Verhalen van het Bovennatuurlijke

thespiritscience.net

Het Leids Centrum voor Religiewetenschap (LUCSoR) van de Universiteit Leiden bestudeert engelen, orakels en spookhuizen. Verhalen hierover ziet LUCSoR als steunpilaren voor religie, zoals ritueel en geloof, want religie draait om communicatie met onzichtbare wezens als goden en geesten, en om geloof in het effect van rituelen.  De universiteit organiseert hierover in april een symposium, over ‘Goddelijke hulp van boven: verhalen van engelachtige tekens en interventies’ en ‘Haunted Houses: paranormale voertuigen voor persoonlijkheidsgroei’.

Researchtrainees Marlies de Groot en Bas van Rijn doen sinds vorig jaar onderzoek naar hoe verhalen geloof ondersteunen. Aan de hand van het orakel van Delphi en het hedendaagse engelengeloof zijn zij eveneens op zoek naar manieren waarop verhalen geloof misschien zelfs sturen. Op dit moment probeert godsdienstwetenschapper Van Rijn de reikwijdte van waarzeggende praktijken zoals astrologie, tarot en mediumschap in Nederland in kaart te brengen. Op het symposium spreekt hij over Goddelijke hulp van boven.

Onze focus ligt in het project niet zozeer op canonieke sleutelteksten zoals de Bijbel of de Koran, maar op de wisselwerking tussen alle soorten verhalen die binnen religie een rol kunnen spelen. Voorbeelden hiervan zijn verhalen over persoonlijke religieuze ervaringen, maar ook verhalen die in meer algemene termen over een religie gaan.’ (Leiden Religie Blog)

Engelen zijn iconische personages, aldus de universiteit, niet alleen binnen het christendom, maar ook in de westerse populaire cultuur. Bovendien gelooft een aanzienlijke groep van onze tijdgenoten dat engelen echt bestaan ​​en dat ze mensen helpen en ondersteunen – en zelfs levens redden – elke dag. Van Rijn stelt dat engelvertellingen, d.w.z. verhalen over engelachtige tekens en interventies in het dagelijks leven, een cruciale rol spelen bij het bevorderen van het geloof in engelen in de moderne wereld.

Bijvoorbeeld, verhalen van ontmoetingen met engelen helpen het geloof in engelen te ondersteunen, ook voor mensen die zelf geen engelen hebben ontmoet, en uitgebreide verslagen van verschijningen en communicatie met engelen, geschreven door gezaghebbende engelen, bieden sjablonen die gewone gelovigen kunnen gebruiken om te interpreteren en te relateren hun eigen ervaringen.’ (Universiteit Leiden)

haunted-house-722

‘Haunted Houses: paranormale voertuigen voor persoonlijkheidsgroei’

Evert van Leeuwen, universitair docent aan het Leids Universitair Centrum voor Kunst en Samenleving zegt in zijn abstract, dat sinds Poe’s House of Usher in de zwarte tarn viel, spookhuisverhalen werden geassocieerd met de vernietiging van aristocratische lijnen, moderne ‘nucleaire families’ en individuele psyches. Maar in zijn onderzoek heeft Van Leeuwen ontdekt dat moderne spookhuisverhalen ook kunnen functioneren als vehikels voor persoonlijkheidsgroei, eerder dan desintegratie. Ook hij spreekt op het Leiden Symposium over nieuwe religiositeit: over Haunted Houses.

In dergelijke verhalen functioneert het spookhuis nog steeds als een allegorische ruimte, een weergave van de vele kamers van de geest van de protagonist. De paranormale krachten aan het werk in het huis zijn echter niet langer destructieve krachten maar triggers voor numineuze ervaringen die de protagonisten uit de existentiële leegte leiden waarin ze zich aan het begin van het verhaal bevinden, wat verdere persoonlijkheidsgroei mogelijk maakt.’ (Universiteit Leiden)

Zevende Leiden Symposium over nieuwe religiositeit | 30 april 2018 | 19:30 – 22:00 uur | Lipsius Building,  Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden | Open voor iedereen | Daarna gaat de discussie verder in het nabijgelegen grand café Het Pakhuis. (Symposium is Oudgrieks voor samen drinken.) 🙂
Het symposium wordt georganiseerd door het Leids Centrum voor Religiewetenschap (LUCSoR). Het onderzoek door LUCSoR brengt expertise in specifieke religies samen met een vergelijkend aanpak dat trekt op meerdere geestes- en sociaalwetenschappelijke disciplines. Samen streven zij ernaar om de rol van religie in een veranderende wereld te begrijpen.

