)
in de ‘diepte’ (de dieptepersoon) onbewust is:
de geest is juist in zijn oorsprong onbewuste geest.

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Bron: De Onbewuste God | Viktor E. Frankl | Uitgeverij ‘Helmond’, Helmond| 1956 | Vertaling: Mevr. Melotte – Athmer |Oorspronkelijke titel en uitgave: ‘Der unbewusste Gott’ | 1948

Beeld: Detail cover Der unbewusste Gott – Psychotherapie und Religion – december 1992
Update lay-out: 28122023

Filosofie, kunst, aardse mystiek en zinzoekers

andalusie2018PD

‘Filosofie en kunst zijn verwant en toch verschillend: een kunstwerk is een ervaring en toont iets van het (menselijk) bestaan, terwijl filosofie die ervaring probeert te verhelderen. Aardse mystiek is een hedendaagse vorm van religiositeit die niet uitgaat van een God of van een heilig geschrift. Zij komt voort uit verwondering over het menselijk en kosmisch bestaan en uit het besef van de grenzen van de rationaliteit, gevoed door levenservaringen en door contemplatie van de dimensies van het aardse bestaan, zoals ruimte, tijd, kleur en klank, liefde, eenheid, geboorte en dood.’

Filosoof Anton Ziegelaar, momenteel schrijvend aan een boek (verschijnt eind 2018) waarin verbindingen worden gelegd tussen filosofie, poëzie en schilderkunst, publiceerde eerder Aardse mystiek (2015) over hedendaags levensbeschouwelijk denken en Oorspronkelijk bewustzijn (2016). In een recensie van Aardse mystiek schreef godsdienstfilosoof en theoloog destijds Taede Smedes bij NieuwWij:

Ziegelaar schreef een filosofieboek dat tegelijkertijd erg spiritueel is. Het is een boek dat de dichotomie tussen atheïsten en godgelovigen weet te overstijgen en iedere polarisering uit de weg gaat. Een must-read voor zinzoekers.’

Volgens de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) keken klassieke denkers verwonderd naar de kosmos, terwijl moderne denkers het bestaansmysterie proberen te naderen met termen als existentie, authenticiteit en moraliteit.

Voortbouwend in deze traditie ontwikkelde Ziegelaar met Aardse mystiek een kleine filosofie van de verwondering.’ 

Over Aardse mystiek geeft Ziegelaar 30 januari 2019 ’s avonds een lezing in Utrecht. Ook bestaat de mogelijkheid de cursus Aardse mystiek te volgen (4 avonden vanaf 6 februari 2019.) In de cursus wordt aardse mystiek geïntroduceerd aan de hand van filosofische overwegingen en kunstwerken, zoals gedichten en schilderijen. Die avonden vertelt hij over het schone, verhevene en het sublieme; het innige: de ervaring van eenheid met de wereld; de ontdekking van het bestaansmysterie, en het geheim van ruimte en tijd.

Aardse mystiek – Inleiding in de filosofie van de verwondering | Arnold Ziegelaar Uitgeverij: ISVW Publishers | Aantal pagina’s: 414 | ISBN: 9789491693557 | Prijs: € 27,50 | Ziegelaar is filosoof, docent en schrijver. Hij studeerde natuurkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden en geeft les aan o.a. de Academie voor Geesteswetenschappen, HOVO, ISVW. Hij verricht promotieonderzoek bij de Universiteit Leiden. 

Gerelateerd: Aardse mystiek: een kleine filosofie van de verwondering

Foto: PD (Sevilla, Andalusië, september 2018)