Neurotransmitters als troost of God, misschien

Boekrecensie van: Op een andere planeet kunnen ze me redden, Lieke Marsman. – Een filosofische queeste naar misschien toch, God. Sprankelende essays en bevlogen (dagboek)verslagen. De auteur als zoeklicht, gevoed door latente spirituele gevoelens die sterk opleven bij de dood voor ogen van de ernstig zieke filosoof en Dichter de Vaderlands 2021-2022. ‘En zo sijpelde de filosofie toch ook de behandelkamer in. Want wie bepaalt wat zinloos lijden is, en wat niet?’ (Update jui 2025: Dichter Lieke Marsman ontvangt dit jaar de Constantijn Huygens-prijs voor haar hele oeuvre.)

‘Hoe gehecht je ook bent aan je eigen rationele wereldopvatting en hoezeer je ook een atheïstische opvoeding hebt genoten, onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit’
(Lieke Marsman)

God, misschien
M
et God, misschien, direct na Voorwoord, laat Marsman je onmiddellijk uitnodigend in haar wereld toe. Ze wil, na lang getwijfel, ‘inzichtelijk maken welke dagelijkse praktijken er ten grondslag liggen aan de geestelijke veranderingen’ die zij beschrijft. Een sterke ouverture, waardoor je weet dat je het tot en met de finale wil beleven. Filosoof en psycholoog William James treffen we hier al een paar keer aan. James zullen we nog vaker tegenkomen.

‘Enige tijd later lees ik dat William James, grondlegger van het moderne denken over religieuze ervaringen, drie kenmerken van de geloofstoestand onderscheidt: een gevoel van vrede, een gevoel van waarheid, en de wereld die als nieuw schijnt.’
(Lieke Marsman)

‘Ik móét me wel richten tot God, al heb ik op dat moment nog geen idee wat die ‘God’ voor mij inhoudt. Dat besef dat mijn oude ideeën ontoereikend waren was voor mij trouwens wel een openbaring, eentje die gepaard ging met een enorme last die van mijn schouders viel. Die openbaring herhaalt zich sindsdien bijna wekelijks. En iedere keer is het alsof ik iets vrijer kan ademen, of de uitzaaiingen in mijn longen nou groeien of niet.’
(Lieke Marsman)

‘De wereld is alles wat het geval is’
N
atuurlijk niet onverwacht dat denkers langskomen bij de speurtocht van Marsman. De auteur kent er velen. Filosofen geven antwoord of een begin van antwoord. Zoals taalfilosoof Wittgenstein. Met de Tractatus waarin hij zegt: ‘De wereld is alles wat het geval is.’ In Marsmans woorden: ‘Ik ben het geval. Ik besta.’
Verrassend legt zij Wittgenstein naast de roman Wittgensteins minnares van de Amerikaanse schrijver David Markson. Het spreekt haar aan dat Wittgensteins minnares ‘één lange mislukte poging is om het onuitspreekbare uit te spreken’. Marsman leest hierin de gedachten van hoofdpersoon Kate, die op een ‘oude typemachine typt wat er maar in haar opkomt’.

‘In het boek is er niemand die Kate hoort, niemand die haar rooksignalen beantwoordt. Maar buiten het boek zijn wij er, lezers die hoofdpersonen en hun schrijvers laten voortbestaan zolang we kunnen. Ook na hun dood.’
(Lieke Marsman)


Lieke Marsman

‘Waarover men niet kan spreken…’
M
arsman schrijft in het essay Allemaal kevers over deze zin in de Tractatus: ‘Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen’. Dat is juist wat Marsman niet doet en niet wil. De essentie van haar boek! Zij schreeuwt het uit. En dat helpt.

‘Voor mij onderstreept het juist de essentie van Wittgensteins minnares, een die het best denkbare antwoord op Wittgenstein vormt. We kunnen soms helemaal niet zwijgen over de dingen waarover we niet kunnen spreken! Er zijn trauma’s die zo groot zijn dat niets ze recht doet en toch hebben we de taal nodig om in ieder geval een poging te doen, een allereerste schreeuw.’
(Lieke Marsman)

‘Maar voor mij was het alles’
E
en boek dat je niet kan wegleggen, een magneet. Eerlijk, open en mooi van taal. De auteur praat tegen zichzelf en de lezer zal luisteren. Marsman typt, net als Kate, eveneens wat er maar in haar opkomt. Intuïtief, recht uit haar angstig hart. Zij denkt mee met andere filosofen die haar van alles te zeggen hebben en denkt erover door. Steeds vanuit haar spirituele gevoel, over leven nu en (na) de dood.