Beeld: 7 Signs your guardian angel is trying to contact you – thespiritscience.net
Haunted House:
nbcnewyork.com

Christendom op bedevaart

degrotespiritueleshift
‘Zouden de christenen vanuit hun geloof als stelsel van geloofsstandpunten de reis kunnen maken naar een geloof dat zich uit als een liefdevolle manier van leven? Zou het christelijk geloof de bittere nasmaak van zich af kunnen schudden van kolonialisme, uitsluiting, veroordeling, hypocrisie en onderdrukking, en de zoete en voedzame smaak kunnen herwinnen van rechtvaardigheid, vreugde en vrede?’ Dit vraagt theoloog en pastor Brian D. McLaren zich af in het in april te verschijnen boek De grote spirituele shift. Het is hoognodig dat christenen in beweging komen.

Volgens Brian McLaren staat het christendom op een kantelpunt en definiëren steeds meer christenen zichzelf niet meer in termen van geloof, maar leven vanuit liefde.

Gelovigen identificeren zich steeds minder met georganiseerde religie en meer met het organiseren van religie: van het bouwen aan vrede tot het overwinnen van armoede en onrecht. Met virtuositeit en compassie nodigt Brian McLaren in De grote spirituele shift zijn lezers uit om gebruik te maken van het moment en de belangrijkste bedevaart van deze tijd te ondernemen: het christendom christelijker maken.’ (Uitgeverij Kok)

Eeuwenlang, zo stelt McLaren, is het christendom gepresenteerd als een stelsel van geloofsstandpunten, dat ten grondslag heeft gelegen aan een breed scala van onbedoelde consequenties, uiteenlopend van kolonialisme en grootscheepse milieuverontreiniging tot vrouwenonderdrukking, stigmatisering van lhbt’ers, antisemitisme, islamofobie, pedofilie door geestelijken en bevoorrechting door blanken.

Wat zou er gebeuren wanneer christenen hun geloof zouden herontdekken, niet als problematisch stelsel van geloofsstandpunten, maar als een rechtvaardige en ruimhartige manier van leven, die geworteld is in contemplatie en die wordt uitgedrukt in de vorm van compassie, die goedmaakt wat hij heeft misdaan, en die gewijd is aan liefdevolle gemeenschap onder alle mensen?’ (Uit: De grote spirituele shift)

Eeuwenlang ook, zo stelt de theoloog, heeft het christendom zichzelf gepresenteerd als een ‘georganiseerde religie’: een instituut of een groepering van instituten, met een aversie tegen verandering, een instituut dat een tijdloos stelsel van geloofsstandpunten beschermde en bevorderde dat al in de tijd van onze verre voorvaderen volledig is vastgelegd.

Wat zou er kunnen gebeuren wanneer we gaan inzien dat het een ‘georganiseerde religie’ is die alle instituten uitdaagt (inclusief zichzelf) om te leren, te groeien en rijper te worden, in de richting van een diepere duurzame visie op verzoening met God, met het ik, met de naaste, met de vijand en met de schepping?’ (Uit: De grote spirituele shift)


Dezer dagen delen miljoenen onder ons (katholieken, evangelicals, mainstreamprotestanten en orthodoxe gelovigen) een gevoel dat we zelden onder woorden brengen: we zijn bezorgd dat het ‘merk’ van het christendom zo is aangetast dat velen onder ons het nauwelijks meer durven gebruiken. Of we nu vooral conservatief, progressief of gematigd zijn, of we nu geestelijken zijn of leken, oud of jong: steeds meer mensen uit ons midden voelen aan dat er een betere manier moet bestaan om christen te zijn. (Uit: De grote spirituele shift)


brianmclarenBrian D. McLaren (foto: nieuwheilig.nu) is auteur van meerdere boeken, een spreker, activist en publieke theoloog. Hiervoor heeft hij lesgegeven in Engelse literatuur aan de universiteit en werkte hij ernaast als pastor. Hij is de advocaat van een nieuwe vorm van christendom, die zich richt op eerlijkheid, liefde voor andere mensen en samenwerking met andere geloven.