‘Krijgen we onder grote druk als het ware een zintuig bij dat een werkelijk bestaande bovennatuurlijke wereld kan waarnemen – of zorgt zulk verdriet alleen voor wat extra neurotransmitters die ons als troost een beetje voor de gek houden? Eén ding is zeker: het verlangen naar bovennatuurlijke krachten op zulke momenten is echt.’
(Lieke Marsman)

‘Mijn eigen ervaring in de Veluwse bossen is, als ik die zo teruglees, niet heel indrukwekkend. Je liep door de modder, en toen had je het gevoel dat God bij je was? That’s it? Maar voor mij was het alles.’
(Lieke Marsman)

‘Misschien is God daar?’
I
n een ander essay, Een tweede bekering, vertelt Marsman dat de ruimte haar altijd mateloos heeft gefascineerd. Misschien is God daar? Een van haar lievelingsfilms is Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Ze vertelt over haar fascinatie voor ufo’s. Onderstaand beeld is een van haar favorieten. Met (vertaald) nieuwspamflet dat onder meer stelt: ‘Wat deze tekenen betekenen, dat weet alleen God.’

Een van Marsmans favoriete ufo’s: Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561

Westerse wetenschap
‘I
n het kielzog van de ufo’s’ vlogen paranormale zaken haar leven binnen. Zoals uittredingservaringen, bijna-doodervaringen, universeel bewustzijn. En ook wetenschappers die opeens iets meemaken waardoor uitgangspunten van de westerse wetenschap volledig op losse schroeven komen te staan. ‘Het idee van een universeel bewustzijn klinkt aanlokkelijk.’ Er zijn momenten dat zij erin gelooft.

‘Het strookt met het beeld dat ik van God heb, een aanwezige afwezigheid die altijd en overal is en alles mogelijk maakt, maar eenieder wel zijn eigen wil gunt. Op andere momenten zit ik hier met mijn lichaam dat overduidelijk een hoopje falende materie is, geen God te bekennen, en kan ik er helemaal niets mee.
Mijn geloof is als een foton dat tegelijk golf en deeltje is, maar waarvan je altijd maar een van de twee toestanden kunt waarnemen. (…) Wat vaststaat is dat ik het heerlijk vind om in ieder geval tussen de verschillende opties te kunnen schakelen. Ik ben liever geen laser maar een zoeklicht.’
(Lieke Marsman)

Op een andere planeet kunnen ze me redden | Lieke Marsman | dagboek/essays | Uitgeverij Pluim | 4 februari 2025 | 252 pagina’s | € 24,99 | E-book € 14,99

Beeld: Detail cover Op een andere planeet kunnen ze me redden
Foto Lieke Marsman: Zomergasten VPRO 2022
Beeld Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561: The Public Domain Review

Palestina, het land waar de joodse religie begon

 

Als je je verdiept in hoe de wereld in de afgelopen eeuw het bestaan Palestina heeft proberen te ontkennen, komt het conflict Israel – Palestina in een ander daglicht te staan. Dat bewijst de uitgebreid onderbouwde studie De honderdjarige oorlog tegen Palestina (2023) van de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi.
Zelf verzet Israël zich fel tegen gezworen vijand Iran. De Joodse staat, opgericht in Palestina (1948), vecht voor zijn bestaan tegen de verwoestende invloed van de islamitische republiek Iran die Hezbollah sinds decennia voorziet van wapens. En verzet zich ook tegen alle andere aan Iran gelinkte milities zoals Hamas, Islamitische Jihad, Houthi’s in Jemen en groeperingen in Irak en Syrië.

‘Wij zijn een volk dat met verdwijning wordt bedreigd’
(Isa en Yusuf al-‘Isa, oprichters Arabischtalige Palestijnse krant Filastin, 7 mei 1914)

De honderdjarige oorlog tegen Palestina
D
eze ‘geschiedenis van kolonialisme en verzet’ is geen verhaal van slachtofferschap, noch probeert het de fouten van Palestijnse leiders of de opkomst van nationalistische bewegingen aan beide kanten te ontkennen. – Auteur historicus Rashid Khalidi is achterachterneef van journalist en mede-oprichter van Filastin, Yusuf al-‘Isa.

‘Door de geschiedenis op een heldere manier in kaart te brengen vanuit Palestijns perspectief, geeft dit boek een nieuwe kijk op een conflict dat tot op heden voortduurt.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

Zionisme
H
et conflict Israël – Palestina zou wellicht helemaal niet tot de hel van nu hebben geleid, als de zionistische beweging in Israël, gesteund door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, Palestina hadden gezien als een land waar ook mensen woonden. ‘Het zionisme was een negentiende-eeuwse Europese – Asjkenazische – vrijzinnige beweging die een joodse staat in Palestina als de oplossing zag voor de discriminatie en vervolging van Europese joden. Het zionisme begon met de ideeën van Theodor Herzl’. 

‘De neerbuigende retoriek van Theodor Herzl en andere zionistische leiders verschilde niet van die van hun Europese evenknieën. De joodse staat, schreef Herzl, zou ‘een deel van een verdedigingsmuur voor Europa in Azië vormen, een buitenpost van beschaving tegen de barbarij.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

Twee volken
D
eze oorlog heeft ‘veel typische kenmerken van andere koloniale campagnes, maar er zijn ook heel specifieke eigenschappen omdat de strijd werd uitgevochten door en ten behoeve van de zionistische beweging, die op zichzelf een zeer uitzonderlijk koloniaal project was en is. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat dit koloniale conflict, gevoerd met omvangrijke steun van externe partijen, in de loop van de tijd een nationale confrontatie tussen twee nieuwe nationale entiteiten, twee volken, is geworden’.

Bijbelse weerklank
‘Onderliggende en versterkende factor hierbij is de Bijbelse weerklank die hun band met het historische land Israël voor veel joden, en ook voor veel christenen, heeft. Die bijzondere band is vakkundig door het moderne politieke zionisme heen geweven en er zo onlosmakelijk mee verbonden geraakt.
Zo heeft een eind-negentiende-eeuwse koloniaal-nationale beweging zich gehuld in een Bijbelse mantel die op Bijbel-lezende protestanten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten een sterke aantrekkingskracht had, zodat zij blind werden voor de moderne kant en de koloniale aard van het zionisme: hoe konden joden het land waar hun religie begon ‘koloniseren’?
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

‘Theodor Herzl vond het ‘laten verdwijnen’ van de oorspronkelijke bevolking van Palestina belangrijk voor het welslagen van het zionisme’
(Rashid Khalidi)

‘Verwijderen van de armen’
D
e Weense journalist Theodor Herzl (1860 – 1904), auteur van Der Judenstaat (1896) wilde al in 1885 een eigen staat voor de joden, met het ‘soevereine recht om zelf controle op immigratie uit te oefenen’. In zijn dagboek schreef hij destijds:

‘We moeten met zachte hand het particuliere eigendom op de gebieden die ons worden toegekend, onteigenen. We zullen proberen de straatarme bewoners over de grenzen te laten verdwijnen, door in de overgangslanden werkgelegenheid te scheppen en hun tegelijkertijd in ons eigen land geen werk te geven. Bezitters van land en huizen zullen aan onze kant komen te staan. Zowel het proces van onteigening als het verwijderen van de armen moet discreet en onopvallend gebeuren.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)


Yusuf al-‘Isa with his son Raja in his house in Jaffa (1920)

‘Moge Palestina met rust gelaten worden’
J
ournalist Yusuf al-‘Isa schreef in 1899 een brief aan de Franse opperrabijn Zadoc Kahn waarin aan zijn respect betuigde voor het jodendom en de joden die hij ‘zijn neven’ noemde. Daarmee verwees hij naar aartsvader Abraham, die zowel door de joden als door moslims als hun gemeenschappelijke voorouder wordt gezien. Yusuf al-‘Isa’s bedoeling was dat die brief aan de stichting van het moderne zionisme zou worden doorgegeven.