De grote spirituele shift – Christendom in beweging | Uitgeverij Kok | Paperback / softback | 288 pagina’s | ISBN: 9789043529280 | Verschijnt 10-04-2018 | € 22,99

Pleidooi voor radicale godgeleerdheid

weneedtotalkgod

‘Misschien moeten we er als theologen mee ophouden! Misschien heeft de koningin der wetenschappen zichzelf opgeheven door – zij het niet zonder tegenzin – de weg naar de wetenschappen open te leggen.’ Dit zegt systematisch theoloog Josh de Keijzer in zijn essay op de site The End of God. Theologie moet in deze tijd radicaal publiekelijk worden, radicaal seculair en radicaal marginaal. ‘Theologie is niet bedoeld voor de Kerk maar voor de wereld’.

Gelet op de huidige situatie is het misschien nodig te stellen dat de theoloog haar arbeid moet verrichten etsi ecclesia non daretur (d.w.z. alsof er geen Kerk is). Maar als de theoloog dan een eenzame roepende is in de woestijn dan is daar het begin, misschien, van een nieuwe Kerk. Het is op deze manier van binnenstebuiten gekeerd zijn dat theologie radicaal publiekelijk moet worden én radicaal seculair én radicaal marginaal.’

De Keijzer stelt dat het niet de bedoeling van theologie is om zich te verhullen met een dekmantel van wazigheid of een web van rituelen, maar om te communiceren.

Theologie mag zich dan in een crisis bevinden, ontworteld zijn, academisch in het nauw zijn, maar er is nog steeds een doorgaande bezinning op de boodschap en betekenis van De Gekruisigde. Dat symbool is nimmer uitgeput. En theologie dient daar verantwoording over af te leggen en het symbool van de Christus opnieuw te interpreteren voor een seculaire maatschappij die bedreigt wordt door religieus extremisme, populisme, potentiële ecologische vernietiging, en kapitalistische uitbuiting.’

Ook vindt de theoloog dat theologie radicaal post-religieus moet zijn omdat het religieuze discours in onze maatschappij een relikwie is van een voorbije tijd, gekenmerkt door truttigheid en burgerlijke betutteling allemaal in naam van een fictieve godheid.

Om deze manier van denken tegen te gaan moeten de symbolen van het christelijk geloof hertaald worden. Te pas en te onpas zal duidelijk moeten worden gemaakt dat waar de theoloog over spreekt het hart raakt van de belangrijke discussies die gevoerd worden over euthanasie, vluchtelingenproblematiek, technologie en economie.’

Theologie moet ook radicaal marginaal zijn, meent De Keijzer, omdat de Kerk de afgelopen 1700 jaar zich voornamelijk bezig heeft gehouden met zelfverrijking, oorlogen, en machtspolitiek. Alleen door exclusief plaats te nemen in de marge, kan de theoloog laten zien dat het menens is. De Keijzer vindt het dan ook essentieel dat de theologische discours radicaal gericht is op daar waar het in deze wereld om draait: de marge.

Daar waar de onderdrukte is, de uitgebuite, de verschopte en verstotene, daar is De Gekruisigde. De marge wordt zo het nieuwe centrum van de theologie in solidariteit met hen die zich daar bevinden en in navolging van de God die stervende is aan een kruis. Juist de stervende god is het symbool dat de dood van god weerspreekt, omdat het een solidair sterven is, een actief zichzelf weggeven ten behoeve van anderen, i.p.v. door irrelevantie uitgeveegd te worden.’

god@nakedpastor
D
e theoloog vindt dat theologische discours nooit meer post-religieus kan zijn dan wanneer het zegt en naleeft dat de ware liefde van God het compromisloze Nee is tegen het economische en politieke geweld dat in deze wereld plaatsvindt.