‘Yusuf al-‘Isa sprak “met volledige kennis van de feiten”, toen hij vaststelde dat het “pure waanzin” was dat het zionisme Palestina zou willen overnemen. “Niets zou rechtvaardiger en billijker zijn” dan dat “de ongelukkige joodse natie” elders een toevluchtsoord vond. Maar, zo besloot hij met een welgemeende smeekbede, “In de naam van God, moge Palestina met rust gelaten worden”.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)

‘Palestina is al bewoond’
H
erzl, een van de oprichters van de zionistische beweging, antwoordde Yusuf al-‘Isa snel, met het antwoord dat een kenmerkend patroon zou worden: het als onbelangrijk afdoen van de belangen en soms zelfs van het bestaan van de inheemse bevolking.

‘De zionistische leider negeerde simpelweg de basisboodschap van de brief, dat Palestina al bewoond werd door een bevolking die zich niet zou willen laten verdringen.’
(Uit: De honderdjarige oorlog tegen Palestina)


Rashid Khalidi, 100 years of the Balfour Declaration, United Nations (2017)

Rashid Khalidi is schrijver en historicus en achterachterneef van Yusuf al-‘Isa. ‘Hij schreef meerdere boeken en publiceerde in onder andere The New York TimesThe Boston Globe en de Los Angeles Times. Hij is Edward Said Professor in Modern Arab Studies aan Columbia University en redacteur van het Journal of Palestine Studies.’ ( Info: De Bezige Bij)

Yusuf al-‘Isa was ‘een vroege pionier van de moderne journalistiek in Palestina, die begon te bloeien tijdens de tweede Ottomaanse constitutionele periode. In de jaren 1911-1914 werkte hij als hoofdredacteur van de Arabische krant Filastin (Palestina)’. (Info: Institute for Palestine Studies). Later werd Yusuf al-‘Isa onder meer ‘burgemeester van Jeruzalem, en vertegenwoordiger van Jeruzalem in het kortstondige Ottomaanse parlement’, vertelt Khalidi.
  
Bronnen:
* De honderdjarige oorlog tegen Palestina | Rashid Khalidi | De Bezige Bij | 17 april 2023 | Blz: 416 | Vertaling Annemie de Vries | € 29,99 | E-book € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Hunderd Years’ War on Palestine | (New York Times bestseller) | © 2020 Rashid Khalidi
* De Groene Amsterdammer
Het nationaal-zionisme van het ‘Tweede Israël’, 12 juni 2024
* Institute for Palestine Studies Yusuf al-‘Isa: A Founder of Modern Journalism in Palestine

Beeld Yusuf al-‘Isa with his son Raja: Scholten, Frank (1881-1942)
Beeld Rahid Kahlidi: United Nations – On 2 November 2017, the United Nations Palestinian Rights Committee organized a lecture on the Balfour Declaration and the impact it has had on the Palestinian people.
Update augustus 2025 (foto)

‘Was er maar een Beatrice de Graaf in Den Haag’

Beatrice de Graaf vertelt in de Huizingalezing 2024 Wij zijn de tijden hoe geschiedenis in crisistijd wordt gebruikt om zin en betekenis aan de tijden te geven. Bijzonder is dat De Graaf kerkvader Augustinus erbij betrekt en de filosofen Plato en Aristoteles. Op de achtergrond klinken kardinale deugden mee: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed. Plato noemt ook nog vroomheid, en Augustinus geloof, hoop en liefde. Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga – die zelf tijden van bedreiging, verval en verlies doormaakte – laat zich via De Graaf niet onbetuigd.

‘Wij zijn de geschiedenis in het heden’
(Pieter Jan Hagens in Buitenhof)

In een bijzonder boeiend Buitenhof licht Beatrice de Graaf, hoogleraar internationale en politieke geschiedenis (Universiteit Utrecht), haar lezing met veel wijsheid toe. Dat leidt uiteindelijk tot de bewonderende en poëtische slotzin van interviewer Pieter Jan Hagens: ‘Wij zijn de geschiedenis in het heden.’

Onzekerheid en dreiging
I
n tijden van crisis en onzekerheid zijn hoopvolle verhalen nodig om grip te krijgen op de rauwe werkelijkheid. Zoals de titel boven dit blog aangeeft: een van de veelal positieve reacties op de social media, in dit geval een hoopvolle verzuchting onder de YouTube-editie van Buitenhof. De Huizinga-lezing handelt ‘over het omgaan met onzekerheid en dreiging en lessen uit de geschiedenis, en wat we kunnen leren van Johan Huizinga’.

Ideaal van vrede
D
e Graaf vertelt in Buitenhof dat er van Huizinga wordt gezegd dat hij een cultuurpessimist is. ‘Hij wordt vergeleken met Oswald Spengler, de Duitse filosoof die Der Untergang des Abendlandes schreef. En met politiek theoreticus Carl Schmitt (1888 – 1985) uit die tijd: conservatieve denkers die de ondergang profeteerden. Met hen wordt Huizinga op één hoop gegooid. Huizinga denkt echter precies anders en wijst in tijden van diepe duisternis juist op het ideaal van vrede.’


Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga (1872 – 1945)

‘Extreem nationalistische verdwazing’
H
agens verwijst naar een stelling van Huizinga dat we te veel het idee van crisis en geweld zijn gaan omarmen. ‘Een stelling die misschien ook in deze tijd past. Huizinga spreekt eveneens over extreem nationalistische verdwazing. Is dat wat we nu ook aan het doen zijn,’ vraagt hij aan De Graaf.

Paralellen in deze tijd
V
oor een deel zijn er volgens De Graaf zeker parallellen met deze tijd te zien. ‘Huizinga citeert dan Augustinus en zegt dat je naar de geschiedenis kunt kijken of naar politieke leiders en zien hoeveel effect ze hebben en of ze succesvol zijn. Eigenlijk moet je kijken naar hun grondhouding: wat voor deugden in de klassieke Aristoteliaanse zin zij eigenlijk verspreiden: dat is uiteindelijk het enige dat hoop op de toekomst geeft. Als dat goed zit, deugt het.’

De kardinale deugden van Aristoteles
‘W
ij denken dan, deugden? Moralistisch. Maar eigenlijk is dat meer dan 2000 jaar lang de manier om jonge mensen, politici, op te leiden. Niet alleen om heel slim te zijn maar ook om te leven vanuit deugden. Uit de definitie van Aristoteles volgt dan dat je genoeg slimheid hebt om te handelen volgens een hoger doel. Doelen nastreven die deugen. Kardinale deugden.’

Den Haag is de weg kwijt
H
agens reactie hierop is, als hij kijkt naar de huidige politiek: ‘Staatssecretarissen stappen op, vermeende racistische of polariserende uitspraken, kortetermijnsucces, electoraal succes, schreeuwen, schelden… Dat klinkt niet als de deugden van Aristoteles. We zijn de weg kwijt in Den Haag. En een belangrijk punt in uw lezing is dat een politicus of leider ook een perspectief moet bieden, zeggen wat je gaat doen.’

Puerilisme
‘H
uizinga zou over de huidige politiek gezegd hebben dat dat puerilisme is: kinderachtig gedrag,’ antwoordt De Graaf. ‘Als een beschaving niet meer aan die hoge regels voldoet, dan wordt het kinderachtig gedrag. Niet alleen in Den Haag zijn we de weg kwijt, in de hele samenleving, ook wereldwijd is dat zo, als je naar politieke leiders kijkt.’


‘Wij zijn de tijden. U bent de tijden’

Augustinus
‘M
ijn lezing heeft de titel: Wij zijn de tijden. Dat is een uitspraak van Augustinus, herhaald door Huizinga. In de tijd van Huizinga gaat de wereld ook ten onder, net als in de tijd van Augustinus als het Romeinse Rijk instort. Augustinus zegt dan tegen het woedende volk: “Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. U bent de tijden. En wie bent u op dat moment in zo’n duistere tijd?” En dan komt hij dus met zijn deugden.’