Dan kan het kruis weer verstaan worden als een sprekend en werkzaam symbool dat opgericht werd om slachtoffers en overtreders, onderdrukten en onderdrukkers van zichzelf te verlossen en met elkaar te verzoenen.’

Een theologie die moeilijk thuis is in het academische omdat het doel niet wetenschappelijke kennis maar liefde en gerechtigheid is, vindt de theoloog.

Dit is een theologie die maar moeilijk thuis is in de Kerk, niet alleen omdat de Kerk haar opaciteit grotendeels verloren is, maar ook omdat dit profetische theologie is die de Kerk aan haar naar buiten gerichte taak herinnert. Maar wanneer theologen hun theologische taak serieus opvatten, kan er toch nog iets nieuws ontstaan, waarbij er opnieuw sprake is van een levende Kerk en een academische wereld die bij theologen te rade gaan voor bezielende inspiratie.’ 

Zie: Theologie in de 21ste eeuw: de taak van een discipline in het nauw

Beeld: Toen orkaan Charley medio augustus 2004 in Florida toesloeg met 150 km per uur en borden omver gooide, bomen ontwortelde en duizenden huizen vernietigde of onbewoonbaar achterliet, overleefde één billboard op Sand Lake Road in Orlando de aanval relatief ongedeerd. De storm vernielde de meest recente reclameboodschap op het bord en onthulde in plaats daarvan een advertentie van een eerdere campagne. (snopes.com)

Cartoon: ©nakedpastor

Met Boeddha op het Achtvoudige Pad

Sri.Lanka.rondreis.Mihinthale.beeld

Als Arjen ergens rond het einde van de zesde eeuw V.Chr. Boeddha hoort prediken in een park, tijdens een van zijn vorige levens, blijft hij luisteren. Hij wordt geraakt door zijn woorden en veert op bij zijn verhaal over de Vier Edele Waarheden, de kern van zijn leer. Vooral bij de vierde edele waarheid: het Achtvoudige Pad. Dat vertelt hoe je goed kunt leven, zoals: met het juiste inzicht; de juiste bedoelingen; de juiste spraak; het juiste handelen; het juiste levensonderhoud; de juiste inspanning; de juiste aandacht; de juiste concentratie.

(Met een knipoog naar Arjan Lubach) 😉

Boeddha doet Arjen denken aan de Iraanse profeet, leraar en filosoof Zarathustra die Arjen eerder ontmoette in hetzelfde park. Zarathustra (ook wel Zoroaster genoemd), spreekt op zijn manier over het juiste leven. De mens zou op de juiste manier moeten denken, juist spreken en juist handelen. Voor Arjen betekent dit dat als je juist denkt, je vanzelf juist gaat spreken en wat belangrijker is, dat daar weer uit voortvloeit dat je dan juist gaat handelen. Het zou de wereld ten goede komen als veel mensen juist denken.

Arjen verdiept zich in het Boeddhisme, maar wordt geen monnik. Hij kiest voor het lekenbestaan. Dat verruimt zijn openstaan voor wat het leven nog meer te bieden heeft. In een klooster zou het misschien gemakkelijker zijn om te leven op boeddhistische wijze (meer tijd en stilte voor meditatie en concentratie), maar binnen de maatschappij, in een gezin, leeft Arjen meer volgens het Achtvoudige Pad. Ook als voorbeeld voor (en met) anderen en zijn kinderen. In een klooster zou hij zich waarschijnlijk opgesloten voelen, te veel binnen, te ver verwijderd van het echte leven.

Het spreekt Arjen aan dat Boeddha met behulp van meditatie – na een spirituele crisis rond zijn dertigste levensjaar – naar diepgaand inzicht in de werkelijkheid zoekt. Naar bevrijding door inzicht. Dat Boeddha op zoek gaat ‘naar het ongeborene, dat wat niet veroudert, dat wat vrij is van ziekte, het doodloze, dat wat vrij is van verdriet en bezoedelende affecten, de onovertroffen rust na inspanning, het nirvana.’ Hij lijkt op zoek te zijn naar de hemel op aarde. En dat is niet de hemel van (een) God, want het concept God is Boeddha vreemd. Het boeddhisme is niet-theïstisch. Goden zijn hooguit medebewoners van het universum, van de ‘hemelen’ en geen scheppers. Voor Boeddha staat de mens en zijn heil centraal; zijn leer is antropocentrisch.

Boeddha wordt geraakt door het lijden van mensen als hij rond zijn dertigste levensjaar buiten de muren van het paleis treedt waarin hij opgroeit. Voor het eerst ziet hij ouderen, zieken en doden. Als hij ook een rondtrekkende asceet ontmoet, wil hij diens voorbeeld volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zoeken. Het lijden groeit uit tot zijn centrale thema. Boeddha realiseert zich dat het leven met lijden is gevuld. Zo kwam hij tot zijn Vier Edele Waarheden: over het lijden zelf; over de oorzaak van het lijden; over het ophouden van het lijden en over de weg er naar toe: het Achtvoudige Pad.

De gedachtegang van Boeddha over het omgaan met het lijden zet Arjen aan het denken. Hij vindt het niet eenvoudig zijn vier edele waarheden in praktijk te brengen. Volgens Boeddha schuilt het lijden in het verlangen, begeerte, en ontstaat dat verlangen door onwetendheid: door een verkeerd begrip van de dingen, met name de aard van het zelf.

Om dit beter te leren doorgronden volgt hij Boeddha op het Achtvoudige Pad. In de gedachte daardoor de Vier Edele Waarheden beter te kunnen begrijpen en ernaar te leven, daar ook Arjen wil dat het lijden ophoudt, niet alleen bij hem, maar bij alle mensen. Zelf gelooft Boeddha dat het lijden zal stoppen wanneer het proces dat het voortbrengt, omgedraaid wordt en nirvana voortbrengt: een einde van alle verlangen en onwetendheid. Dat nirvana kan bereikt worden door middel van het Achtvoudige Pad. Dat blijkt een lange weg. Maar tijdens het onderweg zijn oefent Arjen in het doen van het juiste. En Boeddha vindt dat proces het belangrijkste, zegt hij als hij omkijkt om te zien of Arjen hem nog volgt, niet alleen het doel.

Het achtvoudige pad, legt Boeddha onder een prachtige boom aan Arjen uit, gaat om het juiste spreken (waarheidsgetrouw, vriendelijk en zinvol); om het juiste handelen (geweldloos, niet stelen, geen seksueel wangedrag); het juiste levensonderhoud (beroep waarin geen begeerte, geweld, en handel in verdovende middelen of levende wezens plaatsvindt); de juiste inspanning (ook wel uitgelegd als wat goed is voor jou is altijd goed voor je medemens); de juiste aandacht (opmerkzaamheid of bewustzijn: luisteren naar je lichaam, gevoelens, geest, inhoud van de geest); de juiste concentratie (mediteren, goede dingen doen); de juiste visie (de vier edele waarheden) en de juiste gerichtheid van het denken (verzaken van begeerte, welwillend, geweldloos.)

Het Achtvoudige Pad kost Arjen veel (juiste!) inspanning om in de praktijk te brengen. Hij kan het pad echter in vieren delen. Dan is de eerste stap het doel dat aan alles te grondslag ligt: een waar geloof opbouwen. Een die gebaseerd is op de wijsheid van Boeddha. En dat je het grondbeginsel van de wezenlijkheid (waar het om gaat) van alle bestaan aanneemt en het zo leert begrijpen. De tweede stap is dan de juiste levenshouding aannemen. De derde stap: consequent met deze houding leven en als de vierde stap in dat dagelijks leven de leer van Boeddha op een goede manier gebruiken.