Overtuiging leidt tot narigheid
H
agens brengt in dat Huizinga zegt dat het in de geschiedenis niet gaat om de feiten alleen, maar ook om de overtuiging. ‘En overtuiging leidt tot narigheid, zie Poetin.’ De Graaf stelt dat je overtuiging niet in moet zetten als een ‘grote morele knuppel’ waarmee je de ander op zijn hoofd slaat. ‘Je moet ook eerlijk zijn over je eigen tekort, laten zien waar je zelf fouten hebt gemaakt, waar je zelf te lang hebt gewacht om in actie te komen.’

Perspectief schetsen
Gaza en Israël bijvoorbeeld: perspectief schetsen is nodig voor de Palestijnen in Gaza maar ook voor Israël. Helaas ontstaan direct de kampen Palestijnen en de kampen Israël in de discussies. En beide kampen zitten knel,’ stelt De Graaf. Volgens Hagens is het allemaal nog groter. ‘Het “spel” van de internationale staten Saoedi-Arabië, Egypte, Iran, Verenigde Staten spelen allemaal een rol, èn Europa: Wij zijn ook betrokken. Waarom geen plan om als Europa ook in Syrië een nadrukkelijker rol te spelen? En dan dus niet de ander op zijn hoofd slaan met die deugden, want het is geen deugd als je vooral zelfzuchtig bezig bent.’

Perspectief vinden in sombere tijden
Op de vraag van Hagens waar je in sombere en moeilijke tijden perspectief kan vinden, antwoordt De Graaf dat je behalve in een God, ook op veel andere manieren kan geloven. Geloven in democratie is een manier: een speelveld dat ook iets transcendents heeft: het gaat niet alleen over het hier en nu maar het gaat ook om wat je aan je kinderen doorgeeft. Je kunt ook geloven in onderlinge solidariteit van groepen. Iets waar je eigenlijk in moet geloven, want je ziet zo vaak het tegendeel. Geloof is iets waar je dus niet altijd bewijs voor hebt, maar waar je toch aan vasthoudt ondanks tegenstrijdigheden.’

Amor Mundi
A
ndere bronnen van perspectief die in het interview naar voren komen zijn filosofie: stoïcisme. ‘En ook vriendschap geeft gevoel van solidariteit. Uiteindelijk moet alles wat je doet bijdragen aan de Amor Mundi: liefde voor de wereld, zie Hannah Arendt. Alles moet in een richting gaan die liefde voor de wereld is, inclusief je tekortkomingen en die van de ander. Een stukje vergeving naar jezelf, en kan je de ander vergeven. Kan je toestaan dat er fouten worden gemaakt en dan toch met elkaar doorgaan. Zonder genade en verlossing kom je er niet. Het gaat om doorgaan met elkaar.’


Samen met Plato’s leermeester Socrates zijn Plato (li) en Aristoteles (re)
de grondleggers van de westerse filosofische traditie

Talkshowtafels
A
an het eind van dit interview zegt Hagens dat het pleidooi voor de deugden hem heel prachtig en erg goed lijkt. De Graaf: ‘En begin bij jezelf, talkshowtafels… Als een politicus iets zegt, komt ie daar mee weg. En dat ligt aan de politicus èn de journalist. Samen dienen wij de res publica [het algemeen belang, PD] om in termen van Plato en Aristoteles te spreken: In hoeverre draagt wat jij nu zegt bij aan rechtvaardigheid, aan solidariteit. Niet alleen voor jezelf maar voor een grotere groep’.

Bron:
NPO1 Buitenhof 22 december: Wij zijn de tijden. Geschiedenis in crisistijd
– (N.B. Dit blog is een beperkte, geen volledige, transcriptie van de uitzending. Aan te raden is Buitenhof in zijn geheel te bekijken en te beluisteren. En zeker ook de Huizingalezing 2024 lezen die januari 2025 verschijnt.)

Foto Beatrice de Graaf:  Stadsgehoorzaal Leiden
Beeld Johan Huizinga (1872 – 1945): Universiteit Leiden
Beeld Plato en Aristoteles:
 Raffaello Sanzio (1483-1520) Scuola di Atene (detail 1), (1509-1510) Stanza della Segnatura (Vaticano) – onelittleangel.com

N.B. De Huizingalezing van 12 december 2024 is te bestellen bij de boekhandel en via, tot nog nu, één website en wordt verwacht rond 14 januari 2025.