Bronnen o.a.:
Wereldreligies, onder redactie van Michael D. Coogan (Librero)
Hedendaags Boeddhisme van Nikkyô Niwano (Servire Uitgevers)

Beeld: singhareizen.nl

Filosofische ontmoeting met Spinoza

HanvanRulerPD

Buitengewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Han van Ruler, vertelde woensdagavond in Zaal 3 in Den Haag geestdriftig en met humor over Benedictus de Spinoza. De lezing was georganiseerd door de stichting Nacht van de Filosofie Den Haag: een filosofische ontmoeting met Spinoza. Hij was die dag precies 341 jaar dood. Van Ruler vertelde heel toegankelijk over de mens Spinoza, die kritisch omging met zowel religie als de politiek. Filosofie was daarbij het instrument dat Spinoza vaardig hanteerde. Van Ruler: ‘Iedereen gebruikte Spinoza toen in zijn voordeel, voor- en tegenstanders, net als in deze dagen trouwens’.

Nieuw voor mij was de suggestie van Van Ruler, medevertaler van een van de vele in het Nederlands vertaalde Ethica’s – samen met Corinna Vermeulen – dat de verbanning van Spinoza, in 1656, uit de Sefardische gemeente, wellicht vanwege financiële perikelen geschiedde. Het was niet zeker of het alleen maar verband hield met zijn filosofische ideeën. Het meest bekende verhaal is echter dat de Spinoza zich weigerde te conformeren aan de joodse gemeenschap. Hij was toen 23, en de verbanning moet in die tijd een schok voor hem zijn geweest. Maar hij liet zich er niet door afschrikken.

In de tijd van Spinoza roerde zich vooral vele dominees over de geschriften van Spinoza. Zelf durfde Spinoza het niet aan sommige geschriften van hem onder zijn naam te publiceren, ook de drukker werd niet vermeld. Spinoza bracht wat teweeg. Sommigen wilden zelfs niets meer met filosofie te maken hebben. Spinoza ging veel te ver. Hugenoten echter genoten er zo van, dat ze mede door Spinoza niets meer met religie te maken wilden hebben. Iedereen gebruikte Spinoza voor zichzelf: atheïsten eerden hem als atheïst, maar veel progressieve gelovigen waren enthousiast over zijn nieuwe Godsbeeld – in tegenstelling tot de orthodoxen. Voor beide partijen werd Spinoza een superheld. Anderen zagen in hem een mystieke of rationele held.

De Ethica – die pas na zijn dood verscheen – is een soort theorie van alles, van de werkelijkheid als geheel; Spinoza begon al vroeg met het schrijven ervan. Zijn ideeën handelden over politiek en religie. Voor de filosoof was de Bijbel geen waarheid, maar konden de verhalen erin mensen bijsturen. Voor Spinoza was het een ‘gewoon boek’. Mensen ‘bijsturen’ zag hij ook als taak van de politiek èn de filosofie. Filosofie had de taak de politiek te helpen. Bijbel, politiek en filosofie konden de mensen ‘de goede kant uitsturen’. Spinoza was voor vrijheid van godsdienst en filosofie. Hij vond wel dat godsdienst intolerant kon zijn, maar wilde geen godsdienst verbieden. Hij was ook voorstander van vrijheid van meningsuiting.

Spinoza stelde dat in de wereld niets zelfstandig functioneert: alles is onderdeel van één groots proces. Dat proces noemde hij God, of de natuur. Spinoza had het vooral op kennis: je moet je verstand gebruiken: voor een verstandig mens is een ander verstandig mens nuttig, zo oreerde hij. Spinoza wilde geen onvolledige kennis, maar volledige kennis: daar ging het om. Rationaliteit. Gebruik van de rede was belangrijk voor de filosoof. Hij vond ook dat hoe beter het lichaam van de mens functioneerde, hoe blijer de mens. Hoe zwakker de mens, hoe verdrietiger. En vrijheid? Is het gevolg van verstand. De mens moet zichzelf leren begrijpen, ook door intuïtieve kennis: dat leidt tot tevredenheid met jezelf en de wereld.

Van Ruler bracht voor mij een Spinoza over als serieus religieuze denker, weliswaar afkerig van dogma’s en godsdienst, maar iemand die hartstochtelijk God / de Natuur liefhad. En de filosofie.

Bijeenkomst: Zaal 3, Den Haag, Nacht van de Filosofie met Han van Ruler (21-02-2018)
Foto: Han van Ruler (PD